Maandelijkse archieven: oktober 2018

Belastingvoordeel expats ingekort: ‘Heel slecht voor de Nederlandse concurrentiepositie op de arbeidsmarkt’

Op dit moment hoeven expats die minimaal 37.000 euro per jaar verdienen de eerste acht jaar minder inkomstenbelasting te betalen. Het kabinet gaat die regel beperken tot vijf jaar. Nu.nl meldt dat er dankzij het geld van de dividendbelasting een overgangsregeling komt van twee jaar. Maar de maatregel gaat – ondanks aandringen van experts – niet van tafel.

“Dit is slecht voor onze concurrentiepositie op de arbeidsmarkt in Europa”, zegt Rick Schevers. Hij heeft als managing director bij Europees payroll- en contractingbedrijf TPC Group veel te maken met expats. “De groep die dit raakt, zijn geen concurrenten voor Nederlandse arbeidskrachten. Integendeel, het zijn gewilde specialisten voor bedrijven.”

De groep expats op wie deze regel van toepassing is, heeft de banen voor het uitkiezen. Nederlandse ondernemers doen er alles aan om de experts te overtuigen bij hen te komen werken. Bijvoorbeeld met goede arbeidsvoorwaarden of extra’s zoals een woning.

Hoe zit het met die regel?

Het belastingvoordeel was een extra reden voor expats om te kiezen voor Nederland. Het gaat om de zogenaamde ’30-procentregeling’: de eerste acht jaar van het verblijf hoeft over 30 procent van het loon geen inkomstenbelasting betaald te worden. De regel geldt alleen voor expats die minimaal 37.000 euro per jaar verdienen en in het buitenland zijn gerekruteerd. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) waren dat er in 2015 zo’n 57.000.

Besparing voor de schatkist

Per 2021 wordt de maatregel ingekort van acht naar vijf jaar. Er geldt nu dus wel een overgangsperiode van twee jaar voor expats die nu al in Nederland werken. Deze verandering moet de staat gemiddeld 350 miljoen euro per jaar besparen.

Schevers denkt dat die besparing overdreven is. “Als minder expats voor Nederland kiezen, komt er ook minder geld binnen”, zegt hij. Bovendien zijn de meeste expats waar TCP mee werkt binnen vijf jaar toch alweer vertrokken.

De wijziging heeft volgens hem alleen maar negatieve gevolgen voor het bedrijfsleven. “Als ondernemer kan ik hier niet goed bij,” zegt hij. “De overheid wijzigt gaandeweg de spelregels en dat zorgt voor onredelijk veel onzekerheid. Wie zegt dat ze de regel niet nog verder terugschroeven? Dit schaadt vertrouwen, zowel van bedrijven als expats.”

Geplaatst in Professioneel inhuren, ZP en Ondernemen | Tags , , , | Laat een reactie achter

Flexkrachten stromen minder vaak door naar een vaste baan (behalve in het onderwijs)

Werknemers met een flexibel arbeidscontract blijven langer deel uitmaken van de flexschil. Ze stromen minder snel door naar een vast contract.  In 2010 had 48 procent van alle medewerkers met een flexcontract na een jaar nog steeds een flexcontract. In 2015 was dat percentage gestegen tot 52 procent. Het aandeel flexwerkers dat na dat jaar een vast contract had nam af van 14 procent naar 11 procent. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vrijdag. Recentere cijfers over de doorstroom naar vaste banen geeft het CBS niet. Wel is duidelijk dat het aantal banen met een vast contract sinds vorig jaar flink stijgt terwijl het aantal flexibele contracten stabiel is.

“De trend van een afnemend aandeel werknemers met een vast contract is al een aantal jaren aan de gang”, zegt Maarten Bloem van het CBS. “De flexibilisering is zeker niet begonnen in de afgelopen recessie, al kan een recessie natuurlijk wel bijdragen aan onzekerheid en zo leiden tot een toename van het aandeel flexwerkers.”

