Monthly Archives: mei 2015

Zijlstra (VVD) neemt stelling in zzp-debat. Zet zich af tegen lijn Asscher (PvdA)

VVD-fractievoorzitter Zijlstra heeft het op het partijcongres van de VVD duidelijk stelling genomen in het debat over de positie van de zzp’er. Hij zet zich af tegen beleidsvoornemens die er op gericht lijken het aantal zzp’ers in te dammen. Voor Zijlstra zijn de “zzp’ers niet het probleem, maar de oplossing”. Hij wil werkgevers verlost worden van de ballast van vaste contracten, zodat ze sneller nieuwe mensen kunnen aannemen. Mensen op de arbeidsmarkt moeten zich beter voorbereiden voor de toekomst. “De zekerheid die een vast contract lijkt te bieden, is vooral een schijnzekerheid.”

Zijlstra neemt met zijn toespraak een positie in die duidelijk haaks staat op de visie van PvdA-minister Asscher. Zo wil Asscher in verschillende sectoren werkgevers weer dwingen om zzp’ers in dienst te nemen.

Daarnaast beraadt het kabinet zich momenteel op een reactie op het rapport van een interdepartementaal beleidsonderzoek dat onlangs aan het kabinet is aangeboden. In een eerste conceptversie van die reactie is sprake van het beperken van de fiscale voorzieningen voor zzp’ers. Zijlstra voelt blijkbaar weinig voor dergelijke plannen, die er op gericht lijken om het aantal zzp’ers te beperken “Doordat mensen als zzp’er aan de slag gaan, hebben ze een baan, hebben ze een inkomen. Dat gaan we hun niet afnemen.”

Binnen het kabinet is het vooral Asscher die de toon zet in het debat over het groeiend aantal zzp’ers. Minister Kamp van EZ (VVD) blijft opvallend stil, althans naar de buitenwereld. Blijkbaar vond Zijlstra het de hoogste om duidelijk te maken dat de VVD afstand neemt van de lijn Asscher. Dat wordt nog een boeiende discussie de komende weken tussen de twee coalitiegenoten.

Ondernemerschap en regelgevig

Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags | 1 Reactie

Denis Maessen (PZO): ‘Het is een illusie te denken dat je meer banen creëert door zzp-schap te ontmoedigen”

Denis Maessen
Denis Maessen

Denis Maessen is sinds een paar maanden voorzitter van PZO ZZP. Hij is met zijn neus in de boter gevallen. Er liggen tal van actuele zzp-dossiers op tafel. Na die eerste maanden moet hij constateren dat de Haagse instituties nog niet geland in de nieuwe tijd. Zo zegt hij in een interview in het FD. Daarbij verbaast hij zich er over het gesprek over zzp’ers op basis van emoties wordt gevoerd in plaats van feiten.

Maessen maakt zich zorgen over het kabinetsstandpunt naar aanleiding van een interdepartementaal rapport over zelfstandigen zonder personeel dat binnenkort naar buiten komst. “Ik heb ook nog geen enkel reëel scenario gehoord over hoe het kabinet ondernemerschap en een goede economische uitgangspositie van Nederland wil bevorderen. Een héél groot deel van de zzp’ers doet namelijk aan gezond ondernemerschap. Het lijkt alsof de politiek daaraan voorbijgaat.“

Het mogelijk afschaffen van de zelfstandigenaftrek en het verplicht stellen van verzekeringen zijn voor Maessen stappen in de verkeerde richting. “De zelfstandigenaftrek is géén cadeautje van de fiscus, maar ooit ingevoerd om zzp’ers te compenseren. Die kunnen anders dan werknemers niet fiscaal gunstig sparen voor pensioen en ze zijn ook niet automatisch verzekerd voor arbeidsongeschiktheid en werkloosheid. “  Volgens Maessen blijkt uit cijfers van het Verbond van Verzekeraars dat het merendeel van de zzp’ers wel degelijk verzekerd is tegen arbeidsongeschiktheid. Maessen gelooft veel meer in voorlichting dan verplichting. Daarnaast is het hard nodig dat de verzekeringsmaatschappijen hun dienstverlening voor zzp’ers verbeteren.

Ontmoedigingsbeleid overheid

Onderbetaalde schijnzelfstandigen is een maatschappelijk probleem waarvan ook Maessen vindt dat het aangepakt moet worden. Maar vergeten wordt dat het hier maar om 5% van de hele markt gaat. Een “deel van de politiek die 5% ziet als exemplarisch voor de rest. En mogelijk met tegenmaatregelen komt die ook die 95% raken.” In plaats van een ontmoedigingsbeleid dat puur gericht lijkt te zijn op het beperken van het aantal zzp’ers zou de overheid zich volgens Maessen veel meer moeten aantrekken dat veel zelfstandigen zich niet gewaardeerd voelen.

Maessen: “Het is een illusie om te denken dat je meer vaste banen creëert door zzp-schap te ontmoedigen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek liet onlangs al zien dat in de zakelijke dienstverlening het aantal zelfstandigen geweldig is toegenomen. Daar is tegelijk niet het aantal vaste banen enorm afgenomen. Zzp’ers zijn juist een aanvulling. Wij denken dat dit doorgroeit naar 2 miljoen in 2025 door het toenemend zelfbewustzijn van professionals, het groeiend aantal hoger opgeleiden en de behoefte aan vrijheid. De overheid lijkt deze ontwikkeling te miskennen maar kan het ook in een breder én positiever perspectief bekijken.”

