Wat als je geen ondernemer voor de inkomstenbelasting bent? Geplaatst 2 oktober 2025 door Freelance.nl De gevolgen als je geen ondernemer voor de inkomstenbelasting bent Als de Belastingdienst je niet ziet als ondernemer voor de inkomstenbelasting, behandel je je inkomsten anders in je aangifte. Je valt dan onder resultaat uit overige werkzaamheden. Dat betekent: Je hebt geen recht op ondernemersaftrek zoals zelfstandigenaftrek, startersaftrek en mkb-winstvrijstelling. Je betaalt dus relatief meer belasting over hetzelfde inkomen. Je administratieplicht is minder zwaar. Je hoeft geen aparte ondernemingsbalans of jaarrekening te maken, zolang je inkomsten maar inzichtelijk zijn. Je moet je inkomsten alsnog netjes opgeven in je jaarlijkse aangifte inkomstenbelasting. Verdien je bijvoorbeeld € 5.000 met losse opdrachten naast loondienst, dan voer je dit bedrag op als “overige werkzaamheden”. De Belastingdienst telt dit op bij je overige inkomen en berekent hoeveel belasting je moet betalen. Weten wanneer je wél ondernemer voor de inkomstenbelasting wordt? Lees dan: Wanneer ben je ondernemer voor de inkomstenbelasting. Andere gevolgen van geen IB-ondernemer zijn Niet-ondernemerschap heeft ook gevolgen die verder gaan dan de inkomstenbelasting: Geen ondernemersstatus bij instanties Je mist toegang tot regelingen of subsidies die specifiek voor IB-ondernemers gelden. Beperkte mogelijkheden voor aftrek van kosten Alleen kosten die direct samenhangen met de extra inkomsten zijn aftrekbaar, geen bredere investeringsaftrek. Minder zekerheid voor opdrachtgevers Sommige opdrachtgevers werken liever met iemand die officieel als ondernemer wordt gezien (zeker bij langdurige samenwerkingen). Impact op toeslagen en uitkeringen Je extra inkomsten tellen wel mee voor zorgtoeslag, huurtoeslag of je belastbaar inkomen, ook als je geen IB-ondernemer bent. Lees ook: Freelance Markt Index: kennismarkt krabbelt op, opdrachtgevers durven vaker zzp’ers in te huren Voorbeelden: wanneer ben je geen ondernemer voor de inkomstenbelasting? De regels lijken duidelijk, maar in de praktijk zijn er veel grijze gebieden. Deze voorbeelden laten zien hoe de Belastingdienst situaties beoordeelt waarin je géén ondernemer voor de inkomstenbelasting bent. De startende fotograaf met weinig opdrachten Je schrijft je in bij de KvK, maar krijgt in je eerste jaar slechts vijf betaalde opdrachten voor vrienden en kennissen. Je omzet is een paar duizend euro, zonder duidelijke groeiplannen. De Belastingdienst ziet dit vaak als overige werkzaamheden. Je bent dus geen IB-ondernemer, ook al heb je een inschrijving en factureer je netjes. De consultant die één grote klant heeft Een adviseur zegt zijn baan op en gaat als zelfstandige verder, maar werkt het hele jaar uitsluitend voor zijn oude werkgever. Er is geen ondernemersrisico en geen ander klantenbestand. Grote kans dat de Belastingdienst dit niet als ondernemerschap erkent. Je inkomsten vallen dan onder overige werkzaamheden, met hogere belastingdruk en geen aftrekposten. De muzikant met incidentele optredens Je treedt af en toe op in cafés en ontvangt een vergoeding. Er is geen continuïteit en de inkomsten blijven beperkt. Dit kwalificeert meestal niet als ondernemerschap voor de inkomstenbelasting. De inkomsten geef je op als overige werkzaamheden, maar je bent geen ondernemer voor de IB. Geen ondernemer voor inkomstenbelasting, wel voor de btw? De Belastingdienst gebruikt verschillende regels voor de inkomstenbelasting en de btw. Het kan dus gebeuren dat je géén ondernemer bent voor de inkomstenbelasting, maar wel als btw-ondernemer wordt aangemerkt. Voor de inkomstenbelasting kijkt de fiscus naar zaken als winst, opdrachtgevers, risico en continuïteit. Voldoe je daar niet aan, dan beschouwt de Belastingdienst je inkomsten als resultaat uit overige werkzaamheden. Voor de btw ligt dat anders. Daar geldt dat je al ondernemer bent zodra je tegen betaling diensten of goederen levert. Zelfs als je