Maandelijkse archieven: september 2022

Britse regering draait omstreden regulering inhuur freelancers terug

De Britse minister van Financiën, Kwasi Kwarteng, heeft aangekondigd dat de regels rond het inhuren van freelancers weer simpeler gaan worden. De aanscherping van de IR35-wetgeving met extra regels wordt teruggedraaid. Volgens Kwarteng is de regelgeving nu onnodig complex en leidt ze tot extra kosten voor opdrachtgevers.

De maatregel maakt deel uit van een groter pakket met vereenvoudiging van de belastingregels die de nieuwe regering Truss wil doorvoeren.

Aansprakelijkheid naar opdrachtgever

IR35  regelt sinds 2000 – kort gezegd – onder welke voorwaarden iemand een zelfstandig ondernemer is en dus ook als onderneming belasting kan afdragen. De verantwoordelijkheid – en aansprakelijkheid daarvan – lag bij de werkende zelf. Vanaf 2017 verschoof die aansprakelijkheid binnen de publieke sector naar de opdrachtgever. In 2021 volgde de private sector.

Webmodule en onduidelijke regels

De aanscherping van de IR35 is vanaf het begin omstreden geweest. De regels voor wanneer iemand wel of niet legitiem als zelfstandige gezien mag worden, zijn voor meerdere uitleg vatbaar. Een ingevoerde webmodule – een inspiratiebron voor de Nederlandse webmodule – zorgt volgens critici daarbij niet voor de gewenste duidelijkheid (zie dit artikel voor meer uitleg). Daarbij zorgde die complexiteit plus de kosten van de extra administratieve lasten ervoor dat sommige opdrachtgevers er simpelweg maar van afzagen om zelfstandigen in te huren. Tijdens de Covid-crisis werd de invoering van de extra regels daarom ook een aantal keer uitgesteld.

Zelfstandigen geen last meer van IR35-wetgeving

In april van aankomend jaar verdwijnen de extra regels dus helemaal. De werkende zelf wordt weer verantwoordelijk – en aansprakelijk – voor het voldoen aan de regels omtrent zelfstandigheid. Door de afschaffing komt er – volgens de minister – tijd en geld vrij die opdrachtgevers kunnen besteden aan ‘andere prioriteiten’ en ondervinden ‘echte zelfstandigen’ geen hinder van meer van de IR35-wetgeving.


Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , , | Laat een reactie achter

Nétive brengt VMS-evangelie naar Duitsland

Een Nederlands systeem introduceren op de Duitse markt. Volgens Patrick Tiessen, CEO van Nétive, is daarvoor een lokale aanpak nodig: “Een Duitser doet zaken met Duitsers.” Daarom stelde Tiessen Ronald Kreugel aan als Country Manager DACH. In deze functie is Kreugel sinds deze zomer verantwoordelijk voor het uitbouwen van de VMS-technologie van Nétive in de Duitstalige landen.

Kreugel is weliswaar een Nederlander, maar hij werkt al jaren in Duitsland en woont met zijn Duitse vrouw in Hamburg. Hij heeft een rijke carrière in de flexmarkt. Hij vervulde verschillende internationale managementfuncties bij grote uitzendreuzen als Adecco, Vedior en Randstad, waarvan de afgelopen 7 jaar bij de Managed Service Provider (MSP) Randstad Sourceright, dat hij vanuit Duitsland daar mede heeft opgebouwd. Ervaring die Kreugel goed van pas komt in zijn nieuwe functie.

Internationale ambities

Volgens Tiessen is Kreugel dan ook de ‘aangewezen man’ om de ambities in Duitsland waar te gaan maken. “Onze focus lag altijd op de Nederlandse markt, waar veel te doen is over wet- en regelgeving op het gebied van flexibele arbeid. Maar er komen steeds meer vragen van opdrachtgevers om ook naar het buitenland te gaan. We hebben veel MSP’s en Master Vendors als klant en die gaan steeds meer internationaal werken met onze software.” (Er wordt gesproken van een Master Vendor als één voorkeursleverancier, vaak een uitzender, de volledige regie op zich neemt voor het inleenproces van een organisatie, red.)

“Zo zijn wij ook organisch meegegroeid; eerst door mee te gaan met een klant naar België, samen met een uitzendorganisatie. Datzelfde gebeurde in Engeland, waar we inmiddels een eigen vestiging hebben opgezet, geleid door Craig Holborn (country manager UK). En via partners zitten we ook in Duitsland, een markt die enorm aantrekt. Dat zijn groeimarkten waar wij echt actief in willen zijn.”

Referenties opbouwen

Ronald Kreugel is verantwoordelijk voor het opzetten van het team van lokale mensen en wil met de Duitse tak zo gauw mogelijk referenties opbouwen. “We willen zo snel mogelijk de eerste twee of drie launching customers succesvol afsluiten. Dan kunnen we vanuit die referenties Nétive verder uitbouwen.”

Goede referenties opbouwen is belangrijk in deze markt. In Nederland heeft Nétive die al jaren met klanten als NS, Alliander, Tata Steel. In Duitsland moet dat nog van de grond komen, maar ook daar zijn al referenties, stelt Tiessen. “Ook klanten vanuit Nederland die in Duitsland al actief zijn of daar gaan starten, kunnen Nétive daar introduceren. Dat gebeurt nu al. Op korte termijn verwachten we de eerste resultaten daar.”

Geloof in lokalisatie

Volgens Tiessen is het niet zo vanzelfsprekend dat je als Nederlandse aanbieder van een VMS in Duitsland ook succesvol bent. “Dat lukt alleen maar door lokalisatie. Je moet je aanpassen, aan de taal, de cultuur en wet- en regelgeving – zowel qua software als organisatie.”

Qua wet- en regelgeving lijkt dit logisch; in Nederland kennen wij bijvoorbeeld de Wet DBA en is detacheren ingeburgerd. In het VK en Duitsland kennen ze dat laatste niet en hebben ze weer andere regelgeving voor freelancers.

Maar je moet ook rekening houden met de culturele verschillen, stelt Tiessen. “Ik geloof dat je een aan de voorkant een aparte organisatie nodig hebt, qua  marketing, sales en consultancy. Je moet een lokaal product aanbieden met een lokale boodschap. Een Duitser doet zaken met Duitsers.”

Digitalisering dankzij corona

Kreugel over zijn motivatie om voor Nétive in Duitsland aan de slag te gaan. “Ik ben altijd zeer actief betrokken bij VMS-partners. Ik geloof in dat product en de dienstverlening van Nétive en ik wil die inhuurindustrie beter te maken. Er kan nog heel veel geautomatiseerd en verbeterd worden.”

En dat geldt zeker voor de Duitse markt. Ze lopen nog een stap achter op Nederland, maar digitalisering staat daar nu ook hoog op de agenda. Dat komt mede door de coronacrisis. Online meetings waren een paar jaar geleden ondenkbaar, alles moest persoonlijk. Dat is niet meer zo. Digitalisering is inmiddels alom geaccepteerd. En dat geldt ook voor de inhuur van personeel; men kijkt hoe het geautomatiseerd kan worden en welke tools daarvoor zijn.

