De lessen van Brexit Geplaatst 24 juni 2016 door Bas van de Haterd Wat kan de verdeling van het stemgedrag bij de Brexit ons leren? Wat zijn duidelijke signalen die de statistiek van het stemmen meegeven die ook in de Nederlands maatschappij zichtbaar zijn. (meer…) Geplaatst in Column, Generaties | Laat een reactie achter
6 hacks om te focussen op wat jij echt belangrijk vindt Geplaatst 24 juni 2016 door Gastblogger Het is officieel zomer! De tijd van rust en ruimte is nabij. Of je nu naar school gaat, studeert of al aan het werk bent. De weken voor de zomer zijn altijd hectisch. Hoe drukker het is, hoe lastiger om focus aan te brengen. Lukt het jou om aandachtig te werken aan dat ene project, terwijl je tegelijk je studie nog moet afronden of er nog een lijst aan actiepunten open staat? Hoe houd je aandacht voor dat wat je echt belangrijk vindt? Komend najaar weer overvolle agenda’s, geen tijd voor jezelf en continu de ratrace bijbenen? De zomer is het ideale moment om daar wat aan te doen. 1. Sta vroeg op Het klinkt natuurlijk weinig populair. Vooral als je net van school komt. Of van de universiteit. Je bent dan juist gewend om laat naar bed te gaan. En ook wat later op te staan. Ik geef toe. Ook voor mij was dat lange tijd het geval. Maar ik zie nu ook dat de tijd verandert. Vanaf half acht ’s ochtends tot elf uur ’s avonds ontvang ik het ene berichtje na het andere. Ik wil voorkomen dat ik wakker word op een moment dat mijn halve netwerk al volop aan het werk is. Dat geeft het idee dat ik met een achterstand begin. Als ik vroeg opsta, voorkom ik dat de dag mij overkomt. 2. Durf achter te lopen Vorige zomer las ik het boek The 4-Hour Work Week van Tim Ferriss. Hij doet de suggestie om eens in de week e-mail te beantwoorden. En de rest weg te organiseren. Hij doet dat zelf door rules op te stellen. Dat vind ik persoonlijk ingewikkeld. Desondanks sprak het idee mij aan. Hoe kan ik de momenten dat ik mijn e-mail beantwoord batchen, oftewel samenvoegen, zodat het me op zo min mogelijk momenten steeds weer afleidt? Ik kies ervoor om achter te lopen. Ik besteed elke dag een half uur aan het beantwoorden van e-mail. Voor urgente zaken ben ik bereikbaar via telefoon, sms of Whatsapp. Mijn doel is om alle e-mails van de vorige dag weggewerkt te hebben. In de tussentijd check ik nooit mijn e-mail. Zo kan ik andere dingen aandachtig doen. 3. Leer tegenvallen Radicale keuzes maken helpt om gefocust te blijven. Stop met de dingen die vervelend zijn en zwaar voelen. Dan ontstaat er ruimte voor dingen die je belangrijk vindt. Het nemen van dit soort besluiten is makkelijker als je ondernemend in je werk staat. Het maken van radicale keuzes is lastig, omdat je dan tegenvalt bij anderen. En tegenvallen moet je leren, leerde ik van mijn collage Cora Smit. Oefen je erin door het vaker te doen. Michael Hyatt introduceerde de gewoonte ‘Quit Thursday’. Stop iedere donderdag met iets. Zodat het voor jou een gewoonte wordt, dat je niet alles afmaakt. Als het niet zinnig of leuk meer is, stop er dan mee. Als je doorgaat, heb je alleen jezelf er maar mee. Bekwaam jezelf in de kunst van het afzeggen. 4. Kijk naar verbetering Met mijn collega Theo Visser sprak ik in de zevende editie van mijn podcast Do I Have A Choice over mindset. Een mindset is jouw opvatting over je eigen ontwikkelbaarheid. Met andere woorden. Ben je gericht op ‘de beste zijn’ of op ‘beter worden’. De manier waarop je naar jezelf kijkt en naar je eigen ontwikkeling heeft invloed op hoe je met tegenslag omgaat. Word je daar teveel door afgeleid? Dan ontneemt het focus. In de statische mindset is falen een teken dat je geen aanleg hebt. In een groeimindset is falen een teken dat je nog niet de juiste strategie heb gevonden. Hoe ga jij om met tegenslagen? Praat jezelf niet aan dat je geen aanleg hebt. Stukje bij beetje verbeteren. Dat geeft energie. 