CoronaWorkArounds: 65 innovatieve en werkbare oplossingen op een rij. Geplaatst 22 mei 2020 door ZiPredactie Opstarten en doorwerken tijdens de coronacrisis. Hoe doen we dat gezond, productief en verantwoord? Hoe kunnen we slim om covid-19 heen werken? De NSvP heeft in samenwerking met Siebren Houtman (eelloo) en Ton Wilthagen (Universiteit Tilburg) alvast 65 innovatieve en werkbare oplossingen in beeld gebracht op de website www.coronaworkarounds.nl, te koppelen aan een beroepenmonitor. De Corona Workarounds zijn fysieke, technologische en organisatorische oplossingen die kunnen helpen om werktaken minder coronagevoelig te maken. Om het virus heen werken Omdat een vaccin tegen Covid-19 waarschijnlijk nog enige tijd op zich zal laten wachten, is het vormgeven van een anderhalvemetereconomie voor het uitbreiden van de economische activiteiten cruciaal. De uitdagende vraag is: Hoe werken we gezond, rendabel en productief om het virus heen? Steeds is het uitgangspunt dat we deze crisis samen oplossen. Daarom hebben verschillende initiatiefnemers belangeloos een kennistool gecreëerd: de site www.coronaworkarounds.nl geeft voor 965 beroepen inzicht in de corona-gevoeligheid op taakniveau. Dit gebeurt op basis van het Amerikaanse Occupational Information Network (O*NET), dat als internationale standaard geldt en door eelloo is omgezet naar een Nederlandse beroepenmonitor. De koppeling tussen beroepen en taken enerzijds en de corona-gevoeligheid anderzijds biedt de mogelijkheid op taakniveau mogelijke oplossingen te bekijken én te delen. Herontwerp het werk om het virus heen Het achterliggende idee is dat de corona-gevoeligheid in hoofdlijnen bepaald wordt door twee factoren: de plaatsafhankelijkheid en het vereiste intermenselijk contact. De Corona Workarounds zijn dan slimme fysieke, technologische en organisatorische oplossingen die kunnen helpen om werktaken minder coronagevoelig te maken. Veel is inmiddels geschreven over looproutes, plexiglas en drive-in evenementen, maar er is vanuit taakherontwerp nog veel meer mogelijk. Hoe bundel je taken zo dat je zo min mogelijk hoeft te reizen? Hoe herstructureer je het werk zodanig dat het in kleine slimme teams kan worden uitgevoerd, en het aantal contacten wordt beperkt? Zijn combinatiebanen mogelijk tussen de Zorgsector en de Horeca, zodat een sterke stijging van de vraag in de ene sector kan worden opgevangen vanuit een andere sector? Oproep om kennis te delen Coronaworkarounds.nl is een initiatief van de stichting NSvP : : Innovatief in werk, Siebren Houtman van eelloo en Ton Wilthagen van de Universiteit Tilburg. De kennistool is gevuld met 65 suggesties en workarounds die in dagbladen en vaktijdschriften zijn aangedragen. De initiatiefnemers roepen werkgevers, werknemers en hun organisaties, brancheorganisatie, wetenschappers en vakexperts op hun kennis en ervaring beschikbaar te stellen om na een intelligente lockdown nu met intelligente workarounds de economie weer zo veilig, gezond én rendabel mogelijk op gang te helpen. Geplaatst in ZP en Ondernemen | 1 Reactie
Tozo met drie maanden verlengd. Wel met toets inkomen partner. Geplaatst 20 mei 2020 door ZiPredactie Het kabinet verlengt de Tozo, de inkomenssteun voor zelfstandig ondernemers. Zelfstandigen kunnen bij hun gemeente aanvullende inkomensondersteuning krijgen voor levensonderhoud. Deze vult tot eind augustus 2020 het inkomen aan tot het sociaal minimum en hoeft niet te worden terugbetaald. Afhankelijk van de gezinssituatie is dat maximaal € 1.500 per maand. ** UPDATE 1/6/2020: de verlenging van het steunpakket is voor vier maanden en niet drie maanden, zoals eerder aangekondigd. Zoals