Maandelijkse archieven: oktober 2017

ROAM: wereldwijd werken, wonen en reizen in één hip concept

Het is een leventje waar velen van dromen en dat weinigen doen. Maar toch, een groeiend aantal mensen (vaak jong, maar wie weet straks ook juist ouderen) combineert het over de wereld reizen met werken. En dan geen druiven plukken in Australië of hamburgers bakken in New York , maar juist het zelfde type freelance werk dat ze ‘thuis’ ook doen. Het enige dat je daarvoor nodig hebt is immers vaak een goede wifi-verbinding en een rustige werkplek.

Roam speelt daarop in. Het bedrijf combineert die rustige werkplek en goede wifi met nette slaapkamers en, niet onbelangrijk, interessante plekken, verdeeld over (nu) drie continenten. Roam heeft werk/woon & leef locaties in Bali, Tokio, Londen en Miami. Binnenkort opent een locatie in San Francisco.

Voor tussen de 400 en 750 euro per week heb je een eigen (slaap/werk)kamer in een gebouw met een mediaruimte, een zaaltje voor bijeenkomsten en events en soms een zwembad. Met natuurlijk een ijzersterke wifi-verbinding. Kinderen en huisdieren zijn verboden.

Roam bouwt rond haar bezoekers natuurlijk ook een community. Door het strakke concept combineren ze in ieder geval een aantal succesfactoren van elke community: een zekere mate van diversiteit qua mensen, een gemeenschappelijk doel en een sterk (locatiegebonden) gastheer/vrouw-schap.

ROAM-locatie op Ubud (Bali)
Geplaatst in ZP en Ondernemen | 1 Reactie

Compensatie voor 20.000 vrouwelijke ondernemers met kind

Na een jarenlange juridische strijd van de FNV, Vrouw en Recht en het Proefprocessenfonds Clara Wichmann, heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) vandaag besloten dat vrouwelijke zelfstandigen die tussen 7 mei 2005 en 4 juni 2008 zijn bevallen, alsnog een beroep kunnen doen op een compensatie die circa 5.600 euro per persoon zal bedragen. Dit heeft Minister Asscher van SZW vandaag laten weten aan de Eerste en Tweede Kamer. Het UWV zal de regeling gaan uitvoeren.

Irene van Hest van FNV Zelfstandigen: ‘Deze uitkomst laat het belang zien van onze vakbeweging. Alleen met de steun van onze leden kunnen wij dit werk doen. Ik ben opgelucht dat er nu een definitieve regeling komt voor alle vrouwen.’ Leontine Bijleveld van de Vereniging Vrouw en Recht vult aan: ‘Zo meteen kunnen naar schatting 20.000 vrouwen in aanmerking komen voor de regeling, dat is een geweldige overwinning.’ Zodra de regeling is gepubliceerd, hebben de vrouwen drie maanden de tijd om een aanvraag in te dienen.

Zelfstandigen, beroepsbeoefenaren en meewerkende echtgenotes die tussen 7 mei 2005 en 4 juni 2008 zijn bevallen, krijgen recht op compensatie. Anniek de Ruijter, voorzitter Clara Wichmann: ‘We zijn echt ontzettend blij met deze uitkomst. De compensatie gaat ongeveer 5.600 euro bedragen en dat is niet niks.’ Het bedrag komt overeen met de gemiddelde uitkering die bevallen zelfstandigen in 2016 hebben gekregen.

Zelfstandigen die vallen onder de regeling kunnen nu nog geen aanvraag indienen bij UWV. Eerst dient de Centrale Raad van Beroep (CrvB) zich definitief uit te spreken over de zaak. Ook moet de ministeriële regeling formeel worden gepubliceerd. Wanneer er duidelijkheid is over de ingangsdatum van de regeling, zal UWV de aanvraagperiode via de eigen kanalen kenbaar maken.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Laat een reactie achter

Misverstand #1: nee, er komt geen beroepsverbod voor zzp’ers met inkomen onder de 18,- per uur.

Een van de meest in het oog springende punten in de arbeidsmarktparagraaf in het nieuwe regeerakkoord is het minimumtarief voor zzp’ers.  Althans, zo is dat gaan heten. Het woord minimumtarief komt niet in het regeerakkoord voor.