5. Ga bewegen Mentale focus, vraagt om fysieke focus. Ik draag nu ongeveer een jaar een Apple Watch. Dit apparaatje geeft mij directe feedback op mijn fysieke beweging. Waarom dat belangrijk is? Je bent mentaal sterker en ook veerkrachtiger wanneer je fysiek ook goed in je vel zit. Welke fysieke activiteit geeft jou energie? De een maakt een wandeling. De ander gaat windsurfen. Voor mij is het een potje boksen. Of voetballen met mijn zoontjes. Je hebt maar een batterij. Daar moet je goed mee omgaan. 6. Plan tijd met jezelf Hoe ziet jouw agenda eruit? Jouw agenda is de manier waarop je jouw ambities en idealen verwezenlijkt. Je kunt wel dromen. En daarop gericht willen zijn. Maar als je geen tijd inruimt om er gestalte aan te geven dan gebeurt er niets mee. De grote valkuil is dat jouw agenda alleen maar afspraken met anderen bevat. Dan heb je dus nooit tijd voor jezelf. Plan tijd voor jezelf: schrijftijd, lummeltijd, opruimtijd, denktijd, brainstormtijd. Gewoon in je agenda zetten. Anders plant iemand anders het zomaar weer vol met afspraken die vooral voor anderen belangrijk zijn. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags ondernemerschap, persoonlijke ontwikkeling, tips | Laat een reactie achter
Update flexbarometer: Aantal vaste banen stijgt, aantal flexbanen daalt. Geplaatst 23 juni 2016 door Hugo-Jan Ruts Het aantal vaste banen is aan het stijgen, terwijl gelijktijdig het aantal flexibele banen daalt. Daarmee wordt een trend van de afgelopen jaren gebroken. Het aantal zzp’ers blijft zo goed als stabiel. Dit blijkt uit de verse cijfers over het eerste kwartaal 2016, verzameld door de Flexbarometer een initiatief van TNO, de ABU en FNV. De Flexbarometer bundelt op een handiger manier verschillende CBS cijfers. Zo geeft de onderstaande infografic een inzichtelijk beeld over de (grote) verschillen tussen de verschillende groepen in de arbeidsmarkt. Dat zzp’ers gemiddeld hoger opgeleid zijn en wat ouder dan de medewerkers in vaste dienst wordt hier nog eens bevestigd. Net als dat er verhoudingsgewijs veel meer mannen zzp’ers (of zmp’er, met personeel) zijn. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags arbeidsmarkt, cijfers, onderzoek | Laat een reactie achter
Interim markt anno 2016. Een sector in ontwikkeling Geplaatst 23 juni 2016 door Piet Hein de Sonnaville Gisteren publiceerde Schaekel & Partner haar 13e Interim Index. Piet Hein de Sonnaville van Schaekel over dat onderzoek en zijn duiding van de resultaten. Een sector in ontwikkeling zou een conclusie kunnen zijn, na het lezen van het 13e Interim Index onderzoek. Maar een sector in ontwikkeling verandert en is ‘op weg naar’. Kijkend naar trends en de andere Interim Index rapporten, zou ook de conclusie kunnen zijn: een volwassen sector is gevormd. Een sector die op onderdelen conjunctuurgevoelig is (tarief, vraag) en op onderdelen juist niet (mate van tevredenheid, verschillen tussen jong/oud). Het voordeel van deze reeks onderzoeken is dat wij redelijk goed in staat zijn trends van feiten te onderscheiden en daardoor tijdelijke en blijvende elementen weten te duiden en aan te wijzen. Een ervan, jong/oud. Niet heel verrassend, maar wel steeds terugkomend. De een (jong) heeft een ander profiel en andere bezettingsgraad. Niet nieuw. Wel nieuw is dat het distributiekanaal voor het verwerven van opdrachten verschilt: jong werkt meer met bureaus dan oud. Bij nader inzien verklaarbaar. Enerzijds vanwege het nog bescheiden netwerk dat jongeren hebben ten aanzien van opdrachtgevers. Anderzijds vanwege de volwassenheid van de propositie die ouderen iets meer hebben dan jongeren. Noem het de lessons learned. Verschillen tussen oud en jong Er zijn