De manager als regisseur van (flexibele) arbeidscapaciteit Geplaatst 24 maart 2015 door Karin Manuel In organisaties vindt een verschuiving plaats in de verhoudingen in de arbeidscapaciteit. Op termijn zijn minder medewerkers in vaste dienst. Op cruciale posities, zoals directie- en managementfuncties, neemt dat misschien nog niet zo’n vaart, maar verder zijn straks alleen nog mensen in loondienst voor reguliere werkzaamheden die redelijk constant van aard zijn. Voor het overige gaan organisaties meer en meer leunen op flexibele arbeidskrachten. Anticiperen op de toekomst De manager dient zich vandaag al te realiseren wat deze ontwikkelingen met zich mee brengen. Om de arbeidscapaciteit met het oog op morgen en overmorgen te organiseren, kunnen managers nu al nadenken over welke werkzaamheden zich lenen voor permanente invulling in loondienst of voor flexibele arbeidskrachten. Voor de continuïteit van de organisatie is het van belang daarin een gezonde balans te vinden en te beschikken over een kern van permanente werknemers. Model voor de planning van de (flexibele) arbeidscapaciteit De manager die het totaal aan arbeidskrachten toekomstbestendig maakt, groeit uit tot een regisseur van die (flexibele) capaciteit. In zo’n toekomstbestendige planning is de aard van de arbeidsrelatie namelijk bewust meegenomen. Het volgende model kan de manager daarbij richting geven: Bron: Lenssen en Manuel, 2014 Bij dit model hoort de volgende toelichting: 0. De medewerker die in loondienst is en een cruciale positie bekleedt of reguliere, redelijk constante, werkzaamheden verricht. 1. De zelfstandig professional die als het ware tot de vaste kern wordt gerekend. 2. De tijdelijke zelfstandige die wordt ingehuurd als extra capaciteit. Bij voorkeur zijn dit mensen die al eerder voor de organisatie hebben gewerkt en dus de producten, diensten en werkwijze kennen 3. De zelfstandig professional die beschikt over een specialisme dat niet permanent nodig is. De manager werkt met een vaste kern van specialisten en zet die naar behoefte in 4. De zelfstandig professional met wie in een partnership wordt gewerkt om samen producten of diensten op de markt te zetten op basis van een overeenkomst, waarbij verschillende formules denkbaar zijn. Bij categorie 1 is sprake van een duurzame relatie. Bij categorie 2 is dat nog niet het geval, maar is daar wel de intentie toe. Het is de opstap naar categorie 1 en/of 3. Bij categorie 3 is ook sprake van een duurzame relatie. Categorie 4 overstijgt de andere categorieën. In principe is bij deze categorie sprake van een langdurige relatie, maar dat kan door de tijd heen veranderen. De arbeidscapaciteit geleiden van nu naar morgen Voor de opbouw van duurzame, flexibele relaties met mensen is het als manager raadzaam meer te leren denken in het aanbieden van projecten, klussen en uitdagingen. Op die manier kan de manager flexibele krachten voor langere tijd aan de organisatie verbinden en zo een vaste pool van zelfstandigen creëren. Daarmee ontpopt zich een nieuw fenomeen, zoals de near employee. Dat is een zelfstandige die zich aan één, soms twee of drie organisaties verbindt en daarvoor opdrachten uitvoert. De near employee maakt deel uit van categorie 1, 2 of 3 in het hierboven gepresenteerde model. De manager kan daar naar behoefte een beroep op doen en voert de regie over de planning, samenstelling en inzet van (flexibele) arbeidskrachten om zijn doelen te realiseren. De inhoud van deze blog is gebaseerd op het boek Dansend naar de toekomst. Perspectief voor werkgevend en zelfstandig professioneel Nederland van R. Lenssen en K. Manuel (2014) Geplaatst in Professioneel inhuren, Toekomst van Werk, ZP en Ondernemen | Tags flexschil, goed opdrachtgeverschap | 3s Reacties
