Maandelijkse archieven: juni 2016

De overeenkomsten tussen een Belgische voetballer en een Nederlandse zzp’er

21 jaar geleden veranderde Jean Marc Bosman definitief het mondiale voetbal. Deze Belgische voetballer wilde van Club Luik naar USL Duinkerken. De transfer dreigde af te ketsen omdat Luik een transfersom van drie ton eiste. Dit terwijl zijn contract afliep en hij het loon had van een semiprof.

Dacht je dus als voetballer in de jaren ‘90 na einde van je contract zorgeloos van club te kunnen wisselen, dan kwam je bedrogen uit. Een club had wellicht de bereidheid om een speler na afloop van zijn contract te laten gaan, maar zodra een speler van bijvoorbeeld Willem II naar ‘aartsrivaal’ NAC Breda dreigde te vertrekken, werd hij plotseling gehouden aan een hoge transfersom, zonder dat hij zelf inkomsten kreeg.

Bosman stapte naar de rechter. Hij vond dat hij in zijn vrijheid werd beperkt, zijn contract was immers afgelopen. Bosman kreeg na jarenlange juridische procedures gelijk. De uitspraak (het Bosman-arrest) veranderde de voetbalwereld. Spelers konden voortaan een contract bij een andere club tekenen als ze nog minder dan 6 maanden een contract bij hun eigen club hadden. Daarnaast gingen clubs spelers lange contracten aanbieden, waardoor, mede onder invloed van stijgende TV gelden, er hoge transferbedragen én salarissen betaald werden bij een tussentijds vertrek.

Het Bosman-arrest is niet alleen maar positief geweest. De hoop dat met het arrest de onderhandelingspositie van spelers zou verbeteren en tegelijk de minder rijke clubs de gelegenheid zou geven om goede spelers aan te kunnen trekken, is ijdel gebleken. De verhoudingen in het huidige speelveld van het Europese voetbal zijn daar bewijs van. Ook voor Jean Marc Bosman zelf heeft het arrest niet veel opgeleverd. Zijn strijd maakte van hem van  voetbalrevolutionair tot een berooid man.

De Wet DBA als game Changer

Anno 2016 lijkt het erop dat de Wet DBA de Nederlandse arbeidsmarkt gaat veranderen. De nieuwe Wet DBA toont in ieder geval één overeenkomst met het Bosman-arrest. Bosman dacht dat hij na afloop van zijn contract vrij was om te gaan, toch vroeg zijn club een forse transfersom. Een hardwerkende ondernemer is dagelijks bezig met acquisitie plegen, loopt debiteurenrisico,  heeft één of meerdere opdrachtgevers per jaar, is verzekerd, werkt voor eigen rekening en risico en is zelf  verantwoordelijk voor scholing, training en-  of coaching. Kortom: deze ondernemer voldoet –net als Bosman- aan alle voorwaarden waarbij je kunt veronderstellen dat je in je rechten staat omdat je de gebruikelijke regels volgt. Maar niet is minder waar! Deze ondernemer kan, ondanks al zijn inspanningen, straks door de Belastinginspecteur onverhoopt beschouwd worden als een ijverige werknemer met alle financiële en persoonlijke gevolgen van dien.

Een 2e overeenkomst is dat het Bosman arrest en de Wet DBA hun eigen speelveld volledig veranderd hebben. Door het Bosman arrest hebben niet langer de clubs, maar de spelers de controle en zijn hierdoor de verhoudingen binnen het voetbal volledig veranderd. Door de Wet DBA hebben Staatssecretaris Wiebes en de Belastingdienst de touwtjes in handen, tot 5 jaar achteraf blijft er onzekerheid bestaan! De Belastingdienst hanteert straks het standpunt dat de omstandigheden van de ondernemer (de concrete arbeidsrelatie) een belangrijke rol spelen bij het bepalen of iemand zelfstandig ondernemer is of toch werknemer. Dit kan per arbeidsrelatie en dus per ondernemer verschillen. Dit betekent dat  in theorie een miljoen verschillende situaties achteraf (anders) beoordeeld kunnen worden. Om een dienstbetrekking uit te sluiten kan er, gemakshalve een keuze gemaakt worden uit circa 3.000 modelovereenkomsten. Let wel: er moet op de werkvloer nauwgezet gewerkt worden volgens de gebruikte modelovereenkomst.

