Zzp’ers: Marktvernieuwers of marktverziekers? Inventarisatie van trends, beleid en belangen Geplaatst 12 mei 2015 door Pierre Spaninks De zzp’er staat hoog op de politieke agenda. Het kabinet toont zich plots actief in wat wel genoemd wordt het in toom houden van de groei van het aantal zzp’ers. Belangenorganisaties, Kamerleden en zelfbenoemde experts roeren zich. De belangen zijn enorm. Een team van acht journalisten onderzocht de ontwikkelingen rondom zelfstandigen zonder personeel. Hun conclusies hebben ze vastgelegd in een uitgebreid en omvangrijk e-boek dat nu voor slechts 4,99 euro verkrijgbaar is. Hieronder alvast een voorpublicatie. Het vaste dienstverband is duidelijk op zijn retour, maar van een tsunami aan zzp’ers is geen sprake. De sociale zekerheid voor zzp’ers gaat collectief geregeld worden, met een mogelijkheid tot opting out. Of de politiek het aandurft om de zelfstandigenaftrek te schrappen, is nog maar de vraag. Beleid wordt stevig beïnvloed Zelfstandigen zonder personeel: tien jaar geleden golden zij nog als marktvernieuwers. Tijdens de crisis werden zij geprezen omdat zij voor werkend Nederland de gevolgen daarvan opvingen. Tegenwoordig krijgen zij steeds vaker te horen dat zij de sociale zekerheid uithollen en de schatkist te weinig geld opleveren. Alsof zij marktverziekers zijn. Die verschuiving ligt ook ten grondslag aan het beleidsonderzoek dat het kabinet momenteel laat doen naar de gevolgen van de opkomst van de zzp’er. Onder verwijzing naar de houdbaarheid van het sociale stelsel en van de overheidsfinanciën worden ingrijpende maatregelen overwogen, zoals het afschaffen van de zelfstandigenaftrek. Er zijn weinig betrouwbare, onafhankelijk verkregen feiten en cijfers over zelfstandigen zonder personeel. Zelfs over wie tot de zzp’ers moet worden gerekend, bestaat geen overeenstemming. Dan kan het niet anders of het beleid van de overheid wordt stevig beïnvloed door percepties en opinies van belanghebbenden. De standpunten van werkgevers, vakbonden en verzekeraars zeggen vaak meer over hun eigen posities en belangen dan over de mensen om wie het gaat. Van een tsunami aan zzp’ers is geen sprake Wie denkt de vragen rondom zelfstandigen zonder personeel in een klap te kunnen verduidelijken door de cijfers erbij te pakken, komt bedrogen uit. Alleen al de interpretaties van wie tot de groep van zzp’ers moeten worden gerekend, lopen ver uiteen. Naast een brede opvatting waar het Centraal Bureau voor de Statistiek van uitgaat, worden er engere definities gehanteerd door andere onderzoekers. Het belangrijkste verschil is of alleen de zelfstandigen worden geteld die vooral hun kennis en kunde verkopen (zoals freelance journalisten) of ook degenen die met name producten verkopen (zoals webwinkeliers). Volgens de ruime definitie zouden er momenteel meer dan 800.000 zzp’ers zijn. Volgens de meest strikte opvatting misschien maar de helft. Maar een ding staat als een paal boven water: het aantal zzp’ers neemt al jaren toe. De groei verloopt echter niet explosief – ook niet in of na de crisis. Van een “tsunami” aan zzp’ers is geen sprake. Wel van een langdurige trend die zich gestaag voortzet. Fiscale regelingen: van compensatie voor ondernemers naar kostenpost voor schatkist In ons staatsbestel heeft het Ministerie van Financiën tot taak de huishouding van de overheid te regelen. Het moet ervoor zorgen dat er genoeg geld binnenkomt via de belastingen, en dat er niet te veel uitgaat via de vakdepartementen. In de hoogconjunctuur vóór crisis van 2008 tot 2014 was er weinig reden tot zorg. De overheid kon het zich permitteren zelfstandigheid te bevorderen en ondernemers te steunen. Voor zelfstandigen zonder personeel gebeurde dat onder meer met aftrekposten in de inkomstenbelasting. Met de crisis veranderde echter de positie van de overheid. De bewaarders van de schatkist lieten het oog vallen op de fiscale regelingen voor ondernemers. In plaats van als een gerechtvaardigde compensatie voor het ondernemersrisico en