Demotie? In de interim-wereld is dat de normaalste zaak van de wereld Geplaatst 16 november 2018 door Hugo-Jan Ruts Medewerkers aan het einde van hun carrière een functie met minder verantwoordelijkheid geven, en daaraan gekoppeld ook een lager salaris. Het komt regelmatig voor en is tegelijkertijd een gevoelig onderwerp, bleek tijdens een uitzending van BNR Werkverkenners met de treffende titel ‘de emotie van demotie’. Het zal vooral met status te maken hebben. In de organisatie en naar de buitenwereld. En met de onwennigheid van mensen om het met ‘minder’ te moeten doen. Terwijl het eigenlijk zo gek niet is om aan het einde van je carrière je ervaring en wijsheid op een andere manier in te zetten. Deskundig personeel In organisaties in Indonesië is vaak een aparte afdeling voor wat ze de ‘staf ahli’ noemen. Letterlijk vertaald is dat ‘deskundig personeel’. In de praktijk zijn het ex-managers en experts die het stokje hebben overgedragen aan de jongere generatie, maar nog wel op kantoor aanwezig zijn om geraadpleegd worden. Oosterse culturen gaan sowieso met wat meer respect om met de ouderen. Ook voor interim-professionals is het heel vanzelfsprekend dat je aan het einde van je carrière een ander type opdrachten doet. Misschien niet omdat interimmers dat zo willen, maar in de praktijk gaan bijvoorbeeld die zware projectmanagementklussen, die fulltime inzet vergen, eerder naar de veertigers en vijftigers. Terecht? Dat durf ik niet te zeggen. Of je als zestiger dezelfde energie in kan brengen als toen je veertig was, die vraag moet een ieder maar voor zich beantwoorden. Als zelfstandige heb je in ieder geval met de realiteit van de markt te dealen. Nieuwe rol Wijsheid komt met de jaren. Hoe zet je die het best in? Uit onderzoek van het interim-managementbureau Schaekel & Partners blijkt dat de tarieven van interim-managers aan het einde van hun carrière niet dalen. Maar duidelijk is ook dat ze minder opdrachten hebben en vooral minder uur per week werken. Een adviesklusje hier, coaching daar. Misschien een bestuursfunctie (al dan niet bezoldigd) of juist iets heel anders met ook een heel ander tarief. De oud wordende interim-professional is op zijn toekomst voorbereid. Zowel financieel als inhoudelijk. Hij kan het zich veroorloven om de laatste tien jaar van zijn carrière minder omzet te maken. Met een beetje slimme financiële planning moet de doorsnee interimmer dat kunnen. Bijvoorbeeld door zijn huis vervroegd af te betalen. Ook inhoudelijk kun je je voorbereiden op die andere rol. Advies, coaching, lesgeven: het zijn mooie manieren om je wijsheid in te zetten. Maar het zijn allemaal wel echt vakgebieden. Om op een professionele, zinvolle manier les te geven of te coachen, moet je jezelf technieken aanleren. Misschien toch iets om over na te denken als je aan het einde van het jaar het persoonlijke ontwikkelingsplan met jezelf bespreekt. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags Carrière, interim, ontwikkeling | 1 Reactie
Krappe arbeidsmarkt? Flex groeit gewoon door naar nieuw record Geplaatst 15 november 2018 door Wim Davidse Liefst 8,835 miljoen mensen tussen 15 en 75 jaar waren er in Nederland aan het werk, in het derde kwartaal. Een record, zo tonen de kersverse CBS-cijfers ons, na een groei van liefst 2,3% ten opzichte van een jaar eerder. Dat groeicijfer is dan weer geen record, maar komt niet heel vaak voor, en is daarom wel bijzonder. In het derde kwartaal is de werkloosheid weer iets verder gedaald, naar 3,8%, dus onder de kraptegrens van 4%. Niet verwonderlijk dus dat het aantal werkenden met een vast contract met een plus van 2,7% nog harder groeide dan het gemiddelde. Wel verrassend: de groei van het totale aantal flexwerkers. In het vorige kwartaal was die met +0,3% bijna tot stilstand gekomen – geheel