Doel en gevolgen Wet DBA

De hoofddoelstelling van de Wet DBA is de aanpak en terugdringing van schijnzelfstandigheid. Het oneigenlijk gebruik van flex alsmede onderbetaling past in mijn optiek ook niet in de waarden die wij in ons land aan werk toekennen en hebben een verstorend effect op de economie.  Als de Wet DBA dit oneigenlijk gebruik oplost dan zal dit net, als het Bosman arrest, tot een verbetering leiden voor een grote groep mensen.

Als de Wet DBA echter tot gevolg heeft dat opdrachtgevers massaal denken dat elke zzp’er lijkt op een werknemer en het ‘kloppend maken van getallen’ belangrijker is dan de positie van één miljoen zzp’ers dan gaan veel zzp’ers helaas lijken op Jean Marc Bosman; van voetbalrevolutionair tot berooid man en van hardwerkende zelf verkozen ondernemers naar gedwongen werknemers.

Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags , | Laat een reactie achter

Fictieve dienstbetrekking. De potentiële spelbreker bij inhuur zzp’er via intermediair

Met de invoering van de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet DBA) is het de vraag of opdrachtgevers nog wel tot rechtstreekse inhuur van zzp’ers overgaan. Als je de mediaberichten zou moeten geloven, dan hebben intermediairs het inmiddels een stuk drukker gekregen. Dit zou betekenen dat opdrachtgevers ervoor kiezen om het loonbelastingrisico bij henzelf weg te houden door gebruik te maken van een intermediair. In hoeverre kunnen opdrachtgevers het loonbelastingrisico weghouden door een intermediair in te schakelen bij de inhuur van zzp’ers?

Tussenkomst of bemiddeling

Inhuren via intermediairs kent verschillende vormen. In dit artikel richten we ons op de intermediair die de inhuur van zzp’ers (eenmanszaak) verzorgt voor de (eind)opdrachtgever.

Bij de inhuur via een intermediair zijn er, mijns inziens, twee varianten te onderscheiden:

  1. Juridische tussenkomst: in dat geval wordt de intermediair de opdrachtgever van de zzp’er en gaat met hém een overeenkomst van een opdracht aan. Vervolgens sluit de intermediair een overeenkomst met de (eind)opdrachtgever.
  2. Bemiddeling: de zzp-er gaat een rechtstreekse overeenkomst aan met de (eind)opdrachtgever. De intermediair heeft geen andere juridische band met zzp’er en opdrachtgever dan die van bemiddelaar.

Opdrachtgevers moeten goede kennis hebben van de wijze waarop de inhuur plaatsvindt. Bij variant 2 zullen zij zelf moeten beoordelen of er niet feitelijk sprake is van een loondienstbetrekking.  Wat betekent dat er niet aan de voorwaarden voor een modelovereenkomst wordt voldaan. Deze variant verschilt mijns inziens niet van rechtstreekse inhuur en behandelen we daarom niet verder.

Blijf uit de fictieve dienstbetrekking voor uitzendpersoneel

Een aandachtspunt bij het gebruik van een intermediair is de fictieve dienstbetrekking voor uitzendpersoneel. Hiervan is geen sprake als de zzp’er als ondernemer wordt gekwalificeerd. Alleen de Belastingdienst en eventueel de rechter kunnen dan beslissen of iemand ondernemer is. Toch worden partijen in de keten van in- en doorlenen gevraagd om te beoordelen of met een ondernemer van doen is. Daarvoor is in de modelovereenkomst tussenkomst een toets opgenomen met een aantal vast te leggen gegevens om te bepalen of er sprake is van een ondernemer.

Precieze uitleg ondernemerstoets nog onduidelijk

Met betrekking tot de ondernemerstoets in de modelovereenkomst tussenkomst is onduidelijk hoe deze moet worden uitgelegd bij repeterende en langlopende opdrachten. In de modelovereenkomst wordt hierover het volgende geschreven: “Het bewijsvermoeden van het zijn van ondernemer op basis van de ondernemerstoets is niet aanwezig, op het moment dat opdrachtnemer opvolgende opdrachten van langere duur via de intermediair uitvoert op het moment dat deze gelet op de aard van de werkzaamheden langer dan gebruikelijk zijn.” Dit is een bepaling waarvan de Belastingdienst nog nader moet duiden hoe deze precies moet worden uitgelegd. De vragen die beantwoord moeten worden zijn: hoe lang mag in welk geval een opdracht via een intermediair duren en hoeveel opvolgende opdrachten mag men hebben? Wordt in strijd met deze bepaling gewerkt, dan zal de uitzendfictie toch onbedoeld van toepassing kunnen zijn.

