Maandelijkse archieven: april 2017

Businesspartner weg of nieuwe erbij? Voorkom deze 3 beginnersfouten

Is een mega investering van een Venture Capitalist of de verkoop van je startup jouw ultieme droom? Dit is een mooie en ambitieuze droom. Daarvoor heb je een koopovereenkomst aandelen nodig. Niet van toepassing voor jou? Oordeel niet te snel. Ook voor een toetredende investeerder of uittredende partner heb je zo’n koopovereenkomst nodig. Ken deze – niet al te voor de hand liggende – valkuilen zodat jij geen onnodige fouten maakt. We beginnen met valkuil 4 omdat dit artikel een vervolg is op een ander artikel waar je de eerste 3 valkuilen leest.

Valkuil 4 – De koopprijs niet kunnen corrigeren bij uitblijven resultaten

Je koopt de aandelen tegen een prijs. Die prijs komt tot stand na een waardering en na een vaststelling van de winstgevendheid van de onderneming. Maar wat nu als die cijfers totaal niet blijken te kloppen, of de winstgevendheid meteen in elkaar zakt zodra je de aandelen hebt gekocht? Dan sta je in principe met lege handen. Tenzij je daar andere afspraken over hebt gemaakt met de verkoper. Ook dit doe je in de koopovereenkomst aandelen. Je kunt hierin een garantie opnemen over een minimale omzet/winst van de onderneming. Als deze omzet/winst achterwege blijft, kan je een aanpassing van de koopprijs van de aandelen of een boete bedingen.

Valkuil 5 – Meerdere kapiteinen op een schip? Het kan, maar regel het goed!

Koop je een bedrijf, stap je in een bedrijf, haal je een nieuwe collega binnen? Besef dan dat het om meer gaat dan alleen het recht op meedelen in de winst of dividend.

Kijk dus goed naar de statuten en zorg dat je met de andere venno(o)t(en) tot een nieuwe aandeelhoudersovereenkomst komt. Ben jij verkopende partij en zijn er meerdere aandeelhouders? Houd dan rekening met een eventuele blokkeringsregeling in de statuten of de aandeelhoudersovereenkomst. Je mag namelijk niet zomaar je aandelen verkopen aan een ander, zonder toestemming van de andere aandeelhouders. En zo zijn er misschien meer dingen waarvoor een meerderheid nodig is, of waarvoor je dat graag vast zou willen leggen. Besef dat de aandeelhoudersovereenkomst de overeenkomst is waarin je dit soort dingen vastlegt.

Lees ook: Een aandeelhoudersovereenkomst sluiten?:Zorg ervoor dat je op deze 5 dingen let!

Valkuil 6 – Vergeet de Belastingaangiften en administratieverplichting te checken

De vennootschap die je (ver)koopt is een aparte entiteit met een aparte verantwoordelijkheid naar de Belastingdienst voor belastingaangifte en afdrachten. Als je vergeet belastingaangifte te doen namens de vennootschap omdat je dacht dat “de verkoper dat wel had gedaan” dan heeft de Belastingdienst daar weinig boodschap aan. Je kunt een behoorlijke boete en naheffing krijgen. En die kun je niet meer verhalen op de verkoper als je dat niet vastlegt in deze overeenkomst. Zorg dus dat je duidelijk de verantwoordelijkheid vastlegt over het verzorgen van aangiften over voorgaande periodes en een eventuele boete op het niet nakomen daarvan.

Niks nieuws onder de zon? Klik dan nog ff door

Was dit gesneden koek en bekende materie? Of interessant en nieuw voor je? In dat laatste geval hebben we hier nog een ander artikel ook nog 3 dingen iedereen weet over een overname, toetredende investeerder of uittredende partner omgaat. Ontdek ze hier in nog geen 2 minuten.

Aandeelhoudersovereenkomst of koopovereenkomst van aandelen regelen?

Het goed op papier zetten van een koopovereenkomst aandelen is voor de doorsnee ondernemer geen dagelijkse kost. Voor ons wel. Ondernemingsrecht is een belangrijk onderdeel van onze core business en we helpen wekelijkse tientallen ondernemers. Wat aannames checken of iets zeker weten? Liever eerst sparren over een koopovereenkomst van aandelen of aandeelhoudersovereenkomst ? Neem dan contact op via legal@firm24.com of 020 – 3080675.

