IR35: de volgende fase van de ‘Britse Wet DBA’ gaat beginnen Geplaatst 17 februari 2020 door Claartje Vogel Wie in het Verenigd Koninkrijk werkt via een zzp-bemiddelaar of intermediair, heeft te maken met IR35. Deze wet tegen schijnzelfstandigheid geldt sinds 2017 voor de publieke sector en vanaf april 2020 hebben ook midden- en grootbedrijven ermee te maken. Zzp via bemiddelaars IR35 is vergelijkbaar met de Wet DBA, maar dan specifiek gericht op bedrijven die zzp’ers inhuren via een intermediair. De Britse belastingdienst controleert de daadwerkelijke relatie tussen de inlener en de zzp’er en bepaalt zo of die zzp’er een echte ondernemer is. Als blijkt dat de zzp’er werkt zoals een werknemer, dan moet het bedrijf sociale verzekeringspremies betalen. De verantwoordelijkheid van die beoordeling is niet meer voor het bemiddelingsbureau, maar voor de opdrachtgever. Er is veel kritiek op IR35, vooral omdat het onderscheid tussen werknemers en zzp’ers nogal vaag blijft. Of iemand mag werken als zzp’er, hangt af van allerlei factoren. Al die criteria samen bepalen uiteindelijk om wat voor arbeidsrelatie het gaat. Net als in Nederland. Het is onduidelijk hoe zwaar ieder criterium weegt in de beoordeling. Een aantal indicatoren voor een verkapt dienstverband volgens de Britse fiscus: De zzp’er werkt voor slechts één opdrachtgever Hij gebruikt geen eigen spullen, maar die van de opdrachtgever. Hij moet bijvoorbeeld de bestelbus, computer of het gereedschap van de klant gebruiken De zzp’er mag geen vervanger sturen De zzp’er is ‘onderdeel van het meubilair’ in de organisatie van de klant Een contract op basis van uren in plaats van stukprijs of projectmijlpalen (statements-of-work, SoW) Doorbetaling bij ziekte Britse ‘webmodule’ Om duidelijkheid te scheppen, heeft Her Majesty’s Revenue and Customs (HMRC, oftewel de Britse Belastingdienst) een tool gebouwd. Deze Check Employment Status for Tax (CEST) is te vergelijken met de webmodule, een tool die ons kabinet op dit moment bouwt. Het is een online vragenlijst waarmee zzp’ers, inleners en bureaus erachter komen of iemand ingehuurd mag worden als zelfstandige. In het Verenigd Koninkrijk vertelt de CEST-tool of een opdracht valt onder de IR35-wet. Flink meer belasting betalen Er is veel kritiek op de Britse tool, want de uitkomsten zijn vaak dubbelzinnig. Bovendien geeft de toets geen zekerheid vooraf. Achteraf bepaalt de fiscus pas of opdrachtgever en opdrachtnemer zich aan de regels gehouden hebben. Als blijkt dat er sprake was van schijnzelfstandigheid, dan valt de overeenkomst onder IR35 en moet de opdrachtgever premies betalen. Wie valt onder de regels van IR35, moet een stuk meer belasting betalen dan iemand die werkt als zzp’er. Vakmedium ContractorUK bouwde een belasting-calculator waarmee je kunt uitrekenen hoeveel geld het scheelt op jaarbasis. Ter indicatie: over een omzet van zo’n 50.000 euro ontvangt de fiscus zo’n 28% belasting van een werknemer en slechts 9% van een zzp’er. 35 procent heeft geen idee Deze wetgeving geldt inmiddels al twee jaar voor de publieke sector en vanaf april ook voor het bedrijfsleven. Lang niet alle Britse ondernemers zijn daarop voorbereid, schrijft zakenblad Forbes. Zo’n 65 procent van de ondernemers is op de hoogte van de nieuwe wet en heeft een plan om ermee om te gaan, maar 35 procent heeft nog geen idee. Veel bedrijven veranderen hun contracten met zzp’ers in statements-of-work (SoW) om onder IR35 uit te komen. Zzp’ers werken dan niet op uurbasis, maar op basis van stukprijs. Ze krijgen dan bijvoorbeeld betaald per afgerond project, geschreven artikel of afgeleverd pakketje. Ongeveer een vijfde van de bedrijven is overgestapt op zulke resultaatgerichte afspraken met freelancers. Volgens Forbes heerst er paniek in de IT en de bouw. Deze sectoren zijn namelijk sterk afhankelijk van zzp’ers. Dat komt vooral door de onzekerheid en onduidelijkheid rondom IR35. Door de onzekerheid heerst er paniek in sectoren die sterk afhankelijk zijn van zzp’ers New Jersey Niet alleen in het Verenigd Koninkrijk en Nederland krijgen zzp’ers en bemiddelaars te maken met nieuwe wetgeving. De gouverneur van de staat New Jersey (VS) diende deze week nog wetsvoorstellen in die schijnzelfstandigheid tegen moeten gaan. Het doel: verkapte werknemers meer rechten geven en meer belasting innen van de bedrijven die ze inhuren. Volgens de lokale krant loopt de staat momenteel miljoenen dollars mis aan inkomstenbelasting en sociale premies. De nieuwe regels in New Jersey zijn wel milder dan die in de staat Californië, waar sinds 1 januari de omstreden AB5-wet van kracht is. Die wet is een stuk strikter en eenvoudiger dan de regels in bijvoorbeeld Nederland en het Verenigd Koninkrijk. Zzp’ers moeten daar aan drie voorwaarden voldoen voordat ze een opdracht als zelfstandige mogen uitvoeren: ze bepalen zelf hoe en wanneer ze werken, ze doen niet hetzelfde werk dat werknemers in loondienst verrichten bij hetzelfde bedrijf en ze werken ook voor andere opdrachtgevers. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags internationaal, IR35, politiek, Verenigd Koninkrijk, wet dba, wetgeving | 2s Reacties