Volgens de Staatssecretaris ligt er zowel bij de intermediair als de uiteindelijke opdrachtgever een verantwoordelijkheid om vast te stellen dat aan de voorwaarden van de ondernemerstoets is voldaan.

Gevolgen

Wat nu als de zzp’er ten onrechte als ondernemer is aangemerkt?

Als de Belastingdienst later met succes het standpunt inneemt dat de zzp’er niet als ondernemer kwalificeert, kan de fictieve dienstbetrekking voor uitzendpersoneel van toepassing zijn. Dat is het geval als de zzp’er onder toezicht en leiding heeft gewerkt van de (eind)opdrachtgever. Dit terwijl voor het inlenen onder een modelovereenkomst het van belang is dat de opdrachtnemer/zzp’er niet werkt onder leiding en toezicht van de opdrachtgever. Gebeurt dat wel, dan ontstaat er inhoudingsplicht (in eerste instantie) bij de intermediair. Als de opdrachtgever het niet aandurft om rechtstreeks in te huren wegens het risico van het constateren van een dienstbetrekking, is het in mijn ogen niet op voorhand zeker dat er dan ook niet voldaan is aan de voorwaarde leiding en toezicht, als wordt ingeleend via een intermediair.

De vraag is dus of het inhuren van zzp’ers via een intermediair de oplossing is voor de onzekerheden die inhuur onder de wet DBA met zich meebrengt.

Kortom ook het gebruik maken van een intermediair biedt geen 100% garantie om van naheffingen gevrijwaard te blijven als opdrachtgever. Hopelijk komt er op korte termijn in ieder geval meer duidelijkheid over de toepassing van de ondernemerstoets, zodat die onzekere factor bij de inhuur in ieder geval wordt weggenomen.

Inhuren via intermediair

Houd bij inhuur via een intermediair rekening met het volgende. Voor de Belastingdienst ligt de drempel om een loonheffingsclaim neer te leggen op grond van de fictieve dienstbetrekking zeer waarschijnlijk lager dan om een loondienstbetrekking aannemelijk te maken. Omdat voor het aanwezig zijn van een fictieve dienstbetrekking ook vereist is dat de arbeid persoonlijk verricht moet worden, kan het risico dat een fictieve dienstbetrekking wordt geconstateerd beperkt worden door overeen te komen dat zzp-er zich vrij mag laten vervangen. Laat deze afspraak dan geen dode letter zijn.

Tot slot, als troost voor de opdrachtgever: de intermediair zal als eerste worden aangesproken op de loonheffingen. Als die goed heeft geregeld op welke wijze de loonheffingen verhaald kunnen worden op zzp’er, dat ook doet en deze ook afdraagt, loopt de opdrachtgever geen risico.

Geplaatst in Professioneel inhuren, ZP en Ondernemen | Tags , , | 4s Reacties

Hoe ga je met je tijd mee? Hoe komen medewerkers in beweging?

Hoe ga je met je tijd mee? Hoe komen medewerkers in beweging? Deze vragen lijken nu relevanter dan ooit. Maar waarom?

Dat de wereld verandert is niet nieuw. Er wordt wel gezegd dat de snelheid waarmee de vernieuwingen elkaar opvolgen exponentieel toeneemt, maar is dat ook zo? De technologische vernieuwingen zijn met recht indrukwekkend te noemen en toch hebben de uitvinding van het Wereldwijde web, de mobiele telefoon, de iPad en de 3-D printer (nog) lang niet zo’n revolutionaire impact op ons dagelijks leven als de uitvindingen ten tijde van de industriële revolutie. De komst van de stoommachine, auto, wasmachine en pil zetten ons leven werkelijk op zijn kop.

Waarom wordt er dan toch zo vaak beweerd dat we ons op dit moment aan het begin van een gigantische omwenteling bevinden? Dat er een einde aan een tijdperk is gekomen en dat we de race alleen winnen als organisaties en medewerkers in beweging komen? Komt dat door de industriële of technologische ontwikkelingen, of hebben deze vernieuwingen vooral bijgedragen aan de verschuiving van wereldwijde machtsverhoudingen en voltrekt zich daar de werkelijke revolutie?

Omdat ik het zeg?

Ook onze machtsverhoudingen verschuiven al jaren. We hebben zeker niet stil gestaan. En toch lijkt het erop dat we pas nu op een punt zijn aangekomen waarop de systemen, processen en organisaties – die op de oude machtsverhoudingen gebaseerd zijn – beginnen te falen. Zeker in het rijke Westen. Was autoriteit eerder een gegeven, nu is het iets dat je moet verdienen. En ook de manier waarop je autoriteit en respect kunt verdienen is fundamenteel veranderd. Eeuwen lang konden autoriteiten volstaan met het antwoord ‘Omdat ik het zeg!’

