Maandelijkse archieven: maart 2020

Meer vragen dan antwoorden na bijeenkomst over de webmodule: ‘Er is een alternatief nodig’

“Voor welke klus mag je als opdrachtgever een zelfstandig ondernemer inhuren? Dat is waar de webmodule duidelijkheid over geeft”, benadrukt minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) tijdens de bijeenkomst over deze webmodule.

Maandag waren allerlei belanghebbenden aanwezig op het ministerie van Sociale Zaken om toelichting te krijgen over hoe die online tool gaat werken. Daarnaast mochten zij hun mening geven over de beoordeling van verschillende casussen.

Hoofdvraag van de webmodule

“De hoofdvraag is of een arbeidsrelatie buiten dienstbetrekking uitgevoerd kan worden”, zei Koolmees. “Zo ja, dan kan een opdrachtgever zekerheid vooraf krijgen dat hij geen loonheffingen hoeft te betalen. De webmodule gaat dus niet over de vraag of iemand zzp’er is. Hij is voor de opdrachtgever: de tool wijst uit voor welke klussen je een zzp’er mag inzetten.”

De online tool geeft opdrachtgevers zekerheid vooraf. Als de Belastingdienst langskomt, kan het inlenende bedrijf de verklaring uit de webmodule overleggen. Het is een vrijwaring voor de opdrachtgever, waarmee hij kan aantonen dat hij geen loonheffingen en premies hoeft te betalen voor de ingehuurde werkende. Koolmees: “Uiteraard moet er dan wel gewerkt zijn zoals de opdrachtgever dat heeft ingevuld.”

Alternatief: kijk vanuit ondernemerschap

Tijdens de bijeenkomst overhandigden zeven organisaties een alternatief op de plannen van Koolmees. De zzp-organisaties willen dat zzp’ers beoordeeld worden vanuit ondernemerschap, niet vanuit werkgeverschap. De bewuste keuze voor het ondernemerschap staat voorop. Lees meer.

De minister noemt het ‘positief’ dat zij een alternatief hebben neergelegd. “Maar de webmodule gaat niet zozeer over wie de zzp’er is”, zegt hij. “Het gaat om de opdrachtgever: waarvoor kun je een zzp’er inhuren? En wat is eigenlijk een dienstverband?”

‘Het hokje is relevant’

De zaak omdraaien is dus lastig, zegt Koolmees. “Ik ben liberaal, dus ik snap het uitgangspunt dat je zelf moet kunnen kiezen met welk type contract je wilt werken. Maar we zitten ook in een situatie waarin de hele sociale zekerheid en de arbeidsrechtelijke bescherming afhankelijk zijn van de beoordeling van de arbeidsrelatie. In dit geval is het dus wel degelijk relevant in welk hokje iemand thuishoort.”

Het mag niet zo zijn dat iemand voor het ene bedrijf wel als zzp’er kan werken maar niet voor het andere, vindt de minister. Dat zou namelijk betekenen dat het ene bedrijf meer kosten maakt voor een werkende, dan het andere bedrijf.

“Het gaat om de verplichtingen die de werkgever heeft, zoals belastingplicht, loondoorbetaling bij ziekte en rechten voor de werkende bij ontslag. We moeten het onderscheid maken, om oneerlijke concurrentie te voorkomen. Als we niet handhaven tegen schijnzelfstandigheid, gaan sommige bedrijven op zoek naar de bodem van het putje. Dat willen we niet.”

Europees recht

Tot slot zegt de minister dat kijken vanuit ondernemerschap in plaats van werknemerschap niet mogelijk is. “Het kan niet volgens het Europees recht. Dat staat ook in het rapport van de Commissie Borstlap.”

Volgens Koolmees is het pamflet van de zeven organisaties dus niet ‘dé oplossing’.

Tjebbe van Oostenbruggen, algemeen directeur van Brainnet: “Zo onmogelijk is het niet om te toetsen vanuit ondernemerschap. In de wet staat tenslotte: als er sprake is van ondernemerschap, dan is er geen fictieve dienstbetrekking.”

Zelfstandigenverklaring voor alle zzp’ers

Piet Meij van de Nederlandse Bond Van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen (NBBU) is één van de ondertekenaars van het pamflet. Hij overhandigde het aan de minister. Koolmees wil wel verder praten met de partijen over het plan, vertelt Meij.

