Modern werkgeversgezag: Brussel presenteert criteria voor werkgeverschap in de platformeconomie Geplaatst 9 december 2021 door Claartje Vogel Zzp’ers die werken via apps zoals Uber en Deliveroo moeten automatisch dezelfde rechten krijgen als werkenden in loondienst. Dat geldt ongeacht wat in hun contract staat. Lidstaten moeten zorgen dat deze platformwerkers recht hebben op zaken zoals ontslagbescherming, sociale zekerheid en minimumloon. Platformbedrijven die met echte zzp’ers werken moeten kunnen bewijzen dat er geen sprake is van een afhankelijkheidsrelatie. De bewijslast ligt bij het platform. Dat staat in een EU-ontwerprichtlijn, te lezen op de politieke nieuwswebsite Politico. Nadat de Europese Commissie de richtlijn heeft besproken, gaat hij ter beoordeling naar de 27 lidstaten en het Europees Parlement. Als de richtlijn wordt aangenomen, moeten de lidstaten die binnen twee jaar omzetten in hun eigen wetgeving. Criteria voor werkgeverschap Een platform is werkgever als de arbeidsrelatie in de praktijk voldoet aan twee of meer van de volgende criteria: Het platform bepaalt de beloning van de werkende Het platform stelt eisen aan het uiterlijk van de werkende (hij moet bijvoorbeeld een uniform dragen) Het platform monitort de prestaties van de werkende via digitale middelen Het platform bepaalt de werktijden Het platform beperkt de mogelijkheden van de werkende om voor anderen te werken. Met deze definitie sluit de Commissie aan op een uitspraak van de rechtbank Den Haag. Die oordeelde in september dat taxi-app Uber zijn chauffeurs in dienst moet nemen, omdat zij rijden onder ‘modern werkgeversgezag’ via de app. De werkende is daarbij afhankelijk van het systeem: de app bepaalt werktijden en beloning, platformwerkers kunnen niet onderhandelen over tarieven en voorwaarden. Dit is bijvoorbeeld zo bij Uber en Deliveroo. Niets te vrezen In het Financieele Dagblad (FD) zegt Niels Arntz van werkplatform Temper dat hij niets te vrezen heeft van de nieuwe richtlijn. Temper gebruikt namelijk geen algoritme, het is niets meer dan een digitaal prikbord voor opdrachten. Het is aan de lidstaten van de Europese Unie zelf hoe zij de richtlijn omzetten in eigen arbeidswetgeving. Menselijk toezicht op het algoritme In de EU-richtlijn staat ook dat het bedrijf zijn medewerkers inzicht moet geven in de werking van het algoritme. Hoe houdt de app prestaties bij en welke gevolgen heeft dat? Op basis waarvan krijgt iemand een klus? Hoe berekent het algoritme de verdiensten? Daarnaast moet er ‘een vorm van menselijk toezicht’ op de werking van algoritmes komen. Platformexpert Martijn Arets organiseerde in 2019 al een discussie over zo’n ‘algoritme accountant’. Lees hier meer. Arets begrijpt dat de Commissie toezicht wil op algoritmes, maar twijfelt aan de uitvoerbaarheid. “Een algoritme is voor velen een mysterieuze blackbox en dat zorgt voor wantrouwen”, legt hij uit. “Ik ben dus voor toezicht en verplichte uitleg, dat maakt gebruikers minder afhankelijk van het algoritme. Maar controle kost tijd en geld. Is het eerlijk om in regeldruk onderscheid te maken tussen digitale en niet-digitale bedrijven?” Is dit de oplossing? Arets noemt de EU-richtlijn ‘een zwaktebod’. “De huidige regels zijn niet duidelijk genoeg, dus komt Brussel met een pleister”, zegt hij. “Het zou niet uitmaken bij wie de bewijslast ligt als de criteria voor werknemerschap helder zouden zijn.” Hij mist een bredere discussie over de arbeidsmarkt. “Jammer, want