Wat gebeurt er met ons innovatievermogen als iedereen zelfstandige is? Geplaatst 20 juli 2017 door Peter Boerman Robotisering? Offshoring? Outsourcing? Het is allemaal aan het gebeuren op de arbeidsmarkt en in de economie van nu. Maar als er toch één trend bepalend is, dan is het toch vooral die van de flexibilisering. En daarmee samenhangend ook wel die van de ‘platformisering’, zoals Fabian Dekker en Romke van der Veen het noemen in hun recent verschenen boek Het Midden Weg. Kennis snel en goedkoop in te huren ‘Het wordt voor bedrijven steeds belangrijker, maar ook steeds makkelijker, om op digitale ontmoetingsplaatsen direct contact te zoeken met tijdelijk personeel. Specialistische kennis is relatief snel en goedkoop in te huren via online marktplaatsen’, schrijven ze. Niet de klassieke vormen van uitbesteding En dat gebeurt in de praktijk al volop, aldus de auteurs. ‘TNO becijferde onlangs dat 12 procent van de volwassenen het afgelopen jaar inkomen heeft gehad uit werk via digitale platformen. Niet de klassieke vormen van uitbesteding tussen organisaties staan dan in de toekomst centraal, maar eerder de directe inhuur van flexibel werkenden.’ Specialistische kennis is relatief snel en goedkoop in te huren via online marktplaatsen Wat is de kwaliteit van het werk? Zie het als een soort stukloon nieuwe stijl. Een uurtje Deliveroo hier, een uurtje Foodora daar, en zo een inkomen bij elkaar scharrelen. Of, in het geval van hogeropgeleiden: alle kennis die je in je opleiding en werkzame leven hebt opgedaan verhuren aan de hoogste bieder. Een bieder, die jou digitaal gevonden heeft. Dat klinkt misschien mooi en hartstikke zelfstandig allemaal. Maar volgens de auteurs roept het ook meteen allerlei vragen op over de kwaliteit van het werk en de sociale bescherming. Problemen, problemen Dekker, arbeidssocioloog en onderzoeker bij Regioplan Beleidsonderzoek, en Van der Veen, hoogleraar Sociologie van Arbeid en organisatie in Rotterdam, beschrijven in hun boek dan ook een aantal problemen die zij zien opdoemen. Gebrek aan verzekering voor arbeidsongeschiktheid en gebrek aan pensioenopbouw zijn daarvan misschien wel de bekendste. Maar er zijn er nog wel meer, schrijven ze. Die mogen misschien minder aandacht krijgen, die aandacht zouden ze volgens hen toch wel verdienen. Wie zorgt voor nieuwe kennis? Want als iedereen zijn opgedane kennis verhuurt, hoe zorgen we dan nog dat die kennis vermeerdert? Oftewel: hoe geven we leven lang leren vorm als werkgevers nauwelijks meer in hun werknemers investeren, en die werknemers zich ook niet meer verbonden voelen aan een werkgever? Gaan die werkenden dan zelf voor hun ontwikkeling zorgen? Dekker en Van der Veen hebben er een hard hoofd in. O&O-fondsen sluiten slecht aan ‘De hoge flexibiliteit van de Nederlandse arbeidsmarkt leidt ertoe dat de deelname van bijvoorbeeld flexwerkers en zzp’ers aan scholingsactiviteiten beperkt is’, aldus de auteurs. ‘En dat terwijl juist zij een bijdrage moeten leveren aan de veerkracht van de Nederlandse economie.’ De O&O-fondsen die we in Nederland kennen, sluiten hier in elk geval slecht bij aan, stellen ze. Die zijn immers ‘sectoraal georganiseerd’ en ‘komen vooral ten goede aan de insiders op de arbeidsmarkt.’ Liever een persoonlijke leerrekening De onderzoekers pleiten daarom voor ‘een persoonlijke leerrekening’. Daarop zouden opdrachtgevers én -nemers fiscaal voordelig geld moeten kunnen storten, onafhankelijk van de arbeidsrelatie. ABU, Cedris, NRTO en Oval bepleiten eerder dit jaar ook al een soortgelijke werkwijze, met het doel om een leven lang leren meer leven in te blazen en zelfstandigen niet te laten ‘stilstaan’ in hun ontwikkeling. De deelname van zzp’ers aan scholingsactiviteiten is beperkt. Terwijl juist zij moeten bijdragen aan de veerkracht van de economie. Geen verzekering, geen aftrek Een ander min of meer verrassend pleidooi in het boek is hoe de auteurs de onderverzekering van zzp’ers willen aanpakken. Ze pleiten er namelijk voor een