“De minister geeft ruimte om in gesprek te gaan, dus dat is positief”, zegt Meij “Hij heeft zelf de zelfstandigenverklaring geïntroduceerd. Wij zien daar mogelijkheden mee. Eigenlijk willen we een soort zelfstandigenverklaring, maar dan voor alle echte zzp’ers die bewust kiezen om ondernemer te zijn. Ongeacht wat ze verdienen en hoe lang ze voor een opdrachtgever werken.”

Lees meer over de zelfstandigenverklaring (ook wel de ‘opt out’).

‘Heilloze exercitie’

Deze vrijwaring kan een oplossing zijn als hij gecontroleerd wordt ingevoerd, denkt de NBBU-vertegenwoordiger. “Want er is absoluut een alternatief nodig. Tijdens de gesprekken over de webmodule vanmiddag bleek namelijk dat het een heilloze exercitie wordt.”

Josien van Breda van Platform zzp-dienstverleners: “De webmodule is een onmogelijk ingewikkeld instrument. Uit de zaal bleek dat niemand erop zit te wachten. We willen dat de regels van het spel veranderen, want die passen niet meer bij de manier waarop mensen willen werken. Er is meer ruimte nodig voor ondernemerschap. Maar de minister zit blijkbaar vast aan bestaande regelgeving.”

In het voorjaar moet de webmodule af zijn, zodat hij voor de zomer naar de Tweede Kamer kan. Maar er blijkt nog veel mis. Ambtenaren van het ministerie bespraken de webmodule met de aanwezigen. De voornaamste kritiek op de tool was dat formuleringen te ingewikkeld zijn voor de gemiddelde opdrachtgever.

‘Nog steeds te veel ruimte voor interpretatie’

Frederieke Schmidt Crans, directeur van Het Flexhuis en voorzitter van Bovib (vereniging van onafhankelijke inhuur-intermediairs): “Er is te veel ruimte voor vrije interpretatie. Daarom krijg je foute of onduidelijke antwoorden.”

Zij contracteert veel zzp’ers in de zorg en denkt dat de online vragenlijst te ingewikkeld is voor de gemiddelde afdelingsmanager in een ziekenhuis. Zij stelt voor om een definitielijst toe te voegen. “Zodat de manager echt kan begrijpen wat een begrip inhoudt.”

Niet alleen de belangenorganisaties denken dat de webmodule nu nog te ingewikkeld is. Ook de ambtenaren die de vragenlijst ontwikkelen zijn daar bang voor. In een eerdere versie van de webmodule bleek bijvoorbeeld dat mensen niet wisten wat ‘aanneming van werk’ betekent. “Ze vulden in dat er sprake was van aanneming van werk en vervolgens dat er geen stoffelijk product geleverd werd. Dat kan niet”, zegt een van de ambtenaren.

‘Handhaving is essentieel’

Bij vragen over aanneming van werk, fictieve dienstbetrekking, de gelijkgesteldenregeling, rechtspersonen en het verschil tussen de resultaatsverplichting en inspanningsverplichting staat in de nieuwe versie een toelichting. “Maar het blijft lastig om zulke begrippen uit te leggen in simpele termen, zonder af te doen aan de wet”, aldus de ambtenaren.

Onduidelijkheid werkt fraude in de hand, vreest ook Gijs Strijker van VNO-NCW/MKB-Nederland. Hij vindt handhaving door de Belastingdienst essentieel. “Als ik weet dat er gecontroleerd wordt, ga ik serieuzer met de vragenlijst om.”

Lees ook: Opdrachtgevers opgelet: Belastingdienst is begonnen met verscherpt toezicht Wet DBA.

Verder maken de aanwezigen zich zorgen over de wegingsfactoren van de vragen (nog steeds niet duidelijk) en de uitkomsten. Zo zijn veel casussen ‘twijfelgevallen’. En zelfs als bijna alles wijst op een dienstbetrekking, geeft de webmodule als uitkomst ‘sterke indicatie van een dienstbetrekking’. Schmidt Crans: “Aan het eind van de webmodule moet er echt duidelijkheid zijn: zzp of niet. Zeker in sectoren waar personeel schaars is, gaan werkgevers die ruimte opzoeken en ‘het risico dan maar nemen’. Dat moet je niet willen.”

Maatwerk

Belangenorganisaties pleiten voor maatwerk per sector. Dorine Schoon, Platform voor Freelance Musici: “Ik begrijp dat in sommige sectoren een gezagsverhouding een aanwijzing is voor fictief dienstverband, maar bij ons zit dat anders. Je kunt tenslotte niet samen muziek maken zonder naar de dirigent te kijken.”

