Maandelijkse archieven: september 2011

Interim-management bureau InterExcellent gaat samenwerken met Bakkenist. Toverformule of beren op de weg?

Interim-management bureau InterExcellent gaat intensief samenwerken met organisatie adviesbureau Bakkenist. Volgens een persbericht werken beide bureaus al vaker samen. Ze ervaren dat klanten een partner willen die medeverantwoordelijkheid neemt bij het aangaan van hun steeds complexere en urgente uitdagingen.
.
Lucas van Meer, voorzitter van Bakkenist: “Onze klanten zijn steeds minder op zoek naar ‘het beste advies’ of ‘de juistepersoon’. Met de krachtenbundeling kunnen we gezamenlijk nog beter inspelen op de wensen van onze klanten en onze marktpositie verder versterken. Geert-Jan Poorthuis, partner bij InterExcellent vult aan: “Onze toegevoegde waarde bestaat er in om als ‘gezamenlijk bureau’ één oplossing te bedenken én uit te voeren. Die oplossing moet nadrukkelijk beter zijn dan de opdrachtgever zonder externe expertise had kunnen bereiken. Dat vraagt om één aanspreekpunt en een combinatie van factoren. Zoals inhoudelijke deskundigheid, creativiteit en marktkennis om de geschikte aanpak te ontwikkelen, inclusief het draagvlak. Met aansluitend de perfecte bemensing om de verbetering succesvol in te voeren.”
.

Toverformule, of zijn er beren op de weg?

InterExcellent splitste zich twee jaar geleden af van bureau Ebbinge. Naar verluidt om dat er te weinig synergie werd ervaren in het samenwerken met de werving & selectie praktijk. De verdienmodellen tussen beide disciplines lopen ook nog al uit een.
.
De samenwerking tussen een interim-management bureau en een organisatieadviesbureau ligt op zich voor de hand. Het is in ieder geval een manier voor InterExcellent om een differentiatie keuze te maken in een branche die het moeilijk heeft. In die zin past het in de markttrends en -thema’s voor bureaus zoals ik die in januari beschreef. Bureaus moeten kiezen voor onderscheid in plaats van allemaal ongeveer hetzelfde doen.
.
Hoe voor de hand liggende de samenwerking tussen interim management en organisatieadvies ook is, de praktijk blijkt weerbarstiger. Menig gerenommeerd adviesbureau heeft de afgelopen 10-15 jaar ook een interim management tak opgestart. Zelden is die tak uitgegroeid tot een grote activiteit. De interne samenwerking met de adviestak komt maar lastig van de grond. Een paar oorzaken: Cross-selling blijkt binnen inhoudelijk gedreven bureaus een lastig fenomeen; doorgewinterde, methodisch geschoolde, organisatie adviseurs kijken niet altijd even positief naar de – in zijn algemeenheid – wat opportunistische  interim-managers; de adviseurs zijn in de regel in vast dienst, de interim managers juist niet; en het verdien model tussen beide activiteiten is heel anders. We zullen gaan volgen of InterExcellent en Bakkenist deze beren op de weg weten te omzeilen.
Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Laat een reactie achter

Koninklijke ZZP?

Een uitnodiging van AEGON in Theater Diligentsia in Den Haag met als aansprekende titel: De ZZP-revolutie. De nieuwe kracht van Nederland. Daar is ZiPconomy natuurlijk graag bij. Een zaal vol ambitieuze ZZP’ers,  Rens de Jong van BNR Nieuwsradio leidt twee paneldiscussies en tussen door filmpjes waarin ZZPers vertelden over hun drijfveren en verwachtingen.

Betutteling of risicovol ondernemerschap

De eerste paneldiscussie, “De staat der Nederlanden”, werd gevoerd door Mei Li Vos (voormalig 2de Kamer lid PvdA, met aandachtsgebied arbeidsmarkt en ZZP’ers), Alexander Rinnoy Kan (voozitter SER), Loek Hermans (fractievoorzitter van de VVD in de Eerste Kamer) en Johan Marrkink (voorzitter Stichting ZZP Nederland). In deze discussie ging het om de achterlopende wet- en regelgeving. Bijvoorbeeld het goed kunnen regelen van arbeidsongeschiktheid en pensioen. Over de vraag of hiervoor een complete stelselwijziging de beste oplossing is werd verschillend gedacht. Volgens Mei Li Vos is het van groot belang om de arbeidsmarkt te hervormen en is dit in het vorige kabinet niet gelukt door de ‘gijzeling’ door de SP en lukt het dit kabinet niet om de arbeidsmarkt wezenlijk te hervormen door de PVV.

