Maandelijkse archieven: april 2021

“Het is mijn persoonlijke queeste om de arbeidsmarkt eerlijker te maken”

Edward Belgraver is ervan overtuigd dat de arbeidsmarkt in Nederland veel beter, eerlijker en effectiever georganiseerd kan worden. Hij wil dingen in beweging krijgen, niet in de laatste plaats met zijn eigen bedrijf Verloning.nl. Belgraver is, kortom, geen studeerkamergeleerde, maar een praktijkman met een missie. Over zijn drijfveren zegt hij:  “Ik zie dat de maatschappij verandert en dat het sociaal stelsel niet meeverandert. De politiek probeert voortdurend nieuwe problemen vanuit een verouderde denkwijze op te lossen.  Als je kijkt naar de partijprogramma’s bij de laatste verkiezingen, dan is het fulltime vaste contract bij vrijwel alle partijen de norm. Maar de gemiddelde werkende wil dat helemaal niet. Flex wordt de norm en politici lijken dat eng te vinden. Flex wordt vaak gezien als zielig, maar veel werkenden willen juist flexibiliteit! Mensen willen werk combineren met thuis, willen werk combineren met een opleiding of willen vaste baan combineren met een freelance baan.

Je moet wetgeving toepassen op de behoeften van de maatschappij en niet om situaties af te dwingen.

Ondertussen blijven de politiek en de wetgever het vaste contract als de norm beschouwen. Ik vind dat je wetgeving moet toepassen op de behoeften van de maatschappij en dat je wetgeving niet moet inzetten om situaties af te dwingen. Dan krijg je een mismatch. En dat zie je bijvoorbeeld terug in de rechtszaal. De meeste rechtszaken in Nederland gaan over relaties. Maar op de tweede plaats staan rechtszaken over arbeidscontracten. En dat vind ik heel vreemd, want  een arbeidscontract is een transactionele afspraak tussen twee partijen die waarde toevoegen en economisch maken. Het is toch te zot voor woorden dat we arbeidsrelaties zo juridisch en complex hebben gemaakt dat er zo vaak dure derde nodig is om dat op te lossen.

Als we vanuit deze kaders blijven denken loopt de arbeidsmarkt op korte termijn al vast, zeker als je ook nog kijkt naar de verschillen in zekerheid van de verschillende contractvormen.”

Bewustwording

Wat moet er naar jouw idee veranderen om een arbeidsmarkt en een sociaal stelsel te krijgen dat wél toekomstbestendig is?

“Allereerst gaat het om bewustwording dat het vaste contract niet de oplossing is. Als je het vaste contract als ultiem doel loslaat krijg je ruimte om te kijken wat de maatschappij vraagt. En de maatschappij vraagt om een sociaal stelsel dat heel anders is vormgegeven en dat is gebaseerd op inkomenszekerheid en participatie. Een van de voornaamste veranderingen is wat mij betreft dat de arbeidsovereenkomst transactioneel wordt en niet meer juridisch of emotioneel. Op dit moment hebben we een situatie dat mensen door die juridisering voortdurend de mazen van de wet zoeken. Opdrachtgevers zoeken de goedkoopste oplossingen en werkenden zoeken wat hen het beste uitkomt. Als werkgever heb ik veel regie, maar ben ik ook chantabel. Ik kan bijvoorbeeld zeggen dat ik een vaststellingsovereenkomst niet ga tekenen, wanneer een werknemer weg wil. Vervolgens meldt de werknemer zich ziek. Met Zp’ers precies omgekeerd: we dumpen ze als eerste en leggen de lasten bij de werknemers die we niet kunnen dumpen, met ziekte en burn-outs als gevolg. Er zit dus spanning in de arbeidsvormen.

Als we die arbeidsrelatie nu transactioneel maken, dan weten we waar we aan toe zijn. Als je die transactionele basis koppelt aan transparantie, dan weten werkgever en werknemer van tevoren precies wat de afspraken zijn. Dat begint bij het volledig transparant maken van de loonstrook. Dat doen we bij Verloning.nl. Onze loonstrook is 100 procent transparant. In veel bedrijven hebben werknemers geen idee welke sociale zekerheid ze hebben, wat de werkgeverslasten zijn et cetera. Neem de zorgverzekeringswet. Mensen weten totaal niet hoe ze dat moeten ‘lezen’ hun loonstrook. De zorgverzekeraars verzekeren tot een bepaald risico en daarna neemt de overheid het over via de premie zorgverzekering. Maar mensen zijn zich hiervan totaal niet bewust.

Of denk aan de vaagheid van de uitzendwereld, waar het vaak zowel voor de opdrachtnemer als de inhurende organisatie volstrekt onduidelijk is hoe hoog de bruto-lonen en de marges zijn. Als iets ontransparant is creëer je ruimte voor misstanden. De uitzendbranche is een businessmodel geworden, maar geen mensenmodel.

Transparantie

Intransparantie en onduidelijke afspraken zijn een garantie voor problemen.  En juist door hele heldere afspraken voorkom je die problemen, Je moet toch niet willen dat je zoals nu steeds bij conflicten naar de rechter moet? En dat die rechter vervolgens de werkgever opdraagt dat hij 30.000 euro moet betalen? Waarom spreekt de werkgever niet met de werknemer af: ‘Ik spaar iedere maand 8 procent voor jou en daardoor heb ik over vijf jaar vijf maanden loon voor je gereserveerd. Als een werknemer geen waarde meer toevoegt, dan weten beiden wat de concrete afspraken zijn. Tegelijkertijd moet de werkgever zodanig in zijn werknemers investeren dat ze in staat zijn om een volgende stap te zetten. Het gaat dus om een wederkerige relatie: Transactioneel, transparant én wederkerig.”

Jij vindt die actieve houding in het proces van werk naar werk heel belangrijk. Leg eens uit?

“Op dit moment ontbreekt voor mensen met een uitkering de prikkel om zich continu te ontwikkelen. Te veel sociale zekerheid zorgt voor meer ongelijkheid en minder welvaart. Dat is zeker geen pleidooi om mensen te laten vallen, integendeel. We zitten in een economie waar mensen klappen krijgen en we moeten zorgen dat mensen die uitvallen weer aan het werk kunnen. Dat zie ik als de grootste uitdagingen: Mensen stimuleren om te investeren in hun eigen carrière en ze minder afhankelijk maken van hun werkgever. In mijn eigen bedrijf heb ik afspraken gemaakt met de twee grootste online leerplatformen van Nederland, GoodHabitz en Skillstown. Onze mensen kunnen via een loyaliteitsprogramma punten sparen die ze weer kunnen omzetten in leermodules op een van die platformen. Op die manier kunnen ze zich onbeperkt ontwikkelen zonder dat het iets kost.