Dat is bijvoorbeeld ook zo in de zorg, zegt Lex Tabak van SoloPartners (zzp’ers in de zorg). “We moeten ons volgens de wet aan allerlei regels houden. Ook werktijden staan vaak vast en samenwerking binnen een team is belangrijk. Daar moet je rekening mee houden.”

Vragen over de modelovereenkomsten

Schmidt Crans: “De webmodule is nu nog veel te ruim opgezet en te generiek. Bovendien is niet duidelijk hoe die tool zich verhoudt tot de modelovereenkomsten. Kunnen we die straks nog gebruiken en hoeveel waarde hebben ze voor de Belastingdienst?”

Er waren meer vragen over de modelovereenkomsten. De meeste overeenkomsten lopen namelijk in september af en het is niet duidelijk of ze verlengd worden. Dan is de webmodule nog niet af. Minister Koolmees kon ook niet zeggen of sectoren mogen blijven werken met de modelovereenkomsten als de webmodule er uiteindelijk is.

Van Breda, Platform zzp-dienstverleners: “Als er niets is veranderd, willen we graag dat de modelovereenkomsten ongewijzigd in stand blijven. Daar moet snel meer duidelijk over worden.”

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , , , , , , , | Laat een reactie achter

Akkoord over verplichte aov voor zzp’ers: ‘Toegankelijke en betaalbare regeling met keuzevrijheid’. Zzp-organisaties reageren verdeeld.

De sociale partners, waaronder zzp-vertegenwoordigers PZO en FNV Zelfstandigen, hebben een akkoord bereikt over een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov) voor zelfstandigen. Minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken) heeft het akkoord dinsdag in ontvangst genomen.

Het kabinet komt voor de zomer met een reactie. Daarna kan het akkoord omgezet worden in wetgeving.

Dit is het voorstel

De sociale partners adviseren een ‘standaardverzekering’ voor langdurig inkomensverlies na ziekte of een ongeval. Zelfstandig ondernemers mogen zelf hun eigenrisicoperiode bepalen: 1 jaar (standaard), een half jaar of 2 jaar. Hoe langer die periode, hoe lager de maandelijkse premie.

De uitvoering van deze verzekering komt in publieke handen, namelijk het UWV en de Belastingdienst. Zelfstandigen hebben de mogelijkheid een gelijkwaardige of aanvullende verzekering te kiezen via de private markt.

De verplichte verzekering geldt niet voor zelfstandigen in de agrarische sector. Zij hebben al bij het pensioenakkoord een uitzonderingspositie bedongen.

Niet eerder dan 2024

De Stichting van de Arbeid had van minister Koolmees opdracht gekregen een voorstel te doen voor een wettelijke verzekeringsplicht tegen arbeidsongeschiktheid voor zzp’ers. Afgelopen zes maanden voerde de stichting ‘intensieve gesprekken’ met zelfstandigen, verzekeraars, overheid en politiek. Het voorstel is een uitwerking van de afspraken uit het Pensioenakkoord. Daarin heeft het kabinet met PvdA en GroenLinks afspraken gemaakt over deze verplichte AOV-ZZP.

Nadat het voorstel omgezet is in wetgeving, begint de uitvoering naar verwachting niet eerder dan in 2024.

Drie voorwaarden

Leo Hartveld van de Stichting van de Arbeid vertelt dat de aov voor zzp’ers moest voldoen aan drie voorwaarden. Daar zijn hij en de andere sociale partners naar eigen zeggen in geslaagd:

  • Toegankelijk: de verzekering wordt beschikbaar voor alle zelfstandigen zonder personeel, zonder toetredingsdrempels
  • Betaalbaar: een inkomensafhankelijke premie, met een maximum van € 205 euro bruto maand
  • Keuzevrijheid: er komt een keuze voor de lengte van de eigenrisicoperiode, wat effect heeft op de hoogte van de premie. Plus een opt-out mogelijkheid voor wie een eigen private verzekering heeft met minimaal dezelfde dekking.

Betaalbare premie, voldoende inkomenszekerheid

Belangrijkste vraag voor de Stichting was  hoe de verzekering betaalbaar blijft en tegelijk voldoende inkomenszekerheid biedt. De verzekering wordt namelijk volledig bekostigd uit de premies van de deelnemers. De oplossing volgens de sociale partners: heldere kaders en keuzes.

