De andere kant van het verhaal: er zijn geen gelukkigere mensen te vinden dan zzp’ers Geplaatst 15 april 2021 door Hugo-Jan Ruts Een flink deel van Trouw wordt gevuld door een ploeg matig betaalde zzp’ers die zonder pardon bedankt kunnen worden voor hun diensten. Dit heeft geen toekomst, en dus moet het maar eens afgelopen zijn met die zzp’ers. Dat is zo’n beetje de strekking van de column in Trouw van Renate van der Bas – zelf zzp’er. Ze schreef het naar aanleiding van de veel besproken eerste aflevering van het tv-programma Fantoomgroei, een aflevering waarover binnenkort een Kamerdebat plaats vindt. In Fantoomgroei laten gespreksleider Jeroen Pauw, historicus Sander Heijne en bedrijfskundige Jeroen Smit verschillende zzp’ers aan het woord. De verhalen zijn bekend en schrijnend: de Uber-taxichauffeur die met mooie verhalen wordt verleid om zijn handtekening te zetten onder een te duur leasecontract en een KvK-certificaat om zelfstandig ondernemer te worden. Hij houdt bijna niets over. De overheid die – als monopolist – fors misbruik maakt van het feit dat tolken/vertalers maar één ding willen doen: tolken en vertalen. Bezorgers die stad en land af racen om pakketjes af te leveren zodat ze net voldoende overhouden om de bijstand te vermijden. Trouw zelf, die gebruik maakt van freelancers, omdat ze goedkoper zijn dan journalisten in loondienst. Onder andere omdat Trouwlezers niet meer bereid lijken te zijn om de daadwerkelijke kosten van goede journalistiek te betalen. Want, laten we wel wezen: de race to the bottom op de arbeidsmarkt wordt vooral veroorzaakt door ongeduldige en gierige consumenten, zo laat auteur Denis Pennel zien in zijn boek “Le paradis du consommateur est devenu l’enfer du travailleur”, vrij vertaald: ‘Hoe het consumentenparadijs zorgt voor een arbeidshel.’ Pijnlijke verhalen over de schaduwzijde van het zzp-schap zijn niet lastig te vinden. Wat CBS-cijfers: zzp’ers zijn oververtegenwoordigd in de groep ‘werkende armen’, per jaar zit 10% van de zzp’ers met hun inkomen onder het bestaansminimum, 2% zit daar structureel onder. 11% geeft aan het zzp-schap graag te willen ruilen voor een vast contract. Een kwart start als zzp’er vanuit een ‘negatief motief’ (bijvoorbeeld omdat ze geen baan kunnen vinden). Het is waar. Maar het is slechts een deel van het verhaal. Dezelfde CBS cijfers zeggen ook dat zzp’ers oververtegenwoordigd zijn in de groep topinkomens. Zzp’ers hebben gemiddeld betere financiële buffers dan werknemers. 89% geeft de voorkeur aan het zzp-schap in plaats van een vaste baan. Uit elk CBS-onderzoek over motivatie, werkgeluk en autonomie scoren zzp’ers hoger dan werknemers. Ze zijn meer tevreden over hun inkomen dan werknemers. “Zzp’ers hebben we uit ons onderzoek gefilterd, want die tillen het werkgelukcijfer flink omhoog”, was een vrij hilarische uitspraak van Arie Pieter Veldhoen bij de presentatie van het Onderzoek Werkgeluk 2020. Het is belangrijk om de schaduwzijdes van onze arbeidsmarkt te belichten. Het geeft geen pas om daarmee gelijk die hele groep van 1,1 miljoen zzp’ers, waarvan het gros hard werkt én tevreden is, af te doen als zielige slachtoffers. (Een ingekorte versie van dit opinieartikel is verschenen in Trouw) Geplaatst in ZP en Politiek | 3s Reacties
Gaat het uitzender YoungCapital wel lukken om een ‘do it yourself’ platform in de lucht te houden? Geplaatst 15 april 2021 door Hugo-Jan Ruts Uitzendbureau en recruitmentspecialist YoungCapital lanceert een nieuwe dienst: YoungCapital Direct. Dit ‘self service’ platform matcht uitzendkrachten en opdrachtgevers zonder tussenkomst van een recruiter. Bedrijven plaatsen hun opdrachten zelf op het platform en uitzendkrachten kunnen on demand reageren op de opdrachten die passen bij hun wensen. Klanten eenvoudig kunnen op- en afschalen wanneer ze dit willen, hun eigen uurtarief bepalen en zo een flexibele pool opbouwen, zo zegt YoungCapital. Ook uitzendkrachten