sociale verzekering ‘voorwaardelijk’ te maken voor de zelfstandigenaftrek. Met andere woorden: geen arbeidsongeschiktheidsverzekering, geen aftrek meer. Daar was die aftrek immers min of meer ooit voor bedacht. Maar ook een (harde of zachte vorm van) verzekeringsplicht vinden ze bespreekbaar, net als mogelijke herinvoering van een volksverzekering voor arbeidsongeschiktheid, zoals we die in Nederland tot 1998 kenden. Wat doen technologie en globalisering? Dekker en Van der Veen begonnen het onderzoek voor hun boek met de vraag welke gevolgen technologie en globalisering voor de Nederlandse arbeidsmarkt hebben. Hun veronderstelling daarbij was dat het vooral de middenklasse zou zijn die daarvan last zou ondervinden. Hun conclusie is dat de gevolgen van die mondiale trends in Nederland vooralsnog lijken mee te vallen. Grootschalige outsourcing? Hoewel het al jaren is voorspeld, is het uiteindelijk toch nauwelijks gebeurd in Nederland, op de activiteiten van enkele grote bedrijven na. En robotisering? Ook daarbij staan we hooguit pas aan de vooravond van de revolutie. Als die er al komt. Waarschuwing: gevaar voor innovatie! Maar aan het flexibiliseren zijn we zeker wel. En alhoewel Dekker en Van der Veen hierover weinig nieuwe inzichten leveren, blijkt uit hun boek andermaal dat het debat over de toekomst van de arbeidsmarkt zich wel op die flexibilisering moet richten. Want hoe belangrijk flexibiliteit ook is, bedrijven die willen innoveren hebben daarvoor juist betrokken en goed opgeleide medewerkers nodig. En, zo waarschuwen zij: als steeds meer mensen zelfstandige zijn, dan komen zowel die betrokkenheid als die opleiding in het gedrang. En daarmee dus indirect ook meteen: ons nationale innovatievermogen. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags flexibilisering, gig-economy, platforms | 1 Reactie
Wat staat er eigenlijk in het ‘sociaal akkoord’ waar AVV en ONL mee zijn gekomen? Geplaatst 19 juli 2017 door Peter Boerman De grote werkgevers- en werknemersorganisaties slagen er maar niet in om samen tot een nieuw sociaal akkoord te komen. Dan doen wij dat toch, dachten ze bij ondernemerspartij ONL en AVV, het Alternatief voor Vakbond. Oud-PvdA-Kamerlid Mei Li Vos is inmiddels weer actief bij de ooit door haar opgerichte AVV. Zij ging rond de tafel zitten met ONL-voorzitter Hans Biesheuvel. Samen lukte het hen wel om met een stuk te komen vol met voorstellen voor zo’n beetje alle hete hangijzers op de arbeidsmarkt. ‘We schudden de polder op met een aantal radicale voorstellen’, zo vat AVV het samen. De twee mogen in de polder misschien bescheiden partijen zijn, ze weten nog wel hoe de publiciteitsmolen werkt. Bij de NOS en in Nieuwsuur mochten de twee meteen aanschuiven om te zeggen hoe het volgens hen beter kon in de polder. Maar hoe radicaal zijn hun voorstellen nou echt? Oordeel vooral zelf. Hieronder vatten we de meest opvallende standpunten nog maar eens handzaam samen: Over het ontslagrecht: lichter voor kleine bedrijven De kloof tussen vast en flexibel werk moet verkleind worden. De transitievergoeding voor werknemers verandert in een ‘degressieve ontslagvergoeding’. Dit met het uitgangspunt: hoe korter het contract, hoe meer vergoeding iemand naar rato opbouwt. Dit zorgt voor zekerheid én wendbaarheid op de arbeidsmarkt, stelt het Akkoord. Enerzijds maakt dit het aanbieden van lange contracten relatief aantrekkelijker. Anderzijds zorgt dit ervoor dat ouderen mobieler worden. Er komt de mogelijkheid om een contract voor langere tijd af te sluiten, zonder dat dat meteen ‘voor onbepaalde tijd’ wordt. Een contractduur van 4 tot 7 jaar moet mogelijk zijn, en dat moet ook met 1 jaar verlengd kunnen worden. Ontbindt de werkgever zo’n contract, dan moet de opgebouwde ontslagvergoeding worden uitgekeerd. Er komt een apart ontslagrecht voor bedrijven met minder dan 50 werknemers. Bij zulke bedrijven wordt de ontslagvergoeding gemaximeerd op 2 maanden loon. Zo moet worden voorkomen dat door het ene ontslag de kosten