In verschillende columns en commentaren wordt deze maatregel uitgelegd als een inkomensgrens. “Een inkomensgrens, waaronder iemand geen zzp’er mag zijn”, schreef Mathijs Bouman bijvoorbeeld in het FD. “Factureer je minder dan zo’n 15 tot 18 euro per uur, dan ben je geen zzp’er meer”,  schreef iemand anders.

Dat klopt niet.

Ik voel me niet geroepen om het beleid van een kabinet – dat er nog niet eens is – te gaan uitleggen. Maar rond dit punt lijkt het me toch zinnig om een aantal zaken op een rij te zetten en dit misverstand uit de wereld te helpen.

Geen algeheel minimumtarief

Eerste even het regeerakkoord. Dit is de letterlijke passage uit het regeerakkoord:

Voor zzp-ers wordt bepaald dat altijd sprake is van een arbeidsovereenkomst bij een laag tarief in combinatie met een langere duur van de overeenkomst of een laag tarief in combinatie met het verrichten van reguliere bedrijfsactiviteiten. 

Een laag tarief wordt iets tussen de 15 of 18 euro. Langere duur is drie maanden.

Voor in inhuren van een zzp’ers korter dan drie maanden bij niet-regulier werk, geldt er dus sowieso géén tariefsgrens. Zzp’ers die ingehuurd worden voor een klus van korter dan drie maanden en voor niet-regulier werk, dat zijn er nogal wat.

Wat nu regulier-werk is, wordt zeker nog een onderwerp van (juridische) discussie. Maar laten we het vooralsnog even houden bij: ‘werk dat bij de opdrachtgever (of een vergelijkbaar bedrijf) ook door mensen in loondienst gedaan wordt’ (mijn woorden, in het regeerakkoord staat daar niet over)

Belangrijk is ook te realiseren dat deze passage staat bij andere opmerkingen over de wijziging/vervanging van de Wet DBA. Het tarief wordt dus een bepalend element om te bepalen of er tussen een opdrachtgever en de zelfstandige die hij inhuurt feitelijk een arbeidsovereenkomst is.

“Die criteria zijn geschreven voor opdrachtgevers als bedrijven. Een particulier komt niet aan de drie maanden. Het gaat steeds om het afzetten tegen een dienstverband”, zo bevestigde een bij het opstellen van het regeerakkoord betrokken Kamerlid mij desgevraagd.

Het gaat hier dus primair om situaties waarin er een mogelijk dienstverband zou kunnen zijn. Het gaat dus sowieso niet om zzp’ers die een product verkopen. En ook niet om de dienstverlening tussen een particulier en een zzp’er (tenzij het langer dan drie maanden is, met een lastige discussie over wat in particulier verkeer nu ‘regulier werk’ is).

De webmodule met een opdrachtgeversverklaring die er gaat komen, is er ook alleen voor de opdrachtgever. Zo kan hij bepalen of degene die hij inhuurt wel of niet als zelfstandige aangemerkt wordt (een beoordeling naast het tarief).

Even een voorbeeld.

Mathijs Bouman had ter verduidelijking een plaatje met zzp-tarieven in zijn artikel. Dat was afkomstig van Loonwijzer (link), met tarieven waarop nog wel wat af te dingen is. Maar goed, er is nu eenmaal geen andere bron.

De zzp-kapper staat daar in, met een uurtarief van tussen de 12 tot 16 uur per uur. Onder de genoemde grens dus.

  • Wanneer u als particulier naar een zzp-kapper gaat, dan huurt u geen kapper in. Het is verder ook geen ‘regulier-werk’ (wel voor hem, maar niet voor de opdrachtgever en dat is bepalend) en het werk duurt ook korter dan 3 maanden. Die zzp-kapper kan dus gerust verder met dergelijke tarieven. U kunt rustig uw haar laten knippen door deze zzp-kapper, zonder bang te zijn dat hij/zij ineens bij u of uw gezin in dienst komt.  En als zijn tarief boven de 18 euro ligt, dan hoef je als particulier heus geen webmodule te gaan invullen.
  • Als een bedrijf een zzp-kapper inhuurt om op een middagje het personeel te verblijden met een knipbeurt (ja, dat gebeurt), dan kan dat straks nog steeds onder de 18 euro per uur. Er vanuit gaande dat die zzp’er binnen de drie maanden klaar is. Het gaat immers om ‘niet-regulier werk’ bij die opdrachtgever. Die opdrachtgever moet wel straks even de opdrachtgeversverklaring online invullen.
  • Wanneer een eigenaar van een kapsalon vanwege bijvoorbeeld ziekte of een zwangerschap een zzp’er als vervangende werknemer inhuurt, dan mag dat niet onder de 18 euro. Dan is het immers wel regulier werk.
  • Wanneer dezelfde eigenaar van een kapsalon vervolgens weer een zzp-schilder inhuurt onder de 18 euro per uur om de boel  (binnen de drie maanden) eens op te frissen, dan kan dat weer wel.