Maar hoe gelijker de samenleving is geworden, hoe minder dit antwoord voldoet. Zeker de nieuwe generaties vragen zich openlijk af; ‘En wie ben jij dan wel, wat maakt jou zo bijzonder? Als kennis macht is, dan hebben wij net zoveel toegang.’ En ook de uitspraak ‘wie betaalt, bepaalt’ verliest aan kracht. Autoriteit en respect kun je verdienen door ergens een bijdrage aan te leveren, door je kennis en ‘rijkdom’ te delen. Je kunt het niet meer kopen of afdwingen simpelweg omdat je man, (het) rijk of een leidinggevende bent. En daarmee begint het fundament waarop we ons georganiseerd hebben langzaam maar zeker af te brokkelen.

Iedereen een stem

Binnen de privésfeer verschoven de machtsverhoudingen ingrijpend. De man-vrouw verhouding werd gelijker evenals die tussen ouder en kind. Vader is niet langer de baas, moeder doet ook een duit in het zakje en de kinderen zijn niet langer ondergeschikten die hun mond moeten houden als de volwassenen praten. Vrijwel iedereen in het privédomein heeft tegenwoordig een stem. En met behulp van de nieuwste technologische middelen zoals sociale media, gebruiken we die stem vaker, sneller en met meer bereik dan ooit. En dat smaakt naar meer.

Het duurde dan ook niet lang voordat ook de autoritaire gezagsverhoudingen buiten de privésfeer verder onder druk kwamen te staan. De vanzelfsprekende autoriteit van de staat ten opzichte van haar burgers wankelt. Het vertrouwen in de oude instituties – zoals overheden, banken, vakbonden en bedrijven – neemt af. Hebben zij nog wel het beste met ons voor? En zelfs als dat zo is, hebben ze dan nog wel genoeg invloed binnen onze globaliserende wereld om onze stem te vertegenwoordigen? Ze zeggen van wel. Maar ook hier rijst steeds vaker de vraag; wie zijn zij dan wel? Kunnen we dat zelf eigenlijk niet beter? Door middel van moderne communicatiemiddelen zijn we in staat om onze eigen netwerken te vormen waardoor we steeds minder afhankelijk van de oude instituties worden.

Slang noch vlinder

Als het hebben van autoriteit niet langer een gegeven is – en organisaties, systemen en verhoudingen die nog wel op grond van de oude machtsverhoudingen georganiseerd zijn, hun geloofwaardigheid verliezen – waarom anticiperen we dan zo langzaam op deze revolutionaire kanteling? Waarom komen we dan zo ongelofelijk moeilijk in beweging?

We blijken slang noch vlinder. Onder onze oude jas vinden we niet zomaar een nieuwe. En ook als we ons in een cocon verstoppen leidt dat er niet per definitie toe dat we ons ontpoppen tot een vlinder. Zelfs nu we voelen dat de oude jas verschrikkelijk knelt, doen we er maar moeilijk afstand van omdat we daaronder toch vooral zoekend en naakt zijn.

SLIDER2-1030x341

‘Vaak moet er iets gebeuren voordat er iets gebeurt.’ Cruijff

Nieuwe jas

Loslaten van het oude, zonder te weten wat daarvoor in de plaats komt, is een opgave waarvoor maar weinig mensen en organisaties openstaan. Pas als de situatie onhoudbaar wordt, zie je beweging ontstaan. De meeste organisaties en instituties gaan zich pas op een andere manier organiseren als de wal het schip keert. Als ze gaan fuseren, verhuizen of ‘failliet’ dreigen te gaan. Dan moeten ze wel uit hun comfortzone komen en ontstaat er bereidheid bij de top om de huidige processen eens tegen een nieuw daglicht te houden.

What’s in it for me

Maar daarmee heb je de meeste mensen nog niet mee. De meerderheid zal pas in beweging komen als ze inzien en ervaren dat de verschuivende machtsverhoudingen hen ook wat te bieden heeft. Als hun stem gehoord wordt en het ze bijvoorbeeld meer autonomie oplevert. Maar dat gaat helaas niet van de een op de andere dag. Zelfs thuis, waar we al veel langer aan de nieuwe machtsverhoudingen gewend zijn, is het nog altijd zoeken naar een goede balans. Hoe geven we onze kinderen bijvoorbeeld een stem zonder de opvoeding al te veel los te laten? Soms zwalken we van het ene naar het andere uiterste. Maar hoe je het ook went of keert, terug naar de oude machtsverhoudingen gaan we niet meer. En dus moeten we blijven zoeken naar een nieuwe jas die ons beter past.