René ten Bos over honderd jaar Taylor en de harmonie in organisaties Geplaatst 21 maart 2015 door Gastblogger Vandaag (21 maart) is het honderd jaar geleden dat de grote managementdenker Frederick Taylor op 59-jarige leeftijd overleed. De meeste mensen verbinden Taylor met de wetenschappelijke bedrijfsvoering (scientific management). Terecht, de man is verantwoordelijk voor veel zaken die we in bedrijven en organisaties aantreffen en die een aureool van wetenschappelijkheid hebben: de beroemde en beruchte SWOT-analyses, werknemerstevredenheidsonderzoeken, casusmethodes op MBA-opleidingen, allerlei vormen van standaardisering en nog veel meer. (meer…) Geplaatst in Professioneel inhuren, Toekomst van Werk | Tags anders organiseren | Laat een reactie achter
Zijn interim-professionals ondernemers? Geplaatst 19 maart 2015 door Carmen de Graaff Interim-professionals zijn in de zin van wet- en regelgeving ondernemers. Zij verklaren dat ze meerdere opdrachtgevers hebben, voor eigen rekening en risico werken en hun werkzaamheden niet vergelijkbaar zijn met werk in loondienst. Carmen de Graaff plaatst vraagtekens bij het huidige ondernemersklimaat voor interimmers. Flexibilisering van de arbeidsmarkt is de trend en vloeibaar organiseren is een hype. Onder dat mom en onder druk van het UWV begeven zich steeds meer mensen op de markt van het zelfstandig ondernemerschap. Ik vraag me af of dat voor de nieuwkomers een bewuste keus is of dat de omstandigheden hen dwingen zich te oriënteren op een verdere loopbaan als interim-professional. De cijfers lijken te wijzen op een bewuste, weloverwogen keuze. Als je echter kijkt naar wat zich feitelijk in deze markt afspeelt, dan kun je daar vraagtekens bij zetten. Wat zeggen de cijfers? In de eerste plaats zeggen de cijfers dat Nederland beschikt over een groot leger aan mensen die het vak interim-professional of interim-manager uitoefenen. Volgens onderzoek zijn zij heel gelukkig. Weg onder het juk van werkgevers, met veel meer keuzevrijheid, uitdagend werk en volop ruimte om zich te ontwikkelen naar eigen inzicht. Is dat nu echt zo of zijn er sociaal wenselijke antwoorden gegeven? Onlangs las ik hoe een collega-auteur op ZiPconomy interim-professionals wegzette als ‘intellectuele luiaards’ (omdat ze te weinig aan opleiding zouden doen). Dat steekt me enorm. (advertentie) Wat speelt zich feitelijk af? Interim-professionals die bewust kiezen of hebben gekozen voor de uitoefening van dit vak, beschikken over kennis, kunde en ervaring die organisaties niet permanent nodig hebben. Een langdurige verbintenis met een organisatie biedt hen te weinig mogelijkheden om van toegevoegde waarde te zijn. Zij komen langs als er een uitdagend probleem is, lossen dat op en gaan weer weg. Tegelijkertijd geldt dat organisaties niet continu complexe problemen hebben. Het heeft dus weinig zin om daarvoor iemand in loondienst aan te stellen. Zo zat de markt in elkaar: vraag en aanbod hielden elkaar redelijk in evenwicht. Hoe kijken opdrachtgevers? De markt van de interim-professional is de afgelopen jaren ingrijpend veranderd. Opdrachtgevers zien – mede door de enorme toestroom van nieuwkomers – interim-professionals als een commodity. Als ze een opdracht uitzetten, ontvangen ze honderden cv’s. Bij het maken van een eerste selectie wordt vooral gekeken naar de prijs. Je moet tenslotte ergens beginnen bij het maken van een schifting. In de huidige markt lijken bewezen kwaliteiten en geleverde toegevoegde waarde niet doorslaggevend te zijn voor het gunnen van een opdracht. In zo’n markt is het lastig ondernemen als jouw onderscheidend vermogen kwaliteit is. Ik zie collega’s dan ook terugtrekkende bewegingen maken. Zij gaan zich gaan oriënteren op werk in loondienst, terwijl dat helemaal niet bij hen past. Dat verontrust me. Zij en de organisaties die hen hard nodig hebben, zijn hier niet bij gebaat. Hoe ondernemend zijn de interim-professionals? Ik heb me altijd verbaasd over het fenomeen van werken van een opdracht naar een volgende opdracht (bij dezelfde klant). Dat lijkt in het huidige ondernemingsklimaat