werken wanneer het hen uitkomt en selecteren zelf de opdracht bij een bedrijf naar keuze. “Voornamelijk jonge uitzendkrachten willen werken wanneer het hun uitkomt, bijvoorbeeld als er een college uur uitvalt. Met dit nieuwe platform is dat mogelijk”, zegt Bram Bosveld, mede-eigenaar van YoungCapital. Lees ook: platformen vs uitzendbureaus. Een (tussen)stand van zaken Het platform werkt met uitzendkrachten, waarmee YoungCapital verantwoordelijk is voor alle hr-zaken, zoals contracten, ziekte, verlof en verloning. Kandidaten werken dus gewoon via de uitzend CAO, anders dat het freelanceplatform YoungOnes waarmee YoungCapital eerder op de markt kwam. Uitzendkrachten via YoungCapital Direct zullen vaak wel goedkoper zijn reguliere uitzendkrachten, vanwege de besparing op de transactiekosten. Met deze nieuwe dienst krijgen zowel bedrijven als flexkrachten nog meer vrijheid om werk naar eigen wens in te vullen, zegt Bosveld. “We in op de steeds groter wordende vraag naar on demand werk”, zegt Bram Bosveld, mede-eigenaar van YoungCapital. “Via ons nieuwe platform heb je de flexibiliteit van een platform en de zekerheid van een uitzendcontract.” Eerder kwam YoungCapital al met freelanceplatform YoungOnes op de markt. YoungCapital Direct werk 24/7 en is momenteel live in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Tilburg. Bosveld hoopt YoungCapital Direct ook snel binnen andere Europese landen uit te rollen. In de database van de uitzender zitten 7,5 miljoen kandidaten. Do it yourself: makkelijker bedacht dan gedaan YoungCapital Direct is zeker niet het eerste ‘do it your self’ platform in de wereld van uitzenden, recruitment of freelance bemiddeling. Concurrent Randstad lanceerde – en stopte – eerder initiatieven als Randstad Direct (zie hier), YachtPlaza (zie hier) en (heel lang geleden) NewMonday. Ook het aangekochte Twago is onder de Randstad vleugels meer een tool voor freelance pools geworden. Zeker in freelance zijn er tal van platformen die graag de werkgever/opdrachtgever zelf in staat stellen om kandidaten selecteren (zie hier voor een overzicht van ‘Freelance selfsourcing tools‘). Toch blijkt, zowel bij Nederlandse als internationale platformen, dat het idee van ‘do it yourself’ makkelijker bedacht is dan het voor elkaar krijgen dat opdrachtgevers zelf aan de slag gaan. Niet zelden hebben die platformen toch ook de optie om (een deel van) het matchingsproces door een recruiter te laten doen. Het moet gezegd worden: ‘online’ zit natuurlijk veel meer in de genen van YoungCapital dan bij Randstad en ‘uitzenden’ is toch ook iets anders dan het bemiddelen van (hoger opgeleide) freelancers. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Platformen, youngcapital | Laat een reactie achter
Hans Borstlap: “Het vaste contract de norm? Dat zal je mij nooit horen zeggen.” Geplaatst 14 april 2021 door Hugo-Jan Ruts “Ik sluit niet uit dat elementen van het rapport van de Commissie Regulering van Werk doordesemd zijn met het klassieke denken over arbeidsverhoudingen met het vaste contact als de norm.” Die ontboezeming deed Hans Borstlap, voorzitter en naamgever van die commissie, in de podcast ‘Werken aan Nederland.’ In een lang, maar boeiend gesprek met Roos Wouters (Werkvereniging) en Martijn Aslander, vertelt Borstlap openhartig over het proces dat zijn commissie doorgemaakt heeft. Over hoe verschillende opvattingen in de breed samengestelde commissie verenigd moesten worden. En over hoe het denken over de arbeidsmarkt van morgen bij Borstlap niet is gestopt na het verschijnen van het rapport. Werknemer tenzij Een gelijk speelveld voor alle werkenden, met basisvoorzieningen voor inkomensderving als gevolg van arbeidsongeschiktheid en kennisveroudering, contractneutraal. Dat zijn voor Hans Borstlap de kernpunten van het advies van ‘zijn’ Commissie. En dat is net wat anders dan het vaste contract als de norm verklaren. “Deze spanning heb