Jobcoaching

Verder vinden wij het belangrijk dat jobcoaching altijd beschikbaar is. Op je dertigste is het net zo belangrijk om met iemand die ervoor geleerd heeft na te denken over de richting die je op wilt met je loopbaan als op je vijftigste. Het zou toch mooi zijn als alle werkenden in staat zijn om van een jobcoach gebruik te maken. Stel dat we allemaal 1 procent van ons brutoloon betalen voor de mogelijkheid voor jobcoaching, dat zou  toch prachtig zijn?”

Verloning.nl zet uiteenlopende middelen in om de ‘modern werkenden’ – de zelfstandigen die zich via de organisatie laten verlonen – te ondersteunen. Het concept van Verloning.nl is eigenlijk stapsgewijs ontstaan, vertelt Edward Belgraver: “Ik kreeg in eerdere banen te maken met de loonadministratie en vond dat het veel beter en efficiënter kon. Ik werd me ervan bewust dat er heel veel geld zat tussen wat een opdrachtgever betaalt en wat een werkende krijgt en dat die verschillen totaal niet transparant waren voor de werkenden. Ik ben vervolgens ICT gaan gebruiken om de loonadministratie laagdrempeliger en transparanter te maken.

Wij doen de salarisadministratie vanuit de werkende en niet vanuit de werkgever. Dat is nieuw.

Uiteindelijk ontwikkelde ik Verloning.nl als een hybride model tussen loondienst en zzp, waar wij de maatschappelijke en sociale verantwoording nemen om alles voor onze mensen goed te regelen, op basis van een business model waar de werkenden de regie hebben over hun inkomen. We willen bekend staan als een organisatie die modern werkenden optimaal faciliteert, een organisatie die hun belangen behartigt en de salarisadministratie doet vanuit de werkende en niet vanuit de werkgever. Dat is nieuw.”

Verloning.nl gaat aanmerkelijk verder dan de ‘transparante loonstrook’. Naast de al genoemde ondersteuning op het gebied van leren en ontwikkelen, heeft Edward Belgraver ook uitgesproken ideeën over de wijze waarop werkenden een stevige positie voor zichzelf kunnen creëren. “We hebben bijvoorbeeld een AOV-verplichting”, zegt hij: “Dat klinkt vaak betuttelend, maar het is echt noodzakelijk. We ondersteunen een vijfjaarsdekking tegen hele lage kosten vanaf al 1,7 procent bij arbeidsongeschiktheid, maar ook pensioen, verzekeringen, opleiding en rechtsbijstand. Dat is de arbeidsmarkt van de toekomst: Mensen moeten in hun loopbaan niet van de ene naar de andere CAO worden gegooid, maar een samenwerking opbouwen met hun persoonlijke verloner, die hun inkomen regelt, maar ook andere dingen goed organiseert.

Beste collectieve beroeps-AOV

Omdat nu ruim 23.000 mensen bij ons zijn aangesloten kunnen we veel betere deals maken. Wat ik zelf echt supermooi vind is dan ook de Beroeps-AOV die we samen met Achmea hebben ontwikkeld. Ik heb acht maanden samen met Achmea en ABN AMRO gewerkt aan de ontwikkeling; het is de beste collectieve beroeps-AOV waar je zonder afsluitkosten laagdrempelig aan kunt deelnemen. Ik ben echt trots dat we dat hebben gerealiseerd.

In samenwerking met ABN AMRO heb ik verder drie mooie verzekeringen tegen scherpe tarieven ontwikkeld: Een rechtsbijstandsverzekering, een ongevallenverzekering en een aansprakelijkheidsverzekering. In tegenstelling tot de AOV zijn die niet verplicht, maar wel goed gefaciliteerd.”

Edward Belgraver zit vol met ideeën om dingen effectiever en simpeler te regelen: “Zo werken we nu aan een schenkingenfonds voor werkloosheid onder zelfstandigen en maakten we een deal met BMW waarbij je via ons een MINI kunt private leasen voor slechts 299 euro terwijl ze in de markt niet onder de 315 euro te leasen zijn. Soms leg ik geld toe om de beste prijs te krijgen zoals met opleidingen en voorfinanciering, want die beste prijs, daar doe ik het voor.”

Keer het eens om

Uiteindelijk draait het er allemaal om dat je veel meer kunt faciliteren voor de werkende als je hem of haar als klant centraal stelt, vindt Edward Belgraver: “Bijna alle intermediaire partijen op de arbeidsmarkt werken vanuit de opdrachtgever. En de mainstream is nog steeds volledig gefocust op aandeelhouderswaarde. Ik zeg: Keer dat nu eens om. Lever uitsluitend aan de consument en haal die dure tussenpersoon ertussenuit. Ga een één-op-één relatie aan met de opdrachtgever waarvoor je werkt en voorkom dat er nog partijen tussen zitten die een behoorlijke hap uit je inkomen nemen. Het grootste deel van onze relaties zit tussen de 18 en 35 jaar. Het zijn mensen in alle beroepsgroepen, die grip willen hebben op hun inkomen en regie willen nemen over hun loopbaan op een moderne en nieuwe manier.

Het is mijn persoonlijke queeste om de arbeidsmarkt eerlijker te maken. Met mijn visie op de relatie tussen werk en werkende wil ik een bijdrage leveren aan de discussie over een eerlijkere arbeidsmarkt. Ik ben ondernemer, maar ik ben ook iemand die heilig gelooft in de mogelijkheden om met een integrale, hervormingsgerichte blik de arbeidsmarkt ethisch en maatschappelijk te verbeteren.”

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , , , , | 2s Reacties

Flexverslaving veroorzaakt luiheid

Een snel veranderende wereld vraagt om wendbare organisaties. Iedereen snapt dat. Het was Charles Darwin die halverwege de negentiende eeuw in zijn ‘The Origin of Species’ al zo mooi omschreef dat het niet de sterksten zijn die overleven, maar degenen die zich het best aanpassen aan veranderende omstandigheden. En dit geldt, in zekere mate, niet alleen voor mensen, maar ook voor arbeidsorganisaties. En voor de politiek.

In Nederland evolueerde het ‘flexsysteem’ sneller dan in andere landen. Want wij Nederlanders waren (en zijn) cultuurhistorisch een volk dat zich snel aanpast aan nieuwe tijden. Dit betekende dat arbeidsorganisaties op zoek moesten naar nieuwe vormen van flexibiliteit. Het aannemen van nieuw personeel was niet zo’n probleem. Maar je kwam er niet meer van af. Starre wetgeving op het gebied van ontslag en ook nog peperduur. Het moest anders en het werd anders.

De arbeidsovereenkomst als maatstaf

Vooral voor en direct na de Tweede Wereldoorlog was werk traditioneel georganiseerd en gereguleerd. Primair voorbehouden aan mannen in een fulltime baan. In de jaren ’60 en ’70 keerde de trend, betraden steeds meer vrouwen de arbeidsmarkt en werd er meer in deeltijd gewerkt. De arbeidsovereenkomst (gereguleerd in artikel 610 ev. BW) was de norm.