Het puzzelstukje van het stukloon

Er staat niets in het regeerakkoord over zelfstandigen die met stukloon werken. Al te snelle conclusies dat er bij stukloon op nacalculatie een uurtarief wordt berekend lijken me iets te voorbarig.

Dit wordt nog wel een puzzeltje voor de nieuwe staatssecretaris van Financiën. De intentie is hier natuurlijk wel degelijk dat PostNL niet meer wegkomt met een stukloon voor hun zelfstandige pakketjesbezorgers of dat Deliveroo de zzp-pizzabezorgers niet meer per bezorging kan afrekenen.  Maar uw krantenjongen (of –meisje) heeft ook geen arbeidscontract en hij of zij verdient zeker geen 18 euro per uur. Het is vast niet de bedoeling van het kabinet voor die krantenbezorgers iets gaat veranderen, voorspel ik u. En wat is nu fundamenteel het verschil tussen het bezorgen van een krant en het bezorgen van een pizza, hoor ik Deliveroo-directeur Philip Padberg al denken. Dat vraagt maatwerk. De Wet Minimumloon is onlangs aangepast voor stukloon, maar nu net niet voor zelfstandigen.  Maar goed, dit is dus voer voor juristen en het gaat over een weliswaar zichtbaar, maar ook een klein deel van de zzp-markt.

Geen inkomensgrens voor zzp’ers

Het misverstand over het ‘beroepsverbod’ voor zzp’ers met een laag tarief heeft dus nog een andere oorzaak: de enorme diversiteit onder zelfstandigen wordt nogal eens vergeten. ”Er zijn ongeveer 1,4 miljoen mensen actief als zelfstandig adviseur en/of interim professional”, las ik vorige week nog ergens op een blog. Dat dat niet helemaal klopt, is een understatement.

Ja, er zijn ongeveer 1,4 miljoen zelfstandigen. Maar die groep is natuurlijk veel diverser dan soms in de berichtgeving zichtbaar wordt.

Het zijn heus niet allemaal interim professionals. Sterker nog: de grootste groep zzp’ers zijn beeldend kunstenaars. Op nummer drie staan ‘veetelers’. Hebben die een uurtarief? Nee. Worden die ingehuurd? Nee. Zitten daar mensen tussen die wanneer je hun inkomen deelt door het aantal uren dat ze werken onder de 18 euro per uur uitkomen? Vast en zeker, bij de kunstenaars dan. Mogen die straks dan geen zzp’ers meer zijn? Natuurlijk wel. Ik zou ook niet weten bij wie ze dan ‘in dienst’ moeten komen. Bij degene die voor een paar honderd euro een kunstwerk heeft gekocht?

Mathijs Bouman suggereert in zijn artikel dat de tariefgrens door te rekenen is naar een jaaromzet. Hij komt dan op  31.500 euro omzet per jaar. ‘Een inkomensgrens, waaronder iemand geen zzp’er mag zijn’, schrijft hij. Het zo doortrekken van de urengrens voor opdrachtgevers naar een inkomensgrens voor zzp’ers is echt onjuist. Het zou ook een enorme impact hebben op alle zzp’ers. De helft van alle zzp’ers heeft volgens het CBS een inkomen van onder de 25.000 euro per jaar.

Bouman stelt in zijn column dat de maatregel rond de tariefgrens past bij zijn pleidooi voor een inkomensgrens voor zzp’ers van  40.000 per jaar “Wie eronder zit, is automatisch werknemer”. Dit is hier helemaal niet de insteek van het kabinet. De niet zo succesvolle organisatieadviseur die voor 100, – per uur een paar adviesopdrachtjes per jaar doet en daarmee een marginaal inkomen genereert, kan gewoon verder. Of dat verstandig is, is een andere zaak. Het is Rutte III om slechts een ding te doen: dat werkgevers (quasi opdrachtgevers) geen zzp’ers  inhuren als goedkoper alternatief dan werknemers met een laag loon. Met, net als bij de Wet DBA, een stuk verantwoordelijkheid bij de opdrachtgever/werkgever leggen.