ik in de commissie behoorlijk gehad. Er is een stroming die zegt: de norm is het vaste contract. Je zult mij nooit horen zeggen ‘het vaste contract is de norm’. “ Borstlap beschrijft de zoektocht van de commissie, waarin verschillende invalshoeken vertegenwoordigd waren. “Uiteindelijk hoor je ons zeggen dat we voor alle vormen van werk een gelijker speelveld willen en dat is – als je er goed over nadenkt – in feite de erkenning dat er niet één werkvorm superieur is aan de ander.” “Er staat een zinnetje in het tweede deel van het rapport waar ik achteraf niet gelukkig mee ben: het zinnetje ‘werknemer tenzij’, waarbij de werkgever moet aantonen dat iemand een zzp’er is, want in beginsel is het een werknemer.” Dat ‘werknemer tenzij’ begrip uit het rapport wordt te gemakkelijk uit de context gehaald. Het heeft – vindt Borstlap – daarmee heeft een andere lading gekregen dan wat hem betreft de bedoeling was. Framing van de zielige zzp’er Uitgedaagd door Wouters en Aslander erkent Borstlap dat de commissie misschien te veel meegegaan is in het frame van de zielige zzp’er. “Ik sluit niet uit dat we in ons rapport toch iets te veel uitgaan van die zwakke positie van zzp’ers die beschermd moeten worden. “ “Dat framen van de zzp’er, dat raakt mij ook, want ik ben een product van het oude denken. Daar heb ik ook mijn voelhorens, ook al doe ik mijn uiterste best om dat niet meer te doen. Op enig moment zei iemand in de commissie dat als je aan bepaalde criteria voldoet, je werknemer bent, of je dat wilt of niet. Ik zei: wacht even, mag iemand ook zelf bepalen?” In een eerder interview (zie hier) suggereert Borstlap dat er een grotere vrijheid ontstaat om een contractvorm te kiezen wanneer werknemers en zelfstandigen gelijk verzekerd zijn voor arbeidsongeschiktheid en fiscaal gelijk behandeld worden. Die opvatting van Borstlap wijkt overigens wel flink af van de mening van een aantal andere Commissieleden. Zij stellen dat de feitelijke manier waarop werkzaamheden uitgevoerd worden altijd bepalend is, los van wat iemand zelf wil. Gelijk speelveld Dat gelijke speelveld gaat wat Borstlap betreft om een basaal beschermingsniveau voor alle werkenden. Inkomen op het niveau van het bestaansminimum, een arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov) én een individuele leerrekening. “Verder zou ik niet willen gaan” zegt hij. “Een aanvullend verplicht pensioen, daar zou ik niet voor zijn. We hebben met de AOW al een basispensioen voor iedereen. Als je dat genoeg vindt, laat het daarbij.“ Ik heb nooit geloofd in een aparte aov voor zzp’ers. Borstlap is blij dat steeds meer politieke partijen vaart willen maken met een arbeidsongeschiktheidsverzekering . Hij houdt wel vast aan het advies in het rapport om daar een volksverzekering voor alle werkenden van te maken. “Ik heb van meet af aan niet geloofd in een aov alleen voor zzp’ers. Verzekeren is volume. Als je alleen de groep zzp’ers neemt en je geeft ook nog de ruimte aan mensen om zich individueel te verzekeren buiten de gemeenschappelijke regeling om, waardoor je de slechte risico’s over houdt, dan gaat de premie omhoog.” Borstlap zegt zich achteraf verbaasd te hebben dat de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) in 1998 is afgeschaft door toenmalig minister Melkert. Borstlap was toen zelf Directeur-Generaal. “Het was de geest van de jaren 90, liberaal, iedereen zorgt voor zichzelf. Dat is, zoals wij nu weten, natuurlijk echt onzin.