fundamentele vragen over werkgeluk en algoritmisch management blijven onbeantwoord. De Commissie gaat er vanuit dat een dienstverband wenselijk is, maar dat is maar de vraag.” Universitair hoofddocent arbeidsrecht Hanneke Bennaars (Universiteit van Amsterdam) is het daarmee eens. “Het is bovendien niet zo dat platformwerkers de enige werkenden zijn met problemen op de arbeidsmarkt. Waarom wel extra regels voor Uber-chauffeurs en niet voor zzp’ers die via TCA werken? Waarom wel bescherming voor fietskoeriers van Deliveroo en niet voor postbezorgers van PostNL of DHL?” Te weinig bescherming en te weinig ruimte voor ondernemerschap Ze is wel blij dat de EU zich bemoeit met de platformeconomie. “Op dit moment is er niet alleen te weinig bescherming voor sommige werkenden, maar ook te weinig ruimte om zelfstandig te ondernemen”, zegt ze. “Platformen zijn meestal in meerdere lidstaten actief, dus het lijkt logisch dat Europa zich in deze discussie mengt.” De Europese Commissie schat dat als de richtlijn wordt aangenomen, ruim 4,1 miljoen platformwerkers een dienstverband krijgen en er minstens 121 euro per jaar op vooruitgaan. De Commissie verwacht dat dit de werkenden ten goede komt, vooral platformwerkers die nu minder dan het minimumloon verdienen. Deliveroo: negatieve gevolgen Platformbedrijven waarschuwen juist dat deze nieuwe richtlijn leidt tot banenverlies. De vereniging van bezorgplatformen Delivery Platforms Europe laat met een eigen studie zien dat veel koeriers niet op een dienstverband zitten te wachten. De nieuwe richtlijn zou de koeriers zelfs ‘volledig ontmoedigen’ om te werken. “Voorbeelden uit de hele wereld tonen duidelijk aan dat de herclassificatie van riders niet alleen negatieve gevolgen heeft voor de riders zelf, maar ook voor de consumenten, restaurants en lokale economie”, zegt een woordvoerder van Deliveroo tegen ZiPconomy. “Deze voorstellen vergroten de onzekerheid en zijn meer in het voordeel van juristen dan van de zelfstandige platformwerkers. […] De gevolgen van de voorstellen zullen voor alle platforms anders zijn en we zullen de eventuele impact ervan beoordelen.” Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags EU, EU richtlijn platformeconomie, Europa, platform | Laat een reactie achter
Kabinet voelt niets voor nieuwe Tozo, wil zzp’ers liever helpen met heroriëntatie Geplaatst 8 december 2021 door Claartje Vogel Rectificatie: in een eerdere versie van dit artikel stond dat ondernemers voor Bbz geen levensvatbaarheidsplan hoeven in te leveren. Dat klopt niet, er is ook nu een levensvatbaarheidstoets. Hierbij is wel meer ruimte voor maatwerk. Het kabinet eindigde op 1 oktober een deel van het coronasteunpakket, waaronder de Tozo-regeling voor zelfstandig ondernemers. In plaats daarvan hoeven ondernemers aan iets minder eisen te voldoen om bijzondere bijstand (Bbz) aan te vragen. Ze hebben geen vermogenstoets en de gemeente stelt het inkomen vast per kalendermaand in plaats van per boekjaar. Volgens demissionair staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Dennis Wiersma biedt de Bbz meer ruimte voor maatwerk dan de Tozo. Als een ondernemer Bbz aanvraagt, kan een gemeenteambtenaar namelijk met hem in gesprek over de toekomst. Zo kan de ambtenaar suggereren een vaste baan te zoeken of te ondernemen in een andere sector. Wiersma: “Gemeenten zien dat een levensvatbaarheidstoets ingewikkeld en tijdrovend is. Tegelijkertijd zou ik het zonde vinden dat je geen gesprek over heroriëntatie