al eerder was uitgelekt, zal de verlengde regeling wel een partnerinkomenstoets bevatten. “Dit betekent dat alleen huishoudens met een inkomen onder het sociaal minimum aanspraak kunnen maken op een tegemoetkoming in het levensonderhoud. Op deze manier wordt de ondersteuning voor levensonderhoud gericht op het garanderen van het sociaal minimum op huishoudniveau” zo zegt het kabinet. Er vindt nog steeds geen vermogenstoets plaats. Ondernemersorganisatie ONL verbaast zich over deze keuze van het kabinet. ‘Er is geen indicatie dat er zonder partnertoets overmatig misbruik wordt gemaakt van de Tozo’, aldus Hans Biesheuvel. ‘Veel zelfstandigen verkeren in onzekerheid over hun bestaansrecht als ondernemer. Ik hoop dat gemeenten toch snel blijven handelen en dat huishoudinkomens boven het sociaal minimum niet alsnog massaal in financiële problemen komen door te hoge vaste lasten.’ Lees ook: Veelgestelde Tozo-vragen: wat gebeurt er als ik toch ineens omzet draai? Ondersteuning blijft ook mogelijk in de vorm van een lening (maximaal €10.157) voor bedrijfskapitaal, tegen een verlaagd rentepercentage. Zelfstandig ondernemers wordt in de verlengde regeling gevraagd om te verklaren dat er bij hun bedrijf geen sprake is van surseance van betaling of dat het bedrijf in een staat van faillissement verkeert. Ook andere noodmaatregelen voor ondernemingen, waaronder de NOW, worden verlengd. Voor de NOW vervalt de ‘ontslagboete’. De maximale uitkering voor de TOGS (met name voor ondernemingen met fysieke locaties die dicht moeten) wordt verhoogd naar 20.000 euro. Zie deze brief van Kabinet voor meer informatie over dit tweede steunpakket. Infographic kabinet Geplaatst in ZP en Ondernemen | 6s Reacties
Bergler ziet kansen door coronacrisis voor zzp-markt Geplaatst 20 mei 2020 door Arthur Lubbers Hoe vier je het 40-jarige jubileum in coronatijd? “We hebben bij onze medewerkers een doosje thuis laten bezorgen (met iets te drinken en te eten) die zij pas mochten openen tijdens de geplande donderdagmiddagborrel via Teams. Dat was zeer gezellig”, vertelt Rob Wessels, algemeen directeur Bergler. Rob Wessels studeerde accountancy en moest in 1987 de jaarrekeningen van ICT-detacheerder Bergler controleren. Na forse kritiek op de boekhouding kreeg hij als reactie van oprichter Erich Bergler ‘als je het zo goed weet, waarom kom je hier dan niet werken?’ Begonnen als administrateur, klom hij op tot CFO en nam in 2000 via een management buy out (samen met een investeringsmaatschappij) het bedrijf over. Nadat Wessels afgelopen september ook de investeringsmaatschappij uitkocht, is hij nu de trotse directeur/eigenaar van Bergler. Inhuur geprofessionaliseerd Bij Bergler werken circa veertig man vast personeel en ongeveer 130 zzp’ers en gedetacheerden. Zij zijn verdeeld over de drie labels; Software Solutions (advies en maatwerk bij het bouwen van software), Infra Solutions (beheer werkplekken) en Flex Solutions, het bemiddelen van tijdelijk ict-personeel. Dit laatste betreft zzp’ers en/of medewerkers van andere leveranciers waarmee Bergler een raamovereenkomst heeft. Zzp’ers in de ICT weten Bergler te vinden. “Voordat hun opdracht afloopt melden ze zich vaak al aan, want zij maken ze graag gebruik van ons verkoopkanaal, ons netwerk”, zegt Wessels, die de markt voor zzp-bemiddeling in de loop der jaren sterk zien veranderen. “Voorheen was het vaak zo dat een projectleider wel iemand kende en die werd dan ingeschakeld. Maar de markt is veel professioneler geworden. Tegenwoordig gebeurt veel via aanbestedingen of een DAS. Dat is voor ons wel zo prettig.” Want Bergler heeft zich namelijk gespecialiseerd in Europese aanbestedingen