meer opvallende punten tussen oud en jong. De reden om te kiezen voor het zelfstandig ondernemerschap. Jong opteert voor vrijheid, flexibiliteit en de financiële beloning. Opvallend is dat die laatste geen groot percentage is (14%). Ook is het soort opleiding verschillend: jong binnen het vakgebied, oud wat meer daarbuiten. Het overall beeld ontstaat dat de verschillen tussen markten, gender, functionele gebieden niet zo groot zijn ten opzichte van de verschillen tussen jong en oud. Maatschappelijk een zorgelijk feit, waarbij wij geen signalen zien dat trends en ontwikkelingen een andere kant opgaan. Onze visie op de levensloop van de manager wordt hiermee steeds actueler. Wij blijven volharen in de visie dat ondernemerschap en interim activiteiten in de middenfase van een loopbaan juist prima tot zijn recht komen. Daarvoor of daarna kan, maar kansen op een succesvol bestaan zijn kleiner. Dit onderzoek toont wederom aan dat cijfers in dezelfde richting wijzen. Ook nu weer zien we dat bijna ¾ van de populatie in opdracht is. Ziet hier nog rek in? Wij denken van wel. Uit ervaring weten wij dat interim managers met goed gevoel voor inhoud, markt en ondernemerschap van opdracht naar opdracht rollen, met soms maar enkele dagen leegloop ertussen. Deze groep wordt steeds groter, waardoor per saldo de bezettingsgraden zullen stijgen, zoals we dat nu zien bij mensen in de leeftijd van 35 tot 45 jaar. Goed ondernemerschap basisvoorwaarde Als er een ding is dat dit onderzoek ons leert, is dat goed ondernemerschap een basisvoorwaarde is om succesvol in deze markt te opereren. Wij zien dat de totale doelgroep ten opzichte van 4 jaar geleden veel beter scoort op dit element. Toch is er een element dat minder scoort: de bestede tijd aan acquisitie. In tijden dat de bezettingsgraad hoger is gaat dit ten koste van andere zaken. Korte en lange termijn focus verschillen klaarblijkelijk. Als er een punt is waarop valkuilen te vinden zijn, dan is dat deze. Goede ondernemers laten zich niet leiden door de waan van de dag en kijken naar morgen. Acquisitie en tijdsbesteding aan klantgesprekken zijn zaken waarop je nooit moet ‘bezuinigen’. Hoe begrijpelijk dat velen in goede tijden kiezen voor extra omzet, toch leert de praktijk dat in termen van kosten en baten niet moet worden gesneden in (nieuwe) contactmomenten met potentiele opdrachtgevers. Het overall beeld op de interim markt blijft positief, net als vorig jaar. Kijken we naar de sectoren, dan valt de overheid op. 43% van de respondenten verwacht een stijging van de vraag, slechts 8% verwacht een daling. Effect Wet DBA en Wet Normering Topinkomens Hoewel de wet DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties) nog pril is, lijkt deze nauwelijks voor belemmeringen te gaan zorgen. Op basis van de onderzoeksresultaten kunnen wij (voorzichtig) vaststellen dat de wetgeving rondom de WNT (Wet Normering Topinkomens) zijn werk doet. Het onderzoek laat zien dat tarieven voor top-interim managers in de overheid rond € 110,- liggen. 71% van de respondenten verwacht dat de tarieven het komende halfjaar gelijk blijven. Ook relevant is de gemiddelde opdrachtduur in de overheid, deze bedraagt 13 maanden. Een kentering ten opzichte van een jaar geleden: wij zien dit jaar voor het eerst dat de overheid niet de langste opdrachtduur kent ten opzichte van de andere sectoren. De grote verschillen tussen sectoren vereisen dat managers meer wendbaar moeten zijn voor wat betreft hun marktfocus. Voor de overheid kan dit gunstig uitpakken. Specialistische kennis uit andere markten kan snel worden verkregen, tegen een gemiddeld lager uurtarief. Managers hebben feitelijk de keuze tussen leegloop in de ‘eigen’ markt, of zich aanpassen aan andere markten, waar lagere tarieven van toepassing