Rinnooy Kan en Loek Hermans geloven niet in een totale stelselwijziging en zien ZZP’ers vooral als ondernemers, die zelf moeten beslissen welke risico’s zij wel of niet willen lopen. John Marrink en Mei Li sluiten zich meer aan bij de visie van Jaap Smit (FD) die voorspelt dat vast meer flex en flex meer vast gaat worden. Dus op termijn zullen de verschillen tussen (vaste) werknemers en flexwerkers steeds kleiner worden en daarvoor is het hard nodig dat we voor alle werkenden een goede basiszekerheid bij ziekte en bij ouderdom organiseren. John Marrink wees er nog maar eens op dat er voor de belasting en de sociale zekerheid maar twee smaken zijn: werkgever of werknemer. Veel mensen starten pas later als ZZP’er en hebben relatief veel pensioenpremie betaald, kunnen dit niet vrijwillig voortzetten en ontvangen later nauwelijks pensioen.

ZZP’er als multinational

Aan de tweede paneldiscussie, “De waarde van ZZPers voor het bedrijfsleven”, werd deelgenomen door Annemarie van Gaal (ondernemer en bekend ZZP’er), Esther Raats-Coster (voorzitter PZO en lid van de SER), Peter Feld (directeur divisie Techniek Randstad Nederland ) en Ton Nelissen (bestuursvoorzitter KvK). De deelnemers aan deze discussie zijn het wel met elkaar eens over het belang van ZZP’ers voor bedrijven. Maar Peter Feld maakte zich wel zorgen om het feit dat in de bouw 1/3 van de ZZP’ers geen arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft afgesloten en 2/3 niets aan pensioenopbouw doet. Esther Raats-Coster herkende dit beeld niet bij haar achterban en gelooft niet in het zielige beeld van de ZZP’er die bijstand aanvraagt. Annemarie van Gaal ziet ook vooral de ZZP’er als ondernemer en die willen geen betutteling. Sterker nog:  zij werkt internationaal samen met heel veel ZZP’ers en ziet zelfs een toekomst waar de multinational bestaat uit samenwerkende ZZP’ers. En zelfs een traditioneel bedrijf als Randstad waar (nog maar) 1000 ZZP’ers werken, tegen 70.000 uitzendkrachten, gelooft in een toekomst met meer ZZP’ers. Randstad huurt ook steeds meer ZZP’ers in voor haar eigen organisatie in om toch vooral van hun ondernemers kwaliteiten te leren. Esther Raats wees op nieuwe samenwerkingsvormen, zoals een cooperatie voor hijskraanmachinisten, nieuwe samenwerkingsverbanden van ZZP’ers die onder één label werken, bedrijfsverzamelgebouwen, etc.

Troonrede

En toen kwam ook nog de Koningin op bezoek en zich hier wel uitsprak over het uitlekken van de troonrede: de Koningin als eierwekker die af gaat als de eitjes al verobert zijn. Geert zaagt aan haar stoelpoten en zelfs de socialisten -ook gij Job!- doen hier aan mee. Is er dan niets meer heilig? Alles lijkt te veranderen, de vertrouwde orde is voorgoed verstoord. Het symbool van al deze veranderingen zijn de ZZP’ers. Maar die opereren allemaal maar alleen, zonder vertrouwde verbanden en niet gesteund door wet- en regelgeving. Daarom mogen vanaf nu alle ZZPers de titel ‘Koninklijk’ voeren. Dan staan ze er niet meer alleen voor en zo zijn er wel weer 1 miljoen royalisten bij.

Extra: een video verslag van de bijeenkomst, gemaakt door organisator Aegon:

 

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , , | 1 Reactie

De voordelen van werken met interim-professionals. Door een Wall Street bril bekeken.

Je kunt over de ZiP economie, over het samenwerken tussen organisaties en (zelfstandige) interim professionals, praten in termen van co-creactie, samenwerken, benutten van talenten, het nieuwe organiseren, netwerkeconomie. Je kan de voordelen van het werken met externen ook heel anders benaderen.

Op het business-blog Bloomberg legt Alice Schroeder, voormalig Wall Street analist, uit hoe het werken met (veel) externen bijdraagt aan het verhogen van de aandeelhouderswaarde van organisaties en dus steeds populairder wordt in de VS.

