TNO: overheid moet strategische omgang met flex stimuleren Geplaatst 17 oktober 2019 door Hugo-Jan Ruts Ontmoedig flexwerk niet, maar stimuleer werkgevers juist strategischer om te gaan met flexibele arbeidskrachten en help ze maatschappelijk verantwoord te ondernemen. Dat staat in een position paper van onderzoeksinstituut TNO, ingediend bij de Commissie Regulering van werk (commissie Borstlap). De Commissie Regulering van werk, die ook ons zzp-stelsel onder de loep neemt, roept organisaties, belangengroepen en individuen op een position paper in te sturen. De Commissie zoekt antwoord op vragen als: wat is de waarde van werk? En welke regelgeving is nodig om die waarde te borgen? Knelpunten op de arbeidsmarkt Onderzoekers van TNO vinden het belangrijk om mee te denken en publiceren daarom een eigen position paper. “Wij willen werken in een land waarin duurzame participatie in waardevol en zingevend werk voor iedereen mogelijk is,” schrijven de wetenschappers. Volgens TNO zijn er drie knelpunten op de arbeidsmarkt die duurzame participatie in de weg staan: Een spanningsveld tussen flexibiliteitsbehoefte van werkgevers en duurzame inzetbaarheid van werkenden; Een groeiende mismatch in vraag en aanbod; Onvoldoende inclusiviteit. ‘Opeenstapeling van regels’ “De afgelopen twintig jaar heeft een opeenstapeling van regelgeving rond arbeid plaatsgevonden”, schrijft TNO. Het is de opdracht van de Commissie Regulering van werk om te zorgen voor echte vernieuwing, vinden de arbeidsmarktexperts. “Daarvoor is een nieuw perspectief op de waarde van werk nodig. Wat ons betreft zijn gebalanceerde flexibiliteit, een focus op vaardigheden en inclusiviteit daarin noodzakelijk”, zo schrijft TNO. Van ontmoediging naar stimulans Het kabinet zet nu vooral in op ontmoediging van ongewenst gedrag. In een vernieuwd stelsel zou het juist moeten gaan om stimulans, vindt TNO. De overheid zou ‘gebalanceerde flexibiliteit, inclusiviteit en duurzame inzetbaarheid’ moeten aanmoedigen. Werkenden moeten zelf aan de slag om te zorgen dat ze duurzaam inzetbaar zijn, schrijft TNO. De overheid moet ze daartoe motiveren en faciliteren. Volgens de onderzoekers zijn er ‘veel mogelijkheden binnen het huidige stelsel van regulering van arbeid’. TNO: “Dit wil niet zeggen dat het makkelijk is. De mogelijkheden worden niet vanzelfsprekend door de praktijk opgepakt.” Concrete tips Een paar concrete aanbevelingen uit de position paper: Stimuleer werkgevers uit te zoeken waar hun behoefte aan flexibiliteit vandaan komt. Help ze hun interne flexibiliteit te verhogen, alvorens zij externe flexibiliteit inzetten; Laat werkgevers beter samenwerken om duurzame banen te bevorderen. Maak daarvoor cao-overstijgende afspraken tussen sociale partners; Maak beleid gericht op goede banen en investeringen in duurzame inzetbaarheid voor iedereen (vast én flex); Maak vaardigheden net zo belangrijk als of belangrijker dan diploma’s; Help werkgevers om participatie op de arbeidsmarkt te verhogen. Zet inclusieve technologie (op maat) in om meer mensen te betrekken in het arbeidsproces, juist ook mensen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie; Stimuleer opwaartse mobiliteit van lager opgeleid personeel en creëer banen voor werklozen. Maak heldere afspraken over de invulling van goed werkgever-/opdrachtgeverschap en werknemer-/opdrachtnemerschap. “Hiervoor is het nodig alle betrokken partijen aan te spreken op hun verantwoordelijkheid”, schrijft TNO. De onderzoekers pleiten voor meer ‘social labs’ waarin werkgevers, opdrachtgevers en werkenden samen nieuwe aanpakken ontwikkelen. Lees meer op de website van TNO. https://www.tno.nl/nl/over-tno/nieuws/2019/10/position-paper-in-wat-voor-land-willen-wij-werken/ Geplaatst in ZP en Politiek | Tags Commissie Borstlap, Position paper, TNO | 2s Reacties