SLIDER3-1030x341

Transitiefase in organisaties

Op dit moment bevinden we ons dan ook in een eigenaardige transitiefase. Zeker binnen organisaties. We schakelen wanhopig tussen oude en nieuwe machtsverhoudingen en dat zorgt soms voor bijna komische situaties. Zo proberen we ‘werkplezier’ op autoritaire wijze op te leggen en dwingen we mensen in beweging te komen met ouderwetse argumenten: ‘omdat ik het zeg’. Hoe krijgen we medewerkers in beweging? Hoe sturen we zonder ouderwets te dwingen? Waar vinden we het lef om toe te geven dat we het antwoord op de vraag (nog) niet weten terwijl dit binnen de oude machtsverhoudingen geldt als ‘not done’?

Nu de verhoudingen aan het verschuiven zijn moeten we het speelveld en de spelregels opnieuw uitvinden en dat vraagt om een open houding en de bereidheid om met elkaar te experimenteren als gelijken. Samen nieuwe dingen uitproberen door te vallen en weer op te staan. Misschien kennen we de nieuwe succesformules nog niet, maar om een man te citeren die al spelend groot is geworden:

‘Als je (nog) niet ken winnen, moet je zorgen dat je niet verliest.’  Johan Cruijff

SLIDER4-1030x341

Geplaatst in Professioneel inhuren, Toekomst van Werk | Tags , | 1 Reactie

HR aan de directietafel

groot-kleinHoe komt HR aan ‘de tafel’. Een vraag die in het vakgebied al leeft sinds ik meer dan 15 jaar geleden erin kwam en nog steeds onderwerp is van menig conferentie. Ook op de HR Directors Summit deze dagen in Amsterdam kwam deze vraag aan bod, maar dit keer met antwoorden.

Ram Charan, jaren lang adviseur van top CEO’s in de wereld, heeft onderzoek gedaan naar de karakteristieken die de HR managers en HR directeuren hebben die structureel aan ‘de tafel’ zitten. Hij kwam tot een hele lijst, maar een paar die structureel voorkomen.

(meer…)

Geplaatst in Beleid | Laat een reactie achter

Wet DBA. Welke route kiest u als opdrachtgever of zp’er. Geen gezag of vrije vervanging?

De Wet DBA is nu een maand van kracht. Bent u er al een beetje aan gewend? In de lange reeks artikelen die we aan de Wet DBA hebben besteed (zie hier voor overzicht) voegen we er nog eentje toe. Over loon, gezag en persoonlijke arbeid en welk van deze elementen in de modelovereenkomsten terugkomt. Omdat we op basis van reacties merken dat daar omtrent nog niet alles duidelijk is.

Bij het wel of niet bestaan van een arbeidsrelatie, want daar draait het om bij de Wet DBA, spelen drie elementen een rol: er is sprake van loon, van gezag of van een verplichting tot persoonlijke arbeid? Ontbreekt een van die elementen, dan is er simpelweg geen arbeidsrelatie.

Wanneer een of meerdere elementen evident ontbreken, dat is er duidelijk geen arbeidsrelatie en dus is er ook geen modelovereenkomst nodig. Is dat wat vager, of je wil als opdrachtgever of zelfstandige meer duidelijkheid vooraf, dan kan er met een modelovereenkomst gewerkt wordt. De vraag daarbij is: welke van de drie elementen valt er af in de nieuwe afspraken die opdrachtgevers en opdrachtnemers maken in de modelovereenkomsten of in andere afspraken.

Loon, gezag of persoonlijke arbeid. Zorg dat er één ontbreekt

Wellicht goed om nog even te memoreren: De Wet DBA bevat geen andere criteria of de relatie tussen opdrachtgever of zelfstandige nu wel of niet een dienstbetrekking is. Die criteria zijn én blijven hetzelfde met de intrede van de Wet DBA. Is er sprake van loon, gezag én persoonlijke arbeid. Zijn de drie elementen aanwezig, dan is er sprake van een dienstbetrekking. Ontbreekt een van die drie elementen dan is er geen sprake van een dienstbetrekking.

