kamervragen minimumtarief zzp

Gratis inwerken bij Rijkswaterstaat. Wie gaat dat betalen?

Een boel ophef op social media over een interim opdracht bij Rijkswaterstaat waarbij de inwerkperiode niet uit betaald wordt. Het hele verhaal, met de nodige discussiepunten.

Er was de afgelopen dagen op social media nogal wat aandacht voor een opdracht bij Rijkswaterstaat die in de markt rond gaat. En dan vooral om het zinnetje “Voor deze opdracht geldt een inwerkperiode van 2 weken tegen nultarief. Bij een aanbieding dient u hier akkoord voor te geven”.

Hoe zit het nu precies. We zochten het uit.

Gratis inwerken

Het inwerken tegen een nultarief is misschien minder ongebruikelijk dan wordt gedacht. Met name bij IT opdrachten komt dat vaker voor. Zo hanteert de Rabobank voor interim IT opdrachten een standaard beleid van twee weken gratis inwerken, met als argument dat ze vaak langdurige relaties aangaan met hun leverancier. “Inwerken in onze ICT omgeving en complexe systemen vergt tijd en om die reden vragen wij een investering van externe dienstverleners.”  De Rabobank werkt uitsluitend via bureaus. Of die deze inwerkkosten nu doorschuiven naar de zelfstandigen, dat vinden ze niet een zaak voor hen zelf.

In een eerdere discussie op ZiPconomy over de Rabobank casus liepen de meningen uiteen van ‘schandalig’ (van Rabo dan wel van de bureaus) tot ‘investeren in tijd hoort bij zelfstandig ondernemerschap’.

Rijkswaterstaat: geen nieuwe inwerkkosten indien interimmer vervangen wordt

De aanvraag voor de opdracht voor een interim contractmanager bij Rijkswaterstaat heeft een andere achtergrond. Rijkswaterstaat hanteert geen vaste regel voor gratis inwerken. In dit geval ging het om een ‘vervangingsvraag’.

Een interim professional die bij RWS werkte, is eerder dan afgesproken gestopt met zijn opdracht. Volgens de raamovereenkomst krijgt de bemiddelaar van die persoon, in dit geval HeadFirst, de mogelijkheid om  – exclusief – een nieuwe kandidaat voor te stellen. Echter, de inwerkkosten van die nieuwe kandidaat, zijn dan wel voor rekening van de opdrachtnemer. Het bureau dus. Dat is misschien niet onredelijk.  Een dergelijke clausule in de raamovereenkomst staat in meerdere overeenkomsten van rijksoverheden.

De inschatting van hoe lang het duurt totdat iemand ingewerkt is, is aan het bureau, die dat in de regel in overleg met de klant doet. Mocht het bureau niet tijdig een vervangende kandidaat kunnen leveren, dan gaat de opdracht naar alle preferred suppliers als nieuwe opdracht. Zonder die clausule van het gratis inwerken.

Wie gaat dat betalen ?

HeadFirst kiest er hier dus voor om de inwerkkosten bij de interim professional te leggen die de andere interimmer gaat vervangen. Daarbij hanteert HeadFirst het argument dat zij binnen het intermediairsmodel dat zij hanteert, met een lage marge van naar eigen zeggen €2,50 per uur, tot een bepaalde hoogte voorwaarden van opdrachtgevers voor haar rekening kan nemen. HeadFirst zit zich op een bepaald moment genoodzaakt om deze kosten door te schuiven naar de ondernemer die de opdracht uitvoert. Dus staat bij de aanvraag vermeld dat de nieuwe kandidaat de inwerkperiode gratis moet werken. HeadFirst heeft voor deze opdracht de nieuwe inwerkperiode in overleg met de opdrachtgever ingeschat op twee weken. De opdracht is voor twee maanden, maar met een redelijke kans op verlenging.

Niet erg netjes om die nieuwe interimmer op te laten draaien voor de kosten veroorzaakt door het voortijdig vertrek van een ander, zo stellen velen op sociale media. Het is een vrijwillige keuze om hier ja of nee tegen te zeggen, zo zeggen anderen weer. HeadFirst zegt dat ze vooral transparant willen zijn en zegt te proberen een middenweg te vinden tussen de belangen van alle partijen.

Aanpassing: inwerkperiode ingekort

Rijkswaterstaat is in ieder geval niet helemaal happy met de publiciteit over iets wat ze zelf in hun contracten hebben staan. Na een tweet in hun richting werd snel actie ondernomen.