zijn. Wij zien dat velen kiezen voor de laatste optie. Ook nu weer de bevestiging van de rol van sociale media als vraagbaak. Het percentage dat aangeeft juist via dit kanaal opdrachten te verwerven, blijft klein. We zijn nu zo ver gevorderd in de volwassenheid van dit medium dat we voorzichtige conclusies hierover mogen trekken. Vraag en aanbod treft elkaar persoonlijk, in een gesprek, aan tafel. Omzet: een gevoelig thema Uurtarief versus jaaromzet. Een -maatschappelijk- gevoelig thema. Uurtarieven wekken weerstand, zo weten wij uit ervaring, wanneer deze hoger zijn dan € 100/110 per uur. Het gemiddelde tarief zoals dat zich in dit onderzoek openbaart, valt in deze categorie, zij het niet voor iedere markt. Toch is het beeld anders wanneer de jaaromzet ter tafel komt. Uit deze omzet (die rond de € 120.000 per jaar ligt) moeten alle bij het vakgebied behorende kosten betaald worden. Wat daarna resteert, is een fraai resultaat, maar toch geenszins een bedrag dat exorbitant of buitensporig is. Het blijft ruimschoots binnen de WNTnormen en afgemeten tegen salarislevels op middelmanagementniveau kan dat de toets der vergelijking ruimschoots volstaan. Eens te meer blijkt ook hier de volwassenheid van de markt uit: een prima, volwaardig beloningsmodel, maar ook niet meer dan dat. Opvallend ook zijn de verschillen tussen de sectoren. Als aangegeven de overheid, die terug is. Maar ook opvallend is de financiële sector, die vrijwel gelijk blijft in de indices, waar andere markten betere cijfers laten zien. We zien dit 44 Interim Index 13 ook terug in het aantal mensen in opdracht. Ruim 1/3 van de populatie uit het FS-segment heeft geen opdracht. Wij verwachten dat ook de tarifering, die nu nog tot een van de hoogste behoort, een neerwaartse trend zal gaan volgen. Het is duidelijk dat deze sector zich in een krimpscenario bevindt. Wij zien dit ook terug bij het aantal mensen dat verzekerd is tegen arbeidsongeschiktheid: het percentage is fors gedaald ten opzichte van 5 jaar geleden. Met de opbouw van een pensioen bij een verzekeraar is het al niet anders. Aanvullende activiteiten. Te zien is dat minder mensen aanvullende activiteiten hebben. Dat is ook minder nodig dan vorige jaren, omdat de markten herstellen. Enerzijds verheugend omdat focus en richting eendimensionaal is, anderzijds geven additionele activiteiten ook andere inzichten en geven ook blijk van ondernemerschap. Opwaartse trend Concluderend kun je stellen dat de trend in veel opzichten, voor veel markten en voor vrijwel alle functionele gebieden opwaarts is. Niet zo sterk als vorig jaar, maar wel een stijgende lijn. Dat is goed nieuws en getuigt van stabiele groei, die minder piekmatig verloopt dan velen verwachten. Onze verwachting is dat dit doorzet. Wel zullen steeds grotere verschillen binnen en tussen markten en sectoren zijn waar te nemen. Echte schaarste is aanwezig in met name onderdelen van sommige functionele gebieden (ICT), maar is nog uitzonderlijk. In de door ons onderzochte doelgroep zal voorlopig geen sprake zijn van nijpende tekorten die zich vertalen in torenhoge tarieven. Goed ondernemerschap ten spijt. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags interim management, marktonderzoek | Laat een reactie achter
