Maandelijkse archieven: oktober 2026

Twaalf dingen die je als zzp’er – en opdrachtgever – moet weten over de nieuwe Zelfstandigenwet

Vandaag is de voorlopige tekst van de Zelfstandigenwet gepubliceerd. Een nieuwe wet met duidelijke spelregels vooraf, waar zzp’er en opdrachtgever zich aan moeten houden om met elkaar te kunnen werken.

Met deze wet – die op zijn vroegst ingaat op 1 januari 2028 – moet een einde komen aan jaren van politieke discussie en onduidelijkheid over wanneer een zzp’er nu wel of niet door een opdrachtgever ingehuurd mag worden, zonder het risico op boetes achteraf.

De tekst die nu bekend is gemaakt, is nog niet de definitieve wet. Zo moet de wet nog behandeld worden door de Tweede en Eerste Kamer. Toch is het interessant en belangrijk om te kijken hoe het voorstel er nu uitziet. Want gaat dit nu die duidelijkheid geven? En hoe ingewikkeld is het om als zzp’er aan de gestelde criteria te voldoen?

Daarom deze 12 vragen en antwoorden over de Zelfstandigenwet.

  1. Waarom vindt het kabinet dat er een nieuwe wet moet komen?

Het nieuwe wetsvoorstel moet zorgen voor een doorbraak in de discussie over het werken met zelfstandigen, die al ruim twintig jaar speelt, zo schrijft het kabinet.

De Zelfstandigenwet moet onnodige terughoudendheid bij opdrachtgevers bij het inhuren van zzp’ers tegengaan én zorgen dat zelfstandigen de verantwoordelijkheid nemen om risico’s af te dekken.

Minister Thierry Aartsen (Werk en Participatie): “Na jaren van onduidelijkheid en onnodige terughoudendheid bij opdrachtgevers moet de nieuwe Zelfstandigenwet zorgen voor meer rust en vooral duidelijkheid onder zelfstandigen en opdrachtgevers.”

  1. Wat is de kern van de wet

In het wetsvoorstel bestaat uit twee toetsen:

  • De zelfstandigentoets en
  • De werkrelatietoets.

De zelfstandigentoets kijkt vooral of iemand ondernemer is, met daarbij ook een aantal verplichtingen die wat het kabinet betreft bij ondernemerschap horen (hierover later meer).

De werkrelatietoets toetst of een zzp’er een opdracht in voldoende zelfstandigheid kan en mag doen (ook hierover later meer).

Als aan alle criteria van deze twee toetsen voldaan wordt, én er in de praktijk ook zo gewerkt wordt, ontstaat er een zogenoemde ‘veilige haven’. Vooraf is dan duidelijk dat er gewerkt kan worden met en als zelfstandige, zonder risico op naheffingen of boetes vanwege schijnzelfstandigheid.

Relevant:

  • Geen plicht: de wet is niet verplicht, maar een optie. Voor wie een zekerheid vooraf wil (de ‘veilige haven’).
  • Alles of niets: er is geen rangorde en geen weging. Wordt aan één criterium niet voldaan, dan geeft de wet geen zekerheid.
  • Wezen gaat voor schijn: de feitelijke uitvoering telt, niet wat op papier staat. Verliest een zelfstandige tijdens de opdracht een criterium, dan vervalt de veilige haven vanaf dat moment.
  • Geen automatisch werknemerschap: wie niet voldoet, is niet vanzelf werknemer. Dan volgt de reguliere beoordeling, waarin zelfstandigheid nog steeds kan blijken.
  1. Voor wie is de wet bedoeld?

De wet moet duidelijkheid geven voor alle situaties waarin nu onduidelijkheid of onzekerheid kan bestaan over de vraag of er wel of niet sprake is van een werknemersrelatie. Voor hen wordt via de nieuwe wet een ‘veilige haven’ gecreëerd.

Daarmee is de wet niet direct van toepassing op zelfstandigen voor wie zo’n veilige haven niet nodig is. Denk aan:

  • zzp’ers die door particulieren worden ingehuurd (denk aan de huisschilder, dan is er immers zelden sprake van een arbeidsrelatie);
  • zzp’ers die producten verkopen (ook geen discussie over een arbeidsrelatie);
  • zelfstandigen die eenmalige – vaak korte – diensten leveren aan bedrijven (denk aan advieswerk, het geven van een lezing, kortere opdrachten van specialisten, zoals het maken van een ontwerp of een logo, of eenmalig financieel advies) of echt uitbesteed werk (waarbij de uitvoerende ook zelden op locatie werkt). Hier is al helemaal geen vraag of er wel of niet sprake is van een arbeidsovereenkomst. Dus is een veilige haven (en deze wet) ook niet nodig.
  1. Welke criteria staan er in de Zelfstandigentoets?