“Want ook in Duitsland heerst schaarste op de arbeidsmarkt, aan vakmensen, professionals, IT’ers. Dus bedrijven vragen zich af ‘hoe kan ik de personeelsvraag beter distribueren, meer leveranciers aan mijn programma binden en hoe krijg ik mijn openstaande functies beter bezet? Daar liggen kansen voor ons als aanbieder van een neutraal VMS-systeem.”

Middensegment interessante markt

Gemakkelijk is het niet om potentiële klanten te overtuigen, weet Kreugel. “In Duitsland is men wat minder innovatiegedreven dan in Nederland. Duitsers kijken liever de kat uit de boom, zijn wat meer risicomijdend. Je moet dan ook veel uitleggen, het VMS-evangelie overbrengen. Men moet de drempel over worden geholpen. Maar als dat eenmaal lukt, kun je ook snel schakelen. Met name organisaties die al eerder een MSP/VMS-oplossing hebben geaccepteerd, groeien snel door.“

Onze concurrenten richten zich vooral op de corporates, terwijl wij denken dat het middensegment een interessante markt is.
Patrick Tiessen

Volgens Tiessen kiest Nétive nadrukkelijk ook in Duitsland voor een eigen positionering: “Onze concurrenten richten zich vooral op de corporates, terwijl wij denken dat het middensegment een interessante markt is.”

Want dat is nog een onontgonnen gebied. “Er zijn enkele grote Duitse organisaties die de sprong gewaagd hebben naar het werken met MSP/VMS-programma’s, maar met name het middensegment heeft dat nog niet gedaan. Dan heb je het over een heel grote markt van bedrijven met 1.000 tot 5.000 medewerkers. En ik geloof dat Nétive juist in dat segment een grote rol kan spelen.”

Neutrale VMS-aanbieder

Nétive is niet de enige speler op de markt met internationale ambities. Er is in Nederland een hevige consolidatieslag gaande. De grote Nederlandse MSP’s richten zich nadrukkelijk op Europese expansie. “Er zijn nog nooit zoveel consolidaties geweest als de afgelopen twee jaar. Je ziet MSP’s andere MSP’s overnemen, Master Vendors brokers overnemen, consolidaties in de uitzendbranche en ook binnen de VMS-wereld.”

Nétive positioneert zich op die woelige markt nadrukkelijk als neutrale VMS-aanbieder, stelt Tiessen. “Wij hebben een unieke positie omdat wij als een van de weinigen nog echt onafhankelijk zijn. Dat is een groot voordeel. De klant kan met neutrale software ook naar een andere partij overstappen. De opdrachtgever voert dan zelf de regie en zit niet door de software vast aan een bepaalde MSP. Die boodschap moeten wij ook op de Duitse markt goed overbrengen.”

Kiezen voor onafhankelijkheid

Nétive richt zich zowel op partners (MSP’s) als directe klanten. Op de Duitse markt ziet Kreugel een gunstige trend voor Nétive. “Voorheen vroegen opdrachtgevers hun MSP’s om advies over het VMS, het afgelopen jaar zie je dat ook Duitse bedrijven naast een aanvraag voor een MSP ook zelf een aanvraag voor een VMS doen. Juist omdat zij de flexibiliteit willen hebben om van MSP te kunnen wisselen kiezen steeds meer bedrijven voor een neutrale VMS-leverancier. Die verhouding is nu fifty-fifty; de helft kiest voor MSP-contract met daarin een VMS, de andere helft sluit een contract met een VMS-leverancier zelf. Omdat zij onafhankelijk willen zijn.”

Een ontwikkeling die je overigens ook in Nederland ziet, stelt Tiessen. “Sommige opdrachtgevers willen die flexibiliteit en laten in het contract met een MSP vastleggen dat zij de software kunnen overnemen. Zij willen de data en tooling kunnen meenemen naar een eventuele volgende MSP.”

Je verkoopt geen broodjes ham/kaas. Dit zijn langdurige trajecten. Het kiezen voor een VMS is een grote beslissing die impact heeft op de hele organisatie.
– Ronald Kreugel

Uitdager op de markt

Voor Tiessen geldt dat hij tevreden is over Nétive’s missie in Duitsland als er ‘een mooie mix komt van directe klanten en partners, waaronder MSP’s die zelf de markt op gaan met onze software’. “Als we per land zeven partners krijgen die zo’n 10 programma’s live hebben, dan heb je een mooie basis.”

Tiessen verwacht overigens wel dat drie tot vijf jaar duurt voordat Nétive een stevige voet aan de Duitse grond krijgt. Ronald Kreugel ziet volop kansen voor Nétive, maar tempert eveneens de verwachting van snel succes. “Je moet realistisch zijn. Je verkoopt geen broodjes ham/kaas. Dit zijn langdurige trajecten. Het kiezen voor een VMS is een grote beslissing die impact heeft op de hele organisatie. Daar komt veel bij kijken, alle stakeholders moeten aan boord zijn, dan volgt de implementatie en het change management proces.”

Daarbij komt dat er al concurrenten op de Duitse markt actief zijn, stelt Kreugel. “Grote organisaties werken veel met SAP, Duitsland is het thuisland van het VMS-systeem SAP Fieldglass. Maar ik denk dat wij als vernieuwende, flexibele speler een mooie uitdager zijn op die markt.”

Nétive wil zich van die grotere concurrenten onderscheiden door de partners (MSP’s) meer flexibiliteit te bieden. Een soort self service, legt Tiessen uit: “Wij hanteren een partnerstrategie, maar hebben ook tooling ontwikkeld waarmee MSP’s zelfstandig nieuwe programma’s voor klanten kunnen configureren en implementeren. Ons uitgangspunt is dat je niet moet wachten op je VMS-leverancier voor het aansluiten van een klant. Een VMS mag nooit een remmende factor zijn.”

Kreugel vult aan: “Nogmaals, het zijn langdurige beslistrajecten, maar het komt uiteindelijk op snelheid aan. Op het moment dat een beslissing is genomen, moet het gisteren al klaar zijn. De klassieke VMS-aanbieders hanteren vaak een implementatieproces van drie tot zes maanden, maar dat is niet meer van deze tijd. Dat moet echt sneller.”


MSP-onderzoeksrapport editie 2022/23

ZiPconomy heeft samen met zijn Belgische tegenhanger NextConomy het MSP onderzoeksrapport editie 2022/23 gepubliceerd. Hierin staat alles over de actuele wereld van Managed Service Providers (MSP’s) in Nederland en België. Een must voor organisaties die (her)overwegen een MSP in te schakelen voor de inhuur van externen. Het rapport is gratis te downloaden of als hardcopy te bestellen.

Lees ook: MSP onderzoeksrapport: alle ins en outs over de MSP-markt in Nederland en België


 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | Laat een reactie achter

Sam Smith gaat EMEA tak Magnit leiden

Magnit (voorheen Brainnet) heeft Sam Smith – voorheen werkzaam bij Kelly Services – aangetrokken om alle activiteiten in de EMEA regio van het bedrijf te gaan leiden. Een rol die voorheen ingevuld werd door de eerder vertrokken Tjebbe van Oostenbruggen.