Verder verwachten zij dat het kabinet waarschijnlijk nog wel extra geld ter beschikking moet stellen voor de uitkeringen, om de premie betaalbaar te houden.

Met de publieke verzekering wordt het inkomen tot maximaal € 30.000 bruto per jaar gedekt. Een zelfstandige ontvangt na arbeidsongeschiktheid 70% hiervan. Dat is maandelijks € 1650 bruto (gelijk aan WML). De premie is inkomensafhankelijk.

Reacties van zzp-organisaties

“Voor ons stonden in de onderhandelingen altijd twee zaken centraal: de betaalbaarheid en de keuzevrijheid,” aldus Margreet Drijvers van zelfstandigenplatform PZO. “Oog hebben dus voor die groep zelfstandigen die nu al een goede verzekering heeft. Daar zijn we in geslaagd. Die keuzevrijheid staat in het akkoord.”

Ook FNV Zelfstandigen was betrokken bij de onderhandelingen en is blij met het akkoord.

Roos Wouters, aanjager van de Werkvereniging, blijft fel tegenstander van het akkoord. Ze wijt dat aan het feit dat de mening van veel zzp-belangenorganisaties niet zijn meegenomen. Samen met 23 partijen deed zij een voorstel voor een alternatieve aov (zie hier).

“Aan de goede argumenten om te komen tot een en dezelfde basisverzekering voor alle werkenden, is compleet voorbijgegaan.” Ook maakt Wouters bezwaar tegen het feit dat mensen die werknemerschap en ondernemerschap combineren straks dubbel verzekerd zijn.

De volledige tekst van het akkoord is hier te vinden.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , | 2s Reacties

Meerwaarde interim-managementbureau ligt vooral bij kwalitatief goed netwerk (zeggen opdrachtgevers)

De Raad voor Interim Management (RIM) heeft in 2019 een beknopte survey uitgezet onder 80 opdrachtgevers van haar leden. Namens de RIM werkgroep ‘Innovatie en Marktontwikkeling’ gaat Gertjan van de Groep op een aantal opvallende uitkomsten in. Doel van het onderzoek van de RIM was een goede aansluiting te waarborgen naar de (toekomstige) behoefte van opdrachtgevers inzake interim-management. Tijdens de strategiedagen van de RIM in november 2019 werden de resultaten met een panel van twee senior HR directeuren bediscussieerd. In deze reflectie werd ook gebruik gemaakt van andere onderzoeksresultaten, zoals de Interim Index 16-2019 en het ZiPconomy/ABN AMRO onderzoek onder interim-managementbureaus.

De RIM geeft hiermee haar leden inzicht in wat de markt beweegt, zodat zij dit kunnen benutten in hun eigen dienstverlening. De werkgroep ‘Innovatie en Marktontwikkeling’ van de RIM zal op een aantal gesignaleerde trends in 2020 een verdieping geven en onderzoek verder voortzetten.

Toekomstige inhuurbehoefte

De respondenten,  overwegend directieleden (algemeen of HR),  zien geen grote toekomstige toename van de inhuur van interim-managers versus eigen personeel. Slechts 13 procent verwacht een toename, 44 procent een gelijke tred, terwijl 48 procent een afname voorspelt. De interim-manager zelf verwacht voor het eerst in twee jaar ook een daling, hoewel nog steeds 48 procent een toename verwacht (Interim Index 2019). Interim-managementbureaus  zijn een stuk optimistischer, is te lezen in het onderzoek onder hen van ZiPconomy/ABN AMRO eind 2019. Van de bureaus  verwacht 73 procent een groei van omzet in dit marktsegment.

Opdrachtgevers huren interim-managers vooral in voor opdrachten met een veranderkundig component  en minder voor specifiek inhoudelijke expertise, zo blijkt uit het onderzoek. Desondanks ziet de helft van de respondenten een veranderende behoefte in de toekomst voor inhuur op specialistische functies op (senior) managementniveau. Het panel van HR directeuren bevestigt dit, er is een  sterke behoefte aan managers met kennis van moderne technologie en digitalisering. Vaak worden dergelijke posities niet meer vast ingevuld en is het bewust beleid van een organisatie om hierop extern in te huren. Deze specialisten zijn steeds vaker jonge interim-managers. “Wij zien in onze niche markt een ander type interim-manager opkomen. Deze jongere interim-manager zien we ook meer een combinatie van flex en vast maken, of sneller wisselen tussen deze contractvormen” zegt Van de Groep.

