Maandelijkse archieven: december 2020

Geen rapcursussen: train jonge mensen liever in omgang met onzekerheid

Veel jonge mensen blijven gefascineerd door bekende Nederlanders. Vorige week sprak ik met een journalist van een regionaal dagblad over de opkomst van ‘succescursussen’ van deze bn’ers. Hoewel, het is eigenlijk iets van alle tijden, maar dit keer ging het specifiek om de online trainingen van de rappers Ali B, Lil’ Kleine en Boef. Baat het niet, dan schaadt het niet, moeten de deelnemers denken en voor de muzikanten in kwestie is het natuurlijk een prima verdienmodel.

Toch denk ik dat het een stuk verstandiger is om in de eerste plaats niet te trainen in succes, maar in de omgang met onzekerheden en risico’s. Niet alleen nu, in coronatijd, maar in het algemeen ziet de arbeidsmarkt er namelijk minder voorspelbaar uit dan twee decennia terug. Vanuit een vroegpreventief oogpunt is het dan bijzonder nuttig om flexibel om te kunnen gaan met tegenslag en onzekerheid in je latere loopbaan. Op de arbeidsmarkt draait het dan vaak om het hebben van ondernemende vaardigheden, om in te kunnen spelen op veranderende omstandigheden.

In de afgelopen maanden onderzocht ik, samen met twee collega’s, onder negen aanbieders van ondernemerschapsopleidingen/programma’s in het mbo-onderwijs wat de ervaren meerwaarde is van het hebben van dit type ondernemende vaardigheden in crisistijd. In totaal zijn er 166 (oud) studenten en vijf coaches en begeleiders bevraagd naar hun mening en is de literatuur bestudeerd naar de effectiviteit van ondernemerschapsonderwijs.

Crisisbestendige vaardigheden in de voorbereiding op de arbeidsmarkt

Kijkend naar onze bevindingen, valt op dat via het ondernemerschapsonderwijs ondernemende vaardigheden zijn aan te leren en dat het bij kan dragen aan latere kansen op de arbeidsmarkt. De literatuur biedt hiervoor verschillende aanwijzingen. Ook in de peiling onder studenten in het mbo komt naar voren dat het ondernemerschapsonderwijs bijdraagt aan de ervaren kansen op werk, hoewel studenten deze aansluiting gemiddeld genomen beoordelen met een kleine voldoende. Duidelijk is dus dat er nog een wereld is te winnen. Maar nog belangrijker is dat ‘crisisbestendige vaardigheden’ zoals de omgang met onzekerheid en het hebben van doorzettingsvermogen door studenten op waarde worden geschat. En juist hier zit, volgens de studenten, een groot verschil tussen wat er is aangeleerd in het onderwijs en wat er wordt gevraagd op de arbeidsmarkt.

De toekomst vraagt dus niet om de zoveelste bn-cursus in ‘doe-het-zelf-optimisme’, maar om trainingen of keuzedelen in risico-omgang. Volgens recente peilingen zijn het vooral jonge mensen die sneller eenzaam zijn in crisistijd en zich zorgen maken over de toekomst. Bovendien werken ze steeds eerder en langer in hun loopbaan met een flexibel contract of starten ze als ondernemer. Je weg vinden in een onzekere wereld is dan essentieel en dit thema verdient daarom in de toekomst veel meer aandacht bij het aanbieden van een opleiding of trainingsprogramma, binnen het ondernemerschapsonderwijs en erbuiten.

Het volledige rapport :  ‘Ondernemende vaardigheden in coronatijd’ 

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags | Laat een reactie achter

Stoppen als zzp’er is misschien wel lastiger dan starten

Er zijn veel redenen om zzp’er te willen worden, maar minstens zoveel om ermee te stoppen. Misschien lopen de zaken niet goed, of heb je een mooie vaste baan aangeboden gekregen. Misschien komt je pensioendatum dichterbij. Dan is het verstandig om je goed voor te bereiden op het beëindigen van je bedrijf, want stoppen… dat is lastiger dan starten!

