Paul de Beer: ‘Niet optimistisch over toekomst poldermodel’ Geplaatst 11 juni 2018 door Peter Boerman Er mag dan een pensioenakkoord gesloten lijken te zijn, waarin werkgevers en werknemers op een belangrijk thema nader tot elkaar zijn gekomen, dat wil nog niet zeggen dat daarmee de ‘polder’ gered is. ‘Ik zie het eerder als laatste stuiptrekking dan als teken van kracht’, zei de Amsterdamse hoogleraar arbeidsverhoudingen Paul de Beer recent op een mini-symposium in Rotterdam over ‘De Nieuwe Economie’. Dat de werkgevers- en werknemersorganisaties er bovendien ook niet uitkomen hoe om te gaan met de flexibele arbeidsmarkt noemde hij daar nog een voorbeeld van. ‘Het feit dat de sociale partners er de afgelopen 15 jaar niet in zijn geslaagd om daar grip op te krijgen, past in het beeld dat de instituties uitgeput raken.’ Akkoord van Wassenaar Het ‘poldermodel’, waarin sociale partners samen met de overheid overleggen over het economische beleid, wordt vaak aangehaald als belangrijke grondslag van Nederlands economische succes. In 1982 werd het beroemde ‘Akkoord van Wassenaar’ gesloten, wat wel gezien wordt als het beginpunt van wat later ‘The Dutch Miracle’ ging heten. Maar die succesformule heeft zijn glans behoorlijk verloren, constateert De Beer. ‘De instituties zijn sinds 1982 nauwelijks fundamenteel gewijzigd’, zegt hij. ‘Zo is ons stelsel nog vooral gebaseerd op wetten van minstens 65 jaar oud: de wet op de CAO, de algemeen verbindend verklaring, de Stichting van de Arbeid, de SER, de Wet op de Ondernemingsraden. In essentie zijn dit nog steeds de kerninstituties. En ook de sociale partners hebben nog een belangrijke rol. Eigenlijk passeert er geen wet de Kamer zonder dat zij het ermee eens zijn en durft geen kabinet het echt aan de sociale partners tegen te spreken. In het huidige regeerakkoord wordt bijvoorbeeld 12 keer naar de sociale partners gewezen.’ De wereld verandert Niets aan de hand dus? Nou, ondertussen verandert de wereld wel, aldus De Beer. ‘Onder de oppervlakte zijn geleidelijk grote veranderingen te bespeuren.’ De toenemende macht van werkgevers ten opzichte van werknemers is daar een belangrijk voorbeeld van, stelt de hoogleraar. En dat heeft er volgens hem weer mee te maken dat de arbeidsproductiviteit (veel) harder stijgt dan de lonen in Nederland. ‘De reële lonen zijn nu lager dan in 1979.’ Een tweede reden, aldus De Beer: de opmars van de flexkracht. ‘De afspraken in cao’s hebben betrekking op het standaardcontract van de voltijds werkende vaste medewerker.’ Maar zo zit de wereld niet meer in elkaar. En deeltijdwerk mag dan nog wel in de cao’s terecht gekomen zijn, dat geldt minder voor andere afwijkingen van de standaard, van payroller tot zzp’er. De ‘postfordistische’ arbeidsmarkt De Beer heeft het wat dat betreft over de ‘postfordistische’ arbeidsmarkt. ‘De standaardbaan van de standaardwerknemer in de standaardorganisatie bestaat niet meer. De mannelijke kostwinner van vroeger zie je bijna niet meer, net zo min als de grote fabriek of het grote kantoor van vroeger. Daardoor is het bijvoorbeeld voor vakbonden ook moeilijker geworden om belangen bij elkaar te brengen. En door bijvoorbeeld outsourcing valt tegenwoordig ook lang niet meer iedereen in één bedrijfsgebouw onder dezelfde werkgever.’ Zet daar ‘het bekende rijtje’ bij van technologie, migratie, vergrijzing, individualisering en globalisering, dan is de conclusie volgens De Beer helder: daar heeft de ‘oude wereld’ van het polderoverleg het moeilijk mee. En daar komen dan ook nog eens ‘interne’ factoren bovenop: de afnemende representativiteit en organisatiegraad van de vakbonden, de interne spanningen binnen de vakbeweging, de groeiende heterogeniteit tussen bedrijven, en sowieso het afnemend gezag van centrale organisaties. ‘Ja, het poldermodel is aan erosie onderhevig’, concludeert hij dan ook, ten overvloede. Het hele model ten onder Maar de hamvraag is natuurlijk: hoe erg is dat? En valt er nog iets aan te doen? De Beer is er in elk geval somber over. ‘De welvaartsgroei staat de afgelopen 15 jaar behoorlijk stil. En ik denk niet dat dat onvermijdelijk was. Het had ook anders kunnen lopen.’ Maar ja, als de sociale partners geen cao’s meer kunnen afsluiten, dan vervalt de basis onder het model. ‘En dan kan het hele poldermodel ten onder gaan. Bij een niet meer functionerend poldermodel hebben volgens mij noch werkgevers, noch vakbonden belang. Maar ik constateer tegelijkertijd weinig bereidheid bij de partijen om het eigen deelbelang ondergeschikt te maken aan het algemeen belang.’ Geplaatst in ZP en Politiek | Tags economisch beleid, flexibele arbeidsmarkt, pensioenakkoord, poldermodel | Laat een reactie achter
Fiscale voordelen voor zzp’er subsidiëren getuigt vooral slecht opdrachtgeverschap. Dat van De Volkskrant bijvoorbeeld. Geplaatst 10 juni 2018 door Hugo-Jan Ruts Goed dat er belastingvoordelen voor zzp’ers zijn, zo worden ze gecompenseerd voor de onrechtvaardigheden die er in delen van de zzp-markt zijn, zo stelt Pieter Klok – kort samengevat – in het hoofdredactioneel commentaar van de Volkskrant van vorige week zaterdag. Op dat sympathiek ogende standpunt valt, naast een aantal inhoudelijke onjuistheden, wel wat af te dingen. Zeker gezien de praktijken in de (schrijvende) media. Correcties op betoog Vier op de tien zzp’ers betaalt door aftrekposten geen inkomstenbelasting, maar ze krijgen wel allemaal een AOW-uitkering of bijstand als dat nodig is. Door een slechte onderhandelingspositie en lage tarieven kunnen sommige zzp’ers geen geld opzij zetten voor pensioen en een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Goed daarom dat ze die aftrekposten krijgen, zo analyseert Klok de zzp-markt. Hij heeft een punt. Maar het is wel goed om een paar zaken te corrigeren. Zzp’ers betalen namelijk wel premie volksverzekeringen en dus premie voor de AOW. Zzp’ers krijgen geen bijstand. De Bijzondere bijstand zelfstandigen (Bbz) is een lening. De fiscale voorzieningen voor zzp’ers gelden bovendien alleen voor hen die meer dan 1.225 uur per jaar werken (bijna fulltime). Meer dan de helft van alle zzp’ers heeft ook andere inkomstenbronnen (bijvoorbeeld een baan) naast de onderneming. Als zij toch geen inkomstenbelasting betalen, dan komt dat door kortingen die alle werkenden krijgen . Die hebben dus niets te maken met de fiscale voorzieningen voor zzp’ers. Maar dit terzijde. Wie subsidieert die lage inhuurtarieven? Klok vindt die aftrekposten terecht vanwege de slechte onderhandelingsposities die zzp’ers in sommige branches hebben. Als er één branche kenmerkend die stelling is, dan is het wel de media en de geschreven media bij uitstek. Zeker in de dagbladjournalistiek zijn de tarieven zo laag dat je daarvan inderdaad geen fatsoenlijke verzekeringen kunt betalen. Van Het Algemeen Dagblad, net als De Volkskrant onderdeel van De Persgroep, is bekend dat zij freelancers € 15 per uur betalen. De gemiddelde freelance journalist maakt een omzet van € 27.000,-, zo bleek dit jaar uit onderzoek van de Monitor Freelancers in de Media. Die fiscale voorzieningen hebben deze freelancers dus keihard nodig om in leven te blijven. Je kunt je de vraag stellen of we die via de zelfstandigenaftrek gesubsidieerde lage inhuurtarieven wel moet willen afwentelen op de maatschappij. Want dat is wat er in feite gebeurt. Collectieve afspraken met freelancers Het zou passender zijn als de media, waaronder de Volkskrant zich als goede opdrachtgevers zouden opstellen en fatsoenlijke tarieven gingen betalen. Minister Koolmees overweegt minimumtarieven voor zzp’ers te gaan invoeren, die mijn inziens nog aan de lage kant zijn. Het zou de Volkskrant sieren om vooruitlopend hierop deze tarieven in te voeren. Of beter, een initiatief te nemen om binnen de branche een convenant af te sluiten over