De Belastingdienst adviseerde in haar webinar over de Wet DBA dan ook van een modelovereenkomst gebruik te maken waarin een van die drie expliciet is uitgesloten. Dus of geen loon, of geen gezag of geen verplichting de arbeid ook persoonlijk te verrichten (ook wel ‘vrije vervanging’).

In de praktijk komen er dan inderdaad ook steeds meer modelovereenkomsten waar expliciet gekozen worden om een van die drie uit te sluiten. De vraag is alleen: voor welke route kies je? Een vraag die zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers zich moeten afvragen bij de afweging met welke modelovereenkomst ze willen werken.

Loon

Het element ‘loon’ wegorganiseren in een modelovereenkomst is een onbegaanbare route. Loon moet je in dit kader heel breed zien. Het gaat om elke vorm van beloning voor de uitgevoerde werkzaamheden. Een verstuurde factuur, al dan niet een fixed fee, is een ‘beloning’.  Ook creatieve ‘barterdeals’ of beloning in natura vallen hier onder.

Een zp’er zal toch altijd iets terug willen zien voor zijn activiteiten. Geen begaanbare route dus blijven er twee varianten over: ‘geen gezag’ of ‘vrije vervanging’.

Geen gezag

Het punt van ‘vrije vervanging’ betekent dat je als zelfstandige vrij bent om jezelf te laten vervangen door een ander. Daarover later meer. Dat werkzaamheden niet per se gekoppeld zijn aan de persoon, zal dit element gevoelsmatig voor veel zelfstandige professional lastig zijn. De vent maakt de tent, oftewel ze willen jóú hebben. Dat geldt ook voor organisaties. Het selectieproces steekt ook in op wie iemand is, meer nog dan wat iemand kan. Dus zomaar ineens een ander ontvangen, past niet direct bij het denkkader van veel opdrachtgevers.

In een modelovereenkomst vastleggen dat er ‘geen gezag’ is, lijkt dus de logische route. In ieder geval een route die past bij de aard en geest waarin veel zelfstandige professionals werken.

Goed om te realiseren dat ‘geen gezag’ niet betekent dat er geen enkele manier van afstemming tussen opdrachtgever en opdrachtnemer kan en mag zijn. Er is de nodige ruimte om af te spreken waar overleg nu eindigt en waar echt gezag begint.

In de modelovereenkomst van de FNV Zelfstandigen, versie ‘geen werkgeversgezag (zie hier) staat dat, mijn inziens, goed en werkbaar omschreven hoe iemand zelfstandig kan werken. Er mag wel afstemming zijn met de opdrachtgever over het gewenste eindresultaat maar niet over de exacte manier van werken. Letterlijk staat er: “Opdrachtnemer is gehouden gevolg te geven aan een tijdig verleende en verantwoorde aanwijzing omtrent het resultaat van de opdracht. Voor het overige zal opdrachtnemer bij het uitvoeren van de opdracht waar mogelijk rekening houden met redelijke wensen van opdrachtgever, mits dit naar het oordeel van opdrachtnemer bevorderlijk is voor een behoorlijke uitvoering van de opdracht. Opdrachtgever heeft uitdrukkelijk géén zeggenschap over de werkzaamheden van opdrachtnemer. Opdrachtnemer is dus vrij de werkzaamheden naar eigen inzicht en zonder toezicht of leiding van opdrachtgever uit te voeren.”

Ook een intermediair als Brainnet heeft een modelovereenkomst ‘geen gezag’ waarin in soortgelijke bewoordingen wordt geformuleerd dat er geen gezagsrelatie is.

In een voorbeeld uit de webinar van de Belastingdienst wordt gesproken over een zzp-coach bij een sportvereniging. Daarin maakt de Belastingdienst duidelijk: Wanneer het bestuur overleg heeft over de doelstelling (bijvoorbeeld: word kampioen) dan mag dat. Als het bestuur zich ook bemoeit met de inhoud van de trainingen en tactiek dan ontstaat er een gezagsrelatie.

Kamervragen leiden tot (ietsje) extra inzicht

Naar aanleiding van dit artikel van Anne Meint Bouma op ZiPconomy zijn Kamervragen gesteld door Nobert Klein. Het antwoord van staatssecretaris Wiebes geeft wat extra kleuring over hoe de Belastingdienst aankijkt tegen de term ‘gezag’.

Waar stoppen de “aanwijzingen ten behoeve van het resultaat en de samenwerking” en waar begint “de algemene instructiebevoegdheid”? Zou de handreiking beoordelingskader DBA hier wellicht een eenduidiger antwoord op kunnen geven?” zo vroeg Klein.

