Maandelijkse archieven: mei 2023

Opdrachtgevers zoeken balans tussen flexibiliteit en traditionele werkvormen

De vraag naar freelancers groeit, blijkt uit de Freelance Markt Index (FMI) van het tweede kwartaal 2023. De index komt uit op 102 en dat betekent dat de freelancemarkt positief gestemd is.

Meer opdrachten en reacties

In vergelijking met vorig kwartaal is het aantal opdrachten voor freelancers met 8% gestegen, hoewel het nog steeds minder is dan vorig jaar. De vakgebieden ICT en M&O zijn het meest in trek, met een stijging van respectievelijk 11% en 9% in het aantal opdrachten. Freelancers reageren ook aanzienlijk vaker op opdrachten dan vorig kwartaal, het aantal reacties is namelijk gestegen met 29%.

Groei deeltijd- en on-premise opdrachten

Opdrachtgevers zoeken vaker freelancers die fysiek aanwezig zijn op locatie. Tegelijkertijd groeit het aantal deeltijdopdrachten, terwijl het aantal voltijdopdrachten juist daalt. Opdrachtgevers zijn dus op zoek naar meer flexibiliteit, maar grijpen tegelijkertijd terug op oude manieren van werken.

Skills en ervaring belangrijke criteria

De onderzoekers kijken ieder kwartaal naar de reden dat opdrachtgevers voor freelancers kiezen, in plaats van voor vaste werknemers. Net zoals voorgaande kwartalen blijft flexibiliteit (44%) het belangrijkste criterium, gevolgd door ervaring en kwaliteit. Capaciteit is dit kwartaal gezakt naar de derde plaats.

Skills en vaardigheden (62%) zijn dit kwartaal de belangrijkste overweging bij het kiezen van een geschikte freelancer, gevolgd door cv / ervaring (31%) en match met de klant (27%). Opvallend is dat beschikbaarheid van freelancers niet als reden wordt genoemd, terwijl 8% van de respondenten dit tijdens de vorige meting nog als reden gaf.

Over de Freelance Markt Index

De Freelance Markt Index (FMI) is samengesteld uit cijfers van de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU), het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en de verwachting van opdrachtgevers op het Freelance.nl-platform. Freelance.nl brengt deze marktmonitor ieder kwartaal uit.

Het volledige onderzoek en de resultaten zijn hier te downloaden.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , | Laat een reactie achter

Recordomzet van € 2,2 miljard voor HeadFirst Group

HR-tech dienstverlener HeadFirst Group heeft over 2022 een omzet (bruto facturatiewaarde) behaald van ruim 2,2 miljard euro, met een brutowinst van 63 miljoen euro. Dit is een omzetgroei van 38% ten opzichte van 2021, voor het grootste deel organisch bereikt door het succesvol bedienen van bestaande en nieuwe opdrachtgevers. In 2023 zet het bedrijf zijn strategie voort, waarbij digitalisering en internationaal groeien twee belangrijke pijlers zijn.

Organische groei en gerichte overnames

De omzet van ruim 2,2 miljard euro betekent een stijging van 600 miljoen euro ten opzichte van 2021, waarvan meer dan 400 miljoen (27%) organische groei. Daarnaast deed HeadFirst Group een aantal gerichte overnames: het Belgische HR-techbedrijf ProUnity, IT talent sourcers StarApple en StackOps, online recruitment platform OpenTalent en het platform voor freelance diensten ZZP365.

Marion van Happen, CEO bij HeadFirst Group: “We hebben een succesvol jaar achter de rug op alle vlakken. We verwelkomden nieuwe opdrachtgevers en hebben weer meer professionals – zelfstandig en in dienst van onze leveranciers – aan waardevolle opdrachten geholpen. De nieuwe merken in onze groep hebben hun plek gevonden. En tot slot zijn we als werkgever gewaardeerd als Great Place to Work.”

Digitale transformatie

HeadFirst Group beoogt ook in 2023 te groeien door de combinatie van succesvolle dienstverlening aan haar klanten – zowel opdrachtgevers, leveranciers als zelfstandig professionals – en gerichte overnames die waarde toevoegen aan de groep. Om de uitbreiding van HeadFirst Group in Europa mogelijk te maken – een belangrijk onderdeel van de strategie – is in 2022 IceLake Capital toegetreden als nieuwe investeerder.