in lijn met de dalende werkloosheid en de groeiende onrust over krapte op de arbeidsmarkt. Het aantal flexwerkers groeide in het derde kwartaal echter weer met +1,5%, en bereikte bovendien een nieuw recordaantal van 3,089 miljoen werkenden. Flex is here to stay? Opvallend is vervolgens dat ook de externe flexschil sterker groeide dan het gemiddelde: het aantal uitzendkrachten groeide met 5,8% en het aantal zzp’ers met 2,5%. Alleen de interne flexschil, bestaande uit oproepkrachten, werknemers met tijdelijke contracten en dergelijke, en goed voor 55% van alle flex, stond met een groei van 0,3% bijna stil. Binnen de interne flex kwam zo ongeveer de volledig groei voor rekening van de groep van mensen met een tijdelijk contract met uitzicht op vast. De flexschil groeide in het derde kwartaal – dus in weerwil van alle krapte – weer licht, naar 35,0% van de werkenden, nadat die in de zomer van 2017 op 35,3% terecht was gekomen en daarna elk kwartaal lichtjes was gekrompen. Flex seems here to stay. Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags CBS, cijfers, flextrends | Laat een reactie achter
Geen afspraken over zelfstandigen in pensioenakkoord Geplaatst 14 november 2018 door ZiPredactie Een akkoord over een pensioenakkoord lijkt op handen. Maar daar staan geen afspraken in over een vrijwillig of verplicht zzp-pensioen. De partijen komen daar niet uit, zo meldt de NOS. Zelfstandigenorganisaties waren overigens niet betrokken bij de onderhandelingen. Met name de FNV Veel zelfstandigen zijn tegen een verplichte deelname aan pensioenfondsen, zo werd duidelijk uit de uitkomsten van ons ZZP-Kieskompas. Een onlangs geopperd idee dat zelfstandigen door kunnen sparen bij het pensioenfonds van hun laatste baan, met de mogelijkheid van een opt-out, stuitte ook op weerstand bij een veel zelfstandigenorganisaties (lees hier). UPDATE : de Volkskrant meldt 24 uur na bovenstaand bericht van de NOS, dat de vakbeweging nog vasthoudt aan een zzp-pensioen: “De vakbeweging wil dat bedrijven die zzp’ers inhuren voor klussen, voor hen pensioenpremie betalen. Werkgevers zijn hier faliekant op tegen.” Lees ook nieuw artikel op ZiPconomy : Een op de vijf zzp’ers voorstander verplichte opbouw pensioen. Vakbonden eisen deelname zzp’ers aan pensioenstelsel. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags pensioen | Laat een reactie achter
“Wetsvoorstel Arbeidsmarkt in Balans zal geen ground shaking effect hebben. “ Geplaatst 14 november 2018 door Magnit “In het nieuwe wetsvoorstel Arbeidsmarkt in Balans zie ik weinig goede effecten”, zegt Tjebbe van Oostenbruggen. “Er wordt heel veel aan knoppen gedraaid, maar ik denk dat het weinig direct effect zal hebben. Het is geen ground shaking wetsvoorstel dat de arbeidsmarkt dusdanig gaat veranderen dat we het er over 20 jaar nog over hebben.” Dezelfde secundaire arbeidsvoorwaarden De overheid wil graag dat bedrijven meer mensen in vaste dienst nemen en dat payrollers en vaste krachten evenveel betaald krijgen en dezelfde secundaire arbeidsvoorwaarden hebben. Is dat een vooruitgang? Tjebbe: “De economie trekt aan en als je goede mensen wilt behouden, geef je ze toch wel een vast contract. Dat zal door deze wet niet vaker gebeuren. De meeste bedrijven betalen payrollers al hetzelfde als vaste krachten. In de Nederlandse wetgeving is heel duidelijk een inleningsbeloning verankerd. Als je die volgt, denk ik dat je een eerlijke en goede set arbeidsvoorwaarden neerlegt. Voor payrolling worden nu identieke arbeidsvoorwaarden afgedwongen, dat wordt heel interessant in de uitvoering. Het is moeilijk om iemand van buiten het bedrijf in een bedrijfsregeling te krijgen van het bedrijf zelf. Veel bedrijven hebben een eigen pensioenregeling, daarop kunnen geen externen meeliften. Volgens het wetsvoorstel moet