voor de (semi-)overheid. De opdrachtgevers zijn veelal ZBO’s (Zelfstandige bestuursorganen) en universiteiten en hogescholen, waar Bergler dankzij een opgebouwde track record veelal preferred supplier is geworden. Twee crises overleefd Die specialisatie is een bewuste keuze geweest. Bergler was voorheen vooral actief in de financiële sector. “Door de financiële crisis in 2008 was een overstap naar nieuwe sectoren noodzakelijk”, legt Wessels uit. En dat was niet de eerste keer dat het bedrijf zich moest aanpassen aan de marktomstandigheden. In 2004 wist het bedrijf ook al de internetbubbel te overleven. De huidige coronacrisis ziet Wessels niet als een bedreiging voor de markt voor hoogopgeleide ICT-professionals. “Onze business loopt gewoon door. Wij werken voor opdrachtgevers die niet of nauwelijks worden geraakt worden hierdoor. Slechts één van de circa 170 detacheringscontracten is vanwege de coronacrisis beëindigd.” Wessels denkt zelfs dat de zzp-markt een impuls gaat krijgen. “Bedrijven merken tijdens een economische hick up hoe zwaar de financiële lasten zijn van het hebben van eigen medewerkers. Ik verwacht dat Bergler Flex Solutions door de coronacrisis dan ook nog harder zal gaan groeien.” Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Bergler, detachering, zzp | Laat een reactie achter
“Nederland (heeft) in internationaal perspectief een zeer groot aantal zelfstandig ondernemers” schrijft het Ministerie van Financiën. Maar klopt dat wel? Geplaatst 20 mei 2020 door Hugo-Jan Ruts Gisteren leverde het Ministerie van Financiën een hele stapel adviezen aan de Tweede Kamer af, met daarin 169 bouwstenen voor een beter belastingstelsel. Het is vooral bedoeld als input voor de verkiezingsprogramma’s. Het verkleinen van de fiscale verschillen tussen werknemers en zelfstandig ondernemers, waar dit kabinet ook al een tweetal stappen toe gezet heeft, is in die adviezen een regelmatig terugkerend thema. Op pagina 48 van het rapport De Nederlandse Belastingmix, staat te lezen dat “Nederland in internationaal perspectief een zeer groot aantal zelfstandig ondernemers heeft”. Een uitspraak die verder niet toegelicht of onderbouwd wordt. Hij komt wel bekend voor. Precies dezelfde zin staat immers in het eindrapport van de Commissie Borstlap (pagina 9), die bron wordt alleen niet vermeld. Zie hier alle ZiPconomy factchecks op een rij. Op meerdere plekken in de stukken van Financiën en in het rapport Borstlap wordt er een relatie gelegd tussen het hoge aantal zelfstandigen en de lagere belastingdruk. Maar klopt het eigenlijk wel dat Nederland een ‘zeer groot aantal zelfstandig ondernemers’ heeft. Ook in het eindrapport van de commissie Borstlap wordt de claim niet onderbouwd. Maar die commissie leunt voor wat betreft dat internationale perspectief zwaar op een advies van de OESO (zie bijlage vier in dat eindrapport) en ook in andere rapporten van deze stapel van Financiën komt dat advies terug. Dus laten we eens naar cijfers van de OESO kijken. Deze website https://data.oecd.org/emp/self-employment-rate.htm geeft een overzicht van de ‘self employed’. Nederland (blauw) zit wat rechts van het midden qua aantal zelfstandigen in deze vergelijking met de andere OESO landen. En 1,4 procentpunt boven het gemiddelde van de EU landen (paars). De uitspraak dat we ‘in internationaal perspectief een zeer groot aantal zelfstandig ondernemers’ hebben, lijkt me dan ook geen juiste analyse van zowel het Ministerie van Financiën als de Commissie Borstlap (waarbij nog opgemerkt dat het aantal zelfstandigen buiten de OESO landen vast nog een stuk hoger ligt). Maar waar komt deze claim dan vandaan? Immers het