"Exploring the future of work & the freelance economy"
SLUIT MENU

Zelfstandigenwet: 85 procent van de consultatiereacties is negatief. Vooral zzp en vakbonden zijn tegen

Van de 1.172 reacties op de internetconsultatie van de Zelfstandigenwet is 85 procent negatief over het voorstel in de huidige vorm, blijkt uit een analyse van ZiPconomy. Ook wie het doel van een veilige haven steunt, wijst vaak de uitwerking af. De eis van drie opdrachtgevers krijgt de meeste kritiek. Zzp’er en vakbonden zijn het meest negatief. Maar wel om heel andere redenen.

Het idee achter de Zelfstandigenwet krijgt brede steun, de uitwerking veel minder. Tot en met 29 oktober 2026 kwamen er 1.172 reacties binnen op de internetconsultatie, en ZiPconomy analyseerde ze allemaal. Van de indieners is 85 procent negatief of zeer negatief over het wetsvoorstel zoals het nu voorligt. Slechts 5 procent is positief.

Tegelijk steunt 41 procent uitdrukkelijk het doel van de wet: meer duidelijkheid en een veilige haven voor zelfstandigen. Van die 481 indieners is toch 81 procent negatief over het voorstel. Steun voor het doel is dus iets anders dan steun voor deze uitwerking. Slechts 46 indieners wijzen het doel zelf af.

Met de wet wil minister Thierry Aartsen (Werk en Participatie) vooraf vastleggen wanneer iemand als zelfstandige kan werken. Wie voldoet aan alle criteria van de zelfstandigentoets en de werkrelatietoets, zit in de veilige haven. Wie dat niet doet, valt terug op de bestaande beoordeling van de arbeidsrelatie.

Vooral zzp’ers uit ICT en interim-managers reageerden

De consultatie is vooral een stem van zzp’ers: 1.048 reacties (89,4 procent) komen van individuen. Daarnaast reageerden 60 brancheorganisaties, 19 opdrachtgevers, 17 intermediairs of platforms en 5 vakbonden.

Twee sectoren springen eruit: ICT (297 reacties, 25,3 procent) en interim, advies en projectmanagement (227 reacties, 19,4 procent). Samen is dat bijna 45 procent van alle reacties. Bij bijna 30 procent was de sector niet te bepalen. Het mag duidelijk zijn dat dit geen representatieve aantallen zijn voor de hele groep zzp’ers. De internetconsultatie en deze analyse kan ook niet gezien worden als een opiniepeiling van het wetsvoorstel. Het is vooral in inventarisatie van verbetervoorstellen en (negatieve) reacties.

Opvallend is het verschil tussen groepen respondenten in steun voor het doel van de wet. Van de brancheorganisaties steunt 93 procent het doel uitdrukkelijk, van de intermediairs 94 procent, van de individuele indieners 36 procent. Die individuen zijn ook het meest negatief, met een gemiddelde score van -0,94 op een schaal van -2 tot +2. Alleen de vakbonden scoren lager (-1,80) en negatiever, maar zij bekritiseren het voorstel vanuit de andere kant. Volgens hen tast het de bescherming van werknemers aan.

Drie opdrachtgevers: het grootste struikelblok

De eis van drie opdrachtgevers in twee jaar is het vaakst genoemde bezwaar: 74 procent van alle reacties wijst die af. Bij ICT’ers loopt dat op tot 97 procent, in interim, advies en projectmanagement tot 91 procent. Indieners wijzen op meerjarige projecten en implementaties waarbij werken voor één grote opdrachtgever gebruikelijk is.

Daarna volgen bezwaren dat het voorstel niet past bij de eigen sector of het eigen beroep (48 procent), tegen de verplichte minimumbesteding aan voorzieningen (32 procent) en over onzekerheid achteraf (28 procent). Even vaak (28 procent) gaat het over de passage in de memorie van toelichting dat betaling per uur een contra-indicatie is voor werken voor eigen rekening en risico. Van alle indieners stelt 45 procent voor om niet alle criteria verplicht te maken of een alternatieve route te openen.

