Maandelijkse archieven: december 2022

Vijf netwerktips voor freelancers

Eerder postten Kiki en Kim van Qommunity al een paar goede algemene tips over netwerken voor freelancers. In dit artikel lees je vijf aanvullende of alternatieve manieren om naar netwerken te kijken. De tips komen van Edwin Dijkstra (Linkedin), auteur van het boek Superfreelancer en organisator van het Level Up Event

Tip 1 – Ga op koffiedates met aanvullende specialisten

Als het goed is, heb je een uniek aanbod als freelancer. Twijfel je daaraan, dan wil je wellicht dieper specialiseren. Met dit unieke aanbod, ben jij complementair aan freelancers die ook een uniek aanbod hebben voor dezelfde klant.

Zelf ben ik een Google Ads specialist. Ik ben complementair aan onder andere:

  • social media ads specialisten
  • e-mail marketeers
  • SEO-specialisten

Als je netwerkt met freelancers die complementair zijn, kun je leads uitwisselen. Zij koppelen klanten aan jou en vice versa. Win-win. Vergeet ook punt 4 niet toe te passen uit dit lijstje.

Tip 2 – Spreek af met freelancers die hetzelfde doen

Waar ik veel aan heb gehad in mijn tien jaar als freelancer, zijn andere Google Ads specialisten. Als freelancer kun je maar zo’n 30 uur per week voor klanten werken. Zit je vol, dan zit je vol.

Het is daarom handig om andere specialisten te kennen. Zelf zit ik in een Slack groep met een tiental Google Ads specialisten. Zit iemand vol, wordt een klus gepost, en zo een juiste freelancer met beschikbaarheid gekoppeld.

Ook komt het regelmatig voor dat iemand een lead heeft, maar al een klant in dezelfde branche bedient. Dat gaat vaak niet samen. Zorg dat je andere specialisten kent, zodat jij dan wordt gepitcht. En andersom natuurlijk.

Tip 3 – Vind partners die specifiek jouw klanten spreken

Naast complementaire vergelijkbare freelancers, zijn er misschien ook partijen die jouw klanten spreken, waar je niet direct aan zou denken. Voor mij bleken business coaches een waardevolle connectie te zijn. Business coaches spreken namelijk klanten die willen groeien en ik kan soms een oplossing zijn om dat te doen.

Ben je een copywriter voor groene bedrijven, kun je bijvoorbeeld partners zoeken als:

  • een groen investeringsfonds
  • blogs gericht op duurzame b2b content
  • coaches gericht op verduurzaming van bedrijven

Tip 4 – Bied alle drie bovenstaande partijen 10% commissie voor leads

Deze stap is optioneel, maar een enorme business-hack. Zelf bied ik alle partners 10% commissie voor een jaar lang, wanneer ik een lead krijg die klant wordt. Factureer ik €1.000 per maand, krijgt iemand dus €1.200 commissie van mij.

Dit is een manier om allereerst te zorgen dat mensen even hun best voor je doen. Maar het is ook een eerlijke manier om leads heen-en-weer af te rekenen. Als jij bijvoorbeeld elke maand drie leads krijgt van iemand in je omgeving, maar je stuurt eens per jaar een lead terug, krijg je scheve verhoudingen.

Tip 5 – Ga naar events waar zich likeminded mensen bevinden

De beste manier om echt connectie te maken met mensen is door offline te netwerken. In plaats van algemene netwerkevents, kun je het beste op zoek gaan naar events waar zich ‘likeminded’ mensen bevinden.

Dit is waarom ik volgend jaar het Level Up Event organiseer. Dit is een weekend waarin je samen met 250 freelancers en solopreneurs gaat luisteren naar talks, meedoen met workshops en netwerken met andere professionals.

Voor meer informatie, zie levelupevent.nl.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags | Laat een reactie achter

De 13e maand: wat je moet weten als internationale opdrachtgever

De 13e maand wordt in veel landen gegeven als een extraatje aan het eind van het jaar. Dit extra maandloon wordt meestal boven op het salaris van december uitbetaald, maar kan in sommige gevallen ook in termijnen worden betaald. In sommige landen worden bedrijven zelfs verplicht de 13e maand uit te keren. In andere landen is het niet wettelijk verplicht, maar wordt het vaak wel verwacht.