zo hoog oplopen dat nog meer ontslagen nodig zijn. Met het huidige ontslagrecht gebeurt dat vaak wel. Rechters krijgen een ruimere mogelijkheid om naar hun eigen oordeel een ontslag toe te kennen als het ‘kennelijk onwenselijk’ is om de arbeidsverhouding voort te zetten. Werknemers bij kleine werkgevers moeten een langere opzegtermijn kunnen krijgen. Werkgevers moeten hierdoor niet al te snel met een moeilijk vervulbare vacature achterblijven. Over duurzame inzetbaarheid: wow De huidige, weinig gebruikte O&O-fondsen worden samengevoegd tot één publiek fonds, het Ontwikkelfonds. Werkenden en zzp’ers moeten hier maandelijks een kleine premie inleggen (werknemers via hun werkgever, zzp’ers via de belastingen). Zzp’ers krijgen een opt-out om zelf hun ontwikkeling vorm te geven Iedere werkende krijgt inzicht in het zelf opgebouwde tegoed en kan het naar eigen inzicht besteden Deze wet wordt genoemd: het Werkenden Ontwikkelings Fonds (WOW) Over zzp’ers: laagdrempelig verzekeren, met opt-out Laagdrempelige verzekeringen moeten het voor zelfstandigen aantrekkelijk maken zich voor arbeidsongeschiktheid te verzekeren. Opt-out-regelingen moeten voorkomen dat zij hiertoe gedwongen worden. Over pensioenen: van vaste uitkomst naar vaste premie De pensioenen in de zogeheten ‘tweede pijler’ veranderen van een vaste uitkomst naar een vaste premie. Dat betekent: je weet niet meer precies hoe hoog je pensioen per maand wordt. Wel hoe groot de totale pot is die je opbouwt. Het pensioen blijft een levenslange uitkering, maar je mag zelf bepalen wanneer je begint die te laten uitkeren. Meer zekerheid, minder risico ONL en AVV zeggen te pleiten voor ‘nieuwe afspraken’ waarbij enerzijds werkgevers minder risico lopen en anderzijds flexwerkers meer zekerheid krijgen. Uiteindelijk moeten zo de lusten en lasten op de arbeidsmarkt weer beter verdeeld worden. De twee hebben hun document gisteren aangeboden aan de formerende partijen en formateur Gerrit Zalm. Ze hopen veel van hun standpunten terug te zien in een nieuw regeerakkoord. De timing was in elk geval goed, want de toekomst van de arbeidsmarkt lag net op de formatietafel. Tot mislukken gedoemde afspraken voorkomen Naast de (vele) voorstellen om de arbeidsmarkt te moderniseren, bevat het Sociaal Akkoord van AVV en ONL ook een oproep aan het nieuwe kabinet. De twee willen dat de partijen een breed draagvlak in Nederland zoeken als het gaat om de toekomst van de arbeidsmarkt. Ze noemen daarbij met name belanghebbenden als arbeidsrechtsadvocaten, kantonrechters, arbeidseconomen, pensioendeskundigen, politieke jongerenorganisaties, verenigingen van vakmensen of coöperaties van zzp’ers. Door hen allemaal bij het nieuwe beleid te betrekken, zo stellen ze, ‘wordt het draagvlak vergroot’. Maar dat niet alleen, sneren ze nog even: ‘zo wordt hopelijk ook voorkomen dat mogelijk onuitvoerbare of tot mislukken gedoemde afspraken tot regelgeving worden gemaakt.’ Waarmee ze ongetwijfeld doelen op de Wet DBA. Een onderwerp dat ze samen trouwens ook angstvallig hebben verzwegen. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags avv, onl, sociaal akkoord, zzp-beleid, zzp-politiek | Laat een reactie achter
Bij de inhuur van de overheid is aan transparantie nog veel te winnen Geplaatst 18 juli 2017 door Peter Boerman De nieuwe aanbestedingswet, nu een jaar van kracht, is er helder over. Als een (semi-)overheid een dienst aanbesteedt, moet niet alleen elke afwijzing gemotiveerd worden, maar ook de gunning. Oftewel: wie heeft de opdracht gekregen? En als je niet de gelukkige bent, waarom vis je achter het net? De regels zijn dus helder, en lijken een uitkomst voor menig leverancier. Maar in de praktijk is transparantie vaak ver te zoeken, zegt bijvoorbeeld Mark Bassie, oprichter van het Comité voor Marktplaatsgebruikers. En dat begint al bij de formulering van de opdracht, zegt hij. ‘Je weet als leverancier op voorhand te weinig wat precies gezocht wordt. Hoe ziet de ideale kandidaat eruit? Wat is precies het probleem?’ En dus weet je als inschrijver ook niet precies wat je aan moet bieden, zegt hij. En – ondanks de goede intenties van de wet is het er aan de achterkant voor de leveranciers ook nog nauwelijks op verbeterd. ‘Je weet te weinig waarom jouw kandidaat het niet geworden is, of waarom je het zelf niet geworden bent.’ Onder een vergrootglas Volgens Paul Oldenburg (van Staffing Management Services, een grote aanbieder van software op dit terrein) is er op dit laatste punt echter wel vooruitgang te constateren. ‘Juist nu het een Europese procedure is geworden, komt er veel meer druk op die transparantie. Je mag als aanbestedende dienst niet meer zomaar doen wat je zelf wil, je moet je aan de Europese spelregels houden. Accountants zijn daar nu ook erg op aan het letten. Als je dat dossier niet op orde hebt, dan kunnen ze zomaar een goedkeuring onthouden. Dat is inmiddels ook al gebeurd bij de Politie. Het ligt nu echt onder een vergrootglas, hoor. En ik denk dat dat goed is.’ Bassie zegt het daarmee wel eens te zijn. ‘Maar dat de praktijk zo veranderd is, dat hoor ik dan weer zelden. Ik hoor weinig leveranciers zeggen: verrek, ik krijg nu ineens gemotiveerde afwijzingen. Al hoop ik natuurlijk wel dat de druk bij de aanbestedende diensten ontstaat om dat wel te doen.’ Ik hoor weinig leveranciers zeggen: verrek, ik krijg nu ineens gemotiveerde afwijzingen Veel om te doen Om de marktplaatsen bij de overheid is veel te doen. Veel gemeenten en andere overheidsorganen hebben zogeheten ‘Dynamische Aankoopsystemen’ in werking gesteld om de inhuur van hun flexibele arbeid op een transparante manier aan te besteden. Maar de Auditdienst Rijk oordeelde laatst dat zulke systemen eigenlijk helemaal niet voor de inhuur van personeel gebruikt moge worden. Waarna PIANOo, het expertisecentrum voor aanbestedingen, meteen maar een nieuwe handreiking op de markt gooide waarin het gebruik van zulke DAS’sen wordt afgeraden. Zeer tegen het zere been van onder meer Oldenburg, die een DAS juist ‘in principe de beste methode om aan te besteden’ noemt. Nog wel meer transparantie, graag Maar dan moet er in de gangbare praktijk nog wel meer transparantie komen, zegt Bassie. Met alleen motiveren waarom je leveranciers (zzp’ers of bureaus) de opdracht gunt of juist afwijst, zijn we er volgens hem nog lang niet. Onder het mom ‘niet tegen marktplaatsen, maar voor bétere‘ wil hij graag alle opdrachten zoveel mogelijk gezamenlijk aangeboden zien, liefst op één centrale site, waar de opdrachten bovendien goed doorzoekbaar zijn. Daarnaast pleit hij ervoor om ook het tarief bekend te maken, waartegen de klus uiteindelijk gegund is. En om inzicht te geven in het aantal aanbiedingen op een aanvraag. ‘Wat ik zou willen is een antwoord in de zin van: meneer Bassie, we hebben uw cv bekeken, en gegeven de capaciteiten scoort u op deze punten minder dan de winnende kandidaat. En o ja, uw tarief was 20 procent hoger dan het winnende tarief.’ Dat is namelijk informatie waar je als leverancier bij de volgende keer iets aan hebt, zegt hij. ‘Dan kun je eventueel je tarief aanpassen. Of besluiten niet meer mee te dingen naar zulke opdrachten.’ Geautomatiseerde berichten Volgens Oldenburg gaat het al wel die kant op. ‘Wij adviseren onze klanten te publiceren en waar dit advies wordt opgevolgd doen we dit ook feitelijk. Iedereen buiten de top-5 krijgt bij ons een geautomatiseerd bericht. Daar staat in wat jouw score is en wat de score is van de top-5, op basis van de zogeheten emvi-formule, waarin kwaliteit en prijs zijn meegewogen. Dan zie je dus al wat je minder hebt gescoord dan je concurrenten. En de top-5, die de gespreksronde ingaat, krijgt altijd een handgeschreven mail. Dat moeten we nu ook allemaal netjes documenteren, het moet ook naspeurbaar zijn voor de accountant. Dus daar zit echt wel verbetering in. Net als dat de winnaar tegenwoordig altijd bekend wordt gemaakt.’ Maar of dat ook geldt voor het totaal aantal mededingers? Of voor het tarief dat uiteindelijk betaald wordt? ‘Goede vraag’, zegt Oldenburg. Terwijl dat wel heel fijne informatie zou zijn, stelt Bassie. ‘Pas dan kan ik ervan leren, en het de volgende keer beter doen.’ Als ik 100 euro bied, en de klus gaat weg voor 60, dan weet ik ook wel dat ik veel te duur was. Maar dan weet ik dat in elk geval Inschatten of je kans maakt Het is aan de klant, de aanbestedende dienst, om die informatie al dan niet te delen, zegt Oldenburg. ‘Ik hoop dat je die klant dan adviseert om dat vooral wel te doen’, zegt Bassie. ‘Weet dat de leveranciers ontzettend veel belang hechten aan deze informatie. Ze willen zich vergelijken, inschatten of ze kans maken. Als ik 100 euro bied, en de klus gaat voor 60 euro weg, ja, dan weet ik ook wel dat ik veel te duur was. Maar dan weet ik dat in elk geval.’ Tja, zegt Oldenburg. ‘Ik zou ook eigenlijk niet weten waarom we het niet zouden doen. Het kost geen extra moeite, geen extra geld. Als je een dynamisch aankoopsysteem hebt, dan weet je het tarief. Je hoeft het alleen nog maar te publiceren.’ Hoeveel inschrijvers zijn er eigenlijk? Iets soortgelijks geldt voor ‘de informatie eromheen’, zegt Bassie. Zoals: het aantal inschrijvers. ‘Het maakt nogal wat uit of ik weet dat ik 1 van de 5 ben, of 1 van de 50. Als ik weet dat er al 25 reacties zijn, zou ik bijvoorbeeld al passen voor de eer, ongeacht hoe interessant de opdracht is.’ Waarom is er nog geen enkel dynamisch aankoopsysteem dat publiceert hoeveel inschrijvers er op een opdracht zijn, vraagt hij zich af. ‘Laat gewoon een tellertje er langs lopen. Dat is toch helemaal niet ingewikkeld?’ Het kan ook aanbestedende diensten helpen, zegt hij. ‘Je moet tegenwoordig gemotiveerd afwijzen. Dus heb je er belang bij niet te veel reacties binnen te krijgen.’ Als ik weet dat er al 25 reacties zijn, pas ik voor de eer, ongeacht hoe interessant de opdracht is. Doe de black box open Bij een ‘normale’ aanbesteding moet proces-verbaal worden opgemaakt. Iedereen mag dat inzien, en ziet dan precies hoeveel inschrijvers er waren. Bij de inhuur van personeel gebeurt dat nog niet, zegt Bassie. ‘Juist hierom zeggen leveranciers dus dat er te weinig transparantie is. De systemen zijn nog te vaak een black box.’ Meer transparantie kan volgens hem meer gevoel van eerlijkheid doen ontstaan. ‘Dan ga je als leverancier de volgende keer beter nadenken of je de tijd en de energie erin gaat stoppen.’ Ook voor de aanbestedende diensten is dat winst, denkt hij. ‘Die zijn er ook bij gebaat, als er misschien minder, maar dan wel bétere aanbieders komen.’ Einde aan het ‘witwassen’? En meer transparantie kan volgens Bassie nog een doel dienen. Namelijk: het einde aan het ‘witwassen’ van voorkeurskandidaten, die door de mazen van het systeem geloodst worden, om zo de daadwerkelijk openbare aanbesteding min of meer te omzeilen. ‘Dat is een grote bron van frustratie onder leveranciers’, aldus Bassie. Oldenburg ziet het in de praktijk ook wel gebeuren. ‘Ik weet van een fors aantal gemeentes die voor een constructie kozen waarbij er tussen hun en de markt een broker komt. De diensten van die broker besteed je dan aan, met als gevolg dat achter die broker gewoon de voorkeurskandidaten erin worden ‘geplakt’. Voor de rest blijft het dan één grote intransparante mist wat daar nou precies gebeurt.’ Het is ook Bassie een doorn in het oog. ‘Wat mij betreft mag dit wettelijk gewoon niet. De bescherming die er is voor leveranciers in de aanbestedingswet, en die bescherming is er niet zomaar, die zet je daarmee in één keer buitenspel.’ ‘Een fors aantal gemeentes koos voor een broker-constructie tussen hun en de markt. Dat vinden wij niet in de haak. Wie stelt dat aan de kaak? Maar het gebeurt wél, zegt Oldenburg. ‘Ik zie nu een groot aantal gemeentes samen één aanbesteding doen, om bij één partij die hele brokerrol onder te brengen. Die broker kan vervolgens weer doen wat hij zelf wil. Daarmee gooi je dus wel gewoon een halve provincie op slot. Dat vinden wij niet in de haak.’ Maar ja, wie stelt zoiets aan de kaak? Leveranciers hebben daar het geld noch het uithoudingsvermogen voor, en bovendien is hun individuele belang te klein. En ook de centrale overheid lijkt er niet veel zin in te hebben zijn vingers hieraan te branden. ‘Dus gaan die gemeenten gewoon door’, zegt Oldenburg. Maar, zeggen Bassie en Oldenburg eensgezind: daar was die hele openbare aanbestedingsprocedure toch niet voor bedoeld? Dit is de tweede aflevering van een serie van 3 verhalen over dynamische aankoopsystemen. Lees ook: ‘Overheid, pak je rol en verbeter marktplaatsen’ Marktplaats voor inhuur moet gewoon mogelijk blijven Zelfstandigen winnen slechts 1 op de 8 opdrachten op marktplaatsen Marktplaats inhuur personeel: in hoeverre is dat een Dynamisch Aankoop Systeem? Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags DAS, marktplaats, marktplaatsen, transparantie | 1 Reactie
De ‘platform-medewerker’ rukt op. Waar blijft de regulering? Geplaatst 17 juli 2017 door Jurriën Koops De platformwerker rukt op, met de bezorgers van Deliveroo of Foodora als meest zichtbare vorm in het straatbeeld. Minder zichtbaar zijn de garderobe- of toiletmedewerkers van Temper die recent in het nieuws waren. Vorig jaar becijferde TNO dat al bijna 1 op de 5 Nederlanders tussen de 16 en 70 jaar op enig moment geprobeerd heeft werk te vinden via platforms als Ubereats, Freelancer, Roamler of Uurtjeover. Zoveel soorten, zoveel smaken. Engeland is verder Engeland is daarin (nog) verder. Daar werken inmiddels 1,2 miljoen mensen on demand via een platform, zo bleek uit het eerder dit jaar verschenen rapport ‘Good Gigs’ van de prestigieuze denktank RSA. En vorige week verscheen ‘Good Work’, een rapport vol met beleidsaanbevelingen om de miljoenen Britten met tijdelijke contracten meer sociale zekerheden te bieden. Het FD besteedde er uitgebreid aandacht aan. Hoe het precies moet gebeuren is nog wat onduidelijk, maar het rapport stelde dat maaltijdbezorgers van Deliveroo en taxichauffers van Uber dezelfde rechten en zekerheden moeten krijgen als werknemers in vast dienstverband. Zo moeten ze bijvoorbeeld aanspraak kunnen maken op minimaal 1,2 maal het minimumloon (7,50 pond per uur in 2017). Al bijna 1 op de 5 Nederlanders heeft ooit geprobeerd werk te vinden via digitale platforms Voorbij de patstelling Beide rapporten zijn zeer lezenswaardig en stappen over de traditionele patstelling heen. De patstelling tussen aan de ene kant de voorstanders en optimisten die platforms zien als innovatieve, nieuwe vorm van werken, die je toch niet kunt tegenhouden. Aan de andere kant diegene die stellen dat platforms de nieuwe werkenden vooral exploiteren en rechten van werknemers uithollen en dat je ze daarom dus de voet zoveel mogelijk dwars moet zetten. Ergens in het midden Net als beide rapporten doen, schaar ik mij ergens in het midden. Platforms kúnnen volgens mij de arbeidsmarkt democratiseren. Dat is de positieve kant. Het biedt mensen een laagdrempelige toegang tot werk. Maar de platformeconomie roept ook grote vragen op. Over de status van de werkzaamheden en de voorwaarden waaronder men werkt. Over de bescherming die ook aan deze nieuwe werkenden geboden moet worden. En over een gelijk speelveld. ‘Zelfstandigen’ zoals bij Temper, die zich over je jas bekommeren of de toiletten schoonmaken. En dat met steun van de Belastingdienst. Ik geloof er niets van. Dat wordt een rommeltje. ‘Zelfstandigen’, die zich over je jas bekommeren. Ik geloof er niets van. Dat wordt een rommeltje. Eerlijke balans tussen rechten en plichten gewenst Ik onderschrijf dan ook van harte twee aanbevelingen in het meest recente rapport. De eerste stelt dat iedere arbeidsrelatie een eerlijke balans tussen rechten en plichten moet kennen, een zelfde minimumniveau van bescherming, en mensen in staat moet stellen zich te ontwikkelen. De tweede aanbeveling roept op om te komen tot ‘principles of good work in the gig economy’ in samenwerking tussen overheid en de sector. Het Wilde Westen is geschiedenis Ik ben het daar van harte mee eens. In die zin kunnen zij en wij denk ik ook leren van de historie van het uitzenden. Ook dat was er ooit plots. En ook dat ging destijds gepaard met veel discussie. Maar uiteindelijk is het met het uitzendwerk behoorlijk goed gekomen. Wat we daar dan van kunnen leren? Nou, bijvoorbeeld dat om duurzaam te groeien regulering nodig is. Uitzenden is nu goed geregeld. Dat geldt niet voor werk via de huidige platforms. Dat moet denk ik hoognodig veranderen. De tijd van het Wilde Westen is voorbij. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags ABU, gig-economy, platforms, zelfstandigen | 2s Reacties
SP schreeuwt moord en brand over externe inhuur overheid. Maar hoe erg is het nou echt? Geplaatst 14 juli 2017 door Peter Boerman ‘Schokkend’, noemt SP-Kamerlid Ronald van Raak het AD-onderzoek, waaruit blijkt dat overheden steeds meer uitgeven aan externe inhuur. Want, voegt hij toe: ‘Externe consultants, adviseurs en managers zijn heel duur.’ Veel duurder dan ambtenaren in vaste dienst, wil hij maar zeggen. Maar de vraag is: is dat wel zo? En is die conclusie op basis van de AD-cijfers eigenlijk wel te trekken? Veel op één hoop gegooid De werkelijkheid zit, zoals zo vaak, wel weer wat ingewikkelder in elkaar. Want er worden weer een hoop dingen op één hoop gegooid als het om ‘externen’ gaat. Het beeld ontstaat al snel van de ‘draaideur-ambtenaar’, die zelf ontslag neemt en zich vervolgens voor een vorstelijk tarief weer laat inhuren. Of van de dure organisatieadviseur in maatpak, die voor veel geld een rapport voor in de bureaula komt produceren. Is een uitzendkracht een ‘dure consultant’? Maar gaat het ook werkelijk om zulke goedbetaalde adviseurs? Nee, joh. Alle cijfers die de krant heeft kunnen we hier niet nalopen. Maar nemen we bijvoorbeeld de recent uitgebrachte Personeelsmonitor van de gemeenten erbij, en de nuance wordt al wel snel duidelijk. Want wat lezen we hier dat verstaan wordt onder externe inhuur? Bijvoorbeeld ook: payrollers en uitzendkrachten. Die twee zijn zelfs veruit het meest gebruikt, gevolgd door gedetacheerden. Aan uitzendkrachten wordt bij de gemeenten zelfs ruim twee derde van de totale som aan externe inhuur besteed. En bij ‘uitzendkracht’ stellen dan weer een stuk minder mensen zich een dure consultant in maatpak voor… Dat is toch eerder iemand die bij piek en ziek een handje meehelpt, in plaats van die ‘heel dure consultant, adviseur en manager’, over wie Ronald van Raak het heeft. Driedubbele boodschap voor gemeenten Doen die uitzendkrachten dan geen werk dat ook ambtenaren in vaste dienst zouden moeten doen? Moeten die gemeenten daarvoor geen extra mensen zoeken? Misschien. Maar dat extra mensen zoeken doen die gemeenten dan ook wel, zo blijkt. De instroom stijgt sterk. Maar dan nog. Er zijn namelijk ook heel veel vacatures, die niet zomaar te vervullen zijn. En er zijn ook veel taken bijgekomen. Vind je het gek dat dan af en toe het uitzendbureau gebeld wordt? En gemeenten krijgen ook een driedubbele boodschap mee: enerzijds moeten bezuinigen en niet te veel ambtenaren in dienst nemen, anderzijds ook niet te veel uitgeven aan externe inhuur. Maar tegelijk wel de service op peil houden. Dat gaat op een gegeven moment vanzelf wringen natuurlijk. Een uitzendkracht is eerder iemand die bij piek en ziek een handje helpt, dan die ‘heel dure consultant, adviseur en manager’ van Ronald van Raak Vooral ict’ers zijn gewild Bij de Ministeries is het beeld om wat voor externen het precies gaat onduidelijker. Maar als verklaring voor de stijging van de externe inhuur lezen we hierover in het AD: ‘Vooral ict’ers zijn gewild’. Tja, dank je de koekoek. Die zijn toch in de hele arbeidsmarkt gewild? De overheid doet al heel veel om ict’ers binnen te halen. Maar er is grote concurrentie rondom deze veelgevraagde groep. Wat zou er dan moeten gebeuren zolang die ruim 1.000 ict-vacatures niet vervuld zijn? De hele ict-voortgang stilleggen? Dat wil toch ook niemand? Wat zou er dan moeten