Maandelijkse archieven: september 2014

“Tijd om door te pakken”. Esther Raats (voorzitter PZO-ZZP) reageert op plannen kabinet.

Prinsjesdag ligt nipt achter ons. Verheugd ben ik dat het kabinet in de Miljoenennota 2015 de positieve bijdrage van zzp’ers aan de economie en de werkgelegenheid in Nederland volmondig onderschrijft.

Daarnaast is het altijd weer spannend wat er precies over zzp’ers genoemd wordt. Grote afwezige in hetgeen iedere zzp’er bezig houdt, was de VAR-webmodule. Enkele dagen later is echter wetgeving hier omtrent naar de Tweede Kamer gestuurd. Het ANP heeft vermeld dat de VAR verklaring gaat verdwijnen. Hiervoor in de plaats komt de BGL, de beschikking geen loonheffing.

Een instrument waarvan het voor de zzp’er nog niet geheel duidelijk is hoe dit gaat uitpakken. Immers wil men in de aanpak van schijnzelfstandigheid (waarvoor maar liefst 100 miljoen in de miljoenennota is vrijgemaakt) verregaande maatregelen nemen. Opdrachtgevers en opdrachtnemers lijken gezamenlijk verantwoordelijk te worden om, voordat de opdracht van start gaat, ieder aan te tonen dat er geen sprake is van verkapt dienstverband.

BGL onnodige bureaucratie?

Begrijp me goed, met name in lage tarief groepen komt schijnzelfstandigheid voor. ZZP’ers worden voor een habbekrats ingehuurd. PZO-ZZP vindt dit meer dan verwerpelijk en onwenselijk.

De vraag dient zich op of de nieuwe BGL werkbaar is voor de zzp’er. Ontstaat er niet onnodige bureaucratisering? Zit er niet onnodig veel tijd tussen aannemen van de opdracht en de uitvoering? De kracht van zzp’ers is toch juist dat men snel en adequaat een opdracht kan vervullen?! Hier is de inhuurder naar op zoek. De praktijk zal straks uitwijzen of de BGL werkbaar is.

Positief ben ik dat er een vereenvoudiging komt van de vier VAR smaken naar 1 BGL. Dat lijkt het zzp-leven wat gemakkelijker te maken. Wat de verdere uitwerking is voor de VAR-Webmodule moet nog aan het licht worden gebracht.

U leest dat ik behoedzaam ben over de uitwerking van een en ander. Essentieel voor mijn latere enthousiasme is het feit dat de resultaten uit de IBO (interdepartementaal onderzoek) eind dit jaar optimaal meegewogen moeten worden, waardoor een integrale aanpak van de diverse dossiers plaatsvindt in het belang van zzp’ers.

100 miljoen beter besteden aan duurzaam ondersteunen ZZP’ers

Prinsjesdag heeft het team van PZO-ZZP nog eens op scherp gezet. Tijd om door te pakken op belangrijke ZZP dossiers om ervoor te zorgen dat politiek Den Haag echt gaat meebewegen met de evolutie die gaande is binnen onze maatschappij. Bijna 1 miljoen zelfstandigen „are here to stay”. Mijn aanbeveling is om een eigen pijler in het stelsel van werkgevers en werknemers toe te voegen. Namelijk de pijler voor ondernemers. Hierdoor worden zzp’ers werkelijk gefaciliteerd om hun onderneming te draaien, oudedagsvoorziening op te bouwen. En last but not least hun aansprakelijkheids- en arbeidsongeschiktheidsvoorziening in te regelen.

Wat mij betreft kan die 100 miljoen beter gebruikt worden om zzp’ers duurzaam te ondersteunen. Ik ben ervan overtuigd dat dit de schatkist uiteindelijk aan inkomende belastingen veel meer op gaat leveren.

Esther Raats-Coster
Voorzitter PZO-ZZP

Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags , | 1 Reactie

Werknemers worden klanten. ABN AMRO rapport ‘Update Human Capital’, 5 jaar later.

In 2009 publiceerde Han Mesters,  sector banker bij ABN AMRO, zijn rapport Update Human Capital in de 21ste Eeuw.  Nu, vijf jaar later, blikt Mesters terug op zijn voorspellingen uit dat rapport en zijn publicaties die daarop volgden.

Waar staan we? De tweedeling in de arbeidsmarkt neemt toe.