een investering in de economie, werden die ineens gezien als een kostenpost. Tot concrete ingrepen in de ondernemersregelingen is het tot nu toe niet gekomen, maar het klimaat wordt er wel rijp voor gemaakt. Naar collectieve verzekeringen, met opt-out en flex-premie Er wordt volop gespeculeerd over de noodzaak van een verplichte verzekering voor zzp’ers tegen de gevolgen van arbeidsongeschiktheid en over een verplichte pensioenopbouw. Een cruciale omslag in het denken, want het afgelopen decennium was de tendens juist om steeds meer uit te gaan van vrijwilligheid en eigen verantwoordelijkheid. De discussie over een sociaal vangnet wordt op het scherpst van de snede gevoerd. Politieke partijen roeren zich, de zzp-bonden, de Autoriteit Financiële Markten, de Nederlandse Bank, en ook het Verbond van Verzekeraars. Ondertussen blijken achter de schermen de meeste actoren het in grote lijnen met elkaar eens te zijn wat de meest wenselijke oplossing is. Alles wijst in de richting van collectieve verzekeringen waar in principe iedere werkende onder valt, maar waarbij zzp’ers en andere ondernemers de mogelijkheid krijgen tot opting out. Wie ervoor kiest in het stelsel te blijven, betaalt vervolgens een flexibele premie. Als het over pensioenen gaat is de Nederlandse Bank in principe nog voor een verplichte opbouw. De Autoriteit Financiële Markten leek daar aanvankelijk ook te pleiten, maar die wil eerst afwachten hoe de deelname van zzp’ers zich ontwikkelt aan de vrijwillige regelingen die nu tot stand komen. Terug van het vaste dienstverband naar het oer-contract Een terugkerend punt in de discussie over zelfstandigen zonder personeel is hun positie op de arbeidsmarkt en bijgevolg in de verzorgingsstaat. Moeten zij zich als ondernemers of als werknemers in het stelsel voegen? Of volstaat deze tweedeling niet meer en moet het stelsel juist worden aangepast aan de zzp’er, dus als een derde categorie? De verhoudingen op de arbeidsmarkt zijn eeuwenlang gebaseerd geweest op overeenkomsten voor losse opdrachten. Het duurde tot in de twintigste eeuw voordat het vaste dienstverband eerst tot ideaal werd en vervolgens tot norm. De toename van het aantal zzp’ers sinds het begin van de 21ste eeuw is een correctie op die geschiedenis. We keren terug naar het oer-contract. Het Ministerie van Economische Zaken wil traditioneel een gunstig klimaat creëren waarin ondernemers zich kunnen ontwikkelen en (door-)groeien. Zelfstandigen zonder personeel mogen daarbij de ruimte krijgen als het aan EZ ligt, maar dat lijkt vooral beleidsretoriek. In de praktijk zijn zzp’ers als ondernemers te klein om daadwerkelijk interessant gevonden te worden. Pas de laatste tijd groeit bij EZ het besef dat de bestaande instituties onvoldoende ruimte geven aan de zzp’er. Een heel ander geluid komt uit het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Daar draait alles om de voorzieningen die zijn opgetuigd voor werknemers. Die vormen de kern van de verzorgingsstaat. Daarbij is de vaste baan de norm: afwijkingen daarvan zijn moeilijk te accepteren. Minister Asscher (PvdA) ziet de toename van het aantal zzp’ers als bewijs dat de flexibilisering van de arbeid is doorgeschoten, en die zou hij het liefst terugdraaien. Behalve de zorg dat zzp’ers de norm van de vaste baan ondermijnen, heerst bij SZW ook een vaag idee dat zij op de een of andere manier moeten worden beschermd. Maar tegen wie of wat wordt niet echt duidelijk, dus blijft het vooral bij woorden. Terwijl men op het kerndepartement liefst het aantal zzp’ers zou terugdringen, laat uitvoeringsorganisatie UWV zich erop voorstaan dat zij elk jaar meer mensen met een WW-uitkering helpt om zzp’er te worden. Als werkgevers de flexibiliteit van zzp’ers prijzen, denken ze aan hun portemonnee Het ligt voor de hand dat werkgevers blij zijn met zzp’ers omdat die flexibeler zijn dan werknemers en bovendien goedkoper. Op de vraag of dat laatste ook echt het geval is, valt echter geen eenduidig antwoord te geven. Er is wel