Ondernemerschap en regelgevig

Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Denis Maessen (PZO): ‘Het is een illusie te denken dat je meer banen creëert door zzp-schap te ontmoedigen”

ZZP’ er: de ideale werknemer. En toch durven organisaties ze niet in dienst te nemen.

18405831_sGisteren kwam in een artikel de meerwaarde van ‘intrapreneurs’ naar voren. Dat zijn medewerkers met een bovengemiddeld ondernemende houding. Aanjagers van innovatie en werkgelegenheid, zo bleek. Wat ook bleek uit dat onderzoek van onder andere Werner Liebregts is dat veel van de intrapreneurs die binnen organisaties werkzaam zijn, voorheen zzp’er waren of het zelfstandig ondernemerschap combineren met een vaste baan. De zogenaamde hybride contracten.

Koud watervrees

Ik moest daarbij denken aan een artikel van Melody Barlage van een paar weken geleden. Ze schrijft daarin over een Engels onderzoek  waarin duidelijk werd dat werkgevers huiverig zijn om zzp’ers in dienst te nemen. Het simpele feit dat iemand zzp’er is, zet hem of haar op achterstand in een  sollicitatieprocedure voor een vaste functie.

Ik ken geen vergelijkbaar Nederlands onderzoek, maar ik herken het beeld wel uit verhalen van zowel zelfstandigen als recruiters. Het vooroordeel dat een solliciterende zzp’er wel een mislukte ondernemer moet zijn of iemand die snel weer vertrokken is, heerst blijkbaar nog. Dat terwijl er allerlei goede motieven kunnen zijn voor een zzp’ers om weer te switchen.

Barlage verwijst in haar artikel  ook naar het zzp-panel onderzoek van onderzoeksbureau Panteia. Daarin stelt 14% van alle zzp’ers het liefst nu weer in loondienst te gaan. 19% zou niet direct willen, maar wel op termijn. Tussen verschillende sectoren (van de bouw zzp’ers tot de interim professionals in de zakelijke dienstverlening) zitten overigens niet eens zulke grote verschillen.  Cijfers van de KvK laten zien dat bijna de helft van alle zzp’ers binnen vijf jaar het zelfstandig ondernemerschap weer heeft verlaten.

Motieven van die zzp’ers om een loondienstverband te overwegen worden niet genoemd in dat onderzoek. Een deel zal vast economisch gedreven zijn (te weinig opdrachten), maar motieven kunnen ook heel anders en minder negatief geladen zijn. Het aantal zp’ers dat voor eens en altijd zelfstandig is en blijft is beperkt. Vrijheid, autonomie en vakmanschap zijn voor veel zp’ers belangrijke motieven, maar dat wil nog niet zeggen dat ze dat alleen maar als zp’ers kunnen en willen bereiken. En misschien ben je wel zo’n aantrekkelijke werkgever dat iemand zelfs zijn zp-status wil loslaten om ondernemend binnen jouw bedrijf verder te gaan?

Het onderzoek van Liebregts c.s. en zijn conclusie dat die waardevolle intrapreneurs bovenmatig vaak eerder zelfstandig zijn geweest, lijkt me voldoende aanleiding voor organisaties om dat vooroordeel nog eens ter discussie te stellen.

Inhuur recruitment & flex

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor ZZP’ er: de ideale werknemer. En toch durven organisaties ze niet in dienst te nemen.

Het DNA van de ondernemende werknemer ontrafeld

Ik vind het één van de grootste paradoxen omtrent zelfstandige interim professionals. Veel zp’ers zijn zelfstandig ondernemer geworden omdat ze zich belemmerd voelden in de organisatie waar ze als laatste werkten. En veel organisaties, niet zelden het type organisatie waar ondernemende professionals juist weggingen, huren vervolgens zp’ers in om het gebrek aan ondernemerschap van hun eigen medewerkers te compenseren.

Dat zou toch anders moeten kunnen.

Ondertussen concludeerde Prof. Henk Volberda (Erasmus Universiteit, Rotterdam) in een recent  onderzoeksrapport van het World Economic Forum dat het droevig gestemd is met het ondernemend gedrag van medewerkers in vaste dienst. Dat remt innovatie en groei.

Onderzoek naar intrapreneurship

Ondernemend gedrag van werknemers binnen bedrijven wordt, bij gebrek aan een goed Nederlands woord (ik vind ‘werkondernemer’ ook niet zo lekker bekken), wel intrapreneurship genoemd. Intrapeneurship draagt volgens onderzoekers bij aan de innovatie en prestatie van bedrijven van iedere omvang. Intrapreneurs scoren hoog op punten als implementatie van nieuwe producten, diensten, werkwijzen en kennis. Daarmee dragen ze ook bij aan de groei van werkgelegenheid binnen de organisatie waar ze werken. Ruimte geven voor intrapeneurship zou ook nog wel eens ongewenst verloop tegen kunnen houden.

Helder onderzoek naar wat intrapreneurship precies is en waarin intrapreneurs verschillen van andere werknemers ontbrak. Terwijl kennis hiervan natuurlijk wel essentieel is om te begrijpen hoe men intrapreneurship kan stimuleren. Gelukkig is daar nu verandering in gekomen. Werner Liebregts (in 2012 nog finalist van de ZiPconomy scriptieprijs), Paul Preenen en Steven Dhondt berichten in Economisch Statistische Berichten (ESB) over een onderzoek dat zij gedaan hebben naar intrapreneurship. TNO en de Utrecht University School of Economics (U.S.E.) hebben daar een eigen vragenlijst voor ontwikkeld, de Intrapreneurial Behaviour Measure (IBM), die uitgezet is onder een kleine 600 Nederlandse werknemers.

