Vertrekkend minister Paul drukt alvast op pauzeknop behandeling zzp-wet VBAR Geplaatst 17 februari 2026 door ZiPredactie Mariëlle Paul, nog even minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, kiest ervoor om de beantwoording van vragen van de Tweede Kamer over de VBAR over te laten aan haar opvolgers. Dat laat zij weten in een brief aan de Kamer. Kamer was behandeling VBAR al gestart Het voorstel voor de wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelatie en Rechtsvermoeden (VBAR) komt uit de koker van voormalig minister Karien van Gennip (CDA) en het kabinet-Rutte IV. De wet bestaat uit twee delen. Het VBA-deel legt criteria vast om duidelijk te maken wanneer een opdracht wel en wanneer niet door een zzp’er kan worden uitgevoerd. Dat is in feite een verduidelijking van bestaande jurisprudentie. Het R-deel introduceert een rechtsvermoeden van werknemerschap bij een laag tarief. Wie wordt ingehuurd onder een bepaald uurtarief (€ 36 of € 37 per uur) kan eenvoudiger rechten als werknemer opeisen. Lees ook: Wet VBAR dreigt te stranden in blessuretijd Het inmiddels demissionaire kabinet nam het voorstel over en zette de behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer in gang. Zoals gebruikelijk start die behandeling met een schriftelijke ronde, waarin partijen vragen kunnen stellen aan het kabinet. Die vragen zijn in oktober 2025 ingediend. Opvallend was dat een aantal partijen, waaronder VVD, PVV en JA21, geen vragen indienden. Het enthousiasme over de VBAR was ook toen al beperkt. Ondertussen werkten vier partijen (VVD, D66, CDA en SGP) aan een alternatief: de Zelfstandigenwet. Het feit dat het nieuwe kabinet kiest voor een ander wetgevingstraject heeft vooralsnog geen invloed op de huidige handhaving en controles op schijnzelfstandigheid door Belastingdienst en Arbeidsinspectie. Hoe dat precies zit, wordt uitgelegd in het webinar “Zzp’ers inzetten: zo voorkom je schijnzelfstandigheid in 2026 | W&RK advies” van 11 maart om 12:00 uur. Dit interactieve webinar is onderdeel van de WebinarWeek van onder andere ZiPconomy. Kabinet kiest voor ander traject Minister Paul (VVD) heeft de Kamer laten weten dat zij de antwoorden op de ingediende vragen niet meer zal versturen. “Met het oog op het recent gepresenteerde coalitieakkoord van D66, VVD en CDA wil het huidige kabinet niet vooruitlopen op de te nemen vervolgstappen binnen het wetgevingstraject VBAR (zowel over de wijze van verduidelijking wanneer iemand werknemer is en wanneer werk gedaan kan worden als zelfstandige, als het rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst gekoppeld aan een uurtarief)”, schrijft zij. In dat coalitieakkoord is afgesproken dat het nieuwe kabinet niet verder wil met het VBA-deel van de VBAR. Het kabinet onder leiding van Rob Jetten wil – met spoed – wél door met het R-deel. Daarna gaat verantwoordelijk minister Thierry Aartsen aan de slag met de Zelfstandigenwet, waartoe hij als Kamerlid zelf het initiatief heeft genomen. Het is aan Aartsen om de Kamer duidelijk te maken hoe hij verder wil met het R-deel van de VBAR en hoe dat zich verhoudt tot het al opgestarte behandelproces. Lees ook: Zelfstandigenwet of VBAR? Twee visies op de toekomst van zzp-beleid Steun in de Kamer nog ongewis Aartsen neemt meer tijd voor de Zelfstandigenwet. De conceptversie lijkt bovendien nog niet gereed voor advies van de Raad van State. Tegelijk moet de nieuwe minister op zoek naar politiek draagvlak. Zowel GL/PvdA als partijen als JA21 en BBB hebben zich voorlopig kritisch of afwijzend uitgesproken. GL/PvdA vindt de wet te onduidelijk en vreest dat die onvoldoende bescherming biedt tegen misbruik. JA21 en BBB zien weinig in de verplichtingen rond arbeidsongeschiktheid en pensioenopbouw die in de Zelfstandigenwet zijn opgenomen. Het R-deel van de VBAR ligt politiek minder gevoelig. Verschil tussen VBAR en Zelfstandigenwet Wat precies het verschil is tussen de VBAR en de Zelfstandigenwet en hoe politieke partijen daartegen aankijken, legden we in september 2025 uit in deze ZiPexplainer-video: Geplaatst in ZP en Politiek | Tags Aartsen, Formatie 2025, VBAR, zelfstandigenwet | 2s Reacties