een minimumtarief. Met het oog op Europese regelgeving is het ACM niet zo happig op dergelijke branchebrede afspraken. Misschien kan de Persgroep wat dit betreft wat leren van Deliveroo, maar dan met positieve intenties. Deliveroo zoekt bewust de grenzen van de wet op en dwingt de politiek zo uitspraken te doen. Er ligt al een kamerbreed aangenomen motie om onderhandelen in ‘kwetsbare’ sectoren mogelijk te maken. Gewoon gaan doen, en dan maar zien wie dat durft tegen te houden. Zeker als dat gebeurt met de juiste intenties. En uiteindelijk gaan de lezers deze –uiteindelijk toch niet zo grote– kostenstijging betalen. Consumenten zijn in zijn algemeenheid bereid de verbeterde werkomstandigheden van de kwestbaren in de arbeidsmarkt te betalen, zo werd vorige week tijdens een conferentie van de OESO terecht geconstateerd. Gezien het sociale betrokken profiel van de gemiddelde Volkskrantlezer moet dat voor de krant van Peter Klok geen probleem zijn. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags goed opdrachtgeverschap, tarief | 1 Reactie
Alle seinen interim-managementmarkt staan op groen. Interim-managers mijden overheidssector. Geplaatst 8 juni 2018 door ZiPredactie De arbeidsmarkt voor hoogopgeleide interim managers viert hoogconjunctuur, zo blijkt uit de 15e editie van de Interim Index van Schaekel & Partners. Het aantal interim managers en top professionals in opdracht is -ten opzichte van een jaar geleden- naar een recordhoogte van 80% gestegen en de gemiddelde duur van de opdracht bedraagt bijna 14 maanden tegen een gemiddeld hoger tarief. Juist hier zijn grote verschillen per sector te zien met gevaar voor tweedeling. Een andere tweedeling is te zien bij mensen die in loondienst werken ten opzichte van deze groep zelfstandigen. Ook daar worden de verschillen groter. In het onderzoek geven 475 interim managers -actief op management- en directieniveau- hun visie op hoe de markt zich in de tweede helft van 2018 ontwikkelt. Zij zijn gemiddeld tien jaar werkzaam als zelfstandig ondernemer. Lichten op groen, doch tweedeling in markt Hoogopgeleide interim managers hebben vertrouwen in de toekomst, zo blijkt. De verwachting is dat de markt zich goed blijft ontwikkelen. En ook het uurtarief. Hier zien wij een stijging van gemiddeld 8% ten opzichte van een jaar geleden. Gemiddeld, want niet alle sectoren laten een tariefstijging zien. Zo blijft de overheidsmarkt qua tarifering constant (a.g.v. tariefplafond). Overheid moet meer marktmeesterschap ontwikkelen. Kortere inzet van de externe, minder dagen per week, minder uurtje-factuurtje en meer prestatiegericht inhuren. Niet onbegrijpelijk, Schaekel & Partners ziet top-professionals de overheid als sector mijden. Hiermee ontstaat een niet gewenst effect: tweedeling in de markt. “Dit vinden wij onwenselijk”, aldus Piet Hein de Sonnaville, partner bij Schaekel & Partners. “Juist de diversiteit van opdrachten en markten is de meerwaarde voor zowel vraag als aanbod en dit gegeven wordt nu verstoord”. Ook is sprake van schaarste die wegtrekt naar andere markten en zo voor de overheid een onbereikbaar segment van deskundigen wordt. Zowel vraag als aanbod verschraalt op deze manier. Voor een zo relevante markt als de overheidsmarkt een uiterst gevaarlijke ontwikkeling. “Van belang is”, aldus Marleijn de Groot, partner bij Schaekel & Partners, “dat juist de overheid meer marktmeesterschap ontwikkelt. Kortere inzet van de externe, minder dagen per week, minder uurtje-factuurtje en meer prestatiegericht inhuren”. Bron: Interim Index 15, Schaekel & Partners Beloningsverschil interim versus in loondienst groeit hard De hoogconjunctuur genereert nog een andere tweedeling: de zelfstandige en de manager in loondienst. Gegeven de stijging van de tarieven en het dalende risicoprofiel van de zelfstandige op dit moment, nemen de beloningsverschillen tussen beide groepen sterk toe. De leeglooptijd