Europa

In Europa is de 13e maand is slechts vijf landen een verplichting: Armenië, Griekenland, Italië, Portugal en Spanje. In veel andere landen, zoals Nederland, is het in bepaalde sectoren ook gebruikelijk. In de volgende Europese landen kan je een vorm van de 13e maand vinden:

  • Oostenrijk
  • België
  • Kroatië
  • Tsjechië
  • Finland
  • Frankrijk
  • Duitsland
  • Luxemburg
  • Nederland
  • Slowakije
  • Zwitserland

De gebruiken rondom de 13e maand verschillen binnen elk land in Europa. Zo is het in Frankrijk niet verplicht, maar wel gebruikelijk. Werknemers krijgen een extraatje in juni en december, of kunnen ervoor kiezen deze ieder kwartaal of zelfs maandelijks te ontvangen. In Zwitserland wordt het salaris niet in 12, maar in 13 termijnen verdeeld. Werknemers ontvangen dan tweemaal hun maandloon in december.

Buiten Europa

De rest van de wereld is erg verdeeld. In Latijns-Amerika is de 13e maand in de meeste landen wettelijk verplicht en in de veel andere ook gebruikelijk. In Azië, daarentegen, is de bonus alleen in India, Indonesië en de Filipijnen een verplichting. Ook is het verder maar in een handvol landen een gewoonte.

Wie ontvangen de 13e maand?

In de landen waar de 13e maand wettelijk verplicht is hebben vrijwel alle werknemers er recht op, zo lang ze voldoen aan bepaalde voorwaarden rondom de lengte van het dienstverband. Er wordt soms wel een uitzondering gemaakt voor werknemers in managing of leidende functies, of voor mensen die al andere bonussen ontvangen. Ook freelancers ontvangen vaak geen 13e maand.

Het originele artikel 13th Month Pay: What International Businesses Need to Know is te lezen op de website van CXC.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Laat een reactie achter

Een rol invullen met Total Talent Acquisition: 100% slagingskans

“Er zijn veel argumenten vóór Total Talent Acquisition (TTA) te bedenken. Eén daarvan is bijzonder relevant in deze tijd: de kans dat een rol vervuld wordt is 100%.” Dat is de boodschap van Rob van de Ven en Rob Teeuwen van Sterksen, onderdeel van HR-techdienstverlener HeadFirst Group.

“Het klinkt bijna te mooi om waar te zijn, in de huidige markt met schaarste alom. Toch is het zo.” vertelt Van de Ven. “Total Talent Acquisition maakt organisaties flexibeler en daarmee beter in staat zich snel aan te passen aan de toekomst. TTA gaat dan ook verder dan de vraag of iemand vast of flex moet worden aangenomen.”

Verbinding

TTA is een integrale aanpak voor het aan elkaar koppelen van vraag en aanbod van werk. Dus: geen scheiding meer tussen vaste en tijdelijke werknemers, maar in plaats daarvan verbinding. Teeuwen: “Dat betekent ook één Hiring Desk. Werving, ontwikkeling, opleiding, interne mobiliteit en beloning zijn hierbij zoveel mogelijk gelijk voor vast en flex. Zelfs het onboardingsproces – externen krijgen eenzelfde welkom als nieuwe medewerkers.”

Inzicht in organisatie én markt

Teeuwen: “Je kunt die gehele workforce bovendien in een blik overzien. Je krijgt volledig zicht op wie er rondlopen, tegen welke tarieven, sinds wanneer en of iedereen volledig compliant is.” Doordat TTA ál die personele stromen inzichtelijk maakt, is het weer makkelijker om sneller de juiste mensen aan te trekken tegen lagere kosten en met minder risico’s.”

En naast inzicht in je workforce krijg je ook inzicht in de arbeidsmarkt. Teeuwen: “Inhurende managers slaan uiteraard ook de krant open, toch merk je dat ze van een specifieke branche vaak onvoldoende weten. Onze marktanalyses geven daar inzichten in. Wij kunnen daardoor nog beter advies geven én er is er meer begrip.”

Verandering

Van de Ven kent nog maar een handjevol organisaties in Nederland die hun workforce op deze manier hebben ingericht. Wat houdt organisaties nog tegen om de stap naar TTA te maken? Van de Ven: “Organisaties zijn gewend processen langdurig op een bepaalde manier in te richten.” Hij ziet wel dat er door de schaarste op de arbeidsmarkt wel echt beweging komt. Lang lag de nadruk op verlaging van kosten, dat verschoof later naar compliance. Nu gaat het echt om toegang tot talent en invullingsbetrouwbaarheid. Dat komt allemaal samen in een TTA-oplossing.”