Bijna vijf jaar geleden (november 2009) kwamen we met onze ‘Update Human Capital in de 21ste Eeuw.’ Een publicatie met een viertal scenario’s over de ontwikkeling van de flexmarkt en de kansen en bedreigingen voor de aanbieders van flex. Onze horizon voor deze publicatie was vijf jaar.

scenario mesters

Inmiddels is wel duidelijk dat de twee op economische groei gebaseerde scenario’s, op het eerste gezicht,  minder relevant zijn geworden. Marges blijven bij de aanbieders van flex onder druk staan en de omzetgroei is over het algemeen beperkt. Toch groeien ook sommige uitzenders  ook nu nog meer dan 20 procent organisch. Hetzelfde geldt voor payrolling, dat zich steeds meer als  goedkoper alternatief naast uitzenden positioneert. Detacheren is tot een commodity verworden. Onderscheidend vermogen en ‘pricing power’ lijken sterk gerelateerd te zijn aan de eindmarkt waarin het bedrijf opereert (ICT, technisch),  de reikwijdte van de dienstverlening (opleiden en detachering, detavast, zzp-bemiddeling)  en de mate van lage overhead en ‘strakke’ processen (operational excellence).

Foutje

Wat we niet goed hebben gezien, is dat de netwerkgebaseerde initiatieven (scenario 2) niet zozeer afhankelijk zijn van economische groei. We zien de afgelopen jaren waarin sprake was van lage groei, dat de netwerkgebaseerde initiatieven van zzp’ers in rap tempo toenemen. Ook in de accountancy, de advocatuur en zelfs in de consultancy is dit het geval. Verder zien we dat traditionele grenzen tussen sectoren vervagen in de jacht naar toegevoegde waarde. Accountants zien zichzelf als ‘ondernemerscoach’, DAS Rechtsbijstand gaat online jaarverslagen aanbieden en de ‘Big 4’ accountants gaan vrijages aan met de advocatuur.

Wachten op het terugkeren van de winstgevendheid van de ‘oude’ pre-2008 wereld (scenario 4), is een illusie en bijna iedereen is bezig met pogingen om nieuwe groei te genereren (scenario 3). Veel bedrijven lijken gevangen te zitten in scenario 1 namelijk het doorgroeien op platgetreden paden, maar dan in een omgeving van lage groei.

Van interim manager naar interim professional?

rapport interim managementIn het sectorrapport Interim Management (2011) keken we naar de interim management wereld en hebben we het instrumentarium waarmee we de sector analyseerden uitgebreid. Eén van de nieuwe dingen die we toen introduceerden was het gedachtengoed van Martin Simon. De eindconclusie van het rapport heb ik hieronder nogmaals weergegeven. Ik denk dat we met onze analyses op de goede weg zijn:

In 1990 verscheen van de hand van consultant Martin Simon een boek getiteld De Strategische Functietypologie. Simon onderscheidt daarin vier soorten ondernemingen: Bedrijven met veel en met weinig klanten en ondernemingen die producten, dan wel capaciteit aanbieden. Simon noemt dat respectievelijk organisaties met een ‘productfunctie’ (zoals broden bakken en leveren, boekhoudopleidingen geven of uitkeringen verzorgen) en organisaties met een ‘capaciteitsfunctie’ (bijvoorbeeld adviseren, een softwaresysteem ontwikkelen of maatwerkschoenen maken). De behoefte aan arbeid verschilt  sterk binnen deze twee typen bedrijven. In de bedrijven met een productfunctie  zal meer gebruik worden gemaakt van payrolling en uitzenden, terwijl in bedrijven met een capaciteitsfunctie meer kenniswerkers actief zijn.

We zien zowel binnen bedrijven als  binnen de economie in haar geheel een tweedeling ontstaan. Aan de ene kant zien we   steeds meer bedrijven komen die kennisintensief zijn. Dit gaat hand in hand met de groei van de dienstverlenende sector. Aan de andere kant zien we  binnen bedrijven een sterker onderscheid  tussen activiteiten die op basis van processen te omschrijven zijn en activiteiten die creatief zijn en gericht zijn op toekomstige waardecreatie. Deze activiteiten zijn moeilijker te omschrijven door processen, maar worden sterk door het individu en zijn ‘track record’ bepaald.

