Pilot webmodule afgerond. Besluit vervolg is aan nieuw kabinet. Handhavingsmoratorium blijft. Geplaatst 20 september 2021 door Hugo-Jan Ruts De webmodule die de afgelopen jaren gebouwd is, kan in veel gevallen opdrachtgevers en zelfstandigen helderheid geven of werk door een zelfstandige of een werknemer gedaan mag worden. Bij in elk geval zeventig procent van de opdrachten geeft hij duidelijkheid. Dit blijkt uit de evaluatie van de pilot van de webmodule. De resultaten staan in de zevende voortgangsbrief ‘Werken als zelfstandige’ die vandaag naar de Tweede Kamer is verzonden. Handhaving wederom opgeschort Het kabinet meldt in deze brief dat, in afwachting van de formatie, het moratorium op de handhaving door de Belastingdienst van kracht blijft. De Kamer had daartoe in een breed gedragen motie ook opgeroepen (zie hier). “Het toezicht op arbeidsrelaties is, zoals aangegeven in de voortgangsrapportages toezicht arbeidsrelaties, binnen het huidig wettelijk kader een complexe en bewerkelijke aangelegenheid” zo schrijven Koolmees en Vijlbrief nog maar eens. “Voor een effectieve handhaving is, zoals de Commissie Regulering van Werk in haar rapport heeft geadviseerd, wijziging van wet- en regelgeving nodig. Meer concreet betekent dit het verkleinen van de verschillen tussen werknemers en zelfstandigen (voor het arbeidsrecht, de sociale zekerheid en fiscaliteit) en het geven van meer duidelijkheid over de kwalificatie van de arbeidsrelatie.” Overigens wordt wetgeving momenteel wel degelijk gehandhaafd. Kwaadwillende bedrijven kunnen een boete krijgen, andere bedrijven krijgen alleen een waarschuwing. Resultaten pilot webmodule Uit de pilot met de webmodule komt dat gemiddeld: in 28 procent van de gevallen de uitkomst ‘indicatie buiten dienstbetrekking’ wordt gegeven in 33,9 procent van de gevallen de uitkomst ‘indicatie dienstbetrekking’. Dit is overigens flink lager dan tijdens de testfase toen de helft in deze categorie viel in 9,7 procent er mogelijk sprake is van een fictieve dienstbetrekking in 28,4 procent van de gevallen er geen oordeel mogelijk is op basis van de webmodule. Als opdrachtgevers en -nemers op een aantal punten aanpassingen doen in het werkproces, is dit laatste mogelijk terug te brengen tot onder de 20 procent. Binnen sectoren zijn overigens flinke verschillen zichtbaar. In een relatief groot aandeel van de uitkomsten liggen de uitkomsten boven de grens om buiten dienstbetrekking te kunnen werken. In deze gevallen zou een aanpassing van de werkwijze die leidt tot een andere beantwoording van één of enkele vragen alsnog kunnen leiden tot een ‘indicatie buiten dienstbetrekking’ (naar een totaal van 39,4%) en zou het percentage voor ‘geen indicatie’ verlaagd kunnen worden (naar 17%). In de enquête is ook gevraagd of de webmodule de gebruiker meer duidelijkheid geeft over de criteria die een rol spelen bij de beoordeling van de arbeidsrelatie. Ruim 57% van de deelnemers geeft aan dat dit het geval is, tegen 43% die aangeeft dat dat niet het geval is. Besluit over webmodule aan volgend kabinet De Webmodule Beoordeling Arbeidsrelatie (WBA, verkort webmodule) is een online tool waarmee opdrachtgevers kunnen bepalen of ze voor een opdracht een zelfstandige kunnen inhuren. Het is de enige overgebleven maatregel van minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken) en staatssecretaris Hans Vijlbrief (Financiën) om de Wet DBA te vervangen. Twee andere ideeën, het minimumtarief en de opt-outregeling voor opdrachten met een tarief, werden eerder ingetrokken. In samenhang met de webmodule moesten deze drie onderdelen zorgen voor zowel meer duidelijkheid als voor betere handhaving. Lees meer over de werking van de webmodule in: 15 vragen & antwoorden over de webmodule Het kabinet geeft aan dat de huidige versie van de webmodule voorlopig als voorlichtingsinstrument blijft bestaan. Een nieuw kabinet zal besluiten welke verdere stappen zullen worden genomen rond het werken als zelfstandige en of en in welke vorm de webmodule wordt ingevoerd. Regels verduidelijkt, maar niet gemoderniseerd De vragen uit de webmodule zijn opgesteld naar aanleiding van jurisprudentie. Het kabinet heeft ervoor gekozen om het huidige arbeidsrecht niet aan te passen maar die jurisprudentie alleen ‘te verduidelijken’. Daartoe is het handboek Loonheffingen aangepast (zie hier). Die aanpassing van dat arbeidsrecht (naast verduidelijking ook modernisering) was wel afgesproken in het regeerakkoord. Daarin stond dat de wet zo aangepast zou gaan worden dat de “gezagsverhouding voortaan meer getoetst wordt op basis van de materiële in plaats van formele omstandigheden.” Uit onderlinge communicatie tussen ambtenaren, openbaar via een WOB-procedure, wordt duidelijk dat zij erop gestuurd hebben om niet verder te gaan dan die verduidelijking. “Voor ons als aanwezige ambtenaren de taak om de discussie zoveel mogelijk te sturen richting verduidelijken en geen meeslepende discussies over het veranderen/herijken”, zo staat te lezen in een mail ter voorbereiding van een gesprek tussen Minister Koolmees en een vijftal externe juridische experts. Minimaal een van die experts had vooraf aangegeven dat een oplossing van dit slepende dossier alleen mogelijk is via een herijking van de huidige regels. Webmodule politiek omstreden Zowel in de politiek als in de polder is de afgelopen jaren weinig enthousiasme ontstaan voor de webmodule. De tool wordt gezien als te complex, geeft te weinig zekerheid en bevat geen vernieuwing. Daarmee blijft het de vraag of de module helpt om ongewenste vormen van zzp-arbeid tegen te gaan, zonder dat ze ‘echte’ zelfstandigen in de weg