Maandelijkse archieven: maart 2025

Extern ondernemerschap en de Wet DBA: bewijs het zelf maar

De Hoge Raad kon niet duidelijker zijn in het Uber-arrest van 21 februari 2025.

“Ook de omstandigheid (ix) “of degene die de werkzaamheden verricht zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen, bijvoorbeeld bij het verwerven van een reputatie, bij acquisitie, wat betreft fiscale behandeling, en gelet op het aantal opdrachtgevers voor wie hij werkt of heeft gewerkt en de duur waarvoor hij zich doorgaans aan een bepaalde opdrachtgever verbindt”, is niet als zodanig van ander gewicht dan de andere genoemde omstandigheden.”

Realiteit op dit moment

Stan Rethans, voorzitter van de kennisgroep CAO van de Belastingdienst en als zodanig een “senior ranking official”, schreef hierover – op persoonlijke titel – een interessante column op Salarisnet (https://lnkd.in/eRhy8CJN ). Hij stelt dat “er voor zowel opdrachtgevers en opdrachtnemers als voor de Belastingdienst een lastige en bewerkelijke situatie [ontstaat] om vooral het externe ondernemerschap te beoordelen. Hoe doe je dat als opdrachtgever, aangezien je vaak niet op de hoogte bent van allerlei activiteiten van een opdrachtnemer die zich buiten jouw gezichtsveld afspelen? Bij de opdrachtgever rust de eerste verantwoordelijkheid; deze zal een standpunt moeten innemen. […]  Ga er maar aan staan.”.

Hij heeft gelijk, maar het is de realiteit op dit moment. Opdrachtgevers zullen hierbij een beroep moeten doen op “hun” (wanna be) zzp’ers. De laatsten zullen hun externe ondernemerschap ten genoege van hun opdrachtgevers moeten aantonen. Maar zo nieuw is dit nu ook weer niet.

Twee hoepels

Wanneer gebruik wordt gemaakt van intermediairs in tussenkomst-situaties, is dit al heel lang zo. Dat zit zo. In dit soort situaties speelt niet alleen de vraag of er een echte dienstbetrekking is – te beoordelen aan de hand van de Deliveroo-criteria -, maar ook of er een fictieve dienstbetrekking is. Als A via B voor C werkt, is het uitgangspunt dat er een fictieve dienstbetrekking is en moet B – de intermediair – loonbelasting en premies afdragen, ook al is er helemaal geen echte dienstbetrekking. De “escape” is dat A zijn arbeid verricht in de uitoefening van een bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een beroep. En daar is het externe ondernemerschap dan weer. Dit is al zo geregeld vanaf 1973.

Zzp’ers die via een tussenkomst-intermediar werken, moeten dus door twee hoepels heen springen. Ten eerste door de Deliveroo-hoepels voor de echte dienstbetrekking en ten tweede door de hoepel van de fictieve dienstbetrekking via het uitoefenen van een bedrijf of beroep. Komt men niet dcor de tweede hoepel heen, dan is het pleit fiscaal al beslecht; de intermediair moet dan loonbelastig en premies afdragen. Bij bemiddeling speelt de fictieve dienstbetrekking van tussenkomst geen rol.

Extern ondernemerschap is dus al decennia een factor van betekenis. Het is aan de werkende om aan te tonen dat hij zich als ondernemer gedraagt.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , , , | 1 Reactie

Ghostwork: de onzichtbare wereld van werk achter AI

Ze zijn onzichtbaar, alomtegenwoordig en onmisbaar voor de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie (artificial intelligence, AI): ‘ghostworkers’. Miljoenen mensen wereldwijd annoteren, controleren en vertalen teksten en plaatjes zodat AI de informatie kan begrijpen en verwerken. Wie zijn deze mensen en wat drijft hen? Hoe zit het met hun welzijn? En welke gevolgen hebben hun slechte arbeidsomstandigheden op de ontwikkeling van AI? Om hier meer over te leren ging ik voor The Gig Work Podcast van de WageIndicator Foundation in gesprek met onderzoeker Claartje ter Hoeven van de Universiteit Utrecht. Zij doet met een European Research Council (ERC) beurs onderzoek naar dit fenomeen.

Annoteren, controleren en corrigeren zodat AI kan leren

Ter Hoeven doet samen met haar team onderzoek naar de arbeidsomstandigheden en het welzijn van zogenaamde ‘ghostworkers’. Ze bouwen voort op het werk van Mary Gray en Siddharth Suri, ‘Ghost Work: How to Stop Silicon Valley from Building a New Global Underclass‘. Terwijl Gray en Suri onderzoek deden naar arbeidsomstandigheden van ghostworkers in de Verenigde Staten en Azië, richten Ter Hoeven en haar onderzoeksteam zich op Europa en onderzoeken ze de relatie tussen de arbeidsomstandigheden en het welzijn van de werkers. Het is een vijfjarig onderzoek en het team is nu ongeveer op de helft.

“We onderzoeken de verborgen arbeid achter AI”, vertelt ze. “Ghostwork is een catchy term, maar in de wetenschap noemen we het tegenwoordig liever ‘datawork’. Dataworkers maken teksten en foto’s leesbaar voor AI, zodat de machine ervan kan leren. Ze geven bijvoorbeeld aan wat een lantaarnpaal of een fiets is, zodat het algoritme van een zelfrijdende auto deze objecten leert herkennen. Ook controleren en corrigeren ze de output van AI-modellen en algoritmes.”