wordt wel vaker gebruikt in discussies. Terug naar het OESO advies aan de commissie Borstlap. Daarin schrijft de OESO niet dat Nederland extreem veel zelfstandigen heeft, maar dat de groei in Nederland sinds 2000 zeer groot is. Dat is wel net iets anders. Op pagina 33 van een ander deelrapport van Financiën vinden we dit plaatje, ook van de OESO. Inderdaad, in de periode 2000-2017 is de groei van het aantal zelfstandigen (‘own-account workers’ ) in Nederland veel groter dan in andere landen. Het is echter vooral een inhaalslag geweest. Zie deze cijfers van de OESO. Nederland kende rond de eeuwwisseling een relatief erg laag percentage zelfstandigen. In 1999 kwam het Kabinet Kok II met het rapport “De ondernemende samenleving: meer kansen, minder belemmeringen voor ondernemerschap.” Daarin wordt onder andere geconstateerd dat het aantal startende ondernemers in Nederland achterblijft. “Weliswaar is het aantal ondernemers de laatste jaren toegenomen, maar dit geldt in mindere mate als dit gerelateerd wordt aan de groei van de beroepsbevolking. Zo was het aantal ondernemers als percentage van de beroepsbevolking pas in 1996 weer op het niveau van 1972. Nederland loopt daarmee achter op het gemiddelde van de Europese Unie en de Verenigde Staten.” Als je laag begint, dat groei je hard. Maar dat wil nog niet zeggen dat het totaal nu internationaal gezien ‘zeer groot’ is. Daarbij nog opgemerkt dat de rek al weer een tijdje uit die groei van het aantal zelfstandigen in Nederland is. Wanneer we inzoomen op de OESO cijfers van de laatste paar jaar, dan krijg je een veel minder spectaculair plaatje. In 2014 zaten we op het EU gemiddelde, nu er iets boven. Dat sluit aan bij dit plaatje van dat het bureau SEO Economisch Onderzoek (van Commissie Borstlap lid Bas ter Weel) op basis van CBS cijfers maakte voor het rapport ‘Driehoeksrelaties’. Deze cijfers laten zien dat het aantal zelfstandigen – als percentage van de totale beroepsbevolking – de laatste jaren tamelijk stabiel is. Na 2018 neemt het percentage van mensen met een vast contract ook weer toe. Overigens valt er nog wel wat af te dingen op die cijfers van de OESO. Ze zullen vast kloppen, maar de OESO weet in haar cijfers geen onderscheid te maken tussen de eigenaar van een Mexicaans winkeltje, de Italiaanse dagloner in de landbouw, de Poolse bouwvakker en een Nederlandse freelance IT’er. De groei in Nederland komt immers vooral door zelfstandigen ‘eigen arbeid’ met een hogere opleiding. In een aantal landen waar het aantal zelfstandigen daalt, zal dat komen door een zich ontwikkelende economie. Maar wellicht hoort een groei van het aantal zelfstandigen juist wel weer in een netwerkeconomie (zoals in UK en Israël). De OESO cijfers nemen ook iedereen, ook voor wie het zelfstandig ondernemerschap een bijverdienste is (let wel, de helft van alle NL’se zzp’ers heeft ook ander inkomen) Of neem België. Daar daalt het aantal zelfstandigen licht (van oudsher veel meer dan in Nederland). Maar de SER Vlaanderen ziet het aantal freelancers (zzp’ers eigen arbeid, die werken voor niet-particulieren) juist stijgen, tot een niveau dat nauwelijks afwijkt van de vergelijkbare groep in Nederland. En dat terwijl zelfstandigen een flink sociaal vangnet hebben (en daar voor Nederlandse begrippen fors voor betalen) en veel minder fiscale voorzieningen. In het kader van de fiscale discussie is het onderscheid tussen de moderne zzp’ers (eigen arbeid) en de klassieke zzp’ers (die niet met werknemers concurreert) zoals het CBS die maakt relevant. Maar dat onderscheid maakt de OESO niet. Conclusie: Kortom: De constatering dat “Nederland in internationaal perspectief een zeer groot aantal zelfstandig ondernemers heeft” is onjuist. Het Ministerie van Financiën neemt (zonder bronvermelding) een aanname van de Commissie Borstlap over. De aanname is waarschijnlijk gebaseerd op het verkeerd interpreteren van een rapport van de OESO. Waarin data worden gebruikt waar wel iets op af te dingen valt. Het aantal zelfstandigen in Nederland in internationaal perspectief na 2000 zeker hard gegroeid is, maar dat is oud en deels achterhaald nieuws. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags factcheck, zelfstandigenaftrek | 3s Reacties
Veelgestelde Tozo-vragen: wat gebeurt er als ik toch ineens omzet draai? Geplaatst 19 mei 2020 door FNV Zelfstandigen Vakbond FNV krijgt veel vragen over de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). En dat is niet zo gek, want de regeling om zelfstandigen door de coronacrisis te helpen is snel in elkaar gezet. De gebruiksaanwijzing voor gemeenten (handreiking) wordt daarom ook ‘groeidocument’ genoemd. Rechtspraak erover volgt, wees daar maar zeker van. Maar op dit moment moeten we het doen met de tekst van de Tozo zelf en de toelichting. Hoeveel maanden kan ik Tozo krijgen? De regeling komt erop neer dat zelfstandig ondernemers in de periode van maart tot en met augustus 2020 aanspraak kunnen maken op bijstand voor levensonderhoud. Ze kunnen deze inkomenssteun krijgen voor maximaal drie aaneengesloten kalendermaanden. Dat betekent dat zelfstandigen in een periode van zes kalendermaanden in drie aangesloten kalendermaanden Tozo kunnen krijgen. Het gaat specifiek om kalendermaanden, er wordt dus gerekend vanaf de eerste tot de laatste dag van een maand. Er wordt dus niet een maand uitgekeerd die duurt van 15 maart tot 15 april. Kan ik een maand overslaan? Nee, dat kan niet. Drie aangesloten kalendermaanden betekent dat je niet eens een maand kunt overslaan in die periode van zes maanden. Hoeveel maanden ondernemers Tozo kunnen krijgen als de regeling wordt verlengd, is nog niet bekend. Dat er een partnertoets komt bij verlenging van de Tozo is al wel uitgelekt. Wat is de deadline voor Tozo-aanvraag? Als je Tozo wilt aanvragen, moet je dit doen vóór 1 juni 2020. Dat geldt ook als de drie aangesloten maanden na 1 juni liggen (bijvoorbeeld juni, juli en augustus). Wat mij betreft kan het niet zo zijn dat over die maanden na de verlenging van de Tozo een partnertoets wordt toegepast. Stel, ik heb Tozo aangevraagd en gekregen voor drie maanden. Nu blijkt dat ik in één van die maanden plots toch omzet draai. Wat gebeurt er? Het komt voor dat zelfstandig ondernemers direct na de eerste maatregelen van de overheid geen inkomen meer hadden in maart en april, maar dat zij in mei en juni wel weer wat omzet halen. Omdat de Tozo een besluit is dat gebaseerd is op de Participatiewet, wordt de Tozo ook conform die wet uitgekeerd. In de Participatiewet staat dat de uitkering wordt ‘bepaald en betaald’ per kalendermaand. Dat geldt dus ook voor de Tozo. Als je in de periode van drie aangesloten kalendermaanden dus één kalendermaand hebt waarin je inkomen boven de bijstandsnorm uitkomt, dan krijg je over die kalendermaand geen Tozo. Kortom, of een zelfstandig ondernemer recht heeft op een Tozo wordt per kalendermaand bekeken. Het inkomen per kalendermaand wordt aangevuld tot de bijstandsnorm die voor de zelfstandig ondernemer geldt (€ 1.052,32 voor alleenstaanden, € 1.503,31 voor gehuwden/samenwonenden). Feit blijft dat nu maximaal recht bestaat op drie aangesloten kalendermaanden, het is niet mogelijk om te ‘maandhoppen’. Bij verlenging van de Tozo kan dit mogelijk wijzigen. Hoe bepaalt de gemeente jouw inkomen? Het inkomen is de netto