Ik heb de totale groep op basis van de CBS-definitie en cijfers eens onderverdeeld in zes categorieën.

aantal zzp onderverdeeld De Wet DBA is primair van toepassing op groep 6. Het lijkt me de intentie van het regeerakkoord dat de tariefgrens en de opdrachtgeversverklaring ook alleen voor die groep 6 geldt.

Het regeerakkoord zegt nu niet of er ook een opt-out variant komt voor opdrachten (business-to-business) korter dan drie maanden, niet-regulier werk en tussen de 18 en 75 euro (groep 5). Maar ik verwacht wel dat die er komt. Ook prof. Boot heeft dat voorgesteld en het zou een fors stuk extra duidelijkheid geven, plus de administratieve lasten verlagen.

De tekst over een minimumtarief geldt sowieso niet voor de categorieën 1, 3 en 4. En dat is, zo laten de cijfers zien, al snel meer dan de helft van alle zzp’ers.

Om het toch nog iets ingewikkelder te maken, moet daarbij wel één voorbehoud worden gemaakt. Er zijn namelijk zzp’ers die in meerdere categorieën vallen. Neem die zzp-kapper die misschien soms voor particulieren werkt (categorie 4, geen beperking tarief), maar soms ook (en gelijktijdig) een half jaar ‘invalt’ bij een kapsalon (categorie 6, wel beperking). Of de beeldend kunstenaar (categorie 3) die, om rond te komen, ook als docent wordt ingehuurd.

Conclusies

Samengevat:

  • Er komt geen algemeen minimumtarief voor zzp’ers, laat staan een minimuminkomensgrens voor zzp’ers. Er komt wel een de facto minimum-inhuurtarief voor organisaties, maar niet in alle gevallen.
  • Voor bedrijven en organisaties zijn er nog legio mogelijkheden om zzp’ers in te huren onder de 18 euro per uur. Al mag je je wel afvragen of dat past bij een maatschappelijke verantwoord ondernemen.
  • Voor particulieren speelt dit helemaal niet (misschien alleen als je langdurig iemand in je huishouden opneemt).
  • Voor zelfstandigen gelden zelf al helemaal geen beperkingen rond tarief of inkomen. Alleen zal de markt van interim-kappers die bij kappersbedrijven werken (en vergelijkbare gevallen) anders worden: ze kunnen hoger tarief gaan vragen of vaker een (tijdelijk) dienstverband aangeboden krijgen. Die laatste mogelijkheid wordt ook verruimd, wat geen toeval is.

En laat die staatssecretaris van Financiën nu maar snel komen, zodat hij/zij ook snel meer duidelijkheid kan gaan geven. Dat heeft de hele zzp-wereld na het Wet DBA-debacle wel verdiend.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , | 2s Reacties

Wiebes heeft wat goed te maken. Neem de zzp-dossiers vooral mee naar EZ.

Eric Wiebes wordt van Staatssecretaris van Financiën gepromoveerd tot Minister van Economische Zaken, zo meldden diverse kranten.

Onder zelfstandige professionals en hun opdrachtgevers zal de naam van Wiebes voorlopig wel gekoppeld blijven aan de Wet DBA. De Wet die volgens de staatssecretaris zelf geen wet was en, zonder dat hij ooit echt gehandhaafd zal worden, onder het nieuwe kabinet al weer wordt vervangen.

Of Wiebes met de mislukte implementatie van de Wet DBA nu bewust in het pak genaaid is door zijn eigen ambtenaren die vooral minder aan zelfstandigenaftrek kwijt wilden, de val is in gelokt door collega Asscher (‘iedereen weer een vaste baan’) of pootje gelicht door de sociale partners, die zelf een vervanging van de VAR wilden maar hem op moment suprême lieten vallen als een baksteen, dat zal voorlopig nog wel voer voor speculatie blijven.

Fraai is zijn erfenis in ieder ieder geval niet.

Maar: nieuwe ronde, nieuwe kansen.

Het nieuwe regeerakkoord, waar Wiebes vast en zeker aan de zzp-paragraaf heeft meegeschreven, ademt een toon uit van ‘zzp-beschermen waar dat moet’ en de ondernemende zelfstandige de ruimte geven waar dat kan. Geen verkeerd uitgangspunt.