Na overleg heeft HeadFirst de omschrijving van de opdracht aangepast. In de aanvraag staat nu dat de inwerkperiode afhankelijk is van de ervaring van de kandidaat. Dat kan een dag zijn of langer, met een maximum van twee weken. De inwerkperiode blijft ‘gratis’.

Voer voor discussie

Al met al een interessante casus die wel wat discussiepunten naar boven brengt. Zeker als we die discussie wat breder trekken. Het gaat mij hier niet om juist deze voorwaarden, deze opdrachtgever of dit bureau.

Om te beginnen de vraag in hoeverre opdrachtgevers als RWS zich voldoende bewust zijn wat de gevolgen zijn van hun manier van contracteren. De contractvoorwaarden richting bemiddelaars zijn er in de loop der jaren niet soepeler op geworden. Vooral de tarieven staan erg onder druk. Ik zie wel eens bedragen langskomen voor bijvoorbeeld broker diensten die ronduit onverantwoordelijk laag zijn. Als je kwaliteit en toegevoegde waarde wil van bureaus, moet je daar ook een fatsoenlijke prijs voor willen betalen. Als je niet vindt dat ze toegevoegde waarde leveren, waarom zet je ze dan in? Wordt er bij opdrachtgevers ook wel voldoende de vraag gesteld welk type kandidaat  het zich kan veroorloven om onredelijke voorwaarden of tarieven niet te accepteren en welke zelfstandige zich genoodzaakt voelt om alles maar te pikken?

Voor die bureaus de afweging in hoeverre je mee moet gaan met mogelijk onredelijke voorwaarden. Waarbij de commerciële druk om die voorwaarden te accepteren begrijpelijk is. Alleen, wie is het dan die een spiraal van afglijdende voorwaarden en marges, en dus dalende kwaliteit weet te doorbreken. De financiële rekening kan deels doorgeschoven worden naar de zelfstandige te liggen, maar het negatieve imago plakt aan de bureaus.

Voor de ondernemende professional de vraag hoe je om moet gaan met dit soort voorwaarden. Is het onderdeel van de ‘vrije markt’ of zijn er toch regels nodig. En moet je iets als gratis inwerken nu principieel weigeren, of moet je het zien als een (at the end) bescheiden investering?

PvdA Kamerlid Gijs van Dijk heeft naar aanleiding van dit artikel Kamervragen gesteld. 

Hugo-Jan Ruts is 'editor-in-chief' en uitgever van ZiPconomy. Bekijk alle berichten van Hugo-Jan Ruts

7 reacties op dit bericht

  1. Ik snap dat er verschillende belangen zijn, maar ik snap hier het probleem/de commotie nog niet.
    Er zijn volgens het Burgerlijk Wetboek (Arbeidsrecht) ruwweg drie vormen van arbeidsrelaties
    1) aanneming van werk (vaste prijs, tenzij regiewerk);
    2) arbeidsovereenkomst;
    3) overeenkomst van opdracht (zie de wettekst: mits er geen sprake is van aanneming van werk of arbeidsovereenkomst)

    Als het dus géén ‘aanneming van werk’ (doorgaans tegen vaste prijs) of ‘overeenkomst van opdracht’ (dus ook bekende prijs) is, is het DUS een arbeidsovereenkomst. En dán heb je recht op loon over de gewerkte uren.
    Overigens lijkt het in de eerste twee gevallen gebruikelijk dat dit soort inwerken door vervanging ingecalculeerd, in de overeengekomen prijs is.

    Kortom als de drie partijen (werkverschaffer/inlener, doorlener en uitgeleende werkende mens) professioneel en integer met elkaar een duidelijke overeenkomst hebben, is geen weinig reden tot misverstand te verwachten.

  2. Volgens mij geldt hiervoor hetzelfde als voor al die andere opdrachtgevers die voor een dubbeltje op de eerste rang willen zitten:
    If you pay peanuts you get monkeys.

    Ik zou liever nog even willen wachten op een andere passende opdracht dan dat ik mij verplicht om gratis te werken.
    In een krappe markt met weinig geschikte kandidaten lijkt me het niet verstandig om dit soort voorwaarden te stellen. Een probleem van de opdrachtgever doorschuiven naar de opdrachtnemer? Prima, dan krijg je een minder passende kandidaat.

  3. De tendens in de markt (en zeker bij de overheid) is kostenbesparing ten koste van de externen.
    Recente aanbestedingen zijn daarvan een goed voorbeeld. De maximumtarieven van externen zijn LAGER dan de bijbehorende HOT-tarieven inclusief winstopslag die de overheid intern zelf hanteert voor het inzetten van eigen personeel bij een andere overheidsinstantie. Dat geeft te denken.
    Kortom: de overheid maakt ‘winst’ door een externe in te huren. Dat zal sommige politici als muziek in de oren klinken na jaren van de (onjuiste) beeldvorming over ‘duur betaalde externen’..

