Maandelijkse archieven: juni 2019

Gemeenten in 2018: minder extern personeel maar kosten stijgen wel.

In 2018 besteedden gemeenten een vijfde van de totale loonsom aan externe inhuur. Dat is een stijging van 3 procentpunten ten opzichte van 2017. Dat blijkt uit de Personeelsmonitor Gemeenten 2018 van het A&O fonds Gemeenten. In deze kosten zitten alle vormen van extern personeel. Van interim-managers, zelfstandigen tot detachering en uitzendkrachten. Ondertussen daalt het aandeel van flexibel personeel iets: van 20 procent naar 18 procent.

De uitgaven aan externe inhuur stijgen daarmee al sinds 2014.  Toen besteedden gemeenten 13 procent van de totale loonsom aan externe inhuur. Externe inhuur nam in alle typen gemeenten toe. De grootste stijging was te zien bij kleine gemeenten met minder dan 20.000 inwoners. Daar bedroeg de externe inhuur 19 procent van de loonsom, vergeleken met 15 procent in 2017.

Desondanks blijft zes op de tien gemeenten aangeven dat ze actief externe inhuur proberen terug te dringen. Dit doen ze onder andere door het nemen van bestuurlijke maatregelen, door gebruik te maken van tijdelijke aanstellingen en door flexibelere inzet van eigen personeel/interne mobiliteit.

Einde aan jarenlange toename van flexibilisering

In 2018 is het aandeel van flexibel personeel iets gedaald, van 20 procent naar 18 procent. Dit is in tegenstelling tot de trend in de periode 2015-2017, waarin een stijging te zien was; in 2015 bestond nog 15 procent van de bezetting uit flexibel personeel. 12 procent van de gemeenten geeft aan het flexibele deel van de bezetting te willen vergroten door meer medewerkers in vaste dienst op flexibele basis in te zetten (in 2017 was dit 16 procent).

Minder gemeenten geven aan dit te willen doen door meer medewerkers op flexibele basis aan te stellen: 4 procent ten opzichte van 14 procent in 2017. Daarentegen geeft 31 procent van de gemeenten aan het flexibele deel van de bezetting gelijk te willen houden (in 2017 29 procent), terwijl bij 53 procent van de gemeenten het beleid gericht is op het verkleinen van het flexibele deel van de bezetting (in 2017 49 procent). Het lijkt er dus op dat minder gemeenten beleid hebben dat gericht is op een grotere flexibele schil, en juist meer gemeenten die het flexibele deel in ieder geval willen behouden of zelfs willen verkleinen.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Laat een reactie achter

Maatschappelijke organisaties stimuleren pensioenopbouw zzp’ers

In de Taskforce, die als doel heeft om de oudedagsvoorziening onder zzp’ers te bevorderen, werken de volgende organisaties met elkaar samen: de Kamer van Koophandel, het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Wijzer in geldzaken, de Stichting ZZP Nederland, het Platform Zelfstandige Ondernemers (PZO), het NIBUD en het Verbond van Verzekeraars.

De aftrap

De aftrap van de Taskforce vond plaats tijdens een Pensioenlunch die het Platform Zelfstandige Ondernemers (PZO) vorige week organiseerde. Bij de vraag ‘Wie verdiept zich in zijn pensioen en laat zich adviseren?’ staken opvallend weinig deelnemers hun hand op. “Verrassend vond ik wel”, aldus Sjoerd Brouwer die namens het Verbond in de Taskforce zit, “dat veel deelnemers weten dat sparen via box 3 minder voordelig is dan via een lijfrente, omdat die premies fiscaal aftrekbaar zijn.”

Derde pijler

Brouwer nam de aanwezigen mee in een tour door het huidige pensioenstelsel, waarin een zzp’er niet automatisch een pensioen (in de tweede pijler) opbouwt. Hij benadrukte dan ook dat een zzp’er zijn oudedagsvoorziening zelf moet regelen. “Daar zijn verschillende mogelijkheden voor, waaronder een lijfrente, sparen en beleggen, maar geld kan ook komen door een erfenis of door simpelweg je onderneming te verkopen. Niets is echter verplicht, dus mijn tip is om je te laten adviseren door een onafhankelijke adviseur, waardoor je een advies op maat krijgt.”