Later kwam daar de uitzendovereenkomst bij, welke vooral in gevallen van ‘piek en ziek’ voorzag in een eerste (externe) flexibele schil. Snel op- en afschalen indien dit nodig was en vooral geen ingewikkelde, dure en tijdrovende ontslagprocedures. Over de verdere ontwikkeling van de flexmarkt in Nederland hoef ik hier niet verder uit te wijden.

Van doorslaand naar doorgeslagen succes

Dat die toegenomen flexibiliteit een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de sterke (inter-)nationale positie van bedrijven leidt geen twijfel. Maar er is ook een keerzijde aan dit succes. In toenemende mate ontstonden schijnconstructies (zeker in Europees verband), werd er geconcurreerd op arbeidsvoorwaarden en verdwenen zekerheden voor werknemers.

Alhoewel we in de afgelopen decennia veel pogingen hebben gezien om de wetgeving mee te laten bewegen met de veranderende arbeidsmarkt, is een structurele herbezinning van het model uitgebleven. En ondanks het feit dat Hans Borstlap bij de presentatie van het rapport van de Commissie Regulering van Werk nadrukkelijk opriep om geen ‘cherry picking’ toe te passen, zien we dat niet één partij tijdens de Tweede Kamerverkiezingen zich eraan heeft gehouden. En wellicht is het toeval, maar ook de pas nieuwgekozen voorzitter van FNV heeft hierover een mening.

Flex? What the flex?

Maar wat is er dan wel veranderd? Om te beginnen de ‘ontslagvergoeding’. Deze is in stappen wel degelijk naar beneden bijgesteld: eerst van de ‘oude’ naar de ‘nieuwe’ kantonrechtersformule, vervolgens de transitievergoeding. Natuurlijk bestaat er nu ook nog zoiets als een billijke vergoeding, maar die kun je als werkgever voorkomen door mensen gewoon netjes te behandelen.

De WW is aanmerkelijk korter geworden, maar dat kan voor werknemers, die met ontslag worden bedreigd een extra stimulans zijn om toch bij de oude werkgever aan de slag te blijven. De ontslagprocedure in geval van bedrijfseconomische omstandigheden is aanmerkelijk eenvoudiger geworden, die in geval van langdurige arbeidsongeschiktheid juist weer niet. Vooral voor kleinere, kwetsbare bedrijven kan met name de loondoorbetaling bij ziekte zwaar doorwegen.

Er zijn stevige pogingen gedaan om de beloning van flexibel en vast werk gelijk te trekken. En voor een belangrijk deel is dit ook gelukt. Zeker daar waar het om de lager betaalde arbeid gaat. Conclusie voor dit deel van het flexibel personeel: gelijke beloning maar nog (steeds) minder zekerheid.

Voor de flexibele schil (als ik dat voor het gemak even als het midden- en hoger segment mag omschrijven) ligt het wel degelijk anders: hier is veel meer de trend ontstaan, dat personeel bewuster de keuze heeft gemaakt flexibel te gaan werken (of zelfs als ondernemer!). Hier wordt veel meer zelfredzaamheid verondersteld als het gaat om zaken als voorzien in een eigen arbeidsongeschiktheidsverzekering en pensioenopbouw. Of dit in alle gevallen ook zo is, laat ik maar even in het midden.

Maar hoe je het wendt of keert: in formele zin bestaat de zzp’er (nog) niet. De wetgever is niet in staat gebleken om voor deze groep werknemers (die overigens wellicht veel breder is dan puur de zzp’ers) een samenhangende set regels te ontwerpen die recht doet aan vrijheid én bescherming. En dat geldt niet alleen voor de arbeidsrechtelijke kant, maar zeker ook de fiscale. Zelfs de Hoge Raad oordeelde onlangs nog in het arrest X/Gemeente Amsterdam dat de bedoeling van partijen geen rol speelt bij de kwalificatie van de arbeidsovereenkomst.

De ‘zucht’ naar flex

In mijn praktijk zie ik het nog veel te vaak: flexibiliteit is de norm, maar tegelijk vaak verbonden aan ‘tijdelijk’ en ‘externe’ flexibiliteit. Herkent u deze zinnen?

“Ik zou je contract wel willen verlengen, maar dat kan niet want dan zit ik aan je vast.”

“Nee, je kunt hier maar drie opeenvolgende contracten krijgen, dan moet je er zes maanden uit”.

In het eerste geval zou je kunnen zeggen dat het wederzijds is, want de werknemer is dan ook gebonden aan de werkgever. En misschien nog veel belangrijker: hij voelt zich ook verbonden aan de werkgever. Maakt deel uit van een organisatie, van een club, van een sociaal-maatschappelijke eenheid. Dit doet iets met motivatie en betrokkenheid. En in het afgeleide daarvan ook met de productiviteit. Met diverse meetinstrumenten, die (mede) ontwikkeld zijn door TNO en partners van het Nationaal Platform Duurzame Inzetbaarheid (NPDI) kun je dit kwalitatief en kwantitatief in beeld krijgen.

Bij het tweede geval moet je jezelf als werkgever toch maar eerst de vraag stellen, waarom je een (goed opgeleide en ingewerkte) werknemer naar huis MOET sturen, terwijl er kennelijk wel behoefte is aan deze werknemer.

En hoewel je dit op het eerste oog niet zou zeggen, biedt het huidig juridisch kader van de arbeidsovereenkomst op zich al heel veel ruimte voor (interne) flexibiliteit. Er bestaat namelijk ook nog eens zoiets als ‘goed werknemerschap’. Het voorkomen van de term SNIMFO (‘staat niet in mijn functieomschrijving’), vereist dan wel goed HR-beleid en leiderschap.

Voeg hieraan toe het gericht investeren in mensen qua inzetbaarheid (opleiding en ontwikkeling), een gedegen systeem van taakroulatie en loopbaanplanning (intern en extern!) en de ‘nood’ aan flexibiliteit kan intern veel beter opgevangen worden.

En de zelfstandige professional dan?

Indien de politiek en de belangenverenigingen echte keuzes durven maken, kan de zelfstandige professional van ontzettend veel toegevoegde waarde zijn. Indien je blijft hangen in het huidige juridische en sociaal-maatschappelijk bestel, gaat dat zeker niet lukken. Dat hebben we de afgelopen veertig jaar wel geleerd.

Wat die keuzes zijn? Dat laat ik graag over aan de betrokken belangenverenigingen, maar het systematisch dwingen naar de klassieke arbeidsrelatie of het volledig ondernemerschap gaat onvoldoende een oplossing zijn. In die context is het rapport van Borstlap (helaas) ook niet zaligmakend.

Meer experimenteren en innoveren, dat is hoe om te gaan met verandering. Dat had Darwin ons toch geleerd?