Groeiende aantal interimmers

Alice Schroeder is auteur en columnist en schreef onder andere een boek over Warren Buffet. Voorheen was ze analist op Wall Street. In haar column “Happy Contingent Labor Day, Temp Workfoce” schrijft ze over de trend in de VS dat nieuwe banen – als die al gecreëerd worden – zelden vaste banen zijn. Nieuw aan te trekken personeel wordt vooral op tijdelijke basis ingehuurd. Via korte dienstverbanden of als zelfstandige. Dat laatste is  een relatief nieuw fenomeen in de VS, maar het aantal groeit wel hard. “By some broadly defined measures, contingent workers [verzamelterm voor iedereen zonder vast contract, hjr] already represent 25 percent of the workforce – a figure that’s steadily rising.”  Deze trend heeft in de VS nog een tamelijk negatieve klank. Flex medewerkers worden gezien als mensen die eigenlijk op zoek zijn naar een vaste baan.

Schroeder ziet voor de lange termijn echter ook positieve kanten. “Younger people are more mobile and don’t want to be shackled to one employer by their benefit packages. Older people would rather have some opportunity to work than none at all. Contingent work has the potential to partially bridge the enormous gulf between the secure work and high benefits that former generations enjoyed, and today’s scant supply of either one.”

Flexibele kosten is ‘king’ op Wall Street

Alice Schroeder werkt de voordelen voor de werkgevers verder uit. Minder vaste mensen op de pay-roll betekent minder kosten aan secundaire arbeidsvoorwaarden, minder verzekeringspremies en minder kosten aan administratie. In de VS betalen bedrijven meer werkloosheidsbelasting als ze meer mensen ontslaan. Schroeder zegt: neem minder mensen aan, dan betaal je later ook minder werkloosheidsbelasting. De kosten voor pensioenen rijzen de pan uit: heb je ook geen last van bij externen.

Ze wijst verder op de hoge kosten van ‘hiring and firing’, kosten die nog als eens vergeten worden wanneer de kosten van arbeid worden uitgerekend (bijvoorbeeld om een vergelijking te maken met de kosten van externen) : “ Hiring, firing and rehiring is the most fundamental cost of having employees: From interviews, background checks, drug tests, benefits processing and training on the way in, to the cost of reversing all that on the way out. If someone is hired to replace the departing employee, the process begins again. You can see how much easier it is to save the money by hiring an independent contractor or a worker from a staffing agency. (…) Older workers cost a company disproportionately in benefits, and companies can’t discriminate against them in firing, which makes them reluctant to hire. Contingency work is going to be a solution for many people.” Dat kan je negatief bekijken (geen zorg voor de oudere medewerkers), maar ook wat positiever, namelijk dat die ouderen die voor vaste functies geen kans meer maken tenminste als tijdelijke, externe nog aan de slag kunnen. Schroeder ziet dat het imago van de Amerikaanse zelfstandige interim professional overigens steeds beter wordt en ze meer en meer gezien worden als waardevolle (tijdelijke) aanvulling met extra kwaliteiten.

Een interessant beeld schetst ze als het gaat om de pure ‘Wall Street’ blik ten aanzien van bedrijven. Een bedrijf met een miljard omzet en 100 vaste medewerkers wordt hoger gewaardeerd door de analisten dan een bedrijf met dezelfde omzet maar met 500 medewerkers. Bedrijven worden door die aandelenanalisten beoordeeld op de mate waarin ze in staat zijn snel hun kostenstructuur aan te passen. Lees: zo min mogelijk vaste (personeels)kosten. De tijd dat je opschept hoeveel mensen je vast op de pay-roll hebt staan is voorbij. “ It is only a matter of time before chief executive officers begin bragging about how much their contingent workforce contributes to shareholder value and productivity.”

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | Laat een reactie achter

De juridische grenzen van de Marktplaats verkend (én overschreden?)

Wij kijken in dit artikel kritisch (zoals al eerder) en met juridische bril naar de tientallen inhuur-Marktplaatsen bij overheidsorganisaties. We beoordelen de juridische onderbouwing van het Marktplaats-concept in het licht van de Europese aanbestedingsregels. Tevens nemen we aantal recente aanvragen voor meer projectmatige opdrachten onder de juridische loep.