zit. Zie ook : De webmodule, 10 opdrachten en de uitkomst. Een analyse. Vlak voor de verkiezingen leken Kamerleden uit zowel de coalitie als de oppositie hun handen van de webmodule af te trekken. Judith Tielen (VVD) vond toen dat de webmodule opdrachtgevers en zelfstandigen onvoldoende zekerheid geeft. Gijs van Dijk (PvdA) noemde de webmodule een ‘onderdeel van de mislukte poging om de Wet DBA te vervangen’: “Er staat niets nieuws in en zo’n tool lost het probleem dus niet op.” In de aanzet voor een regeerakkoord dat VVD en D66 deze zomer opstelden, zeggen deze twee partijen dat de ‘inhoud van het werk’ bepalend moet worden ‘voor de contractvorm in plaats van de huidige (fiscale) regels’(zie hier). Het is nog niet duidelijk of de Kamer nog met Minister Koolmees in gesprek gaat over deze brief, of dat gewacht wordt op een nieuw kabinet. Belangenorganisatie tegen webmodule Ook belangenorganisaties voor zelfstandigen en bemiddelingsbureaus zien de webmodule niet als de oplossing voor de vervanging van de Wet DBA. Ook zij willen graag eerst een modernisering van de huidige regels. Daarbij is de webmodule momenteel niet geschikt voor opdrachten die lopen via een intermediair noch voor zelfstandigen die opdrachten doen vanuit een eigen BV. Juristen verdeeld over webmodule Dat de huidige jurisprudentie zorgt voor (te) veel interpretatieruimte werd pijnlijk duidelijk toen een 16 tal experts zich bogen over 84 casussen. In meer dan de helft van de gevallen velden ze onderling een ander oordeel. In bijna de helft van casussen kwamen ze op een ander oordeel uit dan de webmodule en in een op de drie gevallen veranderde het oordeel van de jurist nadat hij meer context kreeg over de opdracht. Context die nu net niet wordt meegewogen in de webmodule. Zie ook : “Tjee, wat is dit moeilijk.” Eén webmodule, 84 casussen en 16 meningen van experts. “Of de werkzaamheden een wezenlijk onderdeel vormen van de bedrijfsvoering van de opdrachtgever, krijgt een veel te groot gewicht in de huidige webmodule”, betoogde Fiscalist en Wet DBA expert Boris Emmerig eerder al. “Er zijn duizenden uitspraken over de vraag of iets een arbeidsovereenkomst is of niet en in de jurisprudentie is het helemaal geen bezwaar als een zzp’er een kernactiviteit uitvoert.” Ook volgens Gerrard Boot, Hoogleraar Arbeidsrecht aan de Universiteit Leiden en rechter bij het gerechtshof Amsterdam, moet de webmodule aangepast worden, zo zegt hij in dit interview met ZiPconomy. Daarin stelt hij ook voor om de fiscale en civiele beoordeling uit elkaar te trekken. Vervolg Of deze webmodule nu door de politiek gezien wordt als de uitweg uit deze slepende discussie, zal duidelijk moeten worden in de formatie. Koolmees en Vijlbrief blikken aan het einde van hun brief ook nog even terug. “De inzet van het kabinet op het onderwerp ‘werken als zelfstandige’ is er de afgelopen jaren op gericht geweest om zelfstandigen zoveel mogelijk de ruimte te geven om te ondernemen en tegelijkertijd zelfstandigen die dat nodig hebben te beschermen. Belangrijke doelstellingen daarbij waren steeds dat het kabinet een gelijker speelveld voor werkenden wil creëren, meer duidelijkheid wil geven wanneer sprake is van een dienstbetrekking en schijnzelfstandigheid wil aanpakken. De concrete invulling van de bovengenoemde doelstellingen van het kabinet zijn de afgelopen periode soms een zoektocht gebleken, met name als het gaat om de doelstelling om zelfstandigen aan de onderkant te beschermen en ruimte te geven aan zelfstandigen aan de bovenkant. ” Een volgend kabinet kan volgens de bewindslieden “voortbouwen op de stappen die dit kabinet heeft gezet en de rapporten die de afgelopen tijd zijn verschenen. Het kabinet heeft stappen gezet richting een gelijker speelveld en meer duidelijkheid omtrent de beoordeling van arbeidsrelaties. Deze doelstellingen liggen nadrukkelijk in het verlengde van de aanbevelingen door de Commissie Regulering van Werk en de WRR. Dit zijn belangrijke rapporten die veel bouwstenen bevatten waar een toekomstig kabinet mee aan de slag kan (…). Het kabinet heeft er, met al het werk dat de afgelopen periode is verzet en de voorhanden zijnde rapporten en adviezen, alle vertrouwen in dat een toekomstig kabinet de op het onderwerp ‘werken als zelfstandige’ benodigde vervolgstappen zal zetten.” Lees ook :Politiek en polder kritisch over Kamerbrief Koolmees: ‘Stop met de webmodule’ Geplaatst in ZP en Politiek | Tags Koolmees, Webmodule | Laat een reactie achter
FNV wint rechtszaak tegen Uber. Een uitgebreide analyse over de gevolgen. Geplaatst 20 september 2021 door Martijn Arets Alleen hij of zij die de afgelopen week zonder bereik onder een steen heeft gelegen, heeft het nieuws kunnen missen: de uitspraak van de rechtszaak die FNV tegen taxiplatform Uber heeft aangespannen. De inzet: de juridische status, met de hierbij behorende (on)zekerheden, van de chauffeurs. Het werd een duidelijke uitspraak. Een uitspraak die de toon zet, maar nog zeker veel vragen met zich meebrengt. In dit stuk ga ik in op de uitspraak, de zaak, de context en denk ik na over wat de gevolgen kunnen zijn. Wat er voorafging Er is al een flinke tijd veel onduidelijkheid rondom de vraag wie nu wel en wie nu geen ‘echte’ zzp’er is. Zoveel onduidelijkheid, dat ook een poging een nieuwe toets in te voeren faliekant dreigt te mislukken. Dat ook bij de overheid bekend is dat het zzp-dossier op zijn zachts gezegd niet lekker loopt is ook hier niet onopgemerkt gebleven. Zo is besloten om voorlopig niet te handhaven, wat in de praktijk betekent dat ‘de markt’ het dan maar zelf op moet lossen. En hoewel het er naar uit ziet dat iedereen het