Een continu veranderende wereld vergt een arbeidsmarkt die zich aanpast. Maar het wettelijke keurslijf voor werkgevers en werknemers beperkt het vermogen om zich organisch aan te passen. Organisaties hebben het volledige potentieel van interne wendbaarheid nog lang niet benut. Dit uit zich in een overmatige behoefte aan extern personeel. De huidige wetgeving ondersteunt deze doorgeslagen balans.

Als organisaties bevrijd worden van ouderwetse reguleringen, dan wordt intern personeel beter benut, is er minder drang naar flex en kiezen zzp’ers bewust voor zelfstandigheid. Tot die tijd blijft een contractverlenging een spannend moment, voor beide partijen.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | Laat een reactie achter

Samenwerken met een ZZP’er, bemiddeling of tussenkomst

Inmiddels telt Nederland ruim 1,1 miljoen zelfstandigen zonder personeel (ZZP’ers). Dit betreft enkel de ondernemers die hier hun brood mee verdienen. Tel je ook de mensen mee waarvoor het ZZP-schap een bijverdienste is? Dan ligt dit aantal hoger, namelijk 1,6 miljoen (2019). In 2020 werkten deze zelfstandigen gemiddeld 33 uur per week. Dat is iets meer dan werknemers in loondienst die gemiddeld 30 uur per week werkten. Met 12,3% van de beroepsbevolking staat Nederland op de 8e plaats binnen Europa (bron CBS).

De bemiddelingsbranche helpt veel ZZP’ers bij het vinden van opdrachten. We zien daarin een diversiteit aan methodes en middelen. Zo zijn er intermediairs die naast het ter beschikking stellen van arbeidskrachten ook bemiddelen tussen een ZZP’er en een opdrachtgever en zijn er intermediairs die enkel ZZP’ers bemiddelen naar een opdracht.

Wanneer een ZZP’er voor het uitvoeren van een opdracht wordt ingezet, zijn er kortweg twee situaties te onderscheiden.  De ZZP’er ontvangt de opdracht direct van de opdrachtgever of de opdrachtgever geeft de opdracht aan de intermediair die op haar beurt de opdracht laat uitvoeren door de ZZP’er. In de eerste situatie spreken we van bemiddeling door de intermediair en in de twee situatie is er sprake van tussenkomst.

We bespreken hieronder het verschil tussen de bemiddelingsovereenkomst en de overeenkomst van tussenkomst. Daarna gaan we in op een aantal situaties waarbij we overeenkomsten op onjuiste wijze toegepast zien.

Bemiddelingsovereenkomst

Van bemiddeling is sprake wanneer de intermediair geen rol speelt bij het uitvoeren van de opdracht maar uitsluitend de opdrachtgever en de ZZP’er samenbrengt. De intermediair bemiddelt dus tussen de opdrachtgever en ZZP’ers. De opdrachtgever en ZZP’er maken samen afspraken over de werkzaamheden en leggen deze afspraken vast in een overeenkomst van opdracht, ook wel overeenkomst van aanneming van werk genoemd. De ZZP’er voert de werkzaamheden zelfstandig uit.

De opdrachtgever, intermediair en de ZZP’er maken samen afspraken over de bemiddelingswerkzaamheden van de intermediair. Ook deze afspraken worden vastgelegd in een overeenkomst.  Dit kunnen twee afzonderlijke overeenkomsten zijn, de eerste tussen de opdrachtgever en de intermediair en de tweede tussen de intermediair en de ZZP’er. Het is ook mogelijk om een gezamenlijke overeenkomst tussen de drie partijen (opdrachtgever, intermediair en ZZP’er) te sluiten, de zogenaamde driepartijen overeenkomst.

In geval van bemiddeling door de intermediair ontvangt de intermediair een vergoeding (fee) voor de werkzaamheden om de opdrachtgever en ZZP’er bij elkaar te brengen. De ZPP’er factureert de werkzaamheden rechtstreeks aan de opdrachtgever.

De keten ziet er dan als volgt uit:

Bemiddeling - zo ziet de keten er uit

In de praktijk komt het regelmatig voor dat de intermediair de administratieve handelingen van de ZZP’er overneemt. De intermediair stuurt dan namens de ZZP’er een factuur aan de opdrachtgever. De intermediair kan niet uit eigen naam facturen omdat de ZZP’er de dienst heeft geleverd en de intermediair geen basis heeft om zelf te factureren.

Door het aangaan van een bemiddelingsovereenkomst is de intermediair geen partij bij het uitvoeren van de opdracht waardoor zij buiten de keten van fiscale aansprakelijkheid valt, er is voor de intermediair geen sprake van ketenaansprakelijkheid. Door de overeenkomst van opdracht tussen de ZZP’er en de opdrachtgever loopt de opdrachtgever wel het ketenaansprakelijkheidsrisico.

Voor zowel de overeenkomst van opdracht als de overeenkomst van bemiddeling heeft de Belastingdienst goedgekeurde modelovereenkomsten, model algemene overeenkomst tussenkomst en model bemiddelingsovereenkomst.

Overeenkomst van tussenkomst

Indien de intermediair de opdracht aanneemt en deze daarna wordt uitgevoerd door de ZZP’er is er geen sprake van bemiddeling maar treedt de intermediair op als tussenpersoon. De intermediair is in dit geval de opdrachtgever van de ZZP’er. De intermediair komt ertussen. Er is sprake van tussenkomst. Net als bij bemiddeling voert de ZZP’er de opdracht zelfstandig uit.

Tussen de opdrachtgever en intermediair wordt een overeenkomst van opdracht (overeenkomst van aanneming van werk) gesloten. Daarnaast wordt tussen de intermediair en ZZP’er eveneens een overeenkomst van opdracht gesloten. De overeenkomst tussen de intermediair en de ZPP’er dient daarbij aan de voorwaarden van de door de Belastingdienst goedgekeurde modelovereenkomst te voldoen, model algemene overeenkomst tussenkomst.

In de situatie waarbij de intermediair een tussenpersoon is factureert de ZZP’er aan de intermediair en stuurt de intermediair een factuur voor de door de ZZP’er verrichte werkzaamheden aan de opdrachtgever.

De keten ziet er dan als volgt uit:

Tussenkomst - zo ziet de keten er uit

Doordat de intermediair de opdracht van de opdrachtgever aanneemt maakt de intermediair onderdeel uit van de fiscale[1] keten van aansprakelijkheid.

Foutieve overeenkomsten in de keten

Tijdens inspecties zien wij het vaak misgaan bij de inzet van ZZP’ers door middel van bemiddeling of tussenkomst. Er worden in de keten tussen opdrachtgever – Intermediair -ZZP’er verkeerde overeenkomsten tussen de schakels gebruikt. Om tot een beoordeling te komen welke vorm van toepassing is, is de overeenkomst met de opdrachtgever leidend. We komen daarbij in onze praktijk de volgende varianten tegen:

  • Ter beschikking stellen onder leiding en toezicht van de opdrachtgever
  • Bemiddelingsovereenkomst “echte” bemiddeling
  • Aanneming van werk
  • Overeenkomst van opdracht

Intermediairs die ZZP’ers onder leiding en toezicht van de opdrachtgever ter beschikking stellen doen afbreuk aan de zelfstandige status van de zelfstandige. Door onder leiding en toezicht te werken is sprake van een gezagsverhouding en regie door de opdrachtgever. Een zelfstandige kan echter per definitie niet onder leiding en toezicht werken.