Wij concluderen dat er nogal wat juridische onduidelijk- en onzekerheden kleven aan het inzetten van een Marktplaats. Maar aan de andere kant betogen wij ook dat overheden veel meer vrijheid kennen bij de keuze wie in te huren en dus ook veel vrijheid hebben om hun Marktplaats zo in te zetten als hen goeddunkt.

Wat is een Marktplaats?

Overheden gebruiken steeds vaker inhuur-Marktplaatsen. In totaal bestaan er al meer dan 40 verschillende platforms. Een veelvoud aan overheidsorganisaties maakt hier gebruik van. Een aantal Provincies, veel gemeenten, een paar politiekorpsen en waterschappen, maar ook bijvoorbeeld de NS en de Haven van Rotterdam huren in via een Marktplaats.

En niet te vergeten natuurlijk het UWV, dat er ruim drie jaar geleden mee begon. Het Marktplaats-concept wint dan ook aan populariteit bij de overheid. Zij ziet het als een rechtmatig alternatief voor een klassieke (Europese) aanbestedingsprocedure voor externe inhuur. Een volledig overzicht van inhuur-Marktplaatsen vindt u hier.

In plaats van raamovereenkomsten aan te besteden op basis van de over vier jaar geraamde waarde van de behoefte aan externe inhuur, kan een overheidsorganisatie met een Marktplaats een ‘mini-aanbesteding’ doen voor elke individuele aanvraag apart.

Op een besloten website kan iedere ‘leverancier’ van flex-arbeid zich eenmalig gratis registreren. Hierna krijg hij een inlogcode. Bij toegang krijgt de ‘leverancier’ zicht op de openstaande aanvragen, op het gunningsproces en op de gunningscriteria en op een eventueel minimum- en maximumtarief. Op basis van deze informatie kunnen leveranciers een bieding doen. Zij kunnen zelf aangeven in welke mate zij voldoen aan de gestelde eisen. Vervolgens kunnen zij een cv op maat aanbieden met een all in uurtarief waartegen zijzelf of hun kandidaat het werk uitvoeren als zij de opdracht krijgen gegund. Marktplaatsen staan dus open voor biedingen van zzp’ers en van bemiddelings- en detacheringsbureaus.

Het aantrekkelijke van zo’n Marktplaats is dat het een toegankelijk en goedkoop instrument is. Daarnaast is het veel flexibeler dan een klassieke (Europese) aanbestedingsprocedure voor minstens vier jaar. In de praktijk komen daar altijd de grote bemiddelingsbureaus als winnaar uit de bus en krijgen de rol van preferred supplier. Alle contacten via de Marktplaats verlopen volledig digitaal via het platform. Van het stellen van vragen tot het lezen van andermans vragen met alle antwoorden, tot en met het indienen van de bieding. Ook de eerste fase van de gunning gaat op de meeste Marktplaatsen volledig digitaal. De software zet alle aanbieders op een rij, waarin bovenaan staat degene met de hoogste kwaliteit (‘hoogste score op de gunningscriteria’) tegen het laagste tarief.

Een recruiter van of namens de overheidsorganisatie ( de ‘inlener’) controleert daarna alleen de beste vijf (soms  beste tien) aanbiedingen, Die vijf leveranciers gaan door naar de opdrachtgever. Daar kijkt de opdrachtgever tot slot nog naar soft skillls als vaardigheid en persoonlijkheid en nodigt een of meer partijen uit voor een kennismaking.

In de praktijk zien wij een grote tevredenheid met dit systeem bij de inleners. Die krijgen zeker in de huidige slechte markt, veel goede aanbiedingen tegen zeer lage tarieven.

Juridische basis zwak

In zijn algemeenheid zien overheden de Marktplaats als een alternatief voor een klassieke Europese aanbestedingsprocedure voor zogenaamde bijlage 2B-diensten.  Ook maken overheden wel gebruik van het concept bij bijlage 2A-diensten, waarvan de waarde onder de Europese aanbestedingsdrempel blijft.

Wij weten niet of een overheidsorganisatie ooit werkelijk de juridische houdbaarheid van het concept onderzocht heeft. Of een Marktplaats-concept dus voldoet aan de Europese wet- en regelgeving voor aanbesteden blijft onduidelijk. Voor zover wij weten bestaan er geen rechtszaken (of aanhangig gemaakte zaken) waarbij een leverancier van flexarbeid, zich benadeeld voelde door een gunningsbesluit van een overheid gebaseerd op een Marktplaatsconcept.