Benieuwd hoe Total Talent Acquisition in de praktijk gaat? Bekijk het webinar van Sterksen.


 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Laat een reactie achter

Wie kan er een voordeel noemen van de tweede pijler voor zzp’ers?

In Financieele Dagblad stond afgelopen week een artikel ‘Pensioen voor wie werkt: geen plicht, wel recht’. Hierin geeft hoogleraar Fieke van der Lecq aan dat ‘Het echte probleem is dat zzp’ers geen pensioen mogen opbouwen omdat er geen pensioenregelingen zijn’.

Ze doelt hierop dat zzp’ers geen toegang hebben tot pensioenregelingen binnen de tweede pijler van ons pensioenstelsel.

Ons pensioenstelsel kent een eerste pijler (de AOW, voor iedereen), een tweede pijler (voor werkgevers) en een derde pijler die gericht is op hen die zelf hun pensioen moeten regelen. Zoals zzp’ers, want die zijn immers geen werkgever.

Deze pijler kent een aantal verschillen ten opzichte van de tweede pijler, die maakt dat deze veel beter past bij wat zelfstandig ondernemers wensen of nodig hebben. De vijf belangrijkste  verschillen / voordelen:

  1. Flexibel kunnen inleggen. Elke maand zelf kunnen bepalen of en hoeveel je wilt inleggen. Bij de tweede pijler geldt een vaste premie die voor het hele jaar vast ligt. Niet erg werkbaar voor mensen met een wisselend inkomen.
  2. Mocht je komen te overlijden gaat de waarde naar je nabestaanden. Dit is bij de tweede pijler niet het geval en als je wilt dat er iets naar je nabestaanden gaat moet je daar een verzekering voor afsluiten.
  3. Het is mogelijk om pensioen in de derde pijler ‘af te kopen’. Dus eerder op te nemen. Dan betaal je weliswaar de belasting die je nog verschuldigd bent, en daarop nog een ‘revisierente’ (een soort boete vanwege het ontlopen van vermogensrendementsheffing) die tussen de 0 en 20% ligt. Afkopen is fiscaal niet aantrekkelijk maar het is wel fijn dat het in geval van financiële nood mogelijk is. En in geval van langdurige arbeidsongeschiktheid vervalt die revisierente zelfs. Pensioen in de tweede pijler kun je niet afkopen.
  4. Je bepaalt zelf wanneer je die pensioenpot wilt laten uitkeren. Handig, want zelfstandigen kennen geen vaste pensioenleeftijd. En ook de manier van uitkeren is veel flexibeler. Zo kun je bijvoorbeeld bij een pensioenpot van € 300.000 een bedrag van € 50.000 gespreid over vijf jaar laten uitkeren en een bedrag van € 250.000 over 20 jaar. Of levenslang, wat je wilt. Heb je bijvoorbeeld 20 jaar gekozen, en kom je na 10 jaar te overlijden? Dan gaat het resterende bedrag alsnog naar je nabestaanden. Pensioen binnen de tweede pijler kan uitsluitend levenslang uitgekeerd worden. Zelfs als je al weet dat je nog maar een paar jaar te leven hebt.
  5. Het is een eigen, individuele pensioenrekening die juridisch eigendom is van het individu. Geen vage en complexe vormen van solidariteit zoals in de tweede pijler. Het tweedepijler-pensioenstelsel gaat aangepast worden. Samengevat komt het er op neer dat die pijler in de toekomst individueler gaat worden. Dus meer op de derde pijler gaat lijken…

Kan ik dan geen enkel voordeel bedenken van de tweede pijler?

Jawel: de ruimte die je krijgt om pensioen op te bouwen in de tweede pijler is groter. Maar laat dat nadeel nu net opgelost worden wanneer de Wet Toekomst Pensioenen ingaat (gepland: 1 juli 2023). De ruimte in de derde pijler wordt enorm verhoogd. Van 13,3% naar 30%, dus bijna 2,5 keer zoveel als nu. Overigens is voor de meeste zelfstandigen de huidige ruimte al voldoende.

Waarom pijler 2 aanpassen?