Wat we dus al een tijd aan de top van de interimmarkt zien is dat een kleine groep van verandermanagers  hun opdrachten op persoonlijke titel krijgt en niet op basis van een ‘match’ tussen de kenmerken van de opdracht aan de ene kant en de vaardigheden van de interim professional aan de andere kant. Dit zal navolging krijgen in andere creatieve disciplines. Hierbij valt te denken  aan marketing, branding, productontwikkeling, strategie, R&D-ideeën voor fusies en overnames en andere activiteiten die een hoge toegevoegde waarde creëren  en die verbonden zijn aan een individu of aan een kleine groep  mensen.

De vraag naar deze professionals zal toenemen, terwijl deze professionals in veel gevallen niet zullen kiezen voor een vaste baan. Juist de projectmatige invulling van hun werk bij verschillende opdrachtgevers, is een belangrijk ingrediënt van hun marktwaarde. Opdrachtgevers zullen het initiatief nemen om in contact te komen met deze professionals. Het bedieningsmodel dat het beste bij deze groep  past, is in onze ogen het Impresariomodel. Voor  interim-managers die op basis van standaardisatie van persoonlijke vaardigheden en projectkenmerken werken, zullen de meer ‘auction’ of marktplaatsgerichte bedieningsconcepten van belang zijn.

Werknemers met een mbo-opleiding zijn kwetsbaar, vooral binnen de administratieve dienstverlening

De tweedeling die we binnen bedrijven zien, zullen we dus ook steeds meer bij werknemers en externe professionals zien. Werknemers of externen die werk doen dat door processen te omschrijven is, worden slachtoffer van automatisering en marktplaatsen. Vaak zal dan gekozen worden voor de goedkoopste aanbieder. Deze werknemers zullen steeds minder deel uitmaken van de vaste kern binnen bedrijven.
Werknemers die op basis van creativiteit of andere unieke, persoonlijke vaardigheden in staat zijn tot waardecreatie, zullen projecten kiezen die passen bij hun voorkeuren en zullen dit vrijwel uitsluitend doen als interim professional.

Werknemers worden dus klanten, maar wel klanten die sterk verschillen. Klanten die makkelijk bij je komen werken en klanten waarvoor moet worden gevochten om ze in huis te halen.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | 3s Reacties

Back to basics: persoonlijke interactie als sleutel tot geëngageerde professionals

19986418_sOok nu de economie weer aantrekt, gaan bedrijven anders dan voorheen om met hun totale arbeidspotentieel. Welke maatregelen organisaties ook nemen, het wordt steeds belangrijker om op het ‘juiste’ moment de ‘juiste’ professionals in te kunnen zetten. Of deze personen nu vast in dienst zijn of tijdelijk worden ingehuurd. Om meer grip op die inzet te krijgen, is het essentieel dat er binding is met deze professionals. De sleutel tot die binding is persoonlijke interactie.

Binding verdient aandacht

Het is geen nieuws dat het voor ieder bedrijf cruciaal is om flexibel en wendbaar te zijn en de bottom line scherp in het oog te houden. Om mee te kunnen bewegen met de markt verkleinen bedrijven hun vaste kern, bekijken zij per project welke cast ze inzetten, zetten ze een flexibele schil op, kiezen ze bij voorkeur voor korte arbeidsovereenkomsten en richten ze marktplaatsen of strakkere inkoopprocedures in.

Deze maatregelen hebben vanuit het oogpunt van efficiëntie ongetwijfeld gewerkt, maar of het de band met professionals heeft versterkt valt te betwijfelen. Met name zelfstandig professionals voelen zich niet altijd serieus genomen en soms zelfs gedegradeerd tot een ‘wandelend cv met een tarief’. Door de vele reorganisaties blijven veel werknemers zitten waar ze zitten tot zich betere tijden aandienen. Aanpassingen aan de marktomstandigheden zijn echter pas écht effectief, wanneer de band met de mensen achter het bedrijf, of ze nu in dienst zijn of ingehuurd als zelfstandige, niet uit het oog wordt verloren.

Kracht van persoonlijke ontmoeting

Die binding met een merk of organisatie ontstaat niet vanzelf. Daarvoor is het nodig elkaar te zien en te begrijpen wat de ander beweegt. Wereldleiders en ministers reizen op dit moment de hele wereld over om elkaar te zien en te spreken, al is het maar voor even. Daarmee wordt bevestigd dat een persoonlijke ontmoeting elementair is.

De meerwaarde van persoonlijke interactie geldt ook voorde workforce van organisaties. Hoeveel een organisatie ook investeert in harde factoren, het schiet zijn doel voorbij wanneer een (zelfstandig) professional zich niet betrokken voelt en zodra hij zijn kans schoon ziet voor de concurrent gaat werken. Zeker in tijden waarin zijn of haar expertise het verschil maakt. Een investering in zachte factoren is dus minstens zo belangrijk. Een gedachte die langzaam omarmt wordt in de markt, nu ook partijen als McKinsey dit benoemen.