De zelfstandigentoets bestaat uit drie criteria die samen bepalen of iemand zich ‘in het economisch verkeer’ als zelfstandige gedraagt. Het zijn criteria die los staan van een specifieke opdracht of relatie met een opdrachtgever.

1.⁠ ⁠       De zelfstandige beschikt over de basisvoorwaarden om in het economisch verkeer als zelfstandige te kunnen werken.

Daarmee worden de volgende zaken bedoeld:

  • KvK-inschrijving
  • Het hebben van een btw-nummer
  • Het hebben van een aparte bankrekening voor zakelijke transacties
  • De zelfstandige is zelf verantwoordelijk voor de facturatie (mag door een ander worden uitgevoerd)
  • De zelfstandige hanteert een betalingstermijn voor klanten en opdrachtgevers
  • De zelfstandige verricht zelf betalingen aan derden en kan aangesproken worden op te late betaling
  1. De zelfstandige heeft in een periode van 2 jaar (lopende kalenderjaar en voorgaande kalenderjaar) ten minste 3 klanten gehad.

Daarmee kan/moet iemand aantonen dat hij of zij voldoende onafhankelijk ondernemer is (en dus niet afhankelijk van één opdrachtgever). Het kabinet wil zo ook stimuleren dat een zelfstandige actief aan acquisitie doet.

Een paar detailpunten zijn hierbij van groot belang:

  • Een zzp’er hoeft niet na 2 jaar drie nieuwe klanten te hebben. Je kunt dus prima jarenlang voor 1 klant werken, mits je daarnaast ook nog andere klanten hebt.
  • Die tweede en derde klant moeten qua omzet wel ‘enige substantie’ hebben. Deze regel moet, in de woorden van de minister, geen ‘wassen neus’ worden.
  • Een intermediair geldt als 1 opdrachtgever. Als je via hetzelfde bureau bij drie verschillende organisaties een opdracht doet, geldt dat toch als 1 klant. (De brancheorganisaties van intermediairs gaan vast en zeker nog proberen dit punt uit de wet te krijgen.)
  1. De zelfstandige heeft voorzieningen getroffen tegen risico’s die horen bij werken als zelfstandige.

De zelfstandige moet jaarlijks verplicht een bepaald bedrag besteden aan voorzieningen tegen risico’s die horen bij het werken als zelfstandig ondernemer. De hoogte van dit bedrag is nog niet vastgesteld. Het kabinet denkt wel aan een vast bedrag, dus onafhankelijk van de omzet of het tarief.

Dat geld moet besteed worden aan zaken als:

  • ⁠Een verzekering voor (langdurige) arbeidsongeschiktheid (dat kan bijvoorbeeld de BAZ zijn, die verplichte Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen, die aangekondigd is)
  • ⁠Voorziening voor (kortdurende) ziekte (schenkkring of crowdsurance)
  • ⁠Een pensioenvoorziening of pensioensparen in tweede of derde pijler
  • ⁠Bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering
  • ⁠Bedrijfsschadeverzekering
  • ⁠Beroepsaansprakelijkheidsverzekering
  • ⁠Rechtsbijstandverzekering voor bedrijven

De zzp’er mag zelf bepalen hoe hij of zij het geld verdeelt over dit soort posten. Het opbouwen van eigen vermogen in bijvoorbeeld box 3 valt vooralsnog niet onder deze voorziening (iets waar bijvoorbeeld zzp-organisatie VZN wel voor pleit).

  1. Wie gaat de zelfstandigentoets uitvoeren?

Een potentiële opdrachtgever kan bij een zzp’er navraag doen of deze aan bovenstaande criteria voldoet. Die zzp’er kan ook proactief zelf een verklaring met bewijs opstellen. Er komt ook de mogelijkheid voor een ‘derdenverklaring’, waarbij bijvoorbeeld een accountant of boekhouder zo’n verklaring afgeeft.

Anders dan bij de VAR gaat de overheid niet zelf dit soort verklaring afgeven.

  1. Welke criteria staan er in de Werkrelatietoets? 

De werkrelatietoets bestaat uit vier criteria die te maken hebben met de omstandigheden binnen een concrete opdracht. Ze zien er vooral op toe dat iemand voldoende ruimte heeft om – als zelfstandig ondernemer – in onafhankelijkheid en dus buiten gezag te werken.