Het routeboekje van Minister Koolmees voor vervanging Wet DBA en andere zzp-zaken Geplaatst 16 oktober 2019 door ZiPredactie Op een overleg tussen bewindslieden en vertegenwoordigers van zelfstandigen, opdrachtgevers van zelfstandigen en intermediairs lieten minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en staatssecretaris Snel van Financiën zien welk tijdspad zij voor ogen hebben als het gaat om nieuwe regels rond het inhuren van zzp en enkele andere onderwerpen die van belang zijn voor zelfstandigen. Ze benoemden een aantal mijlpalen. Met enkele eigen aanvullingen zetten we ze even op een rij. Voor eind oktober 2019 : Start ‘internetconsultatie’ van concept wetsvoorstel over minimumtarief en zelfstandigenverklaring (voor opdrachten boven 75,- per uur). Iedereen kan dan zijn/haar reactie op het wetsvoorstel geven. Voor de webmodule is geen wetswijziging nodig, daar komt dus ook geen internetconsultatie over. November 2019: nader bericht over voortgang ‘webmodule’, de digitale manier om opdrachtgeversverklaring aan te vragen voor opdrachten boven minimumtarief. Mogelijk volgt dan ook weer een nieuw overleg met het werkveld. 1 januari 2020: de zelfstandigenaftrek wordt versoberd. Hij is dan alleen aftrekbaar tegen het basistarief en wordt iets verlaagd (de arbeidskorting wordt wel verhoogd). 1 januari 2020: invoering nieuw BTW nummer (los van BSN) die zelfstandigen moeten gebruiken richting hun klanten. eind januari 2020: advies commissie Regulering van Werk (commissie Borstlap), met daarin de meer structurele voorstellen over de positie van de zelfstandigen. De rode draad uit hun tussenrapport was het verkleiningen van de fiscale en sociale zekerheidsverschillen tussen werknemers en zelfstandigen. De uitwerking van het advies van deze commissie is aan een volgend Kabinet. Februari 2020: Stichting van de Arbeid komt met advies over uitwerking van de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen (onderdeel pensioenakkoord) Voor de zomer van 2020: Minister Koolmees liet daar tijdens het werkveldoverleg niets over los, maar verwacht wordt dat de webmodule nog voor de zomer 2020 gebruikt kan gaan worden. Voor de zomer van 2020: aanbieding wetsvoorstellen minimumtarief/zelfstandigenverklaring aan de Tweede Kamer. Als de Eerste en Tweede Kamer het wetsvoorstel goedkeuren, dan kan hij in 2021 van kracht worden. Of dat per 1 januari van dat jaar lukt is nog de vraag. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags Kabinet, Koolmees | 4s Reacties
TeldersStichting (VVD) wil gelijk speelveld op de arbeidsmarkt: “Hef onderscheid werknemer en zelfstandige op”. Geplaatst 15 oktober 2019 door Hugo-Jan Ruts Hef de verschillen tussen werknemers, flexwerkers en zelfstandigen die werken met een overeenkomst van opdracht op. Laat iedereen verplicht premies afdragen voor sociale zekerheid en pensioen. Dit pleidooi staat te lezen in ‘Flexibiliteit en Zekerheid. Naar een gelijk speelveld op de arbeidsmarkt’, een nieuwe publicatie van de TeldersStichting, het wetenschappelijk bureau van de VVD. De publicatie is onder andere geschreven door Mirjam de Blécourt, Eerste Kamerlid voor de VVD en Han Mesters van ABN AMRO. Aan de fiscale verschillen tussen werknemers en zelfstandigen durven de auteurs van het rapport zich niet de branden. “Of je nu een lange of korte arbeidsrelatie aangaat, het is