Veranderen richting de arbeidsmarkt van morgen. Lastig, lastig, lastig.

Een fundamenteel debat over de toekomst van de zelfstandigen komt maar niet op gang en werkelijke stappen vooruit zijn maar heel moeilijk waar te nemen. Een opinieartikel van ZiPconomy hoofdredacteur Hugo-Jan Ruts.

 


Een debat over de positie van zelfstandigen op de arbeidsmarkt is zowel een broodnodige als een moeizame exercitie, zo bleek tijdens de lustrumbijeenkomst van de reeks “Arbeidsmarkt van Morgen” van de NBBU. Het debat tussen de driehoek politiek-belangenbehartigers-wetenschap stokt. De discussies binnen elke van die drie ‘hoeken’ zijn in toenemende mate gericht tegen elkaar in plaats van met elkaar.  Te vaak blijft het debat vastzitten in traditionele denkpatroon wat onvoldoende recht doet aan de realiteit van vandaag. Het gevolg: een fundamenteel debat over de toekomst van de zelfstandigen komt maar niet op gang en werkelijke stappen vooruit zijn maar heel moeilijk waar te nemen.

Waarom is veranderen zo moeilijk?

Een ding toont bovenstaande wel aan: Het was een even moedig als relevant besluit van de NBBU om deze keer te kiezen voor het onderwerp ‘”Waarom is veranderen zo moeilijk?” Marco Bastian, directeur van de NBBU, zei over dit thema: “De arbeidsmarkt zit stevig geworteld in het verleden. Veel juridische vormen en structuren zijn ingehaald door de tijd. Om dit te veranderen is meer nodig dan oplossingen bedenken. De boel moet in beweging komen. Mensen, instanties en uiteindelijk de arbeidsmarkt in zijn geheel.”

Politiek, wetenschap en instituties worstelen met de vraag hoe de kloof tussen ‘vast’ en ‘flex’ te overbruggen

Marco Bastian – NBBU (foto: NBBU – Robert Tjalondo)

 

“Maar veranderingen komen doorgaans maar moeizaam tot stand” zo vervolgt Basian. “En het gekke is, vaak zien we dat dingen beter of handiger kunnen, maar doen we het uiteindelijk niet. Hoe komt dat? Veranderen is moeilijk. Ondanks al haar tekortkomingen zijn we bekend met de huidige situatie, de situatie waarin we nu zitten. Een nieuwe weg inslaan is kiezen voor het onbekende. Maar onbekend maakt onbemind. Dat is voor organisaties en instituties niet anders dan voor individuen. Kennis en nieuwe inzichten zorgen dat het onbekende steeds iets bekender en vertrouwder wordt. Daarom vinden wij dit soort bijeenkomsten zo belangrijk.”

Lastig, lastig, lastig

Alexander Rinnooy Kan, politicus, hoogleraar en voormalig voorman van de polder en dus insider in elke kant van die driehoek politiek, wetenschap en belangenbehartigers, was een uitgelezen inleider bij de NBBU bijeenkomst om het te hebben over hoe het komt dat de vooruitgang in het debat stokt. Al valt dat volgens hem ook allemaal mee: “Iedereen kijkt met bewondering naar ons poldermodel, behalve Nederlanders zelf. We staan internationaal zeer sterk, in de top 10 van zowel de concurrentie index als solidariteit index. Maar we zijn ook nog steeds het land met de grootste kloof tussen ‘vast’ en ‘flex’, daar moet nog veel aan gebeuren”.

Victor Broers en Alexander Rinnooy Kan (foto: NBBU – Robert Tjalondo)

Met de vraag hoe die kloof te overbruggen lijken politiek, wetenschap en instituties enorm te worstelen.  De politiek is versnipperd en dat geldt in toenemende mate ook voor belangenpartijen. De legitimiteit van de FNV en nu ook het VNO staan onder druk. Zelfstandigen voelen zich niet vertegenwoordigd of op zijn minst niet gehoord. Is de SER nog wel een goede afspiegeling van het krachtenveld binnen het sociaaleconomische speelveld?

Onder druk gezet door de vragen uit de zaal kwam Rinnooy Kan niet heel veel verder dan ‘lastig, lastig, lastig’. De SER verbreden? Lastig, waarbij hij verwijst naar Frankrijk waar de SER uit honderden vertegenwoordigers bestaat. Zelfstandigen meer betrekken bij het debat?  Lastig, als ze zo weinig en versnipperd georganiseerd zijn. Een vrij radicaal voorstel als een minimumtarief? Lastig, in Europese context. En lastig is het.

Al jaren geen debat over positie van de zelfstandigen

Het ontbreekt al jaren aan een bredere visie en het ontbreekt vooral aan het politieke debat over de plek van de zelfstandigen binnen de arbeidsmarkt, binnen het sociaal stelsel, over hoe we in zijn algemeen ‘werk’ willen organiseren en ‘werkenden’ willen faciliteren.