Liebregts: “Hoewel we twee fundamenteel andere benaderingen van intrapreneurship gebruiken zien we dat intrapreneurs in beide gevallen aanzienlijk verschillen van andere werknemers op een aantal belangrijke kenmerken.

Zo komen de onderzoekers  tot de conclusie dat intrapreneurs, in vergelijking met andere werknemers, vaker man zijn, aanmerkelijk vaker hoogopgeleid en op weekbasis meer werkuren maken. Bovendien hebben intrapreneurs meer ervaring met zelfstandig ondernemerschap. Het kan zijn dat zij in het verleden zelfstandig ondernemer zijn geweest, maar ook dat zij het werknemerschap hier mee combineren. Tot slot hebben intrapreneurs vaker de intentie om een zelfstandige onderneming te starten, eventueel in de vorm van een spin-off van de huidige werkgever.

intrapreneurship

Intern ondernemerschap faciliteren

De onderzoekers keken ook naar wat organisaties kunnen doen om ondernemende professionals te behouden als werknemer. Dat deel van de resultaten is nog niet gepubliceerd, maar Liebregts kan wel alvast een aantal zaken benoemen: “Het meest opvallende resultaat vind ik dat intrapreneurs doorlopend ondernemend actief lijken te zijn; dan eens als intrapreneur, dan eens als zp’er en in een enkel geval gelijktijdig. Wanneer men intrapreneurs voor de organisatie wil behouden, zal deze ondernemend gedrag van werknemers goed moeten faciliteren. Gelukkig heeft een grotere organisatie daar doorgaans meer middelen voor dan een eenling of netwerk van eenlingen.

“Denk hierbij aan het vertrouwen dat leidinggevende uitdrukken in de competenties van hun werknemers en de mate waarin zij hun werknemers voorzien van tijd en middelen om ondernemend te kunnen zijn. Ook samenwerking met externe partners, zoals klanten, opdrachtgevers en leveranciers, blijkt positief samen te hangen met intrapreneurship . Tot slot moeten werknemers voldoende uitdaging in werktaken ervaren.”

Zzp’er in dienst?

Mooie resultaten die het belang aangeven om dit soort ondernemende types te behouden voor organisaties. En ook een goed argument om eens wat nadrukkelijker te overwegen om zelfstandig ondernemers die zich aanbieden in dienst te nemen. Daar bestaat immers nog al wat koudwater vrees tegen. Maar daarover morgen meer.

Anders Organiseren

Geplaatst in Professioneel inhuren, Toekomst van Werk | Tags , , , | 1 Reactie

Toekomst van Werk: wat zijn de thema’s de komende jaren voor management, HR en recruitment?

We beginnen af te tellen: op 11 juni organiseren dNHacademy, HRcommunity en ZiPconomy een unieke bijeenkomst over de gevolgen van maatschappelijke, technologische en economische veranderingen op het werk en leven van mensen. Dat doen we op een bijzondere locatie, EYE Amsterdam. En onder de naam Toekomst van Werk. In een dagvullend programma, met prachtige sprekers en een mooi netwerk aan deelnemers, bespreken we de cruciale thema’s van de komende jaren voor voor leiders, managers, HR en recruitment.

FutureIsNow

Alle informatie over de inhoud van het programma vindt u op deze website. Ik licht er een paar uit.

be823a09-67f9-4846-86cf-c66b37cce30e-mediumProf René ten Bos, eigenzinnig filosoof, auteur en organisatiedeskundige opent de dag. Hij vraagt zich af hoe het zit met arbeid, werk en het vergaren van inkomen. Hij zal ook een relatie leggen met zijn nieuwste boek Water, een geofilosofische verkenning.

Prof Aukje Nauta gaf vorige jaar een keynote op het ZiPconomy seminar en onlangs was ze nog te gast op een ZiPconomy bijeenkomst over goed opdrachtgeverschap. Ze heeft zal haar visie geven over de ontwikkeling van de arbeidsrelaties en speciaal vanuit sociaal psychologische perspectief. Met haar boek Tango op de Werkvloer heeft ze hier al een unieke inkijk in gegeven en met pamflet2.nl gaat ze verder op het pad van sociale innovatie.

Internationale context

We kunnen polderen wat we willen; als je het hebt over de Toekomst van Werk, dat moet je dat bezien in de internationale context. Nu meer dan ooit.

Het tweede deel van de dag komen dan ook twee zeer aansprekende inleiders op het podium om het over die international context te hebben.

Jonathan Holslag heeft enkele maanden geleden zijn visitekaartje afgegeven bij De Wereld Draait Door. Hij gaf daarnaast in het VPRO programma Tegenlicht een bijzondere inkijk in de rol van Europa op het wereldtoneel van waardetoevoeging. Dit  aanleiding van zijn boek De Kracht van het Paradijs, hoe Europa kan overleven in de Aziatische eeuw. Onlangs publiceerde hij een nieuw boek over China. Holslag gaat in op de betekenis van arbeid en arbeidskansen voor Europa op het wereldtoneel.