Van iedereen die na een jaar geen flexibel contract meer had ging zo’n 4 procent als zelfstandige aan de slag. Daarnaast had 16 procent direct na uitstroom uit de flexibele schil een uitkering, 13 procent had werk noch uitkering.

Flex is geen zzp

Het CBS volgde 748 duizend werknemers die tussen 2007 en 2016 in de flexibele schil zijn ingestroomd. De onderzoekers gebruiken de term ‘flexibele baan’ (afgekort: flex) voor tijdelijke banen. Het gaat dus om uitzendkrachten, oproepkrachten, stagiaires of banen van maximaal twee maanden. Met flex bedoelen ze dus geen zzp’ers.

Of flexwerkers doorstroomden naar een vaste baan, hangt samen met hun leeftijd en de bedrijfstak waarin ze werken. Werknemers van 45 tot 55 jaar stromen het vaakst door naar een vaste baan (14 procent), 15 tot 25-jarigen relatief het minst (7 procent). Niet zo raar, want bij de jongste groep gaat het vaak om vakantiewerk of bijbaantjes.

Onderwijs

De doorstroom naar een vaste baan kwam naar verhouding het vaakst voor bij instromers in het onderwijs. Van de ruim 45 duizend oproep- en uitzendkrachten in het onderwijs had 34 procent binnen een jaar een vaste baan. Deze doorstroom is aanzienlijk hoger dan bij instromers in andere bedrijfstakken.

Het onderwijs was ook de enige bedrijfstak waar de doorstroom naar een vaste baan hoger was dan vijf jaar eerder. In 2016 had 72 procent van de werknemers in het onderwijs een vaste baan, tegen gemiddeld 63 procent van alle werknemers. “Mogelijk is het een uiting van krapte in deze sector,” zegt Maarten Bloem van het CBS. “Maar we hebben geen harde verklaring.”

In de landbouw, bosbouw en visserij ziet het CBS de minste doorstroom van flex naar vast. Ook in de horeca en verhuurbranche krijgen uitzend- en oproepkrachten niet vaak een vaste baan.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Laat een reactie achter

Belgische inhuurlandschap is zich aan het warm lopen

Verschillen flexmarkt Nederland & België

Waar de Belgische en Nederlandse dienstverlening binnen de flexmarkt inhoudelijk niet zozeer van elkaar verschillen, is de benadering van de markt en de positionering van de diensten wel degelijk anders. Zo is een ‘broker’ als losstaande dienstverlening vrijwel onbekend in België en wordt dan ook eerder verweven met de msp-dienstverlening. “De Nederlandse markt is op vele vlakken volwassener. Dit is vooral te zien aan de rol van HR, supply chain of aankoop. Maar ook in het aantal beschikbare marktplaatsen; in Nederland zijn er wel honderden, terwijl er in België maar één marktplaats is voor iedereen”, aldus de Buck. Hij erkent dan ook dat Nederland voorloopt op basis van volume, maar voegt daar aan toe dat België wel verder is op het gebied van ontwikkeling. “De Belgische marktplaats is voor iedereen toegankelijk, zowel freelancers (zoals Zelfstandig Professionals in België worden genoemd) als toeleveranciers. Zodat er naar 100% transparantie en objectiviteit gestreefd kan worden.”

“In de flexibele arbeidsmarkt lopen wij iets achter op Nederland, dit neemt niet weg dat wij op sommige vlakken zeker ook voorop lopen.”
Peter de Buck, Connecting Expertise

VMS biedt nieuwe kansen

België is een land dat houdt van stabiliteit, dat is onder meer terug te zien in de arbeidsmarkt en in organisaties. Deze mindset voor externe inhuur is volgens Dyck verouderd en moet daarom veranderen. Ook de Buck kan zich hierin vinden en ziet de oplossing in de vorm van software. “Kijk naar een VMS, deze legt een laag op het inhuurproces van een organisatie. Een tool om te kunnen communiceren tussen de inhurende partij en de externe wereld”, benadrukt de Buck.

