Interim Index 13: Interim managers blijvend optimistisch, zeker in overheidssector.

Het gaat goed met de markt voor interim-managers. Maar de verschillende tussen sectoren en leeftijdscategorien worden groter en groter. De resultaten van de Interim Index 13 van Schaekel & Partners.

De markt voor hoogopgeleide interim managers laat steeds grotere verschillen binnen diverse markten zien. Dat blijkt uit de 13e editie van de Interim Index van Schaekel & Partners en Nyenrode Business Universiteit. De overheidssector doet het goed, andere sectoren laten een (iets) minder positief beeld zien. Bij de overheid wordt, anders dan in vorige jaren, een sterke stijging van de vraag verwacht. Ondanks de WNT en DBA-wetgeving. Daarnaast zijn de meeste overheids top-interim managers actief in een opdracht.

Positieve trends

In het onderzoek van Schaekel & Partners geven 457 interim managers – actief op management- en directieniveau – hun visie op hoe de markt zich ontwikkeld.  Naast sectorverschillen, zijn er ook duidelijke verschillen tussen leeftijdscategorieën.

Een greep uit de belangrijkste resultaten uit het onderzoek.

  • De respondenten zijn positief over de toekomst. 44% verwacht een stijgend aantal opdrachten.De leeftijdscategorie 35-44 jaar is het meest positief, 55% verwacht een stijging van de vraag. Naarmate de leeftijd van de respondenten stijgt, wordt de verwachting stapsgewijs minder positief (43%). Over de verwachte vraag naar project- en programmamanagers zijn de respondenten het meest positief.
Vertrouwen interim markt
Bron: Interim Index 13, Schaekel & Partners, 2016
  • 72% van de respondenten was ten tijde van het onderzoek in opdracht, de leeftijdscategorie 35-44 jaar heeft hoogste bezettingsgraad: 90%.
  • Het gemiddelde uurtarief van de totale responsgroep bedraagt 123 euro. Hierbij zijn er veel verschillen tussen sectoren en tussen leeftijden. Het gemiddelde tarief in de leeftijdscategorie 35-44 jaar ligt op 108 euro, 45-54 jaar op 125 euro en bij de categorie 55-65 jaar: 121 euro.
  • De meerderheid (65%) verwacht dat het tarief in het komend jaar nagenoeg gelijk zal blijven. Verreweg de meeste interim-managers werken nog steeds op basis van een vast uurtarief. Een in een eerder onderzoek geconstateerde trend naar nieuwe verdienmodellen zet niet door.
  • De gemiddelde opdrachtduur: 12,5 maanden (een stabiel getal door de jaren heen), de gemiddelde tijdsbesteding is 3,9 dagen per week.

Rollen-van-interim-managers

Netwerk blijft belangrijk acquisitiekanaal

Voor de respondenten duurt het gemiddeld 8,5 week totdat een nieuwe opdracht is verworven. Persoonlijke netwerk blijft het belangrijkste kanaal om opdrachten te verwerven (71%). Social media en marktplaatsen worden iets vaker genoemd de afgelopen onderzoeken, maar spelen nog geen grote rol (in totaal 7%).

28% van de jongere respondenten (35-44 jaar) geeft aan gebruik te maken van een intermediair. Naarmate de leeftijd hoger wordt neemt dit af (45-54 jaar: 26% en 55-65 jaar: 20%). Dat geldt ook ten aanzien van het gebruiken maken van marktplaatsen en social media. 7% van de 45-54 jarige heeft de opdracht aan die kanalen te danken, voor de 55-65 jarig is dat maar 3%. Voor het persoonlijke netwerk geldt het omgekeerde. Naarmate de respondenten ouder zijn, wordt het persoonlijke netwerk steeds vaker genoemd als kanaal om opdrachten te verwerven.

Overwegen de respondenten een vast dienstverband aan te gaan wanneer hen dit wordt aangeboden? Dat geeft toch wel een opvallend hoog cijfers. De helft van de respondenten zegt te kiezen voor een vaste baan wanneer deze wordt aangeboden.  Interim-managers in de sectoren Overheid (55%) en zorg (63%) houden meer dan in andere sectoren liever vast aan het zelfstandig dienstverband.  De jongere respondenten geven vaker dan de ouderen aan zelfstandig ondernemer te blijven wanneer hen een dienstverband wordt aangeboden.

Startmotieven 2012 – 2016

Omdat Schaekel dit onderzoek nu al een aantal jaren doet, zijn er interessante vergelijkingen te maken met vorige onderzoeken. Bijvoorbeeld naar het motief om als zelfstandig ondernemer te starten.  In het onderzoek worden resultaten uit 2012 vergeleken met 2016

  • Autonomie en vrijheid/flexibiliteit blijven de belangrijkste redenen.
  • Betere financiële beloning (in top 3 van belangrijkste redenen 2012) wordt nu veel minder genoemd als reden om voor het zelfstandig ondernemerschap te kiezen (van 16,1% naar 9%)
  • Meer variëteit in werkzaamheden scoort ten opzichte van 2012 aanzienlijk hoger (van 8,8% naar 15%). 3e plaats in 2016.
bron: Interim Index 13, Schaekel & Partners, 2016

Opvallend is tot slot nog dat het steeds minder respondenten geven aan verzekerd te zijn tegen arbeidsongeschiktheid. Vanaf 2011 een dalende lijn: 60% (2011), 54% (2012), 46% (2016).

Het volledige onderzoek van meer dan 50 pagina’s is hier te vinden en geeft onder andere ook gedetailleerde analyses op sector niveau.

Hugo-Jan Ruts is 'editor-in-chief' en uitgever van ZiPconomy. Bekijk alle berichten van Hugo-Jan Ruts

Eén reactie op dit bericht