Fieke pleit ervoor om de tweede pijler aan te passen zodat ook deze pijler beter aansluit bij de wensen van zzp’ers. Maar waarom allerlei ingrepen doen binnen de tweede pijler om uiteindelijk te kunnen bieden wat in de derde pijler al lang mogelijk is?

Bovendien kunnen bestaande aanbieders van derdepijler-pensioenoplossingen dit tegen lagere kosten bieden dan de bestaande (non-profit) pensioenfondsen. Mij dunkt dat die pensioenfondsen het al druk genoeg krijgen bij de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel en het (pensioen!)geld beter aan andere zaken kunnen besteden.

Ik heb meermaals aan de pleitbezorgers van de tweede pijler voor zelfstandigen gevraagd wat dan de voordelen voor zelfstandigen zou zijn van deze pijler. En ik heb daar nog nooit één antwoord op gekregen. Hierbij vraag ik nogmaals of iemand mij de voordelen kan uitleggen. Want misschien zie ik wel iets over het hoofd.

Ten slotte

De tweede pijler is gericht op werkgevers en valt onder de Pensioenwet (Pw). De derde pijler is gericht op (pensioen)consumenten en valt onder de Wet financieel toezicht (Wft). Dus ook de regelgeving omtrent de communicatie is daarop ingericht. Zelfstandigen worden als consument derhalve beschermd via de Wft en niet via de Pw. Ook daarom is uitsluitend de derde pijler geschikt voor zelfstandigen en de tweede niet.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags | 4s Reacties

Toekomst van een Europese richtlijn voor platformwerk onzeker

In de Europese Raad heerst verdeeldheid over de ontwerprichtlijn voor platformwerk. Een jaar geleden kwam de Europese Commissie met een voorstel om de werkomstandigheden van platformwerkers te verbeteren. In het oorspronkelijke voorstel stond dat platformwerkers in de EU dezelfde rechten en plichten moeten krijgen als werknemers. Ook moeten platformen inzicht geven in de manier waarop het algoritme taken verdeelt, beoordelingen geeft en beloningen toekent.

Inmiddels is het voorstel meermaals aangepast. Binnen de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken in het Europees Parlement (EMPL) is een deal bereikt, maar in de Raad – waarin de regeringen van de lidstaten overleggen en besluiten nemen – zijn de onderhandelingen tussen de lidstaten vastgelopen. Het is onduidelijk of de verschillende partijen een compromis kunnen vinden, schrijft Europees nieuwsmedium Politico.

Verdeling tussen links en rechts

Volgens Politico willen vakbonden en links georiënteerde politici dat platformwerkers dezelfde rechten krijgen als werknemers in loondienst. De platformondernemers en rechts georiënteerde politici vinden het voorstel juist een te grote belemmering van ondernemerschap.

Het voorstel van de Commissie van december vorig jaar ging uit van ‘modern gezag via een app’. Als een werknemer aan twee van deze vijf criteria voldoet, ontstaat er een rechtsvermoeden van werknemerschap. Als een platform het hier niet mee eens is, moet het bedrijf bewijs leveren van het tegendeel. Een platform is volgens de originele richtlijn werkgever als de arbeidsrelatie voldoet aan twee of meer van de volgende criteria:

  • Het platform bepaalt de beloning van de werkende
  • Het platform stelt eisen aan het uiterlijk van de werkende (hij moet bijvoorbeeld een uniform dragen)
  • Het platform monitort de prestaties van de werkende via digitale middelen
  • Het platform bepaalt de werktijden
  • Het platform beperkt de mogelijkheden van de werkende om voor anderen te werken.

Dit zou betekenen dat naar schatting 4,1 miljoen platformwerkers geen zzp’ers zijn, maar werknemers met recht op zaken zoals minimumloon. Lees meer over het oorspronkelijke voorstel.

Aanpassing Europees Parlement

Vervolgens ging het voorstel naar het Europees Parlement, waar de linkse fractie het overnam. Die paste het voorstel aan en stak de vijf criteria op een andere manier in: werkenden die hun zzp-status aanvechten zijn per definitie in loondienst, tenzij het platform aan de hand van de criteria het tegendeel kan bewijzen.

De aangepaste platformrichtlijn werkt zo: als een platformwerker vindt dat het platform hem ten onrechte als freelancer laat werken, kan hij dat aanvechten. Zodra hij zijn werkstatus aanvecht, wordt de werkende volgens de wet geacht in dienst te zijn. Hij hoeft zijn status niet zelf aan te vechten, ook vakbonden en nationale overheden mogen dat doen. Is het platformbedrijf het er niet mee eens? Dan moet het platform bewijzen dat de werknemer niet in dienst is. Dat kan aan de hand van de lijst met criteria.