“Een VMS maakt de relatie tussen een inhurende partij en haar leverancierscommunity meetbaar, transparant en objectief. Daarnaast wordt het proces gestroomlijnd en effectiever.”
Peter de Buck, Connecting Expertise

Daarbij biedt het gebruik van een VMS nieuwe kansen voor Zelfstandig Professionals. De Buck: “Voor de inhuur van externe professionals beperken grote opdrachtgevers zich vaak tot een paar tussenpartijen. Dat komt door bepaalde wet- en regelgeving en het willen afdekken van juridische risico’s. Om de opdrachten van deze opdrachtgevers toch beschikbaar te maken voor ZP’ers, biedt Connecting Expertise een oplossing. Wij combineren ons VMS met een marktplaats, waar zelfstandigen – als zij zich registreren, direct in aanraking komen met opdrachten. Het administratieve proces neemt de broker vervolgens op zich.”

HR staat op een kantelvlak

Zoals eerder vermeld loopt het inhuursysteem en de rol van onder andere HR bij organisaties soms achter. Daar moet verandering in komen, want vergelijkbaar met Nederland is ‘schaarste in de arbeidsmarkt’ ook in België een hot-topic. “Er is duidelijk een schaarste aanwezig, maar we moeten niet vergeten dat er ook overschotten zijn op bepaalde profielen. Dat betekent dat er enerzijds mensen worden gezocht en anderzijds dat er mensen geheroriënteerd moeten worden”, stelt de Buck. “HR staat in mijn ogen op een kantelvlak. Zij zijn steeds meer een multi-channel die verschillende digitale oplossingen combineren. Je ziet ook dat er steeds minder in hokjes wordt gedacht, maar gekeken wordt naar Total Talent Management (TTM).”

“Er zijn weinig oplossingen die over het volledige spectrum van HR oplossingen biedt. Daar zit zeker een uitdaging.”
Peter de Buck, Connecting Expertise

Veranderingen op de Belgische markt

De verschuiving in het Belgische inhuurlandschap is stilletjes aan merkbaar aan het worden. De verwachting is dat dit in de nabije toekomst steeds meer een plek gaat innemen binnen HR. “Wat wij als belangrijkste evolutie zien op de Belgische markt is dat mensen op een andere manier naar inhuur kijken en die TTM-invalshoek speelt daarin mee. Het een aantal dienstverleners zullen moeten ontwikkelen, omdat een msp-dienstverlener die zich puur op het proces richt niet werkt. Kijk je naar TTM? Dan moet je ook kijken naar de vaste inhuurprocessen en hoe jij daar mee omgaat. Juist daar kan een broker meerwaarde bieden”, aldus de Buck. Hij vervolgt: “Ik ga altijd uit van het probleem die je als organisatie wil oplossen. Niet elke opdrachtgever is gebaat bij een VMS, msp of broker. Kijk daarom naar de inhuurstrategie en –problematiek van de klant om vanuit daar tot een oplossing te komen.”

Beluister hier de volledige radio-uitzending met Peter de Buck.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Laat een reactie achter

Debat over Arbeidsmarkt van Morgen stagneert: “We hebben luizen in de pels nodig”

Dat de discussie over de toekomst van werk en de positie van zelfstandigen op de arbeidsmarkt nog steeds moeizaam verloopt bleek opnieuw tijdens de lustrumbijeenkomst van de reeks “Arbeidsmarkt van Morgen” van de NBBU. Nyenrode-hoogleraar Leo Witvliet was aanwezig en zegt: “De mensen die nu de macht hebben zitten vast in hun eigen framework van hoe het moet. Ze komen niet los uit de gedachten die ze in het verleden hebben opgebouwd en zijn niet bereid om uit dat framework te komen.

In het debat werd gevraagd of we niet meer jonge mensen bij de discussies moeten betrekken en de reacties van het gevestigde circuit op die vraag vond ik teleurstellend. ‘Ja, maar het is zo ingewikkeld’, zeggen ze dan. Ja, natuurlijk is het ingewikkeld! De eenvoudige analyse die tot een instructie leidt bestaat niet meer. We moeten constateren dat de situatie ingewikkeld is, dus moeten we het ingewikkeld aanpakken.”