Interim Index 13: Interim managers blijvend optimistisch, zeker in overheidssector. Geplaatst 22 juni 2016 door Hugo-Jan Ruts De markt voor hoogopgeleide interim managers laat steeds grotere verschillen binnen diverse markten zien. Dat blijkt uit de 13e editie van de Interim Index van Schaekel & Partners en Nyenrode Business Universiteit. De overheidssector doet het goed, andere sectoren laten een (iets) minder positief beeld zien. Bij de overheid wordt, anders dan in vorige jaren, een sterke stijging van de vraag verwacht. Ondanks de WNT en DBA-wetgeving. Daarnaast zijn de meeste overheids top-interim managers actief in een opdracht. Positieve trends In het onderzoek van Schaekel & Partners geven 457 interim managers – actief op management- en directieniveau – hun visie op hoe de markt zich ontwikkeld. Naast sectorverschillen, zijn er ook duidelijke verschillen tussen leeftijdscategorieën. Een greep uit de belangrijkste resultaten uit het onderzoek. De respondenten zijn positief over de toekomst. 44% verwacht een stijgend aantal opdrachten.De leeftijdscategorie 35-44 jaar is het meest positief, 55% verwacht een stijging van de vraag. Naarmate de leeftijd van de respondenten stijgt, wordt de verwachting stapsgewijs minder positief (43%). Over de verwachte vraag naar project- en programmamanagers zijn de respondenten het meest positief. Bron: Interim Index 13, Schaekel & Partners, 2016 72% van de respondenten was ten tijde van het onderzoek in opdracht, de leeftijdscategorie 35-44 jaar heeft hoogste bezettingsgraad: 90%. Het gemiddelde uurtarief van de totale responsgroep bedraagt 123 euro. Hierbij zijn er veel verschillen tussen sectoren en tussen leeftijden. Het gemiddelde tarief in de leeftijdscategorie 35-44 jaar ligt op 108 euro, 45-54 jaar op 125 euro en bij de categorie 55-65 jaar: 121 euro. De meerderheid (65%) verwacht dat het tarief in het komend jaar nagenoeg gelijk zal blijven. Verreweg de meeste interim-managers werken nog steeds op basis van een vast uurtarief. Een in een eerder onderzoek geconstateerde trend naar nieuwe verdienmodellen zet niet door. De gemiddelde opdrachtduur: 12,5 maanden (een stabiel getal door de jaren heen), de gemiddelde tijdsbesteding is 3,9 dagen per week. Netwerk blijft belangrijk acquisitiekanaal Voor de respondenten duurt het gemiddeld 8,5 week totdat een nieuwe opdracht is verworven. Persoonlijke netwerk blijft het belangrijkste kanaal om opdrachten te verwerven (71%). Social media en marktplaatsen worden iets vaker genoemd de afgelopen onderzoeken, maar spelen nog geen grote rol (in totaal 7%). 28% van de jongere respondenten (35-44 jaar) geeft aan gebruik te maken van een intermediair. Naarmate de leeftijd hoger wordt neemt dit af (45-54 jaar: 26% en 55-65 jaar: 20%). Dat geldt ook ten aanzien van het gebruiken maken van marktplaatsen en social media. 7% van de 45-54 jarige heeft de opdracht aan die kanalen te danken, voor de 55-65 jarig is dat maar 3%. Voor het persoonlijke netwerk geldt het omgekeerde. Naarmate de respondenten ouder zijn, wordt het persoonlijke netwerk steeds vaker genoemd als kanaal om opdrachten te verwerven. Overwegen de respondenten een vast dienstverband aan te gaan wanneer hen dit wordt aangeboden? Dat geeft toch wel een opvallend hoog cijfers. De helft van de respondenten zegt te kiezen voor een vaste baan wanneer deze wordt aangeboden. Interim-managers in de sectoren Overheid (55%) en zorg (63%) houden meer dan in andere sectoren liever vast aan het zelfstandig dienstverband. De jongere respondenten geven vaker dan de ouderen aan zelfstandig ondernemer te blijven wanneer hen een dienstverband wordt aangeboden. Startmotieven 2012 – 2016 Omdat Schaekel dit onderzoek nu al een aantal jaren doet, zijn er interessante vergelijkingen te maken met vorige onderzoeken. Bijvoorbeeld naar het motief om als zelfstandig ondernemer te starten. In het onderzoek worden resultaten uit 2012 vergeleken met 2016 Autonomie en vrijheid/flexibiliteit blijven de belangrijkste redenen. Betere financiële beloning (in top 3 van belangrijkste redenen 2012) wordt nu veel minder genoemd als reden om voor het zelfstandig ondernemerschap te kiezen (van 16,1% naar 9%) Meer variëteit in werkzaamheden scoort ten opzichte van 2012 aanzienlijk hoger (van 8,8% naar 15%). 3e plaats in 2016. bron: Interim Index 13, Schaekel & Partners, 2016 Opvallend is tot slot nog dat het steeds minder respondenten geven aan verzekerd te zijn tegen arbeidsongeschiktheid. Vanaf 2011 een dalende lijn: 60% (2011), 54% (2012), 46% (2016). Het volledige onderzoek van meer dan 50 pagina’s is hier te vinden en geeft onder andere ook gedetailleerde analyses op sector niveau. Geplaatst in Professioneel inhuren, ZP en Ondernemen | Tags interim management, onderzoek | 1 Reactie