Rechtse politici en ondernemers waren hier fel op tegen, omdat zij vreesden dat platformwerkers automatisch als werknemers zouden worden beschouwd. Het voorstel is twee keer afgewezen, maar uiteindelijk is het maandag toch aangenomen door de EMPL. Nu deze commissie akkoord is, zal waarschijnlijk ook het Europees Parlement instemmen.

Europese Raad voegt uitzonderingen toe

Maar een deal in het Parlement is niet genoeg. Ondertussen onderhandelt ook de Europese Raad over de tekst. De meer rechts georiënteerde Tsjechische voorzitter paste de richtlijn ook aan, maar op een andere manier. Hij voegde juist een hoop uitzonderingen toe aan de criteria. Daardoor worden veel minder platformwerkers als werknemers gezien.

De voorzitter heeft inmiddels drie vergeefse pogingen gedaan om overeenstemming te bereiken met de andere lidstaten. Vooral België, Griekenland, Luxemburg, Malta, Portugal, Spanje en Nederland liggen dwars. Deze lidstaten vinden dat huidige voorstel niet ambitieus genoeg is en willen liever terug naar de oorspronkelijke tekst. “We mogen een ontwerprichtlijn die volgens ons heel evenwichtig is, niet al te zeer afzwakken. Deze richtlijn moet inhoud hebben”, aldus commissaris voor werkgelegenheid Nicolas Schmit (Luxemburg).

Van Gennip: ‘Nog geen goede afspraken’

Namens Nederland was minister Karien van Gennip (Sociale Zaken) aanwezig in Brussel. Op LinkedIn schrijft zij: “Platformwerkers verkeren vaak in een kwetsbare positie, ook doordat ze vaak onterecht worden aangemerkt als zelfstandige. Het is belangrijk dat we hun positie verbeteren en tegelijkertijd platformbedrijven de ruimte geven voor technologische innovatie. Dat vraagt duidelijke en bovenal effectieve regelgeving.”

Volgens Van Gennip hebben zij en haar EU-collega’s tijdens de Raad voortuitgang geboekt, maar ‘nog geen afspraken gemaakt die een goede basis bieden voor de onderhandelingen met het Europees Parlement’.

Bekijk het LinkedIn bericht van Van Gennip hier.

Tot nu toe had Tsjechië de leiding over de Europese Raad, maar vanaf 1 januari is Zweden voorzitter. Volgens Politico maakt dat de kans op een deal nog kleiner, want Zweden is vanaf het begin überhaupt tegen een Europese richtlijn voor platformwerkers.

Gevolgen voor Nederland?

Wanneer en hoe het Parlement een akkoord bereikt, is dus nog onduidelijk. Ook de exacte invulling van de richtlijn blijft onzeker. Als de richtlijn wordt aangenomen, moeten de lidstaten die binnen twee jaar omzetten in hun eigen wetgeving.

Ondertussen werkt het Nederlandse kabinet aan nieuwe regelgeving voor inhuur van zelfstandigen. Minister Van Gennip wil een rechtsvermoeden invoeren van werknemerschap als een werkende minder verdient dan een bepaald uurtarief. Als een werkgever een zzp’er minder betaalt, heeft de werkende dus in principe een dienstverband. Tenzij de werkgever kan bewijzen dat het om een echte zzp-opdracht gaat. Zij suggereerde daarbij een sectorale aanpak voor platformwerkers op basis van de nieuwe Europese richtlijn.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , | Laat een reactie achter

Het aantal zzp’ers groeit (weer) hard. Maar wie zijn dat allemaal?

Het aantal zzp’ers eigen arbeid ten opzichte van de totale werkzame beroepsbevolking was sinds 2013 tamelijk stabiel. Sinds de corona-crisis loopt het percentage op. In 2020 en 2021 vooral ook door het wegvallen van veel tijdelijke contracten (waardoor het aandeel zzp steeg), in 2022 is er een extra versnelling te zien.

Leeftijd

Zzp’ers zijn gemiddeld wat ouder dan werknemers. De groep van zzp’ers van boven de 65 springt wel in het oog. Zoals we eerder zagen (zie hier) is dat momenteel de hardst groeiende groep zzp’ers. Van alle zzp’ers ‘eigen arbeid’ is 11,2% 65 jaar of ouder. In 2016 was dat nog maar 6,5%.