En dan natuurlijk Lynda Gratton. Internationaal gezien een van de meest inspirerende en invloedrijkste spreker, onderzoeker en adviseur op het terrein van de toekomst van werk.  Haar boek ‘The Shift: The Future of Work is Already Here‘ geldt als een toonaangevend  werk over dit thema. Gratton zal ons tijdens het seminar deelgenoot maken van haar meest recente inzichten over de ingrijpende gevolgen van de veranderingen die in het werk plaatsvinden en wat hierbij de grootste uitdagingen zijn. Zo heeft ze het over de noodzaak ‘emotionele, intellectuele en sociale weerbaarheid’ op te bouwen binnen organisaties. Hoe bouw je een organisaties met netwerken en communities? Daar ligt volgens Gratton de toekomst van HR afdelingen.

We nodigen je natuurlijk graag uit om deze sprekers, en meer, te komen zien op ons seminar, plus vakgenoten te ontmoeten en met hen in gesprek te gaan. Maar hierbij alvast een korte preview:

Geplaatst in Professioneel inhuren, Toekomst van Werk | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Toekomst van Werk: wat zijn de thema’s de komende jaren voor management, HR en recruitment?

Interimbureau Schaekel & Partners en LTP gaan samenwerking aan.

LTP Business Psychologists en managementbureau Schaekel & Partners gaan een samenwerking aan. De organisaties  bundelen hun krachten rond het thema Fit for the future.

Waar Schaekel & Partners succesvol is in het werven van kandidaten voor management- en directiefuncties, is LTP marktleider op het gebied van assessments, persoonlijke- en teamontwikkeling. LTP ontwikkelde het ‘Future Fit assessment’, een online assessment ter ondersteuning van het Future Fit Programma van Schaekel & Partners.

“Samen met LTP hebben wij een programma ontwikkeld rondom toekomstige en duurzame inzetbaarheid van managers en professionals”, vult Charles de Monchy, partner bij Schaekel & Partners, aan. “Het stelt hen in staat keuzes te maken voor hun toekomstige carrièrestap, in samenwerking met de werkgever. Uniek hierbij is de combinatie van inzicht in persoonlijke competenties met een concreet beeld én toetsing in het veld. Resulterend in een duidelijke richting voor de volgende carrièrestap met een concreet actieplan. Een document waarmee de werkgever én de medewerker helderheid hebben over elkaars verwachtingen en waarmee ook voldaan wordt aan de vereisten van Goed Werkgeverschap.”

Jan Kwint, algemeen directeur LTP: “Goed werkgeverschap anno 2015 vraagt om optimale ondersteuning van medewerkers bij het vergroten van hun duurzame inzetbaarheid. In de ideale wereld is dit onderwerp van gesprek vanaf het moment dat iemand aan boord is. En zorgt de werkgever ervoor dat de medewerker zich voortdurend blijft ontwikkelen. Maar in werkelijkheid gaat het vaak anders. Met de wijzigingen in de Wet Werk en Zekerheid per 1 juli is een gerichte aanpak op dit vlak nog urgenter dan voorheen. Het Future Fit Programma van Schaekel & Partners, met daarin ons online Future Fit Assessment, ondersteunt werkgevers hierin.”

“Juist nu de traditionele scheiding tussen interim- en vaste medewerkers verder vervaagt en nieuwe eisen worden gesteld aan bestuurders en management, wordt een goede match op persoonlijkheid en competenties steeds belangrijker. Co-creatie met best of breed partners maakt dit mogelijk, de samenwerking met LTP is hier een goed voorbeeld van”, aldus Piet Hein de Sonnaville, partner bij Schaekel & Partners.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Interimbureau Schaekel & Partners en LTP gaan samenwerking aan.

De marktwaarde van de zzp’er: Expert, meester, gezel of leerling

Eind 2014 heeft Nederland circa 880.000 zp’ers. Circa 12% van hen geniet een inkomen onder de armoedegrens oftewel de bijstandsnorm. Circa 27% van de zzp’ers heeft een jaaromzet van meer dan €100.000,–. Interessant is de vraag wat de waarde van zp’er op de markt bepaalt en waardoor de hoogte van het tarief wordt ingegeven.

Mate van uniciteit is doorslaggevend

Het tarief voor de zp’er is sterk afhankelijk van een aantal factoren, te weten:

a. De grootte van het aanbod van vergelijkbare diensten in de markt.
b. De uniciteit van de dienstverlening van de zelfstandige professional.
c. De overdraagbaarheid van kennis en vaardigheden aan de organisatie.
d. De borging van de continuïteit van de dienstverlening door de zelfstandige professional.
e. De toegevoegde waarde van de diensten voor de continuïteit van de organisatie op de langere termijn.

Met name de uniciteit van de dienstverlening vormt een cruciale succesfactor voor de zp’er. Onderstaande figuur geeft het verband tussen de waarde van de zp’er en de uniciteit van zijn of haar dienstverlening weer:

FIGUUR 2.1:DE WAARDE VAN DE ZELFSTANDIGE PROFESSIONAL
FIGUUR 2.1: DE WAARDE VAN DE ZELFSTANDIGE PROFESSIONAL

Expert, meester, gezel & leerling

De zp’er die als expert is aan te merken, kenmerkt zich door hoog vakmanschap en een hoge mate van uniciteit. De expert heeft vaak al carrière gemaakt, beschikt over een breed netwerk en heeft een behoorlijke reputatie in de markt. Naarmate de door de markt erkende uniciteit van de expert hoger is, raakt zijn of haar tarief van ondergeschikt belang. De klus moet immers geklaard worden. De expert heeft als zp’er een belangrijk opletpunt: het bovenstaande gaat namelijk niet op wanneer de expert beschikt over een expertise waar geen vraag (meer) naar is.