Nieuwe groepen worden ingekapseld in de traditionele machtsstructuur

Luizen in de pels

Om de impasse te doorbreken zijn luizen in de pels nodig, vindt Witvliet, en de  jongere generaties zijn daarbij hard nodig: “Ik zag laatst een foto van de vijf mensen die verantwoordelijk zijn voor de pensioendiscussie. Dan zie je vijf mensen uit de oudere generatie, die allemaal vanuit dezelfde tradities denken. De jongere generatie zie je niet. Die jongeren dreigen teleurgesteld te raken omdat ze het idee hebben dat er toch niet naar ze geluisterd wordt. De gevestigde organisaties zeggen ‘We hebben ook een jongerengroep’, maar die groepen worden ingekapseld in de traditionele machtsstructuur. Kijk naar de wijze waarop FNV Zelfstandigen is opgegaan in de FNV.”



Omdat de toegang tot het debat hen zo moeilijk wordt gemaakt, zou het goed kunnen dat de groepen die op zoek zijn naar nieuwe oplossingen die gaan zoeken buiten de gevestigde orde, voorspelt Leo Witvliet: “Misschien komt het vraagstuk van de burgerlijke ongehoorzaamheid weer terug. In 1972 schreef professor Schuyt zijn proefschrift over burgerlijke ongehoorzaamheid en dat is een paar maanden geleden opnieuw uitgegeven. Wat betekent het dat zijn proefschrift nu opeens weer op de agenda komt? Ik denk dat het een indicatie is dat mensen moe zijn van steeds maar beïnvloeden en geen effect zien.

Wegen buitenom

Mogelijk ontstaat een situatie waarin Den Haag regelingen treft vanuit die eenheidsideologie, maar waarin bepaalde groepen in de praktijk niet meer gaan doen wat in Den Haag is bedacht. In plaats van de discussie met de traditionele machthebbers te voeren gaan ze op zoek naar wegen buitenom. Denk aan zelfstandigen die een eigen pensioenstelsel of een eigen AOV gaan ontwikkelen en support vinden bij anderen. Zij onttrekken zich zo aan de regeltjes die vanuit het klassieke stelsel worden opgelegd. En als mensen zelf aan de slag gaan, zal de markt op een gegeven moment volgen.”

Minimale collectiviteit

In veel segmenten van de samenleving stelt de snelheid van de technologische ontwikkelingen politiek en gevestigde instituties voor een probleem. Dat geldt zeker ook voor de discussies over de toekomst van werk, zegt Leo Witvliet: “De maakbaarheid van de samenleving op basis waarvan de politiek zichzelf legitimeert komt ter discussie. Die snelle ontwikkelingen vergroten de noodzaak tot een heel nieuwe manier van denken.

De politiek moet leren om ruimte te maken voor variatie, voor het experiment

Het denken in grote systemen zoals we zien bij de pensioendiscussie werkt niet meer. In plaats daarvan moeten we accepteren dat er een diversiteit aan vormen komt die gebaseerd is op een ondergrond die uniform is. We hebben een minimaal collectief stelsel nodig rondom zaken als gezondheidszorg, maar daarboven komt een vrije wereld waarin mensen hun dingen zelf regelen, in plaats van dat alles van bovenaf dichtgemaakt wordt. We mogen de politiek wel gunnen dat ze dat minimale stelsel vormgeven en dat ze aangeven hoe ze willen dat die minimale collectiviteit eruitziet, maar dat is dus niet meer de cao van nu, want daarin is alles geregeld.

We moeten leren dat we niet meer met eenheidsoplossingen komen die gebaseerd zijn op consensus, maar dat we meerdere oplossingen de ruimte moeten geven. De politiek moet leren om ruimte te maken voor variatie, voor het experiment en voor kleine oplossingen om dingen uit te proberen.”