erover eens is dat alleen een grondige hervorming van de arbeidsmarkt een écht duurzame oplossing is, is er geen zicht op een oplossing. Iedereen blijft veilig in de eigen silo zitten en het ziet er naar uit dat de onduidelijkheid blijft. In de kluseconomie speelt de discussie over de juridische status van de werkende ook. Het merendeel van de kluseconomie platformen heeft intussen erkend dat zij wel een bemiddelaar zijn, maar ziet zich niet als werkgever. Vakbond FNV (CNV is in dit debat onzichtbaar) is van mening dat platformwerkers in principe ‘werknemer zijn tenzij’ en probeert, met wisselend succes, haar gelijk te krijgen in de rechtszaal. In het geval van Uber, het taxiplatform waar chauffeurs als zzp’er voor rijden, heeft de rechter vorige week bepaald dat de chauffeurs ‘gewoon’ werknemers zijn. Een historische uitspraak. FNV wint. Uber verlies. En de chauffeur? Tja, dat is nog even afwachten. De stelling en omstreden rol van FNV in dit debat De zaak tegen Uber is aangespannen door de FNV. De vakbond voerde eerder rechtszaken tegen Deliveroo (verloren, gewonnen en gewonnen) en Helpling (verloren) en er staan nog een aantal andere zaken in de steigers. De inzet bij deze zaken: het erkennen van het werkgeverschap. Volgens FNV is flexibiliteit en zekerheid namelijk prima te combineren binnen een uitzendovereenkomst. Het begint ook intern bij de FNV op te vallen dat zij in dit debat wel erg vaak de uitzendsector promoten. Zo zei Erik Pentenga, sectorbestuurder FNV Flex, in een ABU-publicatie: “Dat is toch erg, nou moet ik als onderhandelaar van de vakbond de uitzendovereenkomst gaan lopen verdedigen.” Ja dus. De rol van FNV in dit debat is niet onomstreden. Zo is het de vraag in hoeverre FNV ontvankelijk is om een zaak te voeren: het is niet duidelijk hoeveel platformwerkers door de bond worden vertegenwoordigd. Ook lijkt de keuze van de aan te klagen partijen soms wat selectief. De activiteiten en voorwaarden van kluseconomieplatformen zijn in veel gevallen namelijk echt niet nieuw en worden soms al tot 25 jaar gedoogd door FNV. Zo heeft Helping een 25 jaar oudere concurrent HomeWorks en is Uber echt niet de enige die gebruik maakt van freelancers. Taxicentrales als TCA doen dit al sinds jaar en dag. En ook de ‘oude rotten’ in het vak worden steeds meer technologie gedreven. Ik verwoorde dit in een eerder blog als volgt: “Als de FNV het belangrijk vindt om voor deze doelgroep op te komen, waarom hebben zij een organisatie als HomeWorks dan niet al veel eerder aangepakt?” Als laatst is het de vraag in hoeverre de werkenden ook echt iets opschieten met de rechtszaken van FNV. Zo concurreert Helpling met de zwarte markt en zijn activiteiten van to-business platformen ook prima in een uitzendovereenkomst te gieten, maar bouwt de werkende ook hierin nagenoeg geen zekerheid op. Gekscherend zou je kunnen zeggen dat FNV tegen schijnzelfstandigheid vecht, maar daarmee soms iets te veel schijnzekerheid promoot. Ben ik van mening dat alle rechtszaken tegen platformen onnodig zijn? Zeker niet: de uitspraken geven duidelijkheid. Het enige dat ik zonde vind is dat de nuance in het debat verdwijnt wanneer de strijd om het ene of andere hokje gaat. Valkbonden zien loondienst als heilige graal, terwijl de discussie gaat over zekerheid, beperken risico, continuïteit en eerlijkheid. Ik had (met mijn naïeve hoofd) gehoopt dat de opkomst van platformen als excuus zou worden gebruikt voor een bredere discussie over de toekomst van werk, maar die kans lijkt verkeken. En dat is ook niet in het belang van de werkende en daarmee ook niet van de vakbond. De uitspraak Dan de uitspraak van vorige week. In het verweer in de rechtszaak pleitte Uber geen werkgever te zijn: de taximarkt is immers al jaren een zzp-markt. Het enige dat Uber toevoegt in de markt van taxi bemiddelaars als centrales is een geavanceerde app. FNV gaf aan bekend te zijn met het gegeven dat deze markt een zzp-markt is, maar dat dat in deze zaak niet relevant is: de zaak gaat puur om Uber en wat er in de rest van de taximarkt ‘normaal’ is, was volgens FNV niet relevant. In de uitspraak kiest de rechter voor de invalshoek van FNV en beperkt zich puur op wat er bij Uber speelt. Uber moet de taxichauffeurs per direct in dienst nemen en de taxi-cao respecteren. Ook moet het met terugwerkende kracht de chauffeurs compenseren alsof zij ook de jaren hiervoor in dienst zijn geweest. Een uitspraak met grote gevolgen voor het bedrijf. Een van de meest opvallende zaken in de uitspraak is wat de rechter heeft benoemd tot ‘modern werkgeversgezag’. Oftewel: ook al is een app je baas en het algoritme jouw manager: ook dan is er sprake van gezag. Immers: de technologie stuurt de werkende, bepaalt wie welke rit krijgt, wat de prijsstelling is en monitort de chauffeur en verbindt consequenties aan acties. Als laatst heeft de rechter ook bepaald dat het beoordelingssysteem onderdeel is van dit ‘moderne werkgeversgezag’. Het is uniek dat de rechter zo uitgebreid is ingegaan op de werking van de app. Waarbij overigens niets is gezegd over de mogelijkheid voor chauffeurs om voor meerdere apps tegelijk ingelogd te zijn, wat ook wel ‘multihomen’ wordt genoemd. Waar in de Deliveroo-zaak de koerier nog zelf mag bepalen of deze aanspraak wil maken op het dienstverband, laat de rechter in de Uber-zaak geen ruimte voor de keuze van de werkende: iedereen moet in dienst. Direct, met terugwerkende kracht, maar zonder dwangsom als stok achter de deur. De passage over ‘modern werkgeversgezag’ laat overigens zien dat een zaak over de contractvorm misschien de meest logische, concrete en uitlegbare was, maar dat een zaak rondom