Weer een nieuwe wet: de Wet toezicht discriminatievrije werving en selectie Geplaatst 20 januari 2020 door Niels Huismans Laat ik beginnen met het stellen dat enige vorm van discriminatie een slechte zaak is en dat we allemaal een discriminatievrije arbeidsmarkt moeten willen creëren. Iedereen op de arbeidsmarkt heeft hierin een bepaalde verantwoordelijkheid. Het kabinet trekt dit echter steeds meer naar zich toe. Het uitgangspunt van de nieuwe beoogde wet en de ambitie van dit kabinet, een discriminatievrije arbeidsmarkt, is in mijn optiek dus een goede zaak. Ik heb echter wel mijn (zware) bedenkingen bij de maatregelen die de staatssecretaris nu wil doorvoeren als we specifiek kijken naar het werving en selectie-gedeelte. Wat houdt de wet in? Het kabinet vindt het onacceptabel dat mensen discriminatie ervaren bij het zoeken naar een baan; eerlijke werving- en selectieprocedures moeten bijdragen aan gelijke kansen op de arbeidsmarkt. De staatssecretaris zet in op het bestrijden van discriminatie en ziet een stevige handhavende rol voor de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Daarom dient de werkgever een werkwijze op te stellen waarin hij aangeeft hoe hij de werving aanpakt en verboden onderscheid voorkomt. Dat houdt concreet onder meer het volgende in: De werkgever moet werknemers die betrokken zijn bij de sollicitatieprocedure, zoals managers en HR-professionals, informeren over de maatregelen voor gelijke behandeling. Het beleid moet ook voor buitenstaanders inzichtelijk zijn. De werkgever moet verder de werkwijze en maatregelen aanpassen als hiervoor een aanleiding is, bijvoorbeeld op basis van opgedane ervaringen of nieuwe kennis vanuit de wetenschap. Bovendien moet de werkgever bij inschakeling van een intermediair, bijvoorbeeld een uitzend- of werving en selectiebureau, nagaan of ook deze over een werkwijze beschikt. De Inspectie SZW kan controleren of werkgevers over een werkwijze beschikken en indien de werkgever in gebreke blijft een boete opleggen. De inzet van het team arbeidsmarktdiscriminatie van de Inspectie SZW is daarom verdubbeld en de expertise en ondersteuning zijn versterkt. De Inspectie SZW kan een boete opleggen als de werkgever in gebreke blijft. Het kabinet verwacht dat werkgevers zich meer bewust worden van de risico’s van het maken van verboden onderscheid bij werving en selectie en zo nodig hun werkwijze daarop aanpassen. Bijkomend verwacht effect voor de werkgevers is dat zij een breder potentieel aan sollicitanten bereiken en een ruimere keus om de meest geschikte kandidaat te vinden. Administratieve last Als we kijken naar het concept wetsvoorstel dan zien we dat de wetgeving vooral een administratieve last lijkt te worden. Veel focus is gericht op het inrichten van procedures en op het inzichtelijk en controleerbaar maken daarvan. Het feit dat het kabinet verwacht dat kleine bedrijven 21 maanden de tijd nodig zullen hebben voor implementatie van de voorgestelde wetgeving zegt eigenlijk al genoeg. Ik vraag me sterk af of we hierdoor de discriminatie, die nog steeds voorkomt, effectiever tegen zullen gaan. Diverse reacties op de internetconsultatie omtrent deze beoogde wetgeving sluiten hierbij aan. Ook het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) heeft het advies gegeven om deze wet niet in te dienen. Zelfstandige Het wetsvoorstel gaat ook gelden voor het werven van zelfstandigen die via een opdrachtverstrekking aan de slag gaan voor een organisatie. Het wetsvoorstel brengt opdrachtverstrekking aan zelfstandigen onder de wet om te voorkomen dat werkgevers discrimineren door de opdracht aan zelfstandigen te verstrekken. Handhaving De Inspectie SZW kan een eis tot naleving geven. Dit betekent dat werkgevers een herstelperiode krijgen om de werkwijze op orde te brengen. Als de werkgever nog steeds in gebreke blijft kan een boete opgelegd worden. Gaat het echter om organisaties die onder de WAADI vallen, dan kan direct een boete worden opgelegd. Dit betekent dat uitzendondernemingen, werving- en selectiebureaus maar bijvoorbeeld ook assessmentbureaus, in tegenstelling tot de reguliere werkgever, direct een bestuurlijke boete krijgen opgelegd als er geen schriftelijk vastgelegde werkwijze aanwezig is. De onderneming heeft dan geen herstelmogelijkheid. De boete die dan wordt opgelegd wordt dus niet per definitie opgelegd omdat er daadwerkelijk gediscrimineerd is maar omdat er geen werkwijze en/of procedures zijn vastgelegd of geborgd. Dit resulteert vervolgens in publicatie (naming and shaming) op internet. Beheersbaarheid arbeidsmarkt Als het gaat over het meer bewust zijn van de risico’s van arbeidsmarktdiscriminatie, hetgeen wat het kabinet verwacht dat deze wetgeving gaat opleveren, ben ik van