Van Happen: “We zijn onze digitale transformatie aan het versnellen met als doel technologie en human touch op de meest ideale manier te mixen in onze dienstverlening. Door tech slim in te zetten, creëren we dat collega’s persoonlijk contact hebben op de momenten dat het écht waarde toevoegt voor onze klanten. Met IceLake aan boord gaan we in 2023 volle vaart door op die strategische lijn.”

Van Happen vervolgt: “Onze purpose is: Join the next world of work. Deze nieuwe wereld van werk is transparant, inclusief, steeds meer op technologie gebaseerd en minder gefixeerd op de contractvorm. Wij nemen de leiding in de reis naar deze next world en nodigen iedereen om ons heen uit hieraan bij te dragen.”

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags | Laat een reactie achter

Zo garandeert het Bovib-keurmerk de kwaliteit van intermediairs en brokers

“Met het Bovib-keurmerk willen we de algehele kwaliteit in de branche verhogen”, vertelt Saskia Kapper, bestuurslid van de Bovib. “Intermediairs en brokers met het Bovib-keurmerk zijn professionele organisaties waarbij kwaliteit hoog in het vaandel staat.”

Een betrouwbare intermediair of broker voldoet aan wet- en regelgeving, beheert zijn financiën goed en heeft voldoende inzicht in zijn processen om risico’s te vermijden. Zoek je zo’n kwaliteitsintermediair of -broker? Kijk dan naar het Bovib-keurmerk.

Specifieke eisen voor intermediairs en brokers

Het Bovib-keurmerk past beter bij brokers en intermediairs dan certificaten als NEN 4400 en ISO 9001. “Een NEN-certificering is bijvoorbeeld voor bedrijven die zelf mensen in dienst hebben”, legt Kapper uit. “Als je niet detacheert of uitzendt, is dat dus niet van toepassing. Het Bovib-keurmerk is meer geschikt voor brokers, msp-dienstverleners en intermediairs zonder mensen in dienst.”

Het onafhankelijke Bovib-keurmerk is speciaal voor bureaus die een inhuurketen beheren of activeren namens en voor hun opdrachtgevers. De belangrijkste elementen van NEN 4400 en ISO 9001 staan erin, aangevuld met specifieke Bovib-eisen die passen bij brokers en intermediairs.

Meer financiële zekerheid

“Bovendien kijkt de inspecteur bij een Bovib-certificering meer naar financiële zekerheid van het bureau”, legt Kapper uit. De eisen worden jaarlijks getoetst door een onafhankelijke inspectie-instelling. Een wezenlijk onderdeel van deze audit is een risicoanalyse op het financieel beleid van de onderneming.

“Op deze manier wordt er dus niet alleen achteraf gekeken, maar kijken we ook naar de stabiliteit de toekomst in”, zegt Felicia Cornelisse, lid van de werkgroep Kwaliteit. Dat is de groep binnen Bovib die zich toelegt op het keurmerk. “Bij een laag risicoprofiel is de kans dat het fout gaat klein. Daarom is het zo belangrijk om dit met het keurmerk te toetsen en vast te leggen.”

Opdrachtgevers en opdrachtnemers kunnen kwalitatieve, betrouwbare bureaus herkennen aan het keurmerk. Arno Pronk van Bovib: “Dankzij het keurmerk weet je dat belangrijke aspecten in orde zijn.”

Wat is de afgelopen tijd veranderd?

Twee keer per jaar overlegt Bovib met certificerende partijen over het keurmerk, vertelt Cornelisse. “We verbeteren het keurmerk continu”, zegt ze. “Als normen voor sommige partijen niet duidelijk zijn, dan moeten we daar wat mee. Dan kunnen we ze bijvoorbeeld anders formuleren of aanpassen, zodat ze meer waarde hebben.”

Verder is de Bovib bezig met accreditatie van het keurmerk bij de Belastingdienst. Dit is een intensief traject met een gemiddelde doorlooptijd van twee jaar.