dit moderne werkgeverschap en de onzekerheden, onduidelijkheden en kwetsbaarheden die hierbij komen kijken voor een veel bredere groep relevant zou zijn geweest. Vraagstukken over transparantie van besluitvormingsprocessen, hoor- en wederhoor bij algoritmes en transparantie in algoritmes is voor een veel bredere groep werkenden, zowel binnen als buiten een dienstverband, ontzettend relevant. Is dit het einde van de kluseconomie? Ik hoorde direct al veel verhalen voorbijkomen dat dit het einde van de kluseconomie is. Ik ben van mening dat dat onzin is. De categorie platformen waar Uber bij hoort is de categorie waar de impact van het ‘modern werkgeversgezag’ het grootst is. Het algoritme bepaalt wie het klusje krijgt, wat de prijs is en hoe de klus moet worden uitgevoerd. De technologie controleert ook de werkende sterk. Dit soort ‘werkgeversgezag’ past bij platformen met een ‘on demand’ transactie op fysieke locatie. Oftewel: taxi, bezorging en logistiek waar de werkende per uitgevoerde klus wordt betaald. Het enige type platformen die dit overtreffen zijn de ‘micro task’ platformen als Amazon Mechanical Turk. Platformen waar onzichtbare werkenden online klusjes van een paar seconden tot een paar minuten uitvoeren, veelal om falende algoritmes te corrigeren. Online en internationaal opererende platformen en daardoor erg lastig (lees: nagenoeg onmogelijk) aan te pakken. Uber zelf noemt de uitspraak ‘verrassend’ en ‘complex’. Dit is natuurlijk onzin. Bij andere platformen in de to-business en to-consumer sector is de impact van dit werkgeversgezag veel en veel kleiner en wordt, een beetje afhankelijk van de definitie die je gebruikt, geen gebruik gemaakt van algoritmes. Ook staan hier de opdrachtgevers en -nemers vaak direct met elkaar in contact. Wat dat betreft gaat deze uitspraak dus specifiek over Uber en misschien indirect over andere on-demand platformen, maar zeker niet voor heel de kluseconomie. Maar dat de toon is gezet, dat is duidelijk. Wat gaat er met en bij Uber gebeuren? De grote vraag is nu: wat gaat Uber doen. Wat Uber ook gaat doen: deze zaak en de reactie van Uber hierop ligt wereldwijd onder een enorm vergrootglas. Als Uber een wijziging doorvoert, dan zal dat de ‘default’ worden in iedere discussie waar ook ter wereld die volgen gaat. Het is dan ook niet heel verrassend dat Uber nog geen actie heeft ondernomen. Uber zelf noemt de uitspraak ‘verrassend’ en ‘complex’. Dit is natuurlijk onzin, maar een manier om tijd te kopen. Het heeft al aangegeven het vonnis voorlopig niet uit te voeren. Wat wanneer Uber het vonnis wel uitvoert? Het bedrijf kan de chauffeurs in dienst nemen en daarmee meer controle over de chauffeur krijgen. Zij kunnen direct in dienst komen of, en dat is waarschijnlijker, via tussenpartijen. Dit laatste zal ook de minst ingrijpende aanpassing zijn in het model. Het is als taxibedrijf namelijk al mogelijk om met een bedrijfsaccount via Uber te rijden. Het taxibedrijf heeft het hoofdaccount en de chauffeurs hebben een gebruikersaccount bij Uber. De chauffeurs voeren op eigen naam de ritjes uit, maar de inkomsten worden uitgekeerd aan het taxibedrijf. Het taxibedrijf is dan degene die de verloning (in dienst, freelance of zwart) met de chauffeur moet regelen. Het zou zelfs aannemelijk zijn dat Uber taxibedrijven (bestaande of nieuwe) gaat helpen om met deze accounts online te gaan. Mocht Uber deze stap zetten, dan wordt het probleem eigenlijk simpelweg verlegd van Uber naar een honderdtal onderaannemers. Vervolgens wordt het voor de handhavers en vakbonden heel moeilijk om hier grip op te krijgen. Dat zou een tegenvaller zijn voor handhavers en vakbonden. Voor hen was het juist handig dat één partij een ontzettend gefragmenteerde markt centraliseerde. In dat geval zou de markt weer uiteenvallen in een gefragmenteerde en lastig te controleren markt. Het is dan ook de grote vraag wat er dan voor de chauffeurs zal veranderen. Met nog een tussenlaag die geld moet verdienen en risico moet absorberen is het de vraag of zij hiermee beter af zijn. Hiermee rechtvaardig ik niet de huidige strategie van Uber, maar geef ik wel de context van de markt. De bal ligt nu – eindelijk – bij de overheid Uber heeft intussen de chauffeurs bericht dat het niet van plan is hen in dienst te nemen. En waarschuwt chauffeurs dat de switch naar werknemerschap “gevolgen kan hebben voor je bedrijf en je thuissituatie.” En zegt dat de “Belastingdienst mogelijk toeslagen en zakelijke fiscale zzp-aftrekposten terugvordert”. Zo creëert het bij alle stakeholders onduidelijkheid, wat vast geen onbewuste strategie is. De bal ligt bij… Het zal nog wel een tijd duren voordat we concreet weten wat er voor de Uber-chauffeurs zal veranderen. Want hoewel de uitspraak duidelijk is, zijn er nog genoeg vragen en is er nog een lange weg te gaan. Zo is het makkelijk om te zeggen dat chauffeurs met terugwerkende kracht moeten worden betaald, maar moeten voor die berekening ontzettend veel keuzes gemaakt worden waar nog veel discussie over moet worden gevoerd. De bal ligt nu ook (of: juist, of: eindelijk) bij de overheid en handhaving. En dan heb ik het niet over Kamerleden die hun mening over de zaak geven, maar bij de mensen die hier iets concreets mee moeten. De uitspraak van de rechter is duidelijk en Uber heeft laten weten in hoger beroep te gaan en in de tussentijd de uitspraak niet te respecteren. Ik ben heel erg benieuwd wat de reactie vanuit Den Haag hierop gaat zijn en welke middelen zullen worden ingezet. Tot slot En die toekomst van de arbeidsmarkt? Daar heb ik nog steeds een hard hoofd in. Ook deze uitspraak heeft laten zien dat wat