De persoonlijke interactie in de relatie die organisaties met hun (zelfstandige) professionals hebben verdient met andere woorden meer aandacht. Back to basics dus!

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags | Laat een reactie achter

“Over tien jaar werken er in organisaties meer interimmers dan vaste medewerkers”

Goed Opdrachtgeverschap: het zorgen voor de juiste randvoorwaarden waardoor de samenwerking met een interim professionals optimaal wordt. Wat vinden ZiP’ers zelf van ‘Goed Opdrachtgeverschap’ , wat ervaren ze?  ZiPconomy laat elke week een zelfstandig interim professional aan het woord over dit thema. Deze aflevering Wilma Straatman. Zij draait bij opdrachtgevers het liefst mee als werknemer en vraagt zich af of organisaties in de toekomst nog wel onderscheid moeten maken tussen interimmers en medewerkers. 

Wanneer voel jij je echt welkom bij een opdrachtgever?

“Als ik een opdracht kan starten met een volgeplande agenda”, lacht Wilma. “Ik heb het liefst dat de eerste vier à vijf dagen helemaal vol zitten met afspraken. Dat zijn opdrachtgevers vaak niet gewend. Ze denken dat ik eerst een paar dagen wil rondlopen, proeven en voelen. Maar dat doe ik juist door veel mensen te spreken.

Goed Opdrachtgeverschap ZiPconomy, Wilma

In de praktijk organiseer ik dit meestal zelf. Het gebeurt eigenlijk nooit dat er een lijstje klaarligt met mensen die ik zou moeten spreken en dat de afspraken al gemaakt zijn. Ik vraag daar wel altijd om en geef aan dat ik dan zo snel mogelijk effectief ben. Ik denk dat ze zo blij zijn dat iemand hun probleem gaat oplossen, dat ze het verder loslaten en denken dat ik het zelf wel red. Dat doe ik dan ook. Ik vind snel mijn weg.”

“Ik wil zoveel mogelijk meedraaien alsof ik een werknemer ben”

Wat vind je belangrijk bij de wervingsprocedure?

“Het fijnste is natuurlijk als ik de enige kandidaat ben!” Weer die vrolijke lach. “Maar tussen die situatie en een aanbesteding zitten gradaties. Bij een aanbesteding wordt bijvoorbeeld een aantal bureaus uitgenodigd om meerdere cv’s aan te leveren. De opdrachtgever kijkt dan alleen maar naar cv’s, maar de toegevoegde waarde van een bureau is juist dat ze kandidaten kennen. Volgens mij is het effectiever om de opdracht bij één bureau neer te leggen.” Wilma komt zowel via bureaus als via haar eigen netwerk aan opdrachten.

“Ik vind het belangrijk om goed gebrieft naar een gesprek te gaan. Zo weet ik van te voren wat de opdracht is, of het bij me past en met wat voor mensen ik aan tafel zit. Als ik via een bureau op gesprek ga, is het belangrijk dat het bureau de informatie die zij hebben gekregen van de opdrachtgever met mij deelt. Als het niet via een bureau loopt, ga ik zelf googelen. Dan wordt het sowieso een heel ander gesprek. Ik bespreek dan uitgebreid welk probleem de klant ervaart en kijk of ik daarbij kan helpen. Als het intakegesprek via een bureau gaat, ben ik al geselecteerd. In het gesprek wil de opdrachtgever dan vooral veel van mij zelf weten en is er minder tijd voor de analyse van het probleem.”

Hoe zorgt een Goede Opdrachtgever dat jij je werk goed kan doen?

“Door ervoor te zorgen dat ik echt onderdeel kan zijn van de organisatie en kan deelnemen aan de communicatie en programma’s die daar zijn, zoals managementbijeenkomsten en leiderschapsprogramma’s. Ik wil zoveel mogelijk meedraaien alsof ik een werknemer ben. Dat maakt mijn netwerk steviger. In mijn opdrachten moet ik vaak dingen gedaan krijgen in de organisatie en daarvoor heb ik een breder netwerk nodig dan de gemiddelde medewerker.”

