Het Bovib-keurmerk is verder verbeterd; dit is waarom Geplaatst 14 juli 2021 door Arthur Lubbers Aanleiding Na het faillissement van TCP in 2019 kreeg het Bovib-bestuur veel vragen; hoe kon dit gebeuren, het bedrijf had toch een keurmerk? Daarop heeft de Bovib de eigen normen aangescherpt vanaf april 2020. Nu wordt het keurmerk opnieuw aangepast. Schmidt Crans: “Om een genuanceerder beeld te krijgen van de financiële gezondheid van een onderneming laten we het sec beoordelen op enkele KPI’s los en in plaats daarvan hanteren we een risicoanalyse vooraf die inzicht geeft in de financiële gezondheid.” Concreet betekent dit dat voortaan de risicoanalyse als een nieuw, vast onderdeel in de audit wordt opgenomen. Klantafhankelijkheid, waarbij het bij TCP voornamelijk is misgegaan, is één van de vier elementen in deze analyse. Focus op meer KPI’s Een andere pilotnorm uit de in 2020 aangescherpte normen is dat een bedrijf een current ratio – verhouding debiteuren + liquide middelen / kort vreemd vermogen – van boven de 1 moet hebben. De redenering hierachter is dat een bedrijf bij een current ratio < 1 een probleem kan hebben om op korte termijn aan zijn (betalings)verplichtingen te voldoen. In een artikel in Flexmarkt vorig jaar reageerde Kolff vervolgens door te stellen dat Bovib niet het financiële beleid van zijn bedrijf kan bepalen. HeadFirst heeft weliswaar een current ratio onder de 1, maar een gezonde financiële bedrijfsvoering, zo legt Kolff uit. ”Elk bedrijf heeft zijn eigen financiële structuur. Een brancheorganisatie met een keurmerk moet niet op de stoel van de ondernemer gaan zitten. Als je aan één ratio niet kunt voldoen, moet je kijken of dat op een andere manier is afgedekt. Het gaat uiteindelijk om de financiële gezondheid van de hele organisatie.” Voorzitter Frederieke Schmidt Crans is het daarmee eens. “Door de ongelukkige uitleg in dit artikel leek het alsof HeadFirst en Bovib lijnrecht tegenover elkaar staan, maar dat is niet het geval.” Het heeft de discussie binnen de Bovib over het keurmerk wel op scherp gezet, stelt zij. ”Het kan niet zo zijn dat je door één KPI een grote partij als HeadFirst uitsluit. Door te focussen op één KPI, maak je je keurmerk mogelijk ontoegankelijk voor (nieuwe) leden. Je pikt er één element uit, terwijl voor het bepalen van de financiële gezondheid veel meer aspecten een rol spelen.” Risicoanalyse De Bovib vindt dus ook dat er breder gekeken moet worden bij de beoordeling van de financiële status van leden. En daarom is zij gekomen tot aanpassing van het keurmerk. Hierbij is de Bovib overigens niet over een nacht ijs gegaan, vertelt Schmidt Crans. “We hebben dit breed aangepakt, hierbij zijn inspectie-instellingen, de werkgroep Kwaliteit en meerdere leden betrokken geweest.” Waaronder HeadFirst dus. “Ik vind het mooi hoe dit proces is gegaan”, zegt Kolff. De risicoanalyse is volgens hem een veel beter instrument. Hierin zitten vier elementen; klantafhankelijkheid, debiteuren en voorfinanciering, financiële ratio’s (naast de current ratio, ook leverage ratio, interest coverage ratio en solvabiliteitsratio) en financiering derden. “Het is een uitgebalanceerde mix geworden, controleerbaar en uitvoerbaar voor de inspecteurs.” Het gaat er uiteindelijk om dat een bedrijf zich bewust is van de risico’s en daar maatregelen tegen neemt, zodat de financiële gezondheid gewaarborgd blijft. Bovib-voorzitter Frederieke Schmidt Crans over de aanpassing van het keurmerk Uitlegplicht Door de risicoanalyse op te nemen, geeft het keurmerk volgens Kolff een duidelijk financieel kader aan, waarbij de leden ruimte krijgen om hun financieel beleid te toetsen en nader toe te lichten. Wel is er de ‘uitlegplicht’. Schmidt Crans legt uit wat hiermee wordt bedoeld: vormt punt A een risico, dan moet een lid uitleggen welke beheersmaatregelen daar dan tegenover staan. Dat werkt volgens haar veel beter. “Want het gaat er uiteindelijk om dat het bedrijf zich bewust is van de risico’s en daar maatregelen tegen neemt, zodat de financiële gezondheid gewaarborgd blijft.” Als één ratio niet goed (genoeg) is, maar de andere ratio’s zijn dat wel én het bedrijf heeft aantoonbaar nagedacht over een beheersplan, dan kan het bedrijf prima door de audit komen. En juist dat spreekt Kolff aan. “Het is een strak kader, maar stimulerend, niet bestraffend.” Schmidt Crans: “Er gaat nu meer een coachende werking vanuit en dat past beter bij de manier waarop wij als Bovib onze leden willen ondersteunen.” De aanpassing van het keurmerk door het opnemen van de risicoanalyse doet in de ogen van Kolff recht aan zowel grote als kleinere leden. Grotere leden hebben volgens hem nu eenmaal vaak een andere financieringsstructuur, waarbij ratio’s anders zijn. “Waar het om gaat is dat je als lid moet kunnen uitleggen hoe je je financieel beleid voert, wat voor effect dit heeft op de ratio’s en hoe je bijbehorende risico’s managet.” In het geval van HeadFirst betekent dit dat het bedrijf moet laten zien welke procedures er zijn en welke beheersmaatregelen er staan tegenover de lagere current ratio. “Dat is dus een punt waar wij uitleg over moeten geven en de risico’s voor moeten mitigeren. Andere ratio’s zijn weer beter dan de gestelde norm.” En hetzelfde geldt voor kleinere leden, die misschien maar enkele klanten hebben. “Je moet kleinere leden niet weigeren omdat ze een grotere klantafhankelijkheid hebben. Dat hoeft