De toekomst van de arbeidsmarkt

De snelle ontwikkelingen hebben ook een grote invloed op de relatie tussen werkgever en werknemer. Hoe ziet Leo Witvliet de toekomst van de arbeidsmarkt? “De allerbelangrijkste factor wordt het opleiden van mensen gedurende hun hele leven”, zegt hij: “Bedrijven zullen heel nadrukkelijk bezig moeten zijn met de vraag welke mensen ze nodig hebben en hoe ze die mensen zelf kunnen opleiden. Het huidige onderwijs gaat nog steeds uit van het opleiden tot het moment dat iemand op de arbeidsmarkt komt, maar er is geen systeem dat werkende mensen verder opleidt. En levenslang leren wordt het uitgangspunt. Interne bedrijfsopleidingen zullen daarom enorm aan kwaliteit toenemen, want bedrijven wachten niet meer op de overheid. Dat gaat te traag.”

(foto: Robert Tjalondo) 

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , | 2s Reacties

Hollands Glorie bij total talent management

Een tweedaagse internationale conferentie over Total Talent Acquisition is vrij uniek in de wereld. Het onderwerp – vrij vertaald: het bij elkaar brengen van vast en flex, van recruitment en inhuur – mag dan in sommige kringen hot zijn, in de praktijk zijn er toch maar weinig voorbeelden waar het echt grootschalig in de praktijk wordt gebracht.

Van de gepresenteerde casussen kwam het gros dan ook uit de UK. En er waren een paar voorbeelden uit Nederland. Tata Steel en Philips lieten zien dat ook een aantal Nederlandse bedrijven vooroplopen in deze trend. Hollands Glorie dus, in de visie op Total Talent Acquisition (TTA).

Tata: praten, heel veel praten

Het verhaal van Tata Steel springt er misschien niet uit vanwege een oorspronkelijke aanpak of een heel afwijkende aanleiding om ‘inhuur’ op de agenda te zetten. De waarde van het verhaal van ‘Sourcing Manager Labor Procurement’ Yvette Spijkerman was dat ze duidelijk maakte dat de verschillende fases in het ‘inhuurvolwassenheidsmodel’ doorlopen nu eenmaal tijd en volharding kost. Zeven jaar geleden was er niets. Met name juridische risico’s zorgden daarna ervoor dat zaken in gang gezet werden. Nu is Tata in de fase van ‘centralisatie’ en heeft het inhuur ‘onder controle’  (“We control the risks”). De ambitie is om door te groeien naar de vierde fase: ‘Strategic Hiring’ (“We manage and determine”).

Terugkijkend noemt Spijkerman een aantal succesfactoren. Zoals: de excellente samenwerking tussen HR en inkoop, de stapsgewijze aanpak, met duidelijke tussentijdse doelen, een dashboard en veel, heel veel praten met de business en de leveranciers. In- en extern accountmanagement dus.

Philips: wereldwijd totale behoefte aan mensen in kaart

Bij Philips zijn ze een paar stappen verder. Het huis op orde krijgen is vooral een taak geweest van inkoop. Nu wordt verder doorgebouwd naar een ‘Total Talent Workforce’-strategie (wat overigens nog wel net wat anders is dan Total Talent Acquisition). Dit wordt gedaan door een team dat volledig onder HR valt. “HR is nu in de lead, maar wel met een sterk partnership met inkoop. Niet alles opnieuw doen, maar voortbouwen op wat zij bereikt hebben”, zo legde Martin Thomas, Head of Total Workforce Management van  Philips, het uit.

Creating a total workforce strategy, considering all sources of skill, capabilities and locations” is de niet geringe ambitie van Thomas en zijn team. En dat met een organisatie verspreid over 100 landen, met 74.000 werknemers, jaarlijks 25.000 aanvragen voor vaste medewerkers en externe inhuur en 5.000 ingehuurde externe professionals.  Met name dat laatste getal kende Philips trouwens zelf ook niet, voordat dit programma startte.

Managers will go from managing people to leading work.