hebt. Wij zeggen dus tegen gemeenten: als je maatwerk moet bieden op je levensvatbaarheidstoets heb je alle ruimte, als je maar daadwerkelijk helpt bij heroriëntatie.” Lees ook: De Tozo stopt. In juli nog 40 duizend aanvragen. Onwenselijk Wiersma: “Openstelling van de Tozo ligt niet voor de hand, gemeenten vinden het bovendien onwenselijk en niet noodzakelijk”, benadrukte Wiersma tijdens het kamerdebat over het economisch steunpakket. “Met de Bbz bieden we zowel financiële steun als specifieke bijstandsregelingen zoals actieve hulp bij heroriëntatie.” De verruimde Bbz geldt tot 1 januari 2022. Wiersma laat na 14 december, als duidelijk wordt of de huidige corona maatregelen verlengd worden, weten of die verruiming verlengd wordt. Lees ook: 10 voorstellen om ondernemers door tweede lockdown heen te loodsen. “Geef meer aandacht aan persoonlijke situatie van de ondernemer zelf.” ‘Oneigenlijk onderscheid’ Tijdens het debat over de coronamaatregelen pleitten linkse oppositiepartijen voor een herinvoering van de Tozo. Zij vinden het oneerlijk dat zelfstandig ondernemers alleen in aanmerking komen voor een vergoeding op bijstandsniveau, terwijl werkgevers opnieuw NOW kunnen aanvragen voor hun medewerkers in loondienst. Bart van Kent (SP) noemt het een ‘oneigenlijk onderscheid’ tussen werknemers en eenpitters. “Voor de één wel een nieuw pakket, voor die ander niet. Bovendien geeft de Bbz zzp’ers geen garantie op steun, de uitvoering verschilt per gemeente.” Motie voor nieuwe Tozo zonder partnertoets In een uitzending van Nieuwsuur noemde Roos Wouters van de Werkvereniging het onderscheid ‘schandalig’. “Dit wordt gewoon uit ieders belastinggeld betaald. Dus is het heel raar om te zeggen: we vinden het alleen de moeite waard om mensen met een vast contract tegemoet te komen die eigenlijk al het minst hebben geleden.” Van Kent dient een motie in voor een nieuwe Tozo, zonder partnertoets. Bij de Bbz telt namelijk ook het inkomen van de partner mee voor de hoogte van de uitkering. De motie wordt gesteund door de Partij van de Arbeid (PvdA), GroenLinks en Denk. Dat kans dat deze motie voldoende steun in de Kamer zal krijgen, lijkt gering. Lees ook: Partnertoets in Tozo moet van de baan Zie ook deze twitter-draad. Daarin zet ZiPconomy hoofdredacteur op basis van CBS cijfers en ABN AMRO onderzoek op een rij hoe groot de impact van corona op zzp’ers is. Die is – zo concludeert hij – groter dan mogelijk lijkt op basis van het beperkt aantal tozo-aanvragen Het kabinet start het economische steunpakket weer op. Maar er komt geen nieuwe TOZO regeling voor zelfstandigen. @Nieuwsuur besteedt daar vanavond aandacht aan. Is het uitblijven van de TOZO een probleem en zo ja hoe groot? Een draadje: pic.twitter.com/uDbigxzvMr — Hugo-Jan Ruts (@hugojanruts) December 7, 2021 Geplaatst in ZP en Politiek | Tags formatie2021, tozo | 3s Reacties
Flexwerkers krijgen meer medezeggenschapsrechten Geplaatst 8 december 2021 door ZiPredactie Om te stemmen voor de ondernemingsraad (OR) moeten werkenden volgens de Wet op de ondernemingsraden (WOR) minstens 6 maanden in dienst zijn bij dezelfde werkgever. Wie zelf OR-lid wil worden, moet minstens 1 jaar in dienst zijn bij deze werkgever. De Kamer behandelde onlangs een wetsvoorstel om beide termijnen in te korten tot 3 maanden. Daardoor zou de OR toegankelijker moeten zijn voor alle werkenden in de organisatie, ook die met kortere of tijdelijke dienstverbanden. Medezeggenschap voor uitzendkrachten Ook