geen probleem te zijn als zij maar kunnen aantonen hoe zij dat risico mitigeren, laten zien dat zij hier bovenop zitten en dit borgen.” Er gaan grote sommen geld door onze boeken en wij moeten als Bovib-leden daarom onze verantwoordelijkheid nemen en daarover rapporteren. Han Kolff (CEO van HeadFirst) Faillissementen voorkomen? Worden door deze aanpassing van het keurmerk faillissementen zoals TCP voorkomen? “Nee, niet direct,” geeft Kolff toe. “Maar het geeft wel aan waar op gelet moet worden. Met de risicoanalyse laat je als bedrijf zien hoe je omgaat met, en grip hebt op, financiële risico’s. Er gaan grote sommen geld door onze boeken en wij moeten als Bovib-leden daarom onze verantwoordelijkheid nemen en daarover rapporteren.” Schmidt Crans stelt dat het Bovib-keurmerk juist daarom hard nodig is. “Je kunt niet alles afvangen in de wet of met een accountantsverklaring achteraf. Dit is een vorm van zelfregulering waarbij wij vooraf aantoonbaar maken dat we de issues serieus nemen en onze leden hun vak serieus nemen.” Zij vervolgt: “Je wilt misstanden in de markt voorkomen. En als het misgaat wil je dat de maatschappelijke impact beperkt blijft. Waar het uiteindelijk om gaat, is de vraag: heb jij jouw onderneming onder controle en als het misgaat, zijn anderen dan niet de dupe.” Keurmerk in ontwikkeling Dat het keurmerk nu wordt aangepast, is volgens Schmidt Crans niet zo vreemd: “het keurmerk is in 2017 gelanceerd. We voeren twee keer per jaar harmonisatie-overleg met de inspectie-instellingen en luisteren ook naar de leden. Het is een keurmerk in ontwikkeling.” Volgens de voorzitter is het uitgangspunt altijd dat een keurmerk toegankelijk moet blijven voor bestaande en potentiële leden – zowel groot als klein, dat de waarde van de normen die de inspecteur toetst uitgebalanceerd en transparant moet zijn en dat een keurmerk moet kunnen meebewegen met veranderende wet- en regelgeving. De aanpassing van het keurmerk door het opnemen van de risicoanalyse past volgens haar in die optiek. En ook de leden denken daar blijkbaar zo over. Tijdens de ledenbijeenkomst op 28 juni jl. is positief gereageerd op deze aanpassing van de financiële paragraaf van het Bovib-keurmerk. Het definitieve normenkader inclusief de risicoanalyse wordt onder de leden verspreid en is op 1 juli live gegaan. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags bovib, keurmerk | Laat een reactie achter
Handhavingsmoratorium wet DBA loopt niet af in oktober: kabinet wacht op uitkomsten pilot webmodule Geplaatst 13 juli 2021 door Claartje Vogel Staatssecretaris van Financiën Hans Vijlbrief verklaart dat het handhavingsmoratorium van de Wet DBA niet afloopt per 1 oktober 2021. Dat zei hij in reactie op een motie van Pieter Grinwis (ChristenUnie). In die motie uit Grinwis zijn zorgen over de Wet DBA. Het uitstel van de handhaving op de wet zou op 1 oktober afgebouwd worden, maar ondertussen is nog veel onduidelijk over de regels rondom de kwalificatie van een arbeidsrelatie. Lees ook de update Wet DBA: actualiteiten en verwachtingen voor zzp’ers, intermediars en opdrachtgevers ‘Minimaal tot oktober’ Vijlbrief legde tijdens het laatste debat voor het zomerreces in de Tweede Kamer uit dat dit niet helemaal klopt. “Het handhavingsmoratorium loopt niet af in oktober. Het loopt minimaal tot oktober en dan zullen we kijken wat we gaan doen.” De staatssecretaris van Financiën hoopt in oktober namelijk de uitkomsten van de pilot met de webmodule te hebben. Op basis daarvan hoopt Vijlbrief meer inzicht te krijgen in de kwalificatie van arbeidsrelaties. De Webmodule Beoordeling Arbeidsrelatie (WBA, verkort webmodule) is een online tool waarmee opdrachtgevers kunnen bepalen of zij een zelfstandige mogen inhuren. Het ministerie begon in januari met een test. Die loopt tot september. Na deze pilotfase volgt een evaluatie, waarbij het ministerie ook kijkt naar mogelijkheden voor handhaving, misbruikrisico’s en de gevolgen voor de uitvoeringsinstanties. ‘Niet makkelijk oplosbaar’ Grinwis hekelt het feit dat er ‘nog geen concrete voorstellen tot een redelijk en handhaafbaar alternatief voor de Wet DBA zijn en deze opdracht doorgeschoven wordt naar een volgend kabinet’. De staatssecretaris is dat met hem eens, maar zegt ook dat de problemen rondom de Wet DBA erg ingewikkeld zijn en ‘niet makkelijk oplosbaar’. Tot er een alternatief is voor de Wet DBA, is handhaving ‘grotendeels’ uitgesteld. De wet DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties) vervangt sinds 2016 de VAR (Verklaring Arbeidsrelatie), maar kreeg meteen veel kritiek omdat hij niet duidelijk genoeg was. Daarom besloot het kabinet de wet te vervangen en handhaving uit te stellen. Sinds oktober 2019 kan de Belastingdienst wel in actie komen tegen ‘kwaadwillende’ ondernemers. Wie ‘opzettelijk een situatie van evidente schijnzelfstandigheid laat ontstaan of voortbestaan omdat je weet – of had kunnen weten – dat er feitelijk sprake is van een dienstbetrekking’, krijgt een boete. Hetzelfde geldt als iemand de aanwijzingen van de Belastingdienst niet opvolgt. Handhaving bij kwaadwillenden De inspecteur moet drie dingen bewijzen, voordat hij correctieverplichtingen of naheffingsaanslagen kan opleggen: een (fictieve) dienstbetrekking, evidente schijnzelfstandigheid en opzettelijke schijnzelfstandigheid. Het feit dat er sprake is van schijnzelfstandigheid, is dus niet genoeg om een boete op te leggen. De fiscus moet bewijzen dat jij opzettelijk de wet overtreedt. Als de Belastingdienst ontdekt dat iemand als schijnzelfstandige voor je werkt, krijg je aanwijzingen om die situatie te verhelpen. De fiscus adviseert bijvoorbeeld de arbeidsrelatie met de zzp’er zo vorm geven dat je voldoet aan de wet. Een andere oplossing is de schijnzelfstandige in dienst nemen en de arbeidsrelatie als dienstbetrekking verwerken in je Belastingaangifte. Daar geeft de Belastingdienst je drie maanden tijd voor. Heb je niets gedaan? Dan ben je dus ‘kwaadwillend’ en krijg je boetes en naheffingen. Eind 2020 bleek uit een voortgangsreportage dat de Belastingdienst nog geen enkel kwaadwillend bedrijf heeft ontdekt. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags handhaving, handhavingsmoratorium, Webmodule, wet dba | 3s Reacties
“12 procent van de docenten in het middelbaar onderwijs is zzp’er” beweert prof. Verhulp. Maar klopt dat eigenlijk wel? Geplaatst 13 juli 2021 door Hugo-Jan Ruts “Ik heb me laten vertellen dat 12 procent van de docenten in het middelbaar onderwijs inmiddels als als zzp’er werkt.” Dat zegt prof. Evert Verhulp in deze aflevering van de podcastserie ‘Werken aan Nederland’. Als voorbeeld van waar het misgaat met de handhaving rond schijnzelfstandigheid. Hij noemt die situatie ‘absurd’, want ‘iedereen weet’ wanneer je lesgeeft in het middelbaar onderwijs je geen ondernemer bent. “Maar ze doen het wel, met name omdat ze geen zin hebben in de oudergesprekken.” Een stevige uitspraak, maar klopt dat wel? Invloed Het is een los zinnetje in een podcast. Doet dat er wat toe? Nu, dat lijkt me wel. Verhulp is een van de meest invloedrijke adviseurs voor ministers en het ministerie van Sociale Zaken als het gaat om de arbeidsmarkt en de plek van de zelfstandigen daarin. Kroonlid van de SER, lid van de Commissie Borstlap, hoogleraar arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam en directeur van ArbeidsmarktResearch UvA bv. Daarnaast voert hij – met het Ministerie van SZW – momenteel gesprekken op sectorniveau om in beeld te brengen hoe in een aantal sectoren aangekeken wordt tegen het inzetten van zzp’ers. De UvA heeft de database met jurisprudentie gemaakt op basis waarvan de webmodule en de bijbehorende wegingsfactoren zijn gemaakt. Kortom: zijn woorden doen ertoe. Getuige ook het feit dat zowel Hans Borstlap als Hans de Boer het overig jaar hadden over een flinke groei van zzp’ers voor de klas. De bron Dus vroegen we hem waar hij zijn uitspraak op baseert. “Ik weet dat het aantal zelfstandigen in het onderwijs in de vergaderingen van de Commissie Borstlap werd genoemd en daar onbetwist is overgenomen. Ik heb het wel geprobeerd te verifiëren maar dat lukt slecht”, zo laat hij weten. Vandaar dat hij bij zijn uitspraak ook zegt dat hij ‘dat begrepen heeft’. Verhulp geeft aan nog eens navraag bij zijn commissieleden te doen over de bron. Op cijfers van het CBS en het Ministerie van Onderwijs die ik hem voorlegde, reageerde hij niet. Wel gooit hij nog een schepje erbovenop door aan te vullen dat hij onlangs van een student van hem, die ook bij een onderwijsbemiddelingsdienst werkt, hoorde dat het percentage zzp’ers voor de klas in Amsterdam op wel 20% ligt, en dat die soms voor 140 euro per uur worden ‘weggezet’. “Maar dat is nog geen bewijs”, zegt hij er zelf bij. Hij gaat er nog eens dieper induiken. Nu, we deden alvast wat voorwerk. CBS: het percentage lesgevende zzp’ers daalt Het CBS houdt tamelijk gedetailleerd bij hoeveel mensen werken in verschillende rollen in het onderwijs. Zowel als werknemer en als zzp’er. Voor het voortgezet onderwijs maken ze daarbij een onderscheid tussen docenten die ‘beroepsgerichte’ vakken doen en algemene vakken. In 2020 was 8,6% van de docenten beroepsgerichte vakken een zelfstandige. Die zullen vaak, naast lesgeven, ook dat beroep zelf uitoefenen of lesgeven aan particulieren (denk bijvoorbeeld aan muziek, kunstonderwijs). Er zijn ook zo’n 6.000 zzp’ers die ‘algemene vakken’ geven. Dat is 5,3% van het totaal aantal docenten dat algemene vakken in het voortgezet onderwijs geeft. Dat is dus een stuk minder dan Verhulp zei. Overigens is het nog aardig om te constateren dat het percentage zzp’ers voor de klas in 2015 aardig wat hoger was dan in 2020. Namelijk 6,5% voor algemene vakken. De trend is blijkbaar dalende, in plaats van stijgend zoals Verhulp suggereert. Zowel in absolute zin als procentueel. Onderwijssector: 4% loonkosten naar extern personeel CBS-aantallen zeggen nog niet zo heel veel. Die zeggen immers niet hoeveel uren iemand werkt. Een bekend voorbeeld is de gepensioneerde wiskundedocent en af en toe nog eens – als zzp’er – invalt. Nu moeten scholen aan het ministerie van Onderwijs rapporteren waar ze hun geld aan uitgeven. In antwoord op Kamervragen melde minister Slob vorig jaar al eens dat in voortgezet onderwijs 3,8% van de totale personeelslasten wordt uitgegeven aan ‘personeel niet in loondienst’. Dat is dus inclusief mensen die via uitzendbureaus werken of gedetacheerd zijn, en inclusief het niet-onderwijzend personeel. Een woordvoerder van de VO-raad (de werkgevers) weet te melden dat ‘het percentage personeel niet in loondienst’ – waar dus ook uitzenden/detacheren onder valt – in het voortgezet onderwijs rond de 4% ligt. “Het percentage zzp ligt dus nog iets lager”. Overigens meldt de VO-raad op haar site dat ‘over het algemeen docenten niet als zzp’ers ingezet kunnen worden’. Conclusie Verhulp weet zelf de bron van zijn claim niet, dus dat kunnen we niet checken. Cijfers van het CBS, het ministerie van Onderwijs en de VO-raad, wijzen in ieder geval in een heel andere richting. De conclusie van deze factcheck is dan ook dat de uitspraak ongefundeerd is en waarschijnlijk ook simpelweg onjuist. Maar we blijven nieuwsgierig naar waar Verhulp eventueel nog mee komt. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags factcheck, onderwijs, ser, Verhulp | 5s Reacties