Een cruciale stap die Philips maakt is niet meer denken in ‘headcount’, maar in ‘total cost’. Loslaten van het standaard denken in poppetjes en het zoeken naar de onmogelijke vraag wat de juiste ‘vast/flex’-ratio is. Uiteindelijk gaat het om de vraag ‘wat moet er gedaan worden?’ En: ‘hoe weten we dat te organiseren?’ Daarbij gaat het dus niet om de aantallen mensen, maar moeten juist de kosten een factor zijn om een keuze te maken uit de manieren waarop werk te organiseren is. Philips probeert wereldwijd in kaart te brengen wat nu de behoefte aan personeel, in welke contractvorm dan ook, en wil dat omzetten in een “workforce model for strategic planning”.

Daarbij is het denken over waar ‘talent’ te vinden is flink opgerekt. Communities, de crowds, gig-workers, platformen, statement of work, outsourcing. Het zit ondertussen allemaal in het keuzepalet. Het gesprek met de hiring manager gaat nu over hoe hij of zij het werk gedaan krijgt. Die manager krijgt in Philips’ visie dan ook een andere rol. “Managers will go from managing people to leading work.”

Interessant tot slot is hoe Philips praat over de zelfstandigen. Uit evaluaties komt naar voren hoe belangrijk die freelancers het rechtstreekse contact met opdrachtgever vinden, zeker ook in de ‘wervingsfase’. En nadrukkelijk wordt het werk- en opdrachtgeversmerk van Philips gebruikt om aan de beste freelancers te komen. De “employee value proposition”, die Philips voor werknemers gebruikt, wordt ook omgezet naar een “assignment value proposition”.

Hollands Glorie onder druk?

Mooie verhalen, nog mooiere ambities. Nederlandse bedrijven blazen dus hun toontje mee en blijken voorlopers in het goed en verantwoord organiseren van flexibiliteit. Een voorsprong die we mogen koesteren, ook gezien onze internationale concurrentiepositie.

Boodschap  voor de politiek is helder : schiet op met die criteria, en wees klip-en-klaar wat wel en wat niet kan.

In de wandelgangen kwam het in dat kader ook met regelmaat op de pogingen van het huidige kabinet om naar een nieuwe balans te zoeken in de discussie ‘vast en flex’, de nieuwe kaders rond een term als ‘gezag’ en met name ook de andere Wet DBA. Daar is onder de aanwezigen best begrip voor, al blijkt het in de internationale arbeidsmarkt deels ook een achterhoedegevecht.

Uiteindelijk is de boodschap van de conferentie voor de politiek ook helder en scherp: schiet op met die criteria, en wees klip-en-klaar wat wel en wat niet kan. Dat weten wij waar we aan toe zijn en kunnen we verder met zorgen dat we in Nederland qua innovatie op het terrein van total talent acquisition blijven vooroplopen.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , , | Laat een reactie achter

Veranderen richting de arbeidsmarkt van morgen. Lastig, lastig, lastig.

 


Een debat over de positie van zelfstandigen op de arbeidsmarkt is zowel een broodnodige als een moeizame exercitie, zo bleek tijdens de lustrumbijeenkomst van de reeks “Arbeidsmarkt van Morgen” van de NBBU. Het debat tussen de driehoek politiek-belangenbehartigers-wetenschap stokt. De discussies binnen elke van die drie ‘hoeken’ zijn in toenemende mate gericht tegen elkaar in plaats van met elkaar.  Te vaak blijft het debat vastzitten in traditionele denkpatroon wat onvoldoende recht doet aan de realiteit van vandaag. Het gevolg: een fundamenteel debat over de toekomst van de zelfstandigen komt maar niet op gang en werkelijke stappen vooruit zijn maar heel moeilijk waar te nemen.

Waarom is veranderen zo moeilijk?

Een ding toont bovenstaande wel aan: Het was een even moedig als relevant besluit van de NBBU om deze keer te kiezen voor het onderwerp ‘”Waarom is veranderen zo moeilijk?” Marco Bastian, directeur van de NBBU, zei over dit thema: “De arbeidsmarkt zit stevig geworteld in het verleden. Veel juridische vormen en structuren zijn ingehaald door de tijd. Om dit te veranderen is meer nodig dan oplossingen bedenken. De boel moet in beweging komen. Mensen, instanties en uiteindelijk de arbeidsmarkt in zijn geheel.”