“Sam’s enorme ervaring in de sector maakt haar de perfecte kandidaat om de EMEA-activiteiten van Magnit te leiden nu we aan ons volgende hoofdstuk beginnen”, zegt Kevin Akeroyd, CEO van Magnit. “Ze deelt de visie van Magnit op de evolutie van werk en beschikt over de ervaring, passie en leiderschapsvaardigheden om die visie uit te voeren. Sam’s expertise en unieke invalshoek zullen Magnit‘s geïntegreerde workforce management platform helpen de flexibele arbeidsmarkt wereldwijd te transformeren en te moderniseren.”

Smith, die haar carrière begon als werktuigbouwkundig ingenieur bij de Royal Airforce (RAF), is in de afgelopen 25 jaar uitgegroeid tot een autoriteit in de flexibele arbeidsmarkt. Voordat ze bij Magnit kwam, werkte Smith acht jaar bij Kelly Services, meest recentelijk als vicepresident en managing director voor KellyOCG EMEA. Ze heeft veel kennis van het in groten getale aannemen van werknemers, kent de supply chain issues waarmee de markt te maken heeft en is zich bewust van de uitdagingen waar flexibele werknemers dagelijks mee te maken hebben.

Ik weet één ding zeker: de markt is toe aan een transformatie

Ik heb het altijd belangrijk gevonden om direct tot de kern van de zaak te komen en ik ben van plan precies dat te doen in mijn rol bij Magnit. Ik ken deze markt van beide kanten”, zegt Sam Smith. “Ik heb fruitverpakkers naar de magazijnvloer gereden en samengewerkt met leiders van ‘s werelds meest bekende merken. En één ding weet ik zeker: deze markt is toe aan een transformatie nu we een nieuw tijdperk van werken ingaan. Ik geloof dat het toonaangevende platform van Magnit hieraan gaat bijdragen. Onze combinatie van moderne software, bewezen expertise en hoogwaardige kennis, in combinatie met een toekomstgerichte aanpak, zal een katalysator zijn in de evolutie van flexibel personeelsmanagement. Ik kijk ernaar uit om hier leiding aan te geven.”

Rebranding

De aankondiging van Smiths nieuwe rol volgt op de recentelijke rebranding van het bedrijf. De nieuwe naam van het bedrijf, Magnit, maakt deel uit van een groter geheel dat laat zien dat het bedrijf zich inzet voor een nieuw tijdperk van werk. De nieuwe naam gaat gepaard met een pay-off – The Evolution of Work™ – die verwijst naar de missie van het bedrijf om elke werknemer en organisatie wereldwijd in staat te stellen uitzonderlijk werk te leveren.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | Laat een reactie achter

Wim Davidse: “Werkenden willen geen wellness maar bestness”

“Maak je borst maar nat”, was de boodschap van keynotespreker Wim Davidse aan de I-ZO-leden op de ledenbijeenkomst in juni. “De arbeidsmarktkrapte houdt voorlopig nog niet op, we zijn begonnen aan de radicale jaren ’20.” De aanwezige leden, te gast bij Yacht in Utrecht, lieten zich aandachtig bijpraten door deze flex-expert over de arbeidsmarkt van vandaag en morgen, de ongekende personeelskrapte en vooral over de weg uit deze malaise.

Recordkrapte op de arbeidsmarkt

De cijfers liegen er niet om, laat Davidse zien in zijn presentatie. “Wij zitten nu op een arbeidsmarkt die niet meer zo krap is geweest sinds begin jaren ’70. We hebben nu in alle 35 de arbeidsmarktregio’s weer een krappe arbeidsmarkt en in 15 van die regio’s een zeer krappe arbeidsmarkt. Dat betekent dat je daar gemiddeld minstens 4 vacatures voor een kandidaat hebt.”

Werkgevers worden anno 2022 gek van de personeelskrapte, stelt Davidse, het staat nu met stip op 1 van de lijst waarvan ze wakker liggen. “Dus als wij als bemiddelaars dat probleem voor ze kunnen oplossen, hebben we goud in handen.”

Mismatches alom

En wat doen opdrachtgevers en bemiddelaars nu als een reactie op die krapte: ze creëren nog meer vacatures. In het laatste kwartaal zelfs 420.000 extra. Een heilloze weg, schetst Davidse, want “op die vacatures komen wel kandidaten, maar het zijn er te weinig en het zijn de verkeerde. We hebben te maken met een skillsmismatch, een verlanglijstjesmismatch en een leeftijdsmismatch.”

Teveel nadruk op controle en compliance

In Nederland zijn op dit moment 9,5 miljoen werkenden, vertelt Davidse. Die werken in 12 beroepsgroepen. Maar als je de verdeling goed bekijkt, blijkt dat we niet goed bezig zijn: het aantal mensen dat produceert, stagneert of loopt terug terwijl er steeds meer mensen controleren op compliance en wet- en regelgeving; die groep is ontploft. Op een supperkrappe arbeidsmarkt is dat niet handig.

Externe flexschil stabiel

Vanwege de krapte en ingewikkelde regelgeving willen werkgevers de flexschil afbouwen en hun mensen bij zich houden, blijkt uit het recentste TNO-onderzoek in opdracht van de ABU. Als je dieper inzoomt op het onderzoek, dan bedoelen ze vooral hun interne flexschil, zegt Davidse, met eigen tijdelijke contracten, oproepkrachten en invalkrachten. De externe flexschil houden ze redelijk stabiel. In combinatie met de groeiende werkgelegenheid zorgt dat  voor een groeiende flexmarkt. De omzet van die totale markt was ruim 37 miljard euro in 2021, in 2022 komen we acht tot tien procent hoger uit.

Werkende wil Money en meaning

2022 word voor het eerst het jaar van de werkende, blijkt volgens Davidse uit allerlei internationale onderzoeken. Het is dus belangrijker dan ooit om te weten wat die werkende precies wil. “En dan word ik toch een beetje chagrijnig van dat gedoe in Den Haag, zelfs van het Borstlap-rapport”, zegt Davidse. ”Want er is niet één keer gevraagd aan werkenden en werkzoekenden in Nederland: “Wat wil jij nou?”

Dat zijn eigenlijk twee hoofdzaken, blijkt ook uit onderzoek: ‘Money’ en ‘Meaning’, en niet het ene of het andere. De allerbelangrijkste reden om te blijven of te vertrekken is: ‘word ik eerlijk en goed betaald?’ Daarnaast willen mensen graag regelruimte hebben. En dat is wat heel veel werkenden in Nederland niet meer ervaren. Dat speelt bijvoorbeeld heel erg in de zorg, waar de druk van de administratieve lasten enorm is. Dat blijkt in die sector ook een van de belangrijkste motieven van werkenden in loondienst om zzp’er te worden.

Piramide van Maslow

Eigenlijk hebben we hier dus gewoon te maken met de piramide van Maslow, concludeert Davidse. Als consument en als werkende willen mensen eigenlijk hetzelfde: vrijheid, waardering en ontplooiing. Ze willen zich veilig voelen, erbij horen, waardering krijgen en iets doen waarvan ze een goed gevoel krijgen; iets dat ertoe doet.

Werkgevers in Nederland doen het dan duidelijk op veel fronten niet goed, zegt Davidse. Uit onderzoek blijkt dat 1 op de 7 medewerkers energie krijgt van zijn werk. Maar 5 op de 7 ‘heeft er geen last van’ en 1 op de 7 zit hoogstwaarschijnlijk ‘in de sabotage’. De genieters geven aan de zes ‘treden van de piramide’ een gemiddelde score van 7,5  (groene balkjes), de niet-genieters geven al die behoeften gemiddeld een 4 (rode balkjes).