“Samen optrekken als werkgevers en werknemers wordt juist de komende jaren heel belangrijk” Geplaatst 13 juli 2021 door Peter Runhaar Wat is voor de FNV eigenlijk het ideale landschap in termen van vast en flex? Zakaria Boufangacha: “Als het werk structureel is, dan hoort daar een contract voor onbepaalde tijd bij. Waarom? Omdat je ziet dat mensen met een contract voor onbepaalde tijd meer zekerheid van werk en inkomen hebben. Het heeft bovendien een positieve invloed op het gesprek tussen werkgever en werknemer; beiden kunnen in goed overleg spreken over transities die invloed hebben op het werk, over uitdagingen rondom verdwijnende banen en over andere relevante onderwerpen. Werkgever en werknemer kunnen zo samen zorgen voor een goede invulling van werk. Het grootste probleem met flex is dat die gesprekken in veel mindere mate plaatsvinden en dat er met een druk op de knop afscheid van mensen genomen kan worden. Vanwege die onzekerheid zeggen wij: de vaste baan zou de norm moeten zijn.” Hoe reageer jij op mensen die zeggen dat de vakbeweging onvoldoende oog heeft voor de toegevoegde waarde van flex en zelfstandige professionals? Roos Wouters van de Werkvereniging verbaast zich bijvoorbeeld in een artikel op ZiPconomy over het feit dat links Nederland de zp’er niet omarmt. Volgens haar vertegenwoordigen zp’ers de idealen van de socialisten van weleer: zelfbestuur, economische bevrijding, et cetera. Ze besluit met een oproep aan links: zie het groeiend aantal zelfstandigen niet langer als probleem, maar vier het, want het is je eigen succes. “Allereerst problematiseer ik absoluut niet de zelfstandige als zodanig. Het beeld dat wij als vakbond tegen de zelfstandige zijn wil ik graag wegnemen. De echte zelfstandigen omarmen wij. De blije, autonome ondernemer die een eerlijk tarief krijgt, over een goed vangnet beschikt en specifieke expertise inbrengt in een organisatie is absoluut een toegevoegde waarde voor de arbeidsmarkt. Wij vertegenwoordigen zelf 15.000 zp’ers via FNV Zelfstandigen en nog eens 20.000 mensen via andere aangesloten bonden en sectoren zoals de zorg en vervoer. Het beeld dat wij als vakbond tegen de zelfstandige zijn wil ik graag wegnemen Waar wij ons tegen afzetten zijn de situaties waar werkgevers misbruik maken van zzp-constructies. Waar mensen ontslagen worden en vervolgens alleen maar als zp’er mogen terugkomen. Daar ageren wij tegen. Wij ageren tegen de bedrijven die maaltijdbezorgers en horeca-afwassers inzetten als zelfstandigen terwijl ze dat in de praktijk absoluut niet zijn, of tegen de situatie in ziekenhuizen, waar zp’ers op structureel werk worden ingezet en exact hetzelfde doen als collega’s onder een cao maar niet de bescherming van de cao genieten en ook geen sociale zekerheid opbouwen. Deze zomer interviewen we 10 experts. Over de toekomst van werk het debat over de arbeidsmarkt in de politiek en polder. Lees de interviews met Fabian Dekker (SEOR), Jovana Karanovic (EUR), Zakaria Boufangacha (FNV), Maudie Derks (Tulpenfonds), Anne Megens (AWVN), Damian Boeselager (Volt), Martin Visser (Telegraaf), Erik Stam (UU), Ingrid Thijssen (VNO-NCW) en Henk Wesselo terug in dit overzicht. Erodering Veel werkgevers hebben zelfstandig werk ingeruild voor een zp-constructie. Dat leidt tot erodering van de cao, van de pensioenen en tot schijnopdrachtgeverschap. De cao wordt uitgehold en de onderhandelingsmacht van de werkenden verzwakt. Dat is echt een vorm van ondermijning die je niet moet willen.” Je noemde zojuist het belang van een goed vangnet. Hoe staan jullie tegenover een verplichte AOV? “Linksom of rechtsom moet er een vangnet komen voor alle werkenden. Het is daarbij niet de bedoeling dat een zelfstandige die al weinig verdient zich ook nog uit eigen zak moet verzekeren. De kosten van een basispremie zouden verdisconteerd moeten worden in het uurtarief, zodat de zp’er hetzelfde blijft verdienen. Zo neemt de prijs van arbeid toe en ontstaat er meer een gelijk speelveld tussen ondernemingen, ongeacht de contractvorm die wordt gebruikt.” SER-advies Je bent actief betrokken geweest bij het SER-advies om bij de aanpak van schijnzelfstandigheid te focussen op uurtarieven onder de 35 euro. Wat zal de impact hiervan zijn? “Dat voorstel heeft wel wat teweeg gebracht en tot behoorlijk wat reacties geleid bij de buitenwacht. In essentie gaat het erom dat zelfstandigen bij tarieven onder de 35 euro vaak geen sterke onderhandelingspositie hebben. Zit je onder dat tarief en ben je van mening dat je geen zelfstandige bent, dan geldt in ons advies een omgekeerde bewijslast: de opdrachtgever moet aantonen dat je geen zelfstandige bent. Het ‘werknemer tenzij’ principe wordt dus aangescherpt. Als werkende krijg je daarmee een sterkere positie. Met het advies willen we niet zeggen dat iedereen onder de 35 euro geen zelfstandige mag zijn. Als je op 20 euro zit