dat maar af en toe doet, kan de Belastingdienst je zien als btw-ondernemer. Dat heeft duidelijke gevolgen. Je moet btw rekenen op je facturen en die afdragen, maar je mag ook de btw op zakelijke kosten terugvragen. Tegelijkertijd heb je géén recht op ondernemersaftrek bij de inkomstenbelasting, omdat je daar officieel geen ondernemer bent. De kleineondernemersregeling Verdien je weinig omzet, dan kun je gebruikmaken van de kleineondernemersregeling (KOR). Blijf je onder de grens van € 20.000 omzet per jaar, dan kun je kiezen voor vrijstelling van btw. Je hoeft dan geen btw te berekenen of aangifte te doen, maar je mag ook geen btw op kosten terugvragen. Wat als je geen ondernemer bent, maar wel geld verdient als freelancer? Ook als je geen ondernemer bent voor de inkomstenbelasting, moet je je inkomsten netjes verantwoorden. Verdien je bijvoorbeeld met losse klussen, dan ziet de Belastingdienst dit als resultaat uit overige werkzaamheden. Het bedrag tel je op bij je overige inkomen in je jaarlijkse aangifte. Waar je rekening mee moet houden: Geef je inkomsten altijd volledig op. Laat je bedragen weg, dan kan dit leiden tot naheffingen of boetes. Zorg dat je je facturen en betalingen bewaart. Ook zonder volledige administratie moet je kunnen aantonen hoeveel je hebt verdiend. Vermeld op je facturen of je btw-plichtig bent. Ben je géén btw-ondernemer, dan zet je erbij: “vrijgesteld van btw”. Door je inkomsten correct op te geven, voorkom je dat de Belastingdienst later corrigeert. Zeker bij kleine bijverdiensten is de kans groot dat je alsnog belasting moet betalen, omdat je geen recht hebt op aftrekposten. Wat kun je doen om alsnog ondernemer te worden? Wil je dat de Belastingdienst je wél als ondernemer voor de inkomstenbelasting ziet? Dan moet je je activiteiten serieuzer en professioneler inrichten. Denk aan het actief zoeken naar meerdere opdrachtgevers, investeren in je bedrijf en het lopen van ondernemersrisico. Hoe meer je voldoet aan de kenmerken van ondernemerschap, hoe groter de kans dat je door de Belastingdienst als ondernemer wordt aangemerkt. Twijfel je nog? Doe de ondernemerscheck Ondernemer zijn voor de Belastingdienst is meer dan een inschrijving bij de KvK. Om dit te zijn moet je voldoende winst maken op jaarbasis, over bedrijfskapitaal beschikken, zelfstandig werken en investeren in je bedrijf. Ben je geen ondernemer? Dan geef je je verdiensten op als ‘inkomen uit overig werk’. Ben je wel ondernemer voor de inkomstenbelasting? Dan heb je te maken met bepaalde rechten en plichten, zoals btw-aangifte en aftrekposten. Veelgestelde vragen over geen ondernemer voor de inkomstenbelasting zijn Wat gebeurt er als de Belastingdienst mij geen ondernemer vindt? Je inkomsten vallen dan onder resultaat uit overige werkzaamheden. Je hebt geen recht op ondernemersaftrek en betaalt vaak meer belasting. Wat als ik naast loondienst af en toe klusjes doe? Die inkomsten geef je op als overige werkzaamheden. Je hebt geen recht op ondernemersaftrek, maar je moet de verdiensten wel opgeven in je aangifte. Hoeveel mag je verdienen zonder ondernemer te zijn voor de inkomstenbelasting? Er is geen vaste grens. Het gaat om de aard en continuïteit van je werk. Ook bij lage inkomsten kun je aangifteplicht hebben. Kan ik geen ondernemer voor de inkomstenbelasting zijn, maar wel voor de btw? Ja. Voor de btw gelden andere regels. Je kunt wél btw-plichtig zijn terwijl je inkomsten voor de IB als overige werkzaamheden worden gezien. Moet ik een administratie bijhouden als ik geen ondernemer ben voor de inkomstenbelasting? Ja. Ook zonder volledige boekhouding moet je je inkomsten en kosten kunnen onderbouwen voor de Belastingdienst. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags belastingdienst, inkomstenbelasting, ondernemer, zzp'er | 1 Reactie