Vaker in aanbestedingen

Bovib brengt het keurmerk actief onder de aandacht bij opdrachtgevers. “We zien het Bovib-keurmerk steeds vaker terug in aanbestedingen”, vertelt Cornelisse. “Dat is goed nieuws. Steeds meer opdrachtgevers begrijpen dat een NEN- of ISO-certificering past bij uitzenden en detachering, en Bovib bij broker-, msp- of intermediaire dienstverlening. Wil je dus dat intermediairs en brokers inschrijven op je uitbesteding, vraag dan om het Bovib-keurmerk.”

Het keurmerk is ook een vereiste voor lidmaatschap van de branchevereniging. Naast de jaarlijkse hercertificering zijn er onlangs ook weer aan een aantal nieuwe ledencertificaten uitgegeven.

“Het keurmerk is een belangrijke reden om lid te worden”, zegt Pronk. “Wij willen zoveel mogelijk partijen aansluiten en de kwaliteit van dienstverlening in onze branche verhogen. Daarom zorgen we dat lidmaatschap voor ieder type bedrijf betaalbaar is. Vorig jaar hebben we bijvoorbeeld de contributie verlaagd voor starters.”

Meer weten over Bovib-lidmaatschap? Lees de brochure.

Verplichte certificering en het Bovib-keurmerk

Verder volgt Bovib het nieuws over de verplichte certificering voor uitzendbureaus om te zorgen dat het keurmerk erop aansluit. “Ons doel en dat van het kabinet zijn hetzelfde”, zegt Pronk. “Uiteindelijk gaat het erom dat een opdrachtgever zaken doet met een betrouwbare partij die zijn zaken op orde heeft en voldoet aan wet- en regelgeving.”

De elementen uit de verplichte certificering moeten straks terugkomen in het Bovib-keurmerk. “Er zit nu al veel in het Bovib-keurmerk”, zegt Kapper. “We gaan echt ver, van verplichte dossiers tot financiële checks. Onze taak is om goed invulling te geven aan regulering van de markt en het opnemen van nieuwe wet- en regelgeving is daarin essentieel. Zo voegen we nog meer waarde toe, zowel voor onze leden als voor de politiek en de markt.”

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , | Laat een reactie achter

Het verhaal achter WageIndicator: 25 jaar transparantie over werk en inkomen wereldwijd

Zodra je bekend bent met de WageIndicator Foundation, zie je het werk van deze organisatie overal terug. Deze stichting werkt al bijna 25 jaar vanuit de overtuiging dat alle werkenden, werkgevers en instituties toegang moeten hebben tot de juiste informatie over inkomen en rechten. WageIndicator is ervan overtuigd dat transparantie leidt tot eerlijkere inkomens en goede werkomstandigheden.

WageIndicator is een internationale organisatie waar honderden mensen voor werken. Zij doen dat allemaal op afstand vanuit hun eigen land. Ze verzamelen, analyseren en delen informatie over salarissenminimumloonleefbaar loon, leefbaar tarief, arbeidswettengig- en platformwerkcollectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s) en nog veel meer. Wat begon met een inclusieve online Loonwijzer in Nederland is gegroeid naar meer dan 200 websites met arbeidsmarktinformatie over 208 landen. In 2021 hadden de websites samen meer dan 40 miljoen bezoekers.

In haar huis in Bussum ontmoet ik Paulien Osse, de mede-oprichter van deze bijzondere organisatie. In de nieuwste aflevering van de The Gig Work Podcast vertelt zij het verhaal van deze eigenwijze organisatie.

Salarischeck alleen voor witte mannen: ‘Dat kon beter’

Osse is van huis uit journalist. In het begin van haar carrière schreef ze vooral over poëzie, literatuur en theater, later vond ze sociaal-economische onderwerpen interessanter. Ze reisde de wereld over op zoek naar verhalen, vooral in Zuidelijk Afrika, Latijns-Amerika en Turkije. De loonkloof tussen mannen en vrouwen was 25 jaar geleden nog veel groter dan nu, vertelt Osse. “Ik kreeg voor een verhaal of foto altijd minder dan mannelijke journalisten”, zegt ze. “En in de landen die ik bezocht was de ongelijkheid nog erger.”

