Maandelijkse archieven: november 2020

“Tjee, wat is dit moeilijk.” Eén webmodule, 84 casussen en 16 meningen van experts.

Voor het aanscherpen van de webmodule keken juristen naar 84 casussen. Uit het overzicht blijkt dat:

  • bij 44 van de 84 casussen de juristen van mening verschilden;
  • bij 38 van de 84 casussen de juristen een ander oordeel gaven dan de webmodule;
  • in één op de drie gevallen het oordeel van de jurist veranderde nadat hij de context van de opdracht zag. Die context wordt niet meegewogen in de webmodule.

Het is ontzettend ingewikkeld om eenduidig te beoordelen of iemand als zelfstandige mag werken. Dat blijkt wel uit de resultaten van een steekproef van 84 casussen door zestien juridisch experts. Via een beroep op de Wet openbaarheid van Bestuur (WOB) kreeg ZiPconomy inzicht in de beoordelingen. Die verschilden flink en er waren veel twijfels.

Het gaat om een test met de webmodule, een online vragenlijst waarmee opdrachtgevers kunnen bepalen of ze een zzp’er mogen inhuren. De eerste versie werd in het voorjaar van 2019 getest onder opdrachtgevers. Vervolgens is een steekproef van 84 ingevulde vragenlijsten voorgelegd aan steeds twee externe deskundigen. Hun oordeel werd vergeleken met het oordeel van interne deskundigen op de ministeries. En natuurlijk met de uitkomsten van de webmodule.

De beoordelingen zijn alles behalve eenduidig en dat is problematisch. De webmodule is namelijk het laatst overgebleven instrument waarmee minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken) en staatssecretaris Hans Vijlbrief (Financiën) de Wet DBA proberen ‘te vervangen’. Maar complexe wetgeving omzetten in een ‘simpele’ online tool blijkt niet eenvoudig. Of misschien zelfs wel onmogelijk.

Vervanging van de Wet DBA

In 2017 werd aangekondigd dat de Wet DBA vervangen zou worden. Drie bewindslieden, minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken) en staatssecretarissen Mona Keijzer (Economische Zaken) en Menno Snel (Financiën) zouden daarvoor zorgen. “De nieuwe wet moet enerzijds (de inhuurder van) echte zelfstandigen zekerheid bieden dat er geen sprake is van een dienstbetrekking en anderzijds schijnzelfstandigheid (vooral aan de onderkant) voorkomen.”

De plannen voor een minimumtarief en een opt-out voor opdrachten met een hoog tarief zijn gestrand. Een onderzoek om zelfstandigen een aparte status te geven in het Burgerlijk Wetboek blijft uit. De webmodule is de laatste optie voor dit kabinet om iets van de beloofde vervanging van de Wet DBA te realiseren.

In een Kamerbrief als reactie op het advies van de Commissie Borstlap (zie hier) herhaalt het kabinet haar voornemen om binnenkort een pilot met die webmodule te starten.

In die webmodule is bestaande wet- en regelgeving omgezet naar een lijst vragen. Per vraag zijn punten te verdienen, niet iedere vraag weegt even zwaar mee in de beoordeling. Hoe meer punten, hoe groter de kans dat een opdrachtgever geen zzp’er mag inhuren maar iemand in dienst moet nemen.

Eerste test

In een brief aan de Tweede Kamer (juni 2020) werd al duidelijk dat in slechts 6 op de 10 gevallen het oordeel van de externe en interne expert overeenkwam met de uitkomst van de webmodule. In bijna 10% van de dossiers vonden de experts unaniem dat het oordeel van de online vragenlijst onjuist was.

In de kamerbrief werd daar eufemistisch melding van gemaakt: er was een ‘zekere mate van discrepantie tussen de uitkomsten op basis van de weging en de uitkomsten op basis van de beoordeling door de deskundigen’.

Verschillen, twijfels en gebrek aan context

Dat wekte de nieuwsgierigheid. Met een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) heeft ZiPconomy inzicht gekregen in de beoordelingen van externe en interne deskundigen. Zij hadden niet alleen vaak een ander oordeel dan de uitkomst van de webmodule. Ook blijkt dat ze onderling regelmatig tot een ander oordeel kwamen.

