Maandelijkse archieven: maart 2021

Ligt de oplossing voor ons ‘zzp-debat’ in het buitenland? Een onderzoek.

Als het aan Han Kolff, CEO van HeadFirst Group, en ONL-voorman Hans Biesheuvel ligt, dan gaat de opvolger van demissionair minister Wouter Koolmees in een nieuw kabinet gelijk aan de slag met de positie van de zzp’er op de arbeidsmarkt.

De flexibiliseringstrend zet wereldwijd door en vraagt om goede en duidelijke regulering. Daarbij kan Nederland veel leren van de situatie in België, Californië en Scandinavië. Dit blijkt uit onderzoek dat ZiPconomy deed, in opdracht van HeadFirst Group en ONL.

Positieve reactie minister Koolmees

Minister Koolmees (SZW) neemt rapport ‘Zelfstandigheid, flexibiliteit en sociale zekerheid. Een kijkje over de grens’ in ontvangst.

Ondernemend Nederland (ONL) en HeadFirst Group willen samen met de politiek aan de slag om het arbeidsmarktbeleid vorm te geven en de arbeidsmarkt toekomstbestendig te maken.

Minister Koolmees neemt de oproep serieus en nam in het Ondernemershuis in Den Haag het rapport ‘Zelfstandigheid, flexibiliteit en sociale zekerheid. Een kijkje over de grens’ in ontvangst.

Achtergrond

Niet alleen in Nederland wordt volop gediscussieerd over wet- en regelgeving rondom werk. Daarom is door ZiPconomy gekeken naar hoe eerdergenoemde regio’s omgaan met sociale zekerheid, zelfstandigheid en regels omtrent flexibel werken.

Zowel voor HeadFirst Group als voor ondernemersorganisatie ONL is het duidelijk: het wordt tijd om met elkaar – de politiek en het bedrijfsleven – knopen door te hakken. ‘Er is de afgelopen jaren genoeg gepraat. Landen om ons heen maken scherpe keuzes en ook in Nederland moeten we heldere en duidelijke keuzes gaan maken’, zegt Biesheuvel. Kolff, zelf al jarenlang actief binnen de flexbranche, beaamt dit: ‘Er ligt een opgave voor het nieuwe kabinet. Stapsgewijs moeten we toewerken naar toekomstgerichte oplossingen. Een goede eerste stap is met elkaar na te denken over de invoering van een sociaal basisstelsel voor alle werkenden. Daarmee creëren we een gelijker speelveld, ongeacht de contract- of rechtsvorm. Ik geloof dat veel zelfstandigen in Nederland bereid zijn hieraan mee te doen, om zo de onderkant van de markt goed te beschermen en daarboven de markt vrij te laten. Wij doen in ieder geval graag mee aan het debat en nodigen alle partijen uit om met elkaar na te denken over een haalbare uitvoering.’

Belangrijkste bevindingen onderzoek

‘In België zijn voor specifieke sectoren, waar het risico op onderbetaling of kwetsbare werkenden groot is, negen aanvullende criteria bedacht bij het bepalen van de arbeidsrelatie. In deze aanpak zit veel meer maatwerk en op deze manier wordt schijnzelfstandigheid effectief bestreden’, vertelt Kolff. Verder staat in het rapport dat de fiscale en sociale zekerheidsverschillen tussen werknemers en zelfstandigen in België veel kleiner zijn. Goede voorbeelden voor Nederland.

Onderzoeker Hugo-Jan Ruts van ZiPconomy onderzocht ook Californië, de bakermat van de gig-economy. Daar werd in 2019 de ABC-test geïntroduceerd; een test die aan de hand van drie criteria bepaalt of iemand als zelfstandige ingehuurd kan worden. ‘De indeling van de test is verleidelijk eenvoudig, maar binnen korte tijd konden veel professionals aan de bovenkant van de markt door deze criteria niet meer aan opdrachten komen. Ook in Californië hebben ze de oplossing om een onderscheid te maken tussen kwetsbare en niet-kwetsbare zelfstandigen dus nog niet gevonden.’ Aangezien de flexibiliseringstrend ook daar onverhard doorzet, wordt gedacht aan bescherming van de onderkant van de markt.