“ Een aparte aov voor zzp’ers ziet Borstlap hooguit als ‘tussenstation’. “Ik vraag me zelfs af of een aparte zzp-aov haalbaar is. Die is op het laatste moment in het pensioenakkoord opgenomen en zzp-organisaties waren er helemaal niet bij betrokken. Dat kan natuurlijk niet. Als je het onderste uit de kan wil, dan krijg je de deksel op je neus.” Wendbaarheid als nieuwe zekerheid “Bescherming van de toekomst is toerusting om wendbaar en weerbaar te zijn in veranderende omstandigheden.” Dat is voor Borstlap de modernere invulling van de sociale zekerheid. Basiszekerheden, met leerrechten én -plichten, voor alle werkenden. “Wendbaarheid en weerbaarheid zijn eigenlijk de nieuwe zekerheiden;. Ik denk dat het woord ‘bescherming’ hoort bij de oude klassieke patronen van arbeid met nog veertig jaar dezelfde baan. Daarbij wordt als het ware een muur om je heen gebouwd en dan denk je dat je beschermd bent. Maar als je je dan beschermd waant met een muur om je heen en je werkte bij de V&D, dan sta je toch op straat. Die bescherming past niet meer bij nu en de toekomst. Daar hoort wendbaarheid bij en die behoefte aan wendbaarheid zit zowel bij de werkgever, bij zijn werknemers en ook bij zzp’ers en flexwerkers.” De oude bescherming voor werknemers werkt dikwijls niet meer Het rapport is ook een pleidooi om werkgevers meer wendbaarheid te geven via de contracten met hun werknemer. “Wij hebben in de commissie natuurlijk uitvoerig gesproken over die wendbaarheid van het standaardcontract, omdat het zo anders is dan nu. Je zou geen cao voor 100% meer moeten afspreken maar bijvoorbeeld voor 80% vast en voor 40% variabel. Die 20% extra is dan de winstdeling.” Daarmee kunnen werkgevers veel beter normale conjuncturele ups en downs opvangen, zonder mensen te moeten ontslaan. Het is een wendbaarheid die ook veel beter past bij de nieuwe generaties, vindt Borstlap. Hij kan zich iets voorstellen bij een onderscheid tussen verschillende leeftijdsgroepen: “Ik begrijp best dat een dergelijke gedachte voor oudere werknemers moeilijk onmiddellijk toepasbaar is omdat zij daar niet op zijn voorbereid”, zegt hij in een extra toelichting op zijn uitspraken. Duurzame werkgelegenheid Het idee van wendbaarheid kon op weinig enthousiasme rekenen van vakbonden en bijvoorbeeld de PvdA. “Ik kreeg de wind van voren. Ze zeggen: je neemt ons onze bescherming af. Ik zei: nee, de oude bescherming werkt dikwijls niet meer. De bescherming van de toekomst is wendbaar en weerbaar te zijn onder verschillende en veranderende omstandigheden. Ik begrijp best dat de vakbeweging hieraan moet wennen, want ze zijn gewend aan 120 jaar klassieke bescherming.” Het rapport ligt niet in een la, het ligt boven op tafel Maar, zo vervolgt Borstlap, “je moet de afzetmarkt en de arbeidsmarkt wel bij elkaar brengen. Als je afzetmarkt in elkaar dondert en je arbeidsmarkt is zo statisch, met 100% rechten die hoe dan ook door moeten gaan, dan hebben we een groot probleem met het behouden van de werkgelegenheid in een voortdurend veranderende wereld. Dan bieden wendbaarheid en weerbaarheid meer perspectief op duurzame werkgelegenheid.” De formatie Hans Borstlap is ervan overtuigd dat de aanbevelingen uit het eindrapport van de Commissie Regulering van Werk een belangrijke rol spelen in de aankomende formatie. Volgens hem wordt het rapport gezien als leidraad voor hervormingen van de arbeidsmarkt. “Ook veertien maanden nadat het rapport is uitgebracht, ligt het nog steeds niet in een la. Ook niet in de bovenste la, maar op tafel.” Het volledige gesprek van Roos Wouters en Martijn Aslander met Hans Borstlap is hier terug te luisteren. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags Borstlap, Commissie Regulering van werk, formatie2021, podcast, Werken aan Nederland, WerkVereniging | 4s Reacties
Nieuwe eigenaar voor IT Staffing Geplaatst 14 april 2021 door ZiPredactie Oprichter van IT Staffing, Wessel van Alphen, heeft zijn bedrijf verkocht aan corporate finance-boutique Axiom. Naast het bekendste label IT-Staffing, bestaat Staffing Enterprises ook uit detacheerder KwiiK, People4Office en DynaHouse, een aanbieder van (flex)kantoren, vergaderzalen en lunchrooms. Totaal hebben deze bedrijven een jaaromzet van ruim vierhonderd miljoen euro. Zowel het huidige personeelsbestand als het management blijft ongewijzigd. Wessel van Alphen jr., zoon van de oprichter, zal als CEO samen