In de praktijk gaat dat niet vanzelf en moet Wilma er altijd zelf op sturen. “Deelnemen aan een e-mailgroep of overleg is niet zo’n probleem, maar als er bijvoorbeeld hei-dagen worden georganiseerd buiten mijn eigen team, twijfelen ze toch of ik als interimmer wel moet worden uitgenodigd. In mijn tijd als interim-manager voor een reorganisatie bij een financiële organisatie werd ik in het begin als buitenstaander behandeld. Ik werd niet uitgenodigd voor de kickoff van een change programma. Ik heb toen direct aan de bel getrokken en gezegd dat ik daarbij wilde zijn. Daar waren ze het eerst niet mee eens en die eerste keer ben ik er niet bij geweest. Ik ben blijven aandringen en werd later uitgenodigd voor vervolgmeetings, maar ik moest daar wel mijn best voor blijven doen. De basishouding bleef toch: ik ben de interimmer.”

“Hoe welkom je ook bent, je blijft de interimmer”

Dus je wordt als interimmer anders behandeld dan medewerkers in loondienst?

“Ja. Organisaties hebben veel aandacht voor de ontwikkeling van hun medewerkers, maar niet voor de ontwikkeling van interimmers. Die worden als outsider gezien. Eigenlijk is het best raar dat organisaties hun trainingsprogramma’s niet ook aan interimmers aanbieden. Als een freelancer goed past in de organisatie, zou je zo iemand moeten blijven doorontwikkelen. Ook na een opdracht. Je gaat er dan vanuit dat jullie paden in de toekomst weer kruisen.” Zelf zou ze best interesse hebben in een training bij een opdrachtgever. “Ik ben vaak zo druk met een opdracht, dat ik nauwelijks aan opleidingen toe kom. Dan is het wel leuk om af en toe een training te volgen. Daar heeft mijn opdrachtgever ook wat aan.”

Hoe kunnen Goede Opdrachtgevers zich voorbereiden op de toekomst?

“Over tien of twintig jaar werken in veel organisaties meer interimmers dan vaste medewerkers. Dan is het belangrijk om een goede relatie met je interimmers te onderhouden en een aantrekkelijke opdrachtgever te zijn. Op dit moment zijn er misschien nog teveel interimmers en te weinig opdrachten, maar dat gaat veranderen. Je zult daar als bedrijf een kanteling in moeten maken. Net zoals je nu talenten binnen de organisatie in de gaten houdt, zul je dat in de toekomst ook moeten doen met interimmers waarvan je vindt dat ze talentvol zijn. Nu zijn er nog weinig organisaties die op eigen initiatief contact onderhouden met zelfstandigen.”

Wilma heeft wel een paar tips. “Bedrijven moeten hier meer over gaan nadenken dan ze nu doen. Hoe ziet de toekomstige organisatie eruit als meer dan een derde van je medewerkers op freelance basis werkt? Ga daar een keer over brainstormen, lees deze interviews, neem onderzoeken zoals dat van ZiPconomy mee. Misschien is het ook wel onze taak om HR-afdelingen te prikkelen, daarover na te denken en ze uit te dagen. Je toekomstige medewerkers zijn voor een deel in loondienst en een deel stuurt een rekening. Je moet je afvragen of je daar nog een onderscheid in wilt maken.”

(Wil je laten weten wat jij vindt van Goed Opdrachtgeverschap? Doe dan mee aan het onderzoek daarover van de Univ Tilburg. Zie deze pagina voor meer informatie en een korte vragenlijst) 

Banner Goed Opdrachtgeversschap II

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | 1 Reactie

Data-driven and content-related recruitment. Een hype of dé manier om talentvolle professionals te werven?

Yacht is medio augustus in samenwerking met het bedrijf Harver een pilot gestart gebaseerd op data-driven and content-related recruitment. De pilot is gericht op de online werving van maar liefst 85 accountants in opdracht van de vier grote accountantskantoren (de ‘Big 4’). Overigens kunnen ook zzp’ers reageren.

De content gedreven werving zorgt ervoor dat de doelgroep op basis van relevante verhalen, blogs en inhoud naar de juiste website wordt geleid. Voor het vinden van talentvolle professionals is alleen traditionele recruitment immers niet meer voldoende, zo concludeerde ik samen mijn collega Valeri Berns al eens eerder in dit artikel.

De verwachting is dat met deze aanpak het bereik wordt vergroot binnen de actieve maar óók de latente arbeidsmarkt. De pilot is niet bedoeld om te onderzoeken of het traditionele recruitment vervangen kan worden, maar als ‘on top of’ ingezet kan worden. Het wervings- en preselectieproces is geautomatiseerd. De menselijke interactie blijft belangrijk en zal als element ook in deze pilot terug te zien zijn.