uitzendkrachten die langere tijd bij een organisatie werken, krijgen volgens datzelfde voorstel eerder medezeggenschapsrechten. Ze gaan die rechten al opbouwen na 15 maanden, terwijl dat nu pas na 24 maanden is. Na 18 maanden krijgen ze actief en passief kiesrecht bij het bedrijf dat ze inleent. Dat betekent dat ze dan zowel kunnen stemmen voor de OR (actief kiesrecht) als zichzelf verkiesbaar kunnen stellen (passief kiesrecht). Adviezen Commissie Bevordering Medezeggenschap De wijzigingen zijn opgenomen in het wetsvoorstel Verzamelwet SZW 2022. In het wetsvoorstel neemt het ministerie de adviezen over van de Commissie Bevordering Medezeggenschap (CBM) van de Sociaal-Economische Raad (SER). Op verzoek van toenmalig minister Koolmees van SZW keek de CBM in 2019 naar belemmeringen voor werknemers om OR-lid te worden. ‘Maak het OR-werk minder tijdrovend’, en ‘betrek meer flexwerkers bij medezeggenschap’, waren belangrijke aanbevelingen van deze commissie. Flexkrachten ondervertegenwoordigd In een brief aan minister Koolmees schreef de SER hierover: “De SER vindt het belangrijk om intrinsiek gemotiveerde mensen, ook die met kortere dienstverbanden, gelegenheid te bieden aan de or deel te nemen. Een goede afspiegeling in de or van alle werkenden is van groot belang. Daarin zijn jongeren en flexkrachten nu helaas (nog) vaak ondervertegenwoordigd.” Aanpassing Wet op de ondernemingsraden De SER stelde voor om artikel 1 en artikel 6 van de WOR daartoe te wijzigen. Deze aanpassing was eigenlijk niet strikt noodzakelijk. Volgens artikel 6 lid 5 WOR kunnen ondernemingsraden de termijnen voor stemmen of gekozen worden namelijk ook nu al inkorten of verlengen. Alleen wordt daar in de praktijk kennelijk weinig gebruik van gemaakt. Zowel minister Koolmees als de SER oordeelden al in 2018 dat de huidige wettelijke minimumtermijnen in de WOR in de praktijk mogelijk als norm zijn gaan gelden. Deze kiesdrempels zouden flexkrachten kunnen belemmeren in hun betrokkenheid bij en hun deelname aan een ondernemingsraad. Zzp’ers mogen meestemmen in OR Toch zijn er ook bedrijven die een ruimhartiger beleid toepassen. Zo zijn er zelfs ondernemingsraden waarin zzp’ers mogen meestemmen. Volgens een OR Trendonderzoek onder bijna 900 ondernemingsraden in 2017 bleek dat bij 1 op 5 bedrijven het geval te zijn. Inwerkingtreding 1 januari 2022 De Tweede Kamer is op 18 november akkoord gegaan. De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel begin december in behandeling genomen. De bedoeling is dat de wijzigingen per 1 januari 2022 in werking treden. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags ondernemingsraad, ser | Laat een reactie achter
Digitale arbeidsplatformen (voorlopig) vooral voor laaggeschoold werk? Geplaatst 7 december 2021 door ZiPredactie Op het jongste gemeenschappelijk webinar van NextConomy en ZiPconomy was Willem Pieter de Groen, senior onderzoeker bij de denktank CEPS, te gast. Hij bracht een indrukwekkende samenvatting van een beleidsrapport dat hij samen met enkele collega’s voor de Europese Commissie schreef: ‘Digital labour platforms in the EU – Mapping and business models’. Wat zijn DLP’s? Digitale arbeidsplatformen (hierna DLP’s) zijn private internetbedrijven die als intermediair optreden voor individuele of zakelijke consumenten die specifieke diensten nodig hebben. Denk daarbij aan vervoer, bezorging, administratieve werkjes, huishoudelijke klusjes of andere microtaken. Een matching-algoritme plaatst de vraag