maar je voldoet aan de kwalificatie van zelfstandig ondernemen, dan is het prima. Belangrijk is dat we in het advies hebben gezegd dat het nu zaak is dat de overheid gaat handhaven, want tot op heden doet de overheid dat niet of nauwelijks. En ga dan vooral handhaven op terreinen waar schijnzelfstandigheid schering en inslag is, zoals de horeca en de schoonmaak. Schijnzelfstandigen Wij hebben als vakbond al lang een signalerende rol, bijvoorbeeld rondom de Uber-chauffeurs en situaties in de distributiecentra. Wij konden aantoonbaar maken dat het daar om schijnzelfstandigen ging, maar de Belastingdienst vertikte het om het op te pakken. Wij hebben vanuit de FNV voldoende casussen waarmee ze direct aan de slag kunnen.” Welke ontwikkelingen zie je als het om de rol van de vakbeweging in het hele sociale zekerheidsstelsel gaat? Onlangs ging Edward Belgraver in een column op ZiPconomy in op het Zweedse model, waar mensen een vrij lage werkloosheidsuitkering ontvangen die ze kunnen aanvullen door zich bij een vakbond aan te sluiten en zich via die bond additioneel te verzekeren. Achterliggend idee is dat vakbonden er belang bij hebben dat mensen gaan werken en hierin proactiever zullen zijn dan de meer reactieve overheid. Hoe kijk jij naar zo’n model? “Dat klinkt heel interessant. Wij vinden dat we als vakbond samen met de werkgevers veel meer een regierol moeten hebben bij het aan het werk houden van mensen. Dat Zweedse model zie ik als een directe link naar de rol van vakbonden om mensen van werk naar werk te ondersteunen en te zorgen dat mensen op kwalitatief goed werk kunnen rekenen. Regierol We hebben vanuit de FNV al wel een aanvullende WW ontwikkeld, maar die is uit nood geboren, omdat de WW was versoberd. Wij hebben gezegd dat we vanuit een stichting de WW gaan compenseren voor iedereen, niet alleen voor onze leden, want we vinden het belangrijk dat iedereen in de samenleving kan rekenen op een sterk sociaal vangnet. Maar zo’n structurele oplossing als in Zweden zou heel interessant zijn. Wij hebben natuurlijk ook een uitdaging om onze organisatiegraad op peil te houden, niet zozeer vanwege het doel op zich om meer leden te hebben, maar omdat het belangrijk is dat een land een sterke vakbond heeft en dat de belangen van werkenden goed vertegenwoordigd zijn.” Mag ik je vragen om eens een blik vooruit te werpen? Hoe ziet de arbeidsmarkt eruit in 2030? “Haha, wie het weet mag het zeggen! Ik hoop in ieder geval dat we vanuit dat nieuwe Rijnlandse Model, zoals ook VNO-NCW nu aangeeft, als werkgevers en werknemers samen écht richting kunnen gaan geven aan alle uitdagingen waar we voor staan, of het nu de energietransitie is, de vergrijzing, of de inrichting van de arbeidsmarkt. We zullen ons met name moeten inspannen om te zorgen dat de kloof tussen de groep die het prima doet en de groep die het zwaar heeft en dreigt af te haken niet groter gaat worden. De balans in de samenleving moet hersteld worden. We moeten zorgen dat de kloof tussen de groep die het prima doet en de groep die het zwaar heeft niet groter gaat worden Als we er samen voor zorgen dat werknemers beter worden beschermd, kunnen ze ook actief meedenken over al die transities. Neem bijvoorbeeld de distributiecentra waar werkzaamheden steeds meer worden geautomatiseerd. Je kunt als werkgever dan al het werk in uitzendcontracten gieten vanuit een sterfhuisconstructie, maar je kunt ook zeggen: we gaan samen met onze werknemers kijken hoe we de verandering kunnen vormgeven, hoe mensen kunnen worden omgeschoold naar nieuwe banen waarin ze aan de bak kunnen. Dat samen optrekken wordt de komende jaren misschien juist heel belangrijk. Je hoort vaak dat millennials alles zelf willen doen, maar dat herkennen wij niet. Het vaste contract wordt vaak geframed als niet modern en niet meer van deze tijd, maar ik vind het niet van deze tijd dat mensen geen inspraak hebben over het organiseren van werk in hun onderneming. Misschien wordt het oude denken dat we het samen moeten doen juist wel het moderne denken.” De hele serie Zomerinterviews is hier terug te lezen. Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags aov, FNV, ser, vakbeweging, zomerinterview | 1 Reactie
Update Wet DBA: actualiteiten en verwachtingen voor zzp’ers, intermediars en opdrachtgevers Geplaatst 12 juli 2021 door Claartje Vogel Het huidige uitstel van de handhaving Wet DBA eindigt op 1 oktober en ondertussen is nog veel onduidelijk over de wetgeving. Daarom organiseerde branchevereniging voor intermediairs en brokers Bovib begin juli een webinar over de huidige stand van zaken en de toekomst. Bovib-voorzitter Frederieke Schmidt Crans besprak met hoofdredacteur Hugo-Jan Ruts van ZiPconomy en advocaat Boris Emmerig de actualiteiten, dilemma’s en de verantwoordelijkheden die opdrachtgevers, bureaus en zelfstandigen hebben. Ook gaven ze praktische tips. Wet DBA: hoe zat het ook alweer? Advocaat Boris Emmerig begon met een korte inleiding op het thema. “Samengevat gaat de Wet DBA over de kwalificatie van een arbeidsrelatie, oftewel: werkt iemand als zelfstandige of werknemer?” vertelde hij. “Deze vraag is lastig te beantwoorden en dat is een probleem dat de politiek al meer dan 20 jaar probeert op te lossen.” Het begon in 2001 met de invoering van de VAR (Verklaring Arbeidsrelatie), die werd vervangen door achtereenvolgens de BGL-module (Beschikking Geen Loonheffingen, 2014) en de Wet