daar dan een adequaat pensioen voor komen. Het hele wetsvoorstel is al in conceptmaatregelen van bestuur uitgewerkt, maar nog niet op het gebied van pensioen.” “De effecten van het verhogen van de ww-premie voor flexkrachten zullen heel beperkt zijn, want het gaat maar om 5 procentpunten. Dus ook dat is niet ground shaking. Na 3 tijdelijke contracten een vast contract werd in 2015 verlaagd naar 2 jaar en gaat nu weer naar 3 jaar. Een paar jaar geleden had dat al weinig effect op de arbeidsmarkt, dat zal nu weer zo zijn.” Eenvoudiger ontslag “Het ontslag wordt ook vereenvoudigd, maar op het moment dat je iemand in dienst neemt ben je niet bezig met hoe makkelijk je die weer kunt ontslaan. De grootste klacht van werkgevers gaat over de situatie dat je van mensen af moet door economische omstandigheden of dat mensen niet meer passen binnen het bedrijf. Dat kost heel veel geld, duurt lang en is ingewikkeld. Met de nieuwe ontslaggrond moet je nog steeds een dik dossier hebben, alles moet goed gedocumenteerd zijn. Daar zit de belangrijkste crux: veel kleine bedrijven hebben geen afdeling personeelszaken die dat soort dingen goed bijhoudt. De meeste ondernemers zijn daar helemaal niet mee bezig. Wat ik wel een goed aspect vind bij ontslag is dat de transitievergoeding nu helemaal gladgestreken wordt en voor iedereen en voor elk gewerkt jaar hetzelfde wordt. Dat doet de discriminatie teniet van mensen met lange dienstverbanden en oudere werknemers, ik denk dat dat een goede zaak is. Een ander positief punt is dat het hele sectorale model van werkgeverspremies op de schop gaat en gekoppeld wordt aan contracten. Het idee dat je op vaste en flexcontracten premies zet, vind ik veel beter dan dat je dat per sector moet uitmaken.” Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags inleningsbeloning, Koolmees, Wet Arbeidsmarkt in Balans | Laat een reactie achter
Mag een gedetacheerde werknemer rechtstreeks voor de inlener gaan werken? Geplaatst 14 november 2018 door Ruby Samad Waarom mag een werknemer in dienst treden bij de inlener? Dat een gedetacheerde werknemer bij de inlener in dienst mag treden, heeft te maken met het belemmeringsverbod uit artikel 9a Waadi (wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs). Door dit artikel heeft een ter beschikking gestelde arbeidskracht, meestal een uitzendkracht of gedetacheerde werknemer, de vrijheid om na de periode van uitzending rechtstreeks bij de inlenende partij in dienst te treden. Bedingen die in strijd zijn met het belemmeringsverbod zijn nietig, wat betekent dat het beding niet bestaat. Het belemmeringsverbod geldt soms ook voor de zzp’er Onlangs is bepaald dat het belemmeringsverbod niet alleen betrekking heeft op ‘het in dienst treden’ bij de inlener. Het belemmeringsverbod geldt ook – afhankelijk van de omstandigheden – voor de gedetacheerde werknemer die na uitdiensttreding rechtstreeks, op zzp-basis, voor de inlener gaat werken. De Hoge Raad oordeelde namelijk dat het belemmeringsverbod ook betrekking heeft op ‘het sluiten van een arbeidsverhouding’. En het begrip ‘arbeidsverhouding’ moet getoetst worden aan allerlei Europese richtlijnen. Door het belemmeringsverbod mag de werknemer in dienst treden bij de inlener Criteria voor het begrip arbeidsverhouding naar EU-recht In deze zaak onderzocht het hof (na verwijzing door de Hoge Raad) of de rechtsverhouding tussen partijen voldeed aan het begrip ‘arbeidsverhouding’. Of daarvan sprake is, is afhankelijk van de vraag of een persoon, gedurende een bepaalde tijd voor een ander en onder diens leiding prestaties levert en in ruil daarvoor een vergoeding ontvangt. Zwaartepunt ligt bij ‘onder leiding van’ De voormalig gedetacheerde werknemer zal al snel voldoen aan het criterium dat een prestatie wordt geleverd, dat dit gedurende