Een incident als Deliveroo levert een hoorzitting in de Kamer op, maar het IBO/ZZP rapport in nooit op de agenda gezet.

Het is een constatering die op de Haagse vierkante kilometer vaker wordt gedaan. De politieke aandacht gaat naar incidenten, het debat structureren en een stevige blik op de toekomst blijven uit. Een paar mopperende maaltijdbezorgers die van Deliveroo zzp’er moesten worden levert een hoorzitting op. Er volgen Kamervragen en debatten. Maar een bespreking van het grote IBO/ZZP rapport van al weer een paar jaar geleden, waarin op zijn minst een poging gedaan is om alle zzp-dossiers met de opties en dilemma‘s eens in kaart te brengen, heeft de Tweede Kamer nooit op de agenda gezet.

De wetenschap doet met regelmaat een duit in het zakje in de discussie over de toekomst van de arbeidsmarkt en met name over de positie van de zelfstandige daarin. Vaak in de vorm van proefballonnetjes in opiniestukken in bijvoorbeeld het FD. Waarbij het me in toenemende mate opvalt hoe ideologisch gemotiveerd die opinie’s zijn. Wellicht niet raar als je weet dat een deel van die hoogleraren op leerstoelen zitten die betaald worden door partijen uit de polder.

ZZP belangen en identiteitspolitiek

Ook onder de belangenbehartigers lijkt er soms beperkt aandrang om open het debat in te gaan. Veel van de door hen aangedragen ideeën en luchtballonnetjes zijn of weinig origineel, of te weinig integraal, of ze zijn politiek onhaalbaar. En dat weten de pleitbezorgers natuurlijk ook. Maar zolang je doormoddert, hou je een positie aan tafel. Bij sommige standpunten krijg je toch het idee dat het gelukt is om tegelijkertijd de hakken en de kop in het zand te steken. Dat is op zich best knap, maar vooruitkomen doe je er niet mee.

Voorheen was in de inzet om te laten zien ‘wij zijn er ook!” Nu lijkt de inzet: ‘wij zijn anders!’

Veel ideeën komen voort uit een ‘klassiek-liberale’ of een ‘sociaal-conservatieve’ traditie. Het klassiek-liberale beeld van: “Laat mensen zelf kiezen voor het ondernemerschap, laat ons verder met rust en kom niet aan onze verworvenheden als het niet mee doen aan het sociaal stelsel en onze fiscale voordelen”  miskent de schaduwzijde van een volledige geliberaliseerde zzp-markt en de mogelijke gevolgen die dat heeft voor ons sociaal stelsel en financiën. Het sociaal-conservatieve beeld van een “loondienstverband is het beste wat je een werkende kan gunnen” miskent de wereldwijde trend naar meer individualisering, de wens om afstand te nemen van klassieke instituties waartoe veel bedrijven verworden zijn en het feit dat 9 op de 10 zzp’ers niets anders willen dan zzp’er blijven.

Met het vasthouden aan deze standpunten en het vooral verdedigen van eigenbelangen vermijden ook de aanhangers van deze twee stromingen het meer fundamentele debat over de toekomst van de zelfstandigen.

En ook de behartigers van de belangen van zzp’ers lopen het risico in de valkuil te lopen van de ‘identiteitspolitiek’. Voorheen ging het erom erkend te worden als onderdeel van het ‘geheel’: ‘Wij zijn er ook!’ Nu lijkt het er soms juist meer op dat het er om gaat gezien te worden als ‘uitzondering’ en juist geen onderdeel te willen zijn van het geheel: ‘Wij zijn anders!’ Ook dat helpt niet bij een bredere discussie over de arbeidsmarkt van morgen.

Het tijdperk van de ‘constructieve oppositie’ lijkt zowel in de politiek als in de polder voorbij. Zo modderen we voort …

Noodzaak voor tempo

Econoom Victor Broers, een andere vaste spreker op de NBBU bijeenkomsten, gaf nog een nieuwe aanleiding om uit de huidige patstelling te komen: Het gesprek over de toekomst van de arbeidsmarkt wordt in toenemende mate ook een Europees onderwerp. “Het poldermodel is niet dood, maar in de toekomst moet de polder wel Europeser denken.” Volgens Broers wordt het debat over de arbeidsmarkt van morgen in toenemende mate een debat tussen de lidstaten. “Wat wordt onze Nederlandse inzet in discussies op dat Europees niveau?, dat moet wat Broers betreft centraal staan. ” Of te wel: wat moeten we – met elkaar – doen om onze internationale toppositie, waar Rinnooy Kan terecht op wees, te behouden? Te lang doormodderen en we raken die positie kwijt.