Onduidelijkheid over rolverdeling tussen de ministeries VWS en SZW over zzp’ers in de zorg Geplaatst 14 februari 2020 door Claartje Vogel Met 40.000 openstaande vacatures en een groeiende onvrede over het percentage flexwerkers in de zorg, keken marktpartijen en politici vol verwachting uit naar het actieplan van Hugo de Jonge (Volksgezondheid). Maandag liet hij weten wat hij gaat doen om flexibilisering van de arbeidsmarkt in de zorg terug te dringen, donderdag lichtte hij zijn plannen toe in de Tweede Kamer. De eerste reactie van kamerleden: veel goede bedoelingen, maar weinig harde afspraken. Ook blijft de rolverdeling tussen minister De Jonge en zijn collega Wouter Koolmees van Sociale Zaken onduidelijk. Kamerleden reageren op actieplan John Kerstens (PvdA) wil weten wanneer de minister echt in actie komt. “Of blijft het bij suggesties aan het werkveld en collega Koolmees?” Kelly Regterschot (VVD) benadrukt dat zzp’ers niet de oorzaak zijn van het tekort aan personeel in de zorg. “Op korte termijn zijn ze deel van de oplossing. Loondienst in de zorg past niet meer in het beeld van een aantrekkelijke baan. Zzp’er worden is een ontsnappingsroute voor veel professionals. Wat gebeurt er als die escape verdwijnt?” “Zzp-schap moet onaantrekkelijker worden, maar niet door flexwerkers te straffen”, suggereert Maarten Hijink (SP). “Verminder bureaucratie, beloon avond- en weekenddiensten. Oftewel, maak loondienst weer aantrekkelijk.” “Werkplezier van zorgpersoneel moet centraal staan”, zegt ook Marijke van Beukering-Huijbregts (D66). “Flexwerk breed aan banden leggen is niet de oplossing, gooi bovendien niet alle flexwerkers op één hoop. Niet iedereen is schijnzelfstandige.” Lees ook wat zzp-partijen vinden van het actieplan van de minister van Volksgezondheid. ‘Geen overhaaste beslissingen’ De Jonge: “Ik debatteer regelmatig met collega Koolmees van Sociale zaken over zzp’ers. Ik moet ook een beetje werk voor hem overlaten.” Welk ministerie welke taak op pakt, blijft dus onduidelijk. Minister Koolmees had de zorgsector namelijk juist opgeroepen (zie hier) om onderling afspraken te maken over wat wenselijk is als het gaat om de inzet van zzp’ers. In dit overleg wijst De Jonge dus weer terug naar de maatregelen van Sociale zaken, waaronder de webmodule. De Jonge benadrukt dat hij ‘geen overhaaste maatregelen kan nemen’. “We kunnen niemand missen in de zorg.” ‘Bemiddelingsbureautjes’ De Jong wil vooral ‘bemiddelingsbureautjes’ aanpakken. “Die zorgen dat mensen die op vrijdag ontslag nemen, maandag kunnen terugkomen om hetzelfde werk te doen. Maar dan zonder nachtdiensten en tegen een hogere beloning”, zegt hij. “Daar verdienen die bemiddelingsbureaus fors aan. Dat betekent hogere kosten en lagere kwaliteit voor de zorg. Dat moeten we tegengaan.” Hoe? Dat wil hij samen uitzoeken met de ministers van Sociale zaken en Financiën. “We trekken samen op, maar ik kan niet de rol van Koolmees overnemen.” Opvallend: een motie waarmee de PvdA minister Koolmees opriep het voortouw te nemen in gesprekken over de rol van de bureaus in de zorg, werd onlangs afgewezen. Koolmees vindt namelijk juist dat vakministers, zoals De Jonge, die gesprekken moeten leiden. Goed werkgeverschap De Jonge zoekt de structurele oplossing vooral in ‘goed werkgeverschap’. Daarmee sluit hij aan bij de wensen van onder andere VVD, SP en D66. De minister wil betere arbeidsvoorwaarden voor zowel flexibel als vast personeel in de zorg. Net zoals in de financiële sector, wil hij dat werkgevers een werkcode opstellen. De Jonge gaat samen met de sociale partners kijken of dat kan. “Daar worden uiteraard ook zzp’ers bij betrokken”, belooft hij. Maximumtarief is wens, geen wet De minister geeft verder uitleg over het maximaal inhuurtarief (inclusief bemiddelingskosten) dat zorginstellingen mogen betalen aan flexwerkers. Dit is één van de acties die hij beschrijft in zijn brief. “Dit wordt geen wet, dit is een wens. Ik wil graag dat zorgorganisaties dit samen oppakken. Gelijk loon, voor gelijk werk. Zo haal je een perverse prikkel weg die leidt tot een negatieve spiraal.” Tot