Werken met ‘persona’s’

De kern van het systeem bestaat uit het vastleggen van zogenaamde persona’s. Ideaaltypische personen die alle kenmerken van de doelgroep zzp accountantrepresenteren. De persona’s worden omschreven in termen van o.a. behoeften, ambities, biografie, voorkeuren en demografie. De vacatures krijgen daardoor een herkenbaar gezicht. En deze ligt ten grondslag aan een inhoudelijke communicatie tussen de aanbieder van een job en – al dan niet latent – werkzoekenden.

Voor het analyseren, het leggen van verbanden en matchen wordt dedicated software gebruikt. Dat kan meerdere vormen hebben:

  • Internetgebruikers met een passend gebruikersprofiel worden naar de campagnesite met de vacatures geleid.
  • Bezoekers van de site worden verleid tot een vervolgstap. Ze kunnen zich dan vervolgens registreren om de gewilde content te bekijken. Vervolgens worden ze ook verleid om testen te doen en een inschatting te maken van de kans dat een sollicitatie succesvol is en hun CV te uploaden. Met deze testresultaten kunnen ze meer inzicht krijgen in hun vaardigheden en ontwikkelingspotentieel. CV en additionele documenten kunnen te allen tijde worden toegevoegd (bijvoorbeeld ook een video pitch).

De e-assessments  zijn de basis voor de preselectie van de profielen die gezocht worden. Deze preselectie bestaat uit:

  • De persoonlijke data en achtergrondinformatie.
  • Het doorlopen van twee online assessments: Connector Ability (leercapaciteiten) en de Reflector Big Five Personality (job gerelateerde competenties).
  • Uploaden van CV en motivatiebrief en eventueel een video pitch.

De website is hier te vinden:  accountantvacatureyacht.nl Via analyses van het bezoekgedrag wordt de online presentatie van het platform continu aangescherpt.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags | Laat een reactie achter

Miljoenennota 2015: “Sterke groei zelfstandigen zonder personeel zet druk op welvaartsstaat”

In 2013  was het nog zoeken met een vergrootglas naar iets over ZZP’ers of zelfstandig professionals. In de miljoenennota versie 2015 staat een uitgebreide analyse van het kabinet. De kop van die paragraaf luidt “Sterke groei zelfstandigen zonder personeel zet druk op welvaartsstaat” en dat zet de toon.  De analyse blijft her en der wel wat in oude beelden hangen (dat zzp’ers geen werk creëren bijvoorbeeld). Maar oordeelt u vooral zelf, de analyse staat integraal onder aan dit blog.

Geen maatregelen, wel onderzoek naar o.a. fiscale voorzieningen ZZP

Opvallend is er geen concrete maatregelen aangekondigd specifiek richting ZZP’ers, los van het zinnetje: Het kabinet zet haar beleid voort om schijnzelfstandigheid en schijnconstructies met zzp’ers te bestrijden. Geen aanpassing dus van de fiscale voorzieningen voor ZZP’ers.

Althans nog niet. Er wordt verwezen naar het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) dat met het ZZP-vraagstuk aan de slag gaat. In hun vraagstelling staat onder andere te lezen: “De fiscale faciliteiten maken dat de effectieve lastendruk op het winstinkomen wordt gereduceerd en dat zzp’ers dus minder belasting betalen dan werknemers. Voor deze fiscale faciliteiten worden verschillende gronden aangedragen, zoals ondernemerschapbevordering, participatie, inkomenspolitiek en innovatie. Daarmee is niet gezegd dat de huidige vormgeving van de fiscale instrumenten deze verschillende doelen optimaal dient.”  Henk Wesselo, directeur FNV Zelfstandigen, verwacht vanwege de complexiteit van het onderwerp op 1 december hooguit scenario’s op hoofdlijnen en geen echte richting in beleidsvoornemens voor april ’15.

Ben benieuwd naar dat IBO mee gaat komen (voor 1 december komen ze met hun rapport. Ik hoop maar dat ze ook naar analyses zoals die van Prof. Arjan van den Born luisteren, zoals hij onlangs neerzetten in zijn stuk “BV Nederland neemt geen risico’s rond zelfstandig ondernemerschap“.

VAR Webmodule in ijskast?