  1. Beide partijen hebben de wil om te werken buiten een arbeidsovereenkomst
  2. De zelfstandige is vrij om te bepalen hóé de werkzaamheden worden uitgevoerd.
  3. De zelfstandige is vrij om te bepalen op welke tijden en op welke locatie de werkzaamheden worden uitgevoerd.
  4. De zelfstandige werkt voor eigen rekening en risico

Deze vier punten – nu wordt het concreet – zijn als volgt uitgewerkt:

Ad 1.    Wil der partijen

De twee partijen – zelfstandige en opdrachtgever – spreken vooraf expliciet af dat ze geen werkgever-werknemerrelatie hebben en willen. De praktijk blijft echter altijd doorslaggevend. Het is niet voldoende om alleen op papier vast te leggen dat sprake is van zelfstandig ondernemerschap.

Een principieel criterium, dat in de praktijk natuurlijk ook weer niet heel veel voorstelt.

Ad 2     Vrijheid om te bepalen hóé de werkzaamheden worden uitgevoerd.

Dit criterium betekent dat de opdrachtgever geen aanwijzingen geeft over hoe de werkzaamheden worden verricht. De opdrachtgever mag wel instructies geven over het wat (op te leveren resultaat, verwachtingen). Dit moet vooraf worden afgesproken. En in de praktijk moet de opdrachtgever ook daadwerkelijk geen aanwijzingen over het ‘hoe’ geven.

Soms moeten ook zelfstandigen zich houden aan protocollen, bedrijfsregels, interne afspraken enzovoort. Dat mag, mits deze afspraken ook gelden voor derden (denk aan veiligheidsvoorschriften) en niet alleen gelden voor werkenden binnen de organisatie van de opdrachtgever, maar bijvoorbeeld voor een gehele sector of beroepsgroep. Tot slot moeten zelfstandigen in dit geval ook meer vrijheid hebben dan vergelijkbare werknemers in de organisatie (als die er zijn) bij de organisatie van het werk.

Dit is niet het meest concrete criterium van de wet. Het verschil tussen een aanwijzing en een instructie, het verschil tussen hoe en wat, blijft in de praktijk vaak lastig vast te leggen en uit te voeren.

Ad 3:    Vrijheid om te bepalen wanneer (welke tijden) en waar (locatie) de werkzaamheden worden uitgevoerd.

De zelfstandige moet in beginsel vrij zijn om te bepalen op welke tijden en op welke locatie de werkzaamheden worden uitgevoerd. Maar – zo staat verder uitgelegd – hierover mogen wel afspraken gemaakt worden.

Dit punt is relevanter dan het wellicht lijkt.

Er worden hier namelijk expliciete uitzonderingen gemaakt voor locatiegebonden werk (werk dat fysiek nergens anders kan) en tijdsgebonden werk (werk dat alleen op bepaalde momenten mogelijk is). Met name als het afgesproken resultaat niet bereikt kan worden buiten een bepaalde locatie of buiten bepaalde tijden, kunnen er prima afspraken gemaakt worden over het werken op locatie of binnen bepaalde tijden (dan moet de zelfstandige wel meer vrijheid hebben om zijn tijd in te delen dan andere werknemers van de opdrachtgever).

Op dit punt wijkt de Zelfstandigenwet expliciet af van eerdere voorstellen, zoals de VBAR, waarin het leek alsof locatiegebonden werk (of ingebed werk) niet meer mogelijk was. Dat kan binnen de Zelfstandigenwet dus wel (mits dit nodig is voor het resultaat).

Ad 4     De zelfstandige werkt voor eigen rekening en risico

Zelfstandigen dragen de lusten en lasten van het ondernemerschap. Dat is wat een werknemer onderscheidt van een zelfstandige, zo legt het ministerie het criterium uit.

Hoe ziet dat er concreet uit?

  • Vooraf moet een bepaald te behalen resultaat worden afgesproken.
  • Er is de mogelijkheid om een opdracht sneller, efficiënter of juist trager uit te voeren, waarbij de positieve (meer opbrengsten) of negatieve (meer tijd/kosten) financiële effecten bij de zelfstandige liggen.
  • Daarbij draagt de zelfstandige – anders dan een werknemer – het aansprakelijkheidsrisico bij het veroorzaken van schade, het risico dat meer werkzaamheden moeten worden verricht of meer kosten moeten worden gemaakt om het resultaat te bereiken, en/of de aansprakelijkheid wegens niet-nakoming of ondeugdelijke nakoming van de overeenkomst.