slot benadrukt hij dat er altijd behoefte zal zijn aan flex in de zorg. “Voor piek, ziek en uniek”, zegt hij. “Ik zie wel mooie initiatieven in de markt, zoals gezamenlijke flexpools van werkgevers, ook met zzp’ers er in. Die zijn zo geen geld kwijt aan bureautjes, zij hebben samen een groep werknemers waarmee ze ziekte en drukke periodes opvangen. Dat geeft ook meer garantie voor kwaliteit.” Vicieuze cirkel doorbreken Hij is dus een stuk milder dan eerder in het tv-programma Meldpunt. Toen noemde hij het groeiend aantal zzp’ers in de zorg uitdrukkelijk ‘slecht’. Nu benadrukt hij dat hij flexwerkers niet de schuld geeft van de problemen. Maar hij maakt zich wel zorgen over de toename van flex en wat dit doet met de kwaliteit van de zorg. Hij erkent dat zorgprofessionals vaker zzp’er worden uit onvrede over werken in loondienst. “Ze willen minder regeldruk en minder avond-, weekend- en nachtdiensten. En omdat steeds meer mensen zzp’er worden, blijft er alleen maar meer van dit soort werk over voor werknemers in loondienst. Die vicieuze cirkel moeten we doorbreken.” Geplaatst in ZP en Politiek | Tags intermediairs, politiek, zorgsector, zzp | 5s Reacties
Hoe maak je je workforce klaar voor de toekomst. Een aanpak. Geplaatst 14 februari 2020 door Talentin Iedereen is het eens over één onderwerp: de gevolgen van Artificial Intelligence. Robotisering en de verandering in het aanbod van producten en services die bedrijven plannen zal enorme gevolgen hebben voor de workforce. In een wereld van schaarste en uitdagende wervingsdoelstellingen hebben we de neiging om te focussen op wat we morgen nodig hebben. Dat is absoluut relevant, maar we moeten ook aan de slag met de transformatie van onze huidige workforce naar wat we nodig hebben in de toekomst. Afstemmen op de organisatie strategie Het is belangrijk om een strategie en een plan te hebben om de workforce klaar te maken voor de toekomst. Maar zelfs als de bedrijfsstrategie een duidelijke ambitie geformuleerd heeft, dan blijft het een uitdaging dat je niet exact weet hoe en wanneer verandering plaatsvindt. Dus, de workforce strategie afstemmen op de bedrijfsstrategie is de eerste stap, maar ondertussen moet je ervoor zorgen dat er genoeg bewegingsruimte overblijft wanneer timing of ontwikkelingen nét anders lopen dan verwacht. Hoe ziet mijn workforce eruit? Zodra met de bedrijfsstrategie is afgestemd en het de juiste focus heeft, dan is de volgende stap de competenties en vaardigheden van de workforce in kaart brengen, met het oog op de toekomst. Een sterk met data onderbouwd inzicht krijgen in wat mensen te bieden hebben, zonder een sfeer van reorganisatie te creëren kan een cruciale stap zijn. Niemand wil zijn of haar talent naar de concurrent zien vertrekken als gevolg van verstoringen of onrust in de organisatie. Traditionele beoordelingen of team assessments zijn niet toereikend, omdat ze niet objectief zijn en per definitie kijken naar de status quo en niet naar de toekomstige situatie/benodigdheden/modellen. Omdat het een voortdurend proces zou moeten zijn is het de moeite waard om deze parameters te herzien. Omdat flexibel personeel van toenemende waarde is voor bijna elk bedrijf, lijkt het logisch om ook rekening te houden met deze doelgroep. Niet alleen vanuit het oogpunt van talent. Het vergelijken van wat het huidige flexibele personeel biedt met wat het bedrijf in de toekomst nodig heeft, helpt ons de supply chain te managen en sturen en maakt hen ook klaar voor de toekomst. Daarnaast helpt het je beslissen waar je in de toekomst welke rol gaat aanvragen. Een objectief inzicht in de workforce helpt op twee niveau’s: Op organisatieniveau wordt het duidelijk welke competentiedomeinen (over)vertegenwoordigd zijn en welke niet op het vereiste niveau zijn. Kijkend naar wat je in de toekomst nodig hebt helpt het je vaststellen hoe groot de inspanning zal zijn om te transformeren. Op individueel niveau zal het je workforce helpen de juiste keuzes te maken tussen vacatures, opleiding en ontwikkeling en loopbaanontwikkeling om van waarde te blijven. Op die manier wordt personeel ook onderdeel van de transformatie. En opnieuw geldt dit voor zowel vast als flexibel personeel. Dus om de transformatie te faciliteren zouden bedrijven een interne marktplaats voor vast en flex personeel kunnen overwegen. Het zal bijdragen aan een open ecosysteem waar mensen zich kunnen ontwikkelen naar wat in de toekomst nodig is. Het bedrijf kan profiteren van ervaring, cultuur- en bedrijfskennis en langere dienstverbanden van degenen die relevant zijn. En het past perfect bij een steeds veranderende