Het PZO weet ondertussen te melden dat de aangekondigde en niet onomstreden VAR-webmodule, die per 1 januari ingevoerd wordt, nog even de ijskast in gaat. Er wordt nog druk overlegd gevoerd met “PZO-ZZP, VNO-NCW en MKB-Nederland en anderre organisaties alvorens te komen tot een definitieve invulling van deze maatregel.”

Miljoenennota  & ZZP analyse  

Het integrale stuk uit de miljoenennota over ZZP’ers

Miljoenennota paragraaf 2.3.1: 

” Het aantal zelfstandigen zonder personeel neemt een hoge vlucht. Eind jaren negentig was een op de vijftien werkende mannen in Nederland zelfstandige zonder personeel (zzp’er). In 2010 was dit opgelopen naar bijna een op de acht. Het CPB geeft aan dat bij ongewijzigd beleid dit aandeel verder oploopt; in 2030 zou ongeveer een op de vijf werkende mannen zzp’er zijn.70 Binnen de EU behoort Nederland tot de landen met de sterkste groei. In de helft van de EU-lidstaten daalt het percentage zelfstandigen juist.

De groei van het aantal zzp’ers draagt bij aan werkgelegenheid, innovatie en productiviteit.

Zzp’ers creëren hun eigen werkgele-genheid en zouden soms werkloos geweest zijn als ze niet als zelfstandige aan de slag waren gegaan. Een deel van de zzp’ers hecht aan hun zelfstandigheid, innoveert, werkt samen in netwerken en werkt daarbij voor verschillende opdrachtgevers. Via dergelijke constructies stimuleren zij verspreiding van kennis en innovaties. De zzp’er biedt daarbij flexibiliteit aan de onderneming die hem inhuurt. Waar werknemers in tijden van crisis moeten vrezen voor ontslag, krijgen zelfstandigen minder opdrachten en verlagen zij hun uurtarieven. Hierdoor daalt weliswaar hun inkomen, maar zij blijven wel actief. Dit draagt bij aan het aanpassingsver-mogen van de economie. Om ondernemerschap te stimuleren bestaat de zelfstandigenaftrek.

De groei van het aantal zzp’ers heeft ook een negatieve kant.

Zzp’ers dragen geen werknemerspremie af (voor werkloosheid of arbeidsongeschiktheid) en hebben ook minder toegang tot de sociale zekerheid dan werknemers. Ook zetten zij minder vanzelfsprekend middelen apart voor pensioen. Hierdoor is de kans op armoede groter, zowel op de korte als op de lange termijn. Zzp’ers leveren zo een kleinere bijdrage aan het collectief, maar profiteren wel van collectieve voorzie-ningen zoals AOW, zorg en bijstand.

De groei van zzp’ers gaat gepaard met minder belastingopbrengsten vanwege de (sterk gegroeide) fiscale ondersteuning van zelfstandigen. Een zelfstandige heeft bijvoorbeeld bij een winst van ruim 24.000 euro een belasting- en premiedruk van 8 procent, terwijl een werknemer en werkgever bij dezelfde loonkosten te maken hebben met een wig van ongeveer 26 procent. Bij een hogere winst, van zeg 65 duizend euro, blijft een verschil in de wig van ongeveer tien procentpunt bestaan in het voordeel van een zelfstandige, terwijl in de praktijk zzp’ers deels hetzelfde type werk doen als werknemers.72 Fiscale ondersteuning voor zelfstandigen stimuleert ondernemerschap. Tegelijkertijd draagt de fiscale ondersteuning er onder meer aan bij dat het aantrekkelijker is om zzp’er te blijven (en te werken in netwerken van zzp’ers) dan om personeel aan te nemen of om bij een andere zelfstandige in dienst te treden.

De kenmerken van zzp’ers bepalen de wenselijkheid van de groei.

De verhouding tussen de positieve en negatieve aspecten wordt deels bepaald door de kenmerken van de zzp’er. Sommige zzp’ers zien de beperkte toegankelijkheid tot een deel van de sociale zekerheid als een probleem, terwijl anderen daar bewust voor kiezen. In termen van werkgelegenheid en innovatiekracht zijn sommige zzp-constructies succesvoller dan anderen. Opvallend is wel dat zzp’ers in internationaal vergelijkend opzicht vaak zelfstandige zonder personeel (willen) blijven, en maar weinig zzp’ers zelfstandige met personeel (willen) worden. Dit beperkt de groei van de werkgelegenheid en innovatie.