In de huidige praktijk van het inhuren van zelfstandigen wordt nog beperkt gewerkt met een op te leveren ‘resultaat’, terwijl dat ook onder de huidige regels wel verstandig is. Zeker bij interimprofessionals die bijvoorbeeld ook onderdeel uitmaken van een team, is dat nog niet zo eenvoudig. Maar als dit onderdeel van de wet blijft zoals het nu is, zal de praktijk hier echt mee aan de slag moeten.

Dit criterium zet in ieder geval de deur dicht voor pure tijdelijke vervangingsopdrachten, waarbij het werkpakket gelijk is aan dat van een werknemer die (tijdelijk) vervangen moet worden. In dat soort situaties moet voor de in te huren zelfstandige een concrete, resultaatgerichte opdracht geformuleerd worden.

  1. Wie gaat de werkrelatietoets uitvoeren?

Dat is – anders dan bij de zelfstandigentoets – iets wat opdrachtgever en opdrachtnemer per opdracht gezamenlijk moeten afspreken en vastleggen, en in de praktijk ook zo moeten uitvoeren.

Controlerende instanties, zoals de Belastingdienst of de Arbeidsinspectie, hebben en houden hun taak om te controleren of er in de praktijk ook gewerkt wordt conform wat is afgesproken.

  1. Wat als ik niet aan (alle) deze criteria voldoe, kan ik dan niet (meer) als zzp’er werken (of zo’n zzp’er niet meer inhuren?

Uit onderzoek van het ministerie blijkt dat tweederde tot driekwart van alle zzp’ers nu aan deze criteria voldoet of met kleine aanpassingen kan voldoen. Voor hen en hun opdrachtgevers is er dan zekerheid vooraf (de ‘veilige haven’).

Ook voor wie niet aan al deze criteria voldoet, blijft de mogelijkheid bestaan om als zzp’er te werken. Maar dan val je onder de huidige regels en jurisprudentie (rechterlijke uitspraken) en is er geen zekerheid vooraf (de veilige haven).

  1. Ik heb een BV, geldt dit dan ook voor mij?

Ja, de wetgever maakt hier expliciet geen onderscheid tussen IB-ondernemers (bijvoorbeeld eenmanszaak) of zelfstandigen die vanuit een BV werken.

  1. Verandert dit de bescherming (via arbeidsrecht) van werkenden?

Nee, zo heeft Minister Aartsen nadrukkelijk duidelijk gemaakt. Het arbeidsrecht, waarmee werkenden bijvoorbeeld een beroep kunnen doen op vakantiedagen, het minimumloon en andere rechten van werknemers, blijft onverminderd van kracht.

  1. Wanneer gaan de wet in?

Op zijn vroegst op 1 januari 2028. De concept wet gaat nu in internetconsultatie. Dat wil zeggen dat iedereen commentaar en advies kan geven om de wet beter te maken. Ook moet de wet nog beoordeeld worden door de Raad van State en worden er uitvoering toetsten gedaan, voor beoordeling of de wet uitvoerbaar is door bijvoorbeeld de Belastingdienst en Arbeidsinspectie.

Daarna volgt de behandeling in de Tweede en daarna Eerste Kamer.

  1. Wat kan of moet ik – als zzp’er, als opdrachtgever en/of als bureau – nu al doen?

Niets moet, want het duurt nog even voordat deze wet ingaat. Maar let wel: er wordt nu gewoon gehandhaafd op basis van de bestaande regels. Die wijken niet heel erg af van hetgeen hierboven staat; ze zijn eerder strenger. Dus het advies: houd de ontwikkelingen rond de Zelfstandigenwet in de gaten en verwerk elementen van deze wet – bijvoorbeeld het werken met resultaatgerichte opdrachten – nu al in onderlinge afspraken.


Meer weten: bekijk dan het ZiPconomy webinar Alles over de Zelfstandigenwet. ZiPconomy-hoofdredacteur Jan-Willem Weijers bespreekt het wetsvoorstel met experts Boris Emmerig en Alexander Kist. Ze gaan in op vragen van deelnemers aan het webinar. Kijk het webinar hier terug.

Geplaatst in Professioneel inhuren, ZP en Ondernemen | Tags | 12s Reacties

Minister Aartsen: “Zelfstandigenwet biedt wel duidelijkheid, in tegenstelling tot de gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest”

Waarom is een nieuwe wet nodig?