met de nieuwe eigenaar vormgeven aan een internationale buy-and-build-strategie. Overnames De wisseling van eigenaarschap volgt in een periode waarin er veel beweging is in de wereld van bemiddeling. HeadFirst deed een aantal grote overnames, Brainnet werd overgenomen door het Amerikaanse ProUnlimited. De Staffing Groep is een van de grootste leveranciers van vaste en flexibele kennis en capaciteit van Nederland. Dagelijks werken meer dan 3.300 professionals via de expert op het gebied van Total Talent Management, voor zowel de (Rijks)overheid als voor partijen in de energiesector, financiële dienstverlening, hightech en IT. Axiom Partners heeft de volledige overnamesom in equity voldaan. “Dit is uniek en waarborgt de financiële stabiliteit die DSG altijd heeft gekend”, zegt Wessel van Alphen Jr. Internationaal Axiom, een Zwitserse corporate finance-boutique, die naast adviseur voor professionele beleggers ook zelf actief betrokken is bij verschillende organisaties, is zeer positief over de trends in de markt, die volgens de investeerder tot in de verre toekomst blijft groeien. Doorslaggevend voor de overname was de kracht van het ‘familiebedrijf’. “Je voelt een enorme positieve sfeer, ‘we doen het met z’n allen’, iedereen vecht en dat is de kracht van dit bedrijf”, aldus Guus Franke, CEO van Axiom. “De oprichter, de directie en wij als nieuwe eigenaar hebben dezelfde toekomstvisie, zowel op hoe we de huidige stabiliteit voortzetten als op waar de groeikansen liggen. De komende jaren zullen we ons met het bestaande directieteam richten op de internationale staffingmarkt, waarin we aan de hand van overnames en organische groei een prominente positie willen innemen.” “Wat mijn vader de afgelopen 35 jaar heeft neergezet is natuurlijk gigantisch. Dit is een prachtige kroon op zijn werk”, zegt Wessel van Alphen jr.. “Met De Staffing Groep staan wij nu klaar om in versneld tempo onze ambities op het gebied van Total Talent Management te realiseren en onze dienstverlening te verbreden en te verdiepen. Ik kijk er enorm naar uit om daar samen met ons team en het team van Axiom verder richting aan te geven.” Van Alphen: “We gaan door in lijn met ons DNA en onze visie. Richting de toekomst bieden de groei en internationalisering van De Staffing Groep nieuwe kansen aan onze medewerkers.” Wessel van Alphen sr.: “Dankzij de tomeloze inzet van alle medewerkers heeft De Staffing Groep zo succesvol kunnen worden. Ik ben hen daar eeuwig dankbaar voor.” Hij is zeer content met de transactie. “Axiom is een zeer geschikte koper, omdat zij inzet op verdere professionalisering. Dit geeft extra comfort aan alle werknemers, opdrachtnemers en opdrachtgevers en andere stakeholders.” Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags overname | 7s Reacties
Platformwerk en de bemiddeling van zzp’ers: de (tussen)stand van zaken Geplaatst 13 april 2021 door ZiPredactie Platformen. Weinig onderwerpen in de wereld van werk kunnen rekenen op zoveel aandacht. En op zoveel verschillende opvattingen. Is deze wereld nu groot of nog heel klein. Biedt het kansen, voor bedrijven, ondernemers en werkenden, of toch vooral bedreigingen? En is een platform nu echt wel iets nieuws, of is het toch ook gewoon een bemiddelaar met een sterk digitaal jasje? Vragen die voor brancheorganisatie ABU genoeg aanleiding zijn om met regelmaat aandacht te besteden aan het fenomeen platformen. “Als ABU kijken we gebalanceerd naar de ontwikkelingen bij platformen. We zien dat het kansen en mogelijkheden oplevert. En tegelijkertijd zijn we kritisch op de kanttekeningen en de problemen die platformen ook met zich mee kunnen brengen” zo stelt ABU directeur Jurriën Koops. Om beeld te krijgen op die kansen, mogelijkheden en de kritische kanttekeningen, nodigde de ABU twee experts uit voor een webinar: Martijn Arets en advocaat Michiel Vergouwen. Dat leverde een sessie op met een zeer hoge informatie