in opmars, terwijl een tegendraadse ontwikkeling meer in de rede ligt. Interim-professionals die een opdracht hebben, hoor en zie je niet meer. Alsof na die opdracht nieuwe uitdagende opdrachten voor het oprapen liggen en de klant jou wel een vervolgopdracht gaat gunnen. Interim-professionals zijn ondernemers en in het huidige ondernemingsklimaat is dat hard werken. Een goed cv en een aardig netwerk zijn al jaren niet meer genoeg om een passende opdracht te vinden. Een opdracht waarin de professional zijn of haar toegevoegde waarde voor een organisatie kan laten werken. Intellectuele luiaards Ik schreef al dat de stelling ‘interim-professionals zijn intellectuele luiaards’ me raakt. Deze stelling wordt onderbouwd met cijfers. In een ver verleden was ik statistisch onderzoeker. Ik heb het onderzoeksrapport bekeken. Het is volstrekt onduidelijk in hoeverre de resultaten gebaseerd zijn op een representatief onderzoek en wat er precies wordt verstaan onder opleiding of zelfstudie. Ik vind het ontgoochelend hoe een collega zulke populistische uitspraken doet over een groep mensen die – naar mijn inschatting – hard aan het werk is. Ondernemen tegen wil en dank of toch niet? Ik denk dat heel veel interim-professionals en interim-managers geen blije en trotse ondernemers (meer) zijn. Voor een deel zal gelden dat zij veel liever gewoon weer werknemer willen zijn, dat ze met hart en passie voor een organisatie willen werken en zich daarmee willen identificeren. Het is triest dat opdrachtgevers dat niet zien en hun opdrachten – die tegenwoordig lang niet altijd een tijdelijk karakter hebben – gunnen aan de goedkoopste aanbieder. Nog treuriger is dat onze (semi-)overheid daarin koploper is. Net als ondernemers zouden interim-professionals zich ook kunnen verenigen. Aan alle ondernemende interim-professionals zou ik een oproep willen doen: ga actief participeren in een netwerkorganisatie van gelijkgestemden. Dan kun je samen ondernemen en sterker staan als het gaat om visievorming, propositieontwikkeling, opleiding, studie en (eigen) profilering. Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags goed ondernemerschap, ondernemerschap, opinie | 8s Reacties
Lynda Gratton: ‘De toekomst van HR ligt bij het bouwen van de netwerkorganisatie’ Geplaatst 18 maart 2015 door ZiPredactie Prof Lynda Gratton We volgen onze vrienden via Facebook, we verhuren via AirBnB een kamer aan een wildvreemde, we stappen met Uber in de auto van een onbekende en als we een probleem hebben met een nieuwe product, vragen we sneller om hulp op een internetforum dan dat we de handleiding van de fabrikant lezen. In ons privéleven maken we met speels gemak gebruik van de nieuwste tools en technieken om kennis uit te wisselen en samen te werken. Het privéleven als een groot netwerk van kennis en kennissen, aan elkaar verbonden met app’s. Hoe anders is dat op de werkvloer. Lynda Gratton, hoogleraar aan de London Business School en een van de meest invloedrijke denkers op het terrein van de toekomst van werk, verbaast zich daar hogelijk over. Ondanks alle technologische mogelijkheden blijven we op het werk volgens haar “hangen bij een conventionele en ouderwetse manier van informatiedelen, besluitvorming en persoonlijke ontwikkeling”. HR is het meest invloedrijk als het gaat om het veranderen van de cultuur Waarom is dat eigenlijk? “De vele jaren van onderzoek hebben mij keer op keer geleerd dat de cultuur van een bedrijf de kern van een zaak is”, schrijft Gratton op haar blog. “Zelfs organisaties die tijd en geld hebben geïnvesteerd in nieuwe tools als Yammer en Chatter, zien teleurstellende resultaten. Ze hebben zich onvoldoende afgevraagd of de organisatiecultuur de interne samenwerking wel bevorderd. Sterker nog, wanneer beoordelingssystemen, het beloningsbeleid en functiebeschrijvingen allemaal gericht zijn op het individu, dan is het niet erg waarschijnlijk dat medewerkers via een