De inspiratie voor Loonwijzer kwam van het bestaande Salariskompas van Intermediair in Nederland. “Die was toen eigenlijk alleen van toepassing op blanke mannen uit de middenklasse”, vertelt Osse. “Dat kon beter.”

Op dat moment werkte ze voor de Nederlandse vakbond FNV aan een website met ledeninformatie. Ze overtuigde de vakbond dat een inclusieve salarischeck daar goed bij paste. Samen met wetenschapper Kea Tijdens van de Universiteit van Amsterdam verzamelde ze data en bouwde ze Vrouwenloonwijzer.nl. Later werd dat Loonwijzer.nl, een website met werk- en looninformatie voor iedereen. Omdat de loonwijzer alleen goed en onafhankelijk kon groeien, vonden zij het slimmer om deze in een aparte stichting buiten de bond verder te ontwikkelen.

‘Bijna’ wereldwijd

“Inmiddels hebben we websites in honderden landen”, vertelt Osse. Ze is streng op de feiten: WageIndicator Foundation werkt ‘bijna’ wereldwijd. Er missen nog maar een paar landen. “Groeien was niet eenvoudig, want we hadden lang geen geld”, vertelt ze. “We kregen vaak de tip om ons te focussen op rijkere landen, waar we makkelijker geldschieters zouden vinden. Maar dat wilden we juist niet en ik ben blij dat we altijd bij dat standpunt zijn gebleven. Ook in arme landen hebben mensen tenslotte behoefte aan informatie over inkomen en arbeidsrecht.”

WageIndicator heeft zelfs informatie over Noord-Korea en alle regio’s van China en Rusland, vertelt ze trots. “Wij willen echt inclusief zijn, we menen het.”

Hoe bouw je zo’n gigantisch internationaal netwerk? Osse krijgt die vraag vaak en ze heeft geen gouden tip. Het ging haast vanzelf, zegt ze. “Ik was internationaal journalist en had dus al een netwerk in diverse landen. De universiteit en de vakbonden brachten hun eigen internationale contacten met zich mee.”

‘We hoeven elkaar niet te zien en te ruiken’

Mensen werken graag voor WageIndicator en wie eenmaal voor de stichting aan de slag gaat, blijft lang betrokken. Er werken bijna 300 medewerkers in meer dan 100 landen. Het is een mix van fulltimers, parttimers en studenten. Er is geen bureaucratie en de inbreng van stagiaires wordt net zo gewaardeerd als die van oudgedienden.

Ik kan beamen dat het een leuke, eigenwijze organisatie is, want ik ben nu ruim twee jaar deel van het team. “Er heerst een creatieve sfeer”, vertelt Osse. “Iedereen houdt van maken en samenwerken. Als je hulp of informatie wilt, krijg je snel antwoord.” Iedereen werkt op afstand en misschien is dat wel het geheim, zegt Osse. “We hoeven elkaar niet te zien en te ruiken. Daardoor tolereren en waarderen we onze collega’s misschien wel langer.”

Van minimum- naar leefbaar loon

WageIndicator begon met informatie over salaris, arbeidswetten en minimumloon. Maar voor zo’n 80% van de wereldbevolking is een minimumloon niet voldoende om van te leven, weet Osse. Daarom publiceert de organisatie sinds 2014 ook het leefbaar loon of ‘living wage’. “Dat is het inkomen dat iemand nodig heeft om een huis, genoeg te eten en misschien een fiets te hebben”, zegt ze. “Het is het minimumsalaris voor een fatsoenlijk bestaan.”

Maar niet iedereen krijgt een salaris van een baas. Daarom berekent WageIndicator ook een ‘living income’, een leefbaar inkomen voor ondernemersgezinnen die bijvoorbeeld een winkel of boerderij hebben.

Derde categorie: leefbaar tarief voor platformwerkers

“Naast werknemers en ondernemers is er nog een groeiende groep werkenden: de gigworkers of platformwerkers”, zegt Osse. “Ze werken niet voor een vaste werkgever, maar ze zijn ook geen traditionele ondernemers. Ze werken eerder per minuut of per uur, dan per maand. Bij hun manier van werken hoort weer een ander soort inkomen: het ‘living tariff’ of leefbaar tarief.”