Claartje ter Hoeven. Foto credit: Martijn Arets

Laagbetaald

Dataworkers doen dit vaak vanuit huis via online platformen zoals Amazon Mechanical Turk, Clickworker of Microworkers. Zij krijgen meestal betaald per mini-taakje of ‘microtask’: een annotatie, controle of vertaling. De beloning is vaak laag en de dataworkers moeten zelf op zoek naar de microtasks op verschillende platformen. Zoeken kost tijd, maar daar krijgen ze niet voor betaald. Vaak verdienen ze minder dan het minimumloon.

Daarnaast zijn er bedrijven die dataworkers in dienst hebben, zogenaamde Business Process Outsourcing organisaties (BPO’s). Zij werken op fysieke kantoorlocaties, krijgen vaak per uur betaald en krijgen de taakjes aangeleverd. Hoewel ze geen onbetaalde zoektijd hebben, is ook hun beloning vaak onder de armoedegrens.

We weten nog vrij weinig over deze dataworkers. en veel grote techbedrijven praten liever niet over de bijdrage van mensen in de ontwikkeling van AI, omdat het niet past in het verhaal dat AI ‘zelflerend’ is. Dat is niet alleen zonde, maar ook schadelijk voor de ontwikkeling van verantwoorde AI. Goed dus dat Ter Hoeven en haar team onderzoek doen naar datawork via platformen in Europa.

Hoogopgeleid met een afstand tot de arbeidsmarkt

Ter Hoeven gebruike diverse onderzoeksmethodes om te ontdekken welke invloed  arbeidsomstandigheden van dataworkers hebben op het welzijn van de werkenden. Het begon met een korte enquête. Die hebben zij uitgezet als een microtask op diverse platformen in Europa om zoveel mogelijk reacties te krijgen. Uiteindelijk vulden meer dan 5000 mensen de enquête in.

“Een opvallende uitslag was dat veel dataworkers hoogopgeleid zijn”, vertelt de onderzoeker. “Ze hebben vaak een bepaalde afstand tot de arbeidsmarkt. Denk aan migranten of mensen die werk combineren met zorgtaken voor familieleden.”

 

💡 Op 28 maart 2025 organiseert WageIndicator het webinar ‘Do you Know Who’s Behind Your AI?’. Tijdens dit webinar zullen onderzoekers en ervaringsdeskundigen ingaan op vraagstukken over de werkenden achter AI, de problemen die slechte arbeidsvoorwaarden hebben op de kwaliteit van AI en mogelijke oplossingsrichtingen. Inschrijven kan via deze link.

 

Vier drijfveren

Onder datawerkers die via platformen werken onderscheidt Ter Hoeven aan de hand van haar onderzoek onder ruim 5.000 respondenten vier groepen op basis van hun drijfveren: explorers, enthusiasts, supplementers en dependents:

  • Explorers: dit is de grootste groep (73,48%). Zij doen het werk vaak tijdelijk of sporadisch. Hiertoe behoren ook ouderen die het als een soort tijdverdrijf zien. Het is voor hen vergelijkbaar met Candy Crush: ze doen simpele taakjes, verdienen wat geld en leren tegelijkertijd iets leren over automatisering (bijvoorbeeld nieuwe inzichten krijgen over zelfrijdende auto’s).
  • Enthusiasts: net als de ‘explorers’ is deze categorie werkenden (10,46%) pas onlangs begonnen met platformwerk.  Anders dan bij de ‘explorers’ is het meer waarschijnlijk dat deze groep een bovengemiddeld huishoudinkomen heeft en relatief oud is. Deze categorie is omgedoopt tot ‘enthusiasts’, omdat zij niet afhankelijk lijken te zijn van dit werk voor hun inkomen.
  • Supplementers: deze mensen (8,08%) gebruiken datawork-platformen om hun inkomen aan te vullen, bijvoorbeeld omdat ze geen fulltime baan hebben of niet genoeg verdienen.
  • Dependents: zij (7,98%) zijn volledig afhankelijk van datawork als hun voornaamste bron van inkomen. Zij lijden het meest onder de slechte arbeidsomstandigheden.

Claartje ter Hoeven. Foto credit: Martijn Arets

Liever een algoritme dan een mens als baas

Ter Hoeven en haar team hielden 137 persoonlijke interviews met dataworkers uit Europa. Ze ontdekte allerlei motivaties. “Wie werkt via platformen, is afhankelijk van algoritmes”, zegt ze. “Algoritmes bepalen of jij een taak krijgt en soms ook wat je daarmee verdient. Daar zitten allerlei nadelen aan. Het is vaak onduidelijk hoe algoritmes beslissingen maken en platformen maken het vrijwel onmogelijk om te klagen of discussiëren over besluiten. Toch vertelden veel dataworkers mij tijdens de interviews dat ze liever werken voor een algoritme, dan voor een menselijke manager.”

Zo sprak ze een migrant in Duitsland die slechte ervaringen had met vervelende bazen. Dankzij microwork kon hij tenminste werken vanuit huis en zelf zijn werktijden bepalen. Een andere geïnterviewde was een neurowetenschapper met een medische aandoening, waardoor ze ‘s ochtends meer tijd nodig had om op te staan. Ze moest daardoor stoppen met haar werk aan de universiteit. Dankzij datawork kan zij toch geld verdienen. Ter Hoeven: “Ons onderzoek zegt dus niet alleen iets over microwork, maar roept ook vragen op over de manier waarop we meer traditioneel werk organiseren.”