In hoofdlijnen is de Scandinavische situatie vergelijkbaar met de Nederlandse situatie. Ook daar leeft de discussie om een duidelijk onderscheid te maken tussen werknemers en zelfstandigen. Criteria die gebruikt worden bij het bepalen van de arbeidsrelatie zijn – net als hier in Nederland – afkomstig uit de jurisprudentie. In Scandinavië leeft de wens om deze set aan criteria voor het bepalen van de arbeidsrelatie explicieter te maken en wettelijk vast te leggen. Het aanpassen van deze criteria is bij uitstek een taak van de politiek. Een herkenbare oproep dus.

 

Klik op de afbeelding om het volledige rapport te lezen
Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , | Laat een reactie achter

Paul Smeulders (Groenlinks) wil zo snel mogelijk naar een collectief vangnet voor alle werkenden

Zzp’ers zijn te kwetsbaar, zegt Tweede Kamerlid Paul Smeulders van Groenlinks. Hij heeft komende kabinetsperiode twee prioriteiten als het gaat om zzp’ers: duidelijkheid en bestaanszekerheid. “Daar hebben zij al heel lang behoefte aan”, zegt hij.

Vervanging Wet DBA

De afgelopen twee jaar hield Smeulders zich in de Tweede Kamer bezig met wonen, werk, pensioenen en sociale zekerheid. Onder zijn portefeuille valt ook de vervanging van de wet DBA tegen schijnzelfstandigheid. Dat het nog steeds niet gelukt is om die wet te vervangen en dat handhaving is uitgesteld, gaat hem naar eigen zeggen aan het hart.

Smeulders benadrukt zijn waardering voor zzp’ers. “Ondernemers zorgen voor innovatie, komen met waardevolle oplossingen en helpen anderen vooruit”, zegt hij. “Dat moeten we koesteren. Ondernemerschap vereist vrijheid om naar eigen inzicht te werken en kansen te verzilveren.”

Weg met de partnertoets

In deze coronacrisis doet de overheid te weinig om zzp’ers te steunen, vindt Smeulders. “De overheid verwacht van zzp’ers dat zij hoge risico’s dragen. Zzp’ers hebben van alle werkenden het hoogste risico op armoede. Velen zijn niet verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid, hebben geen buffer en geen pensioen. Zo’n half miljoen zzp’ers deden beroep op overheidssteun.”

Hij is blij dat de TOZO-regeling er is voor zzp’ers, maar vindt dat die ‘wel wat ruimhartiger’ mag. Zo zou de partnertoets moeten verdwijnen. Smeulders: “Daarmee voorkomen we de situatie dat gezinnen die leefden van twee salarissen in de maand nu geen steun krijgen omdat van zzp’ers verwacht wordt dat ze van het inkomen van hun partner leven.”

Schijnconstructies aanpakken

Smeulders hekelt met name de gebrekkige aanpak van schijnzelfstandigheid. Volgens hem is de flexibilisering van de arbeidsmarkt te ver doorgeschoten. Voor flexwerkers, uitzendkrachten en andere schijnzelfstandigen betekent werk daarom nu vooral onzekerheid, stelt hij. “Minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken heeft goed werk gedaan op allerlei dossiers, maar als het gaat om zzp is het hem niet gelukt stappen te zetten,” zegt Smeulders. “Sterker nog, de afgelopen vier jaar is de situatie verergerd doordat er geen handhaving op schijnzelfstandigheid is geweest.”

Daar hebben zowel de schijnzelfstandigen last van, als de echte ondernemers. “Ik ken zelfstandig ondernemers die minder vaak ingehuurd worden omdat opdrachtgevers niet zeker weten of ze voldoen aan de criteria”, zegt Smeulders. “Welke criteria je ook opstelt, waar je ook knipt, je zult nooit iedereen tevreden stellen. Omdat het kabinet niet durft te beslissen, wordt het van kwaad tot erger.”

Webmodule: eerst keuzes maken

Smeulders denkt dat Koolmees op zoek is naar een heilige graal. “Die bestaat niet, de enige oplossing is knopen doorhakken.”