arbeid. Werk is werk.” De vele verschillen van arbeidscontracten zijn niet meer effectief. “Daarbij is het raar dat het soort contract dat je hebt bepaalt welke sociale zekerheid je hebt” aldus Raymond Brood, voorzitter van de werkgroep. Individuele vrijheid “Liberale waarden, zoals het dragen van eigen verantwoordelijkheid en het genieten van individuele vrijheid, behoren een ideaal te zijn dat is weggelegd voor iedere burger, en niet slechts voor de lucky few” zo staat in de publicatie te lezen. Maar “de onzekerheid op de arbeidsmarkt zet dat ideaal onder druk.” Onzekerheid die komt door – we kennen het rijtje – technologische innovaties en demografische ontwikkelingen. De behoefte aan flexibiliteit bij bedrijven maar ook de wens om zelf keuzes te maken in de manier waarop je werkt, valt te ontkennen noch tegen te gaan. “Veel werknemers zijn wel klaar met het vaste stramien van het vaste contract. De zzp-markt is niet tegen te houden, hoe graag de overheid dat ook wil” aldus Brood. “Maar in hoeverre zijn de verschillen tussen de contractvormen en sociale zekerheid nog te verantwoorden?”. Geen gelijk speelveld In de publicatie wordt geconstateerd dat er nu geen gelijk speelveld is. De overheid verschillen wegnemen en zorgen voor een gelijk sociaal stelsel voor vast en flexibel werk: “Het voorstel van de werkgroep, waarbij de overheid als marktmeester een gelijk speelveld creëert voor alle werkenden, voorkomt een race to the bottom onder zzp’ers.“ De visie van de TeldersStichting doet denken aan het gedachtegoed van de Belgische liberale minister van Sociale Zaken Maggie Deblock. Op de NextConomy/ZiPconomy debatavond van begin oktober pleitte ze maar weer eens voor het gelijktrekken van sociale voorzieningen voor werknemers en zelfstandigen in België. Ook de voorlopige voorstellen van de Commissie Borstlap gaan aardig in deze richting. De voorstellen staan nog wel een flink eind af van het huidige partijprogramma van de VVD. Ze gaan ook aanmerkelijk verder dan de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen, zoals deze in het Pensioenakkoord is afgesproken. Pakket aan voorstellen Deze aanbevelingen voor een fundamentele verandering van ons sociaal stelsel zijn onderdeel van een breder pakket aan ideeën en voorstellen die te lezen staan in het rapport. Naast de afschaffing van het vaste contract, wil de werkgroep dat de werkloosheidsuitkering meer dan nu nog het geval is als een overbrugging wordt gezien van werk naar werk en dat omscholing als voorwaarde voor het ontvangen van een uitkering verdedigbaar is. Daarnaast moet er een Algemene Periodieke Keuring (APK) voor de arbeidsmarkt komen, een evaluatie van de arbeidsrelatie, als preventief instrument voor werkloosheid. Deze keuring is bedoeld als vrijwillig, maar aanbevolen instrument voor en door het individu, ter bevordering van de bewustwording over de eigen inzetbaarheid op de arbeidsmarkt. Bij- en omscholing moeten door middel van fiscale voordelen bevorderd worden en “verschuif de belastinggrondslag van arbeid naar andere productiegoederen, zoals grondstoffen, data en robots.” Geplaatst in ZP en Politiek | Tags sociaal stelsel, TeldersStichting, VVD | 8s Reacties