Behoefte aan collega’s en waardering

De onderzoekers presenteren hun bevindingen niet alleen op papier, maar ook in een documentaire. Zij nodigden zes Europese dataworkers uit voor video-opnames. “We stelden ze vragen en brachten ze bij elkaar voor paneldiscussies”, vertelt de onderzoeker. “Dit cinematic research bood heel interessante inzichten.”

De trailer van de film ‘Ghost Workers’, gemaakt door Lisette Olsthoorn in samenwerking met het team van Claartje ter Hoeven aan de Erasmus Universiteit. Deze film is mogelijk gemaakt door het Erasmus Initiative Societal Impact of AI en door de European Research Council (ERC) in het kader van het onderzoeks- en innovatieprogramma Horizon 2020 van de Europese Unie (subsidieovereenkomst nr. 101003134).

Terwijl de meeste dataworkers tijdens de interviews aangaven dat ze doorgaans geen collega’s misten, bleek tijdens de opnames dat ze daar wel degelijk behoefte aan hadden. “Ineens konden ze klagen, sparren en ervaringen delen met gelijkgestemden”, vertelt Ter Hoeven. “Ze hadden gewoon nog nooit een dataworker-collega gehad. Verder zag ik hun zelfvertrouwen groeien tijdens de opnames nu zij het waren die in de spotlights stonden. Dataworkers hebben misschien meer behoefte aan contact en waardering dan ze zelf soms denken.”

Kwaliteit van de data

Datawork roept een hoop vragen op. Die gaan niet alleen over het welzijn van medewerkers, maar ook over de kwaliteit van de data. AI heeft een steeds grotere invloed op ons dagelijks leven. Ter Hoeven: “Een voorbeeld: sommige dataworkers annoteren medische procedures. Ze moeten bijvoorbeeld aangeven of de hand van een arts trilt tijdens een operatie. Maar deze mensen hebben meestal geen medische achtergrond. Hoe betrouwbaar is die data dan?”

Foto’s van enkele dataworkers die deelnamen aan het ‘GHOSTWORK’ onderzoek. Foto’s door Phil Nijhuis / Erasmus University Rotterdam
 

Welke gevolgen heeft het al AI leert van mensen zonder voldoende vakkennis en informatie over de context van de data die ‘vertaald’ moet worden? Om de kwaliteit te verbeteren, kan het verstandig zijn om de vaardigheden van medewerkers beter te laten aansluiten op de taken en hen beter te begeleiden. Dat kan alleen als je meer investeert in dataworkers.

Meer transparantie

In haar boek The Tech Coup bespreekt Marietje Schaake hoe techbedrijven real-time experimenten uitvoeren met gebruikersdata om hun platformen te optimaliseren, vaak zonder dat gebruikers hiervan op de hoogte zijn. Dit kan ernstige gevolgen hebben voor privacy, democratie en persoonlijke vrijheid. Daarom pleit zij voor strengere regulering en meer transparantie.

Dat geldt ook hier. Volgens mij zouden organisaties transparanter moeten zijn over de bijdragen van dataworkers en de mogelijke risico’s daarvan. Ik hoop dan ook dat Europese wetgeving als de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD) ook van toepassing is op de manier waarop bedrijven hun AI ontwikkelen. Deze slimme technologie heeft namelijk steeds meer invloed op allerlei processen. Kortom, het gesprek met Ter Hoeven leidt bij mij weer tot veel nieuwe vragen. Daar ga ik in deze podcast de komende maanden antwoord op zoeken.

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , , , | Laat een reactie achter

Belangenbehartiger PZO sluit zich aan bij zzp-koepel VZN

Platform Zelfstandig Ondernemers (PZO) sluit zich aan bij de Vereniging Zelfstandigen Nederland (VZN), de in 2020 opgerichte koepelvereniging van zzp-belangenbehartigers.

VZN streeft naar een volwaardige positie van zelfstandigen in een toekomstbestendige arbeidsmarkt en staat voor duurzaam zelfstandig ondernemerschap. Het de toetreding van PZO wordt de positie van VZN als gesprekspartner voor politiek Den Haag en aan de maatschappelijke overlegtafels verstevigd.  Het nieuws komt in een periode dat de politiek zich buigt over eventuele nieuwe zzp-wet en de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering. Daarnaast blijven de gevolgen van de handhaving op schijnzelfstandigheid de gemoederen roeren.

Bundeling

VZN-voorzitter Cristel van de Ven juicht de aansluiting van PZO toe: “Ik heet PZO, met hun kennis en professionaliteit, van harte welkom. Met PZO erbij vertegenwoordigen we een nog grotere diversiteit aan zelfstandigen.”

PZO-voorzitter Ton Brinkman vindt bundeling van krachten eveneens belangrijk en sluit zich daarom graag aan bij VZN: “We kunnen nog meer bereiken als we het samen met andere zelfstandigenorganisaties doen.”

PZO is in 2002 opgericht en maakt zich al 23 jaar hard voor de belangen van zelfstandigen. PZO stond aan de wieg van de VAR en heeft onder meer een betere toegang tot pensioenregelingen en, samen met de oprichters van VZN, steun voor zzp’ers tijdens corona voor elkaar gekregen.

Van de Ven: “De afgelopen jaren hebben we al vaker nauw samengewerkt met PZO om de stem van zelfstandigen duidelijk te laten horen bij de politiek en in de polder. Dat PZO zich nu ook aansluit bij onze koepelvereniging, betekent dat we onze krachten nog steviger kunnen bundelen. Dit komt de belangenbehartiging van zzp’ers ten goede.”