Hij heeft weinig vertrouwen in de pilot met de webmodule. Deze online vragenlijst moet werkgevers duidelijkheid geven over wanneer ze voor een opdracht een zzp’er mogen inhuren. “Voordat zo’n webmodule kan werken, is een heldere definitie nodig”, zegt het Groenlinks-kamerlid. “Het ontbreekt nu aan politieke moed om knopen door te hakken.”

Aansluiten bij Borstlap

Hij geeft toe dat bepalen wie zzp’er mag zijn ingewikkeld is. “Experts en rechters komen tot verschillende oordelen”, zegt hij. “Daar moet het kabinet iets aan doen. De minister heeft bijvoorbeeld verduidelijkt wanneer sprake is van een gezagsverhouding. Als hij dit verankert in de wet, schept dat al veel meer helderheid.”

Welke criteria zou Groenlinks kiezen? In het verkiezingsprogramma staat dat de partij wil dat het vaste contract weer de norm wordt. Smeulders: “We sluiten ons wat betreft de definitie aan bij de adviezen van de Commissie Borstlap. Daar moeten we op handhaven. Zeker nu er nog geen sociaal vangnet is voor alle werkenden.”

Vast blijft vast

Deze commissie onder leiding van Hans Borstlap was ingesteld door minister Koolmees om te onderzoeken hoe de regulering van werk er in de toekomst uit zou moeten zien. Uit de analyse blijkt dat de huidige wet- en regelgeving niet meer past bij de arbeidmarkt van nu.

Groenlinks is het op veel punten eens met het advies van de Commissie Borstlap. “Er staan verstandige dingen in, zoals de aanpak van schijnzelfstandigheid en het vaste contract als norm”, zegt Smeulders. “Maar tegelijkertijd wil Borstlap de vaste contracten minder vast maken en daar zijn we tegen. Dat werkgevers eenzijdig uren, standplaats en salaris kunnen aanpassen, lijkt me niet de bedoeling.”

De afgelopen twintig jaar is het vaste contract al veel minder vast geworden, betoogt hij. “Onze arbeidsmarkt is al heel flexibel. Veel werkenden hebben een kwetsbare positie. Pak dat eerst aan en kijk wat de gevolgen zijn, voordat je aan de slag gaat met het vaste contract.”

Sociale zekerheid voor alle werkenden

Borstlap adviseert ook een sociaal stelsel voor alle werkenden en daar sluit Groenlinks bij aan. Liever vandaag dan morgen, vindt Smeulders.

“Helaas is zelfstandig ondernemerschap voor te veel mensen geen vrije keuze, maar hun enige optie”, zegt hij. “Bedrijven kiezen voor de goedkoopst mogelijk contractvorm, waarbij de werknemers geen degelijke arbeidsvoorwaarden hebben en zulke lage inkomsten hebben, dat ze geen buffers kunnen sparen voor moeilijke tijden. Als alle werkenden meebetalen, heeft concurreren op arbeidskosten namelijk geen zin meer. Dan kun je het hebben over echte keuzevrijheid.”

Hij wil vooral iets doen aan die slechte arbeidsvoorwaarden. “Het is minder belangrijk of iemand als zzp’er of werknemer werkt, als je zorgt dat alle werkenden kunnen terugvallen op een uitkering en genoeg inkomsten hebben. Dan kun je relaxter kijken naar het onderscheid tussen zzp’ers en werknemers. Maar zolang het niet goed geregeld is en werkgevers zzp’ers uitbuiten, is het belangrijk om te handhaven op schijnconstructies en misbruik te voorkomen.”

Zorgen over betaalbaar zzp-aov

In het pensioenakkoord is afgesproken dat er een aov voor zzp’ers komt. Smeulders ziet dat als een tussenoplossing.

