Herstel uitzendbranche zwakt iets af. Forse terugval in technische sector Geplaatst 23 maart 2021 door ZiPredactie Na een fors herstel in januari liggen de groeicijfers in de uitzendmarkt in de maand februari wat lager. Dat komt vooral door een forse daling in de technische sector, Dat laten de laatste cijfers van de ABU zien. Het totaal aantal uitzend uren steeg met 6%. De omzet – in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar – nam met 8% toe. De verschillen in ontwikkelingen per sector zijn wederom groot: Administratieve sector: het aantal uren steeg met 21% en de omzet is gestegen met 18% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Industriële sector: het aantal uren steeg met 1% en de omzet steeg met 4% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Technische sector: het aantal uren daalde met 20% en de omzet daalde met 12% in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar Bron: ABU Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags ABU | Laat een reactie achter
OneStopSourcing wil plek veroveren op Nederlandse MSP-markt Geplaatst 22 maart 2021 door Arthur Lubbers OneStopSourcing is een in 2007 opgerichte Managed Service Provider (MSP) die de zelf ontwikkelde inhuursoftware ExternalStaffingDesk (esd.next) aanbiedt. De MSP’er is in 2018 overgenomen door CC Group in Rijswijk, dat de afgelopen tijd een herstructurering heeft doorgevoerd en OneStopSourcing heeft klaargestoomd om ‘de markt opnieuw te veroveren’. Steef Stuik, operationeel directeur OneStopSourcing Aan Stuik om die ambitie waar te maken. Stuik is in ieder geval geen onbekende in de MSP-wereld. Hij is ooit begonnen als eerste MSP-medewerker van Staffing MS (tegenwoordig HeadFirst Group), waar hij tien jaar heeft gewerkt. Als operationeel directeur heeft Stuik de opdracht met het relatief kleine label (bij OneStopSourcing werken twaalf mensen) marktaandeel af te snoepen van de grotere spelers. “De grote MSP’ers richten zich steeds meer op internationale klanten. Zij zijn de Nederlandse markt een beetje vergeten. Daar gaan wij ons op richten.” Gebruiksvriendelijk HRM-dienstverlening is zijn passie en in de MSP-wereld heeft hij altijd iets gemist: een goed gebruiksvriendelijk systeem. “Kijk bijvoorbeeld naar aanbestedingen, die vereisen altijd dat het systeem gebruiksvriendelijk is. Het moet bijvoorbeeld voor leveranciers niet veel tijd kosten om een kandidaat aan te bieden, het uploaden van digitaal dossier voor compliancy moet eenvoudig zijn, de urenstaten moeten niet alleen per week, maar ook per maand gemaakt kunnen worden.” Daaraan ontbreekt het volgens Stuik in veel MSP-systemen en OneStopSourcing claimt dat wel te bieden. “Esd.next heeft dat allemaal wel. Het is zeer gebruiksvriendelijk, je wordt niet continu doorgeleid naar een andere pagina, maar blijft op dezelfde pagina. En je ziet in één oogopslag alle informatie over de kandidaat.” Dat past volgens hem ook binnen de propositie van OneStopSourcing. “Ik heb bij allerlei MSP-dienstverleners gewerkt, waar altijd het systeem centraal stond. Maar het systeem mag nooit leidend zijn, maar de dienstverlening. Het moet gewoon heel gebruiksvriendelijk zijn.” De geoptimaliseerde versie esd.next die nu op de markt is, is volgens Stuik zelfs zo gebouwd dat klanten hun eigen inhuurdesk kunnen bedienen zonder tussenkomst van een medewerker van de MSP’er. “Binnen drie tot zes maanden na de implementatie kan de klant er zelfstandig mee werken. Daarin onderscheiden wij ons echt van andere MSP’ers.” Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags MSP, OneStopSourcing | Laat een reactie achter