Gig-werk wordt de norm. Maar wanneer haakt de technologie aan? Geplaatst 15 oktober 2019 door Jeroen Moerenhout Parijs is eind deze maand zoals ze het bij UNLEASH zelf noemen “the epicenter of workforce revolution.” Meer dan 250 sprekers, 4500 deelnemers, 200 solution providers en meer dan 100 Startups komen samen, waaronder de meest invloedrijke leiders, visionairs, influencers en disruptors op HR gebied, afkomstig uit meer dan 120 landen. Eén van de sprekers op UNLEASH World 2019 is Josh Bersin. Hij is één van de meest toonaangevende HR en workforce analisten van deze tijd. Hij richtte adviesbureau Bersin & Associates op in 2001 en verkocht deze in 2012 aan Deloitte, waarna het bekend werd als Bersin™ door Deloitte. Onlangs lanceerde Bersin de Josh Bersin Academy, de eerste wereldwijde development academy voor HR professionals. Bersin schrijft voor onder andere Forbes, Harvard Business Review en The Wall Street Journal, reist de wereld over als keynote-spreker en is een populaire blogger met meer dan 780.000 volgers op LinkedIn. The HR Technology Market Disrupted: What’s coming in 2020? De speerpunten van Bersin voor 2020 zijn gelijkheid en transparantie, diversiteit en inclusie, sociaal bewustzijn (MVO), productiviteit, employer branding, teams, carrières, wellbeing, gig- en tijdelijk werk en leiderschap. Deze speerpunten hebben allemaal een gemene deler: ze gaan HR technologie komend jaar belangrijker maken dan ooit. De vraag is of Bersin in Parijs ook dieper in zal gaan op zijn speerpunt ‘gig- en tijdelijk werk’. Wat is zijn visie hierop eigenlijk? Tijdelijk en gig werk explodeert Recentelijk publiceerde Bersin een onderzoek naar ‘the alternative workforce’ zoals tijdelijke arbeidskrachten in Amerika nog steeds gezien worden. Volgens Bersin was het een eye-opener. Bijna 40% van de Amerikanen heeft momenteel een deeltijd- of tijdelijke baan en van de jongeren is dat meer dan tweederde. Steeds meer mensen voelen de noodzaak om de stijgende kosten van hun levensonderhoud bij te benen. Dat creëert volgens Bersin een volledig nieuwe markt: hustling. Oftewel, mensen die bijbeunen in hun vrije tijd om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen. Er is eigenlijk maar één simpele conclusie mogelijk: tijdelijk- en gig werk is here to stay en het blijft wereldwijd alleen maar toenemen. “Tijdelijke werknemers zijn geen alternatief meer, ze zijn een wezenlijk onderdeel van het dagelijks leven en organisaties geworden. De economie is een workforce van strijdlustige ondernemers, die onafhankelijk werken minder risicovol vinden dan een vaste baan,” aldus Bersin. Nog steeds intern of extern In een recent rapport van HRPS zei Bersin dat hij verrast was om nog steeds een fundamenteel verschil te zien tussen de praktijk van corporate recruitment en Inhuur. “Organisaties blijven voor interne en externe werknemers volledig verschillende werkwijzen gebruiken in de werving, onboarding en het management. De meeste organisaties zien tijdelijke werknemers nog steeds als uitbesteding en als transitionele of tactische behoefte in plaats van een strategische talentpool. En dat in 2019.” Op punten als candidate experience, screening, performance management en matching van competenties hoeven de processen volgens Bersin helemaal niet zoveel te verschillen. Maar er zijn wel hele wezenlijke verschillen in persoonlijke drijfveren tussen vast en tijdelijk. Waar vaste werknemers meer waarde hechten aan werk- en bedrijfsvoordelen, hechten bijvoorbeeld freelancers meer waarde aan de vrijheid en flexibiliteit om te kiezen waar en wanneer ze werken, met welke klanten ze werken en welke projecten ze accepteren. En daar moet je als werkgever op anticiperen. Niet de juiste tools “Hoewel de verschillen uitdagend zijn, passen innovatieve organisaties hun wervingsinspanningen toch steeds meer aan tijdelijke werknemers aan,” aldus Bersin. “Ze wenden zich vaker tot de freelancemarkt om hun wervingsbehoeften te vervullen en behouden zelf de controle