Verzekeringspolis

Op de vraag hoe de opdrachtgevers de geschikte interim-manager vinden antwoordt 73 procent dat dit via een beperkt aantal interim-managementbureaus is. Het opstellen van opdrachtformulering en bijbehorend profiel van de gezochte interim-manager doet de organisatie in bijna driekwart van de gevallen zelf. Leden van de RIM geven aan dat het dan soms lastig is de probleemstelling achter de vraag te vinden. Deze is wel nodig om effectief te kunnen zoeken. Juist daar zien zij hun toegevoegde waarde. Hoe beter de relatie met de opdrachtgever, hoe meer kans op het bewijzen van deze toegevoegde waarde, menen zij. Het panel van HR directeuren geeft aan dat zij graag door een bureau uitgedaagd wordt om vervolgens een opdrachtformulering en profiel bij te stellen.

De keuze voor de interim-manager maakt de opdrachtgever vooral op basis van kwaliteit, ervaring (96 procent) en de persoonlijke klik (61 procent). Begeleiding en schaduwmanagement van het bureau is hier minder maatgevend. De rol van het bureau verschilt per opdracht, soms is zichtbare begeleiding nodig, soms op de achtergrond aanwezig zijn. Het voelt als een soort  verzekeringspolis: je gebruikt het als je het nodig hebt, aldus het panel van HR directeuren. Moet een bureau haar dienstverlening hierop aanpassen? “Niet per definitie”, meent Van de Groep, ”mijn ervaring is dat de behoefte per sector verschilt. De industrie geeft er minder om, maar andere sectoren wellicht wel. Onze werkgroep ‘Ons vak’ zal zich hierin verder verdiepen.“

Meerwaarde in netwerk

Opdrachtgevers geven aan dat het interim-managementbureau zou moeten kijken naar de bemiddelingskosten waarbij er naast de bureaumarge ook belangstelling zou kunnen zijn voor een éénmalige fee. “Dat dwingt ons als bureaus om na te denken over ons verdienmodel”, constateert Van de Groep. Dit is wel sterk branche afhankelijk constateren de deelnemers aan de RIM werkgroep ‘Innovatie en Marktontwikkeling’ . De vergelijking wordt soms gemaakt met een opdracht voor executive search, hoewel de leden van de RIM menen dat beide selectieprocessen wezenlijk anders verlopen. “Toch is dit een signaal dat door onze leden serieus genomen wordt”, zegt Van de Groep, “transparantie over tarifering en marges staat hoog in het vaandel van de RIM.”

Het hebben van een kwalitatief goede netwerk van het interim-managementbureau wordt door opdrachtgevers gezien als een meerwaarde van bureaus. Ook in de toekomst. De (dagelijkse) vaardigheid van het bureau in het selecteren van de juiste kandidaat is vele malen groter dan hun eigen incidentele ervaring, zo stellen de opdrachtgevers. Het lerend vermogen van de opdrachtgever groeit als zij kennis heeft van de selectie instrumenten die een bureau gebruikt. “Een opdrachtgever is eerder bereid de niet-voor-de-hand-liggende kandidaat te accepteren als dit op voordracht van een bureau gebeurt die deze kandidaat goed kent. Daarmee bewijzen we geen simpele CV-schuivers te zijn”, betoogt Van de Groep.

Samenvatting

Het onderzoek van de RIM en van ZiPconomy/ABN AMRO laat duidelijk dezelfde behoefte in de markt zien. Een toename in specialistische inhuur en overbruggingsmanagement. Opdrachtgevers geven aan belangstelling te hebben voor de selectiecriteria die bureaus hanteren in het maken van de juiste match voor invulling van de interim-managementopdracht. De wens van de opdrachtgever om een betere match te kunnen maken begint bij de opdrachtformulering en profiel opstelling. De RIM-bureaus blijven zich onverminderd inspannen om aan de voorkant van het selectieproces van de interim-manager al betrokken te worden en toegevoegde waarde te leveren. In combinatie met het door opdrachtgevers gewaardeerde kwalitatief goede netwerk van het interim-managementbureau is een goede match mogelijk. Dit met een toename van het aantal jongere interim-managers. Ten slotte verdienen de bemiddelingskosten aandacht en daarmee ook het  verdienmodel van het interim-managementbureau.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Laat een reactie achter

Koolmees houdt vast aan webmodule: ‘Feedback verwerken, testen en dan starten’. Verwachting: najaar.