Hulp nodig

PZO-directeur Margreet Drijvers maakte van de gelegenheid gebruik om het vizier nadrukkelijk op de Taskforce te richten. “Deze samenwerking heeft tot doel om jullie pensioenopbouw te stimuleren. Wij doen dat door oplossingen aan te dragen waarbij eenvoud en flexibiliteit centraal staan, maar dat kunnen en willen wij niet alleen. Daar hebben we jullie hulp bij nodig. Deel jullie ideeën met de Taskforce.”

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , | 2s Reacties

Amerikaanse freelancemarkt groeit, bloeit en versnippert

MBO partners, een grote Amerikaanse dienstverlener aan zelfstandigen en opdrachtgevers van zelfstandigen, maakt elk jaar de balans op hoe de Amerikaanse markt voor zelfstandigen er voor staat. Hun rapport is nu voor het negende achtereenvolgende jaar verschenen.

MBO partners telt 41,1 miljoen Amerikanen die als zelfstandige werken. En dat op een totale beroepsbevolking van 160 miljoen. Het is wel goed om helder te hebben wat MBO partners hieronder verstaat:  “consultants, freelancers, contractors, temporary en on-call workers”. Een brede definitie dus, waarbij ze ook iedereen meenemen die op enig moment het afgelopen jaar in een van die vormen betaalde arbeid heeft verricht. Met name de groep die er af en toe een klus bij doet als zelfstandige groeit hard: In 2019 zijn dat er 15 miljoen, 40% meer dan in 2016.

Over hoeveel mensen er via een ‘niet-traditioneel’ contract werken in de VS, daarover lopen de meningen flink uit een. In de officiële statistieken is van een groei van dit type werkenden geen sprake (sterker nog: daarin daalt het aantal zelfstandigen ten opzichte van 2005, zie hier). Het duo Katz en Krueger, die de groei in de gig-economie onderzoeken, stelde hun eerdere groeiverwachting begin dit jaar flink naar beneden bij (zie hier).

Vijf trends

Los van de exacte aantallen is het nog wel aardig om de trends te zien die MBO ziet:

  1. Zelfstandigen zijn echt zelfstandigen:  meer dan de helft van alle echte zelfstandigen (geen andere inkomsten) zegt dat hun financiën er nu beter voorstaan dan toen ze een arbeidscontract hadden. 7 op de 10 zegt van plan te zijn zelfstandige te blijven.
  2. Opkomst van de millennials: die groep is nu het grootst. 38% van het totaal (in NL is 30% van de zzp’ers onder de veertig, met het opvallende gegeven dat dat in 2009 40% was. [cijfers CBS])
  3. Economische waarde groeit: de totale omzet van deze groep is nu $ 1.300 miljard
  4. Technologie, de digitale revolutie, zorgt er voor dat zelfstandigen kunnen doen wat ze leuk vinden. Mond-op-mond reclame is nog steeds de grootste bron van opdrachten. Een op de drie geeft ondertussen aan dat social media en marktplaatsen met opdrachten in de top drie van acquisitiekanalen staat.
  5. Husselen: zoals gezegd, het aantal Amerikanen dat klussen als zelfstandige naast hun vaste baan doen steeg sinds 2016 met 40%.

 

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , | Laat een reactie achter

Zo zit het met het minimumtarief voor zzp’ers: niet voor iedereen en berekening roept vragen op

 

*** UPDATE 24-06-2019***

Het kabinet heeft bij haar uitwerking van de plannen over een minimuminhuurtarief voor een andere koers gekozen dan wat in het regeerakkoord staat en wat eerder is toegelicht. 

  • Het minimumtarief gaat ook gelden voor particulieren die van diensten van zzp’ers gebruik maken. 
  • Daarmee is een deel van het onderstaand artikel niet meer juist. 

Zie dit artikel voor het meest actuele nieuws + nadere uitwerking van de onderbouwing van het minimum 


 

Waarom 16 euro?