“Opdrachtgevers zijn op dit moment onnodig terughoudend. Opdrachten worden ingetrokken en er ontstaan constructies met intermediairs of tussenpersonen… Alleen maar omdat de wetgeving onduidelijk is.

“Uit onze eigen, met veel jurisprudentie gevulde, webmodule blijkt dat een derde nog steeds te horen krijgt ‘we kunnen nog geen oordeel vellen’. Volgens AWVN-onderzoek vindt slechts 23 procent van de opdrachtgevers de bestaande wetgeving duidelijk. En de Algemene Rekenkamer concludeerde onlangs dat slechts 17 procent van de opdrachtgevers snapt hoe de huidige wet- en regelgeving werkt.”

“De huidige onduidelijkheid zorgt ervoor dat veel opdrachtgevers niet meer met zzp’ers willen werken. Dat gaat de Zelfstandigenwet grotendeels oplossen omdat de compliance-afdelingen van organisaties en bedrijven hiermee wel duidelijkheid krijgen. De wet is bedoeld voor iedereen die met of als zzp’er(s) wil werken en dat nu niet op een verantwoorde, veilige manier kan doen.”

Is de Zelfstandigenwet niet gewoon een uitwerking van de Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties (VBA), waarbij het gaat om de doelgroep waarbinnen twijfel kan zijn over de arbeidsrelatie?
“Nee. Het gaat niet om de brede arbeidsrelatie, waarbij de uitkomst is: je bent werknemer of je bent zelfstandige. We creëren een wettelijk kader voor zelfstandig ondernemerschap. Dat is de kern. Daarvoor zijn drie criteria: je bent onafhankelijk van een ander, je hebt een grote mate van vrijheid en je werkt voor eigen rekening en risico.

“Wanneer je niet aan de Zelfstandigenwet voldoet, ben je niet automatisch werknemer. Het is geen werknemer-tenzij-benadering. Vandaar ook dat de term ‘inbedding’ en de ‘duur van de opdracht’ als criteria zijn losgelaten.”

In een toelichting op het wetsvoorstel zijn de Deliveroo-criteria omschreven als ‘een grabbelton waarvan de uitkomst onzeker is’. Met de zelfstandigentoets en werkrelatietoets claimt u wel heldere criteria te bieden. Wat is het wezenlijke verschil?
“De Deliveroo-criteria zijn een niet-gelimiteerde lijst van gezichtspunten. Het zijn zaken waar je holistisch naar moet kijken, zonder rangorde (denk aan het Uber-arrest: het criterium ondernemerschap weegt even zwaar mee bij beoordeling, red.) Dat klopt juridisch, maar wat moet een mkb-ondernemer daarmee? Een aannemingsbedrijf dat met zzp’ers werkt in opdracht van een gemeente wil geen ‘gezichtspunten waar hij holistisch naar moet kijken’. Die wil superobjectieve criteria. Duidelijke spelregels vooraf, zodat hij weet: als ik mij daaraan houd, dan zit ik goed.”’

Wat zal de impact zijn op de zzp-markt?
“De criteria in de Zelfstandigenwet zullen niet als een totale verrassing komen. Ik denk dat de meesten dit niet onredelijk vinden. Een groot deel van de zzp’ers zal zeggen: ‘hier voldoe ik al (grotendeels) aan’. Of: ‘dit moeten we even anders inrichten’. Uit onze peiling blijkt dat grofweg tweederde tot driekwart al voldoet aan de wet of redelijk gemakkelijk daaraan kan voldoen. Het gros zit goed en ik verwacht dat de meeste marktpartijen voor de veilige haven van de Zelfstandigenwet zullen kiezen in plaats van de ingewikkelde holistische toetsing (op basis van de Deliveroo-criteria, red.).”

Een aannemingsbedrijf dat met zzp’ers werkt in opdracht van een gemeente wil geen ‘gezichtspunten waar hij holistisch naar moet kijken’. Die wil duidelijke spelregels vooraf, zodat hij weet: als ik mij daaraan houd, dan zit ik goed.

 Het CBS stelt dat er momenteel zo’n 140.000 zzp’ers minder een zelfstandige opdracht uitvoeren dan anderhalf jaar geleden, het moment waarop het handhavingsmoratorium verviel. De wet treedt pas in werking op 1 januari 2028 (op z’n vroegst). Hoe is te voorkomen dat tot die tijd nog meer zzp’ers onnodig opdrachten verliezen?
“We geven met het wetsvoorstel een signaal af aan de markt. Ik hoop dat de markt hierdoor al iets kalmeert en zich naar de aanstaande wet voegt. We willen duidelijk maken: Zzp kan wel.

