"Exploring the future of work & the freelance economy"

Sleutelen aan webmodule voor beoordeling zzp-opdrachten kost nog enkele maanden. Koolmees stuurt brief naar Kamer.

Binnenkort wordt nieuw concept vragenlijst van webmodule bekend.

De webmodule die opdrachtgevers duidelijkheid moet geven of voor een opdracht een zelfstandige ingehuurd kan worden, laat nog een paar maanden op zich wachten. Dat meldt het kabinet in een brief aan de Kamer (zie hier voor brief, de gele arcering is van de ZiPconomy redactie). De webmodule moet zorgen voor een “laagdrempelige manier om zekerheid te krijgen over de kwalificatie van de arbeidsrelatie” aldus het kabinet.

De webmodule wordt geen verplichting. Wanneer er geen twijfel is dat iemand als zzp’er ingehuurd wordt dan kan gewoon een overeenkomst afgesloten worden. Ook kan gewerkt blijven worden met de bestaande (branche) modelovereenkomsten of vooraf een beoordeling aangevraagd worden bij de Belastingdienst (vooroverleg).

Vragenlijst

Voor de vragen en met name de beoordeling daarvan wordt gebruik gemaakt van bestaande jurisprudentie.  Die is alleen niet erg consistent: “De analyse van de UvA maakt duidelijk dat uit de rechtspraak een diffuus beeld ontstaat (over kwalificering zzp). Niet duidelijk is hoe dit komt.”  Dat maakt het opstellen van de webmodule er niet eenvoudiger op.

  • Zie ook: ZiPconomy whitepaper waarin we uitgebreid in gaan op de webmodule en de zelfstandigenverklaring (voor opdrachten boven 75,- per uur). Deze whitepaper is hier te vinden

Het kabinet geeft de moed echter nog niet op. Feedback van opdrachtgevers en experts wordt nu gebruikt om tot een kortere vragenlijst te komen.  Het kabinet gaat de Kamer in het eerste kwartaal van 2020 informeren over de definitieve vragenlijst en de beslisboom ten behoeve van de webmodule.

De vragen uit de webmodule komen grotendeels overeen met de criteria Indicaties gezagsverhouding zoals die zijn opgenomen in het Handboek Loonheffingen 2019. Er is een vraag toegevoegd over het aantal uren per week dat wordt gewerkt. “Dit omdat de omvang van het werk in relatie tot de duur van de opdracht mede kan bepalen in hoeverre er (economische) afhankelijkheid is van de opdrachtgever” aldus het kabinet.

De nieuwe concept vragenlijst wordt vanaf 27 november openbaar.

‘Kan’, ‘kan niet’ of ‘weet niet’

Duidelijk is wel dat de uitkomsten van de webmodule niet altijd uitsluitsel zal geven. Na de beantwoording van de vragen kan de webmodule drie mogelijke uitkomsten geven:

  1. Een verklaring dat een opdracht buiten dienstbetrekking verricht kan worden. De opdrachtgever heeft dan de zekerheid dat er geen loonheffing hoeft ingehouden te worden (tenzij er blijkt dat er in de praktijk anders wordt gewerkt dan wat bij de antwoorden is aangegeven).
  2. Er volgt “een indicatie dienstbetrekking”. Dit wil volgens het kabinet “niet zeggen dat de arbeidsrelatie per definitie een dienstbetrekking is”, maar het is wel een sterke indicatie en daarmee advies om een ander type contract af te sluiten of de werkzaamheden anders in te richten. Een indicatie dienstbetrekking heeft geen rechtsgevolgen
  3. Een derde mogelijke uitkomst is: “Er kan geen oordeel gegeven worden.”

In de brief werkt het kabinet alvast een negental casussen uit (zie einde van deze brief) Daarin wordt duidelijk dat bijvoorbeeld het uitvoeren van ‘reguliere werkzaamheden die ook door de werknemer gedaan wordt in combinatie met weinig regelvrijheid, tot het onderdeel ‘indicatie dienstbetrekking’ leidt. Daarbij wil het kabinet wel duidelijk maken dat het een misverstand is dat “als er één element wijst op werken in dienstbetrekking er geen sprake meer kan zijn van werken buiten dienstbetrekking.”

Wil der partijen

In de Kamerbrief verwijst de minister naar een onderzoek voor de UvA in opdracht van het Ministerie. Daarin zijn 274 uitspraken van rechters geanalyseerd, zaken waarin de vraag centraal staat of er wel of geen dienstbetrekking is. In hun adviesrapport wijzen de auteurs (onder andere Prof Evert Verhulp) er op dat de intentie die partijen (opdrachtgever / opdrachtnemer) hebben een belangrijke rol speelt bij de beoordeling van de rechter. Dus wanneer er expliciet wordt afgesproken dat een arbeidsovereenkomst niet gewenst is door beide partijen en dit ook duidelijk blijkt uit de correspondentie, dan is dat voor rechters een belangrijke indicator voor de afwezigheid van een dienstbetrekking.

Dat element van de ‘wil der partijen’ ontbrak in de eerste versie van de webmodule. Onbekend is nog of het wel een rol gaat spelen in de nieuwe versie.

Maatschappelijke discussie over welk type werk niet door zzp gedaan kan worden

Het kabinet lijkt zich tot slot te realiseren dat de combinatie van een webmodule, een minimumtarief en de zelfstandigenverklaring geen definitief antwoord geeft op de vraag of bepaalde opdrachten nu wel of niet door zzp’ers gedaan kunnen worden. En vooral of dat maatschappelijk gewenst is.

Het kabinet wil daarom een breed gesprek voeren “over de wijze waarop wordt gewerkt en in hoeverre bepaalde werkwijzen zich al dan niet lenen om buiten dienstbetrekking te werken.” En dat zal niet betekenen dat er altijd een voor iedereen wenselijke uitkomst komt, zo waarschuwt hij alvast in dit bericht.

Hugo-Jan Ruts is 'editor-in-chief' en uitgever van ZiPconomy. Bekijk alle berichten van Hugo-Jan Ruts

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *