Maandelijkse archieven: maart 2026

Kabinet wil snel een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers. EU-miljarden en Zelfstandigenwet zetten vaart achter wetsvoorstel

Elke zelfstandige is straks verplicht verzekerd voor een basisinkomen bij langdurige ziekte. De ministerraad heeft vrijdag namelijk ingestemd met het wetsvoorstel voor de Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen (BAZ).

Snelle voortgang

Minister Thierry Aartsen van Werk en Participatie (VVD) zet hiermee vaart achter de nieuwe zzp-wetgeving, mede om te voldoen aan de voorwaarden voor miljarden uit het Europese Herstel- en Veerkrachtplan (HVP). Ook voert hij de aov-plicht nu alvast in, omdat dit onder de Zelfstandigenwet een eis wordt om als zzp’er te mogen werken.

“Ook zelfstandigen verdienen een sociaal vangnet om te voorkomen dat ze in armoede vallen als ze onverhoopt niet meer kunnen werken”, zegt minister Aartsen. “Met deze basisverzekering, tegen een zo laag mogelijke premie, zorgen we daarvoor.”

Maandpremie: 5,4% van je winst, maximaal 171 euro

Hoe minder winst je maakt, hoe lager de premie. De bruto premie bedraagt 5,4% van de winst en maximaal 171 euro. Het maximale premiebedrag is gebaseerd op het wettelijk minimumloon uit 2025 en wordt geïndexeerd. Op basis van het minimumloon in 2026 stijgt het bijvoorbeeld al naar 177 euro, in 2027 naar ongeveer 181-185 euro.

“Zelfstandigen moeten zoveel mogelijk ruimte houden om te ondernemen en hun eigen keuzes te maken”, schrijft Aartsen. “Daarom blijft het bij een basisverzekering voor arbeidsongeschiktheid die zelfstandigen tot hun AOW verzekert van een uitkering tot maximaal het minimumloon.”

Wie meer wil ontvangen, kan zich bijverzekeren bij een private verzekeraar. 

Lagere premie dan eerder aangekondigd

De premie is lager dan het de oorspronkelijke plannen. In 2023 rekende het kabinet nog op een gemiddelde premie van 225 euro per maand, in 2024 op maximaal 195 euro. De premie is lager, omdat de wachttijd is verlengd van één naar twee jaar. Dat wil zeggen dat zelfstandigen pas na 24 maanden aanspraak kunnen maken op de uitkering.

Minder werkdruk voor UWV

De voornaamste reden om de wachttijd te verlengen, was dat dit de werkdruk bij uitkeringsinstantie UWV verlaagt. Terwijl de Belastingdienst straks de premie int, wordt UWV verantwoordelijk voor de beoordeling van de claims en de uitkeringen. Het UWV waarschuwde eerder dat dit lastig zou worden, omdat de uitvoeringsinstantie nu al overbelast is.

Opt-out regeling, met ‘stabiliteitsbijdrage’ 

Het definitieve wetsvoorstel bevat ook een opt-outregeling. Dat betekent dat als je niet mee hoeft te doen als je een private verzekering hebt met minstens dezelfde uitkering en maximaal dezelfde wachttijd. Zelfstandigen mogen eens per jaar wisselen tussen de publieke verzekering en een private variant.

Heb je al een private verzekering die aan de eisen voldoet? Dan mag je die houden zodra de BAZ ingaat. Er bestaat een kans dat je meer gaat betalen, want er komt een ‘stabiliteitsbijdrage’. Verzekeraars moeten die afdragen per verzekerde zelfstandige die gebruik maakt van de opt-out. Naar verwachting wordt dat een bijdrage van tussen de € 25 en € 35 per maand.   

In het huidige voorstel zit verder geen aparte opt-out regeling voor de agrarische sector, iets waar partijen BBB en SGP wel voor pleiten.