over het proces, in plaats van het uit te besteden aan agencies.” Overigens blijken kleinere organisaties hier beter in, volgens Bersin: “Dit komt waarschijnlijk omdat ze meer flexibiliteit hebben en minder of niet worden belemmerd door complexe interne processen en systemen en juridische afdelingen, die zijn ontworpen om te voorkomen dat een organisatie wordt aangeklaagd.” Uit een onderzoek onder HR-organisaties heeft Bersin ook geconstateerd dat slechts 8% van de respondenten gelooft dat hun organisatie klaar is om tijdelijke werknemers goed te managen. Het blijkt een enorme uitdaging, simpelweg omdat bedrijven niet over de juiste tools en platforms beschikken om dit goed te kunnen uitvoeren. Er zal een enorme groei in tooling nodig zijn om het beheer van dit ‘schaduwpersoneelsbestand’ gemakkelijker te maken. Eén systeem voor vast, tijdelijk en gigs Volgens Bersin betekent deze trend dat de markt voor Vendor Management Systemen (VMS), Freelance Management Systemen (FMS), Gig Work Platformen en Crowd Work Platformen zal exploderen. “Er zijn uiteraard al heel wat oplossingen beschikbaar die organisaties helpen bij het opzetten van gig- en freelancerpools. Waarin tijd en workarrangements (SOW’s) kunnen worden geregistreerd, zodat bedrijven tijdelijke krachten per uur kunnen oplijnen. Ook hebben Softwareleveranciers als Oracle, SAP, Workday en ADP al features die inhurende organisaties helpen om projecten en teams te organiseren en managen op hun platforms.” Waar het volgens Bersin echter nog aan ontbreekt is een volledig Human Capital Management Systeem die de huidige wereld van vrij, flexibel en dynamisch werken kan faciliteren. “Het product Standout van ADP kan dit wel voor performance management en Fuel50 kan dit voor software development taken, maar er bestaat nog geen holistische oplossing voor het beheer van zowel interne als externe tijdelijke medewerkers. Als dat gebeurt, dan zal dit een revolutie zijn voor de wereld van werk” aldus Bersin. The Pixelated Workforce De verhouding tussen werkgever en werknemer is tegenwoordig dynamischer dan ooit. Traditioneel was een werkgever je baan en je carrière. Nu zijn werk, banen en carrières onafhankelijk van werkgevers. Bersin noemt dit The Pixelated Workforce. “Het woord ‘pixelated’ betekent dat je de pixels kunt zien. Dit is precies hoe de workforce nu is. Elk individu in elk ander soort werk is een mini workforce, elk met zijn eigen manier van zakendoen.” Hoe organisaties dit gaan faciliteren? Technologie dus. Hopelijk krijgen we tijdens UNLEASH 2019 nog wat meer inzicht in wat gerenommeerde solution providers en startups hierin gaan bieden in 2020. Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags Josh Bersin, Platformen, unleash, vms | 2s Reacties
Koolmees beantwoordt Kamervragen over ‘wildgroei flexbranche’ Geplaatst 14 oktober 2019 door Hugo-Jan Ruts “Ik vind uitwassen bij driehoeksrelaties op de arbeidsmarkt zorgelijk, met name waar die uitwassen ertoe leiden dat het Kabinetsbeginsel van gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde plaats onder druk komt te staan.” Zo reageert minister Koolmees op vragen van CDA-Kamerlid Hilde Palland. Ze stelde die vragen naar aanleiding van een artikel in het Financieele Dagblad over ‘uitwassen in de flexbranche’. In dat artikel wordt weer verwezen naar de ING/TCP affaire en ophef over zzp-contacten bij BAM. Palland zegt in een reactie dat de minister op diverse aspecten niet concreet genoeg ingaat op de situatie van bemiddeling van zzp. In zijn antwoorden heeft de minister het namelijk vooral over uitzendwerk. Ze