Wiebes kan hier woord bij daad voegen.

Wanneer zelfstandigen inderdaad die ondernemende professionals zijn, dan horen ze thuis in de portefeuille van EZ,  en niet bij SZW. Minister Kamp heb ik in de afgelopen vijf jaar op geen visie op de zelfstandige professionals kunnen betrappen. Het zou mooi zijn als Wiebes dat anders gaat doen. Trekt de regie rond de zzp-thema’s naar je toe! Dan kan hij gelijk bewijzen dat hij die groep oprecht een warm hart toedraagt en dat het niet zijn schuld is dat (een deel van) die groep door de Wet DBA in de knel kwam.

Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags , | 2s Reacties

Hoofdredactioneel commentaar: Vertrouwen in Rutte III en zzp-plannen. Maar alertheid geboden.

Na een recordtijd wachten ligt er nu dan eindelijk een regeerakkoord. Daarin staat een stevige arbeidsmarktparagraaf en – het moet gezegd: veel aandacht voor zelfstandige professionals én hun opdrachtgevers. Alles gelezen hebbende en na een en ander te hebben laten bezinken, blijft bij mij in hoofdzaak toch een positief gevoel over.

Positieve toon

De toon in het akkoord dat Rutte III het de zelfredzame en bewust zelfstandige ondernemer niet onnodig moeilijk wil maken, klinkt oprecht. Voorgenomen maatregelen wijzen ook die kant op. Opdrachtgevers die zelfstandigen willen inzetten om tijdelijk hun specifieke talenten te gebruiken mogen na het Wet DBA-debacle weer hoop hebben.

Voor opdrachtgevers wordt het lastiger om het zzp-construct te gebruiken om afbraaktarieven te kunnen gebruiken of om sec aan verplichtingen te ontkomen. Dat lijkt me maatschappelijk gezien juist. Het is bovendien goed voor het imago van de markt voor zelfstandigen.

Onvermijdelijk lastig hervormingstraject Wet DBA

Dat het stelsel van modelovereenkomsten plaatsmaakt voor tariefgrenzen en een opdrachtgeversverklaring is in eerste instantie een pijnlijke keuze. Althans: voor wie daarin zeer veel tijd en moeite heeft geïnvesteerd de afgelopen twee jaar. Maar dat het niet anders kon, was wel duidelijk, na het vernietigend oordeel van de Commissie-Boot.

Het kabinet kiest nu voor een meersporenbeleid. Er komt een snelle route via tariefgrenzen voor marktsegmenten waar zelfstandigen evident geen of wel ondernemer zijn. En er komt een langzamere route, met een benodigde aanpassing van de arbeidswet, voor het segment daartussen. De Wet DBA en de modelovereenkomsten blijven dus nog wel even van kracht, met het niet-handhaafbeleid. Een lastige en wat onoverzichtelijke weg, maar een alternatief lijkt niet direct voorhanden.

De markt van de inhuur van zelfstandige professionals is nu eenmaal  divers en complex. Het inzicht dat die complexe markt niet met één regeling te vangen is, leidt er nu toe dat ook de uitweg complex is.

Het kan simpeler

Het kabinet zou het zichzelf – en de markt – trouwens nog wel wat eenvoudiger kunnen maken. De genoemde minimumtarieven liggen aan de lage kant; het tarief voor een opt-out-niveau kan zonder veel problemen juist wat lager. Zeker omdat er rond die opt-out (logische) beperkingen zitten.

En waarom ook geen algemene opt-out voor korte opdrachten (van bijvoorbeeld minder dan 500 uur per jaar), waar toch zelden sprake is van een gezagsrelatie? Dat schept een stuk helderheid voor wie veel verschillende opdrachtgevers heeft. Dan wordt ook het middengebied waar met een opdrachtgeversverklaring moet worden gewerkt een stuk kleiner en beperk je onnodige administratieve lasten.

De route om in het arbeidsrecht de criteria rond gezagsverhouding eigentijdser en concreter te maken lijkt zinvol. Dat moet de duidelijkheid verschaffen die opdrachtgevers nodig hebben. Die criteria liggen nu verborgen in jurisprudentie.  In die zin hoeft dat niet heel lang te duren.