Uitzondering voor deeltijd-zelfstandigen en dga’s

De BAZ geldt alleen voor IB-ondernemers, zoals zelfstandigen (met of zonder personeel) met een eenmanszaak. De verzekeringsplicht geldt niet voor zelfstandig directeur-grootaandeelhouders (dga’s) met een bv. De verplichting geldt ook niet voor zelfstandigen die daarnaast in loondienst werken. Zij hebben namelijk al een vangnet bij arbeidsongeschiktheid via hun werkgever.

De verplichte verzekering is hard nodig, schrijft Aartsen. Driekwart van de zelfstandigen is nu niet verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid. Vaak omdat ze het te duur vinden, soms omdat ze niet worden toegelaten door verzekeraars door hun leeftijd of medische situatie. De BAZ is hier een oplossing voor.

Haast geboden

Minister Aartsen is flink op stoom. Vorige week werd het rechtsvermoeden van werknemerschap aangenomen in de ministerraad, nu de BAZ. Beide zijn onderdeel van de hervorming van de arbeidsmarkt en de nieuwe zzp-wetgeving.

Europees steungeld

Het kabinet heeft nog extra haast met de BAZ, omdat het onderdeel is van Europese afspraken over het coronaherstelfonds. Als Nederland de afspraken niet nakomt, riskeren we 600 miljoen aan Europese steungeld. De deadline voor dit onderdeel van het pakket ligt op 31 augustus 2026.

Criterium in de Zelfstandigenwet

Verder staat de BAZ niet op zichzelf, het is een voorwaarde van de ‘ondernemerstoets’ in de Zelfstandigenwet. Concreet betekent dit dat je een voorziening tegen arbeidsongeschiktheid moet hebben om te mogen werken als zelfstandige. De BAZ-regeling is de publieke basisvulling voor deze plicht.

De Zelfstandigenwet is een nieuw wetsvoorstel waarin staat wanneer een opdrachtgever een zzp’er mag inhuren. Aartsen ontwikkelde dit voorstel als Tweede Kamerlid samen met D66, CDA en SGP. Als minister mag hij deze wet verder uitwerken en invoeren. Dit is zijn volgende stap.

Vervolg

Nu de ministerraad akkoord is, volgt de parlementaire behandeling in de Tweede Kamer. De discussie zal vooral gaan over de uitvoerbaarheid bij het UWV en de premiedruk voor ondernemers met een laag inkomen. Oftewel: kan het UWV deze regeling er echt bij hebben? En hoe betaalbaar is de verplichting?

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags | 21s Reacties

Rechtsvermoeden werknemerschap geldt ook bij stuksprijs en totaalprijs — maar bewijslast ligt bij de zzp’er

Minister Aartsen van Werk en Participatie wil vanaf 2027 een rechtsvermoeden van werknemerschap invoeren voor zzp’ers die werken voor een uurtarief onder de 38 à 39 euro. Wie ingehuurd wordt onder dat tarief kan eenvoudig rechten als werknemer opeisen via de rechter. Het is dan aan de werkgevende om te bewijzen dat iemand toch een zzp’er is. De bewijslast ligt dan dus bij de opdrachtgever.

Maar wat als er helemaal geen uurtarief is afgesproken? Denk aan een freelance fotograaf die per foto betaald krijgt, een koerier die per pakket verdient, een taxichauffeur die per rit betaald wordt, of iemand in de bouw die een opdracht aanneemt voor een vaste totaalprijs.

Ook voor hen kan het rechtsvermoeden gelden — maar de drempel om er een beroep op te doen ligt hoger. Dat zit zo. 

De wet geldt ook zonder uurtarief

Uit de memorie van toelichting op het wetsvoorstel blijkt dat de wetgever expliciet rekening houdt met situaties waarbij geen uurtarief is overeengekomen. Of het nu gaat om een totaalprijs voor een project of een stuksprijs per geleverd product: als de feitelijke vergoeding neerkomt op minder dan het drempelbedrag per uur, dan kan de werkende in principe aanspraak maken op werknemersrechten.

Het idee is eenvoudig: het rechtsvermoeden draait om de vraag of iemand feitelijk te weinig verdient om als echte zelfstandige te kunnen worden beschouwd. De betalingsvorm — per uur, per stuk of als vaste som — doet daar in principe niet aan af.