Wiebes antwoordde daarop:  Voor de beoordeling van overeenkomsten voor arbeidsrelaties, is het van belang om na te gaan of de aanwezigheid van een gezagsverhouding redelijkerwijs kan worden uitgesloten. Daarvoor is relevant of de bevoegdheid tot het geven van aanwijzingen en instructies contractueel is uitgesloten of beperkt. (…) Afspreken om de instructiebevoegdheid te beperken tot een aanwijsbaar resultaat van een opdracht draagt bij aan de conclusie dat er geen sprake is van een gezagsverhouding. Het gaat in deze benadering om de inhoud van de instructies: zijn deze beperkt tot een gewenst doel (wat)? Is de opdrachtnemer vrij in de wijze van bereiken van het doel (hoe)?

Vrije vervanging als de pragmatisch route

De conclusie uit het bovenstaande is: wat wel en wat niet gezag is, dat valt te omschrijven. En het past gevoelsmatig ook het beste bij opdrachten voor inhoudelijk gespecialiseerde zelfstandige professionals.

Een andere conclusie is dat er rond ‘gezag’ altijd wel punten bestaan die ruimte geven tot discussie. Discussie achteraf dan, op het moment dat de Belastingdienst zijn controle heeft uitgevoerd. 100% waterdicht is dit niet te krijgen. En wanneer de Belastingdienst vindt dat iets ‘gezag’ is, moet jij maar eens gaan bewijzen dat dat niet zo is.

In de verdere ontwikkeling van de Wet DBA en de gesprekken die verschillende partijen deze maanden gevoerd hebben met de Belastingdienst komen meer en meer partijen tot de conclusie dat de weg van ‘vrije vervanging’ toch meer zekerheid geeft. Dat geldt met name ook voor intermediairs, die wel het risico lopen op een boete maar zelf vaak niet op de werkvloer aanwezig zijn om risico’s rond ‘geen gezag’ uit te sluiten. Zo kiezen verschillende intermediairs voor deze benadering.

Er is rond ‘vrije vervanging’ immers minder ruimte voor discussie. Vrije vervanging biedt daarmee op zijn minst een pragmatische oplossing om om te gaan met de Wet DBA.

Beschrijving van vrije vervanging

Is er geen verplichting tot persoonlijke arbeid, dat is er geen arbeidsovereenkomst. In modelovereenkomsten wordt deze route kiezen, wordt dus expliciet omschreven dat die verplichting er niet is en dat iemand zich ‘vrij mag laten vervangen.’

Dit betekent overigens niet dat partijen binnen een modelovereenkomst geen afspraken mogen maken over de voorwaarden van de vervanging. Zo staat er in de modelovereenkomst ‘vrije vervanging’ van FNV Zelfstandigen de volgende passages: “Het staat B (=opdrachtnemer) vrij de werkzaamheden voor eigen rekening en risico geheel of ten dele te laten uitvoeren door derden. B meldt voorafgaand aan de vervanging aan A (=opdrachtgever) wie de werkzaamheden namens hem uitvoert.” 

In de overeenkomst van VNO/NCW worden nog nadere bepalingen gesteld:  “Daarbij heeft opdrachtgever niet het recht de vervanger(s) te weigeren, anders dan op grond van objectieve kwalificaties. Opdrachtnemer en opdrachtgever formuleren voorafgaand aan het aanvaarden van de opdracht, samen de objectieve kwalificaties waaraan opdrachtnemer en de eventuele vervanger(s) moet(en) voldoen. De objectieve kwalificaties worden als bijlage bij deze overeenkomst gevoegd.” Dit beperkt dus mogelijkheden die je hebt om je zo maar te laten vervangen.

Een ander wezenlijk punt uit de FNV overeenkomst: “In geval van vervanging blijft B jegens A onverkort verantwoordelijk voor de kwaliteit van het werk en het naleven van de gemaakte afspraken.” Je blijft als opdrachtnemer dus wel verantwoordelijk. Logisch. Of daarmee nu weer een gezagsrelatie met tussen twee zzp’ers ontstaat, laten we voor het gemak hier maar even buiten beschouwing…

Vervanging: ‘mogen’ is niet ‘moeten’

De pragmatische oplossing die hier door juristen gevonden is, is dat er geregeld is dat je je mag laten vervangen. Dat wil niet zeggen dat je je ook moet laten vervallen. De Belastingdienst zal bij controles achteraf dan ook moeten bewijzen of het iemand onmogelijk is gemaakt om zich te laten vervangen. Het feit is dat iemand zich niet heeft laten vervangen, lijkt geen aanleiding te kunnen zijn om toch een dienstverband te constateren. Zo doet het in het BW niet ter zake dat iemand zich ook daadwerkelijk heeft laten vervangen.

