Werkvereniging daagt Staat voor rechter wegens discriminatie bij coronasteun Geplaatst 4 januari 2022 door ZiPredactie Sinds de laatste lockdown kwam er een nieuw steunpakket van de overheid, met onder meer een verruiming van de Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW). Getroffen werkgevers ontvangen daardoor een tegemoetkoming in de loonkosten van hun werknemers met een contract voor onbepaalde tijd. Van Tozo naar Bbz Voor ondernemers (met en zonder personeel) werd geen nieuwe regeling opgetuigd. Het kabinet eindigde op 1 oktober de Tozo-regeling voor zelfstandig ondernemers. In plaats daarvan hoeven ondernemers aan iets minder eisen te voldoen om bijzondere bijstand (Bbz) aan te vragen. Anders dan bij de Tozo, kijkt de gemeente bij de Bbz ook naar de levensvatbaarheid van de onderneming. Vooral voor kleinere gemeenten is de uitvoering van deze regeling lastig, blijkt uit de eerste ervaringen van zzp’ers. Kloof tussen vast en flex Volgens de Werkvereniging is het onderscheid dat de overheid maakt tussen steun aan werkenden in loondienst en aan andere werkenden ronduit discriminerend. Bovendien vergroot dit alleen maar de kloof tussen vast en flex, “Het kabinet heeft de commissie-Borstlap advies gevraagd over scheefgroei op de arbeidsmarkt. Het moest meer gelijk worden getrokken, maar nu wordt de meest beschermde groep weer ontzien en krijgt de minst beschermde groep veredelde bijstand. Dat is niet uit te leggen”, aldus Roos Wouters in het FD. Ongelijke behandeling op basis van contractvorm De Werkvereniging wil daarom een rechtszaak aanspannen tegen de Staat, een suggestie die Mathijs Bouman eerder deed in een column. Roos Wouters: “We trekken deze rechtszaak breder dan de zzp’er of een bepaalde getroffen sector. De ongelijke behandeling bestaat volgens ons uit het onderscheid dat het kabinet maakt op basis van de contractvorm: Waarom doet je contractvorm ertoe bij de bepaling of en hoeveel steun je krijgt als je allemaal op last van overheid moet stoppen met het uitoefenen van je werk? Dit heeft niets met ondernemersrisico te maken. Bovendien wordt de noodsteun van ons aller belastinggeld betaald.” Inkomensongelijkheid werknemers en ondernemers Volgens de Werkvereniging worden werknemers door de NOW-regeling vrijwel volledig ontzien, en staat dat in schril contrast met de steun die aan andere werkenden wordt geboden: “Werknemers mogen niet ontslagen worden, ze krijgen geen deeltijd-ww zoals bij eerdere crises gebruikelijk was en ze kunnen rekenen op een inkomen tot drie keer modaal (ruim een ton per jaar). Voor ondernemers (met en zonder personeel) wordt geen nieuwe regeling opgetuigd. Als ze al in aanmerking komen voor noodsteun (Tozo) dan is deze steun gebaseerd op een versoepelde versie van de bijstand die onder de participatiewet valt. Hun inkomen wordt aangevuld tot bijstandsniveau, zo’n 12.000 per jaar voor alleenstaanden en 18.000 per jaar voor een gezin. En de voorwaarden zijn, sinds het eerste noodsteunpakket, alleen maar aangescherpt.“ Crowdfunding Omdat de Werkvereniging niet over de financiële middelen beschikt om deze rechtszaak te bekostigen, is ze een crowdfunding-campagne gestart (zie hier) Geplaatst in ZP en Politiek | Tags bbz, tozo, WerkVereniging | 3s Reacties