gebeuren zolang vacatures niet vervuld zijn? De hele ict-voortgang stilleggen? Vaste contract niet heilig verklaren Is dit een pleidooi om maar zoveel mogelijk externen aan de slag te krijgen bij de overheden? Nee. Maar zoals we hier al eerder stelden, een te grote focus op deze getallen leidt af van waar het om gaat: een overheid die naar behoren, tegen een redelijk bedrag, kwalitatief goed werk aflevert. Daarvoor hoef je het vaste contract helemaal niet heilig te verklaren. Wat gaat de flextoeslag betekenen? En dan nog gloort er hoop voor wie bijvoorbeeld vindt dat er bij gemeenten te veel niet-ambtenaren rondlopen. In het recent gesloten cao-akkoord voor gemeenteambtenaren zijn duidelijke afspraken gemaakt over de externe inhuur. Zo is er een ‘flextoeslag’ gekomen die payrollen minder aantrekkelijk maakt en ervoor zorgt dat tijdelijke medewerkers op zijn minst hetzelfde loon krijgen als hun collega’s met een vast contract. Laten we nog even geduld hebben hoe die regel uitpakt, voordat we weer moord en brand schreeuwen over een probleem wat in feite misschien wel helemaal geen probleem is. Lees ook: Overheid verder op slot voor zzp’ers Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags flexibiliteit, inhuur, overheid | 3s Reacties
Een eigen huis, een plek onder de zon, nu ook voor uitzendkrachten bereikbaar Geplaatst 14 juli 2017 door Jurriën Koops Wie kent ze niet? De grote gebeurtenissen in een mensenleven die grote gevolgen hebben. Echtscheiding, werkloosheid, het overlijden van een echtgenoot. Maar ook leuke zaken als een huwelijk en de geboorte van een kind. Twee Amerikaanse wetenschappers (Thomas Holmes en Richard Rahe) hebben in 1967 een schaal gemaakt van 43 van zulke grote gebeurtenissen met veel impact op een mensenleven. Wat blijkt? Een hypotheek voor de aankoop van een huis staat hoog genoteerd. Nog bóven een kind dat het ouderlijk nest verlaat. En boven problemen met de schoonfamilie. Of met de baas. Een hypotheek, kortom, is voor ieder mens een life changing event. Een hypotheek voor de aankoop van een huis is voor ieder mens een life changing event. Een eigen huis. Een plek onder de zon. Wie wil dat niet? Sinds kort is het ook mogelijk voor alle uitzendkrachten in Nederland. Met de perspectiefverklaring kunnen zij nu bij alle grote hypotheekverstrekkers terecht. Wat eerst bij een select gezelschap aan uitzenders mogelijk was, is sinds de recente oprichting van de Stichting Perspectiefverklaring veranderd: nu kunnen alle gecertificeerde uitzendorganisaties die een perspectiefverklaring willen gaan uitgeven, zich aansluiten. Hoe werkt het precies? Hoe werkt het precies? Als je als uitzendkracht langer dan 1 jaar voor hetzelfde uitzendbureau werkt kun je een perspectiefverklaring aanvragen (mits de uitzender zo’n verklaring mag uitgeven). In de perspectiefverklaring wordt vervolgens een inschatting gemaakt van het toekomstperspectief van de uitzendkracht. Is hij of zij in de toekomst in staat om een bestendig inkomen te verdienen? Wat zijn zijn of haar perspectieven op de arbeidsmarkt? Banken nemen de perspectiefverklaring vervolgens mee in hun beoordeling voor het al dan niet verstrekken van een hypotheek. Waarbij ze dus kijken naar inkomenszekerheid, in plaats van naar baanzekerheid, zoals voorheen. Ook zaken als vermogen, schulden en of er nog een tweede inkomen is worden in de totale beoordeling meegenomen. De perspectiefverklaring helpt uitzendkrachten hun eigen toekomst verder vorm te geven. De perspectiefverklaring helpt uitzendkrachten hun eigen toekomst verder vorm te geven. Een eigen huis hoort daarbij. Huisje, boompje, beestje…. Ik ben heel blij en trots dat we als uitzendbranche, samen met hypotheekverstrekkers en consumentenorganisaties, hieraan ons steentje kunnen bijdragen. Het stemt vrolijk, tijd voor René Froger met het volume op 10. Een eigen huis, een plek onder de zon… Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags ABU, uitzendbranche, uitzendsector | Laat een reactie achter