Veel op het spel

En bundeling van krachten is hard nodig om onderwerpen in politiek Den Haag nog scherper voor het voetlicht te brengen. Zeker nu blijkt dat de aanpak van schijnzelfstandigheid effect heeft op heel veel zzp’ers, óók op de echte zelfstandigen zo stellen de organisaties. “Dergelijke maatregelen hebben grote impact op de bestaans- en inkomenszekerheid van zelfstandige ondernemers. Om hun belangen goed te behartigen is slagkracht nodig en een duidelijk eenduidig geluid. Samen met VZN komen we op voor een beter beleid voor zelfstandigen”, stelt Brinkman.

PZO-bestuurslid Hans Mensonides is beoogd om toe te treden tot het bestuur van VZN. PZO-directeur Sylvia Huydecoper zal de vacante plaatsvervangende SER-zetel voor zzp’ers aan ondernemerszijde gaan innemen, naast VZN-voorzitter Cristel van de Ven. Zij bekleedt sinds 1 april 2022 de SER-zetel voor zzp’ers aan ondernemerszijde.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Belangenbehartiger PZO sluit zich aan bij zzp-koepel VZN

Tweede Kamer plaatst veel mitsen en maren bij de Wtta

De Tweede Kamer debatteerde woensdag met NSC-minister Eddy van Hijum van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) over de Wet toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten (Wtta). Die regelt dat uitzendbureaus, detacheerders en andere bedrijven uitlenen, alleen de markt op mogen als ze door het ministerie zijn toegelaten.

De wet liep door uitvoeringsproblemen vertraging op. De behandeling werd twee keer uitgesteld. Verschillende partijen drongen aan bij de minister om te komen met een datum voor inwerkingtreding. Die kon de minister in het debat nog niet geven, maar hij zegde toe in april met een datum te komen. Omdat de wet zo lijvig is, werd besloten de behandeling in twee termijnen te doen. Op 27 maart wordt de behandeling voortgezet.

Uitzendverbod

Voorafgaand aan de behandeling werd een flink aantal moties ingediend tijdens een debat over arbeidsmigratie. Zo bepleitte Mariëtte Patijn (GL-PvdA) om een sectorbreed uitzendverbod te kunnen opleggen als er stelselmatig sprake is van misstanden in een bepaalde bedrijfstak. Minister Van Hijum vond het te vroeg om daarover uitspraken te doen. Hij wil eerst nog een studie afwachten. Brancheorganisatie ABU had aan de vooravond van de behandeling gepleit om af te zien van uitzendverboden. Het riep de Tweede Kamer op “om vertrouwen te hebben in de Wtta en geen extra beperkende maatregelen, zoals sectorale uitzendverboden, in te voeren.”

Rechtszekerheid

De rechtszekerheid is een ander punt waarover de ABU zich zorgen maakt. “Het toelatingsstelsel moet voldoende rechtszekerheid bieden, zodat bonafide uitzendbedrijven niet onterecht in de problemen komen door strikte regels en beperkte bezwaarprocedures.”

Voor Thierry Aartsen (VVD) is dit een punt van aandacht. “Het is aan de toelatende instantie om een toelating af te wijzen, te schorsen of zelfs in te trekken. Ondernemers kunnen vervolgens bezwaar aantekenen en vervolgens ook beroep aantekenen tegen zo’n besluit. Dit bezwaar kent echter geen opschortende werking.” Volgens Aartsen kan dat gaan knellen met de doorlooptijden bij de inspecties. In een amendement vroeg de VVD daarom een opschortende werking op te nemen.

Volgens minister Van Hijum is er in het stelsel genoeg tijd ingebouwd om zaken te herstellen. Hij voelt niets voor zo’n opschortende werking, omdat de malafide bedrijven op die manier langer hun gang kunnen gaan. “Het vormt een prikkel om tegen elk besluit in bezwaar te gaan.” De minister toonde zich wel bereid om met Aartsen de komende weken te sparren over waarborgen dat goedwillende ondernemers voldoende gelegenheid krijgen om een fout te herstellen zonder een schorsing te riskeren.

Uitdijende bureaucratie

Tijdens de behandeling bleken er nog veel vragen en twijfels bij kamerleden te leven over het wetsvoorstel. Zo uitten diverse partijen vraagtekens over de toelatende instantie. Die heeft de minister na een zoektocht uiteindelijk belegd bij een zelfstandige dienst binnen SZW zelf.

Thierry Aartsen (VVD) plaatste vraagtekens bij de oplopende kosten van de dienst, waarvan de ondernemingen de rekening gepresenteerd krijgen. De oorspronkelijke begroting van de leges op €490 is in tweeënhalf jaar opgelopen tot tussen de €2.000 tot €2.800, benadrukte hij. Van Aartsen vreest “een stelsel dat continu blijft uitdijen”. De VVD pleit daarom in een amendement voor een plafond van €2.006. Van Hijum toonde zich bereid om “de goede discussie over doelmatigheid te blijven voeren”.

Overgangsperiode

Diverse partijen uitten hun zorgen over de capaciteit bij de inspectie-instellingen. Hoe staat het met de capaciteit? Gaat het allemaal wel lukken? En wat gebeurt er eigenlijk als dat niet lukt?
Van Hijum gaf toe dat er een overgangsperiode zal zijn waarin de uitleners geleidelijk worden toelaten. “Dat kan niet in één klap. Er is bij het begin nog niet voldoende inspectiecapaciteit om iedereen direct te controleren. Het gaat dus ook wel even duren voordat alle bedrijven structureel twee keer per jaar gecontroleerd kunnen worden.” Hij verwacht dat het na inwerkingtreding nog twee jaar duurt voordat de capaciteit op orde is.