omgeving. Het leren gaat door We kunnen concluderen dat herscholing of bijscholing alleen niet genoeg is. Maar, een sterke Learning & Development structuur is wel van kritisch belang. In lijn met de ambities voor de toekomst van de organisatie moet L&D aanbieden wat nodig is om werknemers te ondersteunen bij hun voortdurend leertraject. Helemaal als een transformatie een langere periode duurt. Omgaan met een veranderende vraag zal een speerpunt voor L&D managers zijn in de toekomst. Werven van talent Het mag duidelijk zijn dat gedurende deze verandering talent werving & selectie afdelingen van essentieel belang zijn voor de regie, ondersteuning en onboarding van het juiste (toekomstige) talent, zowel intern als extern. Inzicht in de huidige workforce, waar de workforce naartoe gaat qua vaardigheden en competenties, hoe de flexschil evolueert en hoe L&D kan ondersteunen is een cruciaal inzicht om aan (toekomstige) wervingsstrategieën te bouwen. Het uitvoeren van een effectief toekomstig wervingsmodel vereist een geïntegreerde aanpak met alle workforce gerelateerde initiatieven om de beste resultaten te verkrijgen. Dit alles lijkt misschien gemakkelijk op papier, maar een uitdaging om mee te beginnen en uit te voeren zonder de juiste sponsoring, middelen, kennis en tijd. Maar het is geen keuze voor veel bedrijven. Het is een ‘must’. En als dat het geval is, dan kun je beter op tijd beginnen! Eugene van Berkel is Managing Partner bij TalentIn. Hij helpt organisaties bij het vaststellen en uitvoeren van hun workforce strategie, waarbij hij ervoor zorgt dat wat is ontworpen ook kan worden geïmplementeerd. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Talentin, Total Workforce Management | Laat een reactie achter
“Minister De Jonge toont te weinig pit of power in plannen over terugdringen flex in zorgsector.” Geplaatst 13 februari 2020 door Claartje Vogel Er is onvoldoende balans tussen vast en flex in de zorg, schrijft minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) aan de Tweede Kamer. In diezelfde brief presenteert hij zijn actieplan om de flexibilisering van de arbeidsmarkt in de zorg terug te dringen. De brief zal vandaag aan bod komen in het overleg tussen de minister en de Kamer. Vanaf 10:00 uur is de flexibilisering namelijk een agendapunt tijdens het algemeen overleg over het arbeidsmarktbeleid in de zorg. Dit overleg komt op de dag dat het CBS bekend maakt dat de zorgsector momenteel de grootste banen motor is van Nederland. In het vierde kwartaal van 2019 kwamen er 13 duizend banen bij in de zorg. Minister De Jonge wil voor de zorg… … een werkcode en goed werkgeverschap De Jonge wil betere arbeidsvoorwaarden voor zowel flexibel als vast personeel in de zorg. Hij verwijst naar de werkcode van de financiële sector, waarin staat dat bedrijven mensen die hetzelfde werk doen, hetzelfde moet belonen en behandelen. Ook moeten flexwerkers voldoende geld krijgen om te sparen voor ziekte en pensioen. De Jonge wil ook zo’n werkcode voor de zorg en gaat samen met de sociale partners kijken of dat kan. Die werkcode wordt geen regel, maar richtlijn. De Jonge schrijft namelijk ook: “Het is primair aan CAO-partijen om passende arbeidsvoorwaarden af te spreken. Daar gaan wij niet over.” …een maximaal inhuurtarief De Jonge pleit voor een maximaal inhuurtarief (inclusief bemiddelingskosten) dat zorginstellingen mogen betalen aan flexwerkers. Dat tarief moet in ‘redelijke verhouding’ staan met de loonkosten van een vergelijkbare medewerker. … minder regels en administratie De regeldruk in de zorg moet omlaag. Die komt uit veel verschillende hoeken, schrijft de minister: van de werkgever, van de toezichthouder, van de financier, van de overheid. “Al die partijen zijn dus ook nodig om hier stappen in te zetten.” … moderne, flexibele contractvormen Het dienstverband moet weer aantrekkelijk worden, dus wil de minister ‘moderne varianten van vaste en flexibele contractvormen’. Hij heeft het onder andere over flexvormen in loondienstverband. “In de verschillende arbeidsmarktregio’s wordt nu al geëxperimenteerd met een flexibeler vorm van loondienst,” schrijft hij. …ook nacht- en weekenddienst voor flexwerkers en zzp’ers De minister van Volksgezondheid zoekt manieren om concurrentie op arbeidsvoorwaarden tegen te gaan. De voorwaarden van flexwerkers en mensen in loondienst moeten gelijker worden. Zo schrijft de minister dat flexers met vergelijkbare arbeidsvoorwaarden naar rato avond-, weekend- en nachtdiensten zouden moeten draaien. Verder pleit hij voor meer voorlichting over de voor- en nadelen van werken als zelfstandige in de zorg. …duidelijkheid