Platformbedrijven kwamen zelf met de vraag om een leefbaar tarief bij WageIndicator, vertelt Osse. “Ze willen wel fatsoenlijk betalen, maar wisten niet hoe dat moest. Het is ook ingewikkelder dan een leefbaar salaris berekenen. Wat een minimaal leefbaar uurtarief is, verschilt per persoon en situatie. Het heeft te maken met factoren zoals type werk, aantal werkbare uren, pensioen en benodigdheden zoals een fiets, laptop of computer.”

‘The joy is in the creation’

WageIndicator ontwikkelde het leefbaar tarief voor de Nederlandse markt en werkt dit nu samen met het Duitse GIZ uit voor Indonesië, Pakistan en Kenia. “We willen vooral onderzoeken onder welke voorwaarden zo’n tarief bruikbaar is voor werkenden en platformbedrijven”, zegt Osse. “We streven ernaar om eind dit jaar een leefbaar tarief voor 155 landen te publiceren.”

Osse benadrukt dat de informatie over leefbare salarissen, inkomen en tarieven niet per se voortkomt uit een missie om de wereld te verbeteren. “The joy is creation. We willen iets bruikbaars creëren van goede kwaliteit. Als we daarmee mensen op weg helpen naar een eerlijke vergoeding, is dat cool.”

‘Niet alle platformwerkers zijn slecht af’

Osse heeft een duidelijke visie op het politieke debat over zzp’ers en platformwerk. “De overheid en vakbonden proberen platformwerkers in een keurslijf te dwingen, maar dat is niet de oplossing”, zegt ze. “Niet alle platformen zijn boeven en niet alle platformwerkers zijn slecht af. Luister nou eens echt naar ze. Ze willen niet in dienst, ze willen vrijheid om te werken waar, voor wie en wanneer ze willen. Help ze met maatregelen die daarbij passen.”

Ze hoopt dat het leefbaar tarief kan bijdragen aan het politieke debat.

Ik werk mee aan dit project en ik verwacht uiteindelijk zelfs grotere impact van dit project buiten dan binnen de platformeconomie. Platformen ‘formaliseren’ veelal een bestaande markt als thuisschoonmaak en bezorging. Hiermee is dit tarief is ook toepasbaar op een enorme groep werkenden die niet via platformen werken. Voor een tarief is de manier waarop opdrachtgever en opdrachtnemer elkaar vinden tenslotte niet relevant.

Conclusie

Het verhaal van WageIndicator is op allerlei manieren inspirerend. De stichting draait om serieuze zaken, namelijk data en inkomen. Daar hoort een stevige structuur bij, maar die is niet hiërarchisch of stug. De samenwerking is creatief, plezierig en er is volop ruimte voor initiatief. De stevige structuur achter de schermen maakt het juist mogelijk om te experimenteren.

Terwijl veel organisaties wachten met innoveren totdat iemand anders zegt dat het mag of de rekening betaalt, werkt WageIndicator andersom. De stichting heeft een manier gevonden om nieuwe projecten zo te ontwikkelen dat ze bijdragen aan het grote geheel en weer nieuwe opdrachten en samenwerkingen opleveren. Deze ongewone werkwijze trekt juist de aandacht van partners die passen bij de stichting.

WageIndicator is ambitieus en nuchter. Iedereen werkt nog steeds met één doel: transparantie voor werkenden, werkgevers en beleidsmakers wereldwijd. Een onderwerp dat in het huidige debat over de arbeidsmarkt meer dan relevant is.

Meer weten? Luister ook naar de onderstaande aflevering van The Gig Work Podcast: 

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , | Laat een reactie achter

Alleen vaardigheden zullen het tekort aan arbeidskrachten niet oplossen in Europa

De arbeidstekorten in Europa beperken de productie en dienstverlening in verschillende sectoren en baren werkgevers steeds meer zorgen. Tekorten aan arbeidskrachten in Europa komen vooral voor in sectoren met moeilijke arbeidsomstandigheden, zoals de gezondheidszorg en de langdurige zorg. Dat staat in het rapport Measures to tackle labour shortages: Lessons for future policy van Eurofound. Het is belangrijk om zaken als een grotere mate van autonomie voor werknemers en toegang tot opleiding en loopbaanontwikkeling aan te pakken, om deze sectoren aantrekkelijker te maken voor werknemers en het behoud van personeel te verbeteren.