Uitleners zullen daar geen nadelen van ondervinden, beloofde Van Hijum. In de overgangsperiode kunnen uitleners blijven uitlenen op grond van het overgangsrecht. De voorwaarde is dan wel dat zij zich voor de inwerkingtreding van de wet bij de toelatende instantie hebben aangemeld of beschikken over een SNA-certificaat

Mariëtte Patijn (GL-PvdA) maakt zich zorgen dat bedrijven die nu al een SNA-certificaat hebben in het overgangsrecht op basis van dit certificaat toegelaten worden. “Een toelating op basis van het SNA-certificaat suggereert dat deze bedrijven al conform het normenkader werken en daar helemaal aan voldoen, terwijl uit de controle van vakbond CNV bleek dat bij heel veel uitzendbureaus de loonstrookjes bijvoorbeeld niet kloppen. Dat was ook het geval bij uitzendbureaus die het SNA-certificaat hebben. Volgens CNV speelt 50% van de onderzochte kwesties bij grote uitzendbureaus, die allemaal een SNA-certificaat hebben. Het gaat niet alleen om niet-kloppende loonstrookjes, maar ook om misstanden bij de overschrijding van arbeidstijden, illegale tewerkstelling of niet-naleving van socialezekerheidswetten.”

“We kunnen niet uitsluiten dat malafide partijen er in de eerste fase doorheen glippen”, antwoordde Van Hijum. Wel benadrukte hij dat de Toelatende Instantie (TI) bij aanvang van de wet al in staat is om misstanden aan te pakken. De TI kan met een SNA-certificaat toelating weigeren als daar aanleiding toe is. Dat kan bijvoorbeeld via gegevensuitwisseling met de Arbeidsinspectie en de Belastingdienst. Ook kan de toelatende instantie een uitlener tussentijds verplichten om een inspectierapport aan te leveren als daar aanleiding toe is. “Maar we kunnen niet elke dag bij elk bedrijf een inspecteur langs sturen.”

Doet het wetsvoorstel wat het moet doen?

Inge van Dijk (CDA) plaatste vraagtekens bij de effectiviteit van de wet. “Doet het wetsvoorstel wat het moet doen, namelijk de malafiditeit in de uitzendsector bestrijden?” Ze vreest dat de private inspecties op het normenkader vooral ondernemingen eruit halen die hun administratie wat minder op orde hebben. Ze vroeg de minister of een verdere uitbreiding van de Arbeidsinspectie niet effectiever zou zijn dan het optuigen van een nieuwe wet. En dat in combinatie met andere maatregelen, zoals een verplichte uitbreiding van G-rekeningen, een andere weg om de naleving van fiscale wetgeving en socialezekerheidswetgeving af te dwingen. “Is het door de wetgever bij uitzendbureaus neerleggen van de verantwoordelijkheid voor goede huisvesting conform SNF-certificering niet de echte oplossing?”

Volgens Van Hijum zit de kracht van het stelsel in de samenwerking tussen verschillende partijen. Zo kan de Arbeidsinspectie informatie delen met de toelatende instantie wanneer er bijvoorbeeld boetes zijn opgelegd aan een uitzendbureau voor het niet betalen van het minimumloon. Dat kan leiden tot het schorsen, het weigeren of zelfs het intrekken van de toelating als dit niet op tijd hersteld wordt.

Volgens Van Hijum is het nieuwe stelsel effectiever dan het oude vergunningsstelsel dat in 1998 werd afgeschaft. “Dat was een toelating aan de voorkant, maar aan de achterkant stelde het te weinig voor. Wij denken dat je met dit stelsel, waarbij de toelating voor een deel de verantwoordelijkheid van de sector zelf is, met een publiekrechtelijk kader dat je streng handhaaft, uiteindelijk de scheiding tussen bonafide en malafide wel tot stand kunt brengen.”

Inschrijving basisregistratie

Voor de registratie in de basisregistratie is veel aandacht in het debat. In het wetsvoorstel is voor uitleners een zorgplicht opgenomen over correcte registratie van arbeidskrachten in de basisregistratie. Deze zorgplicht bestaat uit een bevorderings-, vergewis- en de optie om eventueel zo nodig een meldplicht in te voeren. Aartsen (VVD) vraagt zich af wat die vergewisplicht inhoudt. “Is een mail of een telefoontje genoeg? En wat gebeurt er als een werknemer geen gehoor geeft?”

De zorgplicht is niet toegevoegd aan het normenkader en komt er geen handhaving en toezicht op, luidde een veelgehoorde kritiek in de kamer.

“Die registratie kun je niet alleen maar koppelen aan deze wet en aan de uitzendsector”, is de reactie van de minister. “Het registratieprobleem speelt natuurlijk breder. Dat geldt voor alle arbeidsmigranten, dus ook bijvoorbeeld de zelfstandige en gedetacheerden. We maken uitzenders met deze wet nu medeverantwoordelijk voor een betere registratie, maar ik denk ook dat we zo fair moeten zijn om te zeggen dat daar niet alles van te verwachten is.”

Op 27 maart wordt de behandeling van de wet voortgezet. 

Lees ook:

Lees verder op FlexNieuws:

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , | 3s Reacties

Het Pensioenkasteel: hoe ga je om met de materiële aspecten van je pensioen?