Uber erkent chauffeurs in de UK als ‘worker’. Is dit goed of slecht nieuws? Geplaatst 22 maart 2021 door Martijn Arets Een van de meest prangende discussies rondom platformwerk, en eigenlijk in heel arbeidsland, is die van de status van de werkende. Is deze werknemer (via welke waanzinnige of schimmige constructie dan ook) of niet. De uitdaging in deze discussie is dat het constant over ‘trade-offs’ gaat. Flexibiliteit of zekerheid. Autonomie of gezag. Het is vaak of-of, bijna nooit en-en. Het een beweegt niet richting het ander: er is geen beweging in te krijgen. Het lijkt de polder wel. De discussie rondom Uber zit in eenzelfde vacuüm gevangen. Uber wil dat de chauffeurs flexibel en dus freelancer zijn, waarbij het goed om te weten is dat het overgrote deel van de taximarkt voor Uber ook al uit freelancers bestond en Uber ook met fleetpartners (onderaannemers) werkt. De vakbonden willen dat zij in dienst van het bedrijf treden: een nobele strijd waarbij de kans reëel is dat mocht dat gebeuren de omstandigheden niet al te best zullen zijn. Het blijft een kwetsbare markt en je kunt het de vakbond niet kwalijk nemen dat het, misschien tegen beter weten in, strijd voor een eerlijke arbeidsmarkt. Bij gebrek aan leiderschap en daadkracht bij overheid moet iemand het doen zal ik maar zeggen. Uber is wereldwijd in menig rechtszaak rondom de status van de chauffeurs verwikkeld. Het bedrijf weet dat het uiteindelijk meer zekerheden zal moeten bieden aan de chauffeurs, maar probeert het werkgeverschap te vermijden. Dat is de reden dat het bedrijf, samen met enkele andere platformen, in California via een 200 miljoen dollar kostende ‘proposition 22’ lobby in 2020 een eigen categorie heeft weten te creëren. Een freelancer plus of een werknemer min, het is maar net wie je het vraagt. Deze zogenaamde ‘proposition 22’ vormt een blauwdruk dat het bedrijf gebruikt om in onder andere Canada als Europa te lobbyen voor andere regelgeving. Een van de meest opzienbarende uitspraken is de zaak waar enkele weken geleden de rechter in de UK bepaalde dat een bepaalde groep chauffeurs die in 2016 via het platform geen freelancer, maar ‘worker’ zijn. Worker is een tussencategorie in de UK: een soort ‘werknemer light’ (of: ‘freelancer plus’). Uber is het in eerste instantie niet met de uitspraak eens en reageerde als volgt: “We respect the Court’s decision which focussed on a small number of drivers who used the Uber app in 2016. Since then we have made some significant changes to our business, guided by drivers every step of the way. These include giving even more control over how they earn and providing new protections like free insurance in case of sickness or injury. Vorige week verraste Uber vriend en vijand met een opiniestuk waarin Uber CEO Dara Khosrowshahi aankondigde vanaf dat moment de 70.000 chauffeurs die via het platform in de UK rijden als ‘worker’ te gaan behandelen. Khosrowshahi geeft aan dat de uitspraak het bedrijf enkele weken duidelijkheid had gegeven wat wél kan en dit de aanleiding is geweest voor deze stap. Deze stap houdt praktisch in dat chauffeurs in de UK, de tweede grote markt van Uber, recht hebben op tenminste het minimumloon, 12,07% vakantiegeld en een bijdrage voor pensioen. Dit komt bovenop de in 2018 ingevoerde ‘free insurance to cover sickness, injury and maternity and paternity payments’. Zekerheden die chauffeurs nu krijgen, zonder dat het effect heeft op de flexibiliteit die bij het rijden via de app komt kijken. De reacties op de stap van Uber zijn wisselend en er is veel wantrouwen. Niet heel verrassend gezien de historie van het bedrijf. En hoewel de stap eentje in de goede richting is, zijn er nog veel vragen. En juist deze vragen laten zien dat flexibiliteit (zeker in combinatie met betaling per rit en inbreng van eigen bedrijfsmiddelen) en zekerheid nog steeds lastig te combineren zijn. Dit komt het duidelijkst naar voren in het vraagstuk rondom het minimumloon. In de UK is dit volgens Uber momenteel 8,91 pond per uur en volgens de cijfers van Uber verdient een chauffeur in Londen gemiddeld 17 pond per uur. Voor de duidelijkheid: het aangekondigde minimumloon is een ondergrens: chauffeurs kunnen altijd meer verdienen. Hoe bereken je het minimumloon? Hoe bepaal je een minimumloon wanneer een chauffeur per rit wordt betaald? The devil is ook