mening dat we die ook op een andere manier kunnen bereiken. Het ontbreken van bewustzijn over discriminatie kan als belangrijke verklaring gezien worden voor de relatief beperkte aandacht voor arbeidsmarktdiscriminatie in Nederland. Dit blijkt onder andere uit eerdere onderzoeken[1] en rapporten[2]. Hieruit blijkt ook dat actieve kennisdeling vele malen effectiever is dan het opleggen van zware wet- en regelgeving. In mijn optiek is het opsporen van discriminatie en dit dan ook daadwerkelijk stevig aanpakken een goede zaak. De verantwoording van het weerleggen neerleggen bij organisaties is echter een stap te ver. Juist welwillende ondernemers worden hiermee extra geraakt. Daarnaast zie ik nog een ander nadelig effect wat kan gaan plaatsvinden. Organisaties worden ‘bang’ gemaakt en gaan koste wat kost bepaalde termen en specificering uit vacatureteksten en verdere processen halen. Hierdoor worden de vacatures wellicht niet duidelijker en wordt de mismatch pas op een later moment duidelijk. Juist welwillende werkgevers dreigen extra te worden geraakt. Het kabinet blijft van mening dat de arbeidsmarkt beheersbaar is. Dit is echter nog maar de vraag. Het verplicht opleggen van processen, procedures en administratie zorgt er niet per definitie voor dat de ambitie van het kabinet bereikt gaat worden. Om met een positieve noot af te sluiten: Het wetsvoorstel zorgt er wel voor dat we als markt nadenken over de vraag hoe en wat we anders en beter kunnen doen om discriminatie tegen te gaan. Al met al moeten we namelijk ook de hand in eigen boezem steken. We hebben als totale markt namelijk tot dusver gefaald als het gaat om een discriminatievrije arbeidsmarkt. In hoeverre zijn jouw vacatureteksten ‘discriminatievrij’? Tip: Check de website van verrekijkers eens voor wat wel en niet in een vacaturetekst mag staan. Bronnen: https://www.internetconsultatie.nl/wet_toezicht_discriminatievrije_werving_en_selectie/reacties http://publications.tno.nl/publication/34634892/jQ1cvM/TNO-2019-R11469.pdf [1] https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2018/11/16/rapport-verdere-integratie-op-de-arbeidsmarkt-via [2] http://publications.tno.nl/publication/34634892/jQ1cvM/TNO-2019-R11469.pdf Geplaatst in ZP en Politiek | Tags Discriminatie, inclusiviteit, inspectie SZW, wetgeving | Laat een reactie achter
Ger Jaarsma benoemd tot voorzitter Stichting PayOK Geplaatst 19 januari 2020 door ZiPredactie Stichting PayOK heeft met ingang van 15 januari 2020 Ger Jaarsma benoemd tot voorzitter. Ger is een zeer ervaren bestuurder, zowel in het bedrijfsleven als in de publieke sector. Hij heeft ruime ervaring binnen de uitzendsector, wat hem bij uitstek geschikt maakt voor deze functie. Stichting PayOK beheert het keurmerk dat ondernemingen toetst op de juiste beloning van hun werknemers. Dit is noodzakelijk sinds het in werking treden van de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS). Die bepaalt dat ondernemers aansprakelijk zijn voor de juiste beloning van werknemers in de hele keten, dus ook als die werknemers in dienst zijn bij een onderaannemer of uitzendbureau. Als zo’n onderaannemer of uitzendbureau niet conform de geldende CAO betaalt kan de werknemer het te weinig ontvangen loon opeisen bij de opdrachtgever. Bij een PayOK – gecertificeerde onderneming weet een opdrachtgever dat dit goed is geregeld en hij niet voor onaangename verrassingen komt te staan. PayOK kent een strenge certificeringsprocedure. Bedrijven die deze procedure met succes doorlopen bieden hun opdrachtgevers zekerheid en veiligheid. Inmiddels zijn al ruim 50 bedrijven gecertificeerd, waaronder uitzendbureaus en diverse aanneembedrijven. Lees ook: Opdrachtgever eist PayOK-certificaat van zijn uitzendbureaus. “Met het aantreden van Ger Jaarsma zetten we de volgende stap in de ontwikkeling van PayOK”, aldus Gerlof Roubos, directeur van de Stichting. “Het is belangrijk dat PayOK meer bekendheid krijgt bij opdrachtgevers en branche organisaties. Inhuur van arbeid brengt serieuze risico’s met zich mee. Naast onverwachte loonclaims kan het ook gaan om negatieve publiciteit en het aantasten van de reputatie van de onderneming. Daar zit je als opdrachtgever niet op te wachten. PayOK certificering ondervangt die risico’s.” De nieuwe voorzitter Ger Jaarsma: “Het is van groot belang dat alle medewerkers, dus ook ingehuurde medewerkers zoals flexkrachten, op de juiste manier worden beloond. PayOK certificering is in mijn ogen onderdeel van goed opdrachtgeverschap. Daarmee wordt het onderscheid tussen flexkrachten en vaste krachten geminimaliseerd en krijgen medewerkers letterlijk ‘hun verdiende loon’. PayOK certificering sluit daarom ook goed aan op het beleid van de landelijke overheid. In mijn ogen zou deze certificering eigenlijk verplicht moeten zijn voor elke onderneming die medewerkers uitleent of verhuurt”. Volg woensdag 12 feb (10.15 uur) het (gratis) webinar ‘Scherpe inkoop vraagt om scherp risicobeheer.’ Met een deskundig panel bespreken we de grootste valkuilen én de oplossingen bij het inhuren van personeel: Wat zijn de gevolgen van de WAB? Waar liggen de risico’s van de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS)? Hoe zit het met de ketenaansprakelijkheid? Hoe zit het met de financiële risico’s bij het inzetten van brokers? Inschrijven kan hier. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags PayOK, WAS | Laat een reactie achter