Naarmate de gezel een verdere afstand heeft van het meesterschap, staat zijn tarief onder druk.

De zp’er die als meester is aan te merken, heeft heel veel kenmerken die ook toe te wijzen zijn aan de expert. Echter, over het algemeen en met name in de ‘zachtere’ beroepen is de zelfstandige professional zelden de expert bij uitstek. Meerdere zzp’ers zijn als meester in hun vak aan te merken. De meester geniet brede ervaring en laat een professionele houding zien. De meester heeft over het algemeen een breed netwerk opgebouwd en weet dat voor zichzelf en voor de klant in te zetten en te verbinden.

Het onderscheid tussen de zzp’er die als meester of als gezel is aan te merken, varieert en verschuift van beginner, leerling af naar ervaren, meester in wording. Veel zzp’ers zijn als gezel aan te merken. De gezel beheerst nog niet alle facetten van het vak en moet nog steeds in meer of mindere mate ‘bijleren’. Doordat gezellen in groten getale op de markt aanwezig zijn, hebben opdrachtgevers ruime keuze uit hun aanbod en schuwen niet daar gebruik van te maken. Naarmate de gezel een verdere afstand heeft van het meesterschap, staat zijn tarief onder druk.

Een leerling is vaak (nog) niet klaar voor een bestaan als zelfstandige. Een zp’er die als leerling is te beschouwen, moet realistisch zijn omtrent de kansen op de markt. Het hebben van de vereiste diploma’s voor het vakgebied is een begin, maar het opdoen van de benodigde ervaring, gekoppeld aan de kennis en de vaardigheden is een vereiste om als zp’er een bestaan op te bouwen. Het kenbaar maken binnen het netwerk van datgene wat de leerling wil, is onontbeerlijk om kansen om ervaring op te doen te creëren of te krijgen. De gunfactor is daarbij van groot belang. De leerling dient hoe dan ook te bedenken wat hij, ondanks het gebrek aan kennis en ervaring de ander te bieden heeft. De leerling die het nieuwe combineert met datgene waar hij gezel of zelfs meester in is, om vervolgens de markt te betreden als hybride zelfstandige, geeft zichzelf een andere, vaak betere, start.

Tot slot

Het voorgaande impliceert niet dat er geen andere wegen zijn die naar Rome leiden.

Momenteel betreden heel wat jonge afgestudeerden als zp’er of ondernemer de markt. Zij beschikken over een behoorlijke theoretische achtergrond vanuit hun studie en hebben vaak eerste ideeën en ervaringen al opgedaan door middel van stages, experimenten en dergelijke. Het digitale werken kent geen geheimen meer voor hen, evenals het leggen van contacten over de hele wereld via social media. De jonge afgestudeerden stellen andere eisen aan het leven. Carrière maken en geld verdienen zijn vaak niet meer het hoogste ideaal. Zij hangen minder aan de zekerheden, waarmee de generaties, die nu 30 jaar of ouder zijn, opgegroeid en vaak vergroeid zijn.

De inhoud van deze blog is gebaseerd op het boek ‘Dansend naar de toekomst. Perspectief voor werkgevend en zelfstandig professioneel Nederland’ van R. Lenssen en K. Manuel (2014).

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , | 2s Reacties

De crisis van 2025

2025De crisis van 2025… In de Ontdekking van de Toekomst schrijft professor Dr. Wim de Ridder dat er rond 2025 (give or take een jaar of 3) de volgende crisis zich aandient. Dit keer zal het een culturele crisis zijn, vergelijkbaar met de opstanden van de provo’s in 1968. De culturele revolutie van midden en eind jaren 60 heeft o.a. geleid tot gelijke rechten voor vrouwen (mijn moeder is nog ontslagen toen ze trouwde, een getrouwde vrouw mocht immers niet voor de klas staan) en homo’s. Een grote culturele verandering in die tijd, die we nu niet meer dan normaal vinden.

Rond 2025 zal er wederom een culturele crisis plaatsvinden, aangezien we nu de restanten van de systeemcrisis aan het opruimen zijn. De grote vraag is: waar gaat de culturele crisis van 2025 over?

(meer…)

Geplaatst in Visie | 7s Reacties

Goed opdrachtgeverschap en de rol van de bemiddelaar: zorgen dat zp’er optimaal kan presteren

Brainnet bekijkt het thema goed opdrachtgeverschap vanuit een andere hoek dan we tot nu toe op ZiPconomy gewend zijn. “Wij zijn er vooral voor de inlener en werken samen met enkele duizenden kennisleveranciers en zelfstandig professionals,” zegt directeur Arno Lugthart. “Ons werk bestaat uit het managen van het inhuurproces en het bij elkaar brengen van vraag en flexibel aanbod in de breedste zin van het woord.” Voor de inhuur van uitzendkrachten, gedetacheerden, buitenlandse medewerkers, freelancers of zelfstandig professionals vervult Brainnet desgewenst de rol van MSP (Managed Service Provider), intermediair of contractmanager.