Meer lezen?

Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags , | Laat een reactie achter

ZZP-organisaties aan informateur: “Laat gedwongen zelfstandigen toe tot WW, kan de rest ondernemen”

Vraag één keer aan alle 1,3 miljoen zelfstandigen een keus te maken: ben je bewust ondernemer of wil je liever in loondienst? Iedereen die eigenlijk liever een baan wil, moet begeleid worden in het vinden daarvan. Totdat hij die heeft, krijgt hij recht op een op een WW uitkering. Net als andere werkzoekenden.

Dit radicale plan hebben zelfstandigenorganisaties PZO, ZZP Nederland en Zelfstandigen Bouw vandaag naar de informateur gezonden. “Gedwongen ondernemerschap, in combinatie met armoede, is een maatschappelijk probleem dat je als maatschappij moet oplossen” zegt Denis Maessen, voorzitter van PZO en lid van de SER, een van de initiatiefnemers van dit plan in een toelichting aan ZiPconomy

Zelfstandigen die een bewuste keuze maken voor het ondernemerschap  ondertekenen een ondernemersverklaring (Verklaring Zelfstandig Ondernemer), waarmee ook opdrachtgevers weten waar ze aan toe zijn. De Wet DBA kan volgens de zelfstandigenorganisaties daarmee gelijk van tafel.

Ruimte voor de bewuste, zelfstandige ondernemers

Het plan dat de zelfstandigenorganisaties vandaag naar informateur Schippers hebben gestuurd komt in de kern neer op ruimte geven aan die zelfstandig ondernemer die daar bewust voor kiezen en tegelijkertijd steun bieden aan hen die eigenlijk liever een baan willen. Werkgevers moet het gemakkelijker gemaakt worden personeel in dienst te nemen. In het plan staan onder andere de volgende punten:

  • Bewust zelfgekozen ondernemerschap wordt formeel bevestigd in de Verklaring Zelfstandig Ondernemer (VZO) als wettelijke status, civiel-fiscaal en sociaalrechtelijk en uitgezonderd van het arbeidsovereenkomstenrecht. De DBA en de modelcontracten moeten van
  • Oplossing bestaande groep gedwongen zelfstandigen aan de onderkant door begeleiding naar werknemer door eenmalige opname in WW en begeleiding door UWV.
  • Werkgeversrisico’s (ontslagrecht en loondoorbetaling bij ziekte) beperken en verlagen om zo drempels weg te nemen, WWZ in positieve zin bijstellen waardoor schijnconstructies blijvend worden
  • Fiscale ondernemersfaciliteiten blijven behouden, eigen verantwoordelijkheid is en blijft vertrekpunt en scholing 100%
  • Geen verplichte afdekking inkomensrisico’s pensioen en arbeidsongeschiktheid, wel toegankelijke voorzieningen en de (fiscale) mogelijkheid eigen vermogen via de “zelfstandigenrekening” te beheren.

“Gedwongen zelfstandigheid door maatschappij veroorzaakt, ook door maatschappij oplossen”

Denis Maessen, voorzitter van PZO, licht het plan verder toe.

Jullie stellen een soort van generaal pardon voor alle gedwongen zelfstandigen voor. Volgens het CBS wil 9,2% van alle zelfstandigen liever een baan. 100.000 man extra in de WW? Dat is nog al wat.

PZO voorzitter Denis Maessen

“Gedwongen zelfstandigheid, gekoppeld aan de armoedeproblematiek, is een serieus sociaal issue. We hebben als maatschappij dit probleem veroorzaakt. Dan moet je ook als maatschappij de verantwoordelijkheid oppakken om het op te lossen en de kosten er van te dragen. Het is natuurlijk wel de bedoeling dat deze groep, met de juiste begeleiding, zo snel mogelijk doorstroomt naar een baan.”

“We willen met dit idee de discussie en het beleid richten op de juiste problemen. Of het nu gaat over de Wet DBA, minimumtarieven of een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering, het politieke debat gaat altijd over een beperkte groep zelfstandigen. Niet over de grote groep van zeg 900.000 huishouders waar met overtuiging en hard werken het gezonde eenmansbedrijf wordt gerund. Van die foute presentatie van het ZZP vraagstuk moeten we af. “

We hebben ongeveer 200.000 zelfstandigen met te laag verdienvermogen.