De keten ziet er dan als volgt uit en is foutief:

Een keten met een gezagsverhouding

Tijdens een inspectie voor het SNA register (NEN 4400) en PayOK wordt bovenstaande keten beoordeeld, ondernemingen die ZZP’ers onder leiding en toezicht van de opdrachtgever ter beschikking stellen voldoen niet aan de eisen van deze keurmerken. Intermediairs die dit doen zijn fiscaal aansprakelijk, de belastingdienst kan een naheffing opleggen voor sociale verzekeringspremies omdat de ZZP’er feitelijk in loondienst is.

Een andere situatie die wij vaak tegenkomen en welke niet correct is, is dat de overeenkomst met de opdrachtgever anders is dan datgene wat met de ZZP’er overeengekomen wordt. De opdrachtgever en de intermediair komen bijvoorbeeld overeen dat de ZZP’er bemiddeld wordt. Vervolgens sluit de intermediair een overeenkomst van opdracht met de ZZP’er. Andersom doet de situatie zich ook voor. De opdrachtgever heeft een overeenkomst van opdracht met de intermediair en die sluit vervolgens een bemiddelingsovereenkomst met de ZZP’er. Beide omschreven situaties kunnen niet.

De vraag die evident is, is wat doe je nou precies? Contractuele afspraken in de gehele keten dienen consistent te zijn.

In bovenstaande situaties ziet de keten er als volgt uit:

Zo moet bemiddeling niet - Inconsistente afspraken

Het komt dan ook nog regelmatig voor dat in plaats van een overeenkomst van tussenkomst een overeenkomst van aanneming van werk of een overeenkomst van opdracht wordt gebruikt.

Waar wordt nou op gecontroleerd?

  • fiscale risico’s in het kader van inleners- en ketenaansprakelijkheid; econtrole of de onderneming werk heeft aangenomen of een opdracht is verstrekt.
  • of er een overeenkomst is afgesloten met de ZZP’er die past bij de opdracht met de opdrachtgever, zoals een overeenkomst van opdracht met tussenkomst op basis van een door de Belastingdienst positief beoordeelde modelovereenkomst.
  • Bij het in rekening brengen van kosten voor hulpmiddelen, materialen, e.d. dienen deze kosten schriftelijk overeengekomen te zijn.
  • de onderneming kan aantonen dat er passende beheersmaatregelen zijn getroffen om te borgen dat er conform de overeenkomst voor uitbesteden van werk of opdrachtnemen wordt gewerkt;
  • of er bij “echte” bemiddeling namens de ZZP’er wordt gefactureerd.
  • de identiteit van de ZZP’er moet zijn vastgesteld en vastgelegd (kopie paspoort alleen van een onderdaan van buiten de EU dan wel EER of Zwitserland).
  • ZZP’er is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.
  • bewaartermijn van documenten (7 jaar na afloop van het kalenderjaar waarin de laatste facturatie plaatsvond.)

NBBU ZZP bemiddelingskeurmerk

Is in het leven geroepen voor “echte” bemiddelaars die niet in de fiscale keten van aansprakelijkheid zitten. Dezelfde eisen als uit het SNA keurmerk komen hier tot uiting met een aantal aanvullende regels:

  • er is een vergoeding voor het in contact brengen van de zelfstandige en diens opdrachtgever en/of facilitaire diensten.
  • men gebruik een door de belastingdienst beoordeelde overeenkomst tot bemiddeling; (zie nummer 9051625886)
  • indien de onderneming de voorfinanciering verzorgt (ongeacht of hij dit zelf verzorgt of bij een factoringmaatschappij onderbrengt), blijft het uiteindelijke risico van niet-betaling bij de zelfstandige liggen;
  • in de overeenkomst met de opdrachtgever is vastgelegd dat op verzoek van opdrachtgever inzage mogelijk is in de voor hem relevante gegevens/ documenten;
  • er een procedure is vastgelegd hoe de inzage georganiseerd is en er is navolging van deze procedure (kunnen schriftelijk zijn vastgelegd, geautomatiseerd zijn ingevoerd of mondeling zijn overeengekomen);
  • de onderneming moet lid zijn van de NBBU.

Lees meer over het NBBU keurmerk >

PayOK keurmerk

Is een beoordelingsset voor kwalitatief hoogstaande bemiddelaars die de risico’s omtrent de keten aansprakelijkheid van loon willen minimaliseren. Het heeft dezelfde eisen als het SNA keurmerk en heeft voor wat betreft ZZP’ers additioneel als eis:

Het door de ZZP’er aan de onderneming gefactureerde uurtarief minimaal voldoet aan het minimumtarief van EUR 18,- per uur. Bij aanneming van werk of stuksprijs moet men het uurtarief gerelateerd aan de arbeid inzichtelijk maken.

Lees hier meer over  het PayOK keurmerk >

Bovib keurmerk

Is een keurmerk voor leden van de branchevereniging Bovib, de vereniging en brancheorganisatie van de onafhankelijke inhuur-intermediairs in Nederland.

Het kent dezelfde eisen als uit het SNA keurmerk met specifiek op het thema ZZP aanvullende regels:

  • de onderneming is in het bezit van het BTW nummer van de ZZP-er.
  • indien vereist door de opdrachtgever bevat het dossier van de ZZP-er een vastlegging over de benodigde beroepskwalificaties, ervaring en deskundigheid die zijn vereist voor de zelfstandige uitvoering van de overeenkomst van opdracht.
  • de onderneming beschikt over een procedure om vast te kunnen stellen dat de ZZP-er beschikt over een beroepsaansprakelijkheid- de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering.
  • de onderneming heeft een procedure waarbij bij aanname van de opdracht kan worden vastgesteld dat er voldoende sprake is van de zelfstandigheid van de ZZP-er.
  • indien de onderneming het debiteurenbeheer verzorgt,  dit op naam van de ZZP-er gebeurd.
  • wanneer de onderneming de voorfinanciering verzorgt, waarborgt zij dat het uiteindelijke risico van niet-betaling bij de ZZP-er ligt.
  • de betaling van de facturen aan de zelfstandige voldoet aan de afgesproken betalingstermijnen.

Lees hier meer over het Bovib keurmerk >

[1] Wij bespreken hier vooral de fiscale aansprakelijkheid. Er zijn ook andere aansprakelijkheden die een rol spelen, zoals resultaatverantwoordelijkheid. Bij tussenkomst heeft de intermediair resultaatverantwoordelijkheid. Bij bemiddeling heeft de intermediair geen resultaatverantwoordelijkheid.