Uit commentaar bij de beoordelingen blijkt dat de deskundigen vaak twijfelden. En dat ze hun oordeel bijstelden nadat ze meer hadden gelezen over de context van de opdracht.

Ander oordeel

De deskundigen kozen uit vier mogelijkheden:

  1. De opdracht kan buiten dienstbetrekking worden uitgevoerd;
  2. Er is twijfel, maar de situatie neigt naar werken buiten dienstbetrekking;
  3. Er is twijfel, maar de situatie neigt naar werken in dienstbetrekking;
  4. Er is een sterke indicatie dat het gaat om werken in dienstbetrekking.

Ze oordeelden eerst op basis van de vragenlijst, daarna kregen ze meer context over de opdracht en konden ze hun oordeel eventueel herzien.

Bij de helft van de casussen kwamen de twee externe deskundigen niet tot hetzelfde oordeel. Meestal gaat het om een klein verschil, bijvoorbeeld ‘twijfel, maar de situatie neigt naar werken buiten dienstbetrekking’ en ‘twijfel, maar de situatie neigt naar werken in dienstbetrekking’ (keuze twee of drie).

Nadat ze de context gezien hebben, stijgt het aantal casussen waarin de experts onderling van mening verschillen. Bij 16 casussen kwamen de twee experts na het zien van de context tot een tegengesteld oordeel.

Een voorbeeld:

Volgens de ene deskundige voert een juridisch expert kerntaken uit. Omdat hij dat ook nog eens voor meer dan 32 uur per week doet, volgt oordeel 4: een sterke indicatie dat het gaat om werken in dienstbetrekking.

De andere deskundige vindt de korte duur van de opdracht, hoge beloning en het feit dat de persoon een bv heeft juist belangrijk. Dat is voor hem reden om te oordelen dat de opdracht buiten dienstbetrekking uitgevoerd kan worden.

Nog een voorbeeld:

Vooral interim-directiefuncties leiden tot geheel andere beoordelingen. Voor de een is een interim-manager bij een onderwijsinstelling vanzelfsprekend een zelfstandig expert, dus oordeel 1 (opdracht kan buiten dienstbetrekking worden uitgevoerd). Een collega-deskundige vindt juist dat zo’n leidinggevende functie bij uitstek aantoont dat iemand onderdeel is van de organisatie. Volgens hem kan het niet anders dan dat het gaat om werken in dienstbetrekking (oordeel 4).


ZiPconomy ontving naar aanleiding van het WOB-verzoek een flink pakket aan losse documenten. Om tot een overzichtelijk geheel te komen zijn de belangrijkste punten verwerkt in een eigen overzicht. In dat overzicht staat een korte beschrijving van de 84 casussen. Het oordeel van de experts (die ze deden op basis van informatie uit de ingevulde webmodule + aanvullende informatie, die staat niet in dit overzicht) en de verschillen tussen hen. In de laatste kolom staat – indien relevant – de toelichting van de experts (soms door ons ingekort).

Dit overzicht is te downloaden via deze link : lijst casussen webmodule_zipconomy.


Context doet er toe

Na hun eerste oordeel kregen de deskundigen meer informatie over de opdrachtomschrijving en de en de opdrachtgever. Na het lezen van deze context pasten experts in 57 gevallen hun oordeel aan. Soms werden twijfels weggenomen, soms zorgde de context juist voor meer onduidelijkheid. “Tjee, wat is dit moeilijk”, schrijft een van de experts in het commentaar veld.

Dat de context zo vaak tot een aangepast oordeel leidt is relevant. In de webmodule is geen mogelijkheid om de context mee te laten wegen.

Het commentaar van de deskundigen is vaak onverbloemd en geeft inzicht in hun overwegingen. “Het is onmogelijk om op basis van deze antwoorden een goed beeld te hebben, laat staan een oordeel te kunnen vellen,” schrijft een expert.

Deskundigen schrijven vaker dat ze eigenlijk meer informatie nodig hebben over de persoon die de opdracht uitvoert. Een oordeel zou anders kunnen uitvallen ‘als uit het totaalplaatje van de opdrachtnemer blijkt dat hij een vrije beroepsuitoefenaar/ondernemer is’, schrijft een expert.

Welke vragen zijn relevant?