hier in the details. De tijd die door Uber wordt meegenomen in de berekening van het minimumloon is die van het accepteren van een rit tot het moment dat de klant de taxi weer heeft verlaten. De wachttijd is voor rekening en risico van de chauffeur. Dat maakt een flink verschil: in dit onderzoek (figuur 3) komt naar voren dat een chauffeur gemiddeld 30 procent van de tijd wacht op een ritje. Dit is wat de rechter bij punt 136 hier over zegt: “If the reality is that Uber’s market share in London is such that its drivers are, in practical terms, unable to hold themselves out as available to any other PHV operator, then, as a matter of fact, [when they have the Uber app switched on] they are working at [Uber London’s] disposal as part of the pool of drivers it requires to be available within the territory at any one time. … if, however, it is genuinely the case that drivers are able to also hold themselves out as at the disposal of other PHV operators when waiting for a trip, the same analysis would not apply.” Waar het op neerkomt is dat op het moment dat een chauffeur is ingelogd dat deze vrij is om tegelijkertijd voor andere aanbieders ritjes te accepteren en vrij om ritjes van Uber te weigeren. Voor veel chauffeurs is Uber niet de enige ‘bemiddelaar’ die zij gebruiken om ritjes te verkrijgen. Uit een onderzoek van Ipsos (in opdracht van Uber) uit 2018 blijkt dat 37 procent van de respondenten aangeeft “ook te rijden met andere taxibedrijven naast het aanbieden van hun diensten via de Uber app”. Ook een rapport uit 2019 van de Gemeente Amsterdam geeft aan dat “de meeste chauffeurs meerdere applicaties gebruiken. Ook bestelt gemiddeld 26% van hun klanten de taxi op een andere manier vooraf”. Je kunt dus zeggen dat op het moment dat een chauffeur ritjes kan weigeren en ook na het inloggen bij Uber ritjes voor anderen kan accepteren en uitvoeren het vreemd zou zijn als de chauffeur dan ook nog van Uber krijgt doorbetaald. Wat in het voordeel van Uber zou spreken. Aan de andere kant is het ook vreemd dat het volledige risico bij de chauffeur komt te liggen en kan het gegeven dat zij ook voor anderen rijden ook komen vanuit de noodzaak dat er te weinig ritjes bij Uber te verkrijgen zijn. De vraag is dus: is de flexibiliteit een keuze of noodzaak? Dat zal per geval verschillen. Het probleem van de redenatie van Uber is dat het volledige risico van wachttijd en geen ritjes bij de chauffeur blijft liggen, terwijl Uber controle heeft op hoeveel chauffeurs actief kunnen zijn op het platform. Ik zou ervoor pleiten dat Uber meer verantwoordelijkheid neemt in het reduceren van risico voor de individuele chauffeur (en daarbij dus ook zelf de pijn voelt wanneer er te weinig ritjes zijn), wetend dat dit ten koste gaat van een deel van de flexibiliteit voor die chauffeur. Wat ook van invloed is op dit minimumloon is de manier waarop Uber de kosten meeneemt van het gebruik van de auto, brandstof, verzekering en afschrijving van de investering voor het mogen opereren als taxichauffeur. Ik heb begrepen dat daarvoor de HRMC (Her Majesty’s Revenue and Customs) systematiek wordt gebruikt, wat als ik het goed interpreteer neerkomt op 52 eurocent vergoeding per gereden kilometer. Wat chauffeurs aan zal moedigen om veel te rijden om de vaste kosten over veel kilometers te kunnen verdelen. Conclusie De vraag is nu: is de stap van Uber in de UK er eentje in de goede richting? Uit dit stuk komt naar voren dat er geen eenduidig antwoord is te geven. Het is goed dat Uber in de UK water bij de wijn doet, maar de uitwerking laat ook zien dat zekerheid en flexibiliteit nog steeds op gespannen voet staan. En ook de vraag mag worden gesteld of de (gewenste) flexibiliteit een keuze of noodzaak is. Waarbij het altijd belangrijk is om te kijken wat de ‘standaard’ in de markt is. Kijkend naar het grote plaatje valt de keuze van Uber om in de UK voor de ‘worker’ categorie te kiezen (ik zeg bewust kiezen, omdat de uitspraak van de rechter op