CDA’ers Van Gennip en Van Rij op portefeuille arbeidsmarkt en zzp Geplaatst 3 januari 2022 door Hugo-Jan Ruts Karien van Gennip is de beoogde nieuwe Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Marnix van Rij wordt de staatssecretaris Fiscaliteit en daarmee onder meer verantwoordelijk voor de handhaving op schijnzelfstandigheid. Beiden zijn lid van het CDA. Van Gennip: de bestuurder Met Van Gennip (1968) komt voor het eerst een vrouw op de positie van Minister van Sociale Zaken. Van Gennip staat niet direct bekend als een inhoudsexpert op dit dossier. Ze was staatssecretaris van Economische zaken in de kabinetten-Balkenende II en III, in een tijd dat de positie van de zelfstandig ondernemer nog niet echt politieke aandacht kreeg. Na haar periode in het kabinet was ze kort lid van de Tweede Kamer. In 2008 verliet ze de Kamer voor een functie bij ING en sinds vorig jaar is zij bestuursvoorzitter bij zorgverzekeraar VGZ. Voor haar politieke carrière werkte ze onder andere bij adviesbureau McKinsey. Daarmee wordt ze de eerste minister op dit ministerie met een stevige bedrijfsleven achtergrond. Van Rij: de expert Van Rij (1960) is bij uitstek juist wel een inhoudsdeskundige. Hij studeerde Nederlands recht en belastingrecht in Leiden. Na een wethouderschap in Wassenaar werd Van Rij in 1994 senior-belastingconsultant bij Ernst & Young. Tussen 1998 en 2019 was hij daar senior partner. Zowel in 1999 als in 2021 was hij kort interim partijvoorzitter van het CDA. Van Rij was ook voorzitter van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs, de beroepsvereniging van belastingadviseurs. Tussen 2015 tot 2019 was Van Rij lid van de Eerste Kamer, onder andere als woordvoerder fiscale zaken. Hij toonde zich in 2016 kritisch over de invoering van de Wet DBA. In het debat met verantwoordelijk staatssecretaris Wiebes liet Van Rij weten dat hij betwijfelde of het afschaffen van de VAR nodig was om beter te kunnen handhaven op schijnzelfstandigheid. Daarnaast zag hij liever eerst een samenhangende arbeidsmarktvisie van het kabinet, voordat er met de Wet DBA op een deelgebied een verandering in gang gezet werd. Met de belofte dat er een expertpanel werd ingesteld, stemde het CDA toch in met de Wet DBA, waar een partij als D66 zich ondertussen tegen de wet had gekeerd. Dat expertpanel, onder leiding van Professor Boot, kwam eind 2016 overigens met een kritische beoordeling. Niet veel later belandde de wet de facto in de ijskast met het invoeren van een handhavingsmoratorium in afwachting van nieuwe wetgeving. Het is het kabinet Rutte III niet gelukt om met een nieuwe wet te komen. Zo belandt dit dossier na ruim vijf jaar terug op het bureau van Van Rij. Regeerakkoord weinig concreet Juist rond het onderwerp van die Wet DBA is het nieuwe regeerakkoord nog tamelijk vaag. “Schijnzelfstandigheid wordt tegengegaan door betere publiekrechtelijke handhaving in het geval van het vermoeden van werknemerschap”, zo staat in dat akkoord. Daarbij “kan” een “verdere ontwikkeling van een webmodule bijdragen aan het vooraf verkrijgen van zekerheid voor zzp-ers over de aard van de arbeidsrelatie.” Of het nieuwe kabinet hier nu wel of niet eerst bestaande regels wil aanpassen, is vooralsnog niet duidelijk. De VVD heeft in een reactie op het regeerakkoord alvast laten weten dat er eerst meer duidelijkheid voor zelfstandigen moet komen voordat verdere handhaving opgestart kan worden. Verschillen Een ‘open’ regeerakkoord geeft de twee CDA’ers mogelijk de nodige ruimte om met een eigen visie te komen. Tegelijkertijd kunnen we constateren dat juist op het punt van de Wet DBA en de plek van de zelfstandigen die visie tussen het CDA en de VVD/D66 stevig verschilt. Waar het CDA (en CU) zich flink verbonden heeft met onder meer het ‘werknemer tenzij’ principe van de Commissie Borstlap (een CDA’er), had D66 in haar verkiezingsprogramma opgenomen dat er “minder druk op de juridische kwalificatie van de arbeidsrelatie (moet komen), waardoor de keuze van de werkende in welke arbeidsrelatie hij wil werken meer centraal kan staan.” VVD pleit al langer voor een aparte rechtspositie van zzp’ers. Een aangenomen Kamermotie die het kabinet opdraagt om dat te regelen, kreeg juist geen steun van het CDA en de CU. Wie wordt de ‘trekker’? Met de komst van een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor alle zelfstandigen en de forse afbouw van de zelfstandigenaftrek