De minister heeft het bedrag vastgesteld door de kosten te vergelijken met die van iemand die in loondienst werkt voor 125% van het minimumloon. Als een zzp’er werkt voor 16 euro per uur, houdt hij volgens het kabinet na aftrek van alle extra kosten die zzp’ers moeten maken evenveel over als iemand in loondienst.

“Dit tarief moet leiden tot een bestaansminimum”, schreef Koolmees eerder. “Hierdoor wordt bewerkstelligd dat werkenden de mogelijkheid hebben om in hun levensonderhoud te voorzien én zich kunnen verzekeren of reserveringen kunnen maken voor risico’s op inkomensverlies bijvoorbeeld bij arbeidsongeschiktheid.”

Vragen over de berekening

Bijlage 4a uit IBO-zzp

De berekening is gebaseerd op een bijlage van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) ZZP uit 2015, zo legde minister Koolmees eerder uit in de Kamer (AO van 27 juni 2018). Zie hiernaast.

Hier zie je de berekening van de arbeidskosten van een werknemer met het minimumloon. Vervolgens is het netto inkomen van een werknemer vertaald naar de winst van een zelfstandige.

Om tot een minimumtarief te komen zijn de arbeidskosten verhoogt met 25%, aldus de minister Koolmees in een overleg met de Kamer op 27 juni 2018. Waarschijnlijk als compensatie voor vakantiedagen en niet-declarabele uren.

Op basis van dat bedrag is een uurtarief bepaald. Op basis waarvan er van een totaal jaarbedrag gekomen is tot een uurtarief is nog niet duidelijk.

Wanneer we het hiernaast genoemde bedrag voor het inkomen van zelfstandigen verhogen met 25% en dan delen door uurtarief, dan zou de zelfstandige op jaarbasis 1.400 declarabele uren moeten maken om dat inkomen te genereren.

Geen pensioen

In deze berekening wordt dus uitgegaan van de werkgeverskosten voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering en niet van de daadwerkelijke kosten voor een zzp’er om zich te verzekeren op vergelijkbaar niveau. Bekend is dat de verzekeringen voor zelfstandigen veel duurder zijn dan voor werkgevers.

Er is ook geen geld gereserveerd voor pensioenopbouw voor zzp’ers. Het kabinet hanteert het argument dat werknemers met een minimumloon ook geen pensioen opbouwen.

Dat roept vragen op, want in veel sectoren dragen ook laagbetaalde werknemers pensioenpremie af. Een AOW is niet voor iedereen voldoende inkomen.

Geen materiaalkosten

Om de actieve arbeid te kunnen vergelijken met iemand die in loondienst is, worden kosten zoals materialen, grondstoffen en reiskosten van het uurloon afgetrokken. Oftewel: het tarief van 16 euro is exclusief inkoopkosten. Hoe dat in de praktijk moet werken, is nog niet duidelijk.

Maximumtarief

Het kabinet houdt verder vast aan de plannen voor een opt-out voor zelfstandigen die kortdurende opdrachten doen (minder dan één jaar bij dezelfde opdrachtgever) met een uurtarief van 75 euro of meer. Opdrachtgevers hoeven zich, bij inhuur boven dat tarief, geen zorgen te maken dat ze loonheffing moeten inhouden.

Voor het gebied tussen het minimumtarief en het opt-out kunnen opdrachtgevers via een webmodule een opdrachtgeversverklaring aanvragen.

Aanstaande woensdag worden de plannen besproken in het Algemeen Overleg in de Tweede Kamer.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , | 7s Reacties

Commissie Borstlap denkt aan verkleinen fiscale en sociale zekerheidsverschillen werknemers en zelfstandigen.

‘In wat voor land willen we werken?’, dat is de centrale vraag die de Commissie Regulering van Werk, stelt in een tussenrapportage om een brede discussie uit te lokken over de regels rond werk. Eind dit jaar komt de Commissie, onder leiding van Hans Borstlap, tot voorstellen voor een toekomstbestendig stelsel van regels in het arbeidsrecht, de sociale zekerheid en de fiscaliteit.