“We hebben een heel ambitieus tijdspad voor de invoering, maar ik begrijp dat het voor zzp’ers lang duurt. Daar hebben ze ook gelijk in. Het enige wat ik kan doen is iedere dag heel hard werken om het voor elkaar te krijgen.”

Ook de (intermediaire) markt wacht met smart op de aanpassing van de Leidraad inhuur Rijksoverheid omdat nog steeds bij aanbestedingen zzp’ers categorisch worden uitgesloten. Wanneer kunnen die Leidraad verwachten?
“Ik heb de Kamer toegezegd deze herfst daarmee te komen. Die leidraad gaat uit van de huidige jurisprudentie. Dat dit zo lang duurt, toont ook aan hoe ingewikkeld het is de huidige jurisprudentie uit te legen aan bijvoorbeeld een manager inhuur bij een gemeente.

Uw voorganger op het zzp-dossier, Eric Wiebes, stelde eerder dat ‘de Wet DBA het proces van desintermediëring niet in de weg mag staan’. Oftewel, er moeten minder bureaus komen puur voor het afvangen van juridische risico’s. Dat is niet uitgekomen. De intermediaire sector is juist gegroeid doordat zij risico’s van hun opdrachtgevers overnemen. Gaat de Zelfstandigenwet wel leiden tot desintermediëring?
“Alles wat is gezegd over de Wet DBA in de Eerste en Tweede Kamer was geen doorslaand succes. Daarom is er tien jaar lang een moratorium geweest. Maar als er alleen een bureau tussen zit omdat de overheid slechte, onduidelijke wetten maakt, dan gaat er iets niet goed in de samenleving en economie. Een wet moet kenbaar zijn.”

Toch dient er zich al een nieuw verdienmodel aan: de derdenverklaring voor de zelfstandigentoets?
“Het liefst wil je één toets, maar we hebben inderdaad gekozen voor de zelfstandigentoets en de werkrelatietoets. Voor de zelfstandigentoets geldt dat zelfstandige ondernemers niet hun hele doopceel willen lichten tegenover een opdrachtgever. Dus is er behoefte aan een trusted third party, zoals een boekhouder of branchevereniging. Dat hoeft niet, maar mag wel.”

Een criterium uit de Zelfstandigentoets is dat de zelfstandig ondernemer in een periode van 2 jaar ten minste 3 klanten heeft. Maar werkt een zzp’er via een bureau (met Tussenkomstmodel) voor verschillende opdrachtgevers, dan geldt dat als één opdrachtgever. Intermediairs zullen daar niet heel blij mee zijn. Wat is uw boodschap aan hen?
“Uiteindelijk wil je de contractuele situatie tussen opdrachtgever en -nemer kunnen toetsen om de onafhankelijkheid te beoordelen. Dus de partij met wie je een overeenkomst hebt, is leidend. Vooralsnog, want we willen dit vanuit de praktijk invullen. Daarom vragen we in de internetconsultatie expliciet aan de markt om naar de situatie van de intermediair te kijken.”

Een ander criterium is dat een zelfstandige zelf voorzieningen treft die horen bij de risico’s (arbeidsongeschiktheidsverzekering, pensioenvoorziening, bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering, enz.). Het bedrag daarvoor is nog niet bekend. Waarom niet? En hoe rijmt dit met het liberale idee dat een zelfstandige zelf mag bepalen of en hoe hij voorzieningen voor zichzelf treft?
“Ook hiervoor geldt dat ik de praktijk hierbij wil betrekken. Het bedrag mag niet te hoog of te laag zijn, maar dit moeten we samen met de praktijk bepalen om het werkbaar te maken.”

“Of het liberaal is? Tegenover vrijheid staat verantwoordelijkheid. Het is ook liberaal dat bij het nemen van risico verantwoordelijkheid hoort.”

U streeft naar een breed draagvlak voor de Zelfstandigenwet. Is dat er ondanks het minderheidskabinet?
“Ik hoop op steun van ondernemingsgezinde partijen zoals JA21, PVV en DENK. En ik wil ook graag PRO aan boord krijgen. Ik begrijp hun zorgen en heb niet voor niets de motie Patijn overgenomen om onder geen enkel beding het werknemersbegrip aan te tasten.”