Tenslotte kennen wij ook geen voorbeelden van accountants die publiekelijk bij het opstellen van de jaarrekening, een kanttekening maakten over de vermeende onrechtmatigheid van het aanbestedingsproces omdat er met een Marktplaats werd gewerkt.

Kortom, de overheid begon gewoon met het implementeren van steeds meer Marktplaatsen. De rechtmatigheid van het concept blijft echter onzeker. Dit vormt toch een risico voor de toekomst, zeker nu wij steeds meer Marktplaatsen zien opkomen. Wij zouden dan ook graag zien dat de wetgever bij de nieuwe aanbestedingswet expliciet aandacht geeft aan het Marktplaats-concept. Zo komt er duidelijkheid over de criteria waaronder overheden het concept rechtmatig kunnen inzetten.

Publicatieplicht

Voor een Europese aanbesteding van bijlage 2B-diensten boven de drempelwaarde van de Europese aanbestedingswetgeving geldt een publicatieplicht in het Publicatieblad van de Europese Unie te Luxemburg. Overheden moeten uiterlijk 48 kalenderdagen na een gunning deze publicatie conform de voorschriften verzorgen. Het is onduidelijk of overheden die opdrachten gunnen via Marktplaatsen, ook werkelijk deze publicatieplicht nakomen. Op de Marktplaatsen zelf staan wel de gegunde partijen met naam genoemd,  maar of deze ook zijn te lezen in het Publicatieblad kunnen wij in ieder geval niet achterhalen.

Verschil bijlage 2A en 2B diensten

Het verschil tussen bijlage 2A en bijlage 2B diensten is erg belangrijk voor de mogelijkheid het Marktplaats-concept toe te passen. In de praktijk doen de meest vreemde verhalen de ronde over het veronderstelde onderscheid tussen deze twee categorieën. Veel gehoord is dat het bij 2A-diensten om resultaat-verbintenissen zou gaan en bij 2B-diensten om inspanningsverbintenissen. Echter hiervoor kunnen wij noch in de wetgeving, noch in de jurisprudentie van het Europese Hof enige basis vinden.

Het enige juiste criterium om te bepalen of sprake is van een bijlage 2A of een bijlage 2B dienst, is waar de dienst die de overheidsorganisatie inkoopt voorkomt op de lijst van CPC codes1. CPC staat voor Central Product Classification, is ontwikkeld door de Verenigde Naties, en kent dus ook zijn toepassing binnen de Europese Unie.  Op bijlage 2A van de Europese aanbestedingswetgeving staan dienstencategorieën opgenomen die men kan herkennen met de CPC codes. Voor bijlage 2B diensten geldt hetzelfde. Als een specifieke dienst geen op bijlage 2 voorkomende CPC code kent, dan is per definitie sprake van een bijlage 2B-dienst. Diensten zonder een passende CPC code vallen namelijk in de categorie “overig”. Die categorie staat op bijlage 2B. In de praktijk kan het wel eens lastig zijn om een bepaalde dienst onder te brengen bij een CPC code. De overheidsorganisatie heeft dus enige vrijheid tot interpreteren.

Overheid maakt het zichzelf te moeilijk

Wat is nu de relatie tussen bijlage 2B-diensten en het gebruik van Marktplaatsen? Welnu, geen enkele directe. Relevant is alleen dat voor bijlage 2B diensten de wetgeving noch een vorm van aanbesteding, noch concurrentiestelling voorschrijft. De overheidsorganisatie moet alleen de gunning publiceren en, als zij concurrentie stelt, non discriminatoir specificeren. Deze verplichtingen gelden overigens niet voor bijlage 2A en bijlage 2B diensten als de waarde van de opdracht onder de drempelwaarde blijft.

Voor bijlage 2B-diensten onder en boven de drempel en voor bijlage 2A diensten onder de drempel gelden alleen Europese aanbestedingsverplichtingen als sprake is van een duidelijk (!) grensoverschrijdend belang. In dat geval moet een ondernemer uit een andere Lidstaat van de Europese Unie specifieke interesse hebben voor de opdracht en deze ook werkelijk kunnen uitvoeren. Is een duidelijk grensoverschrijdend belang afwezig, dan geldt in deze gevallen geen enkele Europese aanbestedingsverplichting.