“Zelfstandigen – die daar zelf voor gekozen hebben – moet je niet lastig vallen met maatregelen gericht op problemen die hen niet aangaan. Daarom willen we nu één grote slag maken. Wie kiest wel en wie kiest niet voor het ondernemerschap”

“Ondertussen hebben we in Nederland ook ongeveer 200.000 zelfstandigen met een laag inkomen en vooral ook laag verdienvermogen. De kans dat zij een gezond ondernemersinkomen kunnen genereren is klein. Vaak zijn het ook gedwongen zelfstandigen. De aard van het contract vinden ze niet zo interessant. Die groep willen we de mogelijkheid geven om een stap te maken richting loondienst. Inclusief, waar nodig, het vangnet van de WW en eventueel bijstand bieden. ”

Met de ondernemersverklaring moeten zelfstandigen een bewuste keuze maken

Hoe voorkom je dan dat er later weer nieuwe groepen gedwongen zelfstandigen komen?

Met de ondernemersverklaring moeten zelfstandigen een bewuste keuze maken. Dan weten ze precies waar ze aan toe zijn en waar ze voor kiezen. Misschien moet je wel met een wachttijd werken. Ik kan me ook voorstellen dat de KvK hier een rol in gaat spelen.

De lage inkomens bij sommige zzp’ers wordt veroorzaakt door lage tarieven. Moet je daar niet iets aan doen?

Tarieven in sommige sectoren zijn inderdaad een punt van zorg. Maar met minimumtarieven help je het ondernemerschap om zeep. Dat is niet de oplossing. Een fatsoenlijk tarief hoort bij fatsoenlijk opdrachtgeverschap. Laten we eens beginnen de overheid aan te sporen het goede voorbeeld te geven (zij zijn nu marktleider lage tarieven) dan volgt de markt vanzelf.

Met dit plan willen jullie het probleem van de gedwongen schijnzelfstandigen aanpakken. Maar volgens sommigen zijn goed verdienende IT-ers, die jarenlang bij één opdrachtgever zitten, ook schijnzelfstandigen. Al zijn ze dan niet gedwongen.

“De Wet DBA heeft op zijn minst opgeleverd dat zowel opdrachtgevers als zelfstandigen die een langdurig, fulltime, contract met elkaar hebben wakker zijn geschud. Ik vind niet dat dat soort lange contracten per se onmogelijk gemaakt moeten worden. Er moet een vrije keuze mogelijkheid zijn. Maar je zou het toch ook niet moeten willen. Het heeft weinig met ondernemerschap te maken. Zo´n lang contract werkt echter vaak als een sleepanker. Als zelfstandige werk je dan minder of niet aan je employability. Je kunt je ook afvragen of het verantwoordelijk gedrag is van opdrachtgevers. Dit los van het feit dat de conservatieve uitleg van gezagsrelatie uit de Arbeidswet van 1907 op de schop moet”

Een collectieve basisregeling arbeidsongeschiktheid voor alle werkenden ligt voor de hand. Met een opt-out variant.

Ik hoor u niets zeggen over een gelijk speelveld op fiscaal vlak. Moet er een hervorming van de zelfstandigenaftrek komen, waarvan sommigen zeggen dat die vooral bij de lagere inkomensklasse een aanzuigende werking heeft richting het zzp-schap?  

Als je het hebt over een gelijk speelveld, dan spelen veel grotere issues. Vooral de arbeidsconcurrentie vanuit andere EU landen. Een belangrijk onderwerp, maar dat los je in Nederland niet op.  Dat is echt iets voor Europa.

“De fiscale voorzieningen die er nu zijn voor zelfstandigen zijn er ter compensaties voor het niet mee doen aan collectieve voorzieningen rond werkloosheid en arbeidsongeschiktheid. Op dat vlak geloof ik niet in verplichte aparte, regelingen of verzekeringen voor zelfstandigen. Een collectieve basisregeling voor alle werkenden ligt dan meer voor de hand. Met een opt-out variant. Een dergelijk bredere regeling houdt het ook betaalbaar en daar kan je best een klein stukje van de zelfstandigenaftrek voor inzetten.”