overweegt om vervolgvragen te stellen, zo laat ze aan ZiPconomy weten. Gelijk werk, gelijk loon Minister Koolmees “Bemiddelaars kunnen een positieve rol spelen in het bij elkaar brengen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt, ook voor zzp’ers. Zij kunnen inspelen op een behoefte aan flexibel inzetbare arbeidskrachten en zijn van belang voor vakgebieden waar vraag en aanbod van (gespecialiseerd) personeel moeilijker op elkaar aansluit. (…) Ik vind het echter onwenselijk als constructies er (enkel) op gericht zijn om de voordeligste route te bewandelen bij de inhuur van personeel. Zeker als daarmee het Kabinetsbeginsel van gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde plaats onder druk komt te staan.” In zijn antwoord hamert Koolmees een aantal keer op het ‘gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde plaats’ principe. Dat is opvallend, omdat dat principe momenteel geldt voor flexwerkers als uitzendkrachten of gedetacheerden, maar niet voor zzp’ers. Sterker nog, een motie van GroenLinks onlangs om het principe van ‘van gelijk loon voor gelijk werk’ ook van toepassing te laten zijn voor zzp’ers werd door de minister afgewezen en ook niet aangenomen in de Kamer. Overigens speelt het ‘gelijk loon voor gelijk werk’ helemaal niet bij BAM of bij de ING-zzp’ers. Het faillissement van TCP heeft ook niets te maken met ‘constructies die gericht zijn op het bewandelen van de voordeligste route.’ De minister verwijst nog naar een aangekondigd onderzoek dat zich “richt op de praktijk van driehoeksrelaties en de functie van uitzenden.” Daarin wordt, zo werd in een eerder overleg met de Kamer duidelijk, het afschaffen van de vergunningplicht voor uitzenders heroverwogen. Maar ook dat gaat dus niet over zzp-bemiddeling. “Ik ben het in algemene zin eens met de uitgangspunt van de minister en deel zijn mening dat bemiddelaars een positieve rol kunnen spelen bij de behoefte aan flexibel inzetbare arbeidskrachten”, zegt Palland. “Ik vind het antwoord echter een te enge benadering van de redenen voor en eventuele risico’s of schaduwkanten van bemiddeling, zeker ter zake van zzp. Daarbij gaat de minister niet in op de rol c.q. praktijk van de bemiddelaars bij deze beoordeling van een dienstbetrekking of overeenkomst van opdracht bij ZZP, daar waar de vragen daar wel op gericht waren.” “Gemiste kans” De minister gaat in zijn antwoorden ook niet echt in op de onderliggende oorzaken van de ING/TCP problemen. De Kamer, opdrachtgevers, de flexbranche en zzp’ers schieten derhalve niet veel op met zijn antwoorden. “Ik kan echter niet beoordelen of de situatie bij ING als gevolg van de problemen bij haar leverancier TCP, voorkomen had kunnen worden” zo schrijft hij. “Het is aan de opdrachtgever en de door hem gecontracteerde onderneming om onderling afspraken te maken over de financiële risico’s. Zzp’ers en opdrachtgevers zijn in beginsel vrij om onderling afspraken te maken in de overeenkomst op grond waarvan zij werken. Dat kunnen ook ontbindende voorwaarden zijn. Het staat een zzp’er dan vrij om al dan niet akkoord te gaan met een dergelijke voorwaarde. Bij een verschil van inzicht kunnen de partijen bij de overeenkomst (en hun vertegenwoordigers) naar de civiele rechter stappen.” Palland vindt dat minister Koolmees daarmee geen inhoudelijk antwoord geeft op haar vragen. “Dat is jammer en een gemiste kans om wat meer duidelijkheid te schetsen. Bijvoorbeeld over eventuele schijnzekerheid, voorbeeldfunctie van de overheid als werkgever. Ik overweeg daarom naar aanleiding van de beantwoording aanvullende schriftelijke vragen te stellen.” Later deze week blikt ZiPconomy nog eens terug op de ING/TCP-affaire in een interview met Evert van der Weijden en Rick Schevers van TCP. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags CDA, ING, Koolmees, TCP | Laat een reactie achter