De werkende moet het bewijs leveren

Toch zit hier een belangrijke extra drempel. Bij een uurtarief is het meteen duidelijk of de grens van 38 euro wordt overschreden. Bij een stuksprijs of totaalprijs niet. In dat geval moet de werkende zelf aannemelijk maken hoeveel uur er feitelijk tegenover de betaling stond — zodat berekend kan worden of het impliciete uurtarief onder de drempelwaarde valt.

Concreet betekent dit dat een zzp’er die per stuk of voor een vaste som werkt, moet kunnen onderbouwen: “Voor dit bedrag heb ik zoveel uur gewerkt, en dat komt neer op minder dan 38 euro per uur.” Pas dan kan hij of zij bij de rechter met succes een beroep doen op het rechtsvermoeden.

Het kan daarom verstandig zijn om als werkende een urenadministratie bij te houden.

Zo’n urenadministratie is eigenlijk toch al verplicht voor zelfstandigen die aanspraak maken op de zelfstandigenaftrek. Immers, die krijg je alleen maar als je meer dan 1.225 uur per jaar als zelfstandige werkt. En bij een eventuele controle zal een zelfstandige dat moeten kunnen bewijzen.

Wet minimumloon

Een extra omstandigheid is dat sinds 2018 het werken met een overeenkomst van opdracht, waarin afspraken kunnen staan over stuksprijs, onder de Wet minimumloon (WML) valt. Die wet verplicht de opdrachtgever om aan te tonen dat ten minste het minimumloon wordt betaald. Daarvoor moet inzichtelijk zijn hoeveel uur er is gewerkt en wat er is betaald. In de praktijk betekent dit dat er al een urenadministratie bijgehouden moet worden — zowel door opdrachtgever als werkende.

Deze verplichting geldt dan weer niet als je met zzp’ers werkt. Zelfstandig ondernemers vallen immers niet onder de WML-verplichtingen.

Dit levert dus een zeker dilemma op voor werkgevenden/opdrachtgevers. Ga je een urenadministratie bijhouden om te kunnen bewijzen dat je aan het WML voldoet? Of laat je daarmee zien dat je eigenlijk twijfelt of iemand wel echt een zzp’er is en kan zo’n urenadministratie tegen je gebruikt worden?

Wat betekent dit voor de praktijk?

Ook voor opdrachtgevers die werken met zzp’ers op basis van stuksprijs of projectprijs kan er met de komst van het rechtsvermoeden dus het nodige veranderen.

Ze kunnen er niet van uitgaan dat de betalingsvorm hen beschermt tegen een mogelijk beroep op het rechtsvermoeden. Als de vergoeding feitelijk neerkomt op een laag uurtarief, loopt de opdrachtgever risico — ook al staat “uurtarief” nergens in het contract.

Voor zzp’ers betekent het dat ze, als ze ooit een beroep willen kunnen doen op het rechtsvermoeden, belang hebben bij het bijhouden van hun uren — ook als dat wettelijk niet verplicht is. Wie zijn uren niet registreert, zal het lastiger vinden om achteraf te bewijzen dat het impliciete tarief onder de grens lag.

De Tweede Kamer gaat naar verwachting nog voor de zomer het wetsvoorstel behandelen. Minister Aartsen hoopt op inwerkingtreding per begin 2027.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | 1 Reactie

Het compliancerisico schaadt de inhuur en de bedrijfscontinuïteit van multinationals

De kennis van compliance en de Nederlandse arbeidswet- en regelgeving ontbreekt vaak bij multinationals. Als Circle8 zien we dat multinationals hun inhuurbeleid behandelen als een one-size-fits-all-solution voor externe inhuur. Wat werkt in Frankrijk, wordt ook toegepast in Nederland. Dat lijkt efficiënt, maar zadelt organisaties op met een serieus complianceprobleem dat de bedrijfscontinuïteit kan schaden. 

