"Exploring the future of work & the freelance economy"

Interim markt anno 2016. Een sector in ontwikkeling

Gisteren publiceerde Schaekel & Partner haar 13e Interim Index. Piet Hein de Sonnaville van Schaekel over dat onderzoek en zijn duiding van de resultaten.

Gisteren publiceerde Schaekel & Partner haar 13e Interim Index. Piet Hein de Sonnaville van Schaekel over dat onderzoek en zijn duiding van de resultaten.

Een sector in ontwikkeling zou een conclusie kunnen zijn, na het lezen van het 13e Interim Index onderzoek. Maar een sector in ontwikkeling verandert en is ‘op weg naar’. Kijkend naar trends en de andere Interim Index rapporten, zou ook de conclusie kunnen zijn: een volwassen sector is gevormd. Een sector die op onderdelen conjunctuurgevoelig is (tarief, vraag) en op onderdelen juist niet (mate van tevredenheid, verschillen tussen jong/oud).

Het voordeel van deze reeks onderzoeken is dat wij redelijk goed in staat zijn trends van feiten te onderscheiden en daardoor tijdelijke en blijvende elementen weten te duiden en aan te wijzen. Een ervan, jong/oud. Niet heel verrassend, maar wel steeds terugkomend. De een (jong) heeft een ander profiel en andere bezettingsgraad. Niet nieuw. Wel nieuw is dat het distributiekanaal voor het verwerven van opdrachten verschilt: jong werkt meer met bureaus dan oud. Bij nader inzien verklaarbaar. Enerzijds vanwege het nog bescheiden netwerk dat jongeren hebben ten aanzien van opdrachtgevers. Anderzijds vanwege de volwassenheid van de propositie die ouderen iets meer hebben dan jongeren. Noem het de lessons learned.

Verschillen tussen oud en jong

Er zijn meer opvallende punten tussen oud en jong. De reden om te kiezen voor het zelfstandig ondernemerschap. Jong opteert voor vrijheid, flexibiliteit en de financiële beloning. Opvallend is dat die laatste geen groot percentage is (14%). Ook is het soort opleiding verschillend: jong binnen het vakgebied, oud wat meer daarbuiten. Het overall beeld ontstaat dat de verschillen tussen markten, gender, functionele gebieden niet zo groot zijn ten opzichte van de verschillen tussen jong en oud.

Maatschappelijk een zorgelijk feit, waarbij wij geen signalen zien dat trends en ontwikkelingen een andere kant opgaan. Onze visie op de levensloop van de manager wordt hiermee steeds actueler. Wij blijven volharen in de visie dat ondernemerschap en interim activiteiten in de middenfase van een loopbaan juist prima tot zijn recht komen. Daarvoor of daarna kan, maar kansen op een succesvol bestaan zijn kleiner.

Dit onderzoek toont wederom aan dat cijfers in dezelfde richting wijzen. Ook nu weer zien we dat bijna ¾ van de populatie in opdracht is. Ziet hier nog rek in? Wij denken van wel. Uit ervaring weten wij dat interim managers met goed gevoel voor inhoud, markt en ondernemerschap van opdracht naar opdracht rollen, met soms maar enkele dagen leegloop ertussen. Deze groep wordt steeds groter, waardoor per saldo de bezettingsgraden zullen stijgen, zoals we dat nu zien bij mensen in de leeftijd van 35 tot 45 jaar.

Goed ondernemerschap basisvoorwaarde

Als er een ding is dat dit onderzoek ons leert, is dat goed ondernemerschap een basisvoorwaarde is om succesvol in deze markt te opereren. Wij zien dat de totale doelgroep ten opzichte van 4 jaar geleden veel beter scoort op dit element. Toch is er een element dat minder scoort: de bestede tijd aan acquisitie. In tijden dat de bezettingsgraad hoger is gaat dit ten koste van andere zaken. Korte en lange termijn focus verschillen klaarblijkelijk. Als er een punt is waarop valkuilen te vinden zijn, dan is dat deze.

Goede ondernemers laten zich niet leiden door de waan van de dag en kijken naar morgen. Acquisitie en tijdsbesteding aan klantgesprekken zijn zaken waarop je nooit moet ‘bezuinigen’. Hoe begrijpelijk dat velen in goede tijden kiezen voor extra omzet, toch leert de praktijk dat in termen van kosten en baten niet moet worden gesneden in
(nieuwe) contactmomenten met potentiele opdrachtgevers. Het overall beeld op de interim markt blijft positief, net als vorig jaar. Kijken we naar de sectoren, dan valt de overheid op. 43% van de respondenten verwacht een stijging van de vraag, slechts 8% verwacht een daling.

