"Exploring the future of work & the freelance economy"

Overheid verder op slot voor ZZP’ers en andere externen. Is er nog ruimte voor innovatief organiseren?

Gemeenten gaven in 2010 25% minder uit aan externen, blijkt uit onderzoek van het A+O Fonds. Eerder werd al duidelijk dat ministeries minder externen inhuren. Het lijkt er op dat deze trend zich doorzet. De SP bepleit een verdere afname van 40% van externe inhuur. In tijden van bezuinigingen lijkt dat logisch.

De weinig populaire vraag blijft of dit verstandig is?

Trend bij gemeentes

Het A+O fonds doet jaarlijks onderzoek naar het personeelsbeleid binnen gemeenten. Op verzoek van de sociale partners werd binnen dat onderzoek, de Personeelsmonitor 2010,  dit jaar specifiek ook aandacht besteed aan de inhuur van externen (zie pagina 47-50). Uit het onderzoek onder bijna 200 gemeentes blijkt dat het bedrag dat uitgegeven is aan externe inhuur (exclusief uitbesteding taken) in 2010 lag op 16% van de totale loonsom. Dat cijfer lag over 2009 op 20%. De daling was het grootst bij de grotere gemeenten. Bij gemeenten onder de 20.000 inwoners is het percentage nog wat gestegen.

Bij een uitsplitsing van de cijfers blijkt dat meer dan de helft van dit bedrag (54%) uitgegeven wordt aan tijdelijke vervanging. Piek & ziek dus, plus (nog) niet vervulde functies. Dat percentage komt mij tamelijk hoog over. Je zou zeggen dat dit soort flexibiliteit ten dele ook intern te organiseren moet zijn, al dan niet via inter-gemeentelijke samenwerking.

46% van de uitgaven aan externen wordt uitgegeven aan specialisten. Hierbij gaat het dus om taken en functies die bewust niet worden uitgevoerd door medewerkers in eigen loondienst. Het gaat hierbij dus om een bewuste keuze om tijdelijke kennis binnen te halen. Koploper hierbij is ICT, dat 16% van alle kosten voor externen opsoupeert.

(Bron: A+O Fonds Gemeenten, Personeelsmonitor 2010) 

Helaas is in het onderzoek niet meegenomen wat het aandeel van ZZP’ers is binnen deze groep ingehuurde externen. Al dan niet rechtstreeks ingehuurd. Uit een eerder onderzoek van het A+O fonds, onder een beperkte groep gemeenten, bleek dat gemeenten relatief weinig met ZZP’ers werken. Ongeveer 2%, terwijl 9% van de Nederlandse beroepsbevolking ZZP’er is.

Beperkte registratie, weinig beleid?

De monitor van het A+O fonds laat verder zien dat tweederde van de gemeenten een centrale registratie van externe inhuur heeft. In 2009 lag dat cijfer nog op 56%.  Alhoewel dit percentage dus duidelijk gestegen is, blijkt dat veel gemeenten niet in staat zijn een goede uitsplitsing te geven (zoals in bovenstaande tabel) van welke diensten ze precies inhuren en met welke motief (vervanging of kennis). Dit suggereert op zijn minst dat er ook niet direct beleid is voor welke taken wel en voor welke geen externen worden ingehuurd.

Daar wringt mijn inziens de schoen.

Maximeren uitgaven externen, betere kwaliteit?

De SP was er bij monde van Kamerlid Ronald van Raak als de kippen bij om naar aanleiding van dit onderzoek te pleiten om de zgn. ‘Roemer-norm’ (maximaal 10% van de loonsom uitgeven aan externen) ook op gemeenten toe te passen (De Roemer-norm is genoemd naar een motie van Emile Roemer, die wel is aangenomen in de Tweede Kamer, maar vervolgens niet is uitgevoerd door het kabinet). Voor Van Raak ligt er een rechtstreekse relatie tussen een daling van de uitgave aan externen en een stijging van de kwaliteit van het bestuur. Ik lees in zijn blog geen verdere onderbouwing noch bewijs van deze stelling.