Alert blijven

“Vertrouwen is goed, controle is beter”. Een uitspraak die misschien niet meer in de 21ste eeuwse leiderschapsfilosofie past. Alertheid lijkt toch een gepaste houding. Naast het vertrouwen dat Rutte III zelf heeft in de toekomst.

Het is van belang om op te letten dat het Kabinet ook in de uitwerking koersvast blijft. Zoeken naar een nieuwe balans tussen ‘vast en flex’, met ruimte voor individueel ondernemerschap voor wie dat kan en wil. Daar passen best wat restricties bij en het mag ook best een beetje zelfstandigenaftrek kosten.

Zorgvuldigheid is goed, maar er is ook tempo geboden. Het kabinet wil graag overleggen met het werkveld. Vooral ook over de invulling van de opdrachtgeversverklaring. Dat lijkt me zinnig, zeker ook wanneer het kabinet – meer dan bij de Wet DBA – naast de traditionele polderpartijen ook contact zoekt met hen die met dit soort regelingen in de praktijk moeten omgaan. Dan zijn die criteria snel bedacht.

Bij de traditionele gesprekspartners van het kabinet, van werkgeversorganisaties tot vakbonden, van branchevertegenwoordigers tot de zzp-clubs, was voor de verkiezingen geen spoortje van gezamenlijkheid te vinden rond de problemen van de Wet DBA. Soms leek het erop dat ze meer bezig waren met hun eigen campagne, dan met het vinden van een oplossing waar de zelfstandigen – en hun opdrachtgevers – baat bij hebben.

De campagnetijd is voorbij. Net als wat de vier partijen gedaan hebben, is het nu ook voor alle andere betrokkenen zoeken naar de gemeenschappelijkheid en het sluiten van compromissen. En niet langer het onderste uit de kan willen. Die intenties uit het regeerakkoord bevatten het nodige waar de zelfstandige tevreden mee kan zijn en waar die vertegenwoordigers op kunnen voortbouwen.

Lees ook:

Overzicht:   

Rutte III, het regeerakkoord en de gevolgen voor opdrachtgevers van zelfstandigen en flex-inhuurders.

Rutte III en de definitieve plannen voor zelfstandige professionals op een rij. Met vooral: de ‘nieuwe Wet DBA’

Expertblogs: 

Waarom het regeerakkoord wel/geen volledige helderheid biedt over vervanging Wet DBA 

Ga je als zelfstandige meer belasting betalen door aftoppen zelfstandigenaftrek?

 

 

 

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , | 9s Reacties

Ga je als zelfstandige meer belasting betalen door aftoppen zelfstandigenaftrek?

In het nieuwe regeerakkoord staan een aantal maatregelen die de ondernemer raken. Welke maatregelen zijn dat precies? En hebben de verlaagde tarieven ook tot gevolg dat er minder inkomstenbelasting verschuldigd is?

Marginaal hogere belastingdruk voor IB-ondernemer

De regering heeft ervoor gekozen om een vlaktaks in te voeren. Tot een inkomen van 68.600 euro uit werk en woning is (in box 1) 36,93% inkomstenbelasting verschuldigd. Over het surplus 49,5%. Er is niets over geschreven, voor nu ga ik er daarom vanuit dat de MKB-winstvrijstelling niet wijzigt en op 14% blijft staan. Alle aftrekposten in de inkomstenbelasting kunnen in de toekomst enkel nog tegen het lage tarief worden afgetrokken, ook de zelfstandigenaftrek. Of dat voor de MKB-winstvrijstelling ook gaat gelden, moeten we afwachten. Ik ga uit van wel. Gedurende een aantal jaren wordt het tarief in stappen verlaagd, tot de aftrekposten uiteindelijk tegen 36,93% worden afgetrokken.

Wat betekent dat dan voor de ondernemer qua belastingdruk? In de berekening hierna is de vergelijking gemaakt hoeveel inkomstenbelasting er verschuldigd is als een ondernemer € 50.000 respectievelijk € 100.000 winst maakt met de huidige belastingtarieven en de voorgestelde tarieven. Rekening houdend met de ondernemersaftrek tegen het lage aftrekpercentage in de nieuwe situatie.

Uit de berekening komt dat bij een winst van € 100.000 de ondernemer per saldo iets meer belasting gaat betalen. Bij een winst van € 50.000 daalt de belastingdruk juist. Dat komt omdat de ondernemersaftrek tegen 36,93% is te verrekenen. Ondernemers met een lage winst hebben daar meer voordeel van.