Geen personeelstekort maar een organisatietekort

De enige manier om uit de impasse van de krapte te komen, is omdenken, zo zegt Davidse. Hij citeert daarbij de kop van een column van Marcel Levi: “We hebben geen personeelstekort, maar een organisatietekort”. “Werkgevers noemen goed-opgeleide mensen ‘verwend’”, zegt Davidse, maar dan zeg ik: “Nee, ze zijn veel gewend, dat is iets anders”. Mensen willen niet meer wellness, ze willen bestness. Ze willen empowerment op alle fronten.”

Als je goed met de Maslow-piramide werkt en je mensen weet te kietelen, dan presteren ze beter, stelt Davidse. “Dat blijkt ook uit allerlei onderzoeken: hoe hoger ze scoren op alle stappen van de piramide, hoe productiever ze zijn. En ook hoe collegialer, innovatiever, flexibeler, en betrokkener. Dus precies zoals je ze hebben wil. Het grote verschil tussen een engaged en een niet-engaged medewerker wordt voor 70% bepaald door de direct-leidinggevende, blijkt volgens Davidse ook nog uit onderzoek.

Beroepsbevolking blijft krimpen

Davidse blikt nog even vooruit op de toekomst tot 2050. Die ziet er weinig rooskleurig uit voor de ontwikkeling van de beroepsbevolking: “In de hele wereld gaat de totale beroepsbevolking nog groeien, maar bij ons krimpt die tot 2025 al met 3%. We hebben dus geen economische groei nodig om snel vast te lopen. Ook migratie biedt geen oplossing, Oost-Europa heeft bijvoorbeeld zijn eigen mensen keihard nodig.”

“Onze bevolking groeit waarschijnlijk nog van 17, 5 miljoen naar 19, 5 miljoen, en die groei wordt volledig veroorzaakt door 75-plussers. De potentiële beroepsbevolking stagneert vanaf nu zo ongeveer op zo’n 13,5 miljoen.”

“In de radicale jaren ’20 stopt het, we kunnen niet nog even een blik opentrekken. Daarom moeten we goed nadenken over de mensen die er zijn: hoe halen en houden we die op de arbeidsmarkt, en dan ook nog zo productief mogelijk.”

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , , , | Laat een reactie achter

Wat u op Prinsjesdag 2022 eigenlijk had moeten horen

Vorig jaar spendeerde ik een klein fortuin, uit eigen zak, aan een dubbele pagina in de best gelezen Nederlandse dagbladen – met daarin een alternatieve troonrede. Dat wat we eigenlijk hadden moeten (of willen) horen. Misschien kan je je hem nog herinneren, en anders kun je hier je geheugen nog even opfrissen. Die campagne was een rechtstreekse handreiking naar politiek Den Haag, een uitnodiging om constructief met elkaar in gesprek te gaan. Simpelweg omdat ik, en velen met mij, denken een oplossing te hebben voor de impasse waarin we als maatschappij verkeren. En die dit jaar alleen nog maar erger geworden is.

Helaas is ‘men’ daar in Den Haag niet echt op mijn uitnodiging ingegaan. Ja, ik werd gevraagd langs te komen op het Ministerie Van Sociale Zaken. Voor de vorm. Ze luisterden niet eens naar mijn verhaal, ik kreeg in anderhalf uur één bakje slappe koffie en daarna stond ik weer buiten met de boodschap: “Laat maar los, wij hebben een beter plan, komt goed”. Ik heb – uiteraard – nooit meer wat gehoord.

Realistischer, eerlijker, slimmer, oplossingsgerichter

Maar: even terug naar waar het om gaat. Die troonrede van gisteren. En wat ik daarvan vind. Of hoe ik hem graag had willen horen. Of: hoe ik hem had gebracht als ik het voor het zeggen had.

Net als vorig jaar, ging die van gisteren natuurlijk (weer) nergens over. Of beter: had-ie een stuk realistischer kunnen zijn. En eerlijker. En slimmer. En oplossingsgerichter.

Net als vorig jaar, had-ie weer niet alleen gericht moeten zijn aan ‘De Leden Van De Staten Generaal’. Maar juist (weer) aan: mijn buurman. En aan de juf, de flitsbezorger, de slager, de pompbediende, de agent, de verpleegster, de boeren en de fietsenmaker. Aan alle gepensioneerden. Aan iedereen die noodgedwongen aan de zijlijn moet staan. En aan alle andere mensen die er in het afgelopen jaar bijgekomen zijn en die – door wat voor omstandigheden dan ook – in ons land willen wonen en verblijven.

Maar ook aan alle mensen die zich ook steeds meer zorgen maken over hun welvaart, om hun welzijn, om hun welbevinden. En die gisteren afgescheept zijn met een zogenaamd koopkrachtpakket van ’wel’ 16 miljard. Dat is 904 euro en 11 cent per Nederlander per jaar – ik heb kennissen die dat alleen al aan gas, water en licht moeten betalen tegenwoordig. Per maand, hé?

Goed, terug naar de troonrede – daar waren we gebleven. Dat was een lange zit gisteren, niet? Een klein uur lang moeten luisteren naar een hoop zalvende en stichtelijke woorden. Bemoedigend soms, zelfs. Her en der klonk er zelfs ook wat empathie in door, als ik me niet heb vergist.

Niet zo gek, natuurlijk – je zult als Koning in deze tijden maar je onderdanen moeten toespreken. Dan kun je het nog in zulke mooie woorden laten gieten, je ontkomt er niet aan om het beestje bij de naam te noemen: het meest gebruikte woord in 2022 is – nu al – het woord ‘crisis’. Spoiler-alert: ook in deze tekst.

En nee, ik zou niet graag in de brogues staan van Willem-Alexander. Ook hij lepelt natuurlijk alleen maar op wat er op het Haagsche pluche de afgelopen weken allemaal bedacht is om de totale ontwrichting van onze maatschappij, onze economie en van ons welzijn met een beetje hoop over de bühne te brengen en de mensen in elk geval nog het gevoel te geven dat er licht is aan het eind van de tunnel. Terwijl-ie vorig jaar van de speechschrijvers nog moest beweren dat er van het demissionaire kabinet niet teveel verwacht mocht worden, maar dat het volgende kabinet toch echt met grote en nieuwe keuzes voor de lange termijn zou komen.

Beetje unheimisch moet zoiets voelen, denk ik. Gaat toch verder dan een leugentje om bestwil, en hij heeft al zoveel aan zijn hoofd – ik wil niet weten wat hij straks moet betalen aan zijn energieleverancier met al die paleizen.

Crisis na crisis: het nieuws lijkt nergens anders meer over te gaan

Maar: ‘crisis’ – daar waren we gebleven. Laten we het rijtje nog even aflopen. En ze dan ook allemaal écht bij de naam noemen. Zitten jullie, of staan jullie? Hou je vast.

Er is een koopkrachtcrisis.
Er is een asielzoekerscrisis.
Er is een stikstofcrisis.
Er is een woningcrisis.
Er is een voedselcrisis.
Er is een energiecrisis.
Er is een pensioencrisis.
Er is een klimaatcrisis.
Er is een inflatiecrisis.