Auteur: Marlous Knol

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , | 5s Reacties

De echte arbeidsmarkt ontbreekt in het rapport Borstlap

Net voor de crisis van 2008 kwam de commissie Bakker met een uitstekend rapport over de noodzakelijke veranderingen op de Nederlandse arbeidsmarkt om o.a. de arbeidsparticipatie in Nederland verder te vergroten. Door de crisisjaren is van implementatie van aanbevelingen uit dit rapport weinig tot niets gekomen. Eenzelfde lot zou zomaar eens ook kunnen gelden voor het rapport van de commissie Borstlap uit 2020. Net uitgekomen voor een crisis waarvan de gevolgen nog een paar jaar zullen na-ebben. Met de vorming van een nieuw kabinet van misschien wel vier of meer partijen, is de kans levensgroot dat de noodzakelijke arbeidsmarkthervormingen vooruitgeschoven gaan worden.

Commissie Borstlap heeft internettransitie genegeerd

Tussen de rapporten van commissie Bakker en Borstlap is een aantal interessante parallellen te constateren. Beide uitstekende rapporten, beide net voor een grote crisis geschreven én beide rapporten negeren het effect van de arbeidsmarkttransformatie sinds de komst van internet nagenoeg volledig. In het rapport van commissie Bakker komt het woord internet nul keer voor. In dat van Borstlap acht keer, primair in relatie tot het woord “internetplatform”. Dat laatste is pikant omdat het de enige marktplaats is die in het rapport wordt besproken en slechts goed is voor 0,4% van het online-aanbod op de Nederlandse arbeidsmarkt. De andere 99,6% blijven onbesproken, zoals vacaturesites, search engines, social media, en jobaggregators. Nog los van de hele bemiddelingsmarkt die zo’n 40 miljard euro groot is in Nederland.

Het is fair to say dat ook de commissie Borstlap de internettransitie en haar effecten op de arbeidsmarkt nagenoeg niet heeft meegenomen in haar analyses.

Hoe kan het toch dat de allocatiefunctie genegeerd wordt?

Hoe komt het toch dat het daadwerkelijke functioneren van de arbeidsmarkt (de plek waar vraag en aanbod elkaar echt vinden), de echte arbeidsmarkt, in rapporten over de arbeidsmarkt nooit terugkomt? Het nieuwe huis wordt altijd perfect beschreven, maar de bouwers, gereedschappen en materialen zijn dezelfde die voor het vorige huis werden gebruikt.  Wie de lijst met geïnterviewden doorneemt, de geraadpleegde literatuur en onderzoeken, en bouwstenen van de oplossingen (zoals UWV, vakbonden e.d.) wordt nauwelijks verrast. Maar de belangrijkste pijlers van het functioneren van de huidige arbeidsmarkt ontbreken, zoals Indeed, LinkedIn of Nationalevacaturebank. Google of Facebook. Bullhorn, Nétive, Headfirst, Carerix, Jellow, Planet Interim of Mysolution. 123test.nl, carrieretijger.nl, nationaleberoepengids.nl of sollicitatiedokter.nl. Dat is toch heel bijzonder omdat in nagenoeg alle succesvolle matching op de arbeidsmarkt deze partijen een rol spelen. Zij vormen het cement in het huis van de hedendaagse arbeidsmarkt.

Allocatiefunctie

Hoe kan het toch dat de allocatiefunctie genegeerd wordt, terwijl deze functie de daadwerkelijke arbeidsmarkt is? Hoe vinden mensen werk en wat kan de overheid doen om dat te vereenvoudigen? Het antwoord is heel simpel. Dat wordt nooit onderzocht.

Bij het samengaan van het CWI en UWV zijn de laatste onderzoeken die publiek gefinancierd zijn over het zoekgedrag van mensen op de arbeidsmarkt wegbezuinigd. En ondanks dat er meer dan voldoende data (zelfs real-time) en onderzoeken aanwezig zijn over het functioneren van de arbeidsmarkt, wordt deze nooit meegenomen in onderzoeken van bijv. de SER, ROA, TNO, SEO of in dit geval de commissie Borstlap. Als het niet wordt onderzocht door één van de gerespecteerde (universitaire) onderzoeksinstellingen in Nederland of daarbuiten, bestaat het niet en valt het buiten de scope. Dit verklaart ook waarom er een kleine pagina in het Borstlaprapport wordt besteed aan 0,4% van de functioneerde arbeidsmarkt. Daar is recent veel onderzoek naar gedaan, o.a. door de SER, TNO en SEO. Over de andere 99,6% wordt met geen woord gerept, net als  over de onderliggende matchingstechnologie en de kansen en bedreigingen die daarmee samenhangen. Om nog maar te zwijgen (wat dan ook letterlijk gebeurt) over de grote problemen van werk.nl, die juist een baken van licht had moeten zijn richting het goed, transparant en eerlijk functioneren van de arbeidsmarkt.

De uitvoerders van toen werken met instrumenten van toen

Instrumenten van gisteren

Je kunt niet onderzoeken wat je niet meet. Maar je mag ook niet negeren wat er daadwerkelijk is, simpelweg omdat de mensen die je interviewt of de bronnen die je raadpleegt hierin niet thuis zijn. Het werk van de commissie Borstlap verdient dikke complimenten en ik hoop dat het integraal met al zijn plussen en minnen wordt overgenomen. Maar ik maak me ernstig zorgen over het feit dat de uitvoerders van vroeger, ook degenen zijn die het nieuwe huis van werk moeten gaan bouwen.

De uitvoerders van toen werken met instrumenten van toen. Bewezen onsuccesvol gebleken, maar worden nu veelvuldig aangehaald in het rapport als de oplossing van morgen. Het lijkt me verstandig om een aantal onderaannemers aan te trekken die verstand hebben van het functioneren van de huidige arbeidsmarkt, en die ontbraken in de lijst van onderzoeken en geïnterviewden. Je lost het probleem niet op met de denkwijze die het heeft veroorzaakt, zoals Einstein dat al eens verwoorde.

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , | 2s Reacties

Drijfveren en belemmeringen van de freelance economie: een vergelijking van Duitsland, Frankrijk en Spanje

Het begon als een start-up in Frankrijk, maar nu zijn er al 200.000 freelancers en 30.000 opdrachtgevers bij aangesloten. Na het succes op de Franse arbeidsmarkt, is Malt uitgebreid naar Duitsland en Spanje. Elk land heeft zijn eigen uitdagingen, zo blijkt uit een onderzoek dat Malt in samenwerking met Boston Consulting Group deed onder 2.324 respondenten.

Digital freelancers

Veel freelanceplatforms richten zich een een bepaalde doelgroep. Malt lijkt zich vooral te richten op freelancers in de tech en data, grafisch ontwerp, licht/geluid, communicatie en organisatieadvies. Dat kleurt natuurlijk ook zo’n onderzoek.