Om dit probleem te tackelen, leggen wij als Circle8 de (on)mogelijkheden van externe inhuur uit door de bril van de Wet DBA, de Deliveroo-criteria en bijbehorende holistische toets.

Internationale teams missen kennis van Nederlandse regels

Wanneer wij met inkopers om tafel zitten, merken we dat multinationals barsten van de kennis op hun eigen vakgebied. De organisatie is volwassen en medewerkers zijn doorgaans echte specialisten binnen hun domein. Daarbij hanteren deze multinationals een inkoop- en hr-beleid dat uniform wordt toegepast over meerdere landen.

De inkoop- en hr-teams bestaan vaak uit expats in Nederland, of uit complete afdelingen die vanuit een ander Europees land de inhuur van externe arbeidskrachten in Nederland coördineren. Het lijkt alsof alles op rolletjes loopt, maar zodra het onderwerp compliance en Nederlandse wet- en regelgeving de revue passeert, ontstaat er verwarring. Want die kennis ontbreekt vaak bij de internationale inkoop- en hr-teams.

Het gebrek aan kennis begint bij de Wet DBA en de Wet TTA, maar houdt daar niet op. Er is ook veel onduidelijkheid over de verschillende inhuurvormen, zoals freelance, detachering en payrolling.

Cowboypartijen profiteren van onduidelijkheid

Tot nu toe worden de onduidelijkheden rondom compliance vaak afgedekt door zogenoemde cowboypartijen die een schijnoplossing bieden. Zij leveren freelancers aan multinationals zonder een grondige interne compliance-toets. De partijen zijn vaak leveranciers die kan wel verkopen, zonder te communiceren welke compliance-risico’s in Nederland aanwezig zijn. Uiteindelijk verdienen deze partijen aan de onwetendheid van organisaties. De multinational betaalt in feite voor dienstverlening waarbij goede compliance buiten beschouwing blijft.

Wij kijken er daarom niet van op als er bij multinationals tientallen externen rondlopen die feitelijk niet compliant zijn ingehuurd. Kandidaten komen via allerlei kanalen binnen, terwijl zicht, grip en eigenaarschap ontbreken. Zowel hr als inkoop – die eigenaarschap moeten hebben over de externe inhuur – weten niet altijd wat wel en niet mag en hoe de Nederlandse wet- en regelgeving in elkaar zit.

Daar komt bij dat expats die in de inkoop- en hr-afdelingen werken na enkele jaren weer vertrekken, waardoor de beperkte interne kennis over wetgeving opnieuw verdwijnt.

Wat zijn de consequenties voor multinationals?

Wat we ook zien, is dat hr-directeuren in de waan van de dag – bewust of onbewust – vergeten dat er grote risico’s kleven aan het inhuren van externen. Het negeren van compliance kan grote problemen veroorzaken.

Wanneer de Belastingdienst uiteindelijk controleert en blijkt dat de compliance niet op orde is, kan dat leiden tot:

  1. Reputatieschade voor de multinational. Dit raakt niet alleen de reputatie rondom inhuur, maar die van de hele organisatie.
  2. Boetes wegens het niet naleven van de Nederlandse wet- en regelgeving.
  3. Naheffingen, die kunnen oplopen tot meerdere jaren aan loonbelasting en premies.
  4. Risico’s voor de bedrijfscontinuïteit.

Vooral dat laatste punt kan grote gevolgen hebben. Van de ene op de andere dag kan het werk van tientallen zzp’ers stilvallen omdat de compliance niet op orde is.

De oplossing: kennis, beleid en uitvoering

De organisaties waarmee wij spreken beginnen langzaam te beseffen dat het ontbreken van een duidelijk inhuurbeleid hen raakt. Toch blijft het gesprek lastig. Neem bijvoorbeeld de Wet DBA. Multinationals zijn vaak gewend om opdrachten van freelancers eindeloos te verlengen.