onderzoek dat daarop wijst, maar dan enkel voor bepaalde branches. De flexibiliteit van zzp’ers die werkgevers als voordeel noemen, heeft natuurlijk wel een belangrijk financieel aspect. De voordelen van zzp’ers voor werkgevers zijn in de afgelopen vijftien jaar niet veranderd. De crisis heeft wel gemaakt dat ze nog zwaarder zijn gaan wegen. VNO-NCW kijkt zo al 15 jaar positief tegen de zzp’er aan. Dat geldt tot op zekere hoogte ook voor MKB-Nederland, maar vanuit die organisatie werd daar een niet onbelangrijke kanttekening bij geplaatst. Omdat het midden- en kleinbedrijf vaak gebonden is aan branchegewijs afgesloten cao’s en omdat de loonkosten daar zwaar wegen, kunnen mkb’ers de opkomst van de zzp’er ook als een bedreiging ervaren. Maar in het algemeen ervaren ook de kleinere werkgevers de zzp’er steeds meer als ‘here to stay’. De VVD laat de PvdA de koers bepalen als het over zzp’ers gaat Vandaag de dag zeggen vrijwel alle politieke partijen het beste voor te hebben met de zzp’er. Het gros heeft echter pas sinds enige jaren de zzp’er echt ontdekt, en alleen al daardoor laten zich weinig opmerkelijke verschuivingen vaststellen. De PvdA vormt op dat consistente beeld een uitzondering. Waar de partij in 2012 nog riep dat zzp’ers de helden zijn van de economie, heeft die het nu vooral over de bestrijding van schijnzelfstandigheid, het afschaffen van de zelfstandigenaftrek en het invoeren van verplichte verzekeringen. Van coalitiepartner VVD (toch de ondernemerspartij bij uitstek) krijgt de PvdA weinig tegengas. Kennelijk mag de PvdA in het kabinet de koers bepalen als het over zzp’ers gaat. Bij peilingen onder bij zelfstandigen zonder personeel komt D66 als populairste partij uit de bus. Afschaffing zelfstandigenaftrek treft kleinste zzp’ers onevenredig hard In de discussie over de zelfstandigenaftrek komen alle standpunten over zelfstandigen zonder personeel bij elkaar. Voor- en tegenstanders betwisten elkaar al jaren nut en noodzaak. Vanuit de regeringspartijen en vanuit het kabinet komen tegenstrijdige signalen. In principe is de VVD voor en de PvdA tegen, maar ook een staatsecretaris Wiebes (VVD) van Financiën vindt dat er een einde aan moet komen. Ondertussen staat het probleem geparkeerd bij de ambtelijke werkgroep die het interdepartementale beleidsonderzoek naar zzp’ers doet. Of het kabinet tot drastische maatregelen zal besluiten zonder dat die worden verzacht in de aangekondigde herziening van het totale belastingstelsel, is nog maar de vraag. Wordt de zelfstandigenaftrek zonder meer afgeschaft, dan gaan zzp’ers met een omzet tot 25.000 euro (volgens het EIM een op de drie, volgens het Economisch Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf) er meer dan 10 procent in besteedbaar inkomen op achteruit. Zelfstandigen die niet verder komen dan een omzet van 20.000 euro eindigen dan onder het wettelijk minimumloon. Het onderzoek ZZP’ers: Markvernieuwers of marktverziekers werd uitgevoerd door Geert Jan Hahn, Gepko Hahn, Gyurka Jansen, Jolanda Breur, Nick Kivits, Rebke Klokke (fotografie) en Simon Trommel, met Pierre Spaninks als hoofdredacteur. De volledige resultaten staat te lezen in e-book van voor slechts € 4,99 hier te verkrijgen is . Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags boek, zelfstandigenaftrek, zzp-beleid | Laat een reactie achter
Kabinet denkt aan verplichte verzekering voor alle zzp’ers Geplaatst 11 mei 2015 door Hugo-Jan Ruts Er moet één fiscaal en sociaal zekerheidstelsel komen waarin niet de werknemer maar de werkende centraal staat. Dat concludeert het kabinet in een nog voorlopige reactie naar aanleiding van het IBO-zzp-rapport. Dat meldt de Telegraaf, die de conceptreactie in handen heeft en daaruit citeert. Een stelsel voor alle werkenden Het kabinet sorteert voor op een systeem waarbij zelfstandigen verplicht worden zich in te dekken tegen arbeidsongeschiktheid en ziekte. Geconcludeerd wordt dat er “goede redenen zijn om te bewegen naar een systeem voor alle werkenden. Zelfstandigen