nieuwe tool ineens gaan samenwerken aan een meer gemeenschappelijk belang. We moeten een organisatie zien als een systeem en processen en een praktijk ontwikkelen die duidelijk aangeeft wat de voordelen zijn van samenwerken. Dan komt dat samenwerken pas echt van de grond.” Voor Gratton is het duidelijk wie binnen organisaties voor die cultuuromslag moeten zorgen: de HR professionals. “Van alle afdelingen binnen een organisatie is HR de bewaker van de toekomst en het meest invloedrijk als het gaat om het veranderen van de cultuur. De komende jaren zal het aan HRteams zijn om de cultuur van samenwerking te bevorderen en om te komen tot effectievere kennisdeling, waardoor mensen meer van elkaar leren en er hernieuwde aandacht is voor het opbouwen van netwerken.” Prof. Lynda Gratton is een van de keynote sprekers op het ‘Toekomst van Werk’ congres op 11 juni, een event in het Eye Amsterdam over de gevolgen van maatschappelijke, economische en technologische veranderingen op het werk en leven van mensen. Geplaatst in Professioneel inhuren, Toekomst van Werk | Tags anders organiseren, netwerkeconomie | Laat een reactie achter
Hoe overtuig je als interim-manager jouw klant met een briljante elevator pitch? Geplaatst 17 maart 2015 door Saskia Postma De elevator pitch, iedereen is er gek op lijkt het. En bijna iedereen worstelt ermee. Over de geheimen van een goede elevator pitch zijn vele boeken geschreven. Het lijkt echter alsof niet veel mensen die boeken hebben gelezen of toegepast, want een echte goede elevator pitch hoor je niet vaak! (meer…) Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags interim management, personal branding | Laat een reactie achter
Rechter: Uber chauffeurs zijn medewerkers, geen ondernemers. Bom onder businessmodel? Geplaatst 13 maart 2015 door Hugo-Jan Ruts De taxichauffeurs van Uber en concurrent Lyft zijn werknemers, en geen ondernemers. Zo concludeerden verschillende Amerikaanse rechters deze week. Uber moet die werknemers een vergoeding gaan betalen voor hun onkosten, zoals het gebruik van hun auto en benzine. De uitspraken kunnen een grote impact hebben voor het businessmodel van Uber, maak ook voor vele andere ‘sharing economy’ startups, waar de reguliere wetten van arbeidsverhoudingen en sociale premies zelden deel van uitmaken. Uber en Lyft waren in verschillende rechtszaken in San Francisco aangeklaagd door taxichauffeurs die gebruik maakte van de app’s . De chauffeurs eisten een vergoeding voor het onderhoud van hun eigen auto’s, benzine en andere onkosten. Kosten die ze momenteel zelf moeten betalen. De rechters stelden de chauffeurs in het gelijk. Voor de rechter speelt een grote rol dat Uber de mogelijkheid heeft chauffeurs uit te sluiten van de app plus dat chauffeurs niet zonder de dienstverlening van Uber kunnen. Overigens is het nog aan een jury of de uitspraak van de rechter wordt bekrachtigd. Een mogelijke vervolg is dat Uber voor haar kersverse werknemers ook sociale premies moet gaan betalen en verantwoordelijk is voor de andere ‘ongemakken’ die bij het werkgeverschap horen. Dan zal de uitspraak pas echt grote impact hebben. Mocht dat ervan komen, dan haalt dat de basis weg onder het model van Uber en van heel wat andere startups in de booming deeleconomie. Die zijn immers gebaseerd op het werken met netwerken van freelancers, waarbij er puur wordt afgerekend op geleverde diensten zonder dat daar een werkgevers-werknemersverhouding aan ten grondslag ligt. Het is niet de eerste, en zeker niet de laatste rechtszaak tegen Uber, dat wel vaker zorgt voor een verschil van inzicht over wat wel en wat niet gewenst is in de nieuwe economie. En hoewel dit soort arbeidsrechtelijke uitspraken in de VS vanzelfsprekend geen directe impact heeft op Nederland, is het toch interessant om te zien hoe dit afloopt. Geplaatst in Professioneel inhuren, Toekomst van Werk, ZP en Politiek | Tags deeleconomie | 3s Reacties