Dit betekent in de praktijk dat overheidsorganisatie bijlage 2B-diensten zonder een duidelijk grensoverschrijdend belang op een Marktplaats mogen aanbieden, maar dat niet moeten!

Dit betekent dus dat de overheid in deze situaties vrijwillig kiest voor concurrentiestelling, waar op zich natuurlijk niets mis mee is. Maar tegelijkertijd moet de overheid zich beseffen, dat bij diezelfde overheid een grote behoefte bestaat om bepaalde groepen, aanbieders of kandidaten een zekere voorrang te geven. Volgens ons is dit juridisch mogelijk. Immers als er geen plicht is tot concurrentiestelling, dan is er ook vrijheid qua gunning van de opdracht! Uiteraard binnen de normale Nederlandse privaat- en bestuursrechtelijke kaders.

Let wel: als de overheidsorganisatie door deze opdracht wel op een Marktplaats te zetten toch concurrentie stelt, dan geldt via Nederlandse jurisprudentie dat alle aanbestedingsbeginselen weer van toepassing zijn. In dat geval moet de wijze van aanbesteden dus voldoen aan dezelfde eisen als een klassieke Europese aanbestedingsprocedure. Dat betekent een publicatie vooraf om transparantie te garanderen en vooraf vastgestelde gunningscriteria. Ook moet de overheidsorganisatie conform de aanbestedingsprocedure alle deelnemende partijen volledig gelijk behandelen.

Drempel-bedragen

Het voor decentrale overheden geldende drempelbedrag waaronder geen aanbesteding nodig is, bedraagt op dit moment voor diensten € 193.000 ex BTW. Voor centrale overheden is die drempel € 125.000. Als de overheidsorganisatie per opdracht rekent, dan zal zij bij bijna elke opdracht onder dit bedrag blijven. Maar de Europese aanbestedingswetgeving kent nog regels voor het bepalen van de waarde van de opdracht. Men moet alle opdrachten die hetzelfde onderwerp bestrijken, waarvoor de CPC codes weer goede graadmeters zijn, bij elkaar optellen. Dit doet men dan voor opdrachten die vier jaar of langer duren over een periode van vier jaar. Voor kortere opdrachten of bij onzekerheid voor wat betreft de waarde, mag men uitgaan van de uitgaven de voorgaande twaalf maanden. Een overheidsorganisatie moet dus niet alleen bepalen of een dienst op bijlage 2A of bijlage 2B voorkomt, maar moet ook bepalen of de verwachte omvang van dit soort opdrachten de drempelwaarde  van de Europese aanbestedingswetgeving zal overschrijden. Is dat het geval bij een 2A-dienst, dan dient er een klassieke Europese aanbestedingsprocedure te volgen. Een Marktplaats past daar maar moeilijk in omdat de aanbestedingswetgeving strikte eisen stelt aan elektronische veilingen. Vaak strikter dan de wijze waarop Marktplaatsen nu zijn ingericht.

Hoewel de een raming van de opdrachtwaarde met onzekerheden gaat gepaard, hebben wij de indruk dat overheden deze raming in de praktijk in het geheel niet maken. Elke opdracht handelt de overheid apart via de Marktplaats af en niemand vindt daar verder wat van.  In elk geval zien wij in principe zo goed als geen publicaties van Europese aanbestedingsprocedure, waarbij maar 1 persoon voor een bijlage 2A-dienst wordt gezocht, wat een indicatie kan zijn dat of de Marktplaats hier kennelijk voor wordt gebruikt óf dat in geheel geen aanbesteding plaatsvindt terwijl dat juridisch gezien wel zou moeten.

In feite zou je kunnen stellen, dat de overheid met haar Marktplaatsen haar inhuur-opdrachten in kleine stukken knipt en aanbesteedt, zonder dat iemand daar verder op let. En dat is bijzonder, omdat het knippen van opdrachten als een doodzonde wordt beschouwd in het aanbestedingsrecht. Leveranciers zouden hiertegen met succes kunnen opkomen voor een rechter of bij de Europese Commissie kunnen klagen.

Projecten op de Marktplaats

Een recente ontwikkeling op sommige Marktplaatsen is het plaatsen, niet van individuele inhuur-opdrachten maar van complete projecten, waarbij bureaus of samenwerkende zzp’ers zich kunnen inschrijven. Zo hebben we recent voorbeelden gezien van een onderzoeksopdracht naar de arbeidsmarkt voor het UWV en het maken van een promotiefilm in opdracht van de Provincie Gelderland.