de werkende wil (even los van of deze in dienst wil of niet) niet relevant is in het debat. Het is hoog tijd voor een discussie over de waarde van werk. Of zoals het WRR het in 2020 nog verwoordde: “Het betere werk. De nieuwe maatschappelijke opdracht.” Aan goede rapporten geen gebrek, aan een goede opvolging daarentegen wel. Ik hoop dat er een tijd komt dat de discussie weer zal gaan over waar deze over zou moeten gaan: over hoe flexibiliteit, zekerheid en autonomie kan worden gecombineerd. Over hoe we een minder ongelijk speelveld kunnen creëren met verplichtingen en verzekeringen voor de werkenden. Ongeacht de vorm van het contract. Want als er iets is wat onze arbeidsmarkt nodig heeft, is het wendbaarheid en autonomie vanuit de werkende. Met een basislaag van zekerheid en een collectief stelsel. En dat kun je prima bereiken wanneer je dit combineert met zekerheid. Alleen ga je dat met de huidige houding van de verantwoordelijke instituties niet bereiken. Het wordt tijd dat ieder zijn of haar verantwoordelijkheid pakt. Wie begint? Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags FNV, Rechtzaak, Uber | 1 Reactie
VZN en Werkvereniging willen in de SER Geplaatst 17 september 2021 door ZiPredactie De uitnodiging van de SER geldt niet alleen voor vertegenwoordigers van zzp’ers. Maar bij de Tweede Kamer leeft wel de wens om zelfstandigen een betere plek in de polder te geven. Dat bleek uit de vorig jaar aangenomen motie Tielen, Palland en Van Weyenberg. Deze stelt dat zelfstandigen een ‘eigenstandige en aan werkgevers en werknemers gelijkwaardige positie in moeten kunnen nemen in de polder.’ De vraag is nu welke vertegenwoordigers van zelfstandigen hiervoor het meeste in aanmerking komen. Lees daarover meer in ‘Wie mag er eigenlijk namens de zzp’ers in de SER zitten?” Uitvoering van Motie Tielen Voorzitter Cristel van de Ven gebruikt de motie Tielen als argument voor de kandidatuur van de (VZN. Zij schrijft in een brief aan SER voorzitter Mariette Hamer: “Met het toekennen van een SER-zetel(s) aan VZN kan uitvoering worden gegeven aan de motie Tielen, Palland en Van Weyenberg. Vandaar dat VZN, als onafhankelijke vertegenwoordiger van deze groep ondernemers, een plek verdient in de SER.” Ook de onafhankelijkheid van de VZN is volgens Van de Ven een troef. In de SER zitten op dit moment al vertegenwoordigers van zelfstandigen. Dat zijn Roderick Pape, voorzitter van PZO en Irene van Hest, sectorhoofd FNV Zelfstandigen. Zij nemen deel aan de SER als onderdeel van respectievelijk de werkgevers- en werknemersdelegatie. En daar wringt volgens organisaties als VZN nu precies de schoen. De Kamermotie heeft het namelijk over een ‘eigenstandige’ positie. Dus niet als onderdeel van het werkgevers- of werknemerskamp. “Momenteel staan circa 1,3 miljoen mensen in Nederland te boek als zelfstandig ondernemer zonder personeel. Dit is zo’n 12,5% van alle werkenden; een aanzienlijk deel van onze arbeidsmarkt. VZN is de enige vereniging die vanuit een onafhankelijke positie deze groep werkenden breed vertegenwoordigt. Breed, omdat we via de bij VZN aangesloten organisaties 100.000 zelfstandigen vertegenwoordigen uit allerlei beroepsgroepen, sectoren en regio’s. Onafhankelijk omdat we als vereniging niet zijn ingebed in een werkgevers- of werknemersorganisatie.” Meer zetels voor vertegenwoordigers zelfstandigen Ook de Werkvereniging liet aan de SER weten geïnteresseerd te zijn. Volgens voorzitter Roos Wouters is dat verzoek door de SER afgewezen. Op Twitter meldt ze: “we werden gebeld door de @SER_NL dat de @werkvereniging geen werkgevers- of werknemersbelangenvereniging is, hetgeen vereist is.” Wouters is van mening dat al deze vertegenwoordigers heel goed naast elkaar aan de SER-tafel zouden kunnen plaatsnemen. “VZN Nederland en de Werkvereniging kunnen elkaar, naast PZO en FNV, heel goed aanvullen in de SER… en waarom daar stoppen? De aangenomen motie van Judith Tielen sprak van ‘evenredig aan werkgevers en werknemers’. Waarom zou je je uit elkaar laten spelen?” Bovendien vindt ze het aantal plekken nu veel te karig voor de vertegenwoordigers van zelfstandigen in de SER. “Een eigenstandige en aan werkgevers en werknemers gelijkwaardige positie betekent dat er 11 zetels onder de vertegenwoordigers van zzp’ers te verdelen zijn, aangezien werkgevers en werknemers ieder ook zo’n 11 zetels bekleden.” Regering bepaalt welke organisaties in de SER zitten Uiteindelijk is het niet de SER maar de regering die besluit wie er in de SER mag komen te zitten, voegt Roos Wouters nog toe aan haar pleidooi. In een reactie op deze site schrijft ze daarover: “De Wet op de SER bepaalt dat het aan de regering is om organisaties aan te wijzen (artikel 4, tweede lid). Voor aanwijzing komen in aanmerking naar het oordeel van de regering algemeen erkende centrale en andere representatieve organisaties van ondernemers en naar het oordeel van de regering algemeen erkende centrale organisaties van werknemers. Ook bepaalt de regering hoe veel leden van de SER elke aangewezen organisatie mag benoemen (artikel 4, vijfde lid). In normale taal: als de regering vindt dat een organisatie ondernemers en/of werknemers kan vertegenwoordigen, dan mag de regering die organisatie aanwijzen. Bottom line: het is aan de regering om te bepalen welke organisaties zij aanwijst en hoe veel leden zij mogen leveren.” Veel belangenbehartigers van zzp’ers Over de vertegenwoordiging van de zzp’ers in de SER is vermoedelijk nog niet het laatste woord gezegd. Het is niet ondenkbaar dat meer belangenbehartigers hun kandidatuur indienen. Het pallet aan belangenbehartigers van zzp’ers is immers flink versnipperd. Lees daarover: Welke belangenbehartigers komen op voor zzp’ers: een overzicht. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags ser | Laat een reactie achter