Kleine bedrijven en zelfstandigen zorgen wereldwijd voor de meeste jobs Geplaatst 14 oktober 2019 door ZiPredactie Zelfstandigen, micro- en kleine ondernemingen spelen een veel belangrijkere rol in het scheppen van banen dan voorheen werd aangenomen, blijkt uit een nieuw onderzoek van de International Labour Organization (ILO). Het rapport, getiteld ‘Small matters: Global evidence on the contribution to employment by the self-employed, micro-enterprises and SMEs ’, bevat gegevens uit 99 landen. Hieruit blijkt dat deze zogenaamde kleine economische eenheden samen 70 procent van de totale werkgelegenheid verschaffen. Dit maakt hen veruit de belangrijkste motor van werkgelegenheid. De bevindingen hebben belangrijke implicaties voor het beleid en programma’s voor jobcreatie, opstartende bedrijven en productiviteit, en programma’s die de kwaliteit en de formalisering van banen beogen. Deze moeten volgens het rapport meer gericht zijn op zelfstandigen, micro- en kleine ondernemingen. Informele sector De informele sector is verantwoordelijk voor gemiddeld 62 procent van de totale werkgelegenheid in deze 99 landen, en wordt doorgaans gekenmerkt door minder goede werkomstandigheden (zoals een gebrek aan sociale bescherming, lagere lonen en zwakkere arbeidsverhoudingen). Het niveau van informaliteit varieert enorm, van meer dan 90 procent in Benin, Ivoorkust, Madagaskar en Mali, tot minder dan 5 procent in België, Luxemburg, Denemarken, Ierland, Oostenrijk, Zwitserland en Brunei. In de landen met hoge inkomens zijn kleine economische eenheden goed voor 58 procent van de totale werkgelegenheid. Dit cijfer ligt aanzienlijk hoger in de lage en middeninkomenslanden. In de landen met het laagste inkomensniveau bieden kleine economische eenheden bijna 100 procent van de totale werkgelegenheid. De inschattingen zijn gebaseerd op nationale enquêtes onder huishoudens en arbeidskrachten, waaronder zelfstandigen, die in alle regio’s behalve Noord-Amerika werden verzameld. “Het is de eerste keer dat de bijdrage van kleine economische eenheden aan de totale werkgelegenheid is ingeschat en wordt vergeleken voor zo’n grote groep van landen, waaronder ook lage en middeninkomenslanden,” zei Dragan Radic, Hoofd van de Eenheid Kleine en Middelgrote Ondernemingen van de ILO. Gunstig klimaat scheppen Volgens de auteurs zou de ondersteuning van zelfstandigen, micro- en kleine ondernemingen een centraal onderdeel moeten zijn van de strategieën voor economische en sociale ontwikkeling. Ze benadrukken het belang van het scheppen van een gunstig klimaat voor dergelijke bedrijven, door ervoor te zorgen dat zij effectief vertegenwoordigd zijn en dat de vormen van sociale dialoog ook voor hen werken. Andere aanbevelingen zijn onder meer: inzicht krijgen in de manier waarop de productiviteit van ondernemingen wordt bepaald door een breder ecosysteem, het vergemakkelijken van de toegang tot financiering en de markten, het bevorderen van het ondernemerschap van vrouwen, het stimuleren van de overgang naar de formele economie en milieubehoud. Micro-ondernemingen worden gedefinieerd als ondernemingen met maximaal negen werknemers, terwijl kleine ondernemingen tot 49 werknemers hebben. bron: ILO Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags ILO, jobcreatie | Laat een reactie achter