De zzp-trend ontleed

De groep zzp’ers is zeer heterogeen. Een groot deel van de zzp’ers (75 procent) biedt eigen diensten aan. Deze zzp’ers zijn vooral te vinden in de bouw, zorg en zakelijke dienstverlening. De andere 25 procent van de zzp’ers biedt producten aan. Zij werken vooral in de agrarische sector, detailhandel, groothandel en straatverkoop. Zowel voor wat betreft het soort werk, de sector als de financiële positie is de groep zzp’ers zeer heterogeen. Ouderen (55–65 jaar) zijn relatief vaak zzp’er.

De drijfveren achter zzp-schap lopen uiteen. Zzp’ers geven vaak aan dat zij ondernemen omdat zij waarde hechten aan vrijheid en onafhankelijkheid. Ook het beter kunnen combineren van werk en privé is een motief. Een deel van de zelfstandigen geeft aan als zzp’er te werken omdat zij geen baan in loondienst kunnen vinden. Ook werd een klein deel door hun voormalige werkgever tot zzp-schap gedwongen. Hier is vaak sprake van schijnzelfstandigheid waarbij de «zelfstandige» feitelijk werkt in de omstandigheden van een werknemer. Deze drijfveren staan echter niet los van fiscaal beleid en arbeidsmarktbeleid. Ook is er een groep die kiest voor het zzp-schap om zich aan verplichte verzekeringen te onttrekken. Vooral voor jongeren, hoogopgeleiden en mensen met weinig gezondheids-risico’s kan dat voordelig zijn. Sommige arbeidskrachten met specifieke kwaliteiten kunnen als zzp’er met vrije tariefstelling meer verdienen dan als werknemer onder vaste cao-afspraken.

Fiscaal beleid geeft belangrijke prikkels. Zelfstandigen betalen in Nederland minder belasting dan werknemers. De bijdrage aan werkgelegenheid en innovatie van ondernemerschap geeft aanleiding om ondernemerschap te stimuleren. Het aantal fiscale faciliteiten voor ondernemers is sinds 2000 sterk uitgebreid. Zo is de zelfstandigenaftrek in 2005 verruimd en is in 2007 de mkb-winstvrijstelling geïntroduceerd. In dezelfde periode is het aantal zelfstandigen sterk toegenomen. Het is aannemelijk dat de groei voor een deel door deze prikkels komt.

Ook arbeidsmarktbeleid speelt een rol. In tegenstelling tot werknemers worden zzp’ers niet beschermd door ontslagwetgeving, het minimumloon, de arbeidstijdenwet en aanvullende bindende cao-afspraken per sector. Daarbij zijn werknemers verplicht verzekerd tegen werkloosheid en arbeidsongeschiktheid en bouwen zij vaak verplicht pensioen op. Deze instituties zorgen voor hogere loonkosten, waardoor de loonkosten voor sommige werknemers uit de pas kunnen lopen met de productiviteit. Dit maakt het voor werkgevers in bepaalde gevallen aantrekkelijk om een zzp’er in te huren in plaats van een werknemer in te zetten. Een bijkomend nadeel is dat sommige kwetsbare groepen hierdoor de bescherming missen die uitgaat van de collectieve werknemersverzekeringen en het minimumloon. Dit leidt tot een ongelijk speelveld, omdat (schijn-) zelfstandigen zich hierdoor voor een lagere prijs kunnen aanbieden op de arbeidsmarkt.

Bij ongewijzigd beleid zet de groei van het aantal zzp’ers onverminderd door, terwijl dit niet noodzakelijk welvaartsverhogend is.

Het is niet bekend wat de voornaamste drijfveren zijn achter de groei van het aantal zzp’ers en wat de precieze gevolgen zijn voor de economie, de solidariteit van de welvaartstaat en de overheidsfinanciën. Het kabinet laat op dit moment een Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) naar zzp’ers uitvoeren om de trends en gevolgen beter te begrijpen. Dit IBO streeft ernaar om de analyse, inventarisatie en beleidsopties beschikbaar te maken voor een publieke discussie over de betekenis van zzp’ers voor de werking van de arbeidsmarkt, hun inkomens- en vermogensposities, de voor- en nadelen van hun fiscale behandeling, de verhouding tot andere groepen werkenden en de aansluiting van het stelsel van sociale voorzieningen en verzekeringen. Het kabinet zet haar beleid voort om schijnzelfstandigheid en schijnconstructies met zzp’ers te bestrijden.

Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags | 6s Reacties