Eerlijke minimumtarieven voor zelfstandigen met schijven per beroep Geplaatst 16 februari 2026 door Wilmar Dik In het coalitieakkoord staat een duidelijke ambitie: zelfstandigen moeten meer ruimte en duidelijkheid krijgen. Het kabinet kondigt aan om de Zelfstandigenwet gefaseerd in te voeren, te beginnen met het rechtsvermoeden van werknemerschap uit de VBAR, gecombineerd met sectorale rechtsvermoedens en een toetsingscommissie. Sectorale rechtsvermoedens klinken mooi! Vooralsnog mogen Nathalie Van Berkel en Thierry Aartsen zorgen voor een werkbaar zzp-kader. Maar hoe kan een sectoraal rechtsvermoeden, gecombineerd met een minimumtarief, zó worden ingericht dat het recht doet aan de grote verschillen tussen zelfstandigen? Daar heb ik alvast over nagedacht. Een minimumtarief is alleen een ondergrens Een minimumtarief is geen tarief waar zzp’ers per se voor willen of moeten werken. Net zoals het minimumloon in loondienst, fungeert het vooral als ondergrens. Onder dit niveau is het niet realistisch om als zelfstandige te werken: je houdt te weinig over om van rond te komen. Zelfstandigen werken soms voor te lage tarieven, bewust of onbewust, afhankelijk van marktmacht. Een minimumtarief voor een rechtsvermoeden kan hier ingrijpen waar nodig. Lees ook: Marktwerking: waarom het in sommige sectoren hapert voor zzp’ers Waarom één minimumtarief niet werkt De huidige benadering in de VBAR en de Zelfstandigenwet gaat uit van één minimumuurtarief: vanaf 1 januari 2026 is dat €38. Dat lijkt helder, maar doet geen recht aan de praktijk. Het maakt namelijk veel uit of je 30 uur per week declarabel bent, of structureel niet verder komt dan 21 uur. Het huidige VBAR-tarief voor ‘rechtsvermoeden’ sluit alleen aan als je daadwerkelijk kosten en declarabele uren hebt zoals hieronder: De correctie voor niet-declarabele uren is +50% (dus 2/3 declarabel, 1/3 niet-declarabel). Bij een 39-urige werkweek is dat bijvoorbeeld 26 uur declarabel. Dat is prima als dit het marktgemiddelde is, maar veel zzp’ers hebben andere gemiddelden. Een one-size-fits-all benadering werkt dus niet. Voorbeelden met de huidige VBAR-berekening Stel je bent docent of psycholoog, werkt fulltime en kan gemiddeld 21 uur per week factureren. Zelfstandigen hebben ook vakantiedagen, zijn weleens ziek en hebben te maken met leegloopuren. Bij 44 werkweken per jaar ziet de berekening er zo uit: 21 uur × 44 weken × €38 = €35.112 bruto jaaromzet. Haal je daar 35 procent bedrijfskosten, pensioenopbouw, afschrijvingen, verzekeringen en belastingen vanaf, dan blijft €1.902 per maand over. Dat is ruim €400 minder dan iemand in loondienst op minimumloon. Daar kun je niet van leven. Voor een timmerman met 33 declarabele uren per week ziet de berekening er zo uit: 33 uur × 44 weken × €38 = €55.176 bruto. Na aftrek van 35 procent kosten blijft €2.988 per maand over, wat relatief veel is voor een ondergrens. Deze twee voorbeelden laten zien dat het huidige minimumtarief de realiteit van zzp’ers niet goed weerspiegelt. Lees ook: In 5 stappen naar een eerlijke en duurzame zzp-markt Voorstel: werken met schijven Het is niet nodig om voor elk beroep een apart minimumtarief vast te leggen. Veel beroepen hebben vergelijkbare declarabele uren. Een schijvenmodel kan uitkomst bieden. Uitgaande van 44 werkbare weken per jaar, kan de realiteit van declarabele uren worden verdeeld in bijvoorbeeld zes duidelijke schijven: Elk beroep kan op basis van data in een schijf worden ingedeeld. Zo ontstaat een realistische ondergrens die rekening houdt met de huidige arbeidsmarktsituatie. Het is handig als een toetsingscommissie deze schijven periodiek actualiseert, zodat het systeem meebeweegt met de markt zonder dat