En ook het debacle met de ‘toeslagen’ loopt nog steeds. Ondanks dat er 26 mensen op dit dossier bij Jeugdzorg schijnen te zitten, zijn er van de 1900 uit huis geplaatste kinderen nog steeds 1888 zoek. Het werd vorig jaar nog een ‘affaire’ genoemd, maar volgens mij is dat ook een crisis.

En ook in de zorg hebben we, ondanks meer dan twee jaar van pijnlijke leerpunten, de boel nog totaal niet op orde – ik wil niet weten hoe komende winter Covid onze maatschappij en de economie wéér finaal gaat ondergraven. En ons nog verder het putje in duwt.

Over al die crises hebben we het afgelopen jaar, en zeker de laatste maanden, elke dag weer kunnen lezen: het nieuws lijkt nergens anders meer over te gaan.

Boeren die met trekkers de snelweg opgaan. Artsen Zonder Grenzen die in eigen land moeten worden ingevlogen om nieuwkomers die niet naar binnen kunnen van de grond te rapen, terwijl Rutte vanuit z’n ivoren toren zegt dat het “om je voor te schamen is”. Dat klopt, maar wie is die ‘je’ dan?

Ouders die de post niet meer open durven te maken en en masse op de afgrond van de schuldsanering afrennen – of ze nu willen of niet. Die krijgen straks te maken met de schuldenindustrie, en geloof me: daar kom je nooit meer van af. Haaien zijn het, met de exorbitante boetes en rentepercentages die ze buiten het systeem om opleggen (en het zijn echt niet meer alleen die armsten die het haasje zijn).

Starters op de woningmarkt die maar niet starten, niet van hun plek kunnen komen en tot ver na hun 30ste bij papa en mama thuis moeten wonen. Vaak met een mooi papiertje op zak dankzij de studiefinanciering. Overigens: één van meest verkeerd gebruikte woorden in de Nederlandse taal want het is natuurlijk gewoon een keiharde studieschuld.

Tachtigduizend vacatures in de zorg die niet in te vullen zijn, huisartsen die zich ziek moeten melden door een onmenselijke werkdruk en wachtlijsten in de GGZ die je met een goed Nederlands woord alleen maar totaal gestoord kunt noemen – over 3 jaar bezwijken we collectief aan al onze zorgen die steeds groter worden en waar we straks met niemand meer professioneel over kunnen praten.

Er wordt gezegd dat het economisch zo goed gaat met Nederland. Want de hoge inflatie en gasprijzen komen de staat wel goed uit. Maar om eerlijk te zijn: ik merk er niks van. En u volgens mij u ook niet. Het kan zijn dat de ambtenaren en ministers dat allemaal niet zo voelen, maar dat heb je met elke maand een zeker inkomen met bijbehorend luxe loonstrookje.

Het huidige kabinet gaat de werkelijke problemen waarvan deze crises slechts symptomen zijn, echt niet bij de wortel aanpakken

Ze leven in een andere werkelijkheid, waarin de waarheid slechts één kabinetsperiode actueel is, maar die feitelijk een veel duurzamere, een veel ingrijpendere en veel meer decennia-overstijgende manier van denken nodig heeft om er ooit nog uit te komen. Die waarheid is in werkelijkheid namelijk harder dan hard.

Ons land is failliet. Economisch. Sociaal. Mentaal.

En: moreel. Want ook het huidige kabinet gaat de werkelijke problemen waarvan deze crises slechts symptomen zijn, echt niet bij de wortel aanpakken.

Toegegeven. Het minimumloon gaat omhoog (en daarmee de uitkeringen ook). Maar: dat is slechts 10% en geldt pas vanaf januari. Tegen de tijd dat we januari ongeschonden bereikt hebben, is de inflatie al verdubbeld en die 10% dus alweer verwaarloosbaar.

Maar die verlaging van de eerste schijf van de inkomstenbelasting dan? Juist, daar zit hem nu juist de crux. Dat gaat over de eerste schijf, dus over de laagste inkomens. Daar is heus wel iets te halen, maar: procentueel gezien schiet het natuurlijk vele malen meer op als je juist meer belasting heft op gebruik, bezit en vermogen. Je moet het geld immers daar halen, waar het zit.

En nee: tariefverhoging in Box 3, die schiet niet zoveel op. Dat levert de schatkist volgend jaar slechts een symbolische 100 miljoen euro op (en de komende jaren nog eens 200 miljoen) – een gotspe natuurlijk als je je bedenkt dat in Nederland ongeveer 10% van de mensen zo’n 70% (!) van het totale vermogen onderling mag verdelen. Ja, lees het nog maar eens goed: één-tiende van de Nederlanders heeft meer dan twee-derde van het totale bezit in handen.

De overdrachtsbelasting die omhoog gaat? De vennootschapsbelasting die 4% stijgt? Allemaal pleisters. Had natuurlijk al lang een keer moeten gebeuren. Net als die ‘mijnbouwheffing’ (had u ooit van dat woord gehoord?). Die opeens omhoog gaat zodat energiebedrijven meer belasting moeten betalen op de winning van olie en gas. Ik begrijp nu wel dat Shell en ExxonMobil de NAM willen verkopen. Twee miljard euro regelen we daarmee voor ons noodpakket, terwijl juist in de afgelopen jaren die energiebedrijven als een dolle hebben lopen graaien. Gemiste kans, en ja: fijn. Dat we er nu in elk geval iets aan gaan doen.

En nu we het daar toch over hebben, over die energiebedrijven, en dat onzinnige voorstel om hun overwinsten terug te geven aan de burger? Ik had tot nu toe ook van het woord ‘overwinsten’ nog nooit gehoord, om eerlijk te zijn. Je maakt winst, en dat is logisch. En fair. Als onderneming, en als maatschappij, draai je daar op. Daar ben je helder over, dat is al normaal sinds grote economen als Keynes het Marxisme onderuit schopten. Dat staat ook in je boeken, in je cijfers, in je administratie. Daar ben je open over, want als ondernemer heb je winst nodig om te investeren in – ik noem maar wat – innovatie. Bijvoorbeeld.

Mensen die zich willen onttrekken aan de huidige ratrace van hun loonslavenbestaan, en lekker willen gaan ZZP’en, autonoom, zelfstandig en onder eigen regie (gelijk hebben ze) weer financieel ontmoedigd worden

Maar: ‘overwinsten’? Wie bepaalt wat overwinsten zijn, eigenlijk? Tot 2 jaar geleden was Eneco – om maar iets te noemen- nog gewoon eigendom van heel veel Nederlandse gemeenten, en had deze discussie nooit gespeeld. Lang leve de privatisering, waar voornamelijk oud-ambtenaren nog even hun zakken kunnen vullen in de veilige private markt.

Vergeet ik er nog één? Vast. Sterker nog, ik zal er nog wel een hele hoop vergeten.