De centrale lijn is dat de Commissie denkt aan een universeel fundament voor inkomensbescherming voor alle werkenden (los van contractvorm), meer aandacht voor goed werkgeverschap/opdrachtgeverschap en het verkleinen van de fiscale verschillen tussen werknemers en zelfstandigen.

“Wat we voorstaan is echt een paradigma-shift. Zekerheden veel meer los koppelen van de contractvorm” licht commissie voorzitter Hans Borstlap toe aan ZiPconomy. Dit is nodig volgens Borstlap omdat er anders een tweedeling in onze maatschappij dreigt te ontstaan tussen diegenen die goed beschermde banen hebben, hoog opgeleid en gezond zijn en anderzijds een groep voor wie dat niet geldt. Scheefgroei op de arbeidsmarkt die volgens Borstlap leidt tot sociale én economische schade.

“Dat we zoveel contractvormen hebben, dat definities in het sociaal zekerheidsrecht, arbeidsrecht, fiscaal recht niet op elkaar aansluiten en dat ze dan ook nog eens soms niet aansluiten op het Europees Recht is echt onaanvaardbaar. Werkgevers, opdrachtgevers, zelfstandigen en werknemers hebben recht op duidelijkheid en zekerheid. Anders kan je ook niet ondernemen, durf je geen risico’s te nemen. Juist dat is slecht voor onze productiviteit.”

Denkrichtingen

De Commissie wil de komende maanden tot concrete beleidsaanbevelingen komen zodat de regels rond werk beter aansluiten bij de wereld van vandaag en morgen. Veel bestaande regelingen zijn volgens de Commissie door ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en breder in de samenleving de laatste decennia minder passend geworden en zijn gaan knellen. Ook zorgen deze regels in samenhang met elkaar niet langer voor een evenwichtige regulering van werk. In een aantal gevallen staan zij dit zelfs in de weg.

In haar discussienota heeft de Commissie een vijftal denkrichtingen geformuleerd waarlangs de beleidsaanbevelingen worden geformuleerd:

  1. Richt regels op een meer gelijk speelveld voor alle werkenden;

“Het verschil tussen categorieën werkenden is te groot. De werkgever-werknemerrelatie is in de huidige regels rond werk (te) dominant terwijl we ons op alle werkenden moeten richten, ongeacht de contractvorm. De Commissie bepleit een universeel fundament voor inkomensbescherming van alle werkenden bij risico’s van arbeidsongeschiktheid, ziekte, ouderdom en onvoldoende kennis en vaardigheden.” De Commissie wil een uniforme arbeidsongeschiktheidsregeling, dus wat anders dan wat in het pensioenakkoord staat.

  1. Bevorder wendbaarheid en duurzame inzetbaarheid van alle werkenden;

“De wendbaarheid in alle contracten moet groter worden. Waar interne flexibiliteit en wendbaarheid in vaste contracten ontbreekt wordt vanzelf de behoefte aan externe flexibiliteit opgeroepen.”

  1. Stimuleer volwaardige participatie op de arbeidsmarkt

“De leerplicht in zijn huidige vorm is onvoldoende voor het in stand houden en zo mogelijk verbeteren van de kennis en vaardigheden van alle werkenden, ongeacht contractvorm en ongeacht leeftijd. Individuele ontwikkelingsbudgetten zouden uitgewerkt moeten worden.”

  1. Maak regels robuust, uitlegbaar, uitvoerbaar en handhaafbaar;

De commissie heeft het hier met name het arbeidsrecht, maar komt op dit vlak – opvallend genoeg – nu juist niet met een uitgesproken ‘denkrichting’ of prikkelende stelling. Al doet de voorzitter in zijn toelichting aan ZiPconomy de belofte om in het eindverslag hier veel duidelijker over te zijn.

  1. Stem nieuwe regels af op de verantwoordelijkheid voor goed werkgeverschap/opdrachtgeverschap en goed werknemerschap/opdrachtnemerschap.