In mijn eerste blog heb ik een vierledig model geïntroduceerd waarin de mens wordt beschouwd als een wezen met materiële, intellectuele, emotionele en spirituele behoeften. Een kwalitatief goed en veelbelovend pensioen betekent dat je je leven op deze vier gebieden (waar mogelijk) op orde hebt, waardoor je een tevreden mens  bent , die er fysiek en materieel goed voor staat, zichzelf mentaal blijft uitdagen, warme en betekenisvolle relaties met anderen onderhoudt en is vervuld met een besef van zingeving. 

Dit mooie streven vraagt echter wel om een zekere nuchterheid. Er ontstaan geheid problemen wanneer we meer willen dan we kunnen of wanneer de wensen die we koesteren te ver afstaan van de realiteit. 

De werkkamer

De werkkamer is de plek waar je betaalde loopbaan eindigt en je een aanvang maakt met de derde levensfase: je pensioentijd. Het overkoepelende thema in de werkkamer is afsluiten: goed afscheid nemen, met trots terugblikken, acceptatie van verandering in status en invloed en het langzaam vormgeven van een nieuwe identiteit. Het is een belangrijke kamer, waar we serieus de tijd voor moeten nemen. 

Voor veel kenniswerkers en professionals is het dagelijks werk een essentieel onderdeel van hun maatschappelijke identiteit. Je bent er tot op grote hoogte mee vergroeid en daarom kan de overstap naar een ‘werkloos’ leven zeer lastig zijn. Eén van de dingen die je in elk geval goed moet organiseren is een waardig afscheid, liefst met een passend ritueel. Wanneer je in loondienst werkt, wordt dit vaak voor je ingevuld. Voor zelfstandigen is dat een ander verhaal, maar het advies is om een duidelijk markeringsmoment aan te wijzen en daar zelf de regie over te voeren. Onderschat het niet: uit NIDI-onderzoek blijkt dat een slecht afscheid het welbevinden in ernstige mate schaadt en dat mensen van wie niet goed afscheid is genomen, daar jaren later nog steeds last van ondervinden. Zij zijn aanzienlijk minder tevreden met hun leven in algemene zin dan de mensen van wie wel op een goede manier afscheid is genomen.

Een tweede aspect is het onvermijdelijk verlies van status en invloed. Je spreekt minder vakgenoten, ontmoet minder collega’s en verschuift tamelijk snel van de ‘Wie-is-wie?’ lijst naar de ‘Wie-was-dat ook-alweer?’ lijst. Dat kan veel negatieve gevoelens opleveren en het beste advies is om dan vooral niet lijdzaam af te wachten totdat deze weer verdwijnen, maar  om dingen te doen die voorkomen dat je geblokkeerd raakt in je verdriet. Dat kan op veel verschillende manieren, bijvoorbeeld door in je privé-situatie nieuwe rollen en taken op je te nemen, door het oppakken van ‘oude’ hobby’s of door je maatschappelijk te engageren. We komen daar later op terug.

Een laatste aspect is goed nadenken over de persoon die je bent, of wilt zijn, zonder het beschrijvende etiket van je vroegere werk. Dat begint met een eerlijk antwoord op de vraag naar de beleving van je werk: is het iets wat je doet of iets wat je bent? Wanneer je in de tweede categorie valt, en dat zijn er velen, moet je jezelf als het ware opnieuw gaan uitvinden. Dat kan bijvoorbeeld door na te gaan welke aspecten van je veelkleurige persoonlijkheid tijdens je loopbaan minder aan bod zijn gekomen en hoe je daar nu, in je derde levensfase, wel ruimte voor kunt maken. Want dat is één van de grote voordelen van met pensioen gaan: je hoeft niet meer samen te vallen met wat je doet, maar kunt volledig toegroeien naar de persoon zijn die je bent of wilt zijn.

Tot zover de werkkamer. Dan nu over naar de twee overige kamers in het fysieke, materiële domein, die ik wat summierder zal behandelen. 

De schatkamer

Veel mensen denken dat het geluk van een goed pensioen in de schatkamer te vinden is. Dat is maar ten dele waar. Een goed inkomen is de basisvoorwaarde voor een comfortabele pensioentijd, daar zal weinig discussie over zijn. En het is helaas een feit dat veel mensen niet echt weten wat hen financieel te wachten staat op het moment dat het pensioen zich aandient. Het is een lastig onderwerp dat ze liever uit de weg gaan of ze vertrouwen er blind op dat het allemaal wel goed komt. Zeker met de komst van de nieuwe pensioenwet is het raadzaam om je enigszins te verdiepen in deze materie en om je financiën regelmatig goed in kaart te brengen, eventueel met behulp van een financieel adviseur. In mijn boek staan diverse oefeningen om de begroting van je behoeften en verlangens in kaart te brengen en daar je uitgaven op af te stemmen. 

De belangrijkste boodschap in de schatkamer luidt echter dat tevredenheid verder strekt dan welvaart en eerder is gericht op welzijn. Vanaf een zeker niveau (twee keer modaal om precies te zijn) voegt geld weinig toe aan onze levensvreugde, maar leidt het eerder tot zorgen of we de huidige levensstandaard in de toekomst nog wel kunnen blijven handhaven. Daarom is het goed om je relatie met geld te onderzoeken en een mindset te ontwikkelen die je in staat stelt om een goede balans tussen wensen en mogelijkheden te hanteren.  