Consultancybureau INNOPAY lanceert netwerk met top van specialistische freelancers Geplaatst 19 januari 2020 door ZiPredactie INNOPAY, consultancybureau op het gebied van digitale transacties, lanceert de Associate Community: een netwerk van zorgvuldig geselecteerde zelfstandige professionals met een expertise op het gebied van digitale transacties. “Organisaties moeten vandaag de dag flexibel zijn om te kunnen voldoen aan de steeds veranderende behoeften van klanten. Toegang tot gespecialiseerd talent is daarbij in toenemende mate lastig”, vertelt Matthijs Ros, Director bij INNOPAY. “Onze missie is om organisaties hierin te helpen en met de community kunnen we dit realiseren.” De INNOPAY Associate Community bestaat inmiddels uit zo’n 200 associates. Allen specialisten in digitale transacties maar elk met een eigen expertisegebied, zoals legal, cybersecurity, marketing, blockchain, etc. “Hierdoor kunnen we voor iedere opdracht een passend, hybride team samenstellen bestaande uit eigen medewerkers, professionals uit de Associates Community en medewerkers van de klant. Op deze manier zijn we in staat om opdrachtgevers optimaal te begeleiden in hun ontwikkeling op het gebied van digitale transacties.” Klanten: toegang tot de top tien procent beste professionals Met de community speelt INNOPAY in op een trend binnen de arbeidsmarkt, namelijk dat steeds meer hoogopgeleide professionals kiezen om voor zichzelf te werken. Dankzij het netwerk krijgen zij toegang tot kennis, training, sparring en de mogelijkheid om voor aansprekende organisaties te werken. Het consultancybureau screent zorgvuldig om de top tien procent specialistische freelancers te selecteren voor het netwerk. Er wordt niet alleen gekeken naar de expertise, maar ook of er een match is met de cultuur van het bedrijf. Dankzij het netwerk kan het bureau bij ieder project de juiste professionals selecteren. Klanten profiteren hierdoor van de beste professionals uit de markt, zonder dat zij deze zelf hoeven te zoeken en contracteren. Startup Webinar Nieuwsgierig wat er nog meer aan nieuwe initiatieven op de rol staat in 2020 rond inhuur, zelfstandigen en recruitment? Volg het ‘What’s new in 2020’ webinar tijdens de ZiPconomy/Werf& WebinarWeek en hoor de pitch van drie nieuwe startups. Vrijdagmiddag 14 feb, 14.30 uur. Inschrijven kan hier. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags innopay | Laat een reactie achter
Stichting van de Arbeid: “We liggen op koers voor advies over verplichte AOV zelfstandigen”. 12 vragen en antwoorden. Geplaatst 17 januari 2020 door ZiPredactie De Stichting van de Arbeid zegt ‘nog steeds op koers’ te liggen om begin 2020 een voorstel te overhandigen aan de minister over de uitwerking van een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen. In het voorstel komt er een “automatische verzekering voor langdurige uitval door ziekte of een ongeluk” zo laat de Stichting weten. Lees ook: Onderhandeling over verplichte aov in eindfase. Een werkgroep van de Stichting van de Arbeid overlegt met tal van organisaties over de uitwerking. “Wij hebben op 14 januari ook onze dilemma’s met vertegenwoordigers van zelfstandigen gedeeld en gediscussieerd over de te maken afwegingen.” Tijdens dat overleg is ook uitvoerig ingegaan op het voorstel dat de Werkvereniging en ONL hebben ingediend, mede namens een twintigtal andere organisaties. In dat plan (lees hier) wordt voorgesteld de bestaande IVA regeling (“Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten”) open te stellen voor zelfstandigen. Zo ontstaat één regeling voor alle werkenden. De vaste werkgroep van de Stichting van de Arbeid zegt in een reactie dat ‘waardering te hebben voor dat initiatief en de wens om te komen tot een verzekering voor zelfstandigen. Ook onderschrijven wij de uitgangspunten die in het plan omschreven staan voor een betaalbare en toegankelijke verzekering. ” Met welk plan de Stichting van de Arbeid uiteindelijk gaat komen zal niet eerder duidelijk worden dan bij de eindpresentatie. De Stichting houdt vast aan haar planning