“De tweede conceptversie van de webmodule is klaar. Met het werkveld gaan we nu kijken wat duidelijker kan. Daarna moeten wegingsfactoren van de vragen bepaald worden. Dan komt de kamer aan bod.” Deze stappen lichtte minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken) toe op een bijeenkomst over de webmodule. Aangezien de webmodule ook nog gebouwd moet worden, zal hij – naar onze verwachting – niet eerder beschikbaar zijn dan het najaar.

De webmodule moet duidelijkheid aan opdrachtgevers geven of voor een bepaalde opdracht wel of niet een zelfstandige ingehuurd kan worden. Op basis van enkele tientallen vragen geeft de webmodule uitsluitsel of dat kan. Ook kan de uitkomst van de webmodule zijn:  ‘indicatie dienstbetrekking’. Dat betekent dat de opdracht waarschijnlijk niet geschikt is om uit te laten voeren door een zzp’er. Er blijft een grijs gebied waarin de webmodule geen uitsluitsel kan geven, zo maakte de minister duidelijk in zijn overleg met veldpartijen vandaag.

De vragen uit de webmodule krijgen elk een andere wegingsfactor. De optelsom zal de uitkomst bepalen. Geen van de vragen zal een knock-out opleveren, zo maakte de minister duidelijk.

De webmodule maakt onderdeel uit van een pakket aan maatregelen die de Wet DBA moet vervangen. Minister Koolmees liet niets los over wat hij gaat doen met de bekritiseerde wet Zelfstandigenverklaring en wet Minimumtarief.

Alternatief branche

Zzp-organisaties, opdrachtgevers en brancheorganisaties konden vandaag hun feedback geven op het huidige concept. Suggesties van een aantal organisaties om veel meer uit te gaan van de vraag of iemand ondernemer is noemde de minister ‘sympathiek’.  Het geeft wat hem betreft alleen geen antwoord op de huidige problemen binnen de zzp-markt. “Ik ben liberaal, dus ik snap het uitgangspunt dat je zelf moet kunnen kiezen met welk type contract je wilt werken. Maar we zitten ook in een situatie waarin de hele sociale zekerheid, onze fiscaliteit, de arbeidsrechtelijke bescherming vast hangt aan de beoordeling van de arbeidsrelatie. Dat is een realiteit die je onder ogen moet zien. Ook Europees rechtelijk.” Koolmees wees op oneerlijke concurrentie en de groep werkende armen onder zelfstandigen.

Modelovereenkomsten

Het kabinet moet nog een besluit nemen wat de status is van de modelovereenkomsten die gemaakt zijn bij de introductie van de Wet DBA. “Soms zijn sectorale situaties zo specifiek, dat de webmodule niet voldoende is. Dan is het logisch om aparte afspraken te maken” zo stelde Minister Koolmees. Hij kon geen uitsluitsel geven of dat betekent dat sectoren of organisaties kunnen blijven werken met de modelovereenkomsten als de webmodule er uiteindelijk is. De goedkeuring van een aantal van de huidige lopende modelovereenkomsten loopt overigens in september van dit jaar af. De webmodule zal dan nog niet operationeel zijn.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags | 1 Reactie

Webmodule ter discussie: ‘Beleidsmakers zitten op de verkeerde weg.’

Minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken), staatssecretaris Hans Vijlbrief (Financiën) en staatssecretaris Mona Keijzer (Economische Zaken) spreken maandag met allerlei belanghebbenden over de webmodule. De bewindspersonen willen weten hoe werkgevers, zelfstandig professionals en bemiddelaars denken over deze online tool. En zijn ze het eens met de manier waarop arbeidsrelaties beoordeeld worden?

Uit een rondgang van ZiPconomy blijkt dat het waarschijnlijk meer over de achterliggende wetgeving zal gaan, dan over de online tool op zich.

Hoe zit het ook alweer met die webmodule?

De webmodule is onderdeel van een aantal hervormingen op de arbeidsmarkt tijdens deze kabinetsperiode. De online vragenlijst moet inzicht geven wat wel en niet mag als het gaat over de inhuur van zzp’ers. Opdrachtgevers kunnen de webmodule naar verwachting medio 2020 gebruiken om duidelijkheid te krijgen of voor een opdracht een zelfstandige ingezet kan worden.

  • Lees ook dit artikel voor meer achtergrond over de webmodule.