“Als een collectief voor alle werkenden nog jaren duurt, moeten we iets doen voor alle zzp’ers die niet verzekerd zijn. Toch wil ik tijdens de kabinetsformatie kijken of we niet meteen naar zo’n nieuw collectief stelsel kunnen”, zegt hij. “Het is mooi dat de polder een voorstel heeft gedaan voor een zzp-aov, maar ik maak me zorgen over de betaalbaarheid. De laagbetaalde zzp’ers kunnen zich dit niet veroorloven, ik kan niet akkoord gaan met iets waardoor zij nog minder overhouden.”

Minimumtarief

Groenlinks wil verder één belastingkorting voor alle werkenden en een minimumtarief voor zzp’ers. “Zzp’ers hebben minder zekerheden, maar ook privileges zoals de mkb-winstvrijstelling en de zelfstandigenaftrek”, zegt hij. “Trek dat nou gelijk voor werknemers en zzp’ers. Als je dat doet, hoef je minder fanatiek op te treden tegen schijnzelfstandigheid omdat je het voor iedereen goed geregeld hebt.”

Minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken) had al een plan voor een minimumtarief, maar zag daar deze zomer van af. Het zou te veel administratieve lasten met zich meebrengen. Groenlinks vond het tarief van 16 euro per uur trouwens veel te laag. “Daarvan kun je geen buffer opbouwen en jezelf verzekeren”, zegt Smeulders. “Zo’n tarief moet minimaal 25 euro zijn.”

Zal Smeulders zich ook de komende kabinetsperiode bezighouden met het arbeidsmarktdossier? “Dat hangt natuurlijk af van de uitslag van de verkiezingen”, zegt hij. “Als we genoeg zetels halen, kan ik me voorstellen dat onze nummer 5 op de lijst Senna Matoug aan de slag gaat met sociale zaken. Zij heeft ervaring bij het ministerie van Financiën en de Sociaal Economisch Raad (SER). Ik houd me ook bezig met wonen en ruimtelijke ordening en moest best even inwerken. Maar hoe langer ik met dit dossier bezig ben, hoe interessanter het wordt. Komende periode gaat er in elk geval veel veranderen.”

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , | 3s Reacties

Voor deze beroepen werd het meest NOW en TOZO aangevraagd. En de percentages voor NOW liggen flink hoger dan voor de TOZO.

Voor 57% van de werkende met een ‘dienstverlenend’ beroep, is in het begin van de Covid crisis NOW steun aangevraagd. 38% van de zelfstandigen met een vergelijkbaar beroep deed in die periode aanspraak op de TOZO. Dat blijkt uit een analyse van het eerste economisch steunpakket voor het CBS.

De verschillen tussen beroepsgroepen zijn groot. In vrijwel alle beroepsklasses is er het percentage aangevraagde NOW hoger dan TOZO. Alleen in de zorg en onderwijs lag het percentage TOZO hoger dat NOW.

De NOW voor werknemers vergelijken met TOZO voor zelfstandigen doet niet echt recht aan de grote verschillen tussen beide regelingen. De NOW vergoed een groot deel van de totale loonsom en is gerelateerd het percentage aan omzet daling. De TOZO is een vergoeding op bijstandsniveau en wordt alleen uitgekeerd wanneer het inkomen van de zelfstandigen onder dat niveau komt.

De CBS cijfers gaan alleen over het eerst steunpakket. Bij de TOZO 2 regeling werd ook het inkomen van de partner meegerekend en nam het aantal aanvragen drastisch af.

Lockdown betekent fors minder gewerkte uren

Maand-op-maand cijfers over het aantal gewerkte uren voor zelfstandigen in 2020 laat duidelijk ziet hoe groot de impact van de verschillende lockdowns geweest is.

Over heel 2020 is het aantal zelfstandigen is in 2020 weliswaar gegroeid, het aantal uren dat ze werkten is gedaald, vooral in april.  Zij werkten toen gemiddeld 9 uur per week minder dan in april 2019. Ter vergelijking, werknemers werkten gemiddeld 3 uur per week minder.

Na april werden ook in mei nog relatief veel minder uren gewerkt door zelfstandigen. In de daaropvolgende maanden waren de gewerkte uren weer vergelijkbaar met het voorgaande jaar. Pas tegen het einde van 2020 werden er weer minder uren gewerkt door zelfstandigen in vergelijking met het jaar ervoor, maar deze afname was veel minder groot dan in april.