om dat ‘begin 2020’ te doen. Dilemma’s In de uitwerking van dit plan, dat onderdeel was van het pensioenakkoord, lopen de gesprekspartners tegen tal van dilemma’s en bespreekpunten aan. Bijvoorbeeld over de hoogte van de uitkering, de financiering, de wachttijd en – niet in de laatste plaats – wie moet dit gaan uitvoeren (publiek of privaat). De Stichting heeft 12 vragen en antwoorden opgesteld. Die geven niet direct inzicht met welk voorstel ze gaan komen. Maar ze schetsten wel een beeld van het proces dat doorlopen wordt en het geeft inzicht in een aantal van die dilemma’s en bespreekpunten. We publiceren die punten hieronder integraal, zonder verder inhoudelijk commentaar. Zie ook: webpagina SvdA over dit onderwerp 12 vragen en antwoorden van de Stichting van de Arbeid. Achtergronden, overwegingen en eerste cijfers in aanloop naar het voorstel voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen Hoe kunnen wij zelfstandigen een betaalbare en toegankelijke verzekering geven in het geval van uitval door ziekte of een ongeval? De Stichting van de Arbeid werkt aan een voorstel om antwoord te geven op bovenstaande vraag. Het voorstel is in aanvulling op de sociale verzekering van werknemers tegen het inkomensrisico van arbeidsongeschiktheid. Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft aan de Stichting van de Arbeid om een voorstel gevraagd. Om te komen tot een voorstel met draagvlak voert de Stichting van de Arbeid overleg in een reguliere werkgroep. Deze is voor de gelegenheid aangevuld met vertegenwoordigers van Platform Zelfstandige Ondernemers en FNV Zelfstandigen. De werkgroep treedt ook in overleg met vertegenwoordigers van zelfstandigenorganisaties. Ook gaan wij het gesprek aan met schenkkringen, zoals broodfondsen. Het aandeel zelfstandigen dat kiest voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering loopt terug. In 2013 was het 24%. In 2018 is het gedaald tot 19%, zo blijkt uit cijfers van het CBS en het ministerie van SZW. Uit de cijfers blijkt ook dat met name de zelfstandigen met de hoogste inkomens zich verzekeren tegen het risico op inkomensverlies na een ziekte of ongeval. Zelfstandigen met lagere inkomens verzekeren zich minder vaak. Waar gaat het over? Een voorbeeldsituatie ter illustratie. Een zelfstandige genaamd Lisa wordt helaas ziek op haar 32e. Als zij hierdoor langdurig en volledig arbeidsongeschikt raakt dan mist zij bij een gemiddeld inkomen van 25.000 euro netto tot aan haar pensioen ca. 560.000 euro aan netto inkomsten. Op maandbasis is dat ca. 1.000 euro netto minder aan inkomsten en ook minder spaargeld (voor toelichting op deze illustratieve rekensom, zie laatste pagina). Een verzekering kan deze gemiste inkomsten deels opvangen. Ook zorgt een verzekering ervoor dat Lisa niet terug hoeft te vallen in de bijstand met alle verplichtingen die daar bij horen. Ondanks alle tegenslag kan Lisa zelfstandiger haar leven inrichten dan wanneer zij een beroep moet doen op bijstand. Voordat Lisa recht heeft op bijstand wordt er gekeken of zij niet te veel spaargeld heeft en of dat zij niet te veel vermogen heeft opgebouwd in een koophuis. Ook wordt er gekeken naar de hoogte van het inkomen van eventuele huisgenoten. Als het boven bepaalde gestelde normen komt, dan leidt het tot korting op de bijstandsuitkering. Klik hier voor meer informatie. Zodra Lisa bijstand ontvangt, moet zij ook meewerken aan een verkenning naar re-integratie mogelijkheden. Per gemeente verschilt vervolgens de aanpak. Als Lisa gedeeltelijk of tijdelijk arbeidsongeschikt raakt dan mist zij navenant minder inkomsten. Toch is de inkomensterugval ook in die situatie vaak aanzienlijk en onvoorzien. Voor het ongeval of voor haar ziekte was Lisa niet volledig overtuigd van nut en noodzaak van een verzekering voor arbeidsongeschiktheid. Uit onderzoek [1] blijkt dat verschillende argumenten een rol spelen als het gaat over de vraag waarom mensen geen verzekering afsluiten. Lisa vond het bijvoorbeeld te veel rompslomp, dacht dat de kosten erg hoog zouden zijn, of schatte de risico’s en consequenties te laag in. De Stichting van de Arbeid werkt nu een voorstel uit, waardoor zelfstandigen straks verplicht zijn verzekerd tegen de gevolgen van uitval door ziekte of een ongeval. Zelfstandigen zijn dan automatisch verzekerd net als werknemers nu. Hoe de groep zelfstandigen af te bakenen, is overigens nog volop onderwerp van gesprek. Ook wordt nog bekeken hoe om te gaan met de groep mensen die nu al een verzekering heeft tegen arbeidsongeschiktheid. Wat is het risico en het gevolg van niet verzekerd zijn? De kans dat iemand langdurig arbeidsongeschikt raakt door ziekte of een ongeval, is relatief klein. Maar als het gebeurt dan leidt het tot grote zorgen. Met