DBA (Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties, 2016). Kern van de Wet DBA is het afschaffen van de VAR, in plaats daarvan kwamen er modelovereenkomsten per branche. De Wet DBA kreeg veel kritiek: hij was niet duidelijk genoeg. Daarom besloot het kabinet handhaving uit te stellen en de wet te vervangen. Lees meer over de achtergrond van de Wet DBA Afgelopen kabinetperiode kwam minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken) met diverse plannen, waaronder een minimuminhuurtarief en zelfstandigenverklaring voor hoge tarieven. De conceptwet Minimumbeloning zelfstandigen en zelfstandigenverklaring kwam er toch niet en het enige overgebleven middel om de Wet DBA te vervangen is de webmodule. Die is in januari begonnen als pilot, dit najaar wordt hij geëvalueerd. Emmerig: “De webmodule is alweer de vijfde poging om de kwalificatie van arbeidsrelaties te reguleren. Eén ding is duidelijk: dit verhaal is nog niet afgelopen.” Lees meer over de webmodule: https://www.zipconomy.nl/webmodule/ Webmodule De webmodule is een online vragenlijst waarmee opdrachtgevers kunnen bepalen of ze een zzp’er mogen inhuren voor een bepaalde taak. “Het is puur een tool, net zoals de ondernemerscheck”, zei Emmerig. “De uitslag van de test geeft geen rechtsbescherming. Het idee is dat jij in actie komt als jouw samenwerking met je zzp’er een ‘indicatie dienstbetrekking’ krijgt.” Het is complexe materie die je niet vanuit één perspectief kunt benaderen. Schmidt Crans vreest dat de webmodule in de huidige vorm geen duidelijkheid geeft. “Maar ik denk dat er genoeg kennis in de markt is om tot een werkend instrument te komen”, zei de Bovib-voorzitter. Ze hoopt dat het ministerie marktpartijen meer betrekt bij de ontwikkeling. “Ik denk dat er maatwerk nodig is per sector. Maar we komen alleen tot een oplossing als we met z’n allen om tafel gaan. Het is complexe materie die je niet vanuit één perspectief kunt benaderen.” Ook Emmerig is kritisch op de webmodule. “In de tool zit geen ruimte voor nuance, terwijl een rechter juist kijkt naar het geheel van omstandigheden”, zei hij. “Sommige vragen wijken af van wat op dit moment rechtsgeldig is. Minister Koolmees heeft bijvoorbeeld verklaard dat het er niet toe doet of een zzp’er hetzelfde werk doet als werknemers in de organisatie. Toch staat die vraag in de webmodule en geeft een positief antwoord 10 strafpunten.” Fiscaal versus juridisch Emmerig legde uit dat belastinginspecteurs en rechters op verschillende manieren kijken naar de kwalificatie van een arbeidsrelatie. De Belastingdienst gebruikt een stroomschema met drie vragen (zie hier), terwijl de Hoge Raad kijkt naar alle feiten en omstandigheden. Emmerig: “Die totaalindruk van de rechter omvat veel meer dan de drie vragen die de Belastingdienst stelt.” Eind 2020 deed de Hoge Raad een belangrijke uitspraak. In het arrest X/Gemeente Amsterdam oordeelde de Raad dat de bedoeling van partijen geen rol speelt bij de kwalificatie van de arbeidsovereenkomst. Emmerig legt uit dat het er wel degelijk toe doet als een zzp’er nadrukkelijk kiest voor ondernemerschap. “Het is namelijk een onderdeel van de totaalindruk”, zei hij. “Maar, het is zeker niet de beslissende factor.” Risico’s voor alle partijen Ondanks alle onduidelijkheid, is het belangrijk voor alle betrokkenen om aan de regels te voldoen. Zowel vanuit moreel (goed opdracht- of werkgeverschap), als juridisch oogpunt. Zzp’ers, intermediairs en eindklanten lopen allemaal risico op navorderingen van de Belastingdienst als blijkt dat iemand niet als zelfstandige voor een opdrachtgever mocht werken. En als een zzp’er kan bewijzen dat hij recht had op een arbeidsovereenkomst, dan moet een opdrachtgever alles betalen wat bij een arbeidsovereenkomst hoort: van loon en doorbetaling bij ziekte tot pensioenpremies, met terugwerkende kracht tot vijf jaar. Handhavingsmoratorium tot 1 oktober Op 1 oktober eindigt de handhavingspauze van de Wet DBA. “Eigenlijk verandert er niet zoveel”, zei Emmerig. “De Belastingdienst mag nu al handhaven bij kwaadwillenden, maar tot op heden zijn daar geen gevallen van bekend. Als bij een controle blijkt dat je niet aan de regels voldoet, geeft de fiscus eerst een waarschuwing.” De intentie van opdrachtgevers is belangrijk, benadrukt de advocaat. “Als je dit webinar kijkt dan val je waarschijnlijk niet onder de ‘kwaadwillenden’,” zei hij. “Mijn advies is om een goedgekeurde modelovereenkomst voor jouw branche als uitgangspunt te nemen en die toe te passen op jouw organisatie. Leg je casus naast jurisprudentie, vraag een expert eens om advies. Kortom, doe je best om compliant te zijn.” Duidelijkheid vooraf Hoe weet je als opdrachtgever vooraf zeker dat een overeenkomst aan de regels voldoet? Emmerig noemde vijf manieren: Vraag een beschikking verzekeringsplicht bij de Belastingdienst. Emmerig: “Hiermee heb je zekerheid vooraf.” Vooroverleg met de Belastingdienst. Je legt je situatie voor aan een belastinginspecteur. Zijn besluit is een standpunt waar je hem aan mag houden. Werk met goedgekeurde modelovereenkomsten. Als je in de praktijk werkt volgens de afspraken, geeft dit zekerheid over de kwalificatie van de arbeidsrelatie. Gebruik de webmodule. Deze geeft geen rechtszekerheid, maar het is verstandig om in actie te komen bij een indicatie dienstbetrekking en in twijfelgevallen. Boekonderzoek of bedrijfsbezoek Belastingdienst. Emmerig: “Dit geeft duidelijkheid, maar het is omslachtig. Bovendien vragen ondernemers meestal niet zelf om controle van aangiften en administratie, dat is eigenlijk altijd op initiatief van de fiscus.” Verantwoordelijkheden en compliance Ruts benadrukte dat het aantal zzp’ers nog steeds groeit, ondanks alle onzekerheid. Bovib-voorzitter Schmidt Crans ziet veel zzp’ers werken in reguliere functies op scholen en in ziekenhuizen. “Dat is mede het gevolg van alle onduidelijkheid de afgelopen jaren”, zei ze. “Opdrachtgevers willen best mensen in dienst nemen, maar de werkenden willen dat niet.” Hoe kun je als opdrachtgever het best omgaan met je inhuur? “Leg alles goed vast, werk zoveel mogelijk volgens de afspraken in goedgekeurde modelovereenkomsten”, tipte Schmidt Crans. “Weet wie bij jou rondloopt onder welke omstandigheden. Als het kabinet dan een besluit neemt, kun je direct schakelen en eventueel over gaan naar een andere contractvorm.” Adviseer eindklanten en zzp’ers over hun rechten en plichten. Dan laat je je meerwaarde zien als bureau. Tussenkomst- en bemiddelingsbureaus kunnen een belangrijke rol spelen bij compliance, benadrukte de voorzitter van Bovib. “Als intermediair heb je de verantwoordelijkheid om te toetsen. Is de samenwerking binnen de afgesproken periode afgerond? Waarom niet? Adviseer eindklanten en zzp’ers over hun rechten en plichten. Dan laat je je meerwaarde zien als bureau.” Toekomst van zzp-wetgeving: gelijke basis en tariefgrens Tot slot bespraken Schmidt Crans, Ruts en Emmerig hun verwachtingen voor de toekomst. Na de formatie en de pilot van de webmodule moet er een kamerdebat komen over de wenselijkheid van de inzet van zzp’ers. Vorig jaar kwam de Commissie Regulering van Werk onder leiding van Hans Borstlap met input: een advies over hervormingen op de arbeidsmarkt. De Commissie-Borstlap stelt onder andere voor dat voor alle werkenden vergelijkbare arbeidsrechtelijke regels moeten gelden. Denk onder andere aan een brede basisarbeidsongeschiktheidsverzekering voor alle werkenden. “Zo’n gelijk speelveld leidt tot keuzevrijheid voor werkenden en organisaties”, zei Schmidt Crans. “Als bescherming en afdrachten voor iedereen hetzelfde zijn, maakt contractvorm veel minder uit. Dan heeft hogere flexibiliteit een hogere prijs, en dat is oké.” Ook de Sociaal-Economische Raad (SER) kwam begin juni met een ontwerpadvies voor de formatie van het nieuwe kabinet. Dat sluit grotendeels aan bij het rapport van Borstlap. De sociale partners voegen daaraan toe dat de Belastingdienst zich bij het aanpakken van schijnconstructies beperkt tot situaties waarin zzp’ers worden ingehuurd onder de 35 euro per uur. Een goede denkrichting, vond Schmidt Crans. “Het gaat er tenslotte om dat we de onderkant beschermen tegen uitbuiting.” Emmerig vraagt zich af of het kan, zo’n tariefgrens. “Je doorbreekt hiermee onze Nederlandse solidariteitsgedachte. Wie meer verdient, betaalt dan minder mee aan premies.” Schmidt Crans: “Juist daarom is de volgorde zo belangrijk: eerst een gelijke basis voor alle werkenden. Ik hoop dat het volgende kabinet de adviezen ter harte neemt en nu echt de discussie aangaat: in wat voor land willen we werken en onder welke contractvormen? Wat moeten we regelen om dat te bereiken?” Bekijk het hele webinar hier of bekijk de slides van Boris Emmerig. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags bovib, wet dba | Laat een reactie achter
Hét moment om te beginnen met een freelance pool is vandaag en het is écht heel simpel Geplaatst 12 juli 2021 door Jellow Er wordt steeds meer ingehuurd. De flexibele schil van veel organisaties is inmiddels zo’n 30% of meer van alle arbeidskrachten. Toch ontbreekt bij veel grote bedrijven het overzicht over deze zelfstandigen. Het inhuurproces is vaak versnipperd: niemand weet precies wie deze freelancers zijn, hoe lang ze al in de organisatie rondlopen en wat de inhuur de organisatie kost. Bovendien is er vaak weinig zicht op juridische en wettelijke risico’s. Rob Noorda, Hoofd HR Experts van de Rijksuniversiteit Groningen: “Mijn ervaring is dat je meer inhuurt dan je denkt. Dat ontdek je vaak pas als je het in kaart brengt. Wij huren ca. 20% in, dan gaat het al snel over miljoenen.” Haastklus Volgens Roeland van Laer, HR-expert en schrijver van het boek Het einde van HRM is er bij organisaties dan ook nog veel winnen op dit terrein. “Inhuur gaat vaak ad hoc. Er is iemand nodig en diegene moet het liefst vandaag nog beginnen.” Lars Evers, mede-oprichter van het freelanceplatform Jellow: “Vaak zit het freelancenetwerk in het hoofd van mensen. Bij een nieuwe opdracht wordt er rondgevraagd wie er nog een freelancer kent, óf er wordt een bureau ingeschakeld. Maar door het ontbreken van één centrale pool wordt er veel te weinig gebruik gemaakt van elkaars netwerk en kennis.” Wat Evers vaak ziet in de praktijk: er wordt (bijvoorbeeld) een secretaresse ingehuurd op de ene afdeling. Ze levert goed werk, kent alle systemen. Even later is er op een andere afdeling ook een tijdelijke secretaresse nodig waarvoor een heel nieuw wervingstraject op wordt opgezet. Met alle kosten en inwerktijd van dien. Er zijn alleen maar voordelen te bedenken Automatiseer Met een freelance pool is er één plek in de organisatie waar inhuurders toegang hebben tot álle zelfstandigen. Dat begint met de juiste software. De volgende stap is heel eenvoudig: maak de freelance pool goed