en werknemers lopen op dit terrein vergelijkbare risico’s.” Het kabinet wil toewerken naar een stelsel waarin de werkende centraal staat. “In een dergelijk stelsel zou meer ruimte moeten zijn voor bescherming op maat, met inachtneming van de gewenste mate van solidariteit. Een dergelijke herijking van het stelsel van sociale zekerheid vergt een politieke en maatschappelijke discussie”, valt volgens de Telegraaf te lezen in een conceptreactie op de uitkomsten van de Interdepartementaal beleidsonderzoek zzp (IBO-zzp). Ook in een nieuw belastingstelsel wordt gesleuteld aan de posities van de zzp’er. In het rapport wordt ook geconcludeerd dat het fiscale stelsel tussen zzp’ers en anderen werkenden nu onevenwichtig is. Terwijl de belastingdruk op een directeur-grootaandeelhouder (dga) gelijk is aan die van een werknemer in loondienst, is de belastingdruk op een zelfstandig ondernemer lager. Dat komt door een waaier aan aftrekposten waarvan kleine ondernemers profiteren. “Dit is moeilijk uitlegbaar, zowel vanuit economisch als fiscaal oogpunt”, schetst het kabinet. “Dat een werknemer en een zzp’er met eenzelfde bruto-inkomen respectievelijk brutowinst elk een verschillend recht op toeslagen hebben, is op objectieve gronden niet te rechtvaardigen”. De coalitie wilde bij haar aantreden de fiscale voordeeltjes voor zelfstandigen met een half miljard euro versoberen. Dit werd onder invloed van de constructieve oppositiepartijen D66, CU en SGP bij het Herfstakkoord teruggedraaid. Nu ligt het weer op tafel, want “fiscale ondernemersfaciliteiten kunnen beter worden ingericht”. Het belooft een boeiend politiek gevecht te worden tussen coalitiepartners VVD en PvdA, gezien hun verschillen ten aanzien van het opleggen aan verplichtingen aan ondernemers. ‘Kabinet slaat plank mis als ze zzp’ers als één homogene groep blijft zien’ Verplichte verzekeringen voor alle zzp’ers zijn onlangs nog bepleit door CNV-voorman Maurice Limmen. Ook Hans de Boer van VNO-NCW kan zich er wel iets bij voorstellen. Jerry Helmers van ZZP Netwerk Nederland vindt daarentegen dat het kabinet een grote denkfout maakt door de zzp’ers als een homogene groep te zien. “Als eerste heb je de groep die heel bewust – met ambitie en lef – koos voor zelfstandig ondernemerschap. Daarnaast heb je een groep die min of meer gedwongen zzp’er werd, maar daaruit wel ineens voor zichzelf kansen zag om zich het ondernemerschap eigen te gaan maken. Tot slot heb je een derde groep die letterlijk tegen wil en dank zzp’er is en die zelfstandigheid en de daarbij behorende verantwoordelijkheid verafschuwt. Deze derde groep zou het liefst gewoon ergens in loondienst zijn.” “Als de ambtelijke werkgroep in Den Haag én het kabinet in de besluitvorming dit onderscheid niet maken, dan sla je altijd de plank mis,” vervolgt Helmers. “Je komt dan met een pakket aan maatregelen dat altijd weerstand oproept en ook geen oplossing biedt voor de huidige uitdagingen. De huidige plannen zijn vooral gebaseerd op de vele zzp’ers die niet oprecht kozen voor zelfstandig ondernemerschap en de zzp’ers die hun verantwoordelijkheid niet willen nemen. De zzp’ers die WEL hun verantwoordelijkheid namen en nemen, worden dan in een keurslijf gedwongen.” Nieuw sociaal stelsel vraagt om bredere discussie FNV Zelfstandigen kan zich”gezien alle veranderingen in de arbeidsmarkt” vinden in het vernieuwen van het sociaal stelstel. FNV Zelfstandigen hecht daarbij aan integraal beleid. “In de eerste plaats vinden wij dat de fiscale en de sociale positie van de zelfstandige sterk samenhangen. Er kan dus geen sprake van zijn dat, vooruitlopend op de bredere discussie, het aanpassen van fiscale behandeling geïsoleerd wordt ingezet. Wij verwachten dat er niet alleen aandacht komt voor de sociale en fiscale, maar ook voor de juridische positie van de zelfstandige.” “In de tweede plaats is het duidelijk dat, juist gezien de onvoldoende ruimte tot maatwerk, er binnen het huidige stelsel geen sprake kan zijn van welke verplichting