Bij zelfstandigen deed de grootste afname in gewerkte uren zich voor in april 2020 in de dienstverlenende beroepen. In april 2019 werkten deze zelfstandigen gemiddeld nog 33 uur per week, in april 2020 was dat gemiddeld 11 uur. De afname tegen het einde van het jaar was relatief het grootst bij zelfstandigen in creatieve en taalkundige beroepen en, opnieuw, in de dienstverlenende beroepen. In december 2020 ging het voor deze beroepen om een daling van gemiddeld 6 uur ten opzichte van een jaar eerder.

Minder uren, meer TOZO

Er ligt een logisch verband tussen de daling van het aantal gewerkte uren en het aandeel zelfstandigen dat gebruikt maakte van de TOZO. Toch laten deze twee cijfers op beroepsniveau verschillen zien. Een relatie kleine daling van het aantal uren onder creatieve/taalkundigen zorgt toch voor een veel groter aantal TOZO aanvragen. Inkomens in deze beroepsgroep zijn relatief laag, dus een daling van het aantal uren leidt sneller dan bij andere beroepen tot daling van het inkomen onder bijstandsniveau.

Bij ICT’ers is het verschil ook groot. Relatief veel aanvragers van de TOZO ten opzichte van een kleine daling van het aantal uren. Hier zal spelen dat in de ICT een relatief grote groep 1 opdrachtgever heeft. Valt die weg, dan is gelijk ook het hele inkomen weg.

Dat de verschillen qua gewerkte uren ook op sector niveau groot zijn, dan zagen we vorige maand al.

2020 : minder flex, meer vast en zzp

In totaal waren er eind 2020 38 duizend mensen minder met betaald werk dan eind 2019. Deze daling komt uitsluitend voor rekening van flexwerknemers. Het aantal vaste krachten en zelfstandigen is wel gegroeid. Er waren eind 2020 vooral minder mensen werkzaam in dienstverlenende beroepen. De teruggang is vrijwel geheel toe te schrijven aan beroepen die worden uitgeoefend in de horeca. In bedrijfseconomische en administratieve beroepen waren juist meer mensen werkzaam dan een jaar eerder.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags | 4s Reacties

GroenLinks, SP en PvdA willen verplicht zzp-pensioen

GroenLinks, SP en PvdA willen dat zelfstandigen zonder personeel verplicht worden om pensioenpremie te gaan betalen. Dat blijkt uit de doorrekeningen van de verkiezingsprogramma’s van het Centraal Planbureau.

In de plannen die deze partijen bij het CPB hebben ingediend gaan ze soms wat verder dan wat in de partijprogramma’s staat. Ze zijn in ieder geval een stuk concreter. GroenLinks wil dat zzp’ers 10% over een inkomen tot  € 60.000 voor een pensioen gaat betalen, PvdA en SP willen dat tot een inkomen tot € 80.000. Dat is overigens flink minder dat wat werknemers en werkgevers gezamenlijk afdragen aan pensioenpremie. In haar verkiezingsprogramma heeft GroenLinks staan dat deze premie door de opdrachtgever betaald moet worden.

De huidige coalitiepartijen voelen niets voor een verplicht pensioen voor zzp’ers. De CU wil niet verder gaan dan dat zzp’er het recht krijgen om pensioen op te bouwen bij een pensioenfonds. Ook de PVV en FvD zijn tegen een verplicht zzp-pensioen.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , | 5s Reacties

Twee verkiezingsdebatten over arbeidsmarkt en zelfstandigen

Het is nog twee weken te gaan voordat we naar de stembus kunnen. Hier op ZiPconomy geven we zoveel mogelijk informatie en achtergronden over de standpunten van de partijen als het gaat om het thema ‘arbeidsmarkt’ plus de positie van de zelfstandigen. Zie dit dossier voor alle analyses en interviews.

Maar het is natuurlijk ook interessant om de kandidaat Kamerleden over dit onderwerp met elkaar in debat te laten gaan. Dat kan deze week maar liefst twee keer.