in het digitale netwerk van aangesloten dienstenleveranciers. Een van hen verleent deze dienst dan ofwel fysiek ofwel digitaal. Let wel, het gaat steeds om losstaande en niet om recurrente vaste engagementen. Data over DLP’s in Europa Het beleidsrapport van CEPS voor de Europese Commissie brengt de status van wel 516 actieve DLP’s in heel Europa glashelder in kaart. De meest dominante spelers, zoals Uber, Uber Eats en Upwork, worden weliswaar uit de Verenigde Staten of andere grote landen aangestuurd. Volgens Willem Pieter de Groen, senior onderzoeker bij CEPS, bevat het rapport een schat aan data over deze platformen, bijvoorbeeld over hun omvang, aantal, omzet, niveau, werkwijze, sector en businessmodel. We onthouden dat het aantal platformen in de voorbije vijf jaar in volume vervijfvoudigde (zie afbeelding 3 b) en dat de services zich ook verder hebben gediversifieerd. Ook het juridisch landschap, de bedrijfsmodellen en de arbeidsvoorwaarden van de DLP’s zijn sinds 2015 nog steeds in volle evolutie. Voor- en nadelen van DLP’s Maar de studie toont ook een delicate en complexe sociale uitdaging aan. Innovatie zorgt immers steeds voor sociale frictie en loopt altijd vooruit op de regulering. DLP’s bieden enerzijds het voordeel dat ze innovatie brengen in de arbeidsmarkt omdat ze extra banen kunnen scheppen doordat ze de transactiekosten en -tijd beperken. Ook zorgen ze voor extra inkomen voor mensen die anders moeilijk toegang hebben tot de arbeidsmarkt. Maar DLP’s positioneren zich anderzijds als een intermediërend technologiebedrijf – zeker niet als een ‘werkgever’ – en ze beschouwen hun dienstenleveranciers als zelfstandige contractanten. Voor de laaggeschoolde mensen die voor deze eenvoudige jobs met elkaar in concurrentie gaan, kan dit leiden tot onzekere arbeidsomstandigheden en extra risico’s. Zelfstandigen hebben op zich al minder sociale bescherming en minder inkomenszekerheid. Deze mensen hebben overigens weinig autonomie want ze worden aangestuurd door een anoniem en niet transparant algoritme dat hen ook nog eens monitort. Ze kunnen vaak niet onderhandelen over hun tarieven en ze hebben nauwelijks een verhaal of een contactpunt bij een fout, een arbeidsongeval of een concreet betalingsconflict. Bij sommige DLP’s moet men zelfs eerst een toegangsrecht betalen of roomt het platform een deel van de inkomsten voor de voltooide taken af. Europa wil platformen reguleren en belasten Europa wil de verdere ontwikkeling van deze platformen zeker faciliteren, maar ook helpen reguleren en fiscaal belasten. De Europese Commissie wil meer rechten voor platformwerkers, en komt woensdag met een Europese richtlijn. De hooggeschoolde freelancers met een autonome en gespecialiseerde dienstverlening kunnen overigens wel voor zichzelf zorgen. Kwantitatief betreft het een relatief kleine groep platformwerkers. Maar via schrijnende voorbeelden in de media en door de rechtszaken her en der krijgt het fenomeen veel aandacht. Er moet iets gebeuren, zoveel is duidelijk. Dit beleidsdocument van CEPS zorgde in ieder geval voor een stevige kennisbasis. Download het rapport Digital labour platforms in the EU – Mapping and business models [PDF, Engels] Meer over de platformeconomie: webinar, podcast en column Over de kansen en mogelijkheden voor en de kritische kanttekeningen van platformen bij de uitzendbranche organiseerde ABU in april 2021 een webinar met Martijn Arets en advocaat Michiel Vergouwen. Lees daarover het verslag: Platformwerk en de bemiddeling van zzp’ers: de (tussen)stand van zaken In de podcastserie ‘Werken aan Nederland’, georganiseerd door de Werkvereniging, besprak Roos Wouters met internationaal platformexpert Martijn Arets de potentiële voor- en nadelen van de platformeconomie voor werkenden. Lees daarover: Potentie en problemen van de platformeconomie In zijn column Drie kansen voor online platformen in de flexbranche geeft Wout Withagen een realitycheck én drie kansen voor online platformen in de flexbranche. Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags platform, platformeconomie, toekomstvanwerk | Laat een reactie achter
Gebrek aan stimuleringsbeleid voor inclusief ondernemerschap: vrouwen, jongeren en 50-plussers nog steeds achtergesteld Geplaatst 7 december 2021 door Claartje Vogel In heel Europa is het voor vrouwen, jongeren en vijftigplussers veel moeilijker om een bedrijf te beginnen. Als zij net zoveel kansen hadden om te ondernemen als 30- tot 49-jarige mannen, zouden er 9 miljoen extra ondernemers zijn in de Europese Unie (EU), blijkt uit het rapport The Missing Entrepreneurs 2021 van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Meer diversiteit en keuzevrijheid in Nederland In Nederland is de diversiteit onder startende ondernemers groter dan in de rest van de EU. De afgelopen vier jaar begonnen meer vrouwen (10% versus 5%), jongeren tussen de 18-30 jaar (17% versus 7%) en vijftigplussers (8% versus 4%) als ondernemer. Bovendien is ondernemen in Nederland vaker een vrije keuze, in plaats van een noodzaak. In Nederland is het percentage zelfstandigen zonder personeel relatief hoog. Vooral Nederlandse vrouwen zijn vaak zzp’er. De stijging van het percentage zelfstandigen komt voornamelijk door de stijging van het aantal zzp’ers die eigen arbeid verkopen, schrijft OESO. In het rapport ‘De zzp’er bestaat wél’ leggen we precies uit hoe het zit met die stijging en de verhouding tussen de verschillende groepen zelfstandigen. Volgens de internationale denktank is in Nederland relatief veel ondersteuning voor specifieke doelgroepen, zoals vrouwen, jongeren en immigranten. Toch zijn ook in Nederland vrouwelijke en oudere ondernemers ondervertegenwoordigd. OESO wijt dat onder andere aan beleid. Zo blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat het Nederlandse vrouwelijke ondernemers minder vaak lukt financiering te krijgen dan mannelijke ondernemers: 37 versus 52 procent. Minder toegang tot financiering In heel Europa hebben jongeren, vrouwen en ouderen minder toegang tot financiering. Ook ontbreekt het hen vaker aan de juiste netwerken en kennis om een bedrijf te beginnen. De economie loopt hierdoor innovatie, ideeën en banen mis, schrijft OESO. “Gebrek aan diversiteit in ondernemerschap is een gemiste kans om werkgelegenheid en groei te creëren in crisistijd”, zegt Yoshiki Takeuchi, vice-secretaris-generaal van de OESO. “Meer financiering, scholing en ondersteuning voor diverse soorten ondernemers is essentieel om gelijke kansen te creëren voor iedereen met de ambitie een eigen bedrijf te beginnen.” Bang om te falen Zo’n 75% van de ‘gemiste ondernemers’ zijn vrouwen, 50% is ouder dan 50 jaar, 12,5% is jonger dan 30 jaar. Terwijl bijna de helft van de universitaire studenten voor zichzelf wil beginnen, deed slechts 5% van alle jongeren (18-30 jaar) dat afgelopen jaren in de praktijk. Ook vrouwen kunnen hulp gebruiken, schrijft de denktank. Tussen 2016 en 2020 was slechts 5% van de Europese vrouwen