Al deze invalshoeken maken op z’n minst een ding duidelijk: Met het thema voor haar bijeenkomst ‘Waarom is veranderen zo moeilijk’, legt de NBBU de vinger op de zere plek.

Hugo-Jan Ruts is 'editor-in-chief' en uitgever van ZiPconomy. Bekijk alle berichten van Hugo-Jan Ruts

6 reacties op dit bericht

  1. De FNV is vooral bezig met een vrij kansloze poging om haar eigen handel te beschermen Teneinde ononkeerbare maatschappelijke en technologische ontwikkelingen tegen te houden. Zie ook de recente kwestie rondom helplinq. Naar verwachting werkt in de komende 10 jaar minimaal 60% van de bevolking in een bepaalde hoedanigheid als freelancer, daar zijn talloze sociaal economische redenen voor, het gaat te ver om die hier allemaal te bespreken. Overall zou de politiek er echter verstandig aan doen om de daadwerkelijke motor van de economie te volgen: de ondernemers; zij maken op steeds grotere schaal gebruik van freelancers, al dan niet via platformen. Tenzij de arbeids wetgeving op een onvoorstelbare manier flexibiliseert t.g.v. Werkgevers is deze trend onomkeerbaar. Er geldt nu eenmaal altijd een veel krachtigere wet: wie betaalt die bepaalt!

    • @ronald, denk je je punt van ‘vasthouden aan standpunten’ niet alleen geldt voor de FNV.

  2. Hugo-Jan,

    Enorm bedankt voor deze publicatie, wat interessant en leerzaam!
    Van deze NBBU-dag en uit deze verhalen over wijlen Wim Kok begrijp ik dat we bij dit dossier iemand, zoals hij dat kon, nodig hebben. Iemand die wijs kan besturen en de bijzondere gave om mensen en diverse belangen met elkaar te kunnen verbinden, om hier een duurzame werkbare doorbraak te verkrijgen.
    Daar waar mogelijk zal ik mijn lichtje doen ontbranden.

  3. Dank voor dit artikel Hugo-Jan. Zeer inzichtelijk en ook tegelijk veelzeggend. Degenen die er over gaan zeggen dat het erg lastig is. En dat is het voor een gedeelte ook, maar voor een groot gedeelte, meen ik dat dat meevalt. Wat niet helpt is de scoringsdrift van partijen, die graag hun regeling of hun eigen belang stellen boven een oplossing voor het geheel.
    Met sommige partijen constateer ik dat de arbeidsmarkt sterk in beweging is. Maar ik wijs ook op de eerdere sterke wijzigingen die een vergelijkbare tendens (meer freelancers en los/vast verbanden) eind jaren zeventig, begin jaren tachtig vorige eeuw. Toen was er ook sprake van een zoektocht naar nieuwe vormen van samenwerken en de last die dat met zich mee bracht voor de overheidsinstanties die zich toen bezig hielden met regulering van de arbeidsmarkt. De aanvankelijke reflex van negeren, werd allengs ingehaald door pragmatische gezamenlijke acties vanuit branches, tesamen met de overheidsinstanties om te komen tot oplossingen. Dat zie ik helaas nu minder. enerzijds door de profileringsdrang die hiervoor is aangegeven, maar ook een gebrek aan coherent overheidsbeleid. Een visie ontbreekt. Wat mij betreft dient die visie in eerste instantie gevoed te worden door het inzicht dat er sprake is van een gezamenlijk belang en vervolgens een gezamenlijk streven om te komen tot een oplossing voor het gebrek aan goede afspraken (regulering).
    Kortom: polder zet hem op en kom met een gezamenlijke visie en tevens overheid kom op, laat zien dat je ook daadwerkelijk een oplossing wil. Tot slot en vooral leer van het verleden en pak de goede elementen op en recycle!

  4. Ik sluit me helemaal aan bij de heldere verwoording door Joop!
    Het werken aan een brede aanpak, die werkt, vraagt een aantal nieuwe vaardigheden voor communicatie, organisatie en samenwerken. Die aanpak vraagt inderdaad ook mensen die het gezamenlijk belang centraal weten te zetten en vanuit een visie zaken in de praktijk kunnen en gaan omzetten.
    Vanuit bestaande kennis en bewezen ervaring met Collectief Ontwikkelen is bekend hoe en dat je op die impact kunt bereiken met elkaar.

    Ik verlang naar de dag dat we ons deze kennis en ervaring gaan inzetten en de samenstelling van de diverse tafels (het geldt namelijk voor alle domeinen) zo organiseren dat we deze doorbraak in onze ontwikkeling kunnen gaan maken.
    Wat zal dat een opluchting geven voor iedereen 🙂