De eetkamer

Feuerbach schreef in 1850: der Mensch ist was er isst. Naast deze beschouwelijke invalshoek, weten we ook uit wetenschappelijk hoek steeds meer over het belang van gezonde voeding voor je lichamelijke en geestelijke gezondheid. Gezonde voeding heeft een preventieve werking op talloze ouderdomskwalen en ziektes. Ook de maatschappij is erbij gebaat, want de financiële consequenties zijn groot. In Europa wordt op dit moment van elke verdiende euro 18 cent uitgegeven aan de behandeling van zieke mensen en slechts 0,4 cent aan preventie. De behandeling van gezondheidsproblemen vraagt dus 45x meer uitgaven dan het voorkomen daarvan. We zouden onszelf veel ellende en kosten kunnen besparen door veel meer in te zetten op preventie en dat begint met het propageren van gezonde eetgewoontes. 

Begrijp me goed: ik ben geen moraalridder die mensen vertelt wat ze moeten doen en ik ben ook tamelijk allergisch voor ‘het verbod op genot’. Ik ben echter wel overtuigd van het feit dat een gezond en diervriendelijk dieet jezelf en je leefomgeving ten goede komen. In mijn boek geef ik daar vele voorbeelden van, waarvan ik hoop dat ze inspireren tot goede keuzes. 

Tot zover de drie kamers in de fysieke en materiële vleugel van het pensioenkasteel. Hopelijk heb je er een aantal tips uitgehaald om het afscheid van je werk en de aanvang van je pensioentijd vorm te kunnen geven. De volgende keer betreden we de emotionele/ relationele vleugel van het pensioenkasteel, waar we de woonkamer, de fitnesskamer en de slaapkamer bezoeken.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , | Laat een reactie achter

“Er ontbreekt een plan B voor de WTTA”

“Onderaan de streep is de WTTA een goede wet”, vindt Patrick Tom van Bureau Cicero, een van de controlerende instanties die straks deel zal uitmaken van het nieuwe toelatingsstelsel. Dat wil zeggen: áls de nieuwe wet – voluit wet Toelating Terbeschikkingstelling van Arbeidskrachten (WTTA) – er komt. Morgen behandelt de Tweede Kamer het wetsvoorstel. 

De WTTA behelst een toelatingsstelsel voor uitzendbureaus, detacheerders en andere bedrijven die arbeidskrachten uitlenen. Doel van de wet is het tegengaan van misstanden zoals onderbetaling, slechte huisvesting en belastingontduiking. Onder het nieuwe stelsel mogen uitleners alleen de markt op als zij toegelaten zijn. Er komen periodieke inspecties op het ‘verplichte normenkader’ door private instellingen, zoals Bureau Cicero. Het normenkader is een uitgebreide variant van het SNA-keurmerk waaraan uitzendbureaus zich nu nog vrijwillig onderwerpen. 

De behandeling van de wet werd al twee keer uitgesteld. De tweede keer was dat, omdat er nog geen overheidsinstantie was gevonden die de certificering kon uitvoeren. Die is er nu wel in de vorm van een nieuwe eenheid binnen het ministerie van SWZ. Die eenheid gaat bepalen of uitzendbureaus worden toegelaten tot de markt voordat ze personeel uitlenen. 

Kritische geluiden

Dat de wet er komt, is nog geen gelopen race. Er klonken kritische geluiden. Dat je met het stelsel de goeden opzadelt met een hoop administratie en de echte criminelen niet pakt. “Als alles buiten de boeken om gaat, zien wij dat als private partij niet”, zegt Tom. “De echte criminelen zijn voor de Arbeidsinspectie. De effectiviteit van het stelsel zit in de samenwerking tussen privaatrechtelijke inspectie-instellingen zoals wij en een sterk handhavingsteam.”

Een ander kritiekpunt zijn de kosten die uitleners moeten maken onder het toelatingsstelsel. Behalve de waarborgsom – waar bedrijven die al langere tijd het SNA-keurmerk hebben, overigens van kunnen worden uitgezonderd – zijn dat de kosten voor controles door inspectie-instellingen en de kosten van de toelatende instantie. Uitleners betalen voor die kosten, afhankelijk van hun bedrijfsgrootte; inleners betalen op haar beurt dan weer mee via de kostprijs van de uitlener. 

“Het hele stuk compliance goed inregelen kost linksom of rechtsom gewoon geld”, zegt Tom. “Ter relativering: voor een gezond bedrijf is het een alleszins redelijk op te brengen bedrag voor een licence to operate. Vooral voor kleine partijen met krappe marges zal de toelating een moeilijk verhaal worden. Zij zullen eerder geneigd zijn in zee te gaan met een back-office dienstverlener, zodat zij buiten het toelatingsstelsel vallen. Maar een back-office partij kost ook geld.”

Goede punten

Patrick Tom hoopt dat de wet er komt. Ondanks kritische geluiden uit de markt, zitten er een hoop positieve punten aan het toelatingsstelsel, benadrukt hij. In gesprekken met uitzenders hoort hij overwegend positieve geluiden. Het kost tijd en moeite, maar het brengt ook veel: een gelijk speelveld en terugdringen van malafiditeit uit hun sector. 

Van de 15.000 uitzenders en detacheerders die straks toegelaten zullen worden, hebben er vierduizend nu al het SNA-keurmerk. De andere 11.000 duizend zijn niet in beeld. ”Stel dat de helft zich aanmeldt voor het stelsel, dan zijn deze in beeld. Dan gaan duizenden bedrijven op voor een privaatrechtelijke keuring, waarmee je oneigenlijk concurrentie op arbeidsvoorwaarden tegengaat.” 