De arbeidsmarkt van vandaag en morgen in vier podcastseries Geplaatst 16 september 2021 door ZiPredactie Podcastserie Werk en inkomen in de 21e eeuw Heeft het vaste contract nog bestaansrecht? Gaan we naar een basisregeling en misschien wel een basisinkomen? Redt de parttime werkende vrouw onze economie? Deze en andere vragen stelt Victor Broers in opdracht van de NBBU in de podcastserie Werk en inkomen in de 21e eeuw. Broers praat in de podcastserie met vijf deskundigen over een nieuw sociaal stelsel voor Nederland, fulltime versus parttime werk, de waarde van uitzendbureaus in de praktijk, de nieuwe generatie werkenden en de moderne polder. Aan het woord komen Koen Bruning, Fre Hooft van Huysduynen, Rommie Woudstra, Daan Stroeken en Roos Wouters. Beluister de podcastserie Werk en inkomen in de 21e eeuw op de site van de NBBU of via een van de bekende podcastplatforms. Podcastserie Werken aan Nederland Over de Nederlandse arbeidsmarkt van vandaag en morgen maakte de Werkvereniging eerder de podcastserie ‘Werken aan Nederland’. In deze serie gaan Martijn Aslander en Roos Wouters namens de Werkvereniging op zoek naar een arbeidsmarkthervorming die werkt voor iedereen. Podcasts in de serie Werken aan Nederland: Een podcast over werk met Roos Wouters (Werkvereniging) en Martijn Aslander. Over de zoektocht naar een arbeidsmarkt die werkt voor iedereen: Anne Megens (AWVN) over polderen, de arbeidsmarkt van morgen en de rol van hr. Prof Evert Verhulp (kroonlid van de SER): “De autonomie die zzp’ers zoeken kan ook prima binnen een dienstverband” Prof Ton Wilthagen (hoogleraar arbeidsmarkt): “Je kan moeilijk een jaren zestig systeem blijven verdedigen terwijl het 2021 is” Edward Belgraver (oprichter en directeur van Verloning.nl): “Organiseer werk rond individuen, niet rond werkgevers” Hans Borstlap (Voorzitter Commissie Regulering van Werk): “Het vaste contract de norm? Dat zal je mij nooit horen zeggen.” Of beluister de hele serie Werken aan Nederland via Spotify. Podcastserie voor zelfstandigen. Het Tulpenfonds is sinds kort gestart met de podcast voor zelfstandigen. In deze podcast gaat Maudie Derks, de oprichter van het Tulpenfonds (dat passende vangnetten voor zelfstandigen ontwikkelt) in gesprek met ondernemers en partners van het Tulpenfonds. Deze podcasts gaan dieper in op relevante en actuele onderwerpen met betrekking tot ondernemen en de zzp’er. Maudi sprak in deze serie onder andere met Charlotte Meindersma (Charlotte’s Law), Niels van Berkel (Planet Interim), Niels Arntz (Temper) en platform expert Martijn Arets. Deze serie kan je hier vinden Podcastserie ZZP Café Zzp’er zijn is vrijheid, hard werken, je netwerk afschuimen, onderhandelen en een stroom aan administratie. Met co-host Hugo-Jan Ruts van ZiPconomy besprak Nina van den Dungen, zelf ook eigen baas, alle aspecten van dit leven met zzp’ers en experts in ZZP Café van BNR. Bekijk ons overzicht van de 10 podcasts in de serie ZZP Café. Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags NBBU, podcast, tulpenfonds, Werken aan Nederland, zzpcafe | Laat een reactie achter
Platformtechnologie: kans of bedreiging voor bemiddelaars van werk? Geplaatst 16 september 2021 door Marleen Deleu “Platformtechnologie mag geen ‘business as usual’ zijn voor bemiddelaars.” Over deze stelling voerde Menno Bart, lid van de Global WEC Board, een discussie met experts tijdens de World Employment Conference (WEC) 2021. De WEC is het jaarlijkse evenement voor de wervings- en arbeidsbemiddelingsindustrie. Daar komen topmanagers bijeen van nationale uitzendfederaties en bedrijfsleiders van bedrijven die arbeidsbemiddeling aanbieden. Veel hr-dienstverleners en recruiters maken nog niet altijd maximaal gebruik van de mogelijkheden van de technologie bij het matchen van vraag en aanbod van werk, zo constateerden de deelnemers aan de conferentie. Toch zijn er succesvolle voorbeelden. Een daarvan is Twago, in 2008 een van de eerste digitale bemiddelingsplatformen. “Ik kende helemaal niets van de klassieke wereld van bemiddelaars, ik wilde alleen de kortste weg tussen freelance talent en werk in Europa bouwen”, vertelde Thomas Jajeh, stichter van Twago en deelnemer aan de (virtuele) ronde tafel. Het platform startte als een marktplaats voor vraag en aanbod, maar sinds 2016 biedt het ook de mogelijkheid om talentpools op te zetten en te onderhouden voor mensen waarmee de opdrachtgever contact wil blijven houden. Het is niet de technologie die het verschil maakt, maar wel hoe je de data in de tooling gebruikt en hoe je de technologie integreert in de systemen van de klant. Twago is nu onderdeel van Randstad Sourceright en wordt daar ingezet om optimaal te beantwoorden aan de veranderende behoeften van klanten. Klanten willen inspelen op trends zoals werken op afstand (remote work), D&I, veranderende visie en benadering van ingehuurd talent, … “Technologie kan dit alles ondersteunen, maar Randstad maakt het verschil met de concurrentie door de manier waarop ze er gebruik van maken. Het is niet de technologie die het verschil maakt, maar wel hoe je de data in de tooling gebruikt en hoe je de technologie integreert in de systemen van de klant.” Integratie van technologie als succesfactor Ook Adam Pode, Director of Research bij Staffing Industry Analysts, bevestigt dat. Hij deed onderzoek naar het succes van talentplatformen. Hoe diverse systemen op elkaar worden aangesloten, bepaalt of ze efficiënt en effectief zijn in de praktijk, blijkt uit zijn onderzoek. “The technology that is most critical is the integration of all different tools.” Een talentplatform is niet meer dan software die de transactie ondersteunt tussen een koper en een verkoper (a buyer and a seller). 