Het merendeel van deze freelancers is man, tussen 35 en 45 jaar oud. 77% heeft een bacheloropleiding. De freelancers van Malt werken gemiddeld maar liefst 43 uur per week. Ze besteden gemiddeld vijf uur per week aan training en 66% werkt agile en/of remote.

De breedte van het onderzoek is dus beperkt, maar het biedt alsnog inzicht in wat kenmerkend is voor de arbeidsmarkt in andere landen. Ook zijn er trends die in alle landen merkbaar zijn. Zo is er momenteel mede door de coronamaatregelen weinig sprake van ‘digital nomadism’, freelancers zitten vooral in de grote steden.

Bron: Freelancing in Europe 2021, Malt ism BCG

Freelancen in Duitsland: meer hiërarchie dan in het zuiden

Vergeleken met Frankrijk en Spanje, valt op dat in Duitsland freelancers vaker vanuit het kantoor van de opdrachtgever werken. De werkcultuur is in Duitsland hiërarchischer dan in andere Europese landen.

Werklocaties van freelancers

Bron: Freelancing in Europe 2021, Malt ism BCG

 

Ook hecht men in Duitsland meer waarde aan face-to-face interactie. Waar in andere landen freelance platforms en social media in de top drie staan van bronnen van opdrachten, is dit in Duitsland niet het geval. De Duitse freelancer krijgt vooral opdrachten via netwerken en aanbevelingen, en daarnaast opvallend veel via bureaus (41%).

Wervingskanalen van freelancers voor nieuwe opdrachten

Bron: Freelancing in Europe 2021, Malt ism BCG

Wetgeving beperkt de Duitse arbeidsmarkt

Wat de Duitse arbeidsmarkt vormgeeft, is de wetgeving. Zo is er een minimumbedrag om zelfstandig aan de slag te mogen, wat een drempel opwerpt voor veel mensen.

Ook is er een wettelijk verschil tussen een ‘zelfstandige ondernemer’ (Selbstständiger) en een ‘vrije beroepsuitoefenaar’ (Freiberufler). Voor de ‘Selbstständiger’ gelden hogere drempels, de status van ‘Freiberufler’ is alleen beschikbaar voor een beperkte lijst beroepen. Voor jezelf beginnen is in Duitsland niet zo eenvoudig als in Nederland.

De gemiddelde leeftijd waarop men start, is in Duitsland 45 jaar, terwijl dit in Frankrijk en Spanje respectievelijk 37 en 40 jaar is. Ook het aantal jaren dat men werkt alvorens te gaan freelancen ligt hoger: in Duitsland gemiddeld negen jaar, meer dan in andere landen.

Aantal jaren werkervaring voor start als zelfstandige

Bron: Freelancing in Europe 2021, Malt ism BCG

 

Het aantal Duitse freelancers is sinds 2009 met 1,3 miljoen redelijk stabiel gebleven. In Frankrijk en Spanje is de groep juist (zeer) fors gegroeid.

Verandering van het aantal freelancers

Bron: Eurostat

 

45% van de IT’ers heeft meegemaakt dat projecten niet doorgingen vanwege de Duitse wetgeving. Van de Duitse freelancers geeft slechts 10% aan zich te kunnen vinden in de wetgeving.

Freelancen in Spanje: onderhandelcultuur

In Europa is het freelancen in opkomst en Spanje gaat mee in deze trend. Een paar kenmerken zijn karakteristiek voor de Spaanse arbeidsmarkt. Gevraagd naar de grootste uitdagingen in het dagelijks leven, noemt 68% van de Spaanse freelancers het onderhandelen met opdrachtgevers.

Uitdagingen waar freelancers tegenaan lopen

Bron: Freelancing in Europe 2021, Malt ism BCG

 

De tarieven van Spaanse freelancers verbleken bij die van hun meer noordelijk werkzame collega’s.

Afbeelding: Tariefverschillen per land

Bron: Freelancing in Europe 2021, Malt ism BCG

Freelancen in Frankrijk: man/vrouw verdeling in balans

De man-vrouwverhouding is in Frankrijk meer in balans dat in de andere onderzochte landen. Er zijn in Frankrijk ook fors meer vrouwelijke freelancers dan in gemiddeld in de EU.

Man-vrouwverhouding, voor de hele EU en per land

Bron: Freelancing in Europe 2021, Malt ism BCG

 

Wat ook opvalt, is dat men in Frankrijk op een jongere leeftijd begint met freelancen, met minder jaren werkervaring, soms al direct na het afstuderen.

Fransen zijn relatief tevreden zzp’ers. 84% van de freelancers in Frankrijk zou niet terug willen naar een vaste baan. In combinatie met de relatief korte tijd die mensen in Frankrijk in loondienst besteden alvorens voor zichzelf te beginnen, schetst dit een positief beeld van de positie van de Franse freelancer.

Percentage freelancers dat niet terug wil naar vast

Bron: Freelancing in Europe 2021, Malt ism BCG

 

Hoewel de Franse arbeidsmarkt het freelancen verwelkomt, doet de woningmarkt dit nog niet. 55% van de Franse freelancers ervaart huisvesting als een probleem. Het is vaak lastig om een hypotheek te krijgen.

Tarieven van Europese freelancers

Zowel in Duitsland als in Frankrijk en Spanje verschilt het geaccepteerde maximumtarief per beroepsgroep. Ook zijn er verschillen in hoeveel rek er in de tarieven zit. Het tarief in marketing en communicatie begint laag, maar kan bijna twee keer zo hoog worden. De tarieven voor organisatieadvies zijn altijd relatief aan de hoge kant. In grafisch ontwerp beginnen de tarieven aan de lage kant en zit er weinig rek in.

Reikwijdte tarieven per beroepsgroep

Bron: Freelancing in Europe 2021, Malt ism BCG

 

Lees ook: Meningen, motieven en belemmeringen over ‘goed opdrachtgeverschap’ in beeld

‘De game changers die we nodig hebben’

In onderzoek naar wat freelancers drijft, concludeert Vincent Huguet (CEO Malt) dat keuzevrijheid essentieel is. De vrijheid om je eigen tijdsindeling te maken, opdrachten te selecteren en zelf de locatie waar je werkt te kiezen.

Met de nasleep van de coronacrisis, ziet Huguet in (digitale) freelancers de game changers die bedrijven nodig hebben. Freelancers bieden een frisse blik en een flexibele manier om talent aan te wenden. Ook de snelle manier van schakelen is van belang. Terwijl intern recruitment gemiddeld negen maanden duurt en extern recruitment zes maanden, duurt het gemiddeld slechts zes dagen om een geschikte freelancer te vinden. Huguet stelt dat vertrouwen stellen in freelancers cruciaal is voor innovatie.