tot verzekeren dan ook. Tot slot benadrukken wij dat de discussie over de zelfstandigenaftrek pas gevoerd kan worden als de contouren van het nieuwe stelsel zijn ingevuld.” FNV Zelfstandigen vindt het verder opvallen dat er al zo spoedig na afronding van het langdurige IBO-zzp-onderzoek een voorlopige reactie ligt. Blijkbaar is er, volgens FNV Zelfstandigen, al enigszins voorgesorteerd. “Eén van de opdrachten van het IBO was om de enorm diverse groep van zelfstandigen goed in kaart te brengen: een gedegen en integrale analyse. Het zou het kabinet sieren als ten minste deze analyse op zeer korte termijn publiek wordt gemaakt, zodat wij allen vanuit dezelfde achtergrond onze positie kunnen bepalen en adequaat op komende voorstellen kunnen reageren.” Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags ibo-zzp, zelfstandigenaftrek, zzp-beleid | 1 Reactie
Toekomst flitsen Geplaatst 11 mei 2015 door Bas van de Haterd Toekomst flitsen van de gebroeders (tweeling) Das is een prachtig boek. Het is tweetalig geschreven (wat een beetje vreemd is) en werkelijk schitterend geïllustreerd. Nu zijn de gebroeders Das ook al 50 jaar technisch tekenaar, dus dat was te verwachten. De prachtige illustraties maken het boek een voorbeeld voor futuristische boeken, omdat het beeld geeft bij de verwachtingen. Ook is het technisch dus onderbouwd, het zijn ontwerpen die reeds gemaakt zijn of in ieder geval mogelijk zijn. Het boek zelf is uit 2004, dus al meer dan 10 jaar oud. En juist dat maakt het NU extra bijzonder om te lezen. Wat is er nu 10 jaar na hun voorspellingen al de waarheid geworden? (meer…) Geplaatst in Boeken | Laat een reactie achter
Rechten en plichten voor robots Geplaatst 10 mei 2015 door Bas van de Haterd Rechten en plichten voor robots is een boek van IT journalist Henny van der Pluim. Een prettig geschreven boek waarin de auteur duidelijk blijk geeft van een grote IT kennis die hij op een voor iedereen begrijpelijke manier uitlegt. Het is toegankelijk geschreven, prettig leesbaar en voor iedereen begrijpelijk uitgelegd wat de mogelijkheden van IT zijn. Het boek is een pleidooi voor burgerrechten voor robots en algoritmes. Onderbouwd met voorbeelden, feiten en toekomstvisies. De meeste van deze toekomstvisies deel ik, maar of ik de slotconclusie deel… (meer…) Geplaatst in Boeken | 3s Reacties
Keuze voor een VMS: Iene miene mutte? Geplaatst 7 mei 2015 door Mark Bassie Welk Vendor Management Systeem (VMS) kies je als inlener van flexibel personeel? Een uitdagende keuze. Mark Bassie en Marleen Deleu zetten de belangrijkste aspecten van dit keuzeproces op een rij. Begin altijd met het ‘Waarom?’ Een VMS schaf je aan om de belangrijkste – zo niet alle – inhuurprocessen te automatiseren. Denk hierbij aan ondersteuning van deelprocessen zoals het uitzetten van inhuur-opdrachten bij enkele of alle leveranciers, het kunnen selecteren van de beste kandidaten, het onderhandelen over de condities en tarieven, het sluiten van het contract, de urenregistratie en -accordering, de facturatie en niet te vergeten de rapportages over alle vormen van inhuur of uitbesteed werk. Ook worden vaak het on- en offboarden van de kandidaten ondersteund. De voornaamste meerwaarde van het automatiseren van het inhuurproces zit in de volledige transparantie die ontstaat. Hierdoor verminderen de risico’s die ongecontroleerde inhuur met zich meebrengen en kan er worden geoptimaliseerd waar nodig. Een VMS-systeem is dus een middel, geen doel op zich. Om tot de bovenstaande geautomatiseerde situatie te komen, moet je, om met Simon Sinek te spreken, starten met de belangrijkste vraag: Waarom? Breng eerst grondig in kaart of en waarom je een VMS-systeem nodig hebt. Wat zijn de problemen en risico’s in de huidige situatie die je wenst te verbeteren? Hoe ziet de ideale situatie er uit, op de korte termijn, maar ook over drie à vijf jaar? Stel ook de vraag: Wat is voor alle toekomstige gebruikers van het systeem een ‘must have’, en wat is ‘nice to have’? De keuze in