beloning van de zelfstandige. Het bedrag van de omzet (het factuurbedrag) min de btw, zakelijke kosten en het forfaitair door de overheid gekozen belastingpercentage van 18%. Aan welke kalendermaand wordt het inkomen toegerekend? Het inkomen wordt toegerekend aan de maand waarin je de producten of diensten hebt geleverd. Als je diensten of producten geleverd hebt vóór de periode waarvoor je Tozo hebt gevraagd en betaald wordt in de periode waarvoor Tozo wordt gevraagd, dan wordt die betaling dus niet betrokken bij je inkomen. Stel, je werkt in februari, factureert het bedrag aan je klant in maart en krijgt ook in maart betaald. Dan wordt de betaling in maart dus niet meegenomen in het inkomen voor maart, omdat er in februari voor is gewerkt. Het geldt ook andersom. De winst die jij verdient hebt in de periode waarvoor je Tozo aanvraagt, hoort bij die periode. Ook als je pas factureert in de maand waarin je geen Tozo meer ontvangt. Meer info Op onze website (www.fnvzzp.nl) is veel informatie te vinden over de Tozo en andere coronamaatregelen. Zodra meer bekend is over de verlenging van de Tozo, zullen we ook daarover berichten. Auteur: Ewald van Sark, procesjurist FNV Zelfstandigen/ECZ Geplaatst in ZP en Politiek | Tags Corona, FNV, tozo, vragen, zzp | 1 Reactie
Een jaar als jongeren in Den Haag: Waarom de politiek het juist nu over idealen moet hebben Geplaatst 19 mei 2020 door Gastblogger Als twee millennials met een studentikoos strategisch-adviesbureau, hebben wij het afgelopen jaar een tour gemaakt door de politieke wereld van sociale zaken en de arbeidsmarkt. Na het uitvoeren van een onderzoek over de visie van millennials op de toekomst van de arbeidsmarkt (voor de NBBU), mochten wij de resultaten presenteren op het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Meepraten met de mensen die zich iedere dag inzetten om Nederland een beter land te maken, hoe cool is dat! Na te zijn afgereisd naar de torens waar de toekomst van ons land wordt geschreven kwamen we van een koude kermis thuis. Na te zijn afgereisd naar de torens waar de toekomst van ons land wordt geschreven, de richting van onze samenleving wordt bepaald, kwamen we van een koude kermis thuis. Ons verhaal, gefocust op de lange termijn en grote trends, sloot totaal niet aan op de technocratische instelling van de eerst zo opgehemelde luisteraars. De nadruk lag niet op welke wegen wij als samenleving in moeten gaan, maar op de beren die zich daarop bevonden. De veranderingen die wij inbrachten werden onmiddellijk afgedaan door de technische regels die deze onmogelijk zouden maken. Zonde, volgens ons, en helaas tekenend voor het algemene politieke debat. Behalve bij het ministerie zijn we ook uitgenodigd bij Commissie Borstlap en de Tweede Kamer. Steeds werd ons gevraagd om – net als bij deze column – de mening te geven van onze generatie over onderwerpen rondom sociale zaken op de arbeidsmarkt. Vanuit die positie viel ons een aantal dingen op aan de manier van discussiëren in de Haagse wereld. Wij zagen dat men vaak verstrikt zit in het eigen wereldje van technocratische discussies. Het lukt de deelnemers aan die discussies niet om naar het grote plaatje te kijken en fundamentele vragen aan te kaarten. De coronacrisis is een moment van relativering, en van reflectie op de onderwerpen waarover onze politiek, en daarmee wij als samenleving, ons de afgelopen jaren druk hebben gemaakt. Deze crisis is hét moment om de dagelijkse gang van zaken te ontstijgen, om het doorkabbelen van de discussies te doorbreken en na te denken over de vraag welke onderwerpen er op de agenda moeten staan. Dit is deel 10 uit een serie artikelen over