Maar de versnelde afbouw van de zelfstandigenaftrek, dat is er nog wel eentje om te benoemen. Mensen die zich willen onttrekken aan de huidige ratrace van hun loonslavenbestaan, en lekker willen gaan ZZP’en, autonoom, zelfstandig en onder eigen regie (gelijk hebben ze) weer financieel ontmoedigd worden. Terwijl dat, juist dat, niet de reden was dat ze zijn gaan ZZP’en. Sterker nog: zij waren juist bezig een oplossing te vinden daar waar die ook gezocht moet worden: in de manier waarop we over arbeid, over werk denken.

De crisis op de arbeidsmarkt is misschien wel de meest verborgen crisis van het moment

Want over de grootste crisis die ons de komende jaren te wachten staat, wordt nog steeds met geen woord gerept: de crisis op de arbeidsmarkt.

Nee niet de arbeidsmarktkrapte. Dat is geen crisis, dat is gezond. Daarmee komen we eindelijk af van ‘zombie- en bullshitbanen’, zodat een baan ook echt iets waardevols betekent. Voor de mensen die ze willen invullen. En: voor de samenleving.

Ok wat voor crisis dan? Crisis op de arbeidsmarkt? Dat was nu juist toch net nog het enige dat wél goed gaat in Nederland?

Nou, eigenlijk niet. De crisis op de arbeidsmarkt is misschien wel de meest verborgen crisis van het moment. Want na 120 jaar op dezelfde manier over werk gedacht te hebben, zullen we er nu echt eens op een andere manier naar moeten gaan kijken. En met andere oplossingen gaan komen. En snel ook. Doen we dat niet, dan loopt de boel keihard vast.

Honderdtwintig jaar? Ja, honderdtwintig jaar. Zo lang baseren we onze arbeidswetgeving al op een wetje dat ook destijds al in het leven werd geroepen om werkloosheid ‘even snel’ tegen te gaan. Ook in 2022, heeft men in Den Haag nog steeds maar één doel: ‘een optimale economische ontwikkeling met een onzelfstandige beroepsbevolking’, net als 120 jaar geleden. En dat terwijl de tijden toch echt veranderd zijn – om nog maar te zwijgen van de mensen.

Zeg nou zelf: ben jij nog bezig met ‘life time employment’? Hoeveel mensen heb jij nog in je omgeving die 25 jaar voor één en dezelfde baas werken?

Onze ouders deden dat misschien, maar die hadden een ander belang, die leefden in een andere tijd. Er moest een land dat in puin lag na de oorlog weer worden opgebouwd. Onze ouders werkten in eerste instantie voor het geld, wij konden het doen om het werk zelf (en daarna pas voor het geld) en de nieuwe generaties zijn nog veel minder bezig met geld – die willen vooral ook iets bijdragen aan een betere wereld.

Waar je tot 10 jaar geleden als student nog dolgraag stage wilde lopen bij een grote corporate om van daaruit uit ontdekt te worden als ‘High Potential’ en tot aan je graf door alle managementlagen begeleidt te worden, begint de gemiddelde student nu liever een start-up. Al tijdens de studie, hé?

Niemand is meer bezig met een baan voor het leven. Zelfs een balletdanser wordt op zijn of haar 24e al voorbereid op een toekomst zónder podium en wat voor balletdansers geldt, geldt voor elk fysiek of geestelijk zwaar beroep. Hebben we niet allemaal het recht om op een gezonde manier te genieten van ons pensioen..

En werk vormt nu eenmaal een heel groot deel van ons bestaan, van ons ‘zijn’ van onze identiteit. Werk -vooral leuk werk- zorgt ervoor dat je groeit, dat je ontwikkelt, dat je ergens onderdeel van bent. Werk zorgt voor sociale interactie, voor zelfrespect, voor persoonlijke ontwikkeling. En uiteraard zorgt het voor brood op de plank, liefst een beetje leuk belegd. Het zorgt ervoor dat je leuke dingen kunt doen, kunt leren, kunt genieten – het liefst ook met een beetje zicht op een rustige, welverdiende oude dag, zonder de stress of je dan nog wel rond kunt komen en een betaalbaar dak boven je hoofd hebt.

Maar de werkelijkheid is anders. Tallozen onder ons gaan van dag naar dag, durven niet eens aan later te denken, en zijn al blij als ze het einde van de maand weer halen zonder rood te staan. Er is stress, er is angst, er heerst onzekerheid.

Het aantal burn-outs zegt genoeg: we kruipen al naar de 20% van alle werknemers in Nederland. Dat is één vijfde!

Daarbij, nog eens één (ander) vijfde haalt hun pensioen niet eens, omdat ze niet tijdig zijn omgeschoold en om medische redenen uitvallen. We kunnen alleen maar raden wat dat betekent voor de kosten van zorg. De werkelijke kosten van deze zieke situatie lopen in de miljarden, schat ik. Neem alleen al de bedragen die er naar juristen en advocaten gaan, als er bijvoorbeeld gesteggeld moet gaan worden over weggaan of blijven – in die zin is het Nederlands arbeidsrecht natuurlijk ook pervers georganiseerd.

Er zitten miljoenen mensen klemvast, in een vreselijke tang

Denk even mee: wie kent er niet iemand die maar blijft hangen in een baan die niet meer bij hem of haar past en die tot ongezonde situaties leidt, zowel voor werkgever als werknemer? Hoeveel mensen zitten er niet vast in een uitzichtloze situatie, simpelweg omdat ze geen ontslag kúnnen nemen? Want ontslag nemen betekent: geen uitkering. Geen eten, geen dak, geen kleding voor de kinderen en een pensioengat: geen appeltje voor de dorst als aanvulling op je aow-tje, straks.

Er zitten miljoenen mensen klemvast, in een vreselijke tang. Een catch-22 waaruit het onmogelijk is te ontsnappen. Of om simpelweg een gezonde en vrije keuze te kunnen maken. Met z’n allen houden we elkaar in een volstrekt onnodige wurggreep, die maatschappelijk verstrekkende gevolgen heeft. Immers: onze behoeften, dromen, wensen en ambities zijn sterk veranderd, en de manier waarop onze levens lopen (of we ze zelf vormgeven) ook. Maar de overheid behandelt ons nog steeds als een stel arbeiders aan een lopende band die van loonzakje naar loonzakje werken.

En nee: ook die overheid doet het ongetwijfeld niet expres, allemaal. Aan de intenties ligt het niet, daar ben ik van overtuigd. Ze heeft een ondankbare taak ook, laten we dat vooral niet vergeten. Ga er maar aan staan – als ongetwijfeld bevlogen bewindsman of -vrouw – om je in die Haagse slangenkuil te storten, en langzaam maar zeker je idealen ingeruild zien te worden voor pragmatisme, realisme, onderhandelingstactieken, wisselgeld, vage belangen van nog vagere stakeholders en de druk van verkiezingsvoorspellingen.

Zij liever dan ik.

Maar toch: de afgelopen drie decennia hebben we als maatschappij niet stil gestaan, maar heeft ‘de’ overheid wél zitten slapen. Ze nam de democratie en de rechtsstaat voor lief (en wij ook) en onze alertheid op misstanden nam af – of we ‘frame-den’ ze naar ‘incidenten’ of ‘affaires’.

We leefden in de waan van de dag in relatieve onbezorgdheid en lieten de arbeidsmarkt en ons stelsel van sociale zekerheid versloffen. En verstoffen.