systemen wordt steeds groter Als je met inhurende managers gaat praten over welke features, functionaliteiten en ondersteuning moet worden geboden door een VMS, dan is het meest uitgebreide systeem op de markt nog niet voldoende. Zeker als je daar de wensen van Inkoop, HR en Finance aan toevoegt. Begin dus met wat je organisatie echt nodig heeft en kijk dan welke leverancier en systeem het beste past. Vergelijk het maar met de Office-producten van Microsoft. Iedereen kent ze, iedereen wil ze hebben, maar wie gebruikt nu regelmatig alle mogelijkheden die deze programma’s bieden? De meest uitgebreide systemen leveren een indrukwekkende hoeveelheid functionaliteiten en bij elke release komen daar nieuwe bij. Door de steeds veranderende, steeds verdergaande klantvraag en de bikkelharde onderlinge concurrentie staat de wereld van externe inhuur bepaald niet stil. Wereldwijd zijn er meer dan 100 leveranciers van VMS-systemen actief. In Nederland en België, toch nog relatief kleine en jonge markten, zijn er reeds een 20-tal leveranciers actief. In ons laatste marktonderzoek zien we de opkomst van nieuwe leveranciers, die met kleinere systemen met minder functionaliteit focussen op het MKB/de KMO’s. Ook zijn er aanbieders die hun VMS-systeem combineren met aanvullende dienstverlening, bijvoorbeeld door bepaalde inhuurprocessen over te nemen van de inlener, en hiervoor nieuwe prijsmodellen voorstellen. Indrukwekkend vinden we de ontwikkeling die traditionele Applicant Tracking Systems (ATS) hebben doorgemaakt. Deze recruitmentsystemen worden vooral gebruikt om de werving en selectie van kandidaten in loondienst te ondersteunen. Maar veel ATS-leveranciers hebben hier modules aan toegevoegd voor externe inhuurprocessen. Hierdoor kunnen kandidaten voor vast en flex in één systeem worden beheerd. Omgekeerd zien we ook VMS-systemen die ontwikkeld worden tot Total Talent Management (TTM)-systemen. Vast en flex groeien steeds meer naar elkaar toe, zo veel is duidelijk. Als dit ook de intentie is in je eigen organisatie, houd hier dan op voorhand rekening mee. Het mag duidelijk zijn, er valt het nodige te overwegen voor je aan keuze van VMS-systeem toe bent. Voor de volledigheid vullen we het lijstje nog even verder aan. Lange termijn Een keuze voor de juiste VMS maak je voor een termijn van drie tot vijf jaar. De periode van de keuze tot de implementatie van een VMS, tot het moment dat je hele organisatie met het systeem overweg kan, duurt enkele weken zo niet maanden. Dit is onder meer afhankelijk van hoe bruikbaar de data zijn die in het systeem moeten worden opgeladen, de complexiteit van het inhuurproces (of delen daarvan), het aantal leveranciers, afdelingen en gebruikers dat moet worden aangesloten en getraind, enz. Vaak wordt het systeem daarom eerst in één representatief organisatie-onderdeel gebruikt en bij succes wordt dan het systeem ‘uitgerold’ over de verdere organisatie. Anticipeer hier op : Is het systeem schaalbaar met de verwachte uitbreiding? Daarnaast is belangrijk na te gaan of het systeem over een paar jaar ook voor buitenlandse inhuurprocessen wordt gebruikt of niet. Sommige leveranciers hebben een indrukkende wereldwijde aanwezigheid opgebouwd, terwijl anderen zich -vooralsnog?- concentreren op de Nederlandse en/of Belgische inhuurmarkt. Elk land kent eigen regels voor inhuur, kan het systeem dat goed aan, nog afgezien van bijvoorbeeld de taal en andere valuta? En welke service en ondersteuning is wenselijk bij een internationaal gebruik van een VMS? Ook richtinggevend bij de keuze van VMS-leveranciers is de vraag aan welke andere huidige ICT-systemen het VMS moet worden gekoppeld? Een extra argumentatie voor een weloverwogen keuze: een verkeerde keuze is niet snel te herstellen. Dit wordt een ‘lock-in’ genoemd, leverancier en inlener zijn aan elkaar verbonden. Loskoppeling en overstappen op een ander systeem is erg kostbaar en tijdrovend. Welke vormen van externe inhuur moeten worden ondersteund? Er zijn vele vormen