De minister erkende in de ZiPconomy-podcast al dat de opdrachtgeverseis in sommige sectoren wringt, met de ICT als voorbeeld, en dat dit punt bovenaan zijn lijst staat om opnieuw naar te kijken.

Opdrachtgevers en intermediairs: zekerheid en de tussenpersoon

Opdrachtgevers en intermediairs leggen andere accenten. Van de 19 opdrachtgevers vindt 68 procent dat het voorstel niet past bij hun sector, vreest 47 procent onzekerheid achteraf en ziet 37 procent extra administratieve lasten. Van de 17 intermediairs en platforms maakt 76 procent bezwaar tegen de manier waarop tussenpersonen meetellen: bij tussenkomst geldt de intermediair als enige opdrachtgever. Eveneens 76 procent noemt de onzekerheid achteraf, en 65 procent vreest dat de vrijwillige veilige haven in de praktijk een harde inhuureis wordt.

Die laatste zorg leeft breder. Een vijfde van alle indieners verwacht dat opdrachtgevers de veilige haven als eis gaan stellen, en ook een vijfde vreest een verschuiving naar detachering of payrolling. Dat blijkt ook uit een onderzoek van Ipsos I&O voor het ministerie van SZW. Daarin zegt 41 procent van de opdrachtgevers een zelfstandige die niet aan de criteria voldoet niet meer te zullen inzetten.

De coalitie van ABU, NBBU, Bovib, VvDN en RIM vraagt in haar reactie dat bij tussenkomst de afzonderlijke eindopdrachtgevers meetellen.

Organisaties: ja tegen het doel, nee tegen deze uitwerking

Van de 63 organisaties die reageerden, onderschrijven er op vier na het doel van een veilige haven. Alleen de vakcentrales FNV, CNV en VCP, onderwijsbond AOb, FNV Zelfstandigen en BOK Beroeps Organisatie Kunstenaars wijzen de wet af. Maar slechts negen organisaties zijn overwegend positief over de uitwerking.

VNO-NCW, MKB-Nederland, AWVN en LTO Nederland hebben een positieve grondhouding, maar maken hun steun afhankelijk van aanpassingen, zoals verruiming naar twee opdrachtgevers. Vereniging Zelfstandigen Nederland (VZN), met voorzitter Connie Maathuis als indiener, zegt ‘volmondig ja’ tegen een wet die zelfstandig ondernemerschap erkent. Toch noemt VZN de veilige haven onbereikbaar voor veel echte zelfstandigen en starters, en stelt voor dat vijf van de zeven voorwaarden volstaan. Ook het comitie ZZP noemt de wet een ‘positieve kentering’  maar tekent bezwaar aan tegen onderdelen als het aantal opdrachtgevers. De Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB) wijst op een flitspeiling van Ipsos I&O voor het ministerie van SZW: volgens de NOB voldoet maar 31 procent van de zzp’ers aan alle eisen.

De vakcentrales staan aan de andere kant van het spectrum. Ze zijn uitgesproken negatief over het wetsvoorstel. Zij willen de holistische toets van de Hoge Raad (de Deliveroo-criteria) behouden en noemen het gebruik van de derdenverklaring door uitvoeringsinstanties ‘zeer risicovol en fraudegevoelig’. FNV, CNV en VCP vrezenaantasting van werknemersbescherming en legitimering van schijnzelfstandigheid. Onderwijsvakbond AOb ziet niets in de wet en wil ene zzp-verbod voor leraren. Ook FNV Zelfstandigen wijst het voorstel af en ziet meer in zzp-tariefafspraken in cao’s plus een verplicht pensioen voor zzp.

Andere peilingen: minder negatief, zelfde pijnpunt

Eerder deze maand kwam Knab met een peiling. Daarin zou 53 procent van 1.068 ondervraagde zzp’ers tegen de wet stemmen, 19 procent voor, en twijfelt 28 procent. Ook daar was de eis van drie opdrachtgevers het grootste bezwaar. Het verschil met de 85 procent uit de consultatie is goed te verklaren. De internetconsultatie zal primair ingevuld zijn door zzp’ers met een duidelijk, afwijzende mening. En wie reageert op een consultatie, kiest daar zelf voor, en in deze analyse telt een reactie als negatief zodra de indiener een kernonderdeel afwijst, ook bij steun voor het doel.