Maatregelen die hieraan bijdragen moeten prioriteit krijgen, zo vermelden de onderzoekers. Niet alleen om bedrijven te helpen productiedoelen te halen en diensten van hoge kwaliteit te leveren, maar ook om de arbeidsintensivering voor de meest betrokken sectoren te verlichten. Dit omvat de ontwikkeling van vaardigheden, maar ook het vergroten van de aantrekkelijkheid van bepaalde sectoren en beroepen, het activeren van onderbenutte arbeid en het beter op elkaar afstemmen van vraag en aanbod.

Voorbeelden van maatregelen om tekorten tegen te gaan

In het nieuwe verslag van Eurofound wordt ook gekeken naar maatregelen die op nationaal niveau zijn genomen om tekorten aan arbeidskrachten in de sectoren gezondheidszorg, zorg en informatie- en communicatietechnologie aan te pakken. Het rapport haalt twee voorbeelden aan.

  • De meeste maatregelen om tekorten in de gezondheidszorg en langdurige zorg aan te pakken, zijn gericht op loon en arbeidsvoorwaarden. Alleen aandacht voor lonen, zonder andere maatregelen om de werk- en leefomstandigheden aantrekkelijker te maken, is echter vaak onvoldoende. Andere aan de arbeidsvoorwaarden gerelateerde factoren, zoals meer autonomie over de werktijden, toegang tot opleiding en loopbaanontwikkeling en zinvoller werk, spelen ook een belangrijke rol.
  • Zowel in de gezondheidszorg als in de ICT-sector ligt een ander zwaartepunt van de maatregelen om onderbenutte arbeid aan te pakken bij de integratie van migranten en vluchtelingen.

Een grotere mate van autonomie voor werknemers, toegang tot opleiding en loopbaanontwikkeling zijn belangrijk om aan te pakken om deze sectoren aantrekkelijker te maken.

Nederland in Europese context

Eind 2022 bedroeg de totale vacaturegraad (openstaande vacatures t.o.v. het totale werkaanbod) in de EU 2,9 procent. De top vijf landen met de hoogste vacaturegraad bestond uit Oostenrijk, België, Nederland, Tsjechië en Duitsland. In deze landen zijn de tekorten de afgelopen tien jaar zeer sterk toegenomen en ligt de vacaturegraad momenteel boven de 4 procent.

Wanneer we kijken naar specifiek de zorgsector, voert Nederland de lijst met de hoogste vacaturegraad aan. Eind 2022 bedroeg de vacaturegraad in de zorgsector voor Nederland 4,4 procent. Sinds 2014 is het vacaturepercentage voor de zorgsector voor ons land verdriedubbeld.

Op het gebied van digitale vaardigheden scoort Nederland heel goed. Digitale vaardigheden stellen mensen in staat deel te nemen aan de arbeidsmarkt door de inzetbaarheid en werkzekerheid te vergroten. Uit de meest recente ICT-enquête van Eurostat blijkt dat in 2021 8,5 procent van de Europeanen beperkte of geen algemene digitale vaardigheden had. Het aandeel personen met geen of beperkte digitale vaardigheden bedroeg in Roemenië maar liefst 25 procent en in Nederland minder dan 1 procent.

 

Aanbevelingen

Het onderzoek van Eurofound toont het belang aan van de kwaliteit van banen en arbeidsomstandigheden bij het aanpakken van het tekort aan arbeidskrachten in Europa. Daarnaast beveelt het rapport aan ons te richten op onderbenutte groepen op de arbeidsmarkt. Ook is holistische ondersteuning nodig die gericht is op factoren die arbeidsparticipatie in de weg staan, zoals gezondheidsproblemen en gebrek aan toegang tot betaalbare zorg, alsmede op de behoeften aan opleiding en werkervaring.

Bron: Eurofound

Lees ook :

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , , , , , , | Laat een reactie achter