Maar: ons kapitalistische systeem is kapot. Het werkte misschien toen het grootste deel van de samenleving er beter van werd – maar inmiddels worden de boeren, de middenstanders en steeds meer andere mensen ook geraakt door het graaien van de rijken.

In de miljoenennota van gisteren wordt arbeid zoals altijd wéér het zwaarste belast, in plaats van datgene dat veel logischer zou zijn: Vermogen. Gebruik. En bezit. Je zou bijna kunnen zeggen: de overheid maakt het steeds onaantrekkelijker om überhaupt nog te (willen) werken.

We moeten rigoureus anders gaan denken over werk

In zo’n wereld wil ik niet leven, jullie wel?

We kunnen dat alleen oplossen als we rigoureus anders gaan denken over werk. En de arbeidsmarkt niet meer als een markt zien – dat zorgt er namelijk voor dat er inmiddels meer verdiend wordt áán arbeid dan met arbeid.

Het is belangrijk dat we gaan denken vanuit het belang van de werknemer, eerder dan vanuit het belang van de werkgever – een werkgever wil winst maken, een werknemer wil groeien. Tussen beiden moet een gezond evenwicht mogelijk zijn.

Daarvoor moeten we arbeid in een groter filosofisch, historisch, sociaal en economisch perspectief zetten waarbij we niet meer streven naar baanzekerheid, maar naar inkomenszekerheid.

Daar staat het: in één zin. In één regel. En ja, zo simpel is het echt.

Ga maar na: als iedereen zijn of haar hele leven verzekerd zou zijn van inkomen, van een baan die écht bij hem of haar past, zonder vast te zitten aan complexe contracten en ingewikkelde regelgeving uit het jaar nul (om precies te zijn het jaar 1907), dan gaat de wereld er een stuk mooier op worden. Dan staan werkgevers en werknemers niet meer tegenover elkaar, maar halen ze samen het beste uít elkaar. Dan gaan we werken vanuit respect en vertrouwen, naar en voor elkaar. Dan is iedereen continue, zijn of haar hele loopbaan lang, alleen maar bezig de beste (werkende) versie van zichzelf te worden en zijn of haar talenten daar in te zetten waar werkgevers die het beste kunnen gebruiken.

Utopisch? Te mooi om waar te zijn? Nee hoor, verre van. In veel gevallen gebeurt dit zelfs eigenlijk al, maar we zien het niet. Of we zien het grotere plaatje niet. Kan niet, bestaat niet’, heb ik inmiddels geleerd in al die jaren dat ik hier al van droom en elke dag mijn bed weer voor uitkom. En nee, ik ben geen politicus. Verre van. Sterker nog: ik ben ondernemer. Dus: ik heb echt niet overal alle antwoorden op. Maar toevallig weet ik wél wat van de arbeidsmarkt. En denk ik dat juist daar een groot deel van de (hele) oplossing zit.

De oplossing zit ‘m alleen niet in mij. Niet in mij alleen. Niet in één iemand, in één bedrijf dat het wel even fixed. De oplossing zit sowieso in samenwerking, in het collectief in plaats van het individu. Dat was vroeger zo, dat is nu nog zo en dat zal altijd zo blijven: in je eentje ben je tenslotte nergens.

Het huidige monopolie van versoberde en selectieve sociale zekerheid moet vervangen worden door een systeem dat een rechtvaardig perspectief op bestaanszekerheid biedt

In die zin was het een machtig mooie ervaring dat er vanuit ondernemend Nederland tenminste wél gereageerd werd op mijn alternatieve troonrede van vorig jaar. Door talloze mensen die niet langer willen (af)wachten, maar gewoon: dóórpakken.

Ook zij delen de visie dat het omslagpunt is bereikt, en dat de arbeidsmarkt toe is aan een revolutie. Ze onderschrijven dat er nieuwe keuzes gemaakt moeten worden, dat het huidige monopolie van versoberde en selectieve sociale zekerheid vervangen moet worden door een systeem dat een rechtvaardig perspectief op bestaanszekerheid biedt. In plaats van een systeem van 120 jaar oud dat ons gevangen houdt.

Wie nu al meedoen? Het zijn er teveel om allemaal op te sommen, maar een aantal wil ik wel bij naam genoemd hebben.

Neem nou Roos Wouters van de Werkvereniging of Paulien Osse van de WageIndicator , die al jaren vergeefs de hoofden van beleidsmakers uit de polder proberen te trekken. Maar die vooral – samen met mij geloven – in fatsoenlijke, humane en betaalbare oplossingen.

Maar ook opleiders als Salta Groep Academie Werkend Leren en GoodHabitz klopten aan de deur en sloten aan.

Of verzekeraars als AIG en ABN Amro – ik heb ze graag achter me staan.

Nog meer? Zeker!

De Fast Forward Groep en Arbodienstverlener GOED , bijvoorbeeld die – heel innovatief – met de data van de Intelligence Group de juiste beslissingen helpen nemen op de juiste momenten. Ze zien allemaal dat een duurzaam model op de arbeidsmarkt blijft liggen. En ze hebben me geholpen om een systeem te ontwikkelen waarin de uitgangspunten van het vaste contract weer de norm kan worden, maar dan anders. Een vast contract die er voor iedereen is, die van resources kapitaal maakt.

Want ook een huis vervangen we niet wanneer de voordeur piept, waarom doen we dat met mensen dan wel? Waarom denken we dat werkgevers gemotiveerd zijn om mensen in vaste dienst te nemen als het risico op doorbetaling bij ziekte twee tot drie jaar is? En waarom investeren we niet preventief in kansrijke banen, met een duidelijke blik op de toekomst waarin we nu eenmaal niet aan robotisering en verregaande automatisering ontkomen?

Samen met iedereen die zich inmiddels aangesloten heeft (en iedereen die zich na deze publicatie ongetwijfeld ook nog gaat aansluiten), gaat De Werkgever organisaties helpen om alle werkenden een vast contract met inkomenszekerheid te geven.

Niks doen is geen optie meer

Dat doen we met een nieuwe coöperatie die het huidige systeem eindelijk een halt toeroept, en er een beter alternatief naast zet. Beter voor werkgevers, beter voor werknemers, en beter voor de samenleving. Beter voor u, beter voor mij. En uiteindelijk beter voor een eerlijke verdeling van welvaart. En van: geluk.

Door deel te nemen aan deze nieuwe coöperatie, als organisatie of als werkende, gunnen we elkaar inkomenszekerheid zonder de contractvorm leidend te laten zijn.

En omdat we zelf risicodragend zijn voor de werknemersverzekeringen kunnen we met eigen fondsen in onszelf blijven investeren. In onze ontwikkeling, in onze persoonlijke groei, in onze kansen op de arbeidsmarkt, in ons werkgeluk en daarmee in een gelukkigere en evenwichtigere samenleving.

Als coöperatie helpen we organisaties goed en gezond werkgeverschap te faciliteren en werknemers te creëren die zich makkelijker kunnen aanpassen aan veranderende omstandigheden in een dikwijls onvoorspelbare wereld. Dat kan met gemak tot aan je pensioen, en ja: ook als je een zogeheten ‘afstand tot de arbeidsmarkt hebt’ – wat ik overigens altijd al een vreselijke uitdrukking heb gevonden. En kun je niet werken door ziekte? Ook dan ben je goed verzekerd tot je pensioen.