“De WTTA is een grote stap vooruit als het gaat om het intensiveren van handhaving en de instrumenten die je krijgt om misstanden te bestrijden”, betoogt Tom. “Wat het stelsel voor heeft op de bestaande situatie is dat inleners bij elke controle van de Arbeidsinspectie of de Belastingdienst een toets kan krijgen of zij met toegelaten partijen zaken doen. Daarmee creëer je een gelijk speelveld voor uitlener en inlener.”

“Bovendien worden van de bedrijven die zich bij ons aanmelden, ook de bedrijven getoetst waarmee zij samenwerken. We beoordelen de hele keten. Ook dat is al een flinke plus ten opzichte van het bestaande keurmerk.”

De helft die zich niet aanmeldt, is aan handhaving om zich daarop te storten. “Daarom is het voor het slagen van dit stelsel zo belangrijk dat de handhavingscapaciteit en effectiviteit ook op orde is.”

Waarom is er nog geen plan B?

Maar de kans bestaat altijd dat een wetsvoorstel sneuvelt, benadrukt Tom. Het moet immers door zowel de Tweede als de Eerste Kamer worden geloodst. “Wat ontbreekt is een plan B. Terwijl iedereen het erover eens is dat er wel íets moet komen.”

Zijn zorg is dat alle inspanningen die de markt tot nu toe heeft betracht voor niets zouden zijn. Hij hoopt dat mocht de wetgeving onverhoopt niet doorgaan, er in ieder geval wordt voortgeborduurd op de zelfregulering die door private partijen is opgetuigd. “Het alternatief zou funest zijn. Er wordt gesproken over uitzendverboden in bepaalde sectoren. Dat zou slecht kunnen uitpakken voor de Nederlandse economie of de concurrentiepositie op de internationale markt. Ook bij een vergunningenstelsel zónder privaatrechtelijke controles is de branche niet gebaat. Dan koop je als het ware je license to operate.” Dan wordt liquiditeit bonafiditeit.

Hij vindt dat het gesprek op gang moet blijven met de branche en de stakeholders: hoe gaan we het dán organiseren? Patrick Tom heeft daar zo zijn ideeën over. “Je kan bijvoorbeeld het huidige SNA-keurmerk uitbreiden met de normen zoals die nu zijn uitgewerkt binnen de ministeriële regeling. We hebben die nu al opgenomen in een WTTA-module binnen het SNA keurmerk. We doen ook ervaring op met het harmoniseren van casuïstiek binnen SNA om ervoor te zorgen dat we met elkaar op één lijn zitten. Zo weten we alvast waar de inhoudelijke gaten en risico’s zitten. Het zou zonde zijn om dat voorwerk niet te benutten en zo het kind met het badwater weg te gooien.”

“Om net als onder de WTTA een gelijk speelveld te creëren”, vervolgt hij, “zou je dat keurmerk vervolgens wel verplicht moeten stellen. Of zo’n verplichtstelling via de overheid mogelijk is, zou nog uitgezocht moet worden. Ik vermoed van wel, bij bouwbesluiten zijn immers ook bepaalde normeringen verplicht. Een verplichting kan je ook organiseren vanuit het maatschappelijk debat. Alle stakeholders besluiten dan met elkaar om het keurmerk verplicht te stellen. Denk aan banken die zonder keurmerk geen bankrekening afgeven of niet langer financieren.”

Transitie

Patrick Tom ziet kansen om de uitzendbranche professioneler en schoner te krijgen. Of dat nou via de WTTA is of langs de weg van privaatrechtelijk alternatief gestoeld op het SNA-keurmerk. “In beide gevallen verplicht je ondernemers tot transparantie op arbeidsvoorwaarden.” De uitvoering van het stelsel zal in het begin voor sommige bedrijven complex zijn. Voor detacheerders bijvoorbeeld, die óók onder het stelsel gaan vallen. 

Patrick Tom ziet ook daar toch vooral een kans. “Inlener en uitlener worden gedwongen om goed met elkaar in gesprek te gaan over de juiste beloning. Neem een detacheerder die een kandidaat zelf heeft opgeleid. Hoe verdeel je de kosten? Bouw je loonschalen in of maak je separate afspraken over de opleidingskosten die je kunt doorbelasten? Niet langer staat het goedkoop leveren van uitzendkrachten centraal. Het gaat straks meer over de propositie. Het gaat over de toegevoegde waarde als ketenleverancier en het creëren van duurzaam ondernemerschap. De markt gaat professionaliseren en ik verwacht daar heel mooie dingen te zien.”

Tegelijkertijd beseft Tom ook dat niet met alle opdrachtgevers het goede gesprek valt te voeren. “Er zitten ook bewust onbekwame opdrachtgevers tussen, die het puur en alleen te doen is om goedkope arbeidskrachten in te huren, sommige zelfs om werknemers uit te buiten. Daarmee krijg je een heel ander gesprek. Uiteindelijk zullen de uitzendondernemers aan hun opdrachtgevers duidelijk moeten uitleggen welke koers de sector opgaat. Als een opdrachtgever inziet dat hij die goedkope arbeid straks nergens meer kan krijgen, is hij uitgespeeld.”

Toms boodschap aan de markt is om zich goed voor te bereiden op wat er komen gaat. Dat geldt voor de ondernemingen die het keurmerk nog niet hebben. Bedrijven die het SNA-keurmerk al wel hebben,kunnen zich laten toetsen op de WTTA-module. Dan hebben zij vast een to-do-list voor de toekomst.”

Meer lezen:

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , , | 1 Reactie