73% van deze platformen ondersteunt nu ook SoW-activiteiten, meerdere prijsmodellen, 33% biedt opleiding aan voor de kandidaat, geïntegreerd in het platform en al dan niet tegen betaling. Daarnaast meldt hij ook dat 20% van de onderzochte platformen werkzoekenden laat betalen om toegang te krijgen. De vraag is of dit wettelijk kan binnen de EU-wetgeving. Talentplatformen als kans of bedreiging MSP-dienstverleners en VMS-systemen integreren steeds meer van dergelijke talentplatformen, maar het is nog geen algemeen gebruik. Vraag is of we bang moeten zijn voor deze ontwikkeling. en of de bemiddelaars en recruitment bureau s talentplatformen als kanaal om te rekruteren als een bedreiging moeten zien. Adam Pode denkt duidelijk van niet. Toen jaren geleden de jobboards opkwamen, werd het einde van de bemiddelaars voorspeld, net zoals dit opnieuw gebeurde bij de opkomst van MSP-dienstverleners. Het omgekeerde is eerder waar: al deze systemen hebben intrinsiek het potentieel om de sector sterker te maken en vooruit te duwen. Voorwaarde is wel dat we uitzoeken hoe we dat voordeel het beste kunnen benutten. Angst voor het onbekende Menno Bart is het eens met Adam Pode: er is nog veel angst voor het onbekende. Maar technologie ondersteunt vertrouwde processen en gewoontes. Ook het wetgevende kader is ons bekend. We hoeven als sector dus het wiel niet altijd opnieuw uit te vinden. We vinden anderzijds wel dat het wetgevende kader voor alle spelers in de digitale wereld hetzelfde zou moeten zijn. EU-wetgeving stelt dat de bemiddeling van werk voor kandidaten gratis moet zijn. Waarom geldt dit dan niet voor alle spelers? Over de WEC ‘Steering a labor market in transformation’ was het thema van editie 2021van de WEC. De jaarlijkse World Employment Conference (WEC) vond in 2021 opnieuw online plaats. De sessies werden gespreid over drie dagen, met een gevarieerd programma van keynote speeches, paneldiscussies en break-out sessies. Centrale thema’s waren de veranderde verwachtingen van individuele medewerkers, hoe voordeel halen uit technologische innovaties en hoe omgaan met voortdurende onzekerheid. In de ZiParena, het ZiPconomy overzicht van bemiddelingsconcepten, dienstverleners en tooling gericht op het organiseren van het inhuren van extern talent, maken we rond het bovenstaande thema een onderscheid ‘freelance selfsouring tools’ – platformen waarmee organisatie zelf actief contact kunnen leggen met freelancers – en ‘alternative sourcing solutions’, online concepten waarbij de dienstverlener een (meer of minder) actieve rol heeft in het vinden en selecteren van freelancers. Zie hier voor een overzicht van dergelijke platformen. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags online platformen, Platformtechnologie, WEC | Laat een reactie achter
Externen versus internen: wie heeft er meer speelruimte? Geplaatst 15 september 2021 door Annemarie van Veelen Hoe ziet een bedrijf eruit als mensen nooit spelen? Marijne Vos: “Wat je ziet in organisaties, is dat er heel veel wordt gekopieerd. Jaarverslagen lijken steeds meer op elkaar, projectplanningen zijn hetzelfde, iedereen doet inmiddels aan scrum en agile… De creativiteit ontbreekt. Luc Peters heeft daar een schitterend boek over geschreven, Cliché en organisatie. Die kopieerdrang komt denk ik voort uit een soort onzekerheid en angstdenken: oh, wacht even, als ik het niet goed doe, dan word ik daarop afgerekend. Dus gaan mensen op zoek naar dingen die iedereen al doet, in plaats van: wat is onze manier, hoe gaan wij het doen?” “We besteden bovendien heel veel tijd aan plannen maken, vergaderen, problemen oplossen. Maar de tijd om te onderzoeken wat het echte probleem is, ontbreekt. En de tijd om dingen uit te proberen, om dingen te maken en die te testen, wordt ook steeds minder. Dan gaan we ons verschuilen in dingen die er al zijn, of we gaan over alles heel lang praten.” Ben Kuiken: “En ik denk, om aan te vullen, dat het grote leger van externen, dus van adviseurs en interimmers, ook niet helpt. Die zijn vaak afhankelijk, krijgen ergens kort een klus te klaren en die gaan dan niet per se vragen stellen zoals: is dat wel de juiste vraag? Of: zullen we eens wat uitproberen? Zij zijn vaak al lang blij dat ze een opdracht hebben. Als je ergens in loondienst bent, heb je toch wat meer zekerheid, kun je niet zo makkelijk ontslagen worden en heb je, denk ik, meer speelruimte om dat soort kritische vragen wel te stellen.” Met ‘fröbelen’ bedoelen we dat dat je je de opdracht eigen maakt, dat je er een eigen draai aan geeft. Marijne Vos is het daar niet mee eens: “Je kunt ook andersom redeneren. Externen hebben juist niet de afhankelijkheid en zitten niet in de interne politiek, zij kunnen juist wel vraagtekens zetten bij de vragen die ze krijgen. Een externe krijgt soms voor elkaar wat een medewerker niet lukt. Naar medewerkers wordt vaak slechter geluisterd dan naar externen.” Ben Kuiken: “Ja, maar dan moet je dus oppassen dat je niet de knecht van de klant wordt, zoals Edu Feltmann dat noemt. Dus dat je gewoon doet wat de opdrachtgever van je vraagt. Een interessante vraag die je jezelf kunt stellen, is dan bijvoorbeeld: ‘wie is de opdrachtgever?’ Is dat degene die je inhuurt, of is dat de organisatie? Of is het misschien wel de maatschappij als geheel? En neem je klakkeloos aan wat de opdrachtgever je als werkelijkheid presenteert, of vraag je jezelf af: ‘is dat wel zo?’