Samen gaan we de verantwoordelijkheid nemen met en voor werkenden én organisaties. Samen gaan we organisaties faciliteren om wendbaar te blijven in een veranderende wereld. Door te durven investeren in innovatie en groei te gunste van ons allemaal, maar vooral: preventief investeren in werkenden zodat ze een loopbaan ook volhouden. Met behoud van hun autonomie, en van regie.

Dat doen we door als coöperatie met elkaar het risico te dragen bij ziekte en werkloosheid, en ja: die rekensommen zijn allemaal al gemaakt. Het kost niet meer dan hoe we het nu doen, maar het levert ons allemaal veel meer op.

Ik heb mezelf het afgelopen jaar – net zoals het jaar daarvoor – wéér de vraag gesteld: “In wat voor een land wil ik wonen, werken en leven?”

Het antwoord daarop is niet veranderd: in een land waarin iedereen gelijke kansen heeft en zelf de regie heeft over zijn of haar loopbaan en inkomsten.

In een land waar welvaart eerlijker verdeeld wordt.

In een land waar niet de waan van de dag de dienst uitmaakt, maar een realistische en positieve blik op de toekomst.

Daar zijn we nog (steeds) niet. Maar: niks doen is geen optie meer. En daarom gaan we in het eerste kwartaal van 2023 beginnen. Linksom. Of rechtsom.

Wil je meedoen, je aansluiten, een bijdrage leveren, meer weten?

Bel me: 0614443331  Of mail me: belgraver@verloning.nl

Edward Belgraver

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , | Laat een reactie achter

Miljoenennota en de zelfstandigen. De maatregelen en de reacties.

Prinsjesdag brengt niet veel goeds voor zzp’ers. In de troonrede van koning Willem-Alexander, werd het woord zelfstandigen of zzp’ers niet genoemd, maar uit de Miljoenennota blijkt dat er verschillende maatregelen genomen worden, waardoor het inkomen terugloopt. Niet alleen de zelfstandigenaftrek wordt versneld versoberd, ook de FOR (fiscale oudedagreserve) verdwijnt  net als de middelingsregeling.

Het kabinet gaat de zelfstandigenaftrek versneld afbouwen en verder verlagen naar 900 euro. In het coalitieakkoord is afgesproken om de zelfstandigenaftrek vanaf 2023 met stappen van 650 euro (inclusief basispad, de laatste twee jaar in stappen van 605 euro) verder terug te brengen tot 1200 euro in 2030. Bij het versneld afbouwen wordt de zelfstandigenaftrek al in 2026 teruggebracht tot 1200 euro en in 2027 verder verlaagd naar 900 euro.

Het kabinet wil zo de verschillen in belasting die werknemers in loondienst betalen ten opzichte van zelfstandigen, kleiner maken. De zelfstandigenaftrek was echter altijd een compensatie voor het ondernemersrisico dat een zelfstandige liep. Bij ziekte, faillissement of gebrek aan klanten, is er immers geen overheidsvangnet.

Boze brancheorganisaties

De brancheverenigingen voor zelfstandigen zijn dan ook niet blij met de Prinsjesdagplannen. De Vereniging Zelfstandigen Nederland (VZN) spreekt over een ‘koopkrachtverslechtering voor een grote groep Nederlanders’.

VZN-voorzitter Christel van de Ven: “Dit kabinet zet zelfstandigen wederom op achterstand. Na de zeer gebrekkige coronasteun voor deze groep ondernemers, worden ze nu opnieuw geraakt. Deze versnelde en verdere afbouw van de zelfstandigenaftrek is in strijd met het coalitieakkoord, toch ‘het contract’ met de maatschappij. Dat is een klap in hun gezicht.”

Het Platform Zelfstandige Ondernemers reageert in vergelijkbare bewoordingen. “Het is verbijsterend dat de zelfstandigenaftrek met zevenmijlslaarzen wordt afgebouwd naar 900 in 2027”, aldus PZO-directeur Margreet Drijvers.

Verrassing

“Dat de FOR afgeschaft wordt, komt niet geheel onverwacht”, zo zegt Van de Ven tegen ZiPconomy. “Dit speelt al sinds de voorjaarsnota. Ze zouden gaan ‘kijken’ naar de FOR, dan weet je wel wat dat betekent. Dat de middelingsregeling ook verdwijnt, was een verrassing.”

Bij de FOR reserveren ondernemers in de boekhouding een deel van hun winst. Over dat deel wordt nu geen belasting geheven, maar op latere leeftijd wel. De FOR komt vrij bij pensionering of stoppen met de onderneming. Dan moet alsnog de belasting betaald worden, maar in sommige gevallen is die lager omdat een bijna-gepensioneerde soms al minder uren werkt en dus in een andere belastingschaal valt.

Bij de middelingsregeling gaat het om ondernemers die drie jaar op rij een flink wisselend inkomen hebben, bijvoorbeeld omdat ze ziek waren of net zijn begonnen. Het inkomen wordt op verzoek over drie jaar gemiddeld.

“Los van de financiële consequenties. Er is helemaal geen visie op de plek van zelfstandigen in de maatschappij en geen visie op de vraag wanneer iemand zelfstandig is”, zo zegt Van de Ven.

Onzekerheid

“Deze miljoenennota is erg ingestoken op de vraag waar geld te vinden is om de koopkracht van andere mensen te verbeteren. Er wordt geld afgepakt van de zelfstandigen. Mogelijk komt een deel via een hogere arbeidskorting weer terug, maar dat weten we nu nog niet.”

In de miljoenennota staat dat de versnelde afbouw van de zelfstandigenaftrek het kabinet in 2023 al 173 miljoen euro oplevert, een jaar later is dat 345 miljoen euro, in 2025 518 miljoen euro en in 2026 688 miljoen euro.

“Het kabinet moet echt meer oog hebben voor de micro-ondernemers die een waardevolle bijdrage leveren aan onze economie,” meent Margreet Drijvers van PZO. Werken voor zelfstandigen met een laag verdienvermogen loont zo niet, constateert ze. “Met de inperking van de fiscale faciliteiten waarmee het kabinet beoogt te bereiken dat er meer balans ontstaat tussen vast en flexibel werk, slaat het kabinet dan ook flink de plank mis.”

Daar komt nog bij dat de inflatie torenhoog is, waardoor ook zelfstandigen het moeilijk hebben. Juist nu deze maatregelen nemen, is extra pijnlijk, aldus VZN. “De groep ondernemers die het treft, zijn niet rijk. Ook zij hebben veel last van gestegen kosten van inkoop en levensonderhoud. Dit kabinet schat de bijdrage van deze groep ondernemers niet op waarde.”


“Het kabinet heeft weinig oog voor het verdienvermogen van zelfstandig ondernemers, terwijl de rekeningen van alle plannen wel betaald moet worden”, zo reageert Stef Witteveen (VvDN – de brancheorganisatie van detacheerders – en Uniforce) in de ZiPtalk podcast over de kabinetsplannen. Hij mist bovenal de innovatie in het denken over de arbeidsmarkt. Daarbij vertelt hij meer over hoe VvDN, samen met Bovib, IZO, RIM, ABU en NBBU optrekt in de gesprekken met Den Haag.


Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags , , , | Laat een reactie achter