Als adviseur moeten we dan uitleggen dat zij afscheid moeten nemen van bepaalde zzp’ers, terwijl anderen mogelijk wel kunnen blijven. Dat is voor organisaties lastig te accepteren en te begrijpen, simpelweg omdat de inhoudelijke kennis ontbreekt.

Eerst begrip van de regels

Om dit probleem te tackelen, leggen wij als Circle8 de (on)mogelijkheden van externe inhuur uit door de bril van de Wet DBA, de Deliveroo-criteria en bijbehorende holistische toets.

Dat gaat met hangen en wurgen. Vaak krijgen we vragen als: waarom kan die kandidaat wel blijven en die andere niet? Of men wijst naar andere partijen (lees: de welbekende cowboys) die zonder problemen kandidaten aanbieden.

Daarom is het belangrijk dat organisaties eerst de strekking van de Wet DBA en overige regels te begrijpen en vooral wat er kan gebeuren als ze deze wet negeren.

Van beleid naar uitvoering

Zodra de noodzaak van compliance duidelijk wordt, ontstaat de vraag of we samen kunnen werken aan een helder inhuurbeleid. Met hr en inkoop kijken we naar de regels waaraan organisaties moeten voldoen en hoe die toegepast kunnen worden op hun externe inhuur. Circle8 fungeert in dat traject als kennispartner.

Met duidelijke kaders en spelregels heeft de multinational vervolgens een concreet plan om compliant te opereren. Zodra het inhuurbeleid is vastgesteld, volgt de vraag of we ook kunnen helpen bij de uitvoering ervan volgens de geldende wet- en regelgeving.

De kanarie in de kolenmijn

Een effectief adviestraject begint met kennis, gevolgd door solide beleid en praktische stappen om ervoor te zorgen dat alle inhuur compliant verloopt. Welke vorm de samenwerking ook aanneemt, de basis moet op orde zijn. De eerste stap is globale kennis van wet- en regelgeving en wat de gevolgen zijn als de multinational die niet naleeft.

De grootste uitdaging bij het verspreiden van die kennis is vaak om de juiste mensen aan tafel te krijgen. Door de stroperigheid van multinationals gaan beslissingen over diverse schijven. Als inkoop overtuigd is, kan het maanden duren voordat hr tot dezelfde conclusie komt.

Onze ervaring leert dat inkoop en contractmanagement vaak de kanarie in de kolenmijn zijn. Zodra de compliancerisico’s in Nederland op hun radar verschijnen, kan dat ervoor zorgen dat de rest van de organisatie meebeweegt naar een kloppend inhuurbeleid en een compliant uitvoering.


Over de auteur

Niek de Heuvel is Client Manager bij Circle8 en helpt verschillende klanten in de energiesector en zakelijke dienstverlening om grip te krijgen op de inhuur van externen.

 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , | Laat een reactie achter

Randstad: ‘arbeidsbegroting nodig om knelpunten in kraptesectoren aan te pakken’

“De paradox op de arbeidsmarkt is dat die aan de ene kant ruimer wordt, maar tegelijkertijd blijven de kraptesectoren krapper worden”, zegt Tiel. De sector Zorg en welzijn telt momenteel 70.000 openstaande vacatures, de bouw 30.000, voor de energietransitie zijn zeker 50.000 technici nodig en wie gaan al die duizenden nieuwe banen bij Defensie invullen? Dat is een maatschappelijk probleem dat vraagt om een sectoroverstijgend perspectief.

Randstad komt daarom met een blauwdruk van de ‘arbeidsbegroting’: dat maakt inzichtelijk hoeveel en welke mensen nodig zijn om politieke ambities te realiseren, waar dat talent vandaan komt en waar knelpunten ontstaan. En dat is hard nodig. “Het is positief dat in het coalitieakkoord meer aandacht is voor arbeid, maar de praktijk is dat de arbeidsmarkt voor grote uitdagingen staat. Het kabinet stelt bijvoorbeeld over de energietransitie dat de netcongestie prioriteit heeft, net als het investeren in hernieuwbare energie, maar wie gaat dat doen? Daarover wordt weinig gezegd in het coalitieakkoord. Een miljard op de Rijksbegroting is waardeloos als er geen arbeidskrachten beschikbaar zijn”, zo zei Tiel dinsdag 10 maart jl. tijdens de Arbeidsmarktupdate van Randstad Groep Nederland.