. Dat bedoelen we met de term fröbelen: dat je je de opdracht eigen maakt, dat je er een eigen draai aan geeft. Kan ik het mooier, beter, leuker of waarden-voller maken? Ik denk dat daar de truc zit voor externen – en ook voor internen trouwens – om van je werk iets mooiers te maken.” Wat moeten we ons precies voorstellen bij spelen en fröbelen op de werkvloer? Marijne Vos: “Als adviseur ben je bezig met veranderen, verbeteren, dingen efficiënter maken. Toen dacht ik: waarom moet dat eigenlijk? Wat zijn eigenlijk manieren om het gewoon te laten zijn? We moeten heel veel, en adviseren gaat vaak ook over interveniëren, ingrijpen. Maar we weten eigenlijk helemaal niet of dat wel kan, ingrijpen, de organisatie naar je hand zetten. Organisaties zijn zo complex, en ze zijn veel minder maakbaar dan we vaak denken.” “Toen ben ik voor mezelf op zoek gegaan naar manieren van zijn en kwam ik ook op het spelen terecht. Spelen houdt voor mij in dat je het samen doet met anderen, dat het vrijwillig is, en dat je gaat kijken naar waar je zelf intrinsiek gemotiveerd voor bent, waar je blij van wordt. Het heeft ook iets magisch, verbeeldends, wat al veel dichterbij mensen staat dan saaie rapporten en spreadsheets. Volgens mij zit spelen al in ons, we hoeven het niet te leren.” Ben Kuiken: “Huizinga heeft daar ooit een mooi boek over geschreven, Homo Ludens, de spelende mens. Hij beschrijft de mens daarin als een spelend wezen. Wij spelen voortdurend en overal en door te spelen, leren wij. Dat is een kenmerk van de mens. En wat je ziet in organisaties en eigenlijk in de hele maatschappij, is dat we dat een beetje kwijt zijn geraakt, dat spelen. Want we moeten allemaal serieus zijn en alles wat we doen moet ergens toe leiden, het moet nuttig zijn. Bij alles wat we doen, stellen we voortdurend de vraag: ‘waarom, wat levert het op?’ Waarmee we dus een deel van onszelf kwijtraken, namelijk dat spelende aspect.” Creativiteit ontstaat alleen als je de ruimte hebt om te spelen en te experimenteren. “Met ons boek hebben we geprobeerd om aandacht te vragen voor die spelende mens. Ook, of misschien wel juist in organisaties: hoe kunnen we meer speelruimte creëren en gewoon zijn, zonder dat je daar per se iets mee moet? Dan ontstaat er vanzelf iets wat ook van waarde is. Dat is ook het vertrouwen dat je moet hebben, op het moment dat je die ruimte creëert: dan ontstaan er vanzelf creatieve ideeën. Creativiteit ontstaat alleen als je de ruimte hebt om te spelen en te experimenteren.” Waardoor hebben wij in onze maatschappij continu een verbeterdrang? Ben Kuiken: “Het is er een beetje ingeslopen, omdat we daarmee erg succesvol zijn gebleken. Het heeft ook zeker waarde, maar we dreigen erin door te slaan. Dan krijg je excessen zoals de toeslagenaffaire. Dat is ooit ook begonnen als een ‘verbetertraject’: er was de zogenoemde Bulgarenfraude, en daar moest tegen worden opgetreden. Wat je dan vervolgens ziet, is dat we daarin doorslaan en dat we iedereen die een toeslag aanvraagt als potentieel fraudeur gaan zien. En dan gaat het mis. Wat je dan moet doen, is weer een stap terugzetten en zeggen: ja maar, wacht even, dit zijn ook gewoon mensen, die net als jij en ik de eindjes aan elkaar proberen te knopen. Mensen die soms een foutje maken. In plaats van ze meteen weg te zetten als ‘potentieel fraudeur’.” Hoe kunnen we de manier waarop we betekenis geven binnen organisaties veranderen? Ben Kuiken: “Voor de PhD die ik doe ben ik bezig met het thema sensemaking, betekenisgeving. De gedachte die daarachter zit, is dat wij onze eigen werkelijkheid creëren, vandaar de term making in sense. De sense is niet gegeven, maar die wordt door ons gecreëerd. Nu wordt sensemaking in te literatuur vaak nogal cognitief opgevat, rationeel, alsof we een soort wandelende hersenen zijn die alleen maar denken. Waar ik naar op zoek ben, is of je ook op andere manieren betekenis kunt ‘maken’, bijvoorbeeld lichamelijk of emotioneel. En of we misschien ook buiten het antropocentrisme kunnen stappen, de neiging om alles vanuit de mens te bezien. Neem zoiets als ‘de organisatie’. Wat is dat? Is het een ding dat je kunt vastpakken? Nee, duidelijk niet. Het is een sociaal construct dat wij met elkaar maken en in stand houden. Wat we met het fröbelboek ook proberen te doen, is daar een bepaalde ruimte in te creëren. Je zou een organisatie bijvoorbeeld ook als een spel kunnen zien. Wat voor spel is dat dan? Zo kun je ook naar spelregels kijken: dat zijn geen vaststaande dingen, maar iets dat we met elkaar geconstrueerd hebben. Zou je dan ook iets anders kunnen construeren?” Wat kunnen we leren van de manier waarop kinderen met dingen omgaan? Marijne Vos: “Kinderen veranderen continu de spelregels en het spel, zodat het nog leuker wordt. Kinderen doen dat automatisch. Zo zou je ook naar je organisatie kunnen kijken: is het nog leuk, wordt het beter hiervan, zijn we hierdoor nog creatief? Dus dat statische moet eraf. Dat vind ik een mooie van kinderen: zij zijn eigenlijk continu aan het afstemmen hoe ze het spel nog leuker kunnen maken. Ik hoor ze dan praten: ‘en toen deed jij dat, en deed ik dit’. Bij monopolie staat de pot bijvoorbeeld in het midden, terwijl dat niet in de spelregels staat. Dat vind ik eigenlijk het leukste; dat je terwijl je aan het spelen bent de spelregels verandert.” Het grote fröbelboek voor adviseurs. Speelruimte creëren in organisaties van Ben Kuiken en Marijne Vos, verschenen bij S2 uitgevers is onder andere te bestellen bij Managementboek.nl. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags creativiteit, sensemaking, speelruimte | Laat een reactie achter