Goed opdrachtgeverschap: zorgen dat zp’er optimaal kan presteren

Anne Meint Bouma
Anne Meint Bouma

“We houden ons bezig met brede flex,” zegt Anne Meint Bouma, adjunct-directeur. “We hebben het speelveld flink zien veranderen. Zo’n tien jaar geleden was 10 procent van de inhuurkrachten zelfstandige, nu is dat ruim 40 procent. Die ontwikkeling vraagt om een andere aanpak. Een zp’er is geen werknemer, maar een zelfstandige. Je moet hier als inlener anders mee omgaan. We helpen organisaties om goed opdrachtgeverschap vorm te geven, zodat een zp’er optimaal kan presteren.”

Over goed opdrachtgeverschap is op ZiPconomy al veel geschreven. Hoe zorg je ervoor dat een zelfstandig professional optimaal rendeert, zonder alleen te kijken naar goede arbeidsvoorwaarden? Weinig is echter gezegd over de rol hierin van brokers en intermediairs aan de kant van de opdrachtgever.

“We zien dat niet iedereen hier klaar voor is”, zegt Bouma. “Er zijn bedrijven met een flexinzet tot 30 procent. Ze hebben een grote HR-, inhuur- en inkoopafdeling. Wie houdt zich daar eigenlijk bezig met zelfstandigen? Niemand. Dat is een taak die we willen oppakken en invullen.”

Hoe faciliteren jullie goed opdrachtgeverschap aan de kant van de inlener?
Bouma: “Vanuit goed opdrachtgeverschap stel je jezelf de vraag, wat voegt iemand toe? Het gaat bij de inhuur van externen om mensen en hun kwaliteiten. Wie is de beste kandidaat en welke arbeidsvorm past daar het beste bij? Is dat een zp’er? Zorg en dan voor dat je hem of haar de juiste faciliteiten biedt. Een contract van een zelfstandige moet er bijvoorbeeld anders uitzien dan dat met een leverancier van tijdelijk personeel. In het contract van een zp’er staat bijvoorbeeld niet zoiets als een concurrentiebeding.”

Lugthart: “Het gaat bij de inhuur van externen om mensen en hun kwaliteiten. We snappen dat zp’ers waarde hechten aan transparantie en duidelijkheid. Wij lopen altijd die extra meter om te zorgen dat alle partijen tevreden zijn en dat we zaken vooraf goed toelichten. Dus geen verborgen kosten, maar volledige transparantie in inhuurvoorwaarden en vergoedingen, op tijd betalen en doen wat je zegt.”

“Wij geloven in kennisdeling en het bundelen van het netwerk en vakkennis. We organiseren sinds tweeënhalf jaar open netwerkbijeenkomsten voor zp’ers, waar we hen in contact brengen met op-drachtgevers die ze zelf niet zomaar tegenkomen. We stellen kennis over wet- en regelgeving, bijvoorbeeld over de huidige ontwikkelingen rond de VAR, ter beschikking.”

Transparantie

Hoe zorgen jullie zelf voor transparantie?
Lugthart: “Door altijd eerlijk te informeren. Transparantie staat bij ons hoog in het vaandel. Wat verdient de zp’er en wat verdient Brainnet? Daar moet je eerlijk over zijn. Mag Brainnet bijvoorbeeld twee keer verdienen aan één opdracht? Wij zijn daar heel helder in: nee. Ik werd laatst gebeld door een flexwerker die via een intermediair een nieuwe opdracht kon krijgen. Hij moest op zijn uurtarief een tientje afdragen aan de tussenpartij, die tegelijkertijd ook door de inlener werd betaald. Dat vinden wij dus echt niet kunnen.”

Als het gaat om goed opdrachtgeverschap, heeft de overheid soms zelf boter op haar hoofd

Hoe zet je een inlener aan tot transparantie?
Bouma: “We oriënteren ons momenteel op aanbestedingen bij de overheid. Als de overheid gunt aan één partij, dan heeft de zelfstandige geen keuze meer: hij moet met die intermediair samenwerken of hij krijgt de opdracht niet. We vinden dat een leverancier of zp’er ten minste de keuze moet hebben tussen twee aanbieders.”

Daarmee snijd je jezelf in de vingers.
“We willen een eerlijk speelveld voor iedereen en richten ons op het goed managen van het in-huurproces. Daar zit ons belang. Als dat ontbreekt, trekt zp’er aan het kortste eind. Als het gaat om goed opdrachtgeverschap, heeft de overheid soms zelf boter op haar hoofd. Vanuit goed opdrachtgeverschap ben je bijvoorbeeld eerlijk over een contract. We kennen trieste voorbeelden. Zp’ers zitten soms volledig in de squeeze, ze kunnen geen kant op. Zo worden er soms extra marges gevraagd of kosten doorberekend, terwijl dit in de aanbesteding is uitgesloten. Wij denken dan, waarom controleert de inlener dit niet?”

Maar zit daar niet juist het knelpunt als het gaat om de verantwoordelijkheid voor goed opdrachtgeverschap? Ligt die bij de inlener of de intermediair?

Arno Lugthart
Arno Lugthart

Lugthart: “Anno 2015 wil een inlener vooral schaalbaarheid van het inhuurproces en de kosten moeten te overzien zijn. In onze ogen betekent dat dat de inlener precies weet hoe contracten in elkaar zitten, hoe een tarief is opgebouwd en wat de eventuele marges en kosten zijn. We merken nog steeds dat veel inleners zich hier niet zo mee bezighouden. Wij zorgen ervoor dat een klant altijd met ons kan meekijken. We rapporteren ongevraagd over onze inhuur- en verhuurtarieven, we maken alles inzichtelijk. Doe je dat niet, dan gaat iedereen er misschien vanuit dat het goed wordt geregeld, maar weet niemand hoe het precies zit.”