ZZP-beleid en de politiek. Er valt wat te kiezen. Geplaatst 21 juni 2016 door Hugo-Jan Ruts Zelfstandig ondernemer of zelfstandig werkende. De noodzaak van collectiviteit of de vrije keuze. Twee variabelen die centraal staan in het debat over (en soms met) de zzp’er over welke plek die de zzp’ers in het stelsel van pensioen en verzekeringen moeten hebben. Een debat dat, met de verkiezingen in aankomst, na de zomer vast en zeker gaat losbarsten. Op het jubileumcongres van ZZP Nederland gaven vier Tweede Kamerleden alvast een voorproefje. Er valt wat te kiezen. Wet DBA Mei Li Vos (PvdA), Steven van Weyenberg (D66), Pieter Heerma (CDA) en Erik Ziengs (VVD) kregen van ZZP Nederland afgelopen vrijdag het podium om hun visie te geven over waar het naar toe moet met ‘de zzp’er’. Hoewel, dat het weinig zin heeft om het over ‘dé zzp’er’ te hebben, daar is Den Haag wel van doorgedrongen. Immers, een eenduidig beleid voor zowel de pakketjesbezorgers van PostNL, de bijklussende webshop-beheerder, de zelfstandige vakman, de medisch specialist en de zelfstandige interim professionals, dat valt zo goed als niet te doen. Schijnzelfstandigheid. Ja, daar is iedereen tegen, al heeft niemand een goed en duidelijk beeld over wat schijnzelfstandigheid nu precies is. Laat staan hoeveel ‘schijnzelfstandigen’ er daadwerkelijk zijn. Vanzelfsprekend kwamen, in dat kader, de effecten van de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet DBA) ter sprake. “Er zijn veel spookverhalen over de Wet DBA, deels de wereld in geholpen door partijen die daar belang bij hebben”, zo stelde Pieter Hazekamp de Directeur Generaal van het Ministerie van Financiën voorafgaand aan het debat. De Tweede Kamer leden zijn daar nog niet gerust op. Volgens Ziengs (VVD) raakt de Wet DBA vooral zelfstandigen waar het niet bedoeld is. Heerma (CDA) beschreef het als het waterbedeffect: “Je drukt op ene plek en gelijk ontstaan er elders nieuwe problemen”. Van Weyenberg (D66) hekelt het doel om het aantal zzp’ers te verminderen en faveure van meer vaste banen: “Het is een misvatting dat wanneer je het zzp’ers lastig maakt er dan meer banen ontstaan.” Breed debat, verschillende visies Wat bij de Wet DBA knelt is het ontbreken van een integrale visie op de arbeidsmarkt, de positie van de zzp’er en het feit dat de Wet DBA gebouwd is op een volstrekt verouderd wettelijk kader. Dat brede debat is hard nodig. Naast de Wet DBA maken veel politici en beleidsmakers zich zorgen over het feit dat het merendeel van de zzp’ers zich niet (voldoende) verzekerd voor arbeidsongeschiktheid en pensioen. Daarnaast heeft de zelfstandigenaftrek een ontwrichtende werking op met name de onderste cao-schalen c.q. lagere tarieven en komt hij deels terecht waar (aanvankelijk doel: inkomensondersteuning voor kleine zelfstandigen die het lastig hebben) bij zelfstandigen die zo’n ‘inkomensondersteuning’ niet echt nodig hebben. Hoe groot deze problemen nu werkelijk zijn en vooral hoe dat op te lossen valt, daarover verschillen de politieke partijen flink van mening. Gelukkig maar, zo valt er wat te kiezen. Die verschillen zijn tamelijk overzichtelijk. Een aantal uitspraken tijdens het ZZP Nederland congres op een rij gezet: “Een betaalbaar systeem voor pensioen/verzekeringen kan alleen als iedereen er aan meedoet” zo stelt