tussen opdrachten wordt (weer) korter (7,3 weken), de duur van de opdracht langer en ook de verwachting van de vraag naar interim is positiever geworden. “Het is overdreven om te stellen dat iemand in loondienst een dief van zijn eigen portemonnee is (daarvoor zijn meer elementen die meewegen van toepassing), maar onmiskenbaar beleeft deze groep van zelfstandig opererende managers en professionals zeer goede tijden op dit moment”, volgens de onderzoekers. Inhuur interim-management blijft taak directie Bron: Interim Index 15, Schaekel & Partners Bij veel grotere organisaties is de taak van het inhuren van externen de afgelopen jaren gecentraliseerd, waarbij de regie bij HR, inkoop of een combinatie daarvan is komen te liggen. Het inhuren van interim-management blijft veelal toch een taak van de business, zo laat het onderzoek zien. Deels is dat te verklaren doordat interim-managers ook veel actief zijn in het MKB, een sector waar – gezien de omvang van inhuur – vaak apart inhuur beleid is. Het volledige rapport is hier te vinden. Lees ook: Interim-management markt anno 2018. Reflecties door Piet Hein de Sonnaville. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags interim index, interim management | Laat een reactie achter
Debiteurenbeheer: zo handel je openstaande facturen het beste af Geplaatst 8 juni 2018 door Arjan Nieuwbeerta Voor elke organisatie, groot of klein, is een goed debiteurenbeheer van groot belang. Naarmate je bedrijf groeit, kan echter wel veranderen hoe dit wordt vormgegeven. Ging werken in Excel eerder nog goed, bij een groeiend klantenbestand kan dit een tijdrovend proces worden. Zo voorkom je losse eindjes in de debiteurenadministratie. Wat is debiteurenbeheer? In de debiteurenadministratie worden klanten weergegeven van wie de factuur nog niet is betaald. Wanneer een factuur openstaat, zorgt vervolgens het debiteurenbeheer ervoor dat het bedrag alsnog wordt betaald. Om het overzichtelijk te houden, moet deze informatie ergens in worden verwerkt. Goed debiteurenbeheer is van essentieel belang om een negatieve cashflow te vermijden. Excel gebruiken voor debiteurenadministratie Een eerste optie om deze data mee te verwerken is Excel. Het programma past goed bij startende en/of kleine ondernemers, omdat zij een overzichtelijk en relatief klein klantenbestand hebben en daardoor geen complexe debiteurenadministratie. Met betrekking tot online debiteurenbeheer, zijn er ook vergelijkbare gratis spreadsheet-programma’s die werken vanuit de cloud, zoals Google Spreadsheets). Debiteurenbeheer software Als het aantal facturen toeneemt, zal het handmatig bijwerken van je debiteuren meer tijd in beslag nemen en worden de sheets gecompliceerder. Dan is debiteurenbeheer-software de oplossing. Met deze tools automatiseer je de debiteurenadministratie en heb je overal en altijd online toegang. Deze gespecialiseerde software doet onder meer het volgende voor je: Automatiseert en digitaliseert alle stappen binnen het beheer van de openstaande rekeningen Voortgang van betalingen kunnen real time worden ingezien Biedt management tools die inzicht geven in klachten Automatische integratie met iDeal en andere betaalmethoden voor vereenvoudigde betalingen Handige rapportages die inzicht geven in voortgang en stand van zaken Houd in het achterhoofd dat met automatisatie geen standaardisatie wordt bedoeld. Om iedere klant op een correcte manier te benaderen, is segmentatie in de software mogelijk. Het debiteurentraject kun je dan per segment (of zelfs per klant) specifiek instellen en aanpassen. Je kunt bijvoorbeeld meerdere betalingsherinneringen aanmaken en die onder verschillende omstandigheden versturen. Handig: een app voor je debiteurenbeheer Vaak onderweg? Dan is SaaS software (afkorting voor Software as a Service, oftewel Software on demand) in een mobiele app erg handig. De software is toegankelijk vanuit de cloud en