de arbeidsmarkt in het post-corona tijdperk. Zie voor overige afleveringen dit overzicht: post-corona Wat gebeurt er precies? Toen wij rondliepen op de ministeries, hadden wij regelmatig het gevoel dat men vastzat in hele technische vraagstukken. Discussies werden alleen maar gevoerd met insiders uit de wereld, en het leek alsof zij af en toe vastliepen in het gesprek. Argumenten werden herhaald en er werd weinig gereflecteerd op het onderwerp van gesprek en hoe lang men er al mee bezig was. De manier waarop werd gereageerd op onze inbreng verraste ons: We kregen voortdurend van onze gesprekspartners te horen dat ze erg op zoek waren naar de verfrissende blik van jongeren en buitenstaanders. Maar zodra wij een fundamenteel punt wilden maken dat niet in het straatje lag van onze gesprekspartners grepen ze direct terug naar technische argumenten. Van oprechte belangstelling voor onze ideeën leek vaak maar weinig sprake. In deze discussies ontbreekt de brug naar de buitenwereld. Met oogkleppen op zijn hele slimme ambtenaren eeuwig aan het polderen in jargon. Ze komen daardoor te weinig toe aan de grotere problemen in de samenleving; deze staan zo ver af van hun dagelijkse bezigheden dat ze niet eens meer aan de orde zijn. Wij raakten verzeild in technische debatten, waaraan veel verschillende partijen deelnemen, die allemaal opkomen voor hun eigen belang. Maar met het eeuwig doormodderen van dit soort discussies is er vaak geen ruimte meer in het debat voor vragen van wezenlijk belang, zoals: Waar leiden wij mensen voor op? Welke banen voegen waarde toe aan de samenleving en hoe waarderen wij deze? Welke richting willen we als samenleving op? Het lijkt erop dat deze vragen nu te filosofisch zijn voor politici. En de filosofische denkers die ze wel beantwoorden krijgen geen gelegenheid input te leveren aan de politiek. Het idealisme is weggesijpeld. De politicus is een soort manager geworden. Waarom is dit erg? Wanneer de filosofische vragen over het idealisme achter de politiek verdwijnen, kunnen er zonder dat we het doorhebben situaties optreden die ongewenst zijn. Dan kunnen flitshandelaren in de financiële wereld – een sector die geen enkele maatschappelijke waarde toevoegt – de slimste mensen aantrekken die het meest verdienen. Dan krijgen de meest essentiële beroepen – docenten en verplegers – veel minder waardering dan ze zouden moeten krijgen. En dan kunnen wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg oplopen, terwijl we al jaren proberen om deze te laten afnemen. En dat terwijl dit onderwerpen zijn waar de hele maatschappij het over eens zal zijn dat dit anders moet. We kunnen beter dan dit, maar door het eeuwigdurende gepolder van belanghebbenden vervagen de prioriteiten. Wanneer de filosofische vragen over het idealisme achter de politiek verdwijnen, kunnen er situaties optreden die ongewenst zijn Voor jongeren is het gebrek aan idealen in de politiek een groot probleem. Wij moeten nog het langst mee en hebben dus het grootste belang bij goede lange-termijn plannen. Maar daarnaast is ook de huidige samenleving voor jongeren steeds minder fijn geworden. Hun banen zijn het minst ‘vast’, huisvesting is nu moeilijker dan ooit. Klimaatverandering gaat hen meer raken dan de ouderen die nu aan het roer zitten. Toch lijkt de korte-termijn-management van de politiek onze jonge generatie niet erg boos te maken. Waarom is dit nu relevant? Dit is hét moment om er iets aan te doen. Veranderingen die ondenkbaar waren voor corona toesloeg (stilleggen van de luchtvaart, thuiswerken, staatssteun voor bedrijven en ZZP-ers), blijken nu plotseling wel te kunnen. Door de coronacrisis en het