Mei Li Vos (PvdA). Pieter Heerma van het CDA zit daar tamelijk dicht bij: “Zonder verplichte verzekering en zonder acceptatieplicht van de verzekeringsmaatschappijen redden we het niet. Die uitruil is nodig om de positie van de zzp’ers te verbeteren.” Erik Ziengs, VVD, reageert met: “Ik krijg gelijk kriebels in mijn nek bij het woord ‘verplicht’. Ondernemers willen keuzes kunnen maken“. Steven van Weyenberg (D66) wil niet verplichten maar verleiden: “De drempels om mee te kunnen doen aan een collectief stelsel moeten veel lager. ” Daarmee hoopt hij dat een verplichting niet nodig is. Gezien het aantal zetels in de peiling was het relevant geweest om te weten hoe de PVV in dit debat staat. Ware het niet dat we de PVV nog niet op een werkelijk standpunt over de zzp’ers hebben kunnen betrappen. Ze hebben de coalitie in de Eerste Kamer aan een meerderheid voor de Wet DBA geholpen, maar ook toen zonder inhoudelijke argumenten. Collectiviteit of individualiteit De standpunten van de aanwezige Kamerleden vallen overzichtelijk in te delen over de as ‘collectiviteit versus individualiteit’. In hoeverre moet je mensen beschermen tegen hun eigen keuzes? En is een collectief stelsel wel betaalbaar zonder verplichte deelname? Of past individuele keuzevrijheid niet veel meer bij de 21ste eeuwse maatschappij en dan net name bij de zelfstandigen? Los van wat een zelfstandige zelf het beste uitkomt, zal de keuze hierin ook afhangen van de eigen maatschappijvisie. Zelfstandige ondernemer of zelfstandig werkende Een andere as van verschillen is wie of wat een zzp’er nu eigenlijk is. Een zelfstandige ondernemer of een zelfstandig werkende? De nieuwe ondernemer (zonder behoefte personeel in dienst te hebben) of de nieuwe flexibele werknemer (waarvan het grootste verschil met werknemers vooral de contractvorm is)? Ook hier liggen keuzes. De ondernemer zal mogelijk geneigd zijn te kiezen voor regelvrijheid en individualiteit. Voor hen een opt-out systeem qua sociaal stelstel wellicht, maar dan ook zonder een oneindig fiscale ondersteuning? Zelfstandig werkenden hebben waarschijnlijk meer behoefte en belang aan een collectief stelsel (in ruil voor fiscale voordelen?) en mogelijk zelfs collectieve tariefafspraken om misbruik tegen te gaan. Om het nog wat ingewikkelder te maken: lang niet elke zelfstandig ondernemer voelt zich senang bij een individualistisch stelsel. Een deel van de ‘zelfstandig werkenden’ ziet zichzelf toch echt als ondernemer. Ondernemersclub of vakbond Zoals gezegd: er valt wat te kiezen. Tussen politieke partijen, maar in toenemende mate ook tussen belangenbehartigers. De ooit gekoesterde wens om tot een groot en eenduidig zzp-front te komen is definitief van de baan. ZZP Nederland neemt met ‘pay-off’ ‘de ondernemende vakman’ en haar Visieprogramma 2016-2020 alvast een heldere positie in. Dat visieprogramma is een reactie op het IBO-zzp beleidsonderzoek, waarover het debat met de Kamer helaas nog steeds niet is ingepland. ZZP Nederland staat voor een stevige collectieve belangenbehartiging, de zzp’er als derde peiler naast werkgevers en werknemers en regulering om schijnzelfstandigheid tegen te gaan. Geen verplichte verzekering, wel een collectief pensioen voor zzp’ers. Op dezelfde dag als het congres van ZZP Nederland kondigde FNV Zelfstandigen een volledige fusie met de FNV aan. Een stap waar her en der wat meesmuilend over werd gedaan. Want, wat moet een zelfstandig ondernemer nu bij een vakbond? Toch is het ook verstandig dat de FNV Zelfstandigen nu kiest en zo kleur bekent. Een ondernemersclub in het straatje van Ziengs zou het toch nooit worden en in het bovengenoemd speelveld is ruimte voor verschillende posities. Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags politiek, zzp-beleid | 2s Reacties