Hoe nu verder?

De consultatie laat zien dat er draagvlak is voor een veilige haven. De vraag is of de aanpassingen die haven bereikbaar maken voor de ICT’ers, interimmers en andere zzp’ers met langlopende opdrachten die nu het luidst protesteren.

Aanpassingen komen er hoe dan ook, zei Aartsen in de ZiPconomy podcast: “Eén ding staat vast: de wet gaat nog aangepast worden.” Daarna gaat het voorstel voor advies naar de Raad van State en vervolgens naar de Kamer voor behandeling. Alhoewel Aartsen mikt op een breed politiek en maatschappelijk draagvlak, is een Kamermeerderheid voor deze versei van de wet nog verre van zeker. Het geluid van zzp’ers uit deze consultatie (kort gezegd: laat ons met rust en kom niet met nieuwe verplichtingen) zal gehoor vinden bij partijen aan de rechterkant van het minderheidskabinet. De stem van de vakbonden vindt in de regel zijn weg richting PRO en SP.

Het kabinet mikt op inwerkingtreding in januari 2028. Veel organisaties willen dat de lagere regelgeving, waaronder de hoogte van de minimumbesteding aan voorzieningen, bekend is vóór de Kamerbehandeling of minstens twaalf maanden voor de invoering.


Over het onderzoek: ZiPconomy analyseerde alle 1.172 reacties die tot en met 29 oktober 2026 zijn ingediend, inclusief bijlagen. Type indiener en standpunt zijn per reactie bepaald met het taalmodel Claude (Anthropic) en steekproefsgewijs handmatig gecontroleerd. Een reactie telt als negatief als de indiener een kernonderdeel afwijst, ook bij steun voor het doel. Elke ingediende reactie telt mee, ook dubbele indieningen. De reacties van 63 organisaties zijn daarnaast volledig gelezen en samengevat. De groepen opdrachtgevers (19), intermediairs (17) en vakbonden (5) zijn klein; percentages daarbinnen zijn indicatief.

Hugo-Jan Ruts is de oprichter van ZiPconomy. Hij is de algemeen directeur/uitgever van ZiPmedia en politiek verslaggever voor ZiPconomy. Bekijk alle berichten van Hugo-Jan Ruts

3 reacties op dit bericht

  1. Toch vreemd ik had op de tweede plaats “uurtje-factuurtje” en op de derde plaats “Gezag, tijd, en plaats” verwacht. Verder was de uitkomst van deze Webconsultatie wel zoals ik had verwacht en gedacht….

  2. Dank voor de uitgebreide analyse en de toelichting op de methodiek.

    De korte samenvatting vind ik treffend. Volgens mij raakt die aan een belangrijk kernprobleem in deze discussie.

    * De klassieke rol van vakbonden is het beschermen van werknemers. Maar deze wet, en de eerdere wetgeving, zou juist onderscheid moeten maken tussen het beschermen van werknemers en het waarborgen van de vrijheid om als zelfstandige te ondernemen. Dat zijn twee verschillende uitgangspunten, die in deze discussie nogal eens door elkaar lijken te lopen.

    * Een onbedoeld effect van deze ontwikkeling is naar mijn verwachting dat de positie en macht van brokers, bemiddelaars en platforms de komende jaren verder toenemen. Ik merk nu al dat deze partijen vrij gemakkelijk meegaan in de groeiende voorzichtigheid van opdrachtgevers. De verschuiving richting detachering, soms zelfs als min of meer verplichte voorwaarde om een opdracht te kunnen uitvoeren, is daar een voorbeeld van zie ik de afgelopen 2 maanden.

    Daarmee dreigt juist de zelfstandige minder keuzevrijheid te krijgen en worden de mogelijkheden om rechtstreeks als ondernemer opdrachten uit te voeren verder beperkt.

    Ik hoop dan ook dat de aanpassingen in de wetgeving deze ontwikkeling kunnen keren en dat de huidige inhuurkramp bij organisaties weer geleidelijk plaatsmaakt voor een werkbare en evenwichtige praktijk.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *



×