stilstaan van de normale gang van zaken komen immers veel onderwerpen in een ander licht te staan. Het is opeens duidelijk welke beroepen van vitaal belang zijn in de maatschappij, onze minister-president heeft er zelfs een term voor bedacht: ‘vitale beroepen’. Met spandoeken voor de ziekenhuizen, landelijk balkonapplaus voor de zorg en andere hartverwarmende acties door het hele land wordt een breed gedragen waardering voor de sector blootgelegd. Ook kan de crisis een spiegel vormen voor de eigen omstandigheden. Bijvoorbeeld voor jongeren, die voorheen leefden in maximale vrijheid zonder vaste banen, buffers of riante huisvesting. Voor hen komt de crisis extra hard aan (en dat terwijl zij de minst kwetsbare zijn). Misschien dat deze spiegel kan leiden tot meer bewustzijn van de eigen belangen, en grotere idealen voor hun eigen toekomst. Kortom: de crisis biedt een mogelijkheid om onze inrichting van de samenleving te evalueren, en te reflecteren op de politieke discussies die de afgelopen jaren gevoerd zijn. Dit brengt ietwat ongemakkelijk aan het licht dat de onderwerpen die eerst de boventoon voerden, helemaal niet de meest relevante onderwerpen zijn. De meer filosofische vragen zijn jarenlang ontlopen en de homogene Haagse bubbel maakt zich daar maar weinig druk om. Hoe kan dit veranderen? Een oplossing die wij zien, is dat er meer ingebouwde diversiteit in de discussies nodig is. Dit is natuurlijk geen directe oplossing voor de meest urgente problemen, maar wel essentieel om de sturing van ons land scherp te houden. Waarom? Omdat het noodzakelijk is om de impasse te doorbreken. De insiders in het debat bevinden zich in een vicieuze cirkel: Naarmate de debatten technischer worden, worden ze ook exclusiever en steeds ontoegankelijker voor jongeren en andere ‘buitenstaanders’. Daardoor verliest men de grote lijnen uit het oog. Om die doorbraak te realiseren zullen de tafels waaraan gedebatteerd wordt veel diverser moeten worden. Fundamentele vragen zullen in zo’n diverse omgeving veel sneller naar de voorgrond komen. De zuurstof voor eeuwige discussies over arbeidscontracten zal verdwijnen. De prioriteiten zullen duidelijker worden. Hoe gaan we die diversiteit realiseren? Wij merken dat er in de politieke wereld wil is om jongeren te betrekken (kijk maar hoe vaak wij zijn uitgenodigd), maar dat dat moeilijk lukt, en gebrekkig functioneert. De verantwoordelijkheid is echter tweeledig: De jongeren zullen een actievere houding aan moeten nemen en voorbereid op komen dagen als ze een keer worden uitgenodigd. De urgentie voor jongeren om dit te doen zal alleen maar stijgen door de crisis. De politiek zelf zal de toon van het gesprek aan moeten passen en jongeren niet alleen uitnodigen, maar ook bijvoorbeeld laten agenderen in plaats van alleen reageren. Het relativerende aspect van de crisis zal hier ook een positief effect op hebben. Een nieuwe houding De afgelopen twee maanden heeft Rutte zich al idealistischer getoond dan ooit tevoren. Wij hopen dat deze nieuwe houding voortaan niet alleen tijdens crisismanagement naar voren hoeft te komen. Hopelijk kunnen we na de crisis naar een vruchtbaarder politiek debat, waarin meer aandacht is voor de fundamentele vragen, banen en behoeften van onze samenleving. Franka van Dijken en Daan Stroeken Franka van Dijken en Daan Stroeken zijn als consultants verbonden aan de Young Advisory Group, een adviesbureau volledig gerund door studenten. Franka volgt een masteropleiding Technische Wiskunde (TU Delft) en Daan heeft net zijn bachelor Natuurkunde (UvA) afgerond. Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags jongeren, post-corona | 3s Reacties