Voor Maessen is de eerste stap om van alle zelfstandigen een groep gezonde en vooral bewuste ondernemers te maken. Een groep die zelfstandig keuzes wil en mag maken, zonder dat ze last hebben van overheidsmaatregelen die eigenlijk helemaal niet gericht zijn op hen maar op een groep die eigenlijk helemaal geen ondernemer wil zijn.

 

Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags , | 7s Reacties

Gratis inwerken bij Rijkswaterstaat. Wie gaat dat betalen?

Er was de afgelopen dagen op social media nogal wat aandacht voor een opdracht bij Rijkswaterstaat die in de markt rond gaat. En dan vooral om het zinnetje “Voor deze opdracht geldt een inwerkperiode van 2 weken tegen nultarief. Bij een aanbieding dient u hier akkoord voor te geven”.

Hoe zit het nu precies. We zochten het uit.

Gratis inwerken

Het inwerken tegen een nultarief is misschien minder ongebruikelijk dan wordt gedacht. Met name bij IT opdrachten komt dat vaker voor. Zo hanteert de Rabobank voor interim IT opdrachten een standaard beleid van twee weken gratis inwerken, met als argument dat ze vaak langdurige relaties aangaan met hun leverancier. “Inwerken in onze ICT omgeving en complexe systemen vergt tijd en om die reden vragen wij een investering van externe dienstverleners.”  De Rabobank werkt uitsluitend via bureaus. Of die deze inwerkkosten nu doorschuiven naar de zelfstandigen, dat vinden ze niet een zaak voor hen zelf.

In een eerdere discussie op ZiPconomy over de Rabobank casus liepen de meningen uiteen van ‘schandalig’ (van Rabo dan wel van de bureaus) tot ‘investeren in tijd hoort bij zelfstandig ondernemerschap’.

Rijkswaterstaat: geen nieuwe inwerkkosten indien interimmer vervangen wordt

De aanvraag voor de opdracht voor een interim contractmanager bij Rijkswaterstaat heeft een andere achtergrond. Rijkswaterstaat hanteert geen vaste regel voor gratis inwerken. In dit geval ging het om een ‘vervangingsvraag’.

Een interim professional die bij RWS werkte, is eerder dan afgesproken gestopt met zijn opdracht. Volgens de raamovereenkomst krijgt de bemiddelaar van die persoon, in dit geval HeadFirst, de mogelijkheid om  – exclusief – een nieuwe kandidaat voor te stellen. Echter, de inwerkkosten van die nieuwe kandidaat, zijn dan wel voor rekening van de opdrachtnemer. Het bureau dus. Dat is misschien niet onredelijk.  Een dergelijke clausule in de raamovereenkomst staat in meerdere overeenkomsten van rijksoverheden.

De inschatting van hoe lang het duurt totdat iemand ingewerkt is, is aan het bureau, die dat in de regel in overleg met de klant doet. Mocht het bureau niet tijdig een vervangende kandidaat kunnen leveren, dan gaat de opdracht naar alle preferred suppliers als nieuwe opdracht. Zonder die clausule van het gratis inwerken.

Wie gaat dat betalen ?

HeadFirst kiest er hier dus voor om de inwerkkosten bij de interim professional te leggen die de andere interimmer gaat vervangen. Daarbij hanteert HeadFirst het argument dat zij binnen het intermediairsmodel dat zij hanteert, met een lage marge van naar eigen zeggen €2,50 per uur, tot een bepaalde hoogte voorwaarden van opdrachtgevers voor haar rekening kan nemen. HeadFirst zit zich op een bepaald moment genoodzaakt om deze kosten door te schuiven naar de ondernemer die de opdracht uitvoert. Dus staat bij de aanvraag vermeld dat de nieuwe kandidaat de inwerkperiode gratis moet werken. HeadFirst heeft voor deze opdracht de nieuwe inwerkperiode in overleg met de opdrachtgever ingeschat op twee weken. De opdracht is voor twee maanden, maar met een redelijke kans op verlenging.

Niet erg netjes om die nieuwe interimmer op te laten draaien voor de kosten veroorzaakt door het voortijdig vertrek van een ander, zo stellen velen op sociale media. Het is een vrijwillige keuze om hier ja of nee tegen te zeggen, zo zeggen anderen weer. HeadFirst zegt dat ze vooral transparant willen zijn en zegt te proberen een middenweg te vinden tussen de belangen van alle partijen.