via de webmodule over wat wel en niet mag Tot slot verwijst De Jonge naar de webmodule. Die tool moet opdrachtgevers duidelijkheid geven over wie zij als zelfstandige mogen inhuren. De webmodule wordt op dit moment gebouwd. SZW, Belastingdienst en VWS moeten zorginstellingen daar meer voorlichting over geven, schrijft hij. Bovendien moet er een overgangsperiode komen voor de zorg als het gaat om de wet minimumbeloning en de zelfstandigenverklaring. Hete aardappel Die laatste actie is opvallend, zegt hoofdredacteur Hugo-Jan Ruts van ZiPconomy. Minister Koolmees (Sociale zaken) heeft de zorgsector juist uitgenodigd om samen te bespreken welk werk wel en niet gedaan kan worden door zelfstandigen. De Jonge wijst weer terug naar de webmodule waar het ministerie van Sociale Zaken mee gaat komen. Het lijkt erop dat De Jonge niet op de oproep van zijn collega ingaat. Ruts: “Zo wordt de hete aardappel aardig tussen de ministeries heen en weer geschoven.” Ondertussen is de Belastingdienst begonnen met verscherpte controle op schijnzelfstandigheid, juist in ziekenhuizen en zelfstandige klinieken. Hoewel staatssecretaris van Financiën Hans Vijlbrief schrijft dat de fiscus hierbij samenwerkt met brancheverenigingen en koepelorganisaties, lijkt van een overgangsperiode geen sprake. Hoe reageren zzp-organisaties? De zzp-organisaties en andere belangenorganisaties zijn het er over eens dat de verhouding tussen vast en flex in de zorg verstoord is. En daar moet iets aan gedaan worden. Volgens SoloPartners, de branchevereniging voor zzp’ers in de zorg, groeit het aantal zzp’ers in de zorg zelfs nog harder dan de minister beschrijft in zijn brief. Volgens SoloPartners waren er in 2019 een recordaantal zzp’ers in de zorg. “Het wordt alleen maar erger, omdat medewerkers in dienstverband het steeds zwaarder krijgen”, zegt Lex Tabak van SoloPartners. Dat de minister wil inzetten op goed werkgeverschap is dus een goed plan. “Aandacht voor goed werkgeverschap is cruciaal, zodat zorgprofessionals die graag willen ondernemen in de zorg, dit vanuit de juiste drijfveren doen.” Dat vindt ook Josien van Breda van Platform Zzp-dienstverleners, brancheorganisatie voor zzp-intermediairs. “Je wilt dat mensen kiezen voor zzp-schap omdat ze echt ondernemer willen zijn, niet alleen om te ontsnappen aan het keurslijf van loondienst.” De acties die de minister opsomt zijn volgens haar nog niet genoeg. “Het is een begin, maar je zult ook echt wetten en regels moeten veranderen om te zorgen voor een toekomstbestendige arbeidsmarkt. Hoe lossen we de problemen nu structureel op? De minister toont weinig pit of power.” Maximumtarief Tabak van SoloPartners is benieuwd naar de uitwerking van een maximumtarief voor zzp’ers die via een bemiddelaar werken. “Hoe dit maximumtarief tot stand komt en of dit überhaupt haalbaar is, gaan wij op de voet volgen. Naar onze mening zijn er andere manieren om tot een balans te komen in tariefstelling en we gaan daar graag het gesprek over aan.” Van Breda vindt zo’n maximum ‘het uitzoeken waard’. “Het is uiteindelijk gemeenschapsgeld, elke euro moet goed besteed worden.” Volgens Bovib-voorzitter Frederieke Schmidt Crans is zo’n maximum moeilijk haalbaar. Als directeur van Het Flexhuis is zij gespecialiseerd in het inrichten en beheren van inhuurprocessen in de zorg. “Ik ben benieuwd wat ze voor ogen hebben, in eerste plaats lijkt me het in strijd met andere wetgeving. Maar natuurlijk is het een goed idee om te kijken hoe je kunt zorgen voor een reële vergoeding.” ‘Koester ze allemaal’ Schmidt Crans is blij dat de ministeries nadenken over oplossingen voor de zorgmarkt. “Alles komt aan bod in de brief: van werkgeverschap tot de nieuwe manieren waarop mensen willen werken. Ik herken de problemen. Er moet nu iets gebeuren: we moeten het aantal werkenden in de zorgsector vergroten.” De schaarste aan personeel komt namelijk niet door zzp’ers, legt ze uit. “Die schaarste was er al. De zorg moet aantrekkelijker worden om te werken. Het is nu zaak om in te spelen op de voornaamste wervingsfactoren per doelgroep. Daar hoort een passend aanbod bij, ongeacht de contractvorm. Het is essentieel om ieder die ook maar enigszins interesse heeft in het zorgvak aan te trekken. De doelgroep is veel groter dan men denkt.” Dat vindt ook Noor Treffers, bestuurder bij NBBU en directeur van PuurZorg – Matchmakers in de zorg. “Koester ze allemaal, vast en flex. Sluit geen groep uit, want uit onderzoek is gebleken dat 65 procent van de zzp’ers in de zorg niet langer in de zorg willen werken als zij geen ondernemer meer kunnen zijn. Dat kan niet de bedoeling