van externe inhuur zoals uitzendwerk, payrolling en inhuur van zzp’ers. In toenemende mate wordt uitbesteding van werk -Contracting of Statement of Work (SOW) geheten – meer toegepast. Inleners willen niet meer betalen voor input (uren) maar alleen voor output (resultaten). Uit ons onderzoek blijkt dat niet alle leveranciers elke contractvorm van inhuur ondersteunen. Ook de wijze waarop een vorm wordt ondersteund, verschilt heel vaak, van basaal met ‘workarounds’ tot aan compleet. Zelf beheren of uitbesteden? De keuze voor een VMS-systeem gebeurt in veel organisaties op strategisch niveau, omdat men daar ook de vraag stelt ‘Wie gaat het VMS beheren?’. Gaat de organisatie dat zelf doen met eigen mensen of besteedt men de inhuurprocessen (al dan niet inclusief VMS) uit aan een Managed Service Provider (MSP)? In dit geval besteed je je inhuur uit aan één bedrijf dat het inhuurproces, geheel of gedeeltelijk, van aanvraag tot en met rapportages van je overneemt. Argumenten hiervoor zijn dat een MSP meer kennis en ervaring heeft en dus efficiënter en effectiever is dan de eigen organisatie. Andere argumenten pro zijn dat zo de eigen organisatie zich blijft focussen op eigen kerntaken, dat men de kosten op voorhand kan inschatten en de mogelijke risico’s door een SLA zijn afgedekt. Wat de sterkte van deze constructie is, is ook het nadeel: de afhankelijkheid voor het vinden van het juiste talent wordt uitbesteed aan één externe organisatie, wat als een strategisch risico kan worden gezien. Daarnaast is er het gegeven dat ook een MSP natuurlijk niet gratis werkt. Kortom, genoeg zaken om je als inlener goed op voor te bereiden, te vergelijken en over na te denken. Veel zal afhangen van de beschikbaarheid en kennis van de eigen mensen (HRM, Inkoop en Finance) om deze oefening al dan niet zelf te klaren. Terug naar het begin: stel de diagnose, maak een gedetailleerde foto Een goed instrument om het keuzeproces mee te beginnen is het (laten) uitvoeren van een ‘due dilligence’. Een complete inventarisatie van wat er nu aan interne inhuur in de organisatie is, hoe dat is georganiseerd, welke IT-ondersteuning er reeds is (of net niet), welke kosten en risico’s hieraan verbonden zijn, welke (on-)tevredenheid over de huidige inhuur bestaat en bij wie. Welke suggesties voor verbetering hebben de betrokkenen?, Etcetera. De uitkomst hiervan vormt de basis voor het beschrijven van de ideale, gewenste situatie. Pas dan kan een weloverwogen keuzeproces starten met de hiervoor besproken aandachtspunten. Door wie laat je de diagnose stellen? Je kunt het natuurlijk met eigen mensen doen in projectverband. Je kunt ook dit werk weer uitbesteden. Dat zullen VMS-leveranciers of de toekomstige MSP-partij meestal graag voor je doen, omdat ze hiermee een voet tussen de deur hebben. En ten slotte zijn er natuurlijk ook onafhankelijke en neutrale adviseurs die dit kunnen. In beide gevallen hangt er dan wel een prijskaartje aan vast. Kortom Selectie van een VMS mag geen ‘educated guess’ zijn. Het maken van de juiste keuze voor de meest aangewezen leverancier en systeem is té belangrijk voor de hele organisatie én (niet te vergeten) voor je leveranciers van talent. Neem hier zeker de tijd voor: stel eerst grondig de diagnose en bepaal duidelijk wat voor de organisatie de ideale situatie is voor de langere termijn. Een handig hulpmiddel om het keuzeproces te vereenvoudigen zijn de drie Kieswijzers die achteraan in ons onderzoeksrapport zijn opgenomen. Je vindt er korte, onderscheidende typeringen van elke VMS-leverancier. Laat je goed voorlichten en begeleiden door (verschillende) neutrale adviseurs met expertise. Mark Bassie schreef dit artikel samen met Marleen Deleu, van het Belgische The Flexadacemy Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags inhuur, MSP, vms | Laat een reactie achter