de wet voortdurend aangepast hoeft te worden. Realistische ondergrens Rechtsvermoeden ontstaat niet alleen bij een laag tarief, maar door een combinatie van factoren. Realistische declarabele uren en bedrijfskosten moeten worden meegenomen in de berekening. Dit leidt tot een realistische ondergrens die werkt voor alle zelfstandigen, ongeacht sector. Declarabele uren wegen meestal zwaarder dan bedrijfskosten, maar het kan nuttig zijn om bedrijfskosten te verdelen in ‘normaal’ en ‘hoog’, afhankelijk van de investering die een beroep vereist. Met deze aanpak kan een minimumtarief worden berekend waar zelfstandigen daadwerkelijk van rond kunnen komen. Voorbeeldberekeningen met het schijvenmodel geven minimumtarieven die de diversiteit van zzp’ers beter weerspiegelen. Deze tarieven zijn niet perfect, maar bieden een realistischer beeld en sluiten beter aan bij de sectorale verschillen. Het zou eerlijker zijn als de Rijksoverheid bij het rechtsvermoeden ook sectorspecifiek kijkt naar de realiteit van een beroep. Zo wordt handhaving uitlegbaar en consistent, en voorkomen we dat zelfstandigen in sectoren met lage declarabiliteit structureel te weinig verdienen. Een minimumtarief wordt zo weer wat het hoort te zijn: een ondergrens waarmee werken loont, ongeacht de sector. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags minimumtarief zzp, rechtsvermoeden | 11s Reacties
Onderzoeksrapport: invoering toelatingsstelsel uitleenmarkt haalbaar, maar ‘kritieke randvoorwaarden’ vragen directe actie Geplaatst 13 februari 2026 door ZiPredactie De invoering van de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) is volgens Bureau Gateway “zeker mogelijk”, mits een aantal belangrijke organisatorische en strategische aandachtspunten tijdig wordt opgepakt. Dat blijkt uit het Gateway Reviewrapport over de opbouw van de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU), de nieuwe uitvoeringsorganisatie die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de Wtta. Met de Wet toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten (Wtta) wordt een toelatingsstelsel ingevoerd voor uitzendbureaus en andere bedrijven die arbeidskrachten ter beschikking stellen, waar onder detacheerders maar vaak ook consultancy bureaus. Na invoering van de wet mogen alleen nog bureaus opereren die toegelaten zijn. De NAU speelt daarin een cruciale rol. Basis ligt er, maar tijdspad krap De onderzoekers van Bureau Gateway, een adviesbureau dat onderdeel is van de Rijksoverheid, concluderen dat er inmiddels een basis ligt voor governance, formatie en procesinrichting, maar benadrukken dat meerdere randvoorwaarden nog moeten worden ingevuld om de implementatie en werking van de NAU tot een succes te maken. De NAU laat weten alle tien aanbevelingen uit het rapport over te nemen. “Wij liggen op schema en gaan er van uit dat de Wtta op 1 januari 2027 in werking kan treden. Maar het is verstandig om een vinger aan de pols te houden en snel te signaleren als er onverhoopt hick ups optreden.” zo schrijft NAU directeur Kees van Nieuwamerongen in een reactie op Linkedin. Scherpere positionering nodig Volgens de opstellers van het rapport is er breed draagvlak voor zowel de doelen van de Wtta als de oprichting van de NAU. Tegelijkertijd komt de organisatie nu in een fase waarin zij nadrukkelijker naar buiten moet treden en samen met stakeholders moet toewerken naar de uitvoering van wet- en regelgeving. Een van de meest fundamentele aanbevelingen is daarom het verduidelijken van de rol van de NAU in het complexe speelveld van de uitleenmarkt en het managen van verwachtingen over haar bijdrage aan de bedoeling van de wet. Kritieke aanbevelingen: marktonderzoek en beslismomenten Twee aanbevelingen krijgen het predicaat ‘kritiek’, wat betekent dat onmiddellijk actie noodzakelijk is. Allereerst adviseert Gateway om een permanent doelgroeponderzoek te organiseren. Het zicht op de omvang en