zijn twee grote politieke hobbels rond het zzp- dossier genomen. Wat overblijft is de ‘kwalificatie-vraag’, oftewel wanneer mag er nu wel en niet iemand ingehuurd worden als zzp’er? Het kabinet zal snel duidelijk moeten maken wat nu precies de volgorde wordt. Eerst handhaven of toch nieuwe regels? Wat is de positie van de webmodule? Komt er een aanpak per sector? En wie neemt hier het initiatief? Neemt Van Gennip dit mee als onderdeel van de hervorming van de arbeidsmarkt? Of pakt Van Rij – net als zijn voorgang Wiebes – het initiatief? En laat de nieuwe VDD minister van Economische Zaken, Micky Adriaansens, nog van zich horen in deze discussie? Geplaatst in ZP en Politiek | Tags formatie2021, Rutte IV, Van Gennip, Van Rij, Webmodule | Laat een reactie achter
Waarom veel platformen in de flexbranche falen en hoe je de meest voorkomende valkuilen omzeilt Geplaatst 3 januari 2022 door Wout Withagen De potentie van online platformen in de flex- en uitzendbranche kán enorm zijn. Dat las je al in mijn vorige artikel voor ZiPconomy. Voor een specifiek type klussen bieden platformen namelijk een betere uitkomst dan het traditionele uitzendproces. Een belangrijke kanttekening daarbij: platformen vervangen de offline business in de flexbranche nooit volledig. Er zijn gelukkig volop situaties waarin de menselijke factor (persoonlijk contact via een deskundige bemiddelaar) altijd de beste optie is. Je moet digitale platformen dus vooral zien als een aanvulling op jouw bestaande dienstverlening. Het is een kwestie van onderzoek doen, valideren en experimenteren om te achterhalen óf en hoe een online platform past bij jouw plan. Het laten slagen van een online platform is een vak apart. En om het nog iets ingewikkelder te maken: er is niet één winnende formule. Wel zie ik dat áls platformen in deze branche falen, dat vaak op dezelfde drie punten gebeurt. Namelijk: dat organisaties het spannend vinden risico te nemen, dat ze niet weten waar te beginnen met het activeren van hun platform, en dat ze te snel grijpen naar dure, ingewikkelde IT als de oplossing van alles. In dit blog vertel ik je hoe je deze valkuilen voor online platformen in de flexbranche omzeilt. Valkuil 1: Durf kansen te pakken en accepteer de risico’s Het opstarten van een platform vraagt om guts. Je wisselt je manier van werken namelijk (deels) in voor een online toekomst waarvan je nog niet 100% zeker weet dat die zal slagen. Wil je de kansen die er zijn optimaal benutten, dan accepteer je de (onderbouwde) risico’s. In ons boek ‘Bouw een succesvolle online marktplaats’ vertellen Joost en ik meer over hoe je omgaat met risico’s die bij het opstarten van elk platform komen kijken. Hieronder geef ik je er alvast een aantal mee. ● Start je vanuit een bestaand bedrijf? Ben dan bereid (een deel) van je eigen markt te kannibaliseren. YoungOnes UK deed dat ook bij StudentJob, op het vlak van dagklussen met een korte inwerktijd voor het Verenigd Koninkrijk. Door de krachten te bundelen, doet YoungOnes nu dus ook succesvol haar intrede op de Britse markt. ● Grip op de centen? Dit speciale marktplaats P&L, alvast door ons ingevuld voor een fictieve businesscase, helpt je op weg. Heb je behoefte aan nét iets meer zicht op de zaak? Dan is het werken met verschillende scenario’s van de begroting een goede optie. In ons boek lees je hier nog meer over. ● Geen concurrentie = geen goed signaal. Heb je een supergoed plan waarvoor helemaal geen concurrentie is? Krab je nog eens achter de oren en ga na hoe dat komt. Is er al iets vergelijkbaars geweest en had dat geen succes? Onderzoek waar dat aan lag en bepaal of jouw idee wel of geen potentie heeft. Zo niet? Lekker laten gaan. ● Wet- en regelgeving: De flex- en uitzendbranche is streng gereguleerd, en ook platformen zullen, terecht, steeds meer gereguleerd worden. Neem