bezig met het opzetten van een bedrijf, tegenover 8% van de mannen. Vrouwen (47%) zijn vaker bang om te falen als ondernemer dan mannen (40%). Slechts 38% van de vrouwen denkt dat zij genoeg kennis en vaardigheden heeft om te ondernemen. Mannen zijn daar veel zelfverzekerder over: 50% denkt genoeg in huis te hebben om een bedrijf te runnen. Aanbevelingen voor meer diversiteit in ondernemerschap OESO komt met drie aanbevelingen voor lokale overheden: Zorg dat iedereen toegang heeft tot (micro)financiering, ongeacht leeftijd, afkomst en geslacht. Verklein het verschil in kennis en vaardigheden met coaching en trainingen. Help bijvoorbeeld vrouwelijk ondernemers hun zelfvertrouwen te vergroten. Zoek oplossingen om vooroordelen uit te bannen. Voor vrouwen, immigranten, jongeren, senioren en werklozen blijken onbewuste vooroordelen bij bijvoorbeeld toekenning van steun namelijk nog steeds een groot obstakel om te beginnen als zelfstandige. Meer weten over de diversiteit van zzp’ers in Nederland? Lees het rapport: ‘De zzp’er bestaat wél’. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags cijfers, Diversiteit, Europa, freelance, internationaal, oeso, zzp | Laat een reactie achter
PvdA en Groenlinks : ‘Vast werk wordt de norm’ Geplaatst 6 december 2021 door ZiPredactie In hun Progressief Oppositieakkoord kondigen PvdA en Groenlinks aan een nieuwe politieke weg in te gaan. “Tegen de tijdgeest van versplintering in, zetten wij een volgende stap in onze samenwerking.” In het 18 pagina tellend document krijgt de arbeidsmarkt niet overdreven veel aandacht. “Zo’n 3 miljoen mensen, waarvan een groot deel jongeren, hebben nauwelijks een vangnet, of werken geen vast aantal uren. Bijna 900.000 mensen werken rondom het minimumloon en/of op wegwerpcontracten. Ze verdienen niet genoeg om een gezin te onderhouden en staan als eerste op straat als het economisch tegenzit.” Zo stellen de partijen. Wegwerpcontracten verboden “Wie werkt, verdient een fatsoenlijk salaris en bescherming tegen ziekte of pech. Daarbij hoort een substantiële verhoging van het minimumloon, de AOW en de bijstand. Vast werk, met bescherming tegen ontslag en steun bij ziekte, wordt de norm. Wegwerpcontracten worden verboden.” Niets over zzp’ers Hoe dat verder concreet te maken, staat niet te lezen in dit hoofdlijnendocument. Ook bijvoorbeeld niet hoe de partijen aankijken tegen een onderwerp als een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers. Daar zijn beide partijen overigens wel voorstander van, zo bleek uit hun verkiezingsprogramma. De term zzp’er, of varianten daarvan, komen we in het document trouwens sowieso niet tegen. Zo ook niet over andere onderwerpen aangaande de (flexibele) arbeidsmarkt. Inkomensongelijkheid verminderen De partijen willen wel een hogere winstbelasting voor grote bedrijven, een progressieve vermogensbelasting, minder inkomstenbelasting voor lage- en middeninkomens en een strenge aanpak van belastingontwijking. Daarmee moet de ongelijkheid fors afnemen. “Werken loont meer dan beleggen en speculeren”, is voor de partijen een doelstelling voor 2030. Publieke sector aantrekkelijker Verder willen de twee partijen dat werknemers in de publieke sector meer salaris en meer waardering krijgen, en meer collega’s. “Werken voor de publieke zaak moet aantrekkelijker worden gemaakt.” Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags arbeidsongeschiktheidsverzekering, formatie2021, Groenlinks, PvdA, sociale zekerheid | 1 Reactie