dichtheid, die voor een ieder die interesse heeft in werkplatformen zeer zeker de moeite waard is om terug te kijken (zie onderaan dit artikel een video van dit webinar). Whitepaper ABU Een goede duiding vraag om heldere feiten en definities Een niet onbelangrijk deel van zijn tijd besteedt Martijn Arets, internationaal expert op het gebied van platformen, om de flinke verschillen tussen allerlei type platformen duidelijk te maken. Die verschillen legt hij in het webinar ook goed uit. Inclusief de vraag of en hoe uitzenders en platformen van elkaar verschillen. Lees ook uitvoerige inventarisatie van Jeroen Meijerink en Martijn Arets : Uitzendbureaus versus klusplatformen: nieuwe wijn in oude zakken of oude wijn in nieuwe zakken? Daarna bespreekt hij in zijn bijdrage een flinke stapel recente onderzoeken naar platformwerk. Daarbij gaat het veelal over ‘to consumer’ platformen, maar – vindt Arets – de grootste impact hebben de ‘to business’ platformen. Ondertussen is het aandeel van het platformwerk nog maar 0,9% van het de arbeidsmarkt. Die onderzoeken geven overigens een genuanceerd beeld. Zo laat een SEO rapport zien dat het merendeel van de platformwerkers tevreden is. De SER schrijft dat de vrees voor de platformeconomie onterecht is. “Omdat er weinig onderscheid gemaakt wordt tussen platform specifieke en arbeidsmarkt brede vraagstukken vindt er veel symptoombestrijding plaats. Dat is goed voor de gemoedsrust, maar biedt geen serieuze oplossing” zo vindt Arets. Zo is er wat hem betreft te veel aandacht voor het juridische aspect van contractvorm in plaats van aandacht voor de werkende en diens ontwikkeling. Platformen veroorzaken wat Arets betreft ook niet zo zeer nieuwe problemen, ze maken vooral weeffouten die ook breder in de arbeidsmarktregulering spelen zichtbaar. Maar als ras-optimist richt Arets de discussie ook graag op andere zaken ‘De écht boeiende vraag is: hoe gaan platformen de organisatie van werk veranderen en hoe kan platformisering zorgen voor het centraal stellen van de klanten van uitzenders, het verlagen van transactiekosten en het verkennen van nieuwe businessmodellen?” Juridische risico’s, voor ondernemers en opdrachtgevers Anders dan Arets is er volgens Michiel Vergouwen juist alle aanleiding om heel nadrukkelijk te kijken naar die juridische status van de platformwerker en de platformen zelf. Maar goed, hij is dan ook advocaat en hij ondersteunt onder meer vakbonden CNV en FNV in hun strijd tegen platformen. In zijn bijdrage gaat Vergouwen uitvoerig in op platformen die met freelancers werken. Zo vindt Vergouwen – en met hem ook de inspectie SZW – dat Temper ‘gewoon’ een uitzendbureau is. Deliveroo werd in hoger beroep op de vingers getikt. Hun riders zijn geen zzp’ers, want ze doen niet aan acquisitie, stellen niet hun eigen facturen op, hun werkzaamheden zijn de kernactiviteit van het bedrijf en daarbij zijn hun inkomsten te laag om ze als echte ondernemers te zien. Wat Vergouwen betreft een verstrekkende uitspraak die ook van toepassing kan zijn op tal van andere platformen. “Recente jurisprudentie pakt niet goed uit voor platformen,” zegt Vergouwen. In dat kader wijst hij ook nadrukkelijk op de Wet aanpak schijnconstructies (WAS). Daarin geldt een hoofdelijke aansprakelijkheid. Mocht een platform eventuele naheffingen en boetes niet kunnen opbrengen (en dat is al snel zo, waarschuwt Vergouwen) dat schuift de aansprakelijkheid door naar de opdrachtgever. Minister Koolmees laat onderzoeken of voor platformwerkers gewerkt kan worden met een ‘rechtsvermoeden van het bestaan van een arbeidsovereenkomst.’ Ook in Spanje en bij de Europese Commissie wordt daar aan gedacht, zo vertelt Vergouwen. Maar hij is ook septisch: “Dan moet een arbeidsjurist gaan omschrijven wat een platform is. Dat wordt natuurlijk niets.” Conclusies Vergouwen vindt dat uitzenders veel kunnen leren van platformen. De snelheid, het werken met data, inzichten in wensen van klanten en werkenden. “Maar wat je niet moet doen, is mensen die evident geen ondernemers zijn inzetten als freelancers.” Zowel Vergouwen als Artes vinden dat er hoognodig behoefte is aan duidelijkheid, een heldere definitie van wat nu een arbeidsovereenkomst is en wat zzp-schap. Dat proces verloopt helaas te traag en daar is niemand bij gebaat. Met het gevaar dat je het kind met het badwater weggooit, omdat platformen ook allerlei mogelijkheden geven voor mensen om zelf meer regie te nemen over hun carrière, zo eindigt Arets. ABU : Gebalanceerd kijken naar platformwerk De ABU blijft het platformwerk actief volgen. “We kijken gebalanceerd naar de ontwikkelingen.” Zo zegt Jurriën Koops. “We zien dat het kansen en mogelijkheden oplevert. En tegelijkertijd zijn we kritisch op de kanttekeningen en de problemen die platformen ook met zich mee kunnen brengen. Niemand kan tegen platformwerk zijn als het een bijdrage levert aan een beter functionerende arbeidsmarkt. Als dat de drempels naar werk kleiner maakt. Als dat werk op maat levert voor wie dat zoekt. Maar het moet wel onder de juiste omstandigheden en voorwaarden gebeuren. En er moet een gelijk speelveld zijn. Dan is platformwerk een prima aanvulling op andere vormen van dienstverlening. We zijn als ABU ook niet bang voor wat via platformen op ons afkomt. De techniek die achter een platform zit, lijkt ook veel op wat uitzenders doen. Het lijntje tussen uitzenders en platformen is ook heel dun.” Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags ABU, platform | Laat een reactie achter
Meer of minder inhuur? Een onderzoek onder opdrachtgevers Geplaatst 12 april 2021 door Hugo-Jan Ruts Een prangende vraag in het ZiPconomy trendonderzoek ‘Inhuur externen. Trends in 2021-2022’ is de vraag of opdrachtgevers verwachten meer of minder extern personeel in te gaan huren. Deze vraag is opgesplitst aan de hand van verschillende categorieën van inhuur: zelfstandige professionals, detachering, interim management, consultancy & SOW, en uitzendarbeid. Minder inhuur De helft (51%) van alle deelnemende organisaties verwacht geen grote verandering met betrekking tot inhuur van extern personeel. Het totaal vormt wel een wat negatief totaalbeeld: 32% van de respondenten verwacht een afname van de inhuur en 16% een toename. Slechts een enkeling verwacht dat die afname of toename ‘sterk’ zal zijn (resp. 4% en 1%). Bij bedrijven met meer dan 5.000 medewerkers ligt het percentage dat zegt minder in te gaan huren hoger dan het gemiddelde over alle organisaties. In de publieke sector (o.a. overheid, onderwijs en zorg) wordt een iets kleinere afname verwacht. Stabiele inhuur van zp’ers In vergelijking tot het totaal, verwachten opdrachtgevers dat de inhuur van zp’ers (zelfstandige professionals) erg stabiel blijft. Het aantal opdrachtgevers dat verwacht fors minder of juist fors meer in te gaan huren, is erg klein. Het merendeel verwacht dat de inhuur van zp’ers gelijk blijft (52%), enigszins afneemt (24%) of enigszins toeneemt (17%). 4% van de respondenten geeft aan geen zelfstandig professionals in te huren. Van de grote werkgevers in de profitsector geeft 37% aan ‘enigszins’ minder te gaan inhuren. Duidelijk meer dan de gemiddelde respons. Detachering: er verandert weinig De verwachting van het inzetten van gedetacheerd personeel is stabieler dan de inhuur van zelfstandige professionals. 56% van de respondenten verwacht dat de inhuur van detachering gelijk blijft. 16% maakt geen gebruik van detacheringsdiensten. Zie ook : marktmonitor VvDN . Besparing op interim management Men is een stuk voorzichtiger met het inhuren van interim management. 