zijn.” Toegevoegde waarde van intermediairs Het helpt als je weet waarom mensen werken als zzp’er, zegt Schmidt Crans. De flexibele arbeidscontracten klinken ‘goed op papier’. “Maar je moet in de praktijk wel uitvoerbaar en betaalbaar zijn”, zegt ze. “Hoe maak je het werken in loondienst aantrekkelijker dan zzp-schap of werken via een bureau?” De bemiddelaars worden volgens zowel Bovib als NBBU te veel weggezet als ‘zakkenvullers’. Schmidt Crans: “Zzp’ers werken via intermediairs omdat ze bezig willen zijn met hun vak. Daar waar behoefte is aan flexwerk zijn deze partijen van toegevoegde waarde. Goede intermediairs kunnen snel de juiste mensen vinden voor je organisatie, houden de kwaliteit bij in een volgsysteem en investeren in ontwikkeling van zzp’ers. Dit betekent voor de werkgevers wel dat zij moeten zorgen voor regie op inhuur, eenduidige afspraken en heldere processen.” Treffers (NBBU): “Werkgevers moeten juist samenwerken met intermediairs, wij kunnen helpen kwaliteit van zorg hoog te houden. Zo werken we bijvoorbeeld aan een keurmerk voor zzp’ers in de zorg. Daarnaast werken we graag samen met werkgevers aan de toevoer van nieuwe mensen in de zorg, bijvoorbeeld door zij-instromers op te leiden.” Verscherpt toezicht Tot slot is er nogal wat onrust over de aankondiging dat ziekenhuizen en privéklinieken verscherpt toezicht krijgen van de Belastingdienst, zegt Tabak van SoloPartners. “Als de kwaliteit van het werkgeverschap ter discussie staat, dan is het voorbarig om nu al te beginnen met een sectorale aanpak die werknemers terugdringt in dienstverband.” Dat vinden ook NBBU, PZO en ZZP Nederland. Zij schreven daarom samen een brief aan de minister om hem hierop te attenderen. Schmidt Crans: “Ik hoop niet dat werkgevers na een waarschuwing slechts drie maanden tijd krijgen voor verbetering, zoals nu geldt na een aanwijzing van de Belastingdienst. Dan ontstaat namenlijk een nog veel groter probleem met extra uitstroom van mensen en ongewenste constructies.” Van Breda: “Pas op dat je geen mensen wegjaagt. Neem mensen niets af, maar sluit aan bij wat zij acceptabel vinden. Ik hoop dat de kamer de rust bewaakt en zorgt voor duidelijkheid.” Geplaatst in ZP en Politiek | Tags Webmodule, zorgsector | 4s Reacties
CBS: Verdere toename vast werk Geplaatst 13 februari 2020 door ZiPredactie Het aantal vaste werknemers neemt sinds een paar jaar weer toe. In het vierde kwartaal hadden 5,6 miljoen werknemers een vaste arbeidsrelatie, 205 duizend meer dan een jaar eerder. Zij hebben een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en een vast aantal uren per week, zo meldt het CBS. Het aantal mensen met een vaste contract is nog wel lager dan voor de economische crisis. Het aantal werknemers met een flexibele arbeidsrelatie is tot 2019 vrijwel voortdurend gegroeid, maar is in de loop van vorig jaar gaan dalen. In het afgelopen kwartaal hadden 1,9 miljoen werknemers een flexibele arbeidsrelatie, 102 duizend minder dan een jaar eerder. Deze daling kwam vooral door een afname van het aantal uitzendkrachten en het aantal werknemers met een tijdelijk dienstverband. Arbeidsmarkt weer krapper Na een lichte verruiming ziet het CBS dat in de arbeidsmarkt in het vierde kwartaal van 2019 weer krapper geworden. Er kwamen opnieuw meer vacatures bij en de werkloosheid daalde licht. Eind december 2019 was het aantal openstaande vacatures opgelopen tot 291 duizend. Dat is een toename van ruim 3 duizend, vergeleken met een kwartaal eerder. Al bijna zes jaar achtereen groeit het aantal banen elk kwartaal. Grootste stijging aantal banen in de zorg In de zorg kwamen er in het vierde kwartaal 13 duizend banen bij. Andere bedrijfstakken met een grote banengroei waren handel, vervoer en horeca (10 duizend), zakelijke dienstverlening (6 duizend) en industrie (5 duizend). Werknemers en zelfstandigen werkten in het vierde kwartaal van 2019 in totaal bijna 3,5 miljard uur. Dat is, gecorrigeerd voor seizoensinvloeden, 0,8 procent meer dan een kwartaal eerder. Per baan wordt gemiddeld 25 uur per week gewerkt. Omdat een substantiële groep meer dan één baan heeft, zijn werkenden gemiddeld 28 uur per week aan het werk, na aftrek van vakantiedagen en ziekteverzuim. Grootste toename zelfstandigen na eerste kwartaal 2015 In het vierde kwartaal kwamen er 33 duizend werknemersbanen bij, waardoor het totaal op 8,5 miljoen kwam. Het CBS meldt dat “het aantal banen van zelfstandigen nam toe met 14 duizend en kwam uit op 2.179.000. De toename bij de banen van zelfstandigen is na het eerste kwartaal van 2015 niet zo hoog geweest.” Het CBS telt hier het aantal posities of rollen dat zelfstandigen hebben. Dat kunnen er dus meerdere zijn per zelfstandigen. Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags arbeidsmarkt, CBS | Laat een reactie achter