Politiek, wetenschap en instituties worstelen met de vraag hoe de kloof tussen ‘vast’ en ‘flex’ te overbruggen

Marco Bastian – NBBU (foto: NBBU – Robert Tjalondo)

 

“Maar veranderingen komen doorgaans maar moeizaam tot stand” zo vervolgt Basian. “En het gekke is, vaak zien we dat dingen beter of handiger kunnen, maar doen we het uiteindelijk niet. Hoe komt dat? Veranderen is moeilijk. Ondanks al haar tekortkomingen zijn we bekend met de huidige situatie, de situatie waarin we nu zitten. Een nieuwe weg inslaan is kiezen voor het onbekende. Maar onbekend maakt onbemind. Dat is voor organisaties en instituties niet anders dan voor individuen. Kennis en nieuwe inzichten zorgen dat het onbekende steeds iets bekender en vertrouwder wordt. Daarom vinden wij dit soort bijeenkomsten zo belangrijk.”

Lastig, lastig, lastig

Alexander Rinnooy Kan, politicus, hoogleraar en voormalig voorman van de polder en dus insider in elke kant van die driehoek politiek, wetenschap en belangenbehartigers, was een uitgelezen inleider bij de NBBU bijeenkomst om het te hebben over hoe het komt dat de vooruitgang in het debat stokt. Al valt dat volgens hem ook allemaal mee: “Iedereen kijkt met bewondering naar ons poldermodel, behalve Nederlanders zelf. We staan internationaal zeer sterk, in de top 10 van zowel de concurrentie index als solidariteit index. Maar we zijn ook nog steeds het land met de grootste kloof tussen ‘vast’ en ‘flex’, daar moet nog veel aan gebeuren”.

Victor Broers en Alexander Rinnooy Kan (foto: NBBU – Robert Tjalondo)

Met de vraag hoe die kloof te overbruggen lijken politiek, wetenschap en instituties enorm te worstelen.  De politiek is versnipperd en dat geldt in toenemende mate ook voor belangenpartijen. De legitimiteit van de FNV en nu ook het VNO staan onder druk. Zelfstandigen voelen zich niet vertegenwoordigd of op zijn minst niet gehoord. Is de SER nog wel een goede afspiegeling van het krachtenveld binnen het sociaaleconomische speelveld?

Onder druk gezet door de vragen uit de zaal kwam Rinnooy Kan niet heel veel verder dan ‘lastig, lastig, lastig’. De SER verbreden? Lastig, waarbij hij verwijst naar Frankrijk waar de SER uit honderden vertegenwoordigers bestaat. Zelfstandigen meer betrekken bij het debat?  Lastig, als ze zo weinig en versnipperd georganiseerd zijn. Een vrij radicaal voorstel als een minimumtarief? Lastig, in Europese context. En lastig is het.

Al jaren geen debat over positie van de zelfstandigen

Het ontbreekt al jaren aan een bredere visie en het ontbreekt vooral aan het politieke debat over de plek van de zelfstandigen binnen de arbeidsmarkt, binnen het sociaal stelsel, over hoe we in zijn algemeen ‘werk’ willen organiseren en ‘werkenden’ willen faciliteren.

Een incident als Deliveroo levert een hoorzitting in de Kamer op, maar het IBO/ZZP rapport in nooit op de agenda gezet.

Het is een constatering die op de Haagse vierkante kilometer vaker wordt gedaan. De politieke aandacht gaat naar incidenten, het debat structureren en een stevige blik op de toekomst blijven uit. Een paar mopperende maaltijdbezorgers die van Deliveroo zzp’er moesten worden levert een hoorzitting op. Er volgen Kamervragen en debatten. Maar een bespreking van het grote IBO/ZZP rapport van al weer een paar jaar geleden, waarin op zijn minst een poging gedaan is om alle zzp-dossiers met de opties en dilemma‘s eens in kaart te brengen, heeft de Tweede Kamer nooit op de agenda gezet.