Ook deze ontwikkeling roept nieuwe juridische vragen op. Zoals of het hier nu gaat om het aanbesteden van diensten of van producten. Voor het aanbesteden van producten gelden boven de drempelwaarde dezelfde regels als voor bijlage 2A diensten. Eerder zou men dan een klassieke aanbestedingsprocedure of een elektronische veiling verwachten. Dat is echter nog steeds wat anders dan de Marktplaats zoals wij die beschreven en zoals in de gemelde casussen toegepast. De klassieke procedure kent namelijk niet de mogelijkheid op basis van individuele gesprekken tot een gunning te komen op basis van ‘soft skills’ van een adviseur. Deze zijn namelijk vrijwel niet objectief te maken, wat de gunningssystematiek in een klassieke procedure wel vereist. Deze eisen in de klassieke procedure gelden vervolgens op gelijke wijze in de wettelijke geregelde elektronische veiling.

Verder valt op dat overheden bij sommige opdrachten zzp’ers uitsluiten. Alleen bureaus mogen dan een aanbieding doen. Dit roept dan weer de vraag bij ons op of dit geen verboden discriminatie is van bepaalde leveranciers.

De hier geschetste ontwikkelingen zijn echter nog nieuw. Een definitief oordeel over de rechtmatigheid ervan moeten wij afwachten. Wel is duidelijk dat ‘Den Haag’ inmiddels ook de Marktplaats heeft ontdekt.

Wat vinden we zelf?

Wij zien Marktplaatsen als een interessante inkoop- en inhuurtool, die in de praktijk op diverse plekken tegelijk is en wordt ontwikkeld. Er blijven juridische onzekerheden kleven aan het concept. Maar de praktijkervaringen zijn goed.

Ons inziens moeten overheden ervoor waken Marktplaatsen te gebruiken op een manier die volgens ons zeker niet conform de wet – en regelgeving is. Zoals bij bijlage 2A diensten boven de drempelwaarde.

Overheden moeten het zichzelf daarentegen ook niet moeilijker maken dan noodzakelijk is. Zij kunnen Marktplaatsen ook inzetten voor 2B diensten om gebruik te maken van de juridische ruimte om meer direct opdrachten te verstrekken aan voorkeurspartijen als zzp’ers.

Volgens ons zal het concept zich blijven ontwikkelen om uiteindelijk juridische toetsing te krijgen. Maar het is vooral goed als er naar aanleiding van de nieuwe aanbestedingswet vanuit de wetgever nu aandacht komt voor de Marktplaats. Tot die tijd blijven wij de ontwikkelingen kritisch volgen!

Tim Robbe & Mark Bassie

Mr drs. Tim  H.G. Robbe is Europees jurist, bestuurskundige en als buitenpromovendus verbonden aan de Universiteit van Twente. Hij  is de oprichter van Robbe Adviesbureau/Robbe & Partners. Overheden, bedrijven en instellingen maken gebruik van zijn advies bij het uitvoeren van of inschrijven op aanbestedingen en subsidiemaatregelen, het opstellen van contracten en het inrichten van effectieve samenwerkingsrelaties. Tim is samen met mr. Mark Bassie de auteur van dit artikel.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | 2s Reacties

Blije klanten en VOC-mentaliteit.

Nederlanders zijn ondernemers. Dat bleek onlangs ook weer uit onderzoek van onderzoeksbureau EIM. Nederlanders zijn in de EU het meest ondernemend. Ondernemerschap zit in ons bloed. Het hoort bij ons, als de eeuwige strijd tegen het water. Strijdbaar en ondernemend, een sterke combinatie.
.
Herinnert u zich de beroemde woorden van oud-premier Balkenende nog? “Laten we blij zijn met elkaar. Laten we zeggen: ‘Nederland kan het weer!’; die VOC-mentaliteit. Over grenzen heen kijken! Dynamiek!”. Velen vonden de woordkeuze van Balkenende verkeerd en ongepast. Maar kijk eens naar het begin van de zin. Hier zegt Balkenende iets veel belangrijkers. Laten we blij zijn met elkaar. Filosofisch gebrabbel of woorden met inhoud?Blijdschap is een positieve emotie. Wie blij of gelukkig is, ondervindt geen gebrek of stress, heeft positieve gevoelens over de omgeving of zichzelf en heeft dan ook geen grote behoefte om de omstandigheden te wijzigen. Dat vertelt Wikipedia ons tenminste. Wat iemand blij maakt verschilt van persoon tot persoon, van klant tot klant. Dat vraagt dus om een grote mate van flexibiliteit en inzicht in de klantenkring.
.
Laten we terugkeren naar de woorden van Balkenende. Kunnen we met blij zijn de wereld redden? Vast niet. Kunnen we met blijheid oorlogen stoppen? Ook niet. En toch kun je met blij zijn verder komen dan je zou denken. Blijheid is meer dan alleen een lach op iemand z’n gezicht. Het is een instelling, een houding. Een houding om klanten het beste te geven. Van jezelf en van je bedrijf. Klanten hebben feilloos in de gaten of u hen begrijpt. Ze voelen, kijken, ervaren en zijn kritisch over de diensten en producten die u aanbiedt. Kleine details met een groot effect maken dingen tot een succes.