Zoals gezegd, het nemen van het element ‘vrije vervanging’ lijkt een uiterst pragmatische route om de Wet DBA te hanteren. Daarbij zal er vaak ook nog wel een stille verstandhouding tussen opdrachtgever en opdrachtnemer zal zijn dat je echt laten vervangen nu niet echt de bedoeling is. Iets wat meestal ook niet in het belang is de zp’er.

Geplaatst in Professioneel inhuren, ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags , | 28s Reacties

Hogeschool Rotterdam wil af van 650 zzp-docenten

De Hogeschool Rotterdam hangt een naheffing van ruim één miljoen euro boven het hoofd. De Belastingdienst heeft geoordeeld dat er afgelopen vijf jaar honderden zzp’ers voor de klas stonden die nu door hen zijn aangemerkt als pseudowerknemers. De nieuwe wetgeving rond het inzetten van zzp’ers, de Wet DBA, zet de zaken op scherp voor de onderwijssector. De 650 zzp-docenten die nu bij de Hogeschool Rotterdam (HR) aan het werk zijn, moeten in dienst komen of via een payroll bedrijf gaan werken. Van een deel zal afscheid genomen worden.

Einde oefening

Het is de onderwijssector vooralsnog niet gelukt om tot overeenstemming te komen met de Belastingdienst voor het inzetten van zzp’ers in het onderwijs. Er is wel een modelovereenkomst voor onderwijs ondersteunende functies maar niet voor het geven van onderwijs. ‘Daardoor kunnen zzp’ers niet meer ingezet worden bij het uitvoeren van structurele activiteiten in het curriculum’, stelt Ostara de Jager-Bes, directeur onderwijs en ontwikkeling. ‘Zzp’ers die docent willen blijven, moeten daarom in dienst komen bij de Hogeschool Rotterdam, of bij een payrollbedrijf dat de docent weer uitleent aan de hogeschool.’ Onder de zzp-docenten is lang niet iedereen blij met deze maatregel, zo staat op het blog van de Hogeschool te lezen.

Een op de vier docenten op de Hogeschool Rotterdam is zzp’er. Daarvan werken de meesten hooguit een paar uur in de week voor de hogeschool, de rest van de uren zijn ze meestal werkzaam in hun eigen vakgebied. De hogeschool denkt alleen nog maar echte toppers in te kunnen zetten voor gastcolleges.

De Wet DBA biedt volgens De Jager weinig ruimte voor een andere interpretatie. ‘Daarom volgt de HR deze strakke lijn en dat geeft veel gedoe. Elke individuele situatie moet bekeken worden en we proberen met iedere zzp’er passende afspraken te maken. Maar soms lukt dat niet en zal er afscheid genomen zal moeten worden.’

“Afbouwen flexschil nodig”

Overigens levert het schrappen van deze zzp-constructies ook positieve reacties op binnen de Hogeschool Rotterdam. De voorzitter van de Centrale Medezeggenschapsraad stelt dat hij niets heeft tegen werken met zzp’ers als het om tijdelijke klussen als supervisie of afstudeerbegeleiding gaat, maar hij pleit ook al jaren voor het verkleinen van de flexibele schil.

Ook Raad van Bestuurslid Jan Roelof stelt “We hebben de afgelopen jaren een te grote flexibele schil opgebouwd. Dat moet omlaag, want flexwerkers hebben weinig binding met de studenten. Daarmee wil ik de mensen die het betreft niet diskwalificeren, die zijn op basis van hun vakkennis uitgenodigd een bijdrage te leveren aan het onderwijs. Maar we streven er echt naar docenten aan ons te binden, om professionalisering mogelijk te maken en daarmee de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. Het is nooit de bedoeling geweest om grote aantallen zzp’ers in te huren om vakken te geven die ook door docenten die we al in huis hebben verzorgd kunnen worden. Er is een praktijk ontstaan die niet goed is en daar komt nu terecht een einde aan. ” aldus het RvB lid op de nieuwswebsite van de Hogeschool.

Naschrift redactie: Er blijkt overigens wel degelijk net een modelovereenkomst voor onderwijsgevend personeel te zijn, zie hier. Maar blijkbaar is deze niet afdoende voor de HR.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags | 8s Reacties