haar inkomen betaalt Lisa de boodschappen, vakanties en het dak boven haar hoofd. Soms hebben mensen ruime reserves, een partner om op terug te vallen of kunnen zij nog hulp ontvangen van familie of vrienden, maar dat is in veel gevallen geen optie. Bij gedeeltelijke of kortdurende arbeidsongeschiktheid zijn de gevolgen kleiner. Maar het risico dat je gedeeltelijk niet meer kunt werken, is groter dan dat je helemaal niet meer aan de slag kan. En ook dan leidt het tot onvoorziene, onzekere situaties voor mensen die vanwege gezondheidsproblemen plotseling kwetsbaar zijn. Hoe schatten zelfstandigen het risico op inkomensterugval door ziekte of een ongeval zelf in? Zelfstandigen weten dat zij risico’s lopen en houden vaak buffers aan om tegenvallers op te vangen. Mensen onderschatten hoeveel geld er nodig is om het inkomensverlies bij arbeidsongeschiktheid te betalen, zo blijkt uit onderzoek.[2] Het aandeel zelfstandigen dat zich privaat verzekert, neemt in afgelopen jaren af. In 2013 had nog 1 op de 4 zelfstandigen een private arbeidsongeschiktheidsverzekering. Nu heeft 1 op de 5 zelfstandigen een arbeidsongeschiktheidsverzekering afgesloten.[3] Ruim driekwart van de zelfstandig ondernemers in de groep met de hoogste inkomens heeft een voorziening. Van de zelfstandig ondernemers in de groep met de laagste inkomens heeft 35 procent geen voorziening. Ook is ca. 4% aangesloten bij een schenkkring, zoals een broodfonds.[4] Deze schenkkringen dekken meestal kortdurende arbeidsongeschiktheid af tot meestal 2 jaar. Na deze eerste periode valt een deelnemer aan een schenkkring terug op bijstand of is hij of zij aangewezen op inkomsten van een eventuele partner. Als een zelfstandige ook als werknemer actief was dan kan het ook aangevuld worden vanuit een WIA-uitkering. Niet alleen voor de zelfstandige in kwestie, maar voor de gehele samenleving leidt dit tot situaties die onwenselijk zijn. Voor mensen is nu niet meer duidelijk welke bescherming zij kunnen verwachten tegen inkomensterugval in verschillende situaties op de arbeidsmarkt. Het verschil tussen een werknemer en een zelfstandige is groot. Ook leidt een verzekeringsplicht en daaruit volgende automatische arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen tot de juiste bescherming tegen de langdurige gevolgen van een ziekte of een ongeval waar mensen ook samen de lasten voor dragen. Onder vraag 5 lichten wij de overwegingen nader toe. Vanuit publiek belang is daarom door het kabinet, werkgevers en werknemers besloten om een toegankelijke en betaalbare verzekering te ontwikkelen in het geval van arbeidsongeschiktheid. Voor deze verzekering geldt een verzekeringsplicht, zodat aan de randvoorwaarden toegankelijk en betaalbaar kan worden voldaan. Waarom is hiertoe besloten? Verschillende uitgangspunten en overwegingen spelen hierbij een rol. Het teruglopend aandeel zelfstandigen dat een private arbeidsongeschiktheidsverzekering afsluit, is er bijvoorbeeld één. Verder hebben kabinet, politieke partijen werkgevers, werknemers en deels overeenkomstige en deels uiteenlopende overwegingen waarom een verplichte of automatische verzekering tegen arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen nodig is. In een brief van minister Koolmees aan de Tweede Kamer[5] worden verschillende overwegingen genoemd: Met een verplichte verzekering in het geval van arbeidsongeschiktheid wordt een bijdrage worden geleverd aan dat niet instituties en kosten bepalend zijn voor de vorm waarin arbeid wordt aangeboden (“gelijker speelveld”) . Nu is er voor zelfstandigen niets automatisch geregeld als zij langdurig niet kunnen werken. Het verschil met andere werkenden die een duidelijke voorziening hebben, is dan groot te noemen. Een toegankelijke en betaalbare verzekering is van belang om het onvoorziene risico op langdurige inkomensterugval te voorkomen. Je wilt met elkaar regelen dat er een goed vangnet is op het moment dat het plotseling tegen zit. Ook kan een verzekering met de mogelijkheid tot preventie en tijdige re-integratie een bijdrage leveren aan het zo inzetbaar mogelijk houden van mensen op de arbeidsmarkt. Met daarbij aandacht voor echte zelfstandigen om hun ondernemerschap in te kunnen blijven vullen. Alle overwegingen worden nu betrokken in de totstandkoming van het voorstel. Argumenten voor en tegen verschillende opties worden nu zorgvuldig doorgesproken, doorgerekend en collectief gewogen. Doel is om te komen tot een voorstel met draagvlak. Wie gaan er onder de nieuwe verzekering vallen? Op dit moment wordt door de Stichting van de Arbeid besproken welke zelfstandigen beschermd moeten worden tegen het risico van inkomensverlies bij arbeidsongeschiktheid. Ook wordt bekeken hoe om te gaan met zelfstandigen