  • Woensdagochtend 3 maart (vanaf 09.30 uur) organiseert The Future Group een online verkiezingsdebat met als thema “De positie van de zelfstandigen in de toekomstige arbeidsmarkt’. “Het wordt de hoogste tijd dat het komende kabinet de duidelijkheid geeft die de arbeidsmarkt nodig heeft om te voorkomen dat de herstelperiode na corona straks gaat stagneren”, zegt Arno Commandeur, algemeen directeur van organisator The Future Group.

Staatssecretaris Hans Vijlbrief (D66), Tweede Kamerleden Bart van Kent (SP), Hilde Palland (CDA) Judith Tielen (VVD) en Andrew Harijgens (Groenlinks) gaan onder leiding van Frits Bloemberg met elkaar in debat. Het programma start om 09.30 uur en duurt tot 11.00 uur en is te volgen via deze link.

  • Donderdagavond 4 maart (vanaf 18.30 uur) trekt de Werkvereniging de thematiek iets breder, tijdens een verkiezingsavond over de ‘Toekomst van Werk’. Roos Wouters (directeur van de Werkvereniging) en Martijn Aslander (essayist en Stand-Up filosoof) laten zien waar partijen staan in het debat over de flexibilisering van de arbeidsmarkt. Wat moet er volgens hen gebeuren om mensen zowel werk als zekerheid te bieden. En hoe willen zij ervoor zorgen dat alle werkenden wendbaar en weerbaar worden? Naast bekende gezichten als Judith Tielen (VVD), Gijs van Dijk (PvdA), Hilde Palland (CDA), Paul Smeulders (GL) en Steven van Weyenberg (D66) doen nieuwkomers Volt (Nilüfer Gündoğan) en de Piratenpartij (Matthijs Pontier) mee aan dit debat.

Aanmelden voor dit debat kan via deze link.

Zie ook : De ABU organiseerde in februari al een debat over de arbeidsmarkt. De hoofdpunten uit dat debat lees je hier terug.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , | Laat een reactie achter

Zo kun jij als MSP-dienstverlener inspelen op trends rond inhuur in 2021

Waar moeten Managed Service Providers (MSP) op letten in 2021? ZiPconomy hield een enquête onder organisaties die structureel zelfstandigen inhuren. Vrijwel alle deelnemers hebben meer dan 500 mensen in loondienst. Uit dit onderzoek naar ‘trends rond inhuur’ onder opdrachtgevers van zelfstandigen, komen interessante inzichten naar voren voor zzp-dienstverleners.

Geen forse afname verwacht

Opdrachtgevers verwachten geen forse toe- of afname in hun inhuurbeleid. De meeste ondervraagden denken dat de inhuur van zzp’ers ongeveer gelijk blijft. Zo’n 52% van de organisaties wil evenveel zzp’ers inhuren als in 2020. Ongeveer een kwart verwacht minder zzp’ers in te huren, 15% verwacht juist een lichte stijging.

Dat geldt ook voor andere typen dienstverlening. Zo’n 60% van de opdrachtgevers verwacht evenveel detachering als vorig jaar. Ongeveer 40% denkt evenveel uitzendkrachten in te huren dit jaar. En ongeveer een derde geeft aan dat de inhuur van interim-management gelijk blijft.

Coronacrisis en onzekerheid

Herkenbaar, zegt algemeen directeur van Staffing MS Wouter Waaijenberg. Bij branchevereniging Bovib is hij kartrekker van de kerngroep MSP. “Ik merk dat opdrachtgevers zich nog niet uit durven te spreken over hun inhuur dit jaar”, legt hij uit. “Iedereen houdt zich op de vlakte, vooral in de private markt. Ze weten nog niet precies welk effect de coronacrisis op hun bedrijf voor 2021 zal hebben.”

Dat opdrachtgevers weinig verschil verwachten, betekent dus niet dat er niks zal veranderen. “In 2020 is de inhuur bij overheid en semioverheid vrijwel gelijk gebleven”, vertelt Waaijenberg. “De private markt heeft afgeschaald, huurt nu weer wat meer in, maar blijft ook in 2021 in de kosten snijden.”