Weg met de zesjes cultuur

Dat betekent voor veel (kleinere) bedrijven een cultuuromslag. Een vrolijke website, folder of brochure is niet meer genoeg. Klanten vragen meer. Nee, klanten eisen meer. Een klant wil meer dan alleen tevreden zijn. Normaal is niet goed genoeg meer. Een klant wil geen zes meer, maar een negen. Die mentaliteitsverandering zien we bijvoorbeeld ook op universiteiten en hogescholen. Maar hoe ga je hier mee om?

Veel ZZPers en kleinere bedrijven worstelen met die vraag. En toch ligt het antwoord vaak voor de hand. Het gaat vaak om details. Een persoonlijk verjaardagskaartje kan het verschil al maken. Een bosje bloemen voor die jarenlange zakenrelatie. Gebaren als deze zijn tegenwoordig zeldzaam. En zijn dat juist niet de gestes waar mensen en uw klanten blij van worden? Het zijn de onverwachte, spontane dingen die voor een glimlach zorgen. Zeker in een maatschappij waarbij ‘het onverwachte’ steeds minder ruimte krijgt.

Filosofisch gebrabbel of woorden met inhoud? Balkenende had zeker een punt toen hij opriep om met z’n allen wat blijer te zijn. Dat klinkt misschien wat makkelijk. Niet iedereen heeft het voorrecht om de dag lachend te beginnen. Dat geldt ook voor ZZPers die op dit moment (en al jaren) alles op alles zetten om de financiële stormen te overleven. Het zijn de bedrijven die de klant als koning zien. Ze zijn blijven varen door de klant onbewust (of bewust) blij te maken. Een vleugje VOC en een vleugje 2011. Strijdbaar, ondernemend en blij. Een betere combinatie bestaat er niet.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , | 2s Reacties

Personal Branding Propaganda: Stoppen of Belangrijk?

Afgelopen vrijdag was er weer een blog te lezen over het belang van Personal Branding. We lezen:” Iedereen heeft een personal brand, maar de meeste personen zijn zich hier niet van bewust. U moet uw brand en de boodschap die het brengt effectief managen en beïnvloedden hoe anderen u ervaren. Dit zal u helpen actief te groeien en uzelf te onderscheiden als een uitmuntende professional.

Het hebben van een personal brand is tegenwoordig steeds belangrijker. Vooral in de online en vooral ook individuele wereld van vandaag. Een bedrijfsvisitekaartje en goed gestreken pak alleen zijn niet langer voldoende. Mensen werken niet langer veertig jaar voor hetzelfde bedrijf. Je moet als persoonlijkheid gevonden kunnen worden. En niet alleen in het telefoonboek die gebruikt wordt om het bijzettafeltje te ondersteunen. Personal branding is ‘de sleutel tot persoonlijk succes’, het is ‘een strategie’.”

De schrijver van bovenstaande adviseert een drie stappenplan:

  • Ontdek je personal brand
  • Creëer je personal brand
  • Onderhoud je personal brand

Zo zijn er tientallen blogs te lezen en adviezen te vinden over het waarom en hoe van Personal Branding. Het is doorgaans zenden door loopbaan- en social media specialisten. Die doen dat ongetwijfeld uit overtuiging en met de beste intenties.

Wat vind jij? Wat vinden de lezers van de ZIPblog? Moeten we ophouden en stoppen met iedereen aanpraten dat investeren in Personal Branding een must is? Of is het een boodschap die niet vaak genoeg gesteld kan worden?

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , | 6s Reacties