Effect Wet DBA en Wet Normering Topinkomens

Hoewel de wet DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties) nog pril is, lijkt deze nauwelijks voor belemmeringen te gaan zorgen. Op basis van de onderzoeksresultaten kunnen wij (voorzichtig) vaststellen dat de wetgeving rondom de WNT (Wet Normering Topinkomens) zijn werk doet. Het onderzoek laat zien dat tarieven voor top-interim managers in de overheid rond € 110,- liggen. 71% van de respondenten verwacht dat de tarieven het komende halfjaar gelijk blijven. Ook relevant is de gemiddelde opdrachtduur in de overheid, deze bedraagt 13 maanden. Een kentering ten opzichte van een jaar geleden: wij zien dit jaar voor het eerst dat de overheid niet de langste opdrachtduur kent ten opzichte van de andere sectoren.

De grote verschillen tussen sectoren vereisen dat managers meer wendbaar moeten zijn voor wat betreft hun marktfocus. Voor de overheid kan dit gunstig uitpakken. Specialistische kennis uit andere markten kan snel worden verkregen, tegen een gemiddeld lager uurtarief. Managers hebben feitelijk de keuze tussen leegloop in de ‘eigen’ markt, of zich aanpassen aan andere markten, waar lagere tarieven van toepassing zijn. Wij zien dat velen kiezen voor de laatste optie.

Ook nu weer de bevestiging van de rol van sociale media als vraagbaak. Het percentage dat aangeeft juist via dit kanaal opdrachten te verwerven, blijft klein. We zijn nu zo ver gevorderd in de volwassenheid van dit medium dat we voorzichtige conclusies hierover mogen trekken. Vraag en aanbod treft elkaar persoonlijk, in een gesprek, aan tafel.

Omzet: een gevoelig thema

Uurtarief versus jaaromzet. Een -maatschappelijk- gevoelig thema. Uurtarieven wekken weerstand, zo weten wij uit ervaring, wanneer deze hoger zijn dan € 100/110 per
uur. Het gemiddelde tarief zoals dat zich in dit onderzoek openbaart, valt in deze categorie, zij het niet voor iedere markt. Toch is het beeld anders wanneer de jaaromzet ter tafel komt. Uit deze omzet (die rond de € 120.000 per jaar ligt) moeten alle bij het vakgebied behorende kosten betaald worden. Wat daarna resteert, is een fraai resultaat, maar toch geenszins een bedrag dat exorbitant of buitensporig is. Het blijft ruimschoots binnen de WNTnormen en afgemeten tegen salarislevels op middelmanagementniveau kan dat de toets der vergelijking ruimschoots volstaan. Eens te meer blijkt ook hier de volwassenheid van de markt uit: een prima, volwaardig beloningsmodel, maar ook niet meer dan dat.

Opvallend ook zijn de verschillen tussen de sectoren. Als aangegeven de overheid, die terug is. Maar ook opvallend is de financiële sector, die vrijwel gelijk blijft in de indices, waar andere markten betere cijfers laten zien. We zien dit 44 Interim Index 13 ook terug in het aantal mensen in opdracht. Ruim 1/3 van de populatie uit het FS-segment heeft geen opdracht. Wij verwachten dat ook de tarifering, die nu nog tot een van de hoogste behoort, een neerwaartse trend zal gaan volgen.

Het is duidelijk dat deze sector zich in een krimpscenario bevindt. Wij zien dit ook terug bij het aantal mensen dat verzekerd is tegen arbeidsongeschiktheid: het percentage is fors gedaald ten opzichte van 5 jaar geleden. Met de opbouw van een pensioen bij een verzekeraar is het al niet anders. Aanvullende activiteiten. Te zien is dat minder mensen aanvullende activiteiten hebben. Dat is ook minder nodig dan vorige jaren, omdat de markten herstellen. Enerzijds verheugend omdat focus en richting eendimensionaal is, anderzijds geven additionele activiteiten ook andere inzichten en geven ook blijk van ondernemerschap.

Opwaartse trend

Concluderend kun je stellen dat de trend in veel opzichten, voor veel markten en voor vrijwel alle functionele gebieden opwaarts is. Niet zo sterk als vorig jaar, maar wel een stijgende lijn. Dat is goed nieuws en getuigt van stabiele groei, die minder piekmatig verloopt dan velen verwachten.

Onze verwachting is dat dit doorzet. Wel zullen steeds grotere verschillen binnen en tussen markten en sectoren zijn waar te nemen. Echte schaarste is aanwezig in met name onderdelen van sommige functionele gebieden (ICT), maar is nog uitzonderlijk. In de door ons onderzochte doelgroep zal voorlopig geen sprake zijn van nijpende tekorten die zich vertalen in torenhoge tarieven. Goed ondernemerschap ten spijt.

Piet Hein de Sonnaville is 'founding partner' van Schaekel & Partners (voorheen: Atos Interim Management). Hij heeft een bedrijfskundige achtergrond en is sinds 2000 werkzaam binnen een interim management bureau. Eerst bij KPMG Interim Management , toen bij Atos Interim Management. Voor die tijd werkzaam bij Interpolis en Delta Lloyd in diverse management posities. Bekijk alle berichten van Piet Hein de Sonnaville