De webmodule wordt trouwens geen verplichting. Als er geen twijfel is over het feit dat iemand als zzp’er kan werken, kunnen opdrachtgever en opdrachtnemer gewoon een overeenkomst afsluiten. Ze mogen ook blijven werken met de bestaande modelovereenkomsten of vooraf een beoordeling aanvragen bij de Belastingdienst (vooroverleg).

Testversie

Eind vorig jaar stond een conceptversie van de webmodule online, zodat partijen hem konden testen en feedback konden geven. Die bestond uit 44 vragen. Die zijn gebaseerd op bestaande wetgeving en jurisprudentie. Veel vragen zijn een afgeleide van wat er nu al in het Handboek Loonheffingen van de Belastingdienst staat.

Vanuit verschillende kanten kwam kritiek op de testversie. Hugo-Jan Ruts van ZiPconomy vond de  webmodule te complex en te weinig duidelijkheid geven. Daarbij wees hij er op dat veel ook afhangt van de definitieve weging van bepaalde vragen. Jurist Boris Emmerig (Holla Advocaten) zette vraagtekens bij de wettelijke onderbouwing van de term ‘wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering’. Ook mist hij een vraag omtrent de ‘partijbedoeling’, want die speelt vaak een grote rol in de rechtspraak.

Een nieuw concept van de vragenlijst is momenteel hier te vinden www.startvragenlijst.nl/demomodule. Hij wijkt iets af ten opzichte van de eerdere testversie.

‘Lastig om in te vullen’

“Ik denk dat de webmodule tot meer onrust leidt, dan duidelijkheid”, zegt Margreet Drijvers van PZO. Zij vreest dat werkgevers en zzp’ers het als een verplichting gaan zien. “Het is optioneel, net als de modelovereenkomsten”, benadrukt ze.

Ondanks alle kritiek, verwacht Marjan van Noort van FNV Zelfstandigen dat de webmodule er in elk geval komt. Zij vindt wel dat de tool duidelijker moet worden dan de testversie. “De webmodule bevat nu nog te ingewikkelde vragen over bijvoorbeeld het fictieve dienstverband. Hij is te moeilijk in te vullen voor opdrachtgevers. Wij verwachten dat tijdens de bijeenkomst naar voren zal komen dat de webmodule op basis van bestaand arbeidsrecht als hulpmiddel pas werkt als het invullen eenvoudiger wordt.”

Tegenstrijdigheid van de webmodule

“Ik vermoed dat de webmodule nog een ingewikkelde opgave is voor het ministerie van Sociale Zaken”, zegt Josien van Breda van Platform zzp-dienstverleners. “Er zit namelijk een tegenstrijdigheid in: hoe meer vragen, hoe meer duidelijkheid. Maar meer vragen betekent ook minder eenvoud en gebruiksvriendelijkheid.”

Van Breda vindt bovendien dat intermediairs te weinig aan de orde kwamen in de testversies van de webmodule. Ook bemiddelaars kunnen de webmodule namelijk gebruiken, maar zij krijgen wel exact dezelfde vragen als andere opdrachtgevers. Dat is onduidelijk, vindt Van Breda. “En dat terwijl het voor veel zzp’ers normaal is om via bemiddelaars te werken. We hopen dat de positie van de intermediair in de nieuwe versie wel goed geborgd is.”

Ze vraagt zich tenslotte af of de online tool iets toevoegt aan de modelovereenkomsten. “De webmodule kan handig zijn, maar dan moet hij wel echt duidelijkheid geven. En dat is lastig, want de wet zit vol met grijze gebieden.”

Duur van de opdracht

Geert-Jan Poorthuis van de Raad voor Interim Management (RIM) maakt zich zorgen over één criterium in het bijzonder, namelijk de duur van de opdracht. Hij benadrukt dat hij bureaus vertegenwoordigt die zelfstandige professionals op hoog niveau plaatsen.

Poorthuis: “Het gaat om interim-managers met hoge tarieven die verantwoordelijk zijn voor grote veranderopdrachten. Ze geven advies, implementeren organisatieveranderingen, leiden grote IT-projecten, noem maar op. Daarom vinden we het belangrijk dat de webmodule uitwijst dat zij als zelfstandige kunnen werken.”

De duur van de opdracht is daarbij belangrijk. “Interim-managers voeren regelmatig opdrachten uit die langer duren dan een jaar. Niet alleen in het bedrijfsleven, ook bij de overheid en semi-overheid. Daarom willen wij dat de duur van de opdracht niet beperkt is, zoals eerder is voorgesteld. Ook als je langer voor een opdrachtgever werkt, moet jij dat als zelfstandig professional kunnen doen.”