zichtbaar op meerdere kanalen of nog beter: promoot de pool actief. Evers: “Plaats een oproepje op de ‘Werken bij’ pagina’ van je website met een link voor freelancers om zich aan te melden. Je wilt niet weten hoeveel freelancers op die pagina komen en vervolgens onverrichte zaken weer vertrekken omdat er niks voor ze is ingericht.” De derde stap is ook zo gezet: breng je bestaande netwerk in kaart. Evers: “Vraag aan inhurende managers of personeel wie ze kennen of onlangs hebben ingehuurd. Die mensen kun je alvast in je pool opnemen.” Een freelance pool is geen kaartenbak met cv’s Eigen pool aanvullen Met de bovenstaande stappen kun je op een hele laagdrempelige manier de flexibele schil centraliseren en binden aan je organisatie zonder een duur bureau in te schakelen. Noorda: “Wij vonden eerder alleen bureaus die voor een fikse prijs mensen voor je zoeken. Dat vind ik een koude manier van werven. Bovendien kennen we voor 80% onze freelancers al. Dus wilden we de pool allereerst centraliseren en opbouwen vanuit ons eigen netwerk.” Die overige 20% vinden ze in het netwerk Jellow – een netwerk bestaande uit 48.000 freelancers. Noorda: “Deze freelancers hebben een profiel aangemaakt nadat ze uitgenodigd zijn door een tevreden opdrachtgever. Zo heb je een mooie, kwalitatieve pool tot je beschikking waarin je eenvoudig kunt navigeren. Je ziet wat voor werk de freelancer eerder heeft gedaan, bij welke opdrachtgever, wanneer hij of zij beschikbaar is, en een indicatie van het uurtarief.” De software moet de dynamiek van de markt ondersteunen Automatiseer ‘Ik heb al een freelance pool,’ hoorde Van Laer regelmatig tijdens de research voor zijn boek. “Maar een freelance pool is geen kaartenbak met cv’s. Een freelance pool ‘leeft’.” Hij geeft toe dat hij dat zelf ook had onderschat. “Voor een organisatie had ik een enorm bestand met freelancers aangemaakt waar vervolgens geen follow up op kwam. Al mijn werk werd toen in korte tijd veel minder waard.” Evers: “Bij sommige organisaties is er al eens een excelbestand met freelancers aangemaakt. Een statisch document voor een enorm dynamische markt. Want de lijst is nooit up-to-date, vaak onvolledig en bovendien niet toegankelijk voor iedereen. De software moet de dynamiek van de markt ondersteunen. Alles wat noodzakelijk is voor het opbouwen, onderhouden, de communicatie en uiteraard het uitzetten van opdrachten moet de software mogelijk maken. Alleen dan wordt het onderhoud van je pool geen opgave.” Actief Van Laer: “Voor het aanleggen van een freelance talentpool zijn, als je het goed aanpakt, alleen voordelen te bedenken. Één daarvan: Je werft proactief in plaats van reactief. Dat levert enorme tijdswinst op. Want: door kandidaten vroegtijdig aan je organisatie te binden kun je sneller schakelen. Daarmee wordt de cost per hire lager. Degene die in je pool zitten, hebben al eens voor je gewerkt en kunnen snel meedraaien. Dure intermediairs zijn bovendien niet of veel minder nodig.” Evers: “Met 90 euro huur je via een intermediair in feite een freelancer van 72 euro in. Je kunt met het geld dat je bespaart ook een duurdere freelancer inhuren, die meer kwaliteit levert.” Betrek je collega’s: zij hebben veel kennis én veel kennissen Weerstand Noorda geeft toe dat er in het begin weerstand van inhuurders was: “De universiteit is een organisatie van autonomie. Onze wetenschappers bepalen graag zelf wie ze inhuren. Op kwaliteit ging dat heel vaak goed. Maar over prijzen en compliance met wet- en regelgeving maakte men zich niet zo druk.” Voor de RUG was het daarom ook belangrijk dat de pool juridische risico’s zou afdekken. Noorda: “Verder wilden we de inhuurders niet te veel opleggen. We hebben daarom vooral ingezet op een goede dienstverlening. Niet: het moet. Maar: we gaan je helpen.” Ook niet onbelangrijk: voor zelfstandigen heeft de pool veel toegevoegde waarde. Noorda: “Ingehuurde zzp’ers wilden graag hun netwerk uitbreiden. Die kwamen dan ook in de pool en kregen zo directe toegang tot veel meer interessante organisaties.” To do Begin direct, wacht niet tot het moment dat je freelancers nodig hebt. Zorg voor ondersteunende software die past bij het opbouwen van de pool. Betrek je collega’s bij de opbouw: zij hebben veel kennis én veel kennissen. Zet een link naar de pool op de ‘Werken bij’ pagina of op social media. In deze tijd eenvoudiger dan ooit: nodig ook je freelancers uit voor een online sessie of workshop. Zo hou je ze betrokken en up-to-date en hebben ze zin om die opdracht te doen op het moment dat je ze nodig hebt. Maak iemand in de organisatie verantwoordelijk om het aan te jagen. Don’t do Denken dat een freelance pool in een keer al je problemen oplost. Het moet kunnen groeien. Bang zijn dat je collega’s slechte profielen toevoegen. Ook zij werken ook graag met goede collega’s. Bang zijn om je netwerk te delen met andere bedrijven. Wel een pool opbouwen maar niet onderhouden. Vergeten dat flexibele krachten ook onderdeel zijn van het team. Ze zijn misschien niet continu voor je aan het werk, maar ze zijn wel oproepbaar. Alleen communiceren over opdrachten. Van Laer: “Je hoeft freelancers echt niet iedere week een mailtje te sturen, maar hij of zij vindt het ook leuk om te horen hoe het gaat met je bedrijf of om op speciale dag een kaart te ontvangen.” Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags jellow, talentpool | Laat een reactie achter