Onduidelijkheid over rolverdeling tussen de ministeries VWS en SZW over zzp’ers in de zorg

De oplossing voor minder zzp in de zorg begint bij goed werkgeverschap, vindt de minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid. Hij wil daarom vooral afspraken tussen werkgevers faciliteren en bemiddelingsbureaus aanpakken. Maar als het op acties aankomt, blijft de rolverdeling tussen hem en de minister van Sociale Zaken onduidelijk.

Met 40.000 openstaande vacatures en een groeiende onvrede over het percentage flexwerkers in de zorg, keken marktpartijen en politici vol verwachting uit naar het actieplan van Hugo de Jonge (Volksgezondheid). Maandag liet hij weten wat hij gaat doen om flexibilisering van de arbeidsmarkt in de zorg terug te dringen, donderdag lichtte hij zijn plannen toe in de Tweede Kamer.

De eerste reactie van kamerleden: veel goede bedoelingen, maar weinig harde afspraken. Ook blijft de rolverdeling tussen minister De Jonge en zijn collega Wouter Koolmees van Sociale Zaken onduidelijk.

Kamerleden reageren op actieplan

John Kerstens (PvdA) wil weten wanneer de minister echt in actie komt. “Of blijft het bij suggesties aan het werkveld en collega Koolmees?”

Kelly Regterschot (VVD) benadrukt dat zzp’ers niet de oorzaak zijn van het tekort aan personeel in de zorg. “Op korte termijn zijn ze deel van de oplossing. Loondienst in de zorg past niet meer in het beeld van een aantrekkelijke baan. Zzp’er worden is een ontsnappingsroute voor veel professionals. Wat gebeurt er als die escape verdwijnt?”

Zzp-schap moet onaantrekkelijker worden, maar niet door flexwerkers te straffen”, suggereert Maarten Hijink (SP). “Verminder bureaucratie, beloon avond- en weekenddiensten. Oftewel, maak loondienst weer aantrekkelijk.”

“Werkplezier van zorgpersoneel moet centraal staan”, zegt ook Marijke van Beukering-Huijbregts (D66). “Flexwerk breed aan banden leggen is niet de oplossing, gooi bovendien niet alle flexwerkers op één hoop. Niet iedereen is schijnzelfstandige.”

‘Geen overhaaste beslissingen’

De Jonge: “Ik debatteer regelmatig met collega Koolmees van Sociale zaken over zzp’ers. Ik moet ook een beetje werk voor hem overlaten.”

Welk ministerie welke taak op pakt, blijft dus onduidelijk. Minister Koolmees had de zorgsector namelijk juist opgeroepen (zie hier) om onderling afspraken te maken over wat wenselijk is als het gaat om de inzet van zzp’ers. In dit overleg wijst De Jonge dus weer terug naar de maatregelen van Sociale zaken, waaronder de webmodule.

De Jonge benadrukt dat hij ‘geen overhaaste maatregelen kan nemen’. “We kunnen niemand missen in de zorg.”

‘Bemiddelingsbureautjes’

De Jong wil vooral ‘bemiddelingsbureautjes’ aanpakken. “Die zorgen dat mensen die op vrijdag ontslag nemen, maandag kunnen terugkomen om hetzelfde werk te doen. Maar dan zonder nachtdiensten en tegen een hogere beloning”, zegt hij. “Daar verdienen die bemiddelingsbureaus fors aan. Dat betekent hogere kosten en lagere kwaliteit voor de zorg. Dat moeten we tegengaan.”

Hoe? Dat wil hij samen uitzoeken met de ministers van Sociale zaken en Financiën. “We trekken samen op, maar ik kan niet de rol van Koolmees overnemen.”

Opvallend: een motie waarmee de PvdA minister Koolmees opriep het voortouw te nemen in gesprekken over de rol van de bureaus in de zorg, werd onlangs afgewezen. Koolmees vindt namelijk juist dat vakministers, zoals De Jonge, die gesprekken moeten leiden.

Goed werkgeverschap

De Jonge zoekt de structurele oplossing vooral in ‘goed werkgeverschap’. Daarmee sluit hij aan bij de wensen van onder andere VVD, SP en D66.