die al een verzekering hebben. Daarbij betrekt de Stichting van de Arbeid vertegenwoordigers van zelfstandigenorganisaties. Met hen wordt overleg gevoerd hoe een nieuwe verzekering er uit kan komen te zien. Waarom geldt de verzekering straks voor een bredere groep zelfstandigen? In de praktijk is het nodig om een verzekering voor zelfstandigen breder te laten gelden. Anders bestaat het risico dat mensen uitgesloten worden. Bijvoorbeeld op de kans op ziekte, beroepsrisico’s en/of leeftijd. Ook geldt: hoe meer mensen deelnemen in een verzekering, hoe breder de risico’s worden gedragen worden. Een voordeel is dat zelfstandigen straks automatisch zonder veel rompslomp gedekt zijn tegen het risico van langdurige uitval door bijvoorbeeld een ziekte. Wat ontvang ik dan straks als ik gedeeltelijk of helemaal niet meer kan ondernemen of werken? Als je door een ziekte of een ongeval niet meer kunt werken of ondernemen, dan ontvang je een uitkering. Op dit moment werkt de Stichting van de Arbeid een voorstel uit over de hoogte hiervan. Op basis van alle verzamelde feiten en cijfers moeten er nog keuzes gemaakt worden. De uitkering kan bijvoorbeeld gekoppeld zijn aan het inkomen dat je in afgelopen jaren hebt verdiend, bijvoorbeeld 70% maximaal daarvan. Of het kan een bepaalde minimumzekerheid bieden, en dat is dan 70% van het minimumloon (bijstandsniveau). Over het niveau van de uitkering worden in komende weken knopen doorgehakt. Ook dit onderwerp komt uitgewerkt terug in het voorstel. Blijft er keuzevrijheid om je anders en/of aanvullend te verzekeren? Naast deze automatisch geregelde verzekering voor zelfstandigen zal het mogelijk blijven om je anders en/of aanvullend te verzekeren. Bijvoorbeeld omdat je een hoger inkomen wilt verzekeren. Of omdat je zelf inschat een risicovol beroep te hebben waarbij je op zoek bent naar meer zekerheid. Je houdt daar in dus een bepaalde mate van keuzevrijheid. Op dit moment wordt het hoe en wat exact nog nader uitgewerkt in het voorstel van de Stichting van de Arbeid. Is er een eigen risico periode? Of ontvang ik direct bij ziekte een uitkering? Voor een verzekering geldt vaak een eigen risico, zodat de premie betaalbaar blijft. In het geval van arbeidsongeschiktheid werkt het als volgt: als je ziek bent, dan draag je de lasten in de eerste periode zelf. Dit heet de wachttijd. Dat is dus de periode voordat de verzekering de inkomensterugval gaat opvangen. In de private verzekeringsmarkt is er een keuze in wachttijd. Van bijvoorbeeld 1 maand (hogere premie) tot twee jaar (lagere premie). En allerlei varianten die daar tussen in zitten zoals 6 of 12 maanden. Voor de wachttijd houden zelfstandigen met een verzekering bijvoorbeeld spaargeld aan. Met deze buffer kunnen zij een inkomensterugval voor een bepaalde periode overbruggen. De werkgroep werkt ook het punt ‘wachttijd’ in het voorstel uit. Hoeveel premie ga ik betalen? Op dit moment valt nog geen inschatting te geven over de hoogte van een premie. Wij rekenen op dit moment indicatief uit hoe hoog de premie uitpakt.a Wie gaat het uitvoeren en wanneer gaat deze verzekering voor zelfstandigen in? Er zijn in Nederland twee opties hiervoor; de private verzekeringsmarkt of het UWV. Met de verschillende organisaties wordt op dit moment gesproken. Het Verbond van Verzekeraars heeft al in openbaarheid aangegeven dat voor hen de uitvoering van een verplichte uniforme arbeidsongeschiktheidsuitkering niet past. Alle betrokkenen hechten er aan dat de invoering met tempo, maar zeker ook zorgvuldig gebeurt. Voor de invoering is een wetswijziging nodig en de uitvoering moet worden georganiseerd. Dit betekent dat het naar verwachting minimaal enkele jaren duurt voordat de nieuwe verzekering in werking treedt. De Stichting van de Arbeid werkt nu het voorstel uit. Begin 2020 wordt dit aangeboden aan de minister van SZW. Toelichting op de illustratieve rekensom bij vraag 2: De achterliggende rekensom is bedoeld ter illustratie. Het gaat over een zelfstandige die niet verzekerd is en langdurig in de problemen komt door een ongeval of ziekte. De situatie: Lisa kan door ziekte of een ongeval niet meer werken tot aan haar pensioen. Zij woont alleen en heeft op dit moment geen relatie. Haar inkomen was ca. 25.000 euro netto. Dat is een gemiddeld inkomen op jaarbasis. 