Aanpassing: inwerkperiode ingekort

Rijkswaterstaat is in ieder geval niet helemaal happy met de publiciteit over iets wat ze zelf in hun contracten hebben staan. Na een tweet in hun richting werd snel actie ondernomen.

Na overleg heeft HeadFirst de omschrijving van de opdracht aangepast. In de aanvraag staat nu dat de inwerkperiode afhankelijk is van de ervaring van de kandidaat. Dat kan een dag zijn of langer, met een maximum van twee weken. De inwerkperiode blijft ‘gratis’.

Voer voor discussie

Al met al een interessante casus die wel wat discussiepunten naar boven brengt. Zeker als we die discussie wat breder trekken. Het gaat mij hier niet om juist deze voorwaarden, deze opdrachtgever of dit bureau.

Om te beginnen de vraag in hoeverre opdrachtgevers als RWS zich voldoende bewust zijn wat de gevolgen zijn van hun manier van contracteren. De contractvoorwaarden richting bemiddelaars zijn er in de loop der jaren niet soepeler op geworden. Vooral de tarieven staan erg onder druk. Ik zie wel eens bedragen langskomen voor bijvoorbeeld broker diensten die ronduit onverantwoordelijk laag zijn. Als je kwaliteit en toegevoegde waarde wil van bureaus, moet je daar ook een fatsoenlijke prijs voor willen betalen. Als je niet vindt dat ze toegevoegde waarde leveren, waarom zet je ze dan in? Wordt er bij opdrachtgevers ook wel voldoende de vraag gesteld welk type kandidaat  het zich kan veroorloven om onredelijke voorwaarden of tarieven niet te accepteren en welke zelfstandige zich genoodzaakt voelt om alles maar te pikken?

Voor die bureaus de afweging in hoeverre je mee moet gaan met mogelijk onredelijke voorwaarden. Waarbij de commerciële druk om die voorwaarden te accepteren begrijpelijk is. Alleen, wie is het dan die een spiraal van afglijdende voorwaarden en marges, en dus dalende kwaliteit weet te doorbreken. De financiële rekening kan deels doorgeschoven worden naar de zelfstandige te liggen, maar het negatieve imago plakt aan de bureaus.

Voor de ondernemende professional de vraag hoe je om moet gaan met dit soort voorwaarden. Is het onderdeel van de ‘vrije markt’ of zijn er toch regels nodig. En moet je iets als gratis inwerken nu principieel weigeren, of moet je het zien als een (at the end) bescheiden investering?

PvdA Kamerlid Gijs van Dijk heeft naar aanleiding van dit artikel Kamervragen gesteld. 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | 7s Reacties

Wet DBA heeft flink invloed op potentiële starters. Algemeen optimisme bij zzp stijgt.

Meer dan een kwart van de mensen die overwegen om te starten als zzp’er zegt dat de Wet DBA impact heeft op hun keuze om daadwerkelijk te starten. Voor bijna 10% van de zzp’ers speelt de Wet DBA een rol in het mogelijk stoppen als zzp’er. Dat blijkt uit onderzoek dat de ABNAMRO liet doen door de GfK. Dat bureau ondervroeg iets meer dan 500 zelfstandigen of personen die sterk overwegen om als zelfstandige te gaan starten.

De meeste zzp’ers zijn overigens een stuk optimistischer dan in een vergelijkbaar onderzoek uit vorig jaar. Zij verwachten dit jaar een groei in omzet en uurtarief. Zowel startende als gevestigde zzp’ers geven hun leven als zzp’er een rapportcijfer van een 7,5. Bestaande zzp’ers maken zich minder zorgen over het voortbestaan van hun onderneming.

Invloed Wet DBA

Voor 28% van de ondervraagde ‘potentiële zzp starters’ heeft de Wet DBA enigszins tot zeer veel invloed op het besluit om zzp’er te worden. Dat percentage is gegroeid ten opzichte van  eerder onderzoek uit het derde en vierde kwartaal van 2016.