Kannibalisatie tussen kraptesectoren

“Zonder sectoroverstijgend perspectief krijg je kannibalisatie op de arbeidsmarkt en verschuif je het probleem van de ene kraptesector naar de andere. Want het is pijnlijk duidelijk dat we heel grote knelpunten hebben”, stelt Tiel. Want de druk op de arbeidsmarkt ontstaat niet alleen binnen sectoren, maar juist ook tussen sectoren.  “De strijd om talent dreigt een zero-sum game tussen sectoren te worden,” zegt Bart van Krimpen, Lead Market Intelligence bij Randstad Groep Nederland. “Als we een technicus uit de bouw naar Defensie halen, lossen we het ene probleem op, maar creëren we elders een nieuw probleem.”

Die spanning blijkt ook uit de arbeidsbegroting die Randstad heeft gemaakt. Woningbouw, Defensie en energietransitie doen allemaal in belangrijke mate een beroep op vergelijkbare technische profielen. Ze vissen in dezelfde vijver van talent. Defensie heeft bijvoorbeeld ook behoefte aan medische staf, terwijl de zorg zelf ook al kampt met grote personeelstekorten.  Oftewel, de druk op beroepsgroepen waar nu al hard aan wordt getrokken, zal alleen maar verder toenemen.

Extra inzet in de ene sector kan daardoor direct leiden tot nieuwe knelpunten in een andere. Dat maakt duidelijk dat personeelstekorten zich niet vanzelf laten oplossen binnen sectorale grenzen, maar vragen om bredere regie op de arbeidsmarkt als geheel, zo stelt Randstad. En dat vraagt dus om een samenhangende aanpak op meerdere fronten.

Uit bovenstaande afbeelding blijkt dat van de drie grootste kraptesectoren de zorg en bouw de grootste knelpunten kennen. Denk aan de elektrotechnisch installateurs die nodig zijn in beide kraptesectoren, een beroepsgroep waarvan verdere verkrapping wordt verwacht. Waar het kabinet voor Defensie nog wel enkele maatregelen neemt om nieuw personeel aan te trekken, is er voor de zorg en woningbouw geen of onvoldoende onderbouwing voor de vraag hoe de arbeidsmarkt daarin moet voorzien.

“Een miljard op de Rijksbegroting is waardeloos als er geen arbeidskrachten beschikbaar zijn.” Jeroen Tiel, CEO Randstad Groep Nederland


In de overkoepelende langetermijnvisie om de structurele krapte aan te pakken heeft Randstad vier uitgangspunten:

  1. Een realistische arbeidsbegroting; alle nieuwe maatregelen zouden moeten worden voorzien van een sluitende begroting, niet alleen financieel, maar ook qua bemensing. Een ‘arbeidsbegroting’ die kwantitatief en kwalitatief inzichtelijk maakt hoeveel mensen nodig zijn, wat er van hen wordt gevraagd en wat zij nodig hebben om dat werk te kunnen doen. Zonder sluitende arbeidsbegroting kunnen politieke ambities niet worden gerealiseerd.
  2. Skills boven contractvorm; van contractzekerheid naar werkzekerheid door ontwikkeling van skills. Arbeidsmarktregulering in lijn met het SER MLT-advies, maar geen onnodige complexiteit die de uitvoering in de weg staat. Flexibiliteit is nodig in de dynamische economie. De beste bescherming daarbij is werkzekerheid; door te investeren in opleidingen en skills beschikken mensen over de juiste skills en maak je hen weerbaarder.
  3. Zet in op activering arbeidsmarkt; de huidige arbeidsmarktregulering vormt een belemmering voor de noodzakelijke transities. Zo moeten regels voor arbeidsongeschiktheid worden hervormd om mensen sneller weer aan het werk te krijgen. (Tiel: “Het is onacceptabel dat we onbenut arbeidspotentieel hebben. De drempels om aan de slag te gaan moeten omlaag, werken moet lonen.”) Andere maatregelen: vereenvoudiging van de regelingen en gerichte loonkostensubsidies om meer mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt beter naar werk te begeleiden, gerichte arbeidsmigratie in cruciale sectoren en het terugdringen van verzuim.
  4. Productiviteit verhogen; met een krimpende beroepsbevolking is productiviteitsgroei essentieel. Technologie en AI spelen hierin een cruciale rol, maar échte impact ontstaat pas wanneer mensen over de juiste vaardigheden beschikken om deze innovaties effectief toe te passen. Den Haag moet inzetten op structurele investeringen in vaardigheden en om- en bijscholing.