Dat komt ook door druk van aandeelhouders, zegt Waaijenberg. “In zulke onzekere tijden wordt van hogerhand gecontroleerd of inhuur noodzakelijk is. Bedrijven houden de hand op de knip, dat blijft nog even zo.”

MSP: van ontzorger naar sparringspartner

Dat betekent niet dat het inhuurbeleid stilstaat, integendeel. “HR en inkoop kruipen dicht bij elkaar en de business raakt meer betrokken bij MSP-proposities”, zegt Waaijenberg. Dat blijkt ook uit de enquête. Bij bijna 40% van de organisaties is de verantwoordelijkheid voor de inhuur van externen verdeeld over meerdere afdelingen. Iets meer dan 30% legt deze verantwoordelijkheid bij de afdeling HR/recruitment.

“Organisaties hebben ook steeds meer ervaring met MSP”, vertelt Waaijenberg. “Het is tijd voor de volgende stap, merk ik. Ze willen meer advies van hun dienstverlener. Eerst was ontzorgen genoeg. Nu moet je de consultant zijn die samen met de klant kijkt naar de volgende stap.”

Strategische visie op inhuur ontwikkelen

Dat zie je ook terug in de prioriteiten van opdrachtgevers. De meest genoemde prioriteit rondom inhuur in 2021 is het ontwikkelen van een strategische visie op inhuur (41%). Een derde van de respondenten wil aan de slag met total talent acquisition, bij zo’n 26% staat total workforce management dit jaar hoog op de agenda.

Een kwart van de respondenten (23%) wil managementinformatie en KPI verbinden aan de inzet van interim-professionals. Verder is 24% van plan zijn inhuurbehoefte onder te brengen in een strategische personeelsplanning (SPP).

Waaijenberg: “Je ziet bijvoorbeeld ook dat bepaalde vormen van dienstverlening worden toegevoegd aan MSP-propositie. Opdrachtgevers vragen nu vaker om Statement of Work (SoW). Uit de enquête blijkt dat 42% van de organisaties werkt met SoW, vorig jaar was dat percentage veel lager.”

Schaarste in IT, finance en zorg blijft

Kortom, opdrachtgevers willen slimmer omgaan met hun inhuur. Waaijenberg benadrukt dat de schaarste in sectoren als IT, finance en de zorg blijft bestaan in 2021. “De coronacrisis verandert dat niet”, zegt hij. “IT en zorg worden zelfs alleen maar belangrijker in deze tijd.”

Dat de schaarste toeneemt, noemen opdrachtgevers dan ook als belangrijkste oorzaak van hun veranderingen in inhuurbeleid (33%).

Waaijenberg adviseert opdrachtgevers en dienstverleners om meer in te zetten op data. “Dat helpt je de toekomst te voorspellen”, zegt hij. “Zo kun je betere keuzes maken in je aanname-, opleidings- en inhuurbeleid.”

Jaar van samenwerken en data

Wat betekent dit alles voor MSP-dienstverleners? “Om inhuurdoelen voor elkaar te krijgen, zoeken opdrachtgevers een solide partner”, vertelt Waaijenberg. “Ze willen volume. Als MSP-dienstverlener kun je het niet alleen, je hebt je leveranciers nodig. Zet dus in op samenwerkingsverbanden. Denk ook aan nichepartijen om je te helpen met specifieke vraagstukken.”

Zijn eigen bedrijf zet dit jaar vooral in op data. Staffing MS werkt bijvoorbeeld samen met de Intelligence Group aan een speciaal dashboard over de ontwikkelingen binnen de arbeidsmarkt. “Data-analyse helpt ons verder vooruit te kijken”, legt Waaijenberg uit. “Opdrachtgevers zijn zich daar afgelopen tijd veel meer van bewust geworden. De coronacrisis heeft digitalisering versneld en dat is winst. Data helpt namelijk om te bepalen wie en wat je in de toekomst nodig hebt. Wij kunnen daar als MSP-dienstverleners bij helpen, dus het is verstandig om hierin te investeren.”

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | Laat een reactie achter