Duur van het recruitmentproces

Bron: Gartner Research Circle
Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | Laat een reactie achter

Bescheidenheid belemmert personal branding

Wie regelmatig de site van ZIPconomy bezoekt, begrijpt dat we allemaal ondernemers van ons eigen werk zijn en dat wie daar niet in mee wil gaan het steeds moeilijker krijgt. Professionals verlenen hun diensten meer en meer op een spotmarkt: een arbeidsovereenkomstcontinue interactie waarin aanstellingen tijdelijk zijn en waarbij je er zelf voor moet zorgen dat je ‘gespot’ wordt voor nieuwe opdrachten en projecten. Dit vereist logischerwijs dat je goed vindbaar bent te midden van de vele concurrenten en collega’s die medeactief zijn op jouw speelveld.

Strategisch laten zien waar je goed in bent is een noodzakelijkheid om mee te kunnen blijven spelen

Je bent wat je voorwendt te zijn

De beste manier om je vindbaarheid te versterken, en in mijn optiek de enige juiste manier, is door je werk als een personal brand in de markt te zetten. Je personal brand is kort gezegd de gepercipieerde meerwaarde die je hebt in de ogen van je doelgroep, in relatie tot een andere aanbieder op jouw terrein. Je bent wat je voorwendt te zijn.

Omdat je graag iets wil betekenen voor je doelgroep, en geen gebakken lucht wil verkopen, pak je dit gedegen aan. Je begint met onderzoeken en omschrijven wat jou als mens en professional karakteriseert. Dit kan op basis van aanwezige zelfkennis, maar nog beter door input te vragen aan vrienden en vakgenoten die je hier graag bij helpen. Wanneer de contouren van je personal brand duidelijk worden, dan ga je deze vervolgens stap voor stap uitbouwen door het soort werk te doen dat bijdraagt aan het beeld dat je wilt creëren en ook door resoluut afscheid te nemen van projecten die je personal brand teniet doen.

Je zult zien dat dit steeds meer resultaat oplevert en dat je status als professional met de dag stijgt. Je bent vanaf nu een professional die door zijn doelgroep van opdrachtgevers, klanten, cliënten of patiënten, de vanzelfsprekende keuze is voor het oplossen van belangrijke problemen, het invullen van interessante opdrachten en het vormgeven van boeiende ontwikkelingen.

De meeste professionals hebben op zijn minst een wat ambigue relatie met het onderwerp personal branding

Je zult zien dat dit steeds meer resultaat oplevert en dat je status als professional met de dag stijgt. Je bent vanaf nu een professional die door zijn doelgroep van opdrachtgevers, klanten, cliënten of patiënten, de vanzelfsprekende keuze is voor het oplossen van belangrijke problemen, het invullen van interessante opdrachten en het vormgeven van boeiende ontwikkelingen.

Waarom doen we het niet?

Afgaande op de bovenstaande omschrijving zou je mogen verwachten dat iedere ambitieuze professional werk maakt van zijn personal branding. De dagelijkse realiteit laat echter een ander beeld zien: de meeste professionals hebben op zijn minst een wat ambigue relatie met het onderwerp personal branding.

Het doet ze teveel denken aan egotripperij en loos gebral van roeptoeters die graag in de picture willen staan door het produceren van nutteloos lawaai en er daarbij klakkeloos van uitgaan dat andere, meer beschaafde personen, daar prijs op stellen. Er zal denk ik geen lezer van dit artikel zijn die deze allergie niet deelt.

Maar je kunt er ook wat van leren, want alle vormen van gedrag waar je allergisch voor bent – in dit geval opschepperij en arrogantie – zijn een uitvergroting van jouw persoonlijke leerpunten. Dus wanneer jij allergisch bent voor opschepperij en arrogantie, leert dit jou dat je best wat beter je eigen prestaties onder de aandacht van de ander mag brengen en ook wat minder bescheiden kunt zijn over je eigen bijdrage.

Het risico van trots

Dat is meteen het belangrijkste advies op het vlak van personal branding dat ik kan geven: wees niet bang om jezelf te laten gelden. Pas wanneer je personal brand groter wordt dan je concrete prestaties rechtvaardigen, betreed je gevaarlijk terrein. In dat geval komt je personal brand feitelijk los te staan van de realiteit en ontstaat wat we ‘hubris’ noemen. Een persoonskenmerk van dwaze trots en gevaarlijke zelfoverschatting, waardoor een persoon gelooft dat hij (of zij) niets verkeerd kan doen.

De kranten staan helaas vol met sappige verhalen (of beter gezegd: diep trieste verhalen) van politieke leiders, CEO’s van bedrijven, directeuren van woningbouwcorporaties en voorzitters van charitatieve instellingen die zichzelf groter achten dan het collectief dat ze vertegenwoordigen, met hubris als resultaat. En je weet hoe dat werkt: hoogmoed komt voor de val, om een bekend gezegde aan te halen.

Die eeuwige bescheidenheid

Ik wil graag nog wat dieper op het fenomeen bescheidenheid ingaan, want het is met afstand de grootste hinderpaal voor het bouwen van je personal brand. Het zit verankerd in onze aard en onze volkscultuur dat we prat gaan op onze bescheidenheid en dat gewoon doen voor menigeen al gek genoeg is. Goede wijn behoeft geen krans, zoals we graag zeggen. Zo ontstaat al gauw de misvatting dat wie goed is op zijn vakgebied automatisch op de plek terecht komt die hij of zij ambieert en ook nog met de (geldelijke) waardering die daarbij hoort.

Personal branding is meer dan loos gebral van roeptoeters die graag in de picture willen staan

Sorry hoor, maar dat is een sprookje. In sprookjes krijgt de hoofdpersoon bij het overwinnen van een gevaar hulp van een ander en is er altijd sprake van een happy ending. In de echte werkwereld bestaat het gevaar dat je bescheiden op de achtergrond blijft en is er misschien wat hulp van een ander, maar moet je toch vooral leren om zelf je succes te bewerkstelligen.

Zet zelf de kroon op je hoofd

Dus wanneer de waardering voor je prestaties uitblijft of tekort schiet, is het aan jou om in dat geval zelf de kroon op je hoofd te zetten. Want zichtbaarheid is een eerste vereiste van je personal brand. Gewoon je werk doen, je hoofd laag houden en wachten tot je ergens voor gevraagd wordt, was vroeger een verstandige kantoorstrategie, maar is vandaag de dag de opstart naar het recept voor een kleurloze en weinig uitdagende loopbaan.

Om volop mee te kunnen doen op je vakgebied, moet je laten zien wat je kunt en moet je bij de ander een beeld oproepen dat past bij je intenties en je ambities. Goed zijn op je vakgebied is een vanzelfsprekendheid om op hoog niveau mee te kunnen spelen. Strategisch laten zien waar je goed in bent is een noodzakelijkheid om mee te kunnen blijven spelen. Zorg er dus voor dat anderen daadwerkelijk de kroon op je hoofd zetten die je verdient, want bescheiden afwachten tot dit gaat gebeuren brengt je echt geen stap verder.

Meer leren over de kunst van personal branding en oprechte zelf-profilering? Cees Harmsen geeft een online training over dit onderwerp!

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags | 1 Reactie