Of iemand als zelfstandige mag werken, hangt af van de interpretatie. En interpreteren, dat kan zo’n online vragenlijst niet.

Daarnaast valt op dat bepaalde vragen regelmatig als niet relevant ter zijde geschoven worden. Zo vindt een van de deskundigen ‘vrije vervanging’ niet relevant als het om laag geschoold werk gaat, een ander vindt die ‘vrije vervanging’ juist een ‘wassen neus’ bij interim-management.

Dat er een hogere beloning gegeven wordt, vindt weer een andere expert ‘niet vreemd vanwege alle fiscale voordelen’ en daarmee niet relevant (op zich een merkwaardige opmerking, het fiscale voordeel dat een zelfstandige kan hebben, zie je niet terug in een ‘hoger tarief’ maar merkt de zelfstandige bij zijn aangifte).

Representativiteit

De 84 dossiers zijn een bonte verzameling van opdrachten die nu door zzp’ers worden uitgevoerd. Van een verkeersregelaar tot interim-managers. Van IT-adviseurs tot invallers in het onderwijs.

Wat wel opvalt is dat het bij de dossiers vooral gaat om organisaties van beperkte omvang. Echt grote organisaties, die overigens vaak zelfstandigen via bureaus inhuren, vinden we er niet in terug. Ook treffen we geen enkele overheidsinstelling aan.

Verschillen met webmodule

Bij 38 van de 84 dossiers kwam het gezamenlijk oordeel van de deskundigen niet overeen met de uitkomst van de webmodule. Soms was de webmodule te streng, soms juist niet strikt genoeg.

Op basis van die verschillen zijn de wegingsfactoren van de vragen inmiddels aangepast. De onderlinge verschillen tussen de experts lijken alleen niet te overbruggen met die aanpassing.

Grijs gebied blijft grijs

Belangenorganisaties zijn nooit enthousiast over de webmodule geweest. Zij denken dat de beoordeling of een opdracht door een zelfstandige gedaan kan worden te complex is voor een online vragenlijst. Hun vermoeden lijkt bevestigd door de twijfels en onderliggende verschillen van de experts.

Binnenkort komt het kabinet met meer informatie over de toekomst van de webmodule. Eerst komt er een pilotfase van een half jaar. Wat precies de doelstelling van die pilot is, is nog niet bekend.

Wat uit deze gegevens en de eerdere resultaten uit proef wel duidelijk is, is dat de webmodule vooral een oordeel geeft over dossiers die op zich al weinig twijfels oproepen. Maar vaak kan – net als door de deskundige – geen oordeel geveld worden. Daarmee blijft grijs wat grijs was.

En toen kwam de Hoge Raad

Terwijl we wachten op de pilot kwam afgelopen vrijdag de Hoge Raad met een belangrijke uitspraak over de beoordeling van arbeidsrelaties. De ‘intentie van partijen’ (partijbedoeling) is vanaf nu veel minder belangrijk bij het oordeel of iemand als zelfstandige of in loondienst mag werken. Hoe de partijen in de praktijk samenwerken, daar gaat het om.

Dat die partijbedoeling veel minder van belang is, is goed nieuws voor de bouwers van de webmodule. Er is immers flinke kritiek dat die partijbedoeling geen plek had in de webmodule.

Maar de Hoge Raad stelt ook vast dat wat je met elkaar vooraf afspreekt niet zo relevant is. Dat doet af aan de waarde van de opdrachtgeversverklaring die de webmodule afgeeft bij een oordeel ‘kan buiten dienstbetrekking’. Die verklaring moet juist zekerheid vooraf bieden.

Wat willen we nu?

De Hoge Raad komt niet met nieuwe criteria om te bepalen wanneer buiten dienstbetrekking gewerkt kan worden. Daar had de advocaat-generaal nadrukkelijk om gevraagd.

De bal ligt wat dat betreft weer helemaal bij de politiek. Uit de pilot moet blijken of de huidige kaders duidelijk genoeg zijn om onderscheid te maken. Zo niet, dan moet een volgend kabinet toch echt antwoord geven op  deze vraag van één van de experts in de  toelichting:

“Wat willen we nu maatschappelijk met dit soort interimmers; zijn het eigenlijk uitzendkrachten of zelfstandig ondernemers?”