“We willen met z’n allen het zzp-dossier pacificeren. Ik merk dat er in de politiek behoefte is om dit probleem na decennia discussie eindelijk op te lossen. Met de Zelfstandigenwet leggen we een bodem in de zzp-markt, met een wettelijk kader, met duidelijke verantwoordelijkheden, ook om schijnzelfstandigheid tegen te gaan. En met meer ruimte voor de zelfstandige ondernemer.” 


Meer weten : schrijf je dan in voor het ZiPconomy webinar Alles over de Zelfstandigenwet . Maandag a.s. om 14:45 uur. ZiPconomy hoofdredacteur Jan-Willem Weijers bespreekt het wetsvoorstel met experts Boris Emmerig en Alexander Kist. Ze gaan in op vragen van deelnemers aan het webinar. Inschrijven (gratis) kan via deze link.

Geplaatst in Professioneel inhuren, ZP en Politiek | Tags | 3s Reacties

Sherpa daagt de traditionele MSP & VMS-markt uit: ‘Wij zien een vierde workforce opdoemen: de AI-agent’

De oprichting van Sherpa begon met frustraties, zegt Tim Altpeter. Van oorsprong is hij historicus. Hij hield zich onder meer bezig met de Franse en Russische geschiedenis in de achttiende en negentiende eeuw. Maar zoals dat dan kan gaan, kwam hij terecht in de externe inhuurmarkt. Hij runde tien jaar lang diverse MSP- en VMS-programma’s, zowel aan de kant van de dienstverlener als aan de kant van de inkoopafdeling. Daar zag hij dat het maar niet echt opschoot en dat veel bij hetzelfde bleef. “Eerlijk gezegd werken MSP-programma’s vandaag de dag nog precies hetzelfde als toen ik tien jaar geleden begon. Er is vrijwel geen enkele innovatie in deze sector.” 

Zelf de markt aanvoeren

Omdat er volgens hem niet echt verandering zichtbaar was bij de gevestigde orde, besloot Altpeter samen met Tristan Deschler en Max Lang Sherpa op te richten. “We besloten om dan maar zelf de markt aan te voeren en ‘s werelds allereerste agentic-native platform voor extern workforce management te worden. En dat zijn we nu,” aldus Altpeter. Als COO houdt hij zich bezig met de dagelijkse operatie, zowel intern als richting klanten. Ook begeleidt hij implementaties, is hij betrokken bij customer success en denkt hij mee over de verdere ontwikkeling van het product. Het hoofdkwartier van Sherpa staat in de Duitse stad München. 

Dat product is een agentic system of intelligence: een platform dat met behulp van AI-agenten de volledige cyclus van extern personeel – van classificatie en sourcing tot onboarding, compliance en betaling – automatiseert en orkestreert. In Altpeters visie is de traditionele VMS-software grotendeels statisch en log. Zulke systemen slaan data op, maar staan verder stil en zijn afhankelijk van mensen die als het ware door het systeem heen klikken, vindt hij. 

De software van Sherpa moet daarentegen zelf actie initiëren. “Veel taken, zoals intakes, werving, contractering, onboarding, urenregistratie en facturering, kunnen door AI-agenten worden afgehandeld. Dat levert tijdwinst op en is dus efficiënt.” Maar de mens blijft in de cockpit. Niet alles hoeft volledig autonoom, vindt Altpeter. Denk aan belangrijke besluiten: wie er uiteindelijk wordt aangenomen en wie budgetten, betalingen en contractvoorwaarden goedkeurt. “Bij ons blijven mensen meekijken en beslissen.” 

AI al aan de voorkant ingebouwd 

Op het recentste ProcureCon Total Talent-event in Amsterdam merkte hij hoezeer er over AI wordt gepraat binnen de branche, maar hoe weinig er nog echt wordt gedaan. “We moeten iets met AI, klinkt het vaak. Wij zijn een van de weinige bedrijven die het ook echt doen en die het hebben ingebouwd. By design, dus al aan de voorkant.” Kijk naar de oudere VMS-systemen, zegt hij. Daar kun je gerust AI aan toevoegen, maar het is er in de kern niet voor gebouwd. Een oud huis verander je ook niet zomaar in een smart home zonder er alles uit te slopen. Daar moet je al bij het ontwerp over hebben nagedacht. Sherpa wil het narratief veranderen. “We zijn AI-native en agentic. AI-agenten vormen geen extra laag boven op het systeem, maar zijn het uitgangspunt.”