Voor diegenen die al zzp’er zijn heeft de Wet DBA voor een kleine 10 procent invloed op een mogelijk besluit om te stoppen als zzp’er. Dat percentage is stabiel ten opzichte van eerder onderzoek. Het uitstel van de handhaving van de Wet DBA heeft dus blijkbaar geen effect.

Goed om hierbij op te merken dat in dit onderzoek alle groepen zzp’ers zijn meegenomen. Dus ook zzp’ers die niet onder de Wet DBA vallen. Het ‘stoppers’ effect zal onder groepen die wel met de Wet DBA te maken hebben (de groep die vaak wat langere opdrachten voor een zakelijke opdrachtgever doet), naar alle waarschijnlijkheid flink wat  groter zijn.

Optimisme

Zelfstandigen geven hun leven een mooi rapportcijfer van een 7,5 en zijn optimistisch ten opzicht van het komend jaar. De zzp’ers verwachten het een groei in omzet en het uurtarief en verwachten minder vaak zonder opdrachten te zitten. De grootste zorg voor potentiële starters, ‘op korte termijn aan genoeg werk komen’ is ten opzichte van een onderzoek uit Q4 2016 het meest gedaald (36% – 27%). Van een kwart van alle zzp’ers steeg de omzet in 2016, van 19% daalde deze. 8% denkt dat de omzet in de komende twaalf maanden gaat dalen, 27% verwacht juist een stijging. 23% denkt het uurtarief te kunnen laten stijgen.

Het lijstje met motieven om als zzp’er te werken komt bekend voor. Het zijn in hoofdlijnen dezelfde punten als uit ander (ook internationaal) onderzoek. Bij de vergelijking tussen gevestigde zzp’ers en potentiële starters valt op dat motieven als ‘uitdaging’ (72%) en ‘andere ervaring opdoen” (50%) voor die starters flink hoger scoort. Zzp’ers zien het hebben van unieke vakkennis als veruit het belangrijkste kenmerk om een succesvolle zzp’er te zijn. Het grootste nadeel van ondernemen is de onzekerheid over het inkomen.

bron: ABNAMRO ZZP index Q1 2017

Overigens denkt de helft van alle zzp’ers een lager inkomen te verwerven dat het eerdere inkomen uit loondienst. Dat lijkt me niet direct een negatief signaal, maar eerder een realistische benadering. Wie start als zzp’er puur omdat hij/zij denk meer te gaan verdienen, komt niet zelden van een koude kermis thuis. Omgekeerd, zoals we hierboven al zagen is ‘meer verdienen’ ook maar voor een kleine minderheid een belangrijk motief.

bron: ABNAMRO ZZP index Q1 2017

OAV, pensioen en de rol van de overheid

Een op de vijf zelfstandigen heeft zich verzekerd voor arbeidsongeschiktheid. De helft zegt dat bewust niet gedaan te hebben. Een kwart zegt geen AOV te hebben maar dat ‘eigenlijk wel te moeten doen.’ 42% zegt niets voor het pensioen geregeld te hebben; 23% heeft wel iets rond pensioen als zelfstandige geregeld, een gelijk deel is afhankelijk van het pensioen dat is opgebouwd bij de voormalig werkgever.

Ook deze cijfers liggen wel in de lijn met ander onderzoek.

bron: ABNAMRO ZZP index Q1 2017

De onderzoekers vroegen ook in hoeverre de respondenten vinden dat de overheid via gericht beleid invloed moet uitoefenen op het wel of niet verplicht verzekeren voor arbeidsongeschiktheid of pensioen. Nu, nee. Nog geen kwart vindt dat een AOV of pensioenopbouw verplicht moet worden. Waarbij gezegd moet worden dat er ook vooral veel ‘neutraal’ is. ‘Oneens’ tegen verplichting of overheidsbemoeienis haalt hier bij geen van de stellingen de absolute meerderheid.

Overigens staan potentiële starters wat positiever tegenover overheidsbemoeienis op deze terreinen dat gevestigde zzp’ers. Dat ligt mogelijk wat in de lijn met onze eerdere resultaten uit het ZZPkieskompas. Daar waren jongeren (vaker starter) iets meer voorstander van bijvoorbeeld een verplicht AOV dan oudere zzp’ers.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Laat een reactie achter

De autoritaire leider is uit. Maar hoe zit het met de goede opdrachtgever?