Beleidsonderzoek ZZP klaar, kabinet aan zet. Geplaatst 6 mei 2015 door Hugo-Jan Ruts Het lang verwachte rapport van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek zelfstandigen zonder personeel (IBO-zzp) is klaar. Het rapport wordt nog niet openbaar gemaakt, eerst buigt het kabinet zich over een reactie op het rapport. Dat meldt journalist Pierre Spaninks vandaag op The Post Online. Volgens Spaninks gaan bronnen rond de werkgroep ervan uit dat het kabinet het rapport nog voor de zomer naar de Tweede Kamer stuurt. Dan wordt het samen met het kabinetsstandpunt openbaar gemaakt. Er wordt gezien de gevoeligheid van de materie met spanning uitgekeken naar dat kabinetsstandpunt. Kabinet zet rem op wildgroei aan zzp’ers zo kopte het FD in oktober nog naar aanleiding van de eerste schermutselingen over dit rapport. Of dat ook zo is, zal blijken uit het officiële kabinetsstandpunt. * UPDATE 11/05/2015: Nieuws over een eerste uitgelekte conceptreactie van het kabinet is hier te lezen. Onderzoeksopdracht Even het geheugen opfrissen over waarom dit relevant is. Het IBO-zzp werd in mei 2014 ingesteld. De werkgroep, met ambtenaren uit de ministeries van SZW, Financiën en EZ, kreeg een complexe opdracht mee. Reden waarom de publicatie van het rapport ook is uitgesteld. Het IBO-zzp moest de inkomens- en vermogensposities van zzp’ers in Nederland onderzoeken, een analyse geven van de oorzaken en motieven achter het toenemend aantal zzp’ers in samenhang met werkgeverslasten, arbeidsrecht, fiscale (ondernemers)faciliteiten, sociale zekerheidswetgeving en premie- en lastendruk. Ook moet het analyseren wat de gevolgen zijn van het toenemend aantal zzp’ers voor de economische ontwikkeling, het sociale zekerheidsstelsel, en de houdbaarheid van de overheidsfinanciën. En tot slot worden er beleidsvarianten geformuleerd om de effectiviteit en efficiëntie van het instrumentarium rondom zzp’ers te verhogen, “de houdbaarheid van het sociale zekerheidsstelsel en de overheidsfinanciën te garanderen, waarbij zowel oog is voor de baten als de kosten van de instrumenten en het gelijke speelveld tussen zzp’ers, zelfstandigen met personeel en werknemers in ogenschouw wordt genomen.” Ga er maar aan staan. Het is explosief materiaal voor zelfstandigen. Individuele SER-leden (sommige leden hebben het rapport al gelezen) hebben alvast wat proefballonetjes losgelaten richting verplichte verzekeringen, net als bijvoorbeeld CNV-voorman Maurice Limmen vandaag in het FD. Het zal wel toeval zijn. Kabinet moeten kleur bekennen De werkgroep heeft zijn ei gelegd. Het kabinet is nu aan zet. Er werd bij veel zzp-dossiers de afgelopen tijd zo vaak vooruit gewezen naar de uitkomsten van de IBP-zzp-werkgroep, dat deze bijna mythische proposities kreeg. Maar nu moet het kabinet toch echt kleur bekennen. Het mag duidelijk zijn dat je een aantal van de bovengenoemde vraagstukken vanuit geheel verschillende maatschappijvisies kan bezien. Moet het groeiend aantal zzp’ers gezien worden als een positief teken van groeiend ondernemerschap of als een effect van ongewenst gedrag van werkgevers? Minister Asscher (Sociale Zaken) heeft zich in ieder geval de afgelopen maanden herhaaldelijk uitgelaten over negatieve effecten van de flexibiliserende arbeidsmarkt. Van de VVD mag je een wat ander geluid verwachten, maar vanuit het liberale kamp is het rond dit onderwerp tamelijk rustig geweest. Staatssecretaris Wiebes (Financiën) bracht zijn nieuwe voorstel voor vervanging van de VAR dan wel als een vereenvoudiging voor de zelfstandig ondernemers, het is nog maar de vraag of dat ook zo uitpakt. Dit rapport geeft in ieder geval genoeg stof voor discussie. Om te beginnen in het kabinet. Het is een mooie gelegenheid voor profilering van coalitiepartijen en de oppositie. Kamerleden scherpen alvast de pennen. Niets voor niets stond in NRC Handelsblad het ‘arbeidsmarkt dossier‘ onlangs in het rijtje mogelijke struikblokken voor het kabinet. De lobby vanuit de polder, ook met heel wisselende ideeën en belangen, staat ook klaar. Ik ben benieuwd. Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags ibo-zzp, zelfstandigheidsaftrek, zzp-beleid | 4s Reacties