De wetenschap doet met regelmaat een duit in het zakje in de discussie over de toekomst van de arbeidsmarkt en met name over de positie van de zelfstandige daarin. Vaak in de vorm van proefballonnetjes in opiniestukken in bijvoorbeeld het FD. Waarbij het me in toenemende mate opvalt hoe ideologisch gemotiveerd die opinie’s zijn. Wellicht niet raar als je weet dat een deel van die hoogleraren op leerstoelen zitten die betaald worden door partijen uit de polder.

ZZP belangen en identiteitspolitiek

Ook onder de belangenbehartigers lijkt er soms beperkt aandrang om open het debat in te gaan. Veel van de door hen aangedragen ideeën en luchtballonnetjes zijn of weinig origineel, of te weinig integraal, of ze zijn politiek onhaalbaar. En dat weten de pleitbezorgers natuurlijk ook. Maar zolang je doormoddert, hou je een positie aan tafel. Bij sommige standpunten krijg je toch het idee dat het gelukt is om tegelijkertijd de hakken en de kop in het zand te steken. Dat is op zich best knap, maar vooruitkomen doe je er niet mee.

Voorheen was in de inzet om te laten zien ‘wij zijn er ook!” Nu lijkt de inzet: ‘wij zijn anders!’

Veel ideeën komen voort uit een ‘klassiek-liberale’ of een ‘sociaal-conservatieve’ traditie. Het klassiek-liberale beeld van: “Laat mensen zelf kiezen voor het ondernemerschap, laat ons verder met rust en kom niet aan onze verworvenheden als het niet mee doen aan het sociaal stelsel en onze fiscale voordelen”  miskent de schaduwzijde van een volledige geliberaliseerde zzp-markt en de mogelijke gevolgen die dat heeft voor ons sociaal stelsel en financiën. Het sociaal-conservatieve beeld van een “loondienstverband is het beste wat je een werkende kan gunnen” miskent de wereldwijde trend naar meer individualisering, de wens om afstand te nemen van klassieke instituties waartoe veel bedrijven verworden zijn en het feit dat 9 op de 10 zzp’ers niets anders willen dan zzp’er blijven.

Met het vasthouden aan deze standpunten en het vooral verdedigen van eigenbelangen vermijden ook de aanhangers van deze twee stromingen het meer fundamentele debat over de toekomst van de zelfstandigen.

En ook de behartigers van de belangen van zzp’ers lopen het risico in de valkuil te lopen van de ‘identiteitspolitiek’. Voorheen ging het erom erkend te worden als onderdeel van het ‘geheel’: ‘Wij zijn er ook!’ Nu lijkt het er soms juist meer op dat het er om gaat gezien te worden als ‘uitzondering’ en juist geen onderdeel te willen zijn van het geheel: ‘Wij zijn anders!’ Ook dat helpt niet bij een bredere discussie over de arbeidsmarkt van morgen.

Het tijdperk van de ‘constructieve oppositie’ lijkt zowel in de politiek als in de polder voorbij. Zo modderen we voort …

Noodzaak voor tempo

Econoom Victor Broers, een andere vaste spreker op de NBBU bijeenkomsten, gaf nog een nieuwe aanleiding om uit de huidige patstelling te komen: Het gesprek over de toekomst van de arbeidsmarkt wordt in toenemende mate ook een Europees onderwerp. “Het poldermodel is niet dood, maar in de toekomst moet de polder wel Europeser denken.” Volgens Broers wordt het debat over de arbeidsmarkt van morgen in toenemende mate een debat tussen de lidstaten. “Wat wordt onze Nederlandse inzet in discussies op dat Europees niveau?, dat moet wat Broers betreft centraal staan. ” Of te wel: wat moeten we – met elkaar – doen om onze internationale toppositie, waar Rinnooy Kan terecht op wees, te behouden? Te lang doormodderen en we raken die positie kwijt.

Al deze invalshoeken maken op z’n minst een ding duidelijk: Met het thema voor haar bijeenkomst ‘Waarom is veranderen zo moeilijk’, legt de NBBU de vinger op de zere plek.

Geplaatst in Toekomst van Werk, ZP en Politiek | Tags | 6s Reacties