deze selecte groep chauffeurs van toepassing was) binnen de lijn die het bedrijf alweer even geleden heeft ingezet. Dat Khosrowshahi in zijn opiniestuk de meeste regelgeving rondom arbeid nog steeds ‘outdated’ noemt laat zien dat de strijd voorlopig nog niet is gestreden. Extra cru is het voor de chauffeurs die de rechtszaak in de UK hadden aangespannen. In een poging op te komen voor de rechten van de chauffeurs hebben zij Uber een aanleiding aangereikt een in hun ogen halve verantwoordelijkheid te nemen. Waar zij naar mijn mening ook te weinig zicht hebben gehad op de trade-off flexibiliteit versus zekerheid. Niet dat hen iets kwalijk is te nemen: ook zij strijden voor betere rechten voor hun collega chauffeurs. En de impact voor het debat in Nederland? Ik verwacht dat deze casus hier weinig impact op zal hebben. De ‘worker’ categorie is een unieke categorie in de UK en in Nederland verwacht ik niet dat er snel een derde smaak bij zal komen. Voorlopig zal hier het debat over de contractvorm dus nog wel even doorgaan en zal flexibiliteit versus zekerheid nog wel even een ‘trade-off’ blijven. Maar ik laat mij graag verrassen. Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags platform, Proposition 22, Uber | 2s Reacties
Aantal voltijds werkende zelfstandigen daalt Geplaatst 22 maart 2021 door ZiPredactie Sinds de eerste lockdown vorig jaar is het aantal voltijds werkende zelfstandigen elk kwartaal van 2020 lager geweest dan in dezelfde kwartalen een jaar eerder. Vorig jaar werkten in het vierde kwartaal 895 duizend zelfstandigen (met of zonder personeel) voltijds, een daling van 44 duizend ten opzicht van hetzelfde kwartaal een jaar eerder. 1 op de 3 zelfstandigen met een arbeidsduur van minder dan 20 uur per week wil meer uren werken. Voor de coronacrisis was dit 1 op de 4. Dit meldt het CBS. Vanaf het vierde kwartaal van 2019 is het aantal zelfstandigen elk kwartaal gegroeid. Gedurende 2020 nam het aantal zelfstandigen die in deeltijd werken toe. In het vierde kwartaal waren er 49 duizend meer zelfstandigen met een arbeidsduur van minder dan 20 uur per week dan in hetzelfde kwartaal van 2019. Bij zelfstandigen die 20 tot 35 uur werkten waren dat er 39 duizend meer. In deeltijd werkende zelfstandigen wilden meer uren werken In deeltijd werkende zelfstandigen wilden meer uren werken Met de toename van het aantal zelfstandigen die minder dan 35 uur per week werken, nam ook het aantal zelfstandigen toe die meer uren willen werken . In het tweede tot en met vierde kwartaal van 2020 wilde gemiddeld 32 procent van de zelfstandigen met een werkweek van minder dan 20 uur meer uren werken. In dezelfde kwartalen het jaar ervoor was dat een kwart (25 procent). Ook de deeltijders die 20 tot 35 uur werkten, wilden in de laatste drie kwartalen van 2020 vaker meer uren werken dan in 2019 (20 procent tegenover 17 procent). Zelfstandige deeltijders in creatieve en taalkundige beroepen wilden vaakst meer werken De grootste toename van het aantal zelfstandige deeltijders die meer uren willen werken betrof mensen met een creatief of taalkundig beroep. In het tweede tot en met het vierde kwartaal van 2020 waren dat er gemiddeld 28 duizend, in dezelfde kwartalen van 2019 gemiddeld 19 duizend. Ook onder zelfstandigen met een bedrijfseconomisch en administratief, technisch, dienstverlenend of commercieel beroep kwamen er veel deeltijders bij die meer uren willen werken. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags CBS | Laat een reactie achter
Vijfde eMagazine Interim-Management, Personal Branding: jij als merk! online Geplaatst 21 maart 2021 door Joke Twigt We schrijven alweer het vijfde e-Magazine over interim-management. Dit keer gaan we in op het ‘merk interim-manager’. Is een goed LinkedIn profiel voldoende om je te presenteren in de markt? Als interim-manager leef je van de ene naar de andere opdracht. Belangrijk dus om precies te weten wie je bent en waar je voor staat. Maar hoe laat je dat weten aan de buitenwereld? Veel interim-managers worden wat ongemakkelijk als zij zichzelf moeten ‘verkopen’. In deze editie gaan we in op jezelf als merk presenteren om je te onderscheiden van anderen. Ook besteden we aandacht aan de Haagse politiek en is het laatste nieuws te lezen over de status van de zzp’er. Wij wensen je veel leesplezier en horen graag wat je ervan vindt! Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags interim management | 2s Reacties