ATR brengt advies uit: dien Besluit VBAR niet in Geplaatst 1 oktober 2025 door ZiPredactie In een brief aan minister Mariëlle Paul (SZW) wordt uitgelegd hoe en waarom de ATR tot dit advies is gekomen. ‘Het ATR heeft op 8 november 2023 geadviseerd dit wetsvoorstel niet in te dienen (dictum 4)1, omdat de probleemafbakening en doelstelling onvoldoende waren. Het voorstel bevatte open normen die weinig rechtszekerheid boden. Er waren geen minder belastende alternatieven onderzocht. ‘En de werkbaarheid en regeldruk gevolgen waren onvoldoende onderbouwd.’ Lees ook: nadere invulling wet VBAR moet extra duidelijkheid brengen, maar ‘toetsingskader is geen afvinklijst’ Ook in de aanvullende zienswijze van 2 juni 2025 is geconcludeerd dat de tekortkomingen grotendeels in stand bleven, aldus het ATR. Het ATR is een adviesorgaan dat de regering en het parlement adviseert over het verminderen van regeldruk bij nieuwe wetten en regelgeving. Probleemafbakening en doelstelling In de brief aan de minister wordt uitgelegd waarom de ATR tot het advies is gekomen om het Besluit VBAR niet in te dienen. ‘Het ATR heeft op 8 november 2023 geadviseerd dit wetsvoorstel niet in te dienen (dictum 4)1, omdat de probleemafbakening en doelstelling onvoldoende waren. Het voorstel bevatte open normen die weinig rechtszekerheid boden. Er waren geen minder belastende alternatieven onderzocht. ‘En de werkbaarheid en regeldruk gevolgen waren onvoldoende onderbouwd.’ Ook in de aanvullende zienswijze van 2 juni 2025 is geconcludeerd dat de tekortkomingen grotendeels in stand bleven, aldus het ATR. Eerder deze maand, om precies te zijn op 10 september, is Het Besluit verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties (VBAR) voor advies voorgelegd aan het ATR. Hier ging een internetconsultatie aan vooraf. Het besluit bevestigt, zo schrijft het ATR in het hernieuwde advies, dat de beoordeling van arbeidsrelaties plaatsvindt via een “holistische toets”, waarbij steeds het geheel van omstandigheden wordt gewogen en geen enkel criterium doorslaggevend is. ‘Het bevat een lijst met gezichtspunten, zoals gezag of instructiebevoegdheid, organisatorische inbedding, ondernemerschap en verantwoordelijkheid voor het werkresultaat. Deze opsomming wordt niet als afvinklijst gehanteerd maar als open normen die in samenhang moeten worden beoordeeld.’ Het besluit baseert zich op jurisprudentie, waaronder uitspraken tot oktober 2024 en het Uber-arrest van de Hoge Raad (februari 2025), en heeft tot doel de rechtspraktijk meer structuur te geven door bestaande criteria te codificeren, aldus het adviescollege. Het ATR ‘signaleert dat de toelichting bij de AMvB (Algemene Maatregel van Bestuur, red.) selectief is in de weergave van jurisprudentie en dat gekozen is voor de zogenoemde “rode draden”.’ Niet overtuigend Het doel van het besluit is om de praktijk meer duidelijkheid te geven en zo de naleving van de arbeidsrechtelijke kwalificatie te verbeteren. Maar die toelichting overtuigt niet, vindt het adviescollege. Er wordt in de toelichting op het besluit rond de wet VBAR naar slechts twaalf uitspraken verwezen die zijn gedaan na het Deliveroo-arrest, waarvan elf rechtbankuitspraken, aldus het adviesorgaan. ‘Dat is een wankele basis voor de term codificatie (het in één wet bijeenbrengen van het bestaande recht dat is verspreid in jurisprudentie), zeker gezien het feit dat het om 11 lagere rechters gaat, terwijl er ook een arrest van de Hoge Raad en een Hofuitspraak niet aangehaald zijn.’ Het college adviseert de onderbouwing van het voorliggende voorstel te verstevigen, enerzijds door de selectie van jurisprudentie te actualiseren en anderzijds door ‘te verbreden naar de laatste stand van de rechtspraak’. Recept voor meer onduidelijkheid Joost van Ladesteijn, advocaat bij Vertex Legal, kan zich wel vinden in het ATR-advies. ‘Een selectieve codificatie op basis van één rechtsbron met nieuwe begrippen is recept voor meer onduidelijkheid,’ zegt hij over het besluit VBAR. Volgens hem illustreert dit wetgevingstraject in optima forma dat tegenmachten dienen te worden geformeerd, juist in de politiek waar het om macht draait, te beginnen met onderkenning van de belangrijkheid van onafhankelijke adviezen.’ Van Ladesteijn uit kritiek op de politiek en in het bijzonder het kabinet. Wanneer een kabinet stelselmatig vergaande onafhankelijke adviezen negeert en de Rijksoverheid goede voorbeeld niet geeft, dan gaat dit ten koste gaan van hun geloofwaardigheid, vindt hij. ‘Op enig moment zal dan het algemene belang niet meer als rechtvaardiging kunnen dienen. Ter voorkoming dat harmoniemodellen veranderen in conflictmodellen zal de Rijksoverheid intrinsiek dienend en menselijk drastisch breder moeten luisteren.’ Geplaatst in ZP en Politiek | Tags ATR, Deliveroo-arrest, Mariëlle Paul, Wet VBAR | 1 Reactie
DENK zoekt balans tussen vrijheid ondernemer en bescherming werknemer Geplaatst 1 oktober 2025 door Sjoerd Ruts De partij belooft in het programma om zich ‘voor diegenen die dit willen’ in te zetten op meer ‘vastigheid en zekerheid’ op de arbeidsmarkt. DENK benadrukt dat het MKB en de ondernemer van grote waarde zijn voor de economie en dat deze ondernemers ‘de steun en ruimte [moeten] krijgen om van waarde te kunnen blijven.’ AOV met opt-out en vrijheid voor zelfstandigen DENK pleit voor ‘zekerheid voor wie dat wil, en vrijheid voor wie daar bewust voor kiest’. Concreet betekent dit voor de partij dat de partij aanstuurt op meer mensen in loondienst, door het financieel aantrekkelijker te maken voor werkgevers om vaste contracten aan te bieden. Tegelijkertijd spreekt de partij zich uit tegen een vermindering van de ontslagbescherming. Lees ook dit artikel: Wet BAZ: feiten en fabels rond de verplichte AOV voor zzp’ers De aansturing op meer vaste contracten betekent overigens niet dat de partij zelfstandig ondernemers dwars wil zitten. ‘Als mensen bewust kiezen voor de vrijheid van het werken als zzp’er, moet dat altijd mogelijk zijn.’ DENK ziet door de ‘huidige onduidelijkheid’ een ‘onnodige verdringing’ van zelfstandigen op de arbeidsmarkt en wil dit voorkomen.Uit het partijprogramma: ‘Daarom komt er in de vorm van een werkbare definitie een wettelijke verankering van zelfstandigheid’. Al te veel belemmeringen voor zelfstandigen die daar zelf voor kiezen wil de partij dus niet meer. De partij wil echter oog blijven houden op risico’s en wil ‘blijven inzetten op de aanpak van schijnzelfstandigheid’. Voor zzp’ers moet er ‘een betaalbare en collectief georganiseerde verzekering voor arbeidsongeschiktheid’ komen. De kosten voor de verzekering moeten ‘zo veel mogelijk’ door de opdrachtgever worden gedragen. Daarnaast wil de partij ‘kijken naar opt-outmogelijkheden’. MKB en ondernemen De partij stelt dat de Nederlandse economie ‘in grote mate afhankelijk is’ van ondernemers in het MKB. En dus wil de partij ‘deze ondernemers steunen’. Door een vangnet te bieden voor kleine ondernemers bij doorbetaling bij ziekte en een verlaging van belasting en lasten voor kleinere ondernemers wil de partij druk bij het MKB en de zelfstandigen wegnemen. Ondernemers die geen krediet van ‘gewone banken’ krijgen, kunnen een aanvraag doen bij een publieke kredietbank. DENK wil tevens het ‘vergroten van de bestaanszekerheid en het bestrijden van armoede’ een ‘topprioriteit’ maken. Hieronder valt een verhoging van het minimumloon (18 euro per uur), energietoeslag voor lage inkomens, verlaging van de BTW op boodschappen en een Minister voor Armoedebestrijding. De belasting voor lage- en middeninkomens moet worden verlaagd, terwijl ‘mensen met een heel hoog inkomen of vermogen een extra bijdrage [kunnen] leveren’. Ook grote bedrijven gaan meer belasting betalen, en ‘ondoelmatige belastingvoordelen’, zoals de expatregeling, worden afgeschaft. Voor uitzendbureaus komt strengere handhaving, want ‘uitwassen in de uitzendbranche gaan wij tegen met een vergunningssysteem’, zo schrijft DENK Het volledige verkiezingsprogramma van DENK is hier te lezen. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags DENK, Verkiezingen2025, Verkiezingsprogramma | 2s Reacties