Meer dan de helft van de startende zzp’ers stopt binnen vijf jaar, vertelt Hugo-Jan Ruts. “Per jaar stoppen bijna 200.000 zzp’ers. 52 procent heeft daarna een baan, 20 procent gaan met pensioen en 15 procent komt in een uitkering of zonder inkomen. Slechts een paar procent is zzp af omdat ze personeel in dienst nemen of gaan studeren.”


  • Meer dan de helft van de startende zzp’ers stopt binnen vijf jaar.
  • Per jaar stoppen bijna 200.000 zzp’ers.
  • 52% heeft daarna een baan.
  • 20% gaat met pensioen.
  • 15% komt in een uitkering of zonder inkomen.
  • Een paar procent is zzp af omdat ze personeel in dienst nemen of gaan studeren.

Bron: Kamer van Koophandel en CBS/TNO


Waarom stoppen

In loondienst gaan is de meest voorkomende reden om te stoppen als zzp’er. Zoals Willem Los, die 11 jaar interim-manager is geweest in de financiële sector. Los werd vooral ingehuurd op achterstandsbeheer. Opdrachten die langer duurden, waardoor hij vaak een goede band ontwikkelde met zijn opdrachtgever. “Als zzp’er word je dan regelmatig gevraagd om in dienst te komen. Het speelt een rol bij onderhandelingen over verlenging van je opdracht. Ik voelde me enorm thuis en kreeg veel vrijheid bij het bedrijf waar ik op dat moment voor werkte. Daarom ging ik in dienst,” vertelt Los.

Roel Steringa is zelfstandig financieel planner. Hij staat zzp’ers bij die willen stoppen. Hij herkent de reden die Los aanvoert. “Als je breed inzetbaar bent, wordt er vaker aan je getrokken. Dan is in loondienst gaan aanlokkelijk want het heeft niet alleen voordelen om zzp’er te zijn.”

Een andere reden om te stoppen is onvoldoende opdrachten. Op het moment dat het wat minder gaat, is een buffer nodig. Velen putten dan uit hun pensioen. “Inzicht in de financiële situatie en toekomst is belangrijk om keuzes te maken. Vaak ontstaat er een periode van hybride ondernemen en combineert de zzp’er zijn bestaan met een functie in loondienst. Die groep is stijgende”, aldus Steringa.

Als je breed inzetbaar bent, wordt er vaker aan je getrokken. Dan is in loondienst gaan aanlokkelijk want het heeft niet alleen voordelen om zzp’er te zijn.

Wat geef je op

Hoeveel gaat iemand er gemiddeld financieel op achteruit als ie van zzp’er naar loondienst gaat? Volgens Steringa kan dat oplopen tot een derde van je inkomen. Voor Los was dat niet zoveel. “Ik ging erop achteruit, maar ik kreeg er ook veel voor terug. Pensioenopbouw, zekerheid en de thuissituatie werd rustiger omdat de stress die telkens ontstond bij het beëindigen van een opdracht, wegviel. Je komt wel weer in een keurslijf terecht en daar moet je je senang bij voelen. Het is toch anders in loondienst. Ik mis niet zozeer het ondernemerschap, wel de autonomie om mijn eigen klussen te bepalen en hoeveel tijd ik daaraan besteed.”

Ik mis niet zozeer het ondernemerschap, wel de autonomie om mijn eigen klussen te bepalen en hoeveel tijd ik daaraan besteed.

Wat kost het

Het bedrijf ‘sluiten’ heeft Los een hoop bloed, zweet en tranen gekost. En geld. De pensioenpot die hij zelf had opgebouwd, heeft hij afgekocht bij de Belastingdienst. Dat kostte veel geld, maar daarmee heeft hij wel schoon schip gemaakt.

Met een akkoord van de fiscus kan het pensioenbedrag blijven staan tot de pensioenleeftijd en het bedrijf ‘slapen’. De verplichte 1225 uur die je aan je bedrijf moet besteden, is immers alleen een criterium voor de zelfstandigenaftrek. Evengoed komt het moment van afrekenen