een bepaalde tijd plaatsvindt en dat hij een en ander – tegen een vergoeding – voor een ander doet. Het zwaartepunt ligt daarom op de beoordeling of de werkzaamheden ‘onder leiding van’ de opdrachtgever worden verricht en dus niet bij het bestaan van een overeenkomst van opdracht. Aan het criterium ‘onder leiding van’ wordt voldaan als de voormalig gedetacheerde werknemer de prestaties zelf moet uitvoeren en hij zich daarbij niet door een ander mag laten vervangen. Ook wordt meegewogen of de voormalig gedetacheerde werknemer dat moet doen op instructies van de opdrachtgever. Sprekend voorbeeld In de zaak waarover men zich boog, ging het om een GGZ-ondersteuner die voor een huisartsenpraktijk ging werken. De huisarts bepaalde in deze situatie de taken en de voormalige gedetacheerde werknemer (de GGZ-ondersteuner) ondersteunde de huisarts en was op medisch terrein niet eindverantwoordelijk. Hierbij is niet doorslaggevend: hoe de rechtsbetrekking naar nationaal recht wordt gekwalificeerd; wat de aard is van de rechtsbetrekking; wat de vorm is van de rechtsbetrekking. In deze zaak kwam daarom vast te staan dat de rechtsverhouding tussen de voormalige gedetacheerde werknemer en de huisartsenpraktijk waar hij rechtstreeks – als zzp’er – voor was gaan werken, moet worden aangemerkt als ‘arbeidsverhouding’ naar EU-recht. Vanwege artikel 9a Waadi kon de uitzendwerkgever het de voormalige gedetacheerde werknemer dus niet verbieden rechtstreeks te werken voor de inlener. Wat mag u wel? Drie tips U ziet, tegen het belemmeringsverbod an sich kunt u niet veel beginnen. Wat kunt u nu wel doen om te voorkomen dat uw werknemer naar een concurrent gaat, of dat u veel geld steekt in werving selectie of bijvoorbeeld in de opleiding van uw werknemer? Drie tips die u hierbij kunnen helpen. U mag een concurrentiebeding overeenkomen dat erop ziet dat de werknemer niet in dienst mag treden bij uw concurrent. Ook mag met de inlener worden overeengekomen dat de inlener aan de werkgever een vergoeding voor werving, selectie en de terbeschikkingstelling, verschuldigd is op het moment dat de inlener de gedetacheerde werknemer in dienst neemt. Ook kan met een gedetacheerde werknemer een studiekostenbeding worden gesloten zodat eventuele opleidingskosten worden vergoed. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags belemmeringsverbod, detachering, Waadi | 1 Reactie
CBS: werknemers hebben aanzienlijk vaker burn-out klachten dan zelfstandigen Geplaatst 13 november 2018 door ZiPredactie Werknemers met een vaste contact hebben aanzienlijk vaker werkgerelateerde burn-out klachten dan zelfstandigen. Van alle werknemers met een vast contract ervaart 17 procent psychische vermoeidheid. Bij zelfstandigen zonder personeel ligt dat op 8 procent, bij zelfstandigen met personeel op 11 procent. Dit meldt het CBS op basis van recente cijfers uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) en Zelfstandigen Enquête Arbeid (ZEA) van het CBS en TNO. Tussen werknemers met een flexibele arbeidsrelatie bestaan grote verschillen in psychische vermoeidheid. Uitzendkrachten zijn ruim twee keer zo vaak vermoeid door hun werk (20 procent) dan oproep- of invalkrachten (9 procent). Leeg voelen na werkdag De meest voorkomende klacht is dat men zich leeg voelt aan het einde van een werkdag: 30 procent van de werknemers, en 20 procent van de zelfstandig ondernemers voelt zich enkele keren per maand of vaker zo. Daarnaast voelt bijna 20 procent van de werknemers en 12 procent van de ondernemers zich ’s ochtends moe wanneer ze met het werk worden geconfronteerd. Ook andere aan het werk gerelateerde vermoeidheidsklachten worden vaker door werknemers dan zelfstandig ondernemers gerapporteerd. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags burn out, CBS | 2s Reacties