25 jaar werken x 25.000 = 875.000 euro*. Lisa heeft ook 75.000 euro spaargeld opgebouwd, deels in haar koophuis. Helaas kan zij hier mogelijk niet blijven wonen. Voordat zij recht heeft op een bijstandsuitkering moet zij een deel van dit vermogen aanspreken voor haar levensonderhoud. Nadat ze heeft ingeteerd op haar spaargeld valt zij terug in de bijstand (ca. 12.600 euro netto per jaar). Dat ontvangt zij tot aan haar pensioen: 25 jaar bijstand x 12.600 euro = 315.000 euro Totaalsom: 875.000- 315.000 = 560.000 aan gemiste inkomsten en minder spaargeld. * Met een verzekering krijgt zij een uitkering die gedeeltelijk dit inkomensverlies opvangt. Ook kan zij haar spaargeld behouden. [1] Zelfstandigen Enquête Arbeid 2019, CBS, p. 67 en Kamerbrief SZW, Gesprekken met verzekeraars over aov voor zelfstandigen, 26 november 2018. [2] ESB, 104(4779), Manuel Buitenhuis, 14 november 2019 [3] CPB, E., en R. Euwals, 2016, Zelfstandigen en hun alternatieven voor sociale zekerheid, CPB & Ministerie SZW. Kamerbrief. Gesprekken met verzekeraars over aov voor zelfstandigen, 26 november 2018. [4] Zelfstandigen Enquête Arbeid 2019, CBS, p. 66. [5] Kamerbrief minister SZW. Principeakkoord vernieuwing pensioenstelsel. 5 juni 2019. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags stichting van de arbeid, zzp-avo | 2s Reacties
Leo Witvliet: ‘Angst voor platforms? Welkom in 2020!’ Geplaatst 17 januari 2020 door Peter Boerman Met name in de wereld van de uitzendbureaus zijn er velen die met argusogen kijken naar de opkomst van platforms. Als kandidaten en werkgevers elkaar zo makkelijk online kunnen vinden, waarom zouden ze dan straks nog een bureau nodig hebben? Maar de vrees is onterecht, denkt Leo Witvliet. Tenminste, voor wie aan één van beide kanten van de tafel nog meerwaarde weet toe te voegen. ‘Hoe het er straks precies uit zal zien, weet niemand. Maar rondom het begrip toegevoegde waarde, daar zal het moeten gebeuren.’ ‘Rondom het begrip toegevoegde waarde, daar zal het moeten gebeuren.’ De voormalig hoogleraar aan de Nyenrode Business Universiteit is op 28 januari een van de sprekers tijdens het Werf& Jaarcongres Bureaurecruitment. Hij zal daar uitgebreid zijn kijk op het veranderende uitzendlandschap geven. Hier alvast een voorproefje > Hoe kijkt u aan tegen de opkomst van platforms? ‘Als mensen mij vragen wat de invloed van platforms wordt op de wereld van arbeidsbemiddeling, dan antwoord ik altijd dat ze belangrijk zullen worden, maar dat een platform alleen niet voldoende is om vraag en aanbod bij elkaar te brengen. Platforms kunnen eenvoudig matches maken, en daarin zit ook nog veel verbetering. Maar voordat mensen en bedrijven er zich aanmelden, en welke betekenis ze uit zo’n platform zullen halen, daarvoor is nog wel meer nodig. Dat geldt dus voor beide kanten van de tafel. ‘Ik ben ervan overtuigd dat de platformisering doorgaat.’ Ik ben ervan overtuigd dat de platformisering doorgaat. De vraag is alleen: welke toegevoegde waarde moet je straks leveren om als bureau actueel te zijn? Daarin zie ik nog veel mogelijkheden. Dat zal wel anders gaan dan nu. Alles wat nu in het midden zit, zeg maar: de bulk van de partijen, dat verdwijnt. Maar weet je je daarvan te onderscheiden? Dan is er zeker nog toekomst voor je, en kunnen platforms je zelfs alleen maar helpen.’ > Hoezo dan? ‘Platforms kunnen ook de bureaurecruiters helpen om de juiste propositie naar de markt te maken. Het is onmogelijk om te zeggen: dít moet je doen wil je overleven. Vroeger was het misschien nog zo dat je eerst een uitgebreide analyse kon doen, en dat daar dan één antwoord uitkwam. Maar zo is het nu zeker niet meer. Afhankelijk van je eigen inzet en capaciteiten zijn nu misschien wel 5 of 10 oplossingen mogelijk. Maar het is duidelijk dat je hoe dan ook zult moeten nadenken over je toegevoegde waarde.’ > Kunt u daarvan een voorbeeld geven? ‘Ik denk bijvoorbeeld aan Olympia Uitzendbureau. Zij gebruiken nu uitgebreide selectiesystemen. Daardoor weten ze de mensen die ze inzetten nu gemiddeld 100 dagen langer bij bepaalde klanten in te zetten dan andere uitzendbureaus. Honderd dagen! Ik zie een platform alleen dat nog niet zo snel voor elkaar krijgen. ‘Werk probleemgestuurd; kom met een teamoplossing en je ontstijgt het niveau van één kandidaat plaatsen.’ Een ander voorbeeld: als je iets weet van een bedrijf, of van een specifieke uitdaging van een organisatie, dan kun je daar ook met aanbod voor komen. Je kunt dan bijvoorbeeld probleemgestuurd gaan werken en met een teamoplossing komen. Dan ontstijg je het niveau van een enkele kandidaat plaatsen. Daarmee zie je het marktmodel van bemiddelaars inmiddels al wel veranderen.’ > Is de angst voor platforms onterecht, denkt u? ‘Mijn makkelijkste reactie op die vraag is: welkom in 2020! Platforms zijn hier, het gaat toch wel gebeuren, het is zinloos je te verzetten, je kunt je maar beter aanpassen. Ik geloof absoluut in de ontwikkeling van technologie. Je moet er met open ogen en vrolijkheid naar durven te kijken, vind ik. Maar je moet ook niet denken dat het alles oplost. ‘Je moet met open ogen en vrolijkheid naar technologie durven kijken.’ Ik heb recent een essay geschreven, samen met Victor Broers, voor de NBBU, over de arbeidsmarkt van morgen. Daarin hebben we het over de grote veranderingen in technologie, demografie, internationalisering, sociale patronen en energiegebruik. Dat zijn drijvende krachten, die zorgen dat de context van de arbeidsmarkt permanent verandert. Alle organisaties zijn daar tegenwoordig continu mee bezig. Maar ik vind dat je ook van werkenden van nu mag verwachten dat ze hierop een antwoord proberen te formuleren.’ > Hoe bedoelt u dat? ‘Vroeger deed je een opleiding, ging je levenslang voor één organisatie werken, en ging je daarna met pensioen. Nu doe je een opleiding en werk je 5 à 6 jaar in een baan, voordat je een hele carrièreswitch maakt. En dat zo zeker 4 of 5 keer in een loopbaan. Dat betekent dat je continu aandacht voor training moet hebben. Ook als individu. Je moet jezelf verdiepen of een ander perspectief durven nemen om de toekomst met vertrouwen tegemoet te zien. ‘Bied opleidingen aan. Dan kun je als bureau zeggen: mijn kandidaten zijn adequaat geschoold.’ Een toegevoegde waarde van een platform of bemiddelaar kan dan bijvoorbeeld zijn om zulke opleidingen aan te bieden. Dat kan al via korte e-learningmodules, filmpjes van een paar minuten. Maar dan kun je als bureau wel tegen de markt zeggen: mijn kandidaten zijn adequaat en actueel opgeleid. Dat levert enorme toegevoegde waarde. Hoogleraar Aukje Nauta heeft een aantal mooie gevallen beschreven, van uitzendbureaus in Noord-Nederland die dit al doen. Zo ontstaan er nieuwe verhoudingen in de arbeidsmarkt, en dat vind ik helemaal niet erg. Sterker nog: het levert volgens mij volop kansen op. Maar wil je stug doorgaan met alleen maar een fee vragen voor je bemiddeling? Dan is het inderdaad snel einde oefening, denk ik.’ Meer weten? Leo Witvliet verzorgt op 28 januari tijdens het Werf& Jaarcongres voor Bureaurecruiters een breakoutsessie onder de titel ‘Geautomatiseerde platforms: kans of bedreiging?’ Op dit evenement leer je hoe je als bureau(recruiter) succesvol blijft en in staat bent mee te bewegen in deze tijden van verandering. Schrijf je dus snel in. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Platformen, Witvliet | 1 Reactie
Het betere werk (column) Geplaatst 16 januari 2020 door Jurriën Koops Gisteren verscheen het rapport ‘Het betere werk’ van de WRR en diezelfde avond was ik bij de presentatie daarvan in Pakhuis De Zwijger. ‘Het betere werk’ is een bijna 300 bladzijden tellend rapport met als basis drie ontwikkelingen (technologisering, flexibilisering en intensivering) rondom werk en drie condities voor goed werk (grip op je leven, werk en inkomen). Het resulteert met elkaar in negen aanbevelingen. Die variëren van het voorkomen van oneerlijke concurrentie tussen contractvormen tot eigentijdse inrichting van de sociale zekerheid. En van meer activerend arbeidsmarktbeleid tot aandacht voor de grip van mensen op werk en leven. Lees ook: WRR: “Verlies aan autonomie tast kwaliteit werk aan.” De presentatie was een soort voorpremière voor het advies van de commissie Borstlap. Goed getimed dus. Analyse en kijkrichting voor beleid zijn grotendeels hetzelfde. Het goede daarvan is dat die boven de discussie vast versus flex uitstijgen. Het gaat over de waarde van werk. Opvallend in de analyse van de WRR is de aandacht voor de druk die mensen ervaren op de eigen regie over werk, inkomen en leven. Voor degenen die daar een beeld bij willen hebben, onlangs indringend verfilmd in ‘Sorry we missed you’. ‘Het betere werk’ maken we samen Het rapport gaat over veel meer dan het idee van de basisbaan, dat ten onrechte in de media en politiek de meeste aandacht kreeg. Het leest als een pleidooi voor een actiever arbeidsmarktbeleid. Het wrange is dat juist in het ontbreken daarvan een belangrijke kiem zit in het ontheemde gevoel van werkenden en werkzoekenden. Want in de veranderende wereld van werk is zelf navigeren steeds belangrijker en is er behoefte aan ondersteuning en begeleiding. In plaats daarvan hebben we met ons beleid van de laatste jaren, onder het mom van eigen verantwoordelijkheid, mensen aan hun lot overgelaten, zoals bij inburgering of arbeidsbemiddeling. Er is voor de meest kwetsbare groepen een ondoordringbaar woud van regels bedacht, ervan uitgaande dat zij de weg in dat woud zouden kunnen vinden. De ABU onderschrijft van harte de noodzaak van activerend arbeidsmarktbeleid. Alle partijen, publiek én privaat, zijn nodig want niemand kan het alleen. Het gaat niet langer over deelbelangen maar over gedeelde belangen. ‘Het betere werk’ maken we samen. Benieuwd wat we volgende week bij de première van de commissie Borstlap horen… Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags ABU, Borstlap, WRR | 1 Reactie