Vier simpele alternatieven voor de plannen van Borstlap Geplaatst 12 februari 2020 door Gastblogger Begin jaren ’90 werkte ik als uitzendkracht bij het postsorteercentrum naast CS Rotterdam. Vaste krachten vroegen mij niet te snel te werken. Vaste krachten verstopten zich voor de teamleider als ze klaar waren met een klus. Een spoedzending in de reguliere post? Niemand wist wat daar mee moest gebeuren. Begin jaren ’00 werkte ik als invalkracht bij een stichting. Op de afdeling kon ik kiezen uit zes in hoogte verstelbare bureaus voorzien van alle ergonomische snufjes. Collega’s in vaste dienst zag ik er nauwelijks. Die waren ziek, werkten parttime of waren op integratiebasis aan de slag. Ik ken een schildersbedrijf waar de eigenaar tot een paar jaar geleden kleine dakkapellen zelf deed. Omdat ie voor zijn werknemers verplicht was om een steiger neer te zetten voor een paar uurtjes schilderwerk. Nu werkt ie met zzp’ers die dat klusje op een ladder doen. Huiverige werkgevers De Commissie Borstlap is in haar rapport, waarin wordt geadviseerd hoe je flexwerk kunt terugdringen, vergeten waarom werkgevers zo huiverig zijn voor vast: Verplichtingen; 2 jaar doorbetalen bij ziekte, arbo-regels en integratietrajecten. Ontslagbescherming en ontslagvergoeding. Minder uren, ander werk of salarisverlaging is lastig. Een werknemer kan opstappen wanneer hij wil. Om naar de concurrent te gaan of om voor zichzelf te beginnen. Deze obstakels worden aangestipt, doch de oplossing wordt vooral gezocht in het ontmoedigen van zzp’ers en het duurder, lastiger en onaantrekkelijker maken van flexcontracten voor werkgevers. Borstlap denkt dat er zo meer vaste contracten komen. Vaste contracten die zekerheid bieden aan de werknemer en niet aan de werkgever. De werkgever is verantwoordelijk voor loondoorbetaling bij arbeidsongeschiktheid, geen werk of langdurige ziekte. Maar waarom moet een bakker loon doorbetalen als zijn vaste werknemer arbeidsongeschikt raakt op de ski-piste? Wat kan de tandarts eraan doen als zijn vaste assistent kanker krijgt en maanden niet inzetbaar is? Waar moet het strandpaviljoen bij regen de vaste obers van betalen? Voor een werknemer wordt een ziekteverzuim- en pensioenverzekering afgesloten, voor een werknemer worden premies afgedragen voor WW en WAO. Natuurlijk is het een probleem dat dat vaak niet gebeurt voor de groeiende groep werkenden zonder werkgever. Nieuwe wetgeving, nieuwe problemen De Wet Werk en Zekerheid heeft ervoor gezorgd dat langdurige flexibele arbeidscontracten (vaste oproepkrachten in de ambulante zorg, vaste invalkrachten in het onderwijs, vaste seizoenskrachten) zijn verdwenen. “Je contract wordt niet verlengd want dat moet vast worden volgens de wet. Kom over zoveel maanden maar terug dan kunnen we je een nieuw contract aanbieden. Of kom als uitzendkracht of zzp’er bij ons werken.” En het dan raar vinden dat er geen vervangers meer zijn voor zieke leraren. Dat scholen via uitzendbureaus mensen inhuren. Dat leerkrachten wat anders gaan doen na de zoveelste tijdelijke werkgever. De Wet Arbeid in Balans moet ervoor gaan zorgen dat het aantal langdurige flexibele arbeidscontracten via payroll en uitzendbureaus gaat afnemen. Diegene die dat verzonnen heeft denkt dat daar vaste arbeidscontracten voor in de plaats komen. Ik vrees dat het vooral meer kortdurende flexibele arbeidscontracten zullen worden. Steeds een verse lading scholieren, studenten of arbeidsmigranten én nog meer zzp’ers. En als het zonder arbeidscontract kan schakelen ze over op stagiaires en uitkeringsgerechtigden in het kader van werkervaring op doen. Om het over zwart werken nog maar niet te hebben. Vaste arbeidscontracten zijn niet te doen voor kleine werkgevers. Al jaren niet. Seizoenswerk, invallers, oproepkrachten en eenmalige klussen zijn van alle tijden. De politiek zal iets anders moeten bedenken dan flex ontmoedigen en vast verplichten. Daar wil ik ze best bij helpen: BTW Zzp’ers dragen BTW af. Die belasting kun je gebruiken voor een verzekering voor ziekteverzuim, pensioen, WW en WAO. Deze pot verdampt nu omdat een zakelijke opdrachtgever het als voorbelasting mag verrekenen. Dat is best raar. BTW staat voor Belasting Toegevoegde Waarde terwijl een zzp’er een eindproduct levert. Denk aan een tuinman, een kapper, een webbouwer, een cateraar, een presentator of een fotograaf. Een zzp’er die geen eindproduct levert is vaak eigenlijk een werknemer. Nog vreemder is dat tot voor