jij het risico om ondanks onduidelijkheden in de wet- en regelgeving op de trein te stappen of wacht je af? Mijn advies is: stap nu in en vaar op je eigen morele kompas. Als je het nu niet doet, ben je misschien te laat. Valkuil 2: Disbalans vraag en aanbod Bij deze valkuil staat het kip- of ei-verhaal centraal. Bij een digitaal platform komen altijd minimaal twee partijen samen. Voor de flexbranche betekent dat concreet dat je enerzijds te maken hebt met de aanbodkant die bestaat uit werk- en opdrachtgevers en anderzijds met de vraagkant die bestaat uit werkzoekenden en freelancers. Een belangrijke vraag is dan: welke van de twee activeer je eerst? Bij online platformen draait alles wat je doet – écht alles – om het maken van de juiste match. Je platform kan alleen slagen als je waarde toevoegt (en blijft toevoegen) voor zowel vragers als aanbieders. En hier zie ik het dus vaak misgaan. Hoe zorg je nu dat je je platform start met een goede balans? Mijn advies: begin met het werven en onboarden van werkzoekenden en/of freelancers. Zij zijn vaak best bereid even te wachten tot er daadwerkelijk een klus voor hen voorbij komt. Voor werk- en opdrachtgevers ligt dat anders. Waarschijnlijk is er – zeker gezien de huidige markt – werk genoeg. Werk- en opdrachtgevers haak je dus zo aan. Aan de andere kant is de urgentie bij hen vaak groter: ik heb NU iemand nodig. Doordat je met deze benadering al een pool aan flexwerkers beschikbaar hebt voordat je opdrachtgevers gaat ‘werven’, lukt het je direct voor een match te zorgen en voorkom je teleurstelling. Toen we klusplatform Werkspot ontwikkelden, pakten we het ook op deze manier aan. We belden vakmannen op het moment dat er een verzoek voor een klus binnenkwam. Zij waren in die tijd maar wát blij met een opdracht. Valkuil 3: Verzanden in ingewikkelde IT-oplossingen Wat je idee ook is: kickstart snel en valideer je idee zo simpel mogelijk in de markt. Gebruik desnoods een simpele Excel-sheet en match je vragers en aanbieders met de hand. Om te valideren heb je (bijna) niets nodig (en zeker geen dure, ingewikkelde IT-systemen), en kun je morgen beginnen. Als blijkt dat het werkt, kun je alsnog snel schalen door te kiezen voor een manier van automatiseren die goed bij jouw plan past. Een kleine sidenote: verloning bij uitzenden en payroll zorgt vaak voor complexe administratieve processen. Hoe los je dat op in je online platform? Sluit aan de achterkant aan op wat je al hebt en focus je aan de voorkant op het maken van de match. Als je platform een schot in de roos blijkt te zijn, kun je er altijd nog voor kiezen je processen anders of slimmer aan elkaar te knopen. Let op: is je platform een succes, zorg dan dat je de op termijn technische skills en kennis ‘owned’. Daarmee bedoel ik dat je zelf professionals én de kennis in huis hebt die het platform kunnen managen, aanpassen of ombouwen als dat nodig is, in plaats van dat je dit extern belegt. Anders dan bij een offline uitzend- of bemiddelingsbureau, waar IT slechts een middel is, staat IT en tech centraal in je platform business. Voor het succesvol maken en houden van je online platform moet je steeds aan de verschillende knoppen kunnen draaien. Zo houd je de vraag- en aanbodzijde van je platform in balans. Zonder de juiste technische kennis en skills in huis ben je niet flexibel genoeg en zal je platform uiteindelijk stranden. Het juiste team van professionals om je heen verzamelen, is dus een basisvoorwaarde voor ieder (in potentie) succesvol platform. Wout Withagen is directeur van Freshheads. Samen met Joost Gielen (founder van Werkspot.nl) schreef hij het boek ‘Bouw een succesvolle online marktplaats’, dat vorig jaar verscheen. Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags freshheads, platform, platformeconomie, Platformen | Laat een reactie achter