    Het is om meerdere redenen een slechte ontwikkeling.
    a- De kwaliteit van de inhuur staat absoluut ter discussie. Paniekerige (of matig presterende?) zzp’ers gaan wel door de pomp en werken onder kostprijs.
    b- De overheid is gebaat bij continuiteit en kennis IN de organisatie. Kennisgebrek is bij veel ministeries al nijpend en pijnlijk duidelijk geworden. En ook al lijkt het aantrekkelijk: de externe is in principe niet continu beschikbaar want anders was hij/zij wel werknemer/ambtenaar.
    c- de overheid wordt zo onaantrekkelijk als werkgever (want ze hebben liever een externe die goedkoper is) en als opdrachtgever (niemand werkt graag tegen te lage vergoeding)

    En gratis inwerken: dat kan best. Maar de verhouding van 2 weken op 2 maanden is scheef ook al is er kans op verlenging. De rekening hoort bij de te vroeg vertrokken externe of (deels) bij het bureau te liggen.

  4. Wat mij het meest verbaast is dat Headfirst icm RWS het gratis inwerken niet bij de partij die voortijdig vertrekt. Ik ben zelf gewend me te committen aan een opdracht(gever) en mijn klus ‘uit te dienén. Natuurlijk is dit niet ‘tot in eeuwigheid’ én kunnen er ook andere zwaarwegende argumenten gelden. Maar de basis is: ik maak mijn klus af én ben nadien nog beschikbaar voor vragen. Maar ik heb toch ook te vaak meegemaakt dat het puur om een iets betere tariefstelling op een vervolgopdracht ging. M.a.w. de marktpartij of zzp-er kiest voor het geld ipv betrouwbaar opdrachtnemerschap.

    Eens dat e.e.a. te allen tijde ‘in verhouding’ moet staan met de duur van de opdracht. Er geldt sowieso het risico dat het gratis inwerkenwordt ingecalculeerd in het aangeboden tarief en dus op termijn nog wel eens duurder zou kunnen zijn. Nog een reden om het vooral bij de latende partij in rekening te brengen.

    Het is ter beoordeling aan de opdrachtgever of deze dan de ‘sanctie’ wil toepassen en een partij een gelegenheid tot vervanging wil geven danwel een aanvraag bij al haal raampartijen uitzet. Het is hierna aan Headfirst om dit dan 1:1 door te vertalen naar de marktpartij of zzp-er. Hiermee voorkom je ook dat Headfirst wellicht haar marge aan het verruimen is door 2 weken te stellen waar een opdrachtgever 1 week gratis inwerken voldoende acht.

    Wat betreft de HOT tarieven, deze is lastiger…Al met al denk ik dat de soep niet zo heet gegeten wordt en de markt veelal aardig uit de voeten kan met de hieruit volgende tarieven, maar dat er wel degelijk een probleem is bij functies met schaarste op de markt.

    Mijn ideeën hierbij: enerzijds kiest de markt ervoor om bij een europese inschrijving ónder de overheidstarieven te duiken, anderszijds is het aantal uren waarmee gerekend wordt aanzienlijk lager dan dat wat in een gemiddelde kostprijsberekening van een marktpartij zit…
    Daarnaast zit er ruim 30K aan overheadkosten in.
    In de praktijk wordt in veel aanbestedingen overingens uitgegaan van het principe dat er gekeken wordt naar of je gemiddeld hoger of lager uitkomt dan deze HOT-tarievenlijst. M.a.w. op alle gedane aanbiedingen.

  5. Een van onze klanten maakt gebruikt van een soortgelijk mechanisme, nl de eerste werkdag van een nieuwe starter is non-billable. De klant in kwestie gebruikt dit mechanisme echter om het VMS platform te financieren in plaats van een Vendor Funded model te hanteren.

  6. De discussie op social media is gestart naar aanleiding van mijn post op linkedin. https://www.linkedin.com/hp/update/6261965880402550784. Daar vind je nog ruim 76 reacties.
    De hoeveelheid reacties en de storm op social media had ik geheel niet voorzien. Blijkbaar leeft het onderwerp.

    Op uitnodiging van de CEO en CFO van Headfirst heb ik afgelopen donderdag een gesprek met hen gehad. We hebben uitgebreid over deze case gesproken. Maar ook over verschillen tussen ondernemers en werknemers.
    De discussie op social media heeft alle partijen weer oplettend gemaakt over de voorwaarden die gesteld worden bij inhuur van externen.