De minister wil betere arbeidsvoorwaarden voor zowel flexibel als vast personeel in de zorg. Net zoals in de financiële sector, wil hij dat werkgevers een werkcode opstellen. De Jonge gaat samen met de sociale partners kijken of dat kan. “Daar worden uiteraard ook zzp’ers bij betrokken”, belooft hij.

Maximumtarief is wens, geen wet

De minister geeft verder uitleg over het maximaal inhuurtarief (inclusief bemiddelingskosten) dat zorginstellingen mogen betalen aan flexwerkers. Dit is één van de acties die hij beschrijft in zijn brief. “Dit wordt geen wet, dit is een wens. Ik wil graag dat zorgorganisaties dit samen oppakken. Gelijk loon, voor gelijk werk. Zo haal je een perverse prikkel weg die leidt tot een negatieve spiraal.”

Tot slot benadrukt hij dat er altijd behoefte zal zijn aan flex in de zorg. “Voor piek, ziek en uniek”, zegt hij. “Ik zie wel mooie initiatieven in de markt, zoals gezamenlijke flexpools van werkgevers, ook met zzp’ers er in. Die zijn zo geen geld kwijt aan bureautjes, zij hebben samen een groep werknemers waarmee ze ziekte en drukke periodes opvangen. Dat geeft ook meer garantie voor kwaliteit.”

Vicieuze cirkel doorbreken

Hij is dus een stuk milder dan eerder in het tv-programma Meldpunt. Toen noemde hij het groeiend aantal zzp’ers in de zorg uitdrukkelijk ‘slecht’. Nu benadrukt hij dat hij flexwerkers niet de schuld geeft van de problemen. Maar hij maakt zich wel zorgen over de toename van flex en wat dit doet met de kwaliteit van de zorg.

Hij erkent dat zorgprofessionals vaker zzp’er worden uit onvrede over werken in loondienst. “Ze willen minder regeldruk en minder avond-, weekend- en nachtdiensten. En omdat steeds meer mensen zzp’er worden, blijft er alleen maar meer van dit soort werk over voor werknemers in loondienst. Die vicieuze cirkel moeten we doorbreken.”

5 reacties op dit bericht

  1. Bemiddelingsbureautjes….of Ministertjes….wie zijn t grootste gevaar voor de zorg specifiek en de arbeidsmarkt algemeen….

    Bewezen is inmiddels dat zzpers in de zorg welke via bemiddelingsbureaus worden geplaatst top werk afleveren tegen een totaal uurtarief wat lager ligt als de totale uurloonsom van een medewerker…

    Ministertjes als Hugo de Jonge maken zoveel brokken en lossen verder niets op….
    Praatjes maken over anderen, terwijl je zelf niet functioneert….schande….

  2. De aanleiding voor deze berichtgeving zijn de problemen die ervaren worden op de werkvloer in de gezondheidszorg, zo is de PR.
    Zoals vaker wordt er gegrepen naar een oplossing, die ik je op zijn zachtst gezegd kort door de bocht kan noemen. Van een structurele oplossing voor een mogelijk structureel probleem kan je nauwelijks spreken.
    Bijzonder vind ik, dat niet gekeken wordt naar de kern van het probleem, maar naar de ‘uitwas’ en daar een maatregel voor wordt voorgesteld.
    Dat is vaak het geval in politiek Den Haag. Een ferme en stevige ingreep doet de suggestie wekken, van een krachtdadige overheid. In feite is sprake van precies het tegenovergestelde. De krachtdadigheid zou ingezet moeten worden voor een structurele oplossing in plaats van paniekvoetbal zoals dit geval.
    Bijzonder in deze is ook dat het gaat om maatregelen gekoppeld aan de problematiek van het al of niet zijn van zelfstandigheid. Hierbij is dit vraagstuk binnen de gezondheidszorg al jaren aan de orde, voor met name het hoge segment (minder mensen, schaarser en meer verdienend) in het arbeidsgebouw in de gezondheidszorg. Daar is nooit een maatregel op genomen. Nu wordt dat in het lage segment (meer mensen, minder schaars en lager verdienend) wel voorgesteld. Ik vind dat heel bijzonder en schurkend aan klasse justitie.

  3. Is het niet tijd dat Koolmees eerst eens een uitspraak doet wat betreft de regeringsplannen met opt out en minimum tarief.

    Een stellig “Ja we gaan door met die plannen”. Of het tegenovergestelde.