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | 5s Reacties

Beroeps Organisatie Kunstenaars sluit zich aan bij samenwerkingsverband VZN

De Beroeps Organisatie Kunstenaars (BOK) sluit zich aan bij de Vereniging Zelfstandigen Nederland (VZN). VZN is een samenwerkingsverband van organisaties die opkomen voor zelfstandigen in Nederland en werd onlangs opgericht door  ZZP-Nederland, Solo Partners, Zelfstandigen Bouw en ONL.

VZN streeft naar een volwaardige rechtspositie van zelfstandigen, in een toekomstbestendige arbeidsmarkt. Beroeps Organisatie Kunstenaars (BOK) staat achter deze bundeling van krachten en sluit zich hier dan ook graag bij aan. BOK-voorzitter Henk Hofstra: “We kunnen meer bereiken als we niet een paar duizend, maar (samen met andere zelfstandigenorganisaties) meer dan 100.000 mensen vertegenwoordigen.” Cristel van de Ven, voorzitter van VZN, juicht de komst van BOK per 1 januari 2021 toe: “Kunstenaars zijn bij uitstek zelfstandig ondernemers. Met BOK erbij vertegenwoordigen we een nog grotere diversiteit aan zelfstandigen. Zo kan VZN de stem van zelfstandig ondernemers nog duidelijker laten klinken.”

BOK merkt dat de meest ingrijpende maatregelen voor beeldend kunstenaars de laatste jaren niet zijn gemaakt door beleid van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, maar door andere ministeries. Denk aan het kabinetsbeleid inzake de zelfstandigenaftrek of een eventuele verplichting van een verzekering voor arbeidsongeschiktheid. Dat beleid komt voort vanuit de ministeries van Financiën en Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Hofstra: “Dergelijke maatregelen hebben betrekking op nagenoeg alle beeldend kunstenaars, maar ook op andere zelfstandigen. Met VZN komen we dus samen op voor een beter beleid voor alle zelfstandigen”.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags | Laat een reactie achter

Koolmees reageert op advies Commissie Borstlap. Laat uitwerking aan opvolger.

Het kabinet deelt in hoofdlijnen de analyses van de Commissie Regulering van Werk (‘Borstlap’) en het rapport ‘Het Betere Werk‘ van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). Het ministerie van Sociale Zaken doet voorbereidend onderzoek, maar laat het aan het volgend kabinet over om te oordelen over die adviezen en er beleid van te maken.

Dat schrijven minister Wouter Koolmees  en staatssecretaris Bas van ‘t Wout (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) vandaag. Zij reageren op de aanbevelingen van de Commissie Borstlap, die in opdracht van het kabinet advies uitbracht over hoe de regels rond werk er in Nederland uit moeten zien om toekomstbestendig te zijn. Dit advies verscheen begin dit jaar, door de coronacrisis is deze kabinetsreactie er nu pas.

“Een nieuw toekomstbestendig arbeidsmarktbeleid vraagt om een lange adem”, schrijft de minister. “Alleen al om het mogelijk te maken dat de uitvoeringsinstanties die de sociale zekerheid uitvoeren dit bij kunnen benen. Het kabinet treft daarom de komende maanden voorbereidingen zodat een nieuw kabinet de aanbevelingen verder ter hand kan nemen.”

Pilot webmodule en onderzoek platformwerk

Twee van die voorbereidingen zijn de pilot met de webmodule en de uitwerking van de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov) voor zelfstandigen. Verder laat het kabinet vast verschillende mogelijkheden uitwerken die bij de formatie gebruikt kunnen worden. Zo bekijkt het ministerie onder andere hoe vaak mensen eigenlijk ergens werken terwijl degene voor wie ze werken niet hun baas is.

Ook onderzoekt het kabinet of het mogelijk is bemiddeling van arbeid via platformen in beginsel als loondienst aan te merken. Wie werkt in de platformeconomie zou dan per definitie werknemer zijn, tenzij anders bewezen.

Het kabinet wijst er ook op dat bijvoorbeeld via de afbouw van de zelfstandigenaftrek er al stappen gezet zijn in het verkleinen van de fiscale verschillen tussen werknemers en zelfstandigen.