En dan nog iets, zegt Altpeter desgevraagd. Bij traditionele software moet een gebruiker meestal inloggen, het systeem leren kennen en door schermen klikken. Sherpa wil juist op de achtergrond werken. Een hiring manager of inkoper hoeft dan niet per se het systeem te begrijpen en daar allerlei cursussen en trainingen voor te volgen. “Je kunt simpelweg een e-mailwisseling hebben met ons systeem. We kunnen bovendien een en ander koppelen met de bestaande IT-omgeving, zoals ServiceNow, MS Teams, Oro, Ariba en Fieldglass, maar ook met andere systemen voor inkoop, finance en HR.” 

Uit de schaduw getreden

Het jonge bedrijf haalde onlangs 2,2 miljoen dollar op bij investeerders. “We moeten daarover eerlijk zijn: zonder de Amerikanen en de Britten was het echt veel moeilijker geweest om geld in deze investeringsronde op te halen. We hebben heus ook wel een paar Europese investeerders, zoals uit Frankrijk. Maar dat is bij lange na niet voldoende.” Niet helemaal volgens de Europese wens tot digitale autonomie, maar ook nog altijd de realiteit. “Voorop staat dat we een in Duitsland opererend bedrijf zijn en dat we er bewust voor hebben gekozen ons te vestigen in München.” Hij zegt iets dat je vaker hoort onder jonge Europese techbedrijven: de Europese Commissie moet aan de bak en geld vrijmaken voor start-ups in deze branche. “Voor de onderliggende AI-infrastructuur, zoals clouddiensten, is nu nog nauwelijks een Europees alternatief.” 

Door de kapitaalinjectie is Sherpa deze zomer uit de schaduw getreden, zegt Altpeter. Maar agentic AI-gedreven werken staat nog in de kinderschoenen, hoezeer de ontwikkelingen rond kunstmatige intelligentie ook in een stroomversnelling zijn geraakt. “We moeten erkennen en accepteren dat we ons nog in de beginfase van deze technologie bevinden,” erkent Altpeter. “Het is ook niet ontworpen voor de komende één of twee jaar. Het is ontworpen voor de lange termijn, voor de komende twintig of dertig jaar, met onze visie op workforce-technologie aan het einde van die periode in het achterhoofd.” 

Toekomst van werk

Sherpa ziet zichzelf dus als de uitdager van de traditionele MSP- en VMS-markt. Sterker nog: als mogelijke vervanging van die bestaande wereld. “Wij zien heel duidelijk een vierde workforce opdoemen: de AI-agent.”

In die visie verandert ook de toekomst van werk fundamenteel. De discussie draait niet langer alleen om vaste medewerkers tegenover externe arbeid. Er komt een nieuwe vraag bij: laat je werk doen door mensen of door AI-agenten? Bedrijven zullen altijd extern personeel nodig hebben, omdat het werk nu eenmaal complexer wordt en je de kennis niet altijd in huis hebt. Vooral bij de grotere organisaties zal het aandeel van externe arbeid blijven groeien, verwacht hij. Tegelijkertijd kan AI veel werk overnemen.

Het oude idee van Total Talent Management is, met alle ontwikkelingen in het achterhoofd, te beperkt, vindt Altpeter. “Tot nu toe ging dat vooral over de vraag: hoe beheer je vaste medewerkers, uitzendkrachten, freelancers en statement-of-work-diensten binnen één model? Daar komt wat ons betreft nu een extra laag bovenop: kan dit werk ook door een AI-agent worden gedaan?” In de huidige MSP- en VMS-wereld zitten vooral HR en procurement aan tafel. In de visie van Sherpa moet IT daar structureel bij komen, omdat AI-agenten ook technologie, kosten, prestaties, risico’s en governance met zich meebrengen. Altpeter: “Bedrijven moeten straks kunnen bepalen hoeveel fte’s ze nodig hebben in verhouding tot het aantal AI-agenten dat ze inzetten.”

Voet aan de grond in Nederland

Hoewel de strategie gebaseerd is op toekomstmuziek, is Sherpa er alles aan gelegen de markt te veroveren. Er zijn al veel contacten gelegd en er lopen serieuze gesprekken met grote bedrijven, onder meer uit de farma- en techindustrie. Altpeter wil niet zeggen welke dat zijn. “We zijn een jong bedrijf. Onze strategie is niet voor de komende weken, maanden of jaren, maar moet je echt zien over een periode van zeker tien jaar.” Voet aan de grond krijgen in de Nederlandse uitzend- en detacheerbranche is zeker het doel, lacht hij. “Jullie markt is heel interessant, zeker.” 

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , , , , , , | Laat een reactie achter