Bij de berekening zijn de arbeidskorting en de algemene heffingskorting niet meegenomen. In de plannen van de regering zullen de arbeidskorting en algemene heffingskorting verhoogd worden. Vanaf een bepaald inkomen wordt de arbeidskorting sneller afgebouwd in de nieuwe plannen dan nu al het geval is. Bij een winst uit onderneming van € 50.000 zal de snellere afbouw van de arbeidskorting vermoedelijk harder gevoeld worden dan bij een inkomen van € 100.000. Bij dat hoge inkomen heeft men nu ook al beperkt recht op arbeidskorting.

In 2017 trekt de ondernemer de ondernemersaftrek af tegen het hoogste tarief, bij een winst van € 100.000 is dat 52%. Straks wordt dat dus 36,93%. Wat als een belastingverlaging wordt gepresenteerd is dat feitelijk niet bij dit inkomen. Bij een lager inkomen kan een verlaging van het belastingtarief overigens best tot minder belastingheffing leiden.

Bij de berekening zijn de arbeidskorting en de algemene heffingskorting niet meegenomen.

In 2017 trekt de ondernemer de ondernemersaftrek af tegen het hoogste tarief, bij een winst van € 100.000 is dat 52%. Straks wordt dat dus 36,93%. Wat als een belastingverlaging wordt gepresenteerd is dat feitelijk niet bij dit inkomen. Bij aan lager inkomen kan een verlaging van het belastingtarief overigens best tot minder belastingheffing leiden.

De DGA met zijn BV

En hoe zit het dan met de ondernemer in de BV, de DGA?

Bij de besloten vennootschap zijn ook een aantal maatregelen aangekondigd, waarvan een aantal de zp’er vermoedelijk minder snel zullen raken. De afschrijvingsbeperking voor onroerend goed in eigen gebruik wijzigt. De mogelijkheid om verliezen vooruit te wentelen wordt verder beperkt, nu is het mogelijk om de verliezen 9 jaar vooruit te wentelen, dat wordt 6 jaar.

De vpb-tarieven gaan ook omlaag, in een aantal stappen naar uiteindelijk 16% voor winsten tot € 200.00. Hogere winsten worden belast tegen 21%. In het Belastingplan 2017 was aangekondigd dat de eerste schijf in de vennootschapsbelasting (belast tegen 20%), verhoogd zou worden van € 200.000 naar € 350.000. Deze verhoging wordt weer teruggedraaid, waardoor de eerste schijf in 2018 op € 200.000 blijft staan.

Box 2

Voor de ondernemer natuurlijk persoon die aandeelhouder is in de besloten vennootschap wijzigt de inkomstenbelastingheffing ook als er dividend wordt uitgekeerd. Het tarief van box 2 wordt verhoogd naar 27,3% in 2020 en 28,5% in 2021. Uitgaande van het uiteindelijke tarief van 28,5% in box 2 en het vpb-tarief van 16% bij een winst lager dan € 200.000, is de gecombineerde belastingdruk 39,94%. Als er 21% vennootschapsbelasting verschuldigd is, bedraagt het gecombineerde tarief 43,52%. Op dit moment bedragen de gecombineerde tarieven 40% (20% vpb-tarief) 43,75% (25% vpb-tarief). De belastingdruk voor de DGA is (nagenoeg) niet gewijzigd, zou je kunnen zeggen.

Gebruikelijk loon van de dga

Omdat een DGA zijn aftrekposten zoals hypotheekrenteaftrek en de arbeidsongeschiktheidsverzekering straks tegen 36,93% mag aftrekken en niet tegen het hoge tarief van 49,5%, zal deze er belang bij hebben om zijn gebruikelijk loon niet hoger vast te stellen dan € 68.000. Overigens heeft de regering een evaluatie aangekondigd rond de regeling van het gebruikelijk loon. De uitkomsten van die evaluatie kunnen ertoe leiden dat de regeling wordt aangepast.

Met name voor hogere inkomens met (hogere) aftrekposten zullen de maatregelen zeer goed ertoe kunnen leiden dat uiteindelijk meer inkomstenbelasting verschuldigd is, ondanks de verlaging van de tariefschijven.

In een volgende bijdrage (volgende week) zal ik ingaan op de vraag of het interessant is om de IB-onderneming te verruilen voor de besloten vennootschap en vice versa.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , | 5s Reacties