Aanbevelingen betrokken bij corona-steunpakket

Verder schrijven Koolmees en Van ‘t Wout dat de conclusies van de Commissie Borstlap tijdens de coronacrisis evident werden. “Zo blijkt het verschil in bescherming tussen verschillende vormen van werken groot en is er een andere manier van werken nodig aan de onderkant van de arbeidsmarkt,” staat in de brief.

Veel van die tweedeling ontstaat door onze eigen wet- en regelgeving, schrijft de minister. Hij benadrukt dat hij deze kabinetsperiode al dingen heeft gedaan om die verschillen te verkleinen, bijvoorbeeld met de wet Arbeidsmarkt in Balans.

Verder heeft het kabinet ‘waar mogelijk’ de aanbevelingen van de beide rapporten betrokken bij het noodpakket om ondernemers en werkenden te steunen tijdens de covid-crisis. “De uitdaging is om die aanbevelingen ook een plek te geven in hervormingen voor de lange termijn.”

‘Nooit 100% zekerheid vooraf’

Daarbij is een afbakening tussen werknemers en zelfstandigen heel belangrijk, schrijft Koolmees. Maar hij benadrukt ook hoe ingewikkeld het is om een ‘hanteerbare en eigentijdse’ afbakening te bepalen. “De werkende zal ook met de voorstellen van de Commissie op voorhand nooit 100% zekerheid hebben over de aard van de arbeidsrelatie”, concludeert Koolmees.

Ook schrijft Koolmees dat het handhavingsmoratorium van de Wet DBA op 1 januari 2021 afloopt en het kabinet ‘dit najaar’ een beslissing neemt over verdere verlenging daarvan. Dat hangt ook af van de pilot met de webmodule, die minstens een half jaar duurt. “Na dit halfjaar zal bezien worden in hoeverre met handhaving begonnen kan worden”, schrijft de minister.

Tot slot beperkt de minister zich in de brief (zie hier met door ZiPconomy aangebrachte gele accenten) vooral tot ‘reflecties’ op het advies. Hij deelt bijvoorbeeld ‘de analyse op hoofdlijnen’ en ‘onderschrijft het belang van het afremmen van het gebruik van externe flexibele contracten waar de rekening van flexibiliteit betaald wordt door werkenden’.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , | 8s Reacties

Modelovereenkomst Wet DBA van Brainnet verlengd

Voor opdrachtgevers is het van belang dat de arbeidsrelatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer goed wordt vastgelegd. In het geval van zelfstandigen moet duidelijk zijn dat er geen sprake is van loondienst. Hiervoor wordt, sinds de invoering van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA), gebruik gemaakt van een Modelovereenkomst.

Voordat een modelovereenkomst gebruikt kan worden, moet deze beoordeeld worden door de Belastingdienst. Na goedkeuring is de overeenkomst te gebruiken voor een periode van 5 jaar. De Modelovereenkomst van Brainnet werd in maart 2016 goedgekeurd door de Belastingdienst. Deze is nu opnieuw beoordeeld én ongewijzigd goedgekeurd. ‘Met de verlenging van de huidige modelovereenkomst, een eigen set aan beheersmaatregelen en een team van inhuurspecialisten kunnen we onze opdrachtgevers blijven ontzorgen bij het professioneel inhuren van zelfstandig professionals’, stelt Brainnet directeur Anne Meint Bouma.

Bij de introductie van de Wet DBA had de Belastingdienst voor ogen dat marktpartijen in totaal enkele tientallen modelovereenkomsten zouden indienen. Het werden er vele duizenden. De geldigheidsduur van al die overeenkomsten loopt de komende jaren af.

Het kabinet is op dit moment bezig met de ontwikkeling van een webmodule waarmee opdrachtgevers kunnen bepalen of hun opdracht uitgevoerd kan worden door een zzp’er. Deze online vragenlijst zal een opdrachtgeversverklaring afgeven waarmee de opdrachtgever zekerheid heeft dat er geen sprake is van loondienst. In de vijfde voortgangsbrief van 17 juni jl. informeerden minister Koolmees (SZW) en staatssecretaris Vijlbrief (Belastingdienst) over huidige stand voortgang van de in het regeerakkoord aangekondigd beleid op het gebied van ‘werken als zelfstandige’. In die brief wordt aangegeven dat de modelovereenkomsten nog gewoon worden gebruikt en verlengd worden als dat nodig is. 