Achterliggende aannames

Maarten Post van ZZP Nederland heeft geen oordeel over de tool op zich. “Maar wel over de achterliggende aannames”, zegt hij. “De webmodule is namelijk gebaseerd op het huidige arbeidsrecht en is daarmee niet in het belang van de zzp’er. Zo krijg je discussies over welk werk wel en niet door ondernemers gedaan mag worden. Kijk bijvoorbeeld naar de zorg. Beleidsmakers zitten volgens ons op de verkeerde weg.”

Post: “Nu is het zo dat je moet bewijzen dat je geen werknemer bent. De oplossing is volgens ons eenvoudig: ga nu eens uit van het ondernemerschap.”

Met ‘ons’ bedoelt hij niet alleen zijn achterban. ZZP Nederland is één van de zeven belangenbehartigers die maandag een alternatieve oplossing tegen schijnzelfstandigheid presenteren. De zzp-organisaties willen dat zzp’ers beoordeeld worden vanuit ondernemerschap, niet vanuit werkgeverschap. Lees meer.

Zeven partijen presenteren hun plan

“Schijnzelfstandigheid, daar is iedereen tegen”, zegt Piet Meij van de Nederlandse Bond Van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen (NBBU). “Het ministerie heeft al een paar pogingen gedaan om tot wetgeving te komen, tot nu toe zonder resultaat. Dat komt omdat werknemerschap steeds het uitgangspunt is. Ofwel, een zzp’er moet aantonen dat hij geen werknemer is. Dat is te ingewikkeld en doet geen recht aan de grote meerderheid die echt bewust kiest voor het ondernemerschap.”

Beoordeel zzp’ers vanuit het ondernemerschap, is de boodschap. Meij: “Eigenlijk willen we een soort zelfstandigenverklaring, maar dan voor alle echte zzp’ers. Ongeacht wat ze verdienen en hoe lang ze voor een opdrachtgever werken. Als ze bewust kiezen om ondernemer te zijn, dan is er geen probleem.”

En de webmodule dan?

Hoe verhoudt zich dat tot de online tool, waar het vandaag eigenlijk over zou gaan? “We willen geen webmodule die voortborduurt op verouderde wetgeving”, zegt Meij. Maar een toets op basis van ondernemerschap als vrije keuze, dat vinden de partijen wel zinvol. 

Arno Pronk is vertegenwoordiger van Bovib, vereniging van onafhankelijke inhuur-intermediairs. Hij benadrukt dat het plan van de zeven organisaties een plan ‘op hoofdlijnen’ is. “De details komen later wel”, zegt hij. “Het belangrijkste is dat wij met zeven partijen allemaal hetzelfde willen. Volgens mij geven we hier een heel belangrijk signaal mee af.” 

Meer partijen delen de visie

Als het aan deze zeven organisaties ligt, gaat het vandaag dus niet over de werkbaarheid van de tool maar over de beoordeling. Dat wil ook Roos Wouters van de Werkvereniging. Zij ondertekende het pamflet niet, maar staat wel achter de visie dat ondernemerschap het uitgangspunt moet zijn.

“Draai het om. Aantonen dat je iets niet bent, is moeilijk. Het is veel handiger als je mensen vraagt of ze gewenst of ongewenst zelfstandig zijn”, zegt Wouters. “Houd nu eens op met doen alsof alle zzp’ers, zzk’ers zijn. Zelfstandigen zonder keuze. Dat is gewoon niet zo.”

Volgens de Werkvereniging is daar geen nieuwe wetgeving voor nodig. Wouters: “Handhaaf gewoon wat er al is, vinden wij. Daarom hebben we het voorstel niet ondertekend.”

Ook PZO ondersteunt de visie. Dat de naam van de organisatie niet op het pamflet staat, kwam omdat het document op korte termijn werd opgesteld en niet in detail naar het document gekeken kon worden. “Maar het is niets nieuws, dit roepen wij al jaren”, zegt ze. “Leg zzp’ers niet langs de meetlat van werknemers. Ga uit van ondernemerschap.”

Ze verwijst naar het manifest dat zij samen met ZZP Nederland aan de Commissie Borstlap gaf. “We blijven de discussie voeren”, zegt Drijvers. “Daarbij is het essentieel dat er een oplossing komt voor de onderkant van de markt en de uitholling van ons sociaal stelsel.”

 

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , , , , , | 1 Reactie