kort, een zzp’er via de KOR (Kleine OndernemersRegeling) afgedragen BTW terug kon krijgen terwijl de opdrachtgever het al verrekend heeft. Een cadeautje van de belastingdienst. Per 1 januari is de regeling veranderd. De zzp’er hoeft nu geen BTW meer te heffen tot een bepaalde omzet. Hij wordt daarmee goedkoper voor partijen die geen BTW kunnen verrekenen zoals particulieren en stichtingen. Het is oneerlijke concurrentie t.o.v. de zzp’er die wel BTW in rekening moet brengen en afdragen. Schaf de KOR af. Schaf voorbelasting verrekenen af. Gebruik het geld voor collectieve verzekeringen voor zzp’ers. Dat is win/win: Zzp’ers worden 21% duurder voor zakelijke opdrachtgevers waardoor die eerder geneigd zullen zijn hen in dienst te nemen bij een schijndienstverband. Én elke zzp’er is verzekerd. Winstbelasting Winstbelasting wordt betaald in het land waar het bedrijf op papier gevestigd is en niet in het land waar de werknemers wonen. Terwijl dat land zorg draagt voor onderwijs, zorg en infrastructuur. Hoe hoger de winst, hoe meer energie er gestoken wordt in belastingontwijking. In welk land betaal je de minste belasting? Kunnen we de winst doorschuiven naar een andere BV? Ik vind het crimineel dat winstbelasting gemaakt in landen met hongerloontjes terecht komt in belastingparadijzen of volledig wordt ontweken. Schaf de winstbelasting af. Maak er een verplichte uitkering aan werknemers van die er belasting over betalen in het land waar ze wonen. Dat is win/win: Werknemers krijgen een financiële prikkel en profiteren mee bij winst. Lage lonen, hoge lonen, elke werknemer krijgt dezelfde uitkering gebaseerd op het aantal gewerkte uren. Belastinggeld komt terecht in het land waar de werknemers wonen. Wederzijdse opzegtermijn Het is logisch dat een werkgever liever geen vast aanbiedt. Het zijn veel verplichtingen, flexibiliteit neemt af en de werkgever kan alleen nog van de werknemer af met een gegronde reden en een transitievergoeding. Er staat geen zekerheid voor de werkgever tegenover. Schaf vaste contracten af en maak er een wederzijdse opzegtermijn van afhankelijk van het aantal gewerkte jaren. Je start met een opzegtermijn van 2 maanden en elk jaar neemt de opzegtermijn toe met een maand tot een maximum van een jaar. In onderling overleg kunnen werkgever en werknemer het anders afspreken. Voor uitzendbureaus en detacheerders geldt hetzelfde. Sociale zekerheid Het is raar dat wij in Nederland de sociale zekerheid steeds meer overlaten aan de markt. Loondoorbetaling bij ziekte of arbeidsongeschiktheid komt twee jaar lang voor rekening van de werkgever die daar een verzekering voor afsluit. Het komt voor dat de verzekering niet uitkeert en de werkgever toch moet doorbetalen. Zzp’ers dienen zelf iets te regelen. Verzuimverzekeringen voor ondernemers zijn duur en zijn streng in uitkeren. Bij broodfondsen zie je gesteggel tussen de deelnemers onderling. Langdurige ziekte en arbeidsongeschiktheid moet je niet aan de markt overlaten, dat is een taak van de overheid. Het huidige sociale zekerheidstelsel bestaat momenteel uit toeslagen en uitkeringen. Waarbij het voor degenen die er in aanmerking voor komen niet loont om (meer uren) te werken. Je raakt je toeslagen kwijt en/of wordt ervoor gekort op je uitkering. Regelmatig met terugwerkende kracht wat voor grote problemen zorgt. Robin Fransman heeft een geniale versimpeling uitgedokterd; een uitkeerbare belastingheffingskorting. Er wordt belasting geheven over élke euro die wordt verdiend die tot een bepaald bedrag niet hoeft te worden afgedragen. Wordt het drempelbedrag niet gehaald, dan krijg je het verschil uitgekeerd. Iemand die niet werkt krijg zo het volledige bedrag. Iemand die te weinig werkt om in zijn levensonderhoud te voorzien krijgt een aanvulling. Tewerkstelling voor behoud van uitkering moet verboden worden. Breng de loondoorbetaling bij ziekte voor werknemers terug naar 6 weken. Schaf het toeslagencircus en de uitkeringen af. Vervang het door een uitkeerbare belastingheffingskorting. Bijkomend voordeel is dat er niets aparts opgetuigd hoeft te worden voor het “persoonlijk ontwikkelbudget” van Borstlap en dat er voor studenten weer wat geregeld is. Eenvoud Sluit ik af met de slogan van de belastingdienst: “Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker.” Ik zou zeggen belastingdienst, begin daarmee! Martine Bakx is een ontwerper die vindt dat een goed product boven marketing- en verkooptechnieken gaat. Motto “less is more”; dingen moeten zo eenvoudig mogelijk zijn doch niet eenvoudiger. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags Commissie Borstlap | 7s Reacties