27% verwacht een afname, 6% een sterke afname. Ook hier verwacht het merendeel van de ondervraagden stabiliteit in de inhuur (42%). Slechts een klein deel verwacht een lichte toename (6%), niemand verwacht een forse toename. In de groep organisaties die een groei van het inzetten van interim-managers verwacht, is de publieke sector wat oververtegenwoordigd. Bij 19% van de ondervraagden is er geen sprake van inhuur van interim management. Consultancy & SOW: een markt in beweging Men heeft meer uiteenlopende verwachtingen met betrekking tot consultancy & SOW inhuur (Statement of Work). Waar 6% een forse afname verwacht en 27% een lichte afname, voorspelt 13% een toename en 1% zelfs een forse toename. Waar bij de meeste vragen de publieke sector vaker dan private bedrijven een toename ziet aan inhuur, verwacht de publieke sector hier juist in deze categorie vaker een afname. Zie ook: Statement of Work: een heel andere visie op inhuur (video) Minder uitzendarbeid bij grootbedrijf Een op de vijf verwacht meer gebruik te gaan maken van uitzendarbeid. 3% verwacht zelfs ‘fors’ meer uitzendkrachten in te gaan zetten. Dat zijn hogere cijfers dan bij de andere type externe arbeid. Van de bedrijven met meer dan 5.000 werknemers verwacht 40% juist minder inzet van uitzendkrachten. Duidelijk meer dan het algemeen gemiddelde. 22% uit die groep ‘groot bedrijf’ verwacht een toename van uitzendkrachten. Ook dat is (iets) boven het gemiddelde. Zie ook: ABU monitor Beweegredenen van opdrachtgevers Al met al vloeit uit het totaalbeeld van de verschillende inhuurvormen dat twee keer zoveel opdrachtgevers een afname verwachten (28%) als een toename (14%). De vraag is wat de redenen erachter zijn. Heeft de coronacrisis erin gehakt? Is het zo simpel? Of toch ook het effect van wetgeving (WAB)? En wat zijn de beweegredenen van opdrachtgevers die meer gaan inhuren? Redenen voor minder inhuur Bij de redenen om minder in te huren, speelt COVID-19 zeker een rol. De kosten en het personeelsbestand staan onder druk. De meest genoemde reden (respondenten konden meerdere antwoorden geven) is de grotere focus op interne mobiliteit: ze willen meer gebruik gaan maken van talenten die ze al in huis hebben. Top 3 redenen om minder in te huren: Meer focus op total workforce approach en interne mobiliteit (32%) Vanwege COVID is er grote druk op kosten, dus minder externen (23%) Door COVID krimpt ons personeelsbestand, waaronder externen (18%) Onder de redenen tot vermindering, vallen een paar motieven op. Zo verwacht 16% dat wet- en regelgeving het lastiger zal maken om in te huren en stapt daarom alvast over naar vast. Redenen om meer in te huren De grootste reden om meer in te huren, is de schaarste aan goed personeel. Maar liefst 39% van de opdrachtgevers ervaart deze schaarste. Top 3 redenen om meer in te huren: De schaarste aan goed personeel is alleen maar groter aan het worden (39%) We gaan meer inhuren om wendbaar te zijn (18%) We gaan meer inhuren gezien veranderingen bij ons en in de markt (bijv. nieuwe diensten/markten, meer innovatie) (14%) Ook algemene wendbaarheid en veranderingen in de markt vormen motieven voor meer inhuur. Opvallend is dat de behoefte aan specifieke expertise op het gebied van ‘turn around’ of ‘ontwikkelen nieuwe businessmodellen’ als gevolg van COVID-19, maar weinig genoemd wordt (5%). Wel noemde een respondent specifiek dat het wegwerken van leerachterstand als gevolg van COVID-19 leidt tot de inzet van meer tijdelijk personeel. Dit is een voorpublicatie van het ZiPconomy trendonderzoek ‘Inhuur externen. Trends in 2021-2022’ . Aan dat onderzoek hebben rond de 200 bedrijven en organisaties meegedaan die structureel gebruik maken van extern personeel. De respondenten uit afkomstig uit zowel profit als non-profit bedrijven, van verschillende omvang. Bedrijven met minder van 50 medewerkers en de zorgsector zijn duidelijk ondervertegenwoordigd in dit onderzoek. 36% van de respondenten heeft een HR/recruitment functie, 34% een directie/management functie, 24% inkoop en 6% is finance of ICT-manager. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags cijfers, externe inhuur, marktupdate | Laat een reactie achter