Blauwdruk arbeidsbegroting

Met de blauwdruk arbeidsbegroting brengt Randstad in beeld wat in beleidsplannen nog onderbelicht blijft, niet alleen de financiële, maar ook de menselijke onderbouwing van politieke keuzes. Daarmee wordt duidelijk of plannen niet alleen betaalbaar, maar ook uitvoerbaar zijn. “Met deze eerste opzet van een arbeidsbegroting biedt Randstad de politiek een kompas”, zegt Tiel die een handreiking doet aan beleidsmakers en politiek om gezamenlijk verder te concretiseren en te bouwen aan een integrale aanpak.

Randstad nodigt partijen als het CPB en ROA (onderzoek), de SER (draagvlak voor een arbeidsbegroting) en de ministers van SZW en Werk en Participatie (regie) uit om data en inzichten te bundelen en het instrument arbeidsbegroting gezamenlijk verder te concretiseren. Tiel: “De uitdagingen op de arbeidsmarkt zijn te groot om door één partij alleen te worden opgelost. Alleen als overheid, onderwijs en bedrijfsleven de handen ineenslaan, kan Nederland zich voorbereiden op de arbeidsmarkt van de toekomst.”

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags | 1 Reactie

Dit zijn de vier kanshebbers voor de Total Talent Management Award 2026

De vier genomineerden voor de derde Total Talent Management Award zijn bekend. Het is de derde keer op rij dat ZipConomy, NextConomy en Werf& de handen in elkaar slaan voor de Total Talent Management Award. Deze erkenning zet organisaties in de kijker die een vooruitstrevend beleid voeren rond Total Talent Management (TTM) en laten zien dat ze alle talent – vast, tijdelijk én onafhankelijk – serieus nemen.

Rode draad

De zes inzendingen tonen aan dat TTM geen ‘big bang’ is, maar een reis die je stap voor stap aflegt. Sommige organisaties vertrekken vanuit een HR- of recruitmentvraag, anderen vanuit inhuur, procurement of de business zelf. Toch delen ze hetzelfde einddoel: een totaalbeeld opbouwen van alle werkenden die bijdragen aan het succes van de organisatie, en dat volledige talentbestand slimmer, consistenter en meer geïntegreerd beheren.

Na een grondige analyse van de kwalitatief sterke dossiers en een intensieve beraadslaging selecteerde een onafhankelijke Nederlands-Belgische jury vier organisaties die doorgaan naar de volgende ronde. De genomineerden zijn (in willekeurige volgorde): RAI, UCB, Alliander en WirelessCar.

Presentatie voor de jury

De genomineerden worden uitgenodigd om op 25 maart hun TTM-case live toe te lichten, hun keuzes en impact te onderbouwen en bijkomende vragen van de jury te beantwoorden. Zo krijgen de juryleden de kans dieper in te gaan op strategische verankering, governance, datagedreven sturing en change management, elk vanuit hun eigen expertise.