Een ander perspectief: De helft van alle beleidsambtenaren (in loondienst) van de gemeente Amsterdam woont niet in de stad zelf. Dat zegt mij nog niets over hun kwaliteit of betrokkenheid. Toch zegt iets me dat je met het betrekken van lokale ZZP’ers en andere externen (crowdsourcing) bij beleidsontwikkeling en –uitvoering zo maar eens een betere, innovatievere en effectievere overheid krijgt. En je verkleint ook de afstand tussen overheid, burgers en (lokaal) bedrijfsleven.

Gemeente met visie moet zelf keuzes kunnen maken

Ik snap best de roep op het terugdringen van de uitgaven aan externen in deze tijden van bezuinigingen. Sterker nog, ik vind dat een gemeente (net als alle andere organisaties overigens) altijd kritisch moet zijn omtrent het werken met externen. Zowel qua kosten als qua effectiviteit, interne samenhang, opbouwen kennis, continuïteit. Het werken met (veel) externen heeft zijn voor- en nadelen. Daar moet je als organisatie goed over nadenken en een visie op hebben. Met de regelruimte om te kiezen of, waar en hoeveel je met externen werkt.

Uiteindelijk gaat het er toch om dat een gemeente (en andere overheden) kiest (voor ons als burgers) voor een manier van organiseren van de taken die de beste kwaliteit oplevert tegen de laagste kosten. Ik sprak onlangs met een directeur van een grote gemeente die mijn inziens op een verstandige en moderne manier projectmatig werkte, met een gerichte inzet van externen. Hij vertelde, zuchtend, dat het politiek niet meer haalbaar was om op deze manier te werken. Zonder ‘onderscheids des project’ zat de deur voor externen volledig op slot.

Het grote gevaar voor het hanteren van een vaste (maximale) norm voor inhuur is dat er alleen maar gekeken wordt naar dat getal en niet meer naar de beste (kwalitatief, financieel) manier van organiseren.

Hugo-Jan Ruts is 'editor-in-chief' en uitgever van ZiPconomy. Bekijk alle berichten van Hugo-Jan Ruts

2 reacties op dit bericht

  1. Een norm als ‘10% mag maximaal besteed worden aan externen’, focust alleen op kosten en niet op wat het oplevert. Een gemeente die bijvoorbeeld tegen de crisis projecten naar voren haalt en extra investeert, heeft ook extra geld nodig voor o.a. projectleiders.

    Dan is het idioot om achteraf te stellen dat er teveel of meer is ingehuurd. Een extra bouwproject levert misschien wel werk op voor 20 bouwvakkers en bespaart aldus op gemeentelijke uitkeringen en subsidies.

  2. Er schuilt idd een gevaar in dat slechts gestuurd zal worden op het benaderen van deze Roemer-norm. Maar wordt er ook gekeken naar de kwalitiet, moet toch echt erkend worden dat inhuur vaak goedkoper is dan project met eigen mensen uitvoeren.
    Tuurlijk, er worden al kosten gemaakt voor de eigen mensen maar deelname aan projecten vraagt toch om andere expertise en/of kwaliteiten. Men gaat het ene gat met het andere vullen want het bestaande werk moet okk door. Wat is het gevolg? Langere doorlooptijden met navernate kosten en/of genoegen nemen met een mindere kwaliteit. De externe heeft volledige focus en door goed afspraken te maken kunnen kosten best beteugeld worden. Kijk alleen eens naar de keten. Soms zitten er wel 3 partijen tussen projectleider en opdrachtgever. Door goed beleid op inhuur kan dit beteugeld worden. Daarnaast waarom niet eens op basis van resultaat inhuur plegen ipv altijd voor uurtjes te gaan. Beide partijen worden hierdoor scherp zeker als aan het einde nog iets in het verschiet ligt.