daarmee niet gebonden aan een locatie. Zo kun je overal eenvoudig vanaf je laptop of smartphone zien welke facturen er nog betaald moeten worden. Erg handig als voor je op klantbezoek gaat, zodat je deze nog mee kunt nemen in het gesprek. Debiteurenbeheer uitbesteden aan specialisten Geef je het beheer van debiteuren liever uit handen om je helemaal op de eigen business te richten? Ook dit is uiteraard mogelijk. Een derde partij neemt de debiteurenadministratie over en voert daarbij de activiteiten uit om de betalingen te innen. Vaak kunnen deze partijen ook meteen een incassotraject starten, mocht dat nodig zijn. Het voordeel hiervan is dat een gespecialiseerde partij wellicht meer gezag kan uitoefenen. Uiteraard, behoud jij zelf inzage en controle. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags automatisering, debiteurenbeheer, software, zzp | Laat een reactie achter
“Aansprakelijkheidsverzekering? Vooral als de opdrachtgever er om vraagt” Geplaatst 7 juni 2018 door ZiPredactie Zelfstandigen in de bouw, specialisten bedrijfsbeheer en zelfstandige sociaal werkers verzekeren zich het vaakst tegen zakelijke aansprakelijkheidsrisico’s. Deze groepen springen er uit omdat hun opdrachtgevers vaak een verzekering verplicht stellen, aldus een onderzoek van Aansprakelijkheidsverzekering ZZP, onderdeel van Lancyr Verzekeringen. Aansprakelijkheidsverzekering ZZP onderzocht 2.158 verzekeringsaanvragen uit 2017 van zzp’ers en koppelde die aan CBS-data. Ruim eenderde van alle aanvragen voor een zakelijke aansprakelijkheidsverzekering kwam van drie beroepsgroepen, namelijk zzp’ers in de bouw (17,5%), specialisten bedrijfsbeheer (10,5%) en sociaal werkers (7,6%). Het zijn volgens Lancyr beroepsgroepen waar de opdrachtgever een aansprakelijkheidsverzekering doorgaans verplicht stelt. ’’Beroepsgroepen die wel goed verzekerd zijn, hebben vaak grotere opdrachtgevers vanuit de bouw, gemeenten en grotere bedrijven, zoals banken. Dit zijn opdrachtgevers die van hun opdrachtnemers eisen dat zij zakelijk verzekerd zijn tegen de risico’s van aansprakelijkheid’’, aldus Eliab Salamony van Lancyr. Beroeps- of bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering? Volgens het onderzoek zijn zzp’ers meestal alleen verzekerd met Aansprakelijkheidsverzekering bedrijven (AVB). Ruim 76 procent van de onderzochte zzp’ers met een zakelijke aansprakelijkheidsverzekering heeft een AVB verzekering. Een veel lager percentage, 16 procent, heeft zich verzekerd met een Beroepsaansprakelijkheidsverzekering (BAV). Juristen zijn, met 56 procent, de groep die het meest een BAV verzekering heeft. Zo’n 7 procent van de zzp’ers heeft zowel een BAV als een AVB verzekering. Interim-managers zakelijke en administratieve dienstverlening dekken zich het meest in met zowel een BAV als een AVB. Het verschil tussen een AVB en een BAV is niet voor iedereen even duidelijk. Een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering is een verzekering die schade vergoedt aan zaken/spullen van anderen en letsel aan anderen die een zelfstandige veroorzaakt als hij aan het werk is. Een beroepsaansprakelijkheidsverzekering (BAV) beschermt een zelfstandige tegen de financiële gevolgen (‘zuivere vermogensschade’) van een aansprakelijkstelling bij een fout als gevolg van de uitoefening van het beroep, bijvoorbeeld een verkeerd advies. Waarbij de mate waarin die fouten ook daadwerkelijk gedekt zijn, afhankelijk is van de voorwaarden. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags bedrijfsvoering, verzekering | Laat een reactie achter