De vakjury bestaat uit experts in talentbeheer en arbeidsmarktontwikkelingen: Ronald Dekker (arbeidseconoom bij TNO), Jeroen Franssen (senior arbeidsmarktexpert), Bart Götte (hoofddocent transitievraagstukken UA), Sofie Jacobs (professor Human Resources Management AMS), Claudia Zwitser (hoofd recruitment bij NS en TTM-winnaar 2025), aangevuld met TTM-experts Mark van Assema en Marleen Deleu. Samen waken zij ervoor dat de ingediende cases niet alleen innovatief zijn, maar ook duurzaam, schaalbaar en relevant voor andere organisaties.

Op 16 april maakt de jury tijdens de vijfde TTM Summit in Breda bekend wie de Total Talent Award 2026 mee naar huis neemt. Een moment waarop niet alleen een winnaar wordt gevierd, maar vooral de evolutie richting een volwassen, geïntegreerd talentbeleid in de kijker staat. De winnaar zal de case presenteren tijdens de NextConomy Total Workforce Summit in Brussel op 26 november 2026.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Laat een reactie achter

Omzet en prijzen zakelijke dienstverlening stijgen in vierde kwartaal 2025

De omzet in de zakelijke dienstverlening is in het vierde kwartaal van 2025 met 4,5 procent gestegen ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Over heel 2025 groeide de omzet met 3,6 procent, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van nieuwe kwartaalcijfers. Tegelijkertijd liggen de prijzen voor zakelijke diensten in bijna alle branches hoger dan een jaar geleden.

Rechtskundige diensten en ingenieursbureaus koplopers

De omzet is in alle branches binnen de zakelijke dienstverlening gestegen. De grootste omzetstijging in het vierde kwartaal was te zien bij de rechtskundige dienstverlening – waaronder advocatenkantoren, notarissen en deurwaarderskantoren – met 9,1 procent. Over heel 2025 groeide deze sector 8,5 procent. De branche profiteerde van een toenemende vraag en hogere tarieven.

Ook ingenieursbureaus zagen hun omzet flink stijgen, met 8,2 procent in het vierde kwartaal en 7,5 procent over het hele jaar.

De omzet van IT-dienstverleners steeg in het vierde kwartaal met 2,1 procent. Dit is de laagste omzetgroei sinds het vierde kwartaal van 2020, toen de omzet met 1,9 procent groeide. Over heel 2025 groeide de IT-sector met 4,4 procent.

De reisbranche groeide zowel in het kwartaal (6,7%) als over 2025 (8,3%) door een aanhoudend herstel sinds de coronacrisis.

Bij de uitzendbranche was de omzetgroei beperkt: in het vierde kwartaal steeg de omzet met slechts 0,4 procent, en over heel 2025 daalde de omzet licht (-0,1%). Ook het reclamewezen noteerde een jaaromzetdaling (-0,2%). Dit zijn de enige branches in de zakelijke dienstverlening waarin de omzet over heel 2025 daalde (-0,2% voor het reclamewezen).

Prijzen blijven stijgen, behalve bij vertaaldiensten

De prijzen voor zakelijke diensten namen in bijna alle sectoren toe. Schoonmaakbedrijven zagen de hoogste prijsstijging met 6,7 procent in het kwartaal en 7,5 procent over heel 2025. Diensten van accountants, boekhouders en belastingconsulenten werden 5,4 procent duurder. Op de derde plaats van hoogste prijsstijgingen staat de uitzendbranche met 5,0 procent. Bij managementadviesbureaus was de prijsstijging met 1,1 procent het kleinst. 

Een uitzondering vormden de vertaaldiensten, waar de prijzen met 2,6 procent daalden. Dit is de grootste daling sinds de start van de meting in het vierde kwartaal van 2022. Over heel 2025 daalden de tarieven van vertalers met 2,2 procent.

Positief ondernemersvertrouwen in 2026

Het ondernemersvertrouwen bij zakelijke dienstverleners was aan het begin van het eerste kwartaal van 2026 licht positief (0,3). Daarmee is het vertrouwen drie maanden op rij positief, een uitzondering na 3,5 jaar met een overwegend negatief sentiment. Aan het begin van het vierde kwartaal van 2025 was het ondernemersvertrouwen nog -1,2. 

 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | Laat een reactie achter