Opleidingsniveau vooral onder zzp-vrouwen veel hoger

Van alle zzp’ers eigen arbeid is 59,9% man. In 2012 was dat nog 61,7%. Het aandeel vrouwen stijgt dus iets, maar de verhouding ligt ver weg in vergelijking met de m/v verhouding bij werknemers (die ligt nu 51-49%, waarbij mannen wel meer uren maken).

Het gemiddelde opleidingsniveau van zzp’ers eigen arbeid is flink hoger dan onder werknemers in loondienst (van hen heeft 36% een hbo/universitaire opleiding). Opvallend genoeg zijn het vooral vrouwen die dat percentage omhoog trekken. Meer dat 60% van de vrouwelijke zzp’ers heeft een hogere opleiding, bij de mannen ligt dat onder de 50%.

Beroepen en sectoren

Bijna 1 op de 5 (19,2%) zzp’ers eigen arbeid heeft een technisch beroep. 15,9% heeft een ‘bedrijfseconomisch of administratief’ beroep. 13,8% werkt in de zorg of welzijn. 12,6% heeft een ‘creatief of taalkundig beroep’.

Sinds 2013 is het aantal zzp’ers in de ICT het hardst gegroeid (+116%), gevolgd door ‘commerciële beroepen’ (+89%) en zorg/welzijn (+74%).

In de onderstaande afbeelding laat het CBS goed zien hoe de groei (of afname) van het aantal zzp’ers per sector in de afgelopen 12 maanden zich verhoudt tot groei/afname van het aantal banen.

Vrouw/man

Een uitsplitsing tussen vrouwen en mannen geeft flinke verschillen, wat geen verrassing zal zijn:

Bijna een kwart (24,7%) van alle vrouwelijke zzp’ers werkt in de sector zorg en welzijn. Dat percentage is onder vrouwen in loondienst overigens niet veel lager (23,4%). 15,5% zit in de creatieve of taalkundige sector (een groot verschil ten opzichte van 1,4%  van alle vrouwen in loondienst die zo’n beroep hebben). 11,5% heeft een pedagogisch beroep (ten opzichte van 11,2 van de loondiensters), waarover later meer.

Van alle mannelijke zzp’ers heeft 28,6% een technisch beroep (20% van de mannen in loondienst). Ook hier geldt dat het percentage in de creatieve sector (10,8%) veel hoger is dan het aantal mannen in loondienst (1,5%) in die sector. 10,3% werkt in de ICT (een iets hoger percentage dan in loondienst).

Zorg en onderwijs

De sectoren zorg en onderwijs staan binnen de zzp-discussie de laatste tijd flink in de aandacht. Aanleiding om daar dan nog even wat extra aandacht aan te geven. Het percentage zzp’ers dat in die sectoren werkt, is dus niet veel anders dan het aantal werknemers in loondienst.

Wie naar de zzp eigen arbeid actief in de zorg & welzijnssector kijkt, ziet dat het vooral de universitaire functies zijn die bovenaan staan qua aantal zzp’ers. Mbo-geschoolden groeien percentueel gezien wel het hardst, maar vertegenwoordigen een klein deel van alle zzp’ers in deze sector.

In het onderwijs geeft de registratie van bedrijven, met 1 personeelslid, een wat scherper beeld hoe het daar zit met de zzp’ers. De onderwijssector is qua groei een van de hardst groeiende zzp-sectoren (meer dan verdubbeld in de afgelopen 10 jaar). Daarbij is het wel belangrijk om te weten dat de term ‘onderwijs’ in de CBS-cijfers veel meer inhoudt dan docenten in het regulier onderwijs.

De grootste groep zzp’ers in de onderwijssector geeft studiebegeleiding (een flink deel zal dat ook doen als bijbaan). De grootste groei zit hem in ‘sportonderwijs’ (denk aan de fitness/sportscholen). Ook de commerciële bedrijfsopleidingen zijn een fors deel van deze sector. De ‘zzp’ers voor de klas’ staan onderaan.

Deze cijfers zijn een update van een aantal cijfers die eerder verschenen zijn in de ZiPconomy paper “De zzp’er bestaat wel. Feiten en cijfers over zelfstandigen zonder personeel.” 

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , | Laat een reactie achter