Koen Frenken: ‘Nederland reageert best ontspannen op platformeconomie’ Geplaatst 7 juni 2018 door Peter Boerman Gedoe rond de bezorgers van Deliveroo? De praktijken van Airbnb die aan banden worden gelegd? Of de taxichauffeurs die een strijd leveren met Uber? Voorbeelden dat de ‘platformeconomie’ tot behoorlijke ontwrichting kan leiden zijn er inmiddels genoeg. En ook op het gebied van het arbeidsrecht zorgen al die digitale platformen die vraag en aanbod bij elkaar brengen voor flinke hoofdbrekens van de beleidsmakers. Want in het traditionele plaatje van óf werknemer óf ondernemer passen de werkenden voor die platforms maar moeilijk. Met als gevolg een nogal grote onduidelijkheid voor de freelancer, onvoldragen wetten zoals de Wet DBA, en een permanent hete aardappel die steeds maar weer naar voren lijkt te geschoven: de vraag ‘hoe hierop als overheid wél te reageren?’ Maar volgens Koen Frenken, de Utrechtse hoogleraar innovatiestudies, valt de Nederlandse overheid eigenlijk niet zoveel te verwijten. ‘Ik vind dat de Nederlandse overheid er eigenlijk wel ontspannen mee omgaat’, zei hij vorige week, tijdens een minisymposium in Rotterdam over de platformeconomie. We moeten als samenleving ook niet te snel harde antwoorden verwachten, zegt hij. ‘Het heeft ook 30 jaar geduurd voordat de uitzendmarkt was geïnstitutionaliseerd. En grappig genoeg lijkt de uitzendbranche nu wel de grootste verdediger van de gevestigde belangen geworden. Maar met de platfomeconomie kan het dus ook wel eens zo lang gaan duren voordat het beeld helder is.’ Vier beleidsopties Volgens Frenken zijn er grofweg vier beleidsopties mogelijk om te reageren op de vragen die de platformeconomie stelt: Verbieden Ad-hoc reguleren Dereguleren Gedogen ‘Als je strikt de huidige wetten handhaaft, moet je veel initiatieven verbieden’, zegt hij. ‘Tenminste: het platform verbied je dan niet, wel wat mensen doen via het platform. Maar in de praktijk is dat vaak heel lastig, en moet je bijvoorbeeld duizenden individuen identificeren. Daarom zie ik nu vaak ad-hoc regulering, waarbij je het niet helemaal vrijlaat, maar ook niet verbiedt. Zoals rondom Airbnb in Amsterdam gebeurt.’ Eerlijk delen Frenken is een van de hoofdauteurs van Eerlijk delen, een eind vorig jaar verschenen rapport van het Rathenau Instituut over de platform-, deel- en gig– of kluseconomie, zoals hij het noemt. Het is overigens geen nieuw fenomeen, benadrukt hij. ‘Voor internet lieten we ook al wel eens mensen gebruik maken van onze spullen. En in Amsterdam had je toen ook al veel illegale hotels, en dat werd destijds ook echt al als probleem gezien.’ Waar platforms echter vooral verschil maken is als ze werk makelen. Een platform heeft een gezagsrelatie met een werker die via het platform actief is, en is dus eigenlijk gewoon een werkgever, zegt Frenken. ‘Daar kom je eigenlijk niet onderuit, zeggen ook de meeste arbeidsjuristen. Maar dan ontstaat de fundamentele discussie die nu aan de hand is: moeten we daarvoor het huidige arbeidsrecht updaten, of moeten we het gewoon handhaven?’ Er zijn ook kansen Volgens Frenken moet de overheid in dat debat niet de kansen uit het oog verliezen die de platformeconomie biedt. ‘Het kan bijvoorbeeld best een goed deel van de oplossing zijn tegen het zwartwerk in de schoonmaakbranche. Of een manier om heel flexibel vrijwilligerswerk in te kunnen vullen.’ Hij wil maar zeggen: de platformeconomie is zeker niet altijd een bedreiging voor de samenleving. En ook zeker niet de enige reden om als samenleving eens goed door te denken over de toekomst van werk. ‘Door de platformeconomie komen de internet- en fysieke wereld steeds dichter bij elkaar. Daardoor wordt de huidige regelgeving onder druk gezet en soms genegeerd. Maar voor mij staan platformen voor iets groters dat aan de hand is. Steeds meer mensen gaan freelancen. Die platformen maken dat alleen maar makkelijker. En in die zin zetten ze de echte discussie rondom zzp nog meer op scherp.’ Meer lezen/weten: Discussiebijeenkomst: de impact van platformwerk – ABU – 3 juli Werken in de platformeconomie. Hoe groot is het probleem eigenlijk? (artikel) Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags freelancers, platformeconomie | Laat een reactie achter