We zijn er zo langzamerhand wel achter dat de bazige baas uit is. Maar ja, hoe moet het dan? Volgens die boekenschrijvers moeten we ont-managen, meer ruimte geven, aan zelfsturing doen. Leidinggeven aan professionals? Niet doen! is de veelzeggende titel van een boek van Mathieu Weggeman. En millenials schijnen al helemaal bijzondere wensen te hebben over leidinggeven. Je zult anno 2017 maar manager zijn…

Goed opdrachtgeverschap

Diezelfde manager werkt in toenemende mate met mensen die helemaal niet op de loonlijst staan. Maakt dat leidinggeven nu makkelijker op of juist niet? En, zit er wel een verschil tussen het managen van internen en externen?

Twee jaar geleden deed ik samen met Prof. Arjan van den Born (Tilburg University) onderzoek naar het fenomeen goed opdrachtgeverschap. Dit is iets anders dan er voor te zorgen dat interim professionals het naar hun zin hebben. Het onderzoek ging er vooral om hoe je interim professionals zo effectief mogelijk inzet.

Er kwamen een aantal heldere en voor de hand liggende verbeterpunten naar voren. Punten waarmee de manager een hoger rendement haalt uit het inzetten van interim professionals. Termen als inzet en rendement zijn voor de meeste interimmers geen probleem, dat maakt het werken met deze groep juist zo prettig.

De top vijf punten:

  1. Zorg voor een heldere opdrachtformulering met duidelijke doelstellingen.
  2. Geef regelmatig feedback over het verloop van de opdracht en de kwaliteit van de interim-professional.
  3. Benut de kwaliteiten van de interim-professionals, ook buiten de eigenlijke opdracht.
  4. Maak duidelijk wat de visie is en zorg voor koersvastheid van de organisatie.
  5. Zorg dat processen rond de inhuur en inzet van de interimmer in orde zijn (duidelijke selectieprocedure, onboarding, betalingstermijn).

Een goede opdrachtformulering is cruciaal

Helder maken wat de opdracht is, sturen op het ‘wat’ en niet op het ‘hoe’. Dat waren juist ook de punten die onder de Wet DBA het verschil uitmaakten tussen werken met medewerkers of interimmers.

In de praktijk blijkt het echt scherp formuleren van een opdracht cruciaal, en lastig. Het begrip ‘Statement of Work’, waarbij je – kortgezegd – een contract afsluit op het eindresultaat en mogelijk ook met een fixed fee, wil in Nederland nog niet echt doorbreken. Juist ook omdat we het blijkbaar toch lastig vinden om echt scherp te maken wat de verwachtingen zijn. Dan is een functieprofiel erbij pakken en die gebruiken als opdrachtformulering wel zo gemakkelijk. Die functieprofielen zijn vaak alleen geschreven op basis van ‘input’ en inspanningsverplichting. Juist de slag maken naar output en resultaat, naar een goede opdrachtformulering: krachtig en werkbaar. Een extra inspanning die uiteindelijk veel oplevert, zoals we in het onderzoek naar de goede opdrachtgever zagen.

Helder maken wat je verwacht, daar is ook niets strengs of autoritairs aan. Het schept de gewenste duidelijkheid.

Goed opdrachtgeverschap, goed leiderschap

Duidelijkheid die werknemers trouwens ook verwachten. Wanneer je als organisatie leert goed opdrachtgeverschap goed invulling te geven, dan zou je zo maar eens ook de leiderschapsstijl te pakken kunnen hebben die effectief is voor de werknemers in loondienst.

En, tot slot, bij het meehelpen (her)formuleren van de opdracht ligt – indien nodig – natuurlijk ook een rol voor de interim professional zelf. Goed opdrachtnemerschap en goed opdrachtgeverschap gaan hand in hand!

De uitzending van Werkverkenners van 18 april (uitzending luisteren) stond in het teken van ‘Hoe noodzakelijk is een strenge baas?’. Daarin kwam onder andere Peter van Uhm, oud commandant der strijdkrachten en erkend spreker over leiderschap, uitgebreid aan het woord. Wees eerlijk, consequent en loop vooral niet weg van je verantwoordelijkheden, waren zijn belangrijkste tips.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags | Laat een reactie achter