samenstelling van de markt is momenteel beperkt, terwijl juist deze factoren bepalend zijn voor de benodigde capaciteit en financiering van het stelsel. Daarnaast moet de NAU strategische go/no-go-momenten ruim vóór cruciale invoerdata vastleggen en hierover besluiten nemen in de stuurgroep. Dit moet voorkomen dat de organisatie te ver doorbouwt zonder zekerheid over planning en uitvoerbaarheid. De Wtta en de rol van de NAU komen uitvoerig aan bod tijdens de WebinarWeek, georganiseerd door onder andere ZiPconomy & FlexNieuws. Op 9 maart gaat FlexNieuws-hoofdredacteur Wim Davidse in gesprek met NAU-directeur Kees van Nieuwamerongen. Op 11 maart plaatst Bureau Cicero in haar webinar de Wtta in het bredere perspectief van toekomstbestendig uitlenen en zzp-bemiddeling. Ook op 11 maart Normec VRO — samen met een flexbureau — zien wat meer dan 100 inspecties hebben blootgelegd. Inschrijven voor deze (gratis) webinars en nog vele andere sessies kan via deze website. Operationele voorbereiding nog niet af Op organisatorisch vlak adviseren de reviewers onder meer om productieverantwoordelijkheid en workloadmanagement expliciet te beleggen binnen de NAU. Ook wordt de ontwikkeling van de informatievoorziening — techniek, applicaties en datastromen — aangemerkt als een kritieke randvoorwaarde voor zowel de start van de organisatie als de inwerkingtreding van de wet. Verder moet de NAU rust creëren in het stelsel door helder te communiceren over scope, normen en werkwijzen, zodat de productie op gang kan komen en de organisatie kan doorgroeien naar volwassenheid. Tot slot adviseert Gateway om de discussie over verdere verzelfstandiging van de NAU pas op te pakken bij de evaluatie van de wet. Daarmee blijft de focus voorlopig op een stabiele organisatieopbouw. Kabinet neemt vóór de zomer besluit over definitieve inwerkingsdatum In haar publicatie Stand van de invoering 2025, die gelijktijdig met het Gateway-rapport naar buiten is gebracht, schrijft de NAU zich te kunnen vinden in de constatering dat de tijdlijn richting inwerkingtreding krap is en risico’s kent — onder meer vanwege IT, het tijdig inrichten van werkprocessen en de tijdige werving van voldoende medewerkers. “De NAU streeft – mede gelet op de hiervoor genoemde risico’s – naar het realiseren van de herijkte planning om inwerkingtreding van de Wtta per 1 januari 2027 mogelijk te maken. Voor de zomer van 2026 maakt het kabinet bekend of de Wtta definitief per 1 januari 2027 in werking treedt”, zo staat te lezen. Doelgroeponderzoek De NAU schrijft verder samen met het CBS een marktscan uit te voeren. Een permanent doelgroeponderzoek is wat betreft de NAU nodig om te kunnen beoordelen of de capaciteitsopbouw en financiering van de NAU toereikend zijn voor het verwachte aantal toelatingsaanvragen. Daarbij zal het openstellen van het aanmeldloket in november 2026 volgens de NAU de duidelijkste indicatie geven van het verwachte werkvolume voor 2027. Meer weten: Het volledige Gateway Reviewrapport NAU publicatie Stand van de invoering 2025 Schrijf je in voor verschillende sessie over dit onderwerp in de ZiPconomy (en FlexNieuws) WebinarWeek Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags NAU, Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten, wtta | Laat een reactie achter
CBS: aantal zzp’ers daalt sterk onder jongeren Geplaatst 12 februari 2026 door ZiPredactie In 2025 daalde het aantal zzp’ers na jarenlange groei. De daling is het sterkst onder jongeren. Er zijn vooral minder jonge zzp’ers in de zorg en welzijn. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in het kader van de Landelijke Jeugdmonitor. In 2025 hadden 86.000 jongeren van 15 tot 27 jaar een hoofdbaan als zelfstandige zonder personeel (zzp’er). Dat zijn er 19.000 minder dan een jaar eerder, een afname van 18 procent. Ook onder 27-plussers neemt het aantal zelfstandigen af, maar die afname is in verhouding kleiner (-4 procent). In totaal daalde het aantal zzp’ers met 62.000 en kwam uit op 1,2 miljoen. Bron: CBS Daling jonge zzp’ers in veel sectoren Het aantal jonge zelfstandigen neemt in bijna alle beroepsklassen af, behalve in transport en logistiek en in commerciële beroepen. De afname is het grootst in zorg en welzijn, met 5.000 minder jonge zzp’ers. Ook in agrarische beroepen is de afname in verhouding groot. Verder neemt het aantal jonge zzp’ers met ongeveer 2.000 per beroepsklasse af in creatieve en taalkundige beroepen, dienstverlenende beroepen, technische beroepen en ICT-beroepen. Bij de creatieve en dienstverlenende beroepen gaat het vooral om een afname van jonge zzp’ers die nog onderwijs volgen. Onder 27-plussers was de afname het grootst in technische beroepen (-14.000) en in managersberoepen (-12.000) en zorg en welzijn (-10.000). Lees ook: CBS: 100.000 minder zzp’ers in een jaar tijd Bron: CBS Handhaving schijnzelfstandigheid De daling van het aantal jonge zzp’ers past bij het bredere beeld dat bedrijven minder zzp’ers inhuurden in 2025. Vanaf 2025 geldt strengere handhaving op schijnzelfstandigheid. Dit speelt bijvoorbeeld in de zorg, bouw, techniek en platformdiensten. Het totaal aantal jonge werkenden nam in 2025 wel toe vergeleken met 2024, zowel bij jongeren met een vast dienstverband als met een flexibel dienstverband. Zzp’ers gaan in loondienst De daling in het aantal jonge zzp’ers kwam vooral doordat relatief veel zzp’ers verder gingen als werknemer. In het eerste kwartaal van 2025 stapten 59.000 zzp’ers over naar een hoofdbaan als werknemer, bijna twee keer zo veel als een jaar eerder. De meesten kregen een flexibele arbeidsrelatie (47.000), de overigen een vaste (12.000). Er waren in de eerste helft van 2025 ook wat meer zzp’ers die helemaal stopten met werken (werkloos of niet meer op zoek naar en/of beschikbaar voor werk). In het tweede halfjaar startten er daarnaast vooral ook minder mensen als zzp’er dan voorheen. Bron: CBS Bron: CBS Lees ook: KVK ziet aantal zzp’ers nog steeds groeien (en CBS niet) Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags CBS, schijnzelfstandigheid, Zorg, zzp | 3s Reacties
Klein beginnen met Statement of Work = groot effect voor je organisatie Geplaatst 12 februari 2026 door ZiPredactie Terwijl de markt voor flexibele professionals steeds volwassener werd, bleef die voor de Statement of Work opvallend achter. Niet zo gek: een goede SOW opstellen is al lastig, er vervolgens écht waarde uit halen nog lastiger. En toch begint het bij één ding: zichtbaarheid. Het is precies waarom VMS-systemen ooit zijn ontstaan, zegt Mikael Lindmark, CEO van Nétive VMS: “Om zicht te krijgen op de externe inhuur.” En juist dát ontbreekt bij een Statement of Work vaak nog. Een SOW (een heldere beschrijving van wat een project of opdracht oplevert én hoe het wordt uitgevoerd) is waardevol. “Inkopers werken graag met fixed-price- of outcome-based afspraken, zoals een SOW. Dat helpt scope- en cost creep te voorkomen. Bovendien dwingt het je om scherp te krijgen wat je uiteindelijk wilt bereiken.” Het lege vel dat inkopers verlamt Een belangrijke reden dat een SOW nu nog te weinig wordt gebruikt, is volgens Mikael het ‘lege vel’. “Zelfs voor ervaren inkopers is het lastig om het gewenste resultaat scherp te formuleren, zeker voor álle categorieën.” In de praktijk ziet hij vaak het volgende gebeuren: de inkoper vraagt een bekende leverancier om een SOW-template. Dat document wordt dan het startpunt. Maar daarmee volg je het spoor van de leverancier, niet dat van jezelf. Inhoudelijk verandert er vervolgens meestal weinig, behalve dat het project uiteindelijk duurder uitvalt.” Waarom een SOW de belofte vaak niet waarmaakt Een belangrijk knelpunt bij SOW’s zit in de uitvoering. In de praktijk belandt het document na ondertekening vaak in een la, waardoor het moeilijk wordt om te controleren of afspraken echt worden nagekomen. Mikael zegt daarover: “Veel organisaties missen het overzicht: wie doet precies wat, wat wordt er geleverd, en staat de kwaliteit en prijs in verhouding tot het resultaat? Pas wanneer je hier zicht op hebt, kun je goed meten, bijsturen en uiteindelijk verbeteren.” Klein beginnen, groot effect Volgens Mikael hoeft het juist inzetten van een SOW geen zwaar of politiek beladen traject te zijn. Integendeel: begin klein. Dat betekent: zorg eerst voor overzicht. “Zodra duidelijk is wie welk werk doet, tegen welke kosten en met welk resultaat, ontstaat er ruimte om te sturen. Dat levert meteen voordelen op voor zowel hiring managers als finance.” Technologie speelt daarin een belangrijke rol. Met name Agentic AI kan ondersteunen bij het opstellen van SOW’s, het inzichtelijk maken van bestaande contracten en het volgen van de voortgang. Daar sluit Nétive op aan. Het platform brengt de SOW naar de praktijk. “Het document verdwijnt niet langer in een lade, maar wordt ingeladen in het systeem. Als inkoper zie je in één oogopslag welke milestones zijn afgesproken, welke activiteiten lopen en hoe de kosten zich verhouden tot die afspraken. Het mooie is: zo ontstaat echte transparantie, zonder dat je meteen een groot veranderprogramma nodig hebt.” Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Nétive, sow, vms | Laat een reactie achter
Workforce Consulting breidt directie uit en brengt publiek en privaat samen Geplaatst 11 februari 2026 door Workforce Consulting Versterking vanuit het publieke domein Rémon beweegt zich al jaren op het snijvlak van publieke inkoop en HR. Hij brengt ruime ervaring mee op het gebied van aanbestedingstrajecten en het organiseren van externe inhuur binnen de (semi-)overheid. De groei van Workforce Consulting en de toenemende complexiteit van inhuurvraagstukken op het gebied van aanbestedingen vormden de aanleiding om de directie uit te breiden. Met de toetreding van Rémon van Buuren haalt Workforce Consulting diepgaande kennis in huis rondom inhuurvraagstukken binnen het publieke domein. Met zijn komst komen publiek en privaat samen. Wat resulteert in marktbrede, innovatieve en duurzame adviezen en/of oplossingen. “Workforce Consulting staat voor onafhankelijk advies, vak inhoud en maatwerk. Door onze perspectieven te combineren, kunnen we organisaties nog beter helpen bij het maken van keuzes die in de praktijk ook écht werken,” aldus Rémon van Buuren. Meerwaarde voor klanten en partners Voor onze huidige en toekomstige klanten betekent deze stap een verbreding en verdieping van de dienstverlening. Workforce Consulting kan organisaties nu nog beter ondersteunen bij vraagstukken rondom sourcingmodellen, het aanbesteden van inhuur en de implementatie van strategie in de dagelijkse praktijk. De persoonlijke en pragmatische werkwijze blijft daarbij onveranderd. Hiermee borgen zij dat strategische keuzes rondom externe inhuur uitvoerbaar zijn in de praktijk. Inhuur versnelt niet door één draai aan de knop. Niet door alleen een scherpere inhuur/sourcingstrategie. Niet door alleen de implementatie van een VMS (Vendor Management Systeem). Niet door alleen het wijzigen van beleid. En ook niet door een strakker proces op papier. De echte versnelling zien we ontstaan wanneer alle elementen samenkomen. Ambitie voor de komende jaren Met een versterkte directie kijkt Workforce Consulting vooruit. De ambitie is om verder te groeien als strategisch partner voor organisaties in zowel het private als publieke domein. De aandacht voor kwaliteit, onafhankelijkheid en lange termijnrelaties blijft hierbij voorop staan. Hiermee wil Workforce Consulting de komende jaren structurele impact blijven maken binnen het inhuurlandschap. Denk je nu hen wil ik graag ontmoeten. Komende donderdag is ons seminar ‘Inhuur in Verbinding’ in samenwerking met Quest 4. Bekijk hier alle info. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags workforce consulting | Laat een reactie achter