In hoeverre een recente uitspraak van de Hoge Raad, waarbij de ‘intentie’ van partijen een veel minder nadrukkelijke rol krijgt, impact heeft op de modelovereenkomsten is nog niet duidelijk.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags | 4s Reacties

Kabinet houdt vast aan aparte verzekering arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen

Het kabinet houdt vast aan haar idee om te komen met een aparte arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov) voor zelfstandigen. Daarmee legt ze een advies van de Commissie Borstlap naast zich neer om te komen tot een gelijke voorziening voor alle werkenden. Dat schrijft minister Koolmees in een brief aan de kamer waarin hij reageert op de adviezen van die commissie, onder voorzitterschap van Hans Borstlap.

In het kader van het pensioenakkoord heeft het kabinet al afspraken met sociale partners over een aparte aov voor zelfstandigen zonder personeel. “Het kabinet constateert dat de Commissie (‘Borstlap’) dezelfde analyse heeft gemaakt als de ondertekenaars van het Pensioenakkoord. In de woorden van de Commissie: het bestaande fundament voor bescherming en toerusting is niet compleet. Met name onverzekerde zelfstandigen zijn kwetsbaar, nu ze maar in beperkte mate kunnen terugvallen op de bijstand”, schrijft minister Wouter Koolmees in een brief aan de Tweede Kamer.

Waar de analyse goeddeels hetzelfde is, kiest de Commissie voor een andere oplossing. In plaats van een afzonderlijke verzekering voor zelfstandigen, kiest zij voor een verzekering voor alle werkenden, waarbij de WIA voor werkenden blijft bestaan. Zij geeft daarvoor twee redenen.

De commissie pleit voor zo’n algemeen stelsel omdat ‘mensen gedurende hun werkzame leven steeds vaker, afwisselend of gelijktijdig, werknemer of zelfstandige zijn’. Daarnaast draagt een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor alle werkenden bij aan een gelijker speelveld. “Doordat iedereen bijdraagt aan de arbeidsongeschiktheidsverzekering en daarop een beroep kan doen, worden de kostenverschillen tussen het werknemer- en zelfstandig ondernemerschap kleiner.”

Het kabinet stelt dat het huidige voorstel voor een aparte aov – opgesteld door de Stichting van de Arbeid – meer keuzevrijheid biedt aan zelfstandigen zonder personeel en zelfstandigen met personeel buiten de verzekering plaatst.

“Daarnaast behoudt het voorstel van de Stichting ook de prikkelwerking in de WIA, die zorgt voor de effectievere re-integratie van werknemers en die bij het heffen van een uniforme premie voor alle werkenden verloren zou gaan.”  Het kabinet zegt ook te hechten aan het draagvlak dat onder sociale partners bestaat voor het voorstel van de Stichting. “Deze argumenten wegende blijft het kabinet voorstander van de door de Stichting voorgestelde arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen” zo besluit minister Koolmees.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , | 8s Reacties

Werkloosheidscijfers in OESO zone verder gedaald. Maar wel minder snel.

De werkloosheid in de OESO landen is weer wat verder afgenomen. Maar de daling is minder sterk dan in de afgelopen maanden. 7,3 procent van de beroepsbevolking was in september werkloos. In augustus was dat 7,4%. Voor de uitbraak van de COVID 19 pandemie lag het werkloosheidscijfer iets boven de 5%.

De OESO waarschuwt dat de cijfers wat vertekend zijn. De VS en Canada nemen in de werkloosheidcijfers medewerkers die tijdelijk op non-actief gesteld zijn wel mee in de cijfers. Voor landen in de Euro-zone is dat niet gedaan. De cijfers in de VS laten daarom – na een veel forsere daling – ook een sneller herstel zien.

De cijfers zijn uit september, dus voor de verscherpte lockdown maatregelen in veel Europese landen.

De werkloosheid onder de jongeren (15-24 jaar) is ook gedaald, maar blijft met 14,6% veel hoger dan het totale werkloosheidscijfer.

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags | Laat een reactie achter