“Ook als de wetgever komt met nieuwe effectieve regels kunnen we niet zonder goed werkgeverschap en opdrachtgeverschap en goed werknemerschap en opdrachtnemerschap. Op de werkvloer moet het nieuwe sociale en economische evenwicht tot stand komen.”

In het rapport staan 10 stellingen die uit deze denkrichtingen voortvloeien. Die zijn voor de Commissie een uitnodiging voor discussie met en tussen alle betrokkenen, zowel de georganiseerde belangenbehartigers van werkenden en werkgevenden als ongeorganiseerde belanghebbenden. Dit moet leiden tot een helder en breed gedragen beeld van ‘het land waarin wij willen werken’.

Discussie

U wilt een discussie op gang brengen over de vraag ‘In wat voor een land willen we werken?’. Hoe moet ik dat voor me zien?

“Dat vraagstuk raakt ons allemaal en het zijn thema’s die veel emoties oproepen” zegt Hans Borstlap. “Vroeger ging je met elkaar een jaar in een zaaltje zitten en kwam je met een rapport. Dat kan niet meer. De wereld verandert continu. Je wilt en moet steeds in contact blijven met de buitenwereld. Daarom nu dit stuk.

We hopen en verwachten dat we daarop weer heel veel reactie krijgen. We gaan verder in gesprek met wie dat wil en komen zo tot onze slotconclusie in december.”

U haalt uit het OESO rapport dat de groei van het aantal zzp’ers komt door de fiscale voorzieningen en dat deze ontwikkeling een negatief effect heeft op de groei van de productiviteit. Dat klinkt als het aanpakken van de zelfstandigenaftrek. 

Dat is wat te kort door de bocht. We staan wel voor een verkleining van de fiscale verschillen. Wij krijgen van de MKB ondernemer terug dat de verschillen tussen loonkosten en kosten voor het inhuren van zzp-ers nu soms zo groot zijn, dat het werkgeverschap te onaantrekkelijk is.

In het rapport lanceert u een aantal stevige stellingen die inderdaad vast reacties opleveren. Maar juist rond het arbeidsrecht komt u nog niet veel verder dan dat dit ‘robuust en uitlegbaar’ is. Dat viel wel op.

“We zijn begonnen bij het begin. De basis van sociale zekerheden en bescherming voor wie geen onderhandelingspositie heeft. Rond het arbeidsrecht hebben we inderdaad nog het nodige werk te doen. Met onze stelling dat arbeidsrechtelijke regels rond werk uitlegbaar moeten zijn, dat ze herkenbaar moeten zijn, doen we wel een stevige belofte naar ons eindrapport. Immers we kunnen het er over eens zijn dat die regels nu verre van duidelijk zijn. Zeker niet voor zelfstandigen en hun opdrachtgevers.“

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags | 7s Reacties

Live vanaf HR Horizon: ‘Optimise the Workforce, wat betekent dat voor u?’

In een groot aantal sessies gingen deskundigen tijdens HR Horizon met de bezoekers in discussie over thema’s als inclusiviteit, de relatie tussen vast en flex, de invloed van technologie op recruitment en de candidate experience voor zelfstandigen. Het leidde tot veel interactie tussen themadeskundigen en professionals uit het veld.

Rode draad onder alle discussies was ‘Hoe ziet de toekomst van vast en flex eruit en hoe kunnen we onze totale workforce zo goed mogelijk inzetten? Claartje Vogel was de hele dag op de beursvloer en stelde de aanwezigen de vraag ‘Optimise the Workforce, wat betekent dat eigenlijk?’ Een kleine selectie uit de antwoorden: ‘Bundel de krachten, doe het met elkaar en zorg ervoor dat iedereen ge-enthousiasmeerd en gemotiveerd aan het werk blijft’, ‘Denk in mogelijkheden’, ‘Kijk vanuit een totaalblik naar de vraag: welke mensen heb ik waar wanneer nodig?’, ‘Breng het terug naar het individu, en stel hem of haar in staat zich optimaal voor te bereiden op de arbeidsmarkt van morgen.’

 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , , , | Laat een reactie achter