De inlener heeft hierin dus ook zelf een verantwoordelijkheid?
Bouma: “Ja, de vraag is, doet een inlener dit ook zelf? Controleert de organisatie of er een eerlijke overeenkomst is gesloten met een zp’er of leverancier? Soms zijn we hierin een roepende in de woestijn. Dat is ons zendingswerk. Een inlener kan bijvoorbeeld periodiek een externe audit laten uitvoeren. Deze audit kan op de kwaliteit van de dienstverlening zijn gericht, maar ook op de contractafspraken tussen de partijen en de naleving hiervan.”

Goed opdrachtgeverschap is ook goede informatievoorziening voor zp’ers

Jullie hebben veel aandacht voor het belang van zelfstandigen, maar naar buiten toe richten jullie je vooral op de opdrachtgever.
Lugthart: “Dat klopt en dat heeft twee redenen. Ten eerste heeft Brainnet geen afgeleid verdienmodel, zoals veel andere intermediairs die een marge doorberekenen aan zp’ers. Daarnaast is het onze taak om een opdracht zo goed mogelijk in te vullen, ongeacht de contractvorm. Ons belang is een eerlijke, flexibele arbeidsmarkt. Als het totale speelveld eerlijker en transparanter wordt, krijgt die zp’er daarin vanzelf meer kansen.”

Als je een gelijk speelveld wilt, moet je zp’ers wel dezelfde informatie verstrekken

Hoe is een zelfstandige hiermee geholpen ?
Bouma: “Wij zien onszelf als kennisspeler. We wijzen zp’ers op de veranderingen in de markt. Iemand die in loondienst is, krijgt van de HR-afdeling te horen dat hij zich moet opleiden. Een zelfstandige heeft geen HR-afdeling en is hier zelf voor verantwoordelijk. We willen er voor die groep zijn door te zeggen; deze ontwikkelingen komen eraan, bereid je daarop voor. Als je een gelijk speelveld wilt, moet je zp’ers wel dezelfde informatie verstrekken. Dat geldt ook op het gebied van wet- en regelgeving. Over de thematiek rond schijnzelfstandigheid is ontzettend veel onwetendheid, van beide kanten. We horen verhalen van zp’ers die na duizend gewerkte uren zogenaamd moeten gaan payrollen. Daar kun we echt wakker van liggen en ook dat is voor ons goed opdrachtgeverschap; het inzichtelijk maken van regels. Ga niet zomaar wat roepen, maar zoek eerst goed uit hoe het echt zit.”

Ben je als intermediair niet meer gebaat bij een vaste groep zp’ers om je heen?
Bouma: “Volgens ons is een zp’er zelf vooral gebaat bij neutraliteit in het inhuurproces. Niet de persoon, maar de selectie aan kwaliteiten staat voorop. Bij sommige intermediairs moet je eerst mee gaan golfen om aan een opdracht te komen, en vervolgens moet je hen een marge afdragen. Daar zit echt een fout in het systeem.”

De weg naar goed opdrachtgeverschap voor zelfstandigen is een proces. Waar staan jullie nu en wat kan er beter?
Lughthart: “We zijn er niet van overtuigd dat het nu perfect gaat. Ongeveer tweeënhalf jaar jaar geleden zijn onze eerste inspiratiesessie voor zp’ers ontstaan. Daarvoor hebben we zp’ers altijd min of meer behandeld als iedere andere ondernemer. Helaas hebben we hierin in Nederland maar twee smaken; je bent in loondienst of je bent ondernemer. We zouden graag zien dat de zelfstandig professional hieraan wordt toegevoegd. We erkennen die aparte status van een zp’er, ook dat hoort bij goed opdrachtgeverschap. Is het daarmee perfect? Nee. Maar de waarden, normen en de visie zijn er en die dragen we graag verder uit.”

Goed opdrachtgeverschap

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | 2s Reacties

Wet “Deregulering beoordeling arbeidsrelaties” naar de Kamer. Rol intermediairs blijft onduidelijk.

Staatssecretaris Wiebes (Financiën) heeft zijn definitieve voorstel voor de vervanging van de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) naar de Kamer gestuurd. Dit voorstel werd een paar weken geleden al aangekondigd in een Kamerbrief. Over de inhoud van dit voorstel (geen VAR, wel modelovereenkomsten) hebben we hier op ZiPconomy al uitvoerig verslag gedaan.

Actal, het adviescollege toetsing regeldruk blijft uiterst kritisch op het voorstel van Wiebes, dat nu de naam “Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties” heeft gekregen. Voor Actal blijft het onduidelijk of al het werk dat voortkomt uit het plan van Wiebes zich verhoudt tot het probleem van de schijnzelfstandigheid dat Wiebes ermee wil oplossen.

Opvallend is verder dat in de stukken van Wiebes de rol van de intermediairs, die vaak tussen de opdrachtgever en zelfstandigen staan, geheel onvermeld blijft.