Goed nieuws voor leidinggeven op afstand: medewerkers hebben nog steeds leiderschapsondersteuning nodig Geplaatst 19 maart 2021 door Joke Twigt Martine Coun Coun onderzocht de gevolgen van Het Nieuwe Werken (HNW) op werknemers en de hierdoor veranderende rol van leiderschap. In haar proefschrift ‘New Ways of Working: Empowering HRM practices and the missing link of leadership’ concludeert ze dat werknemers toch enige vorm van leiderschapsondersteuning nodig hebben. Wel is het voor organisaties belangrijk om in te spelen op de psychologische basisbehoeften van medewerkers door hen actief te betrekken bij de wijze van uitvoering van hun werk. Het Nieuwe Werken HNW omvat meer dan enkel thuiswerken. Het is een verzameling van werkstijlen en managementprincipes waarbij medewerkers binnen bepaalde grenzen de vrijheid en ruimte krijgen om te bepalen hoe, waar, wanneer en met wie ze werken. Martine Coun onderzocht hoe medewerkers human resource management-praktijken ervaren die gekoppeld zijn aan HNW en die gericht zijn op meer autonomie en flexibiliteit. Het onderzoek voerde ze uit binnen een aantal organisaties die in de periode tussen 2015 en 2018 met HNW aan de slag zijn gegaan. In de onderzoeksperiode was nog geen sprake van een wereldwijde pandemie, die mensen min of meer dwingt om op afstand te werken. “In het onderzoek werkten we met organisaties waarin HNW en werken op afstand een vrije keuze was,” vertelt Coun. “De conclusies zijn dus niet helemaal te vergelijken met de situatie waarin men geen psychologische vrijheid ervaart, zoals bij het thuiswerken als gevolg van Covid-19. Toch laten de voorlopige conclusies van aanvullend onderzoek[1] eenzelfde beeld zien ten aanzien van de behoefte aan verbondenheid.” Psychologische basisbehoeften van medewerkers Uit het onderzoek blijkt dat het management binnen organisaties de neiging kan hebben om vanuit een controlerend perspectief medewerkers aan te sturen. Om innovatie en creativiteit te stimuleren is het volgens Coun juist belangrijk om mensen in hun kracht te zetten. Organisaties moeten inspelen op de psychologische basisbehoeften van medewerkers: autonomie, persoonlijke ontwikkeling en verbondenheid. Daarnaast is het belangrijk dat medewerkers erop kunnen vertrouwen dat ze zelfbeschikking hebben in hun werk, dit werk zinvol is, ze impact hebben en zichzelf kunnen ontwikkelen. Leiderschap op afstand Uniek aan het onderzoek van Coun is de focus op de veranderende rol van leiderschap binnen HNW. Wat gebeurt er als medewerkers meer op afstand en in wisselende teams al dan niet face-to-face werken? Coun concludeert dat werknemers toch enige vorm van leiderschapsondersteuning nodig hebben. Bijvoorbeeld door het stimuleren van gedeeld leiderschap, maar ook door in te zetten op transformationeel leiderschap door mensen te coachen en ondersteunen. Of door medewerkers mee te laten beslissen en zelfleiderschap aan te moedigen. De uitdaging voor de leidinggevende is om zijn neiging medewerkers controlerend aan te sturen los te laten en meer ondersteunend te zijn. “Zet een stip op de horizon, geef individuele verantwoordelijkheid en bewaak kaders,” adviseert Coun. Het volledige proefschrift is beschikbaar als e-book. [1] Momenteel is Martine Coun betrokken bij onderzoeken naar leiderschap in zelforganiserende teams en de beleving van thuiswerken als gevolg van de Covid-19 pandemie. Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags leiderschap, Organisatiekunde, promotieonderzoek | Laat een reactie achter