Actal mist eenvoud

Een belangrijk bezwaar van Actal, dat adviseert of regeldruk proportioneel ten opzichte van het beleidsdoel en of regulering überhaupt nodig is, is dat de omvang van structurele schijnzelfstandigheid niet nauwkeurig in kaart is gebracht. Het voorstel van Wiebes is primair daar op gericht. Actal stelt dat niet kan worden “vastgesteld of het probleem zo groot is dat het overheidsinterventie rechtvaardigt. Wij stellen vast dat ook het nu voorliggende alternatief dit inzicht niet biedt”.

Verder wijst Actal er op dat het “Kabinet voornemens is om de verschillen in fiscale behandeling tussen opdrachtnemers en werknemers te verkleinen. Naar verwachting zal het interdepartementale beleidsonderzoek naar zzp’ers (IBO-zzp) daar bouwstenen voor aandragen. Het verkleinen van fiscale prikkels kan de problematiek van de schijnzelfstandigheid verminderen, zodat opdrachtgevers en opdrachtnemers, en werkgevers en werknemers, veel eerder de best passende vorm voor de arbeidsrelatie zullen kiezen. Ten einde het aantal beleidswijzigingen te beperken achten wij het raadzaam om de bevindingen uit het IBO-zzp af te wachten en op grond van die bevindingen te bezien of en in hoeverre additioneel beleid met betrekking tot schijnzelfstandigheid nodig is.” Het voorstel van Wiebes komt volgens Actal dus te vroeg.

Tot slot vreest Actal voor zeer gedetailleerde modelovereenkomsten en mist ze aanwijzingen om die eenvoudig te houden. Daarbij pleit Actal er ook voor om vooraf veel duidelijker vast te leggen welke groepen zelfstandigen simpelweg zonder modelcontract af kunnen. Een goed punt, bijvoorbeeld voor situaties waarin heel duidelijk is dat een zelfstandige ook een zelfstandig ondernemer is (zoals we al eens voorstelde in De VAR en verder: Hoe ingewikkeld willen we het maken?)

“Alles overwegende adviseren wij u het wetsvoorstel nu nog niet in te dienen”, zo besluit Actal haar advies. Een advies dat Wiebes dus naast zich heeft neergelegd.

In een reactie stelt Wiebes  ‘verbaasd’ te zijn over het advies van Actal, dat volgens hem gebaseerd is op een aantal ‘misverstanden’. Zo wijst hij er op dat de modelovereenkomsten niet verplicht zijn. Het “gaat om een facultatieve mogelijkheid om vooraf zekerheid te krijgen voor die opdrachtgevers en opdrachtnemers die twijfelen of er mogelijk sprake zou kunnen zijn van een dienstbetrekking. Op geen enkele manier wordt het wettelijk verplicht om gebruik te maken van een beoordeelde (voorbeeld)overeenkomst.”

Rol intermediair blijft onduidelijk

Verder valt in de Nota van Wijzigingen op dat staatssecretaris Wiebes geheel niet in gaat op de rol van de intermediairs, bemiddelaars en brokers. Zoals in een eerder artikel (‘Vier addertjes onder het gras plan Wiebes‘) al is aangegeven: een zeer groot deel van de zelfstandigen werkt via een organisatie die tussen de inhurende organisatie en de zelfstandige in staat.

Deze veel voorkomende driehoeksrelatie tussen inhurende organisatie, intermediair en zelfstandigen komt niet aan bod in het voorstel van Wiebes. Waarschijnlijk stelt Wiebes dat de intermediair, de partij waar de zelfstandige het contract mee afsluit, dus simpelweg de opdrachtgever is. Dat kan. Het punt is wel dat Wiebes zeer uitvoerig uitlegt dat zijn Belastingdienst de feitelijke omstandigheden waaronder een zelfstandige werkt in de praktijk gaat controleren. En terecht. Als in de modelovereenkomst bijvoorbeeld staat dat een zelfstandige met zijn eigen gereedschap moet werken als teken van zelfstandigheid, dan gaat de Belastingdienst controleren of de zzp’er dat ook daadwerkelijke doet (dit voorbeeld staat ook in de toelichting van Wiebes).  Zo niet, dan volgt er een naheffing en boete voor de opdrachtgever (de intermediair dus).

Het punt is dat deze praktijkcontrole niet bij de intermediair kan plaatsvinden, maar alleen bij de inhurende organisatie. Dit terwijl de intermediair (als contractpartij) dus wel verantwoordelijk is. Het voorbeeld is natuurlijk eenvoudig door te trekken na andere sectoren.

Het feit dat Wiebes geen voorzet doet hoe met deze driehoeksrelatie om te gaan, betekent waarschijnlijk dat hij het aan de markt overlaat om dit op te lossen. Dat wordt nog een stevig gesprek over verantwoordelijkheden en inhuurrisico’s  tussen die bemiddelaars en de partijen voor wie zij zp’ers inhuren, waarbij de zp’ers dan weer moeten opletten in hoeverre het risico mogelijk naar hen wordt doorgeschoven.

De suggestie die Wiebes doet (hij heeft het over ‘facultatieve mogelijkheid’) dat een modelovereenkomst niet nodig is, als er geen twijfel is over wel of geen arbeidsrelatie, gaat hier gelijk van tafel. Ook de VAR was niet verplicht, maar intermediairs (en opdrachtgevers) hebben die verplicht gemaakt voor iedereen die ze inhuurden om zo veel mogelijk risico uit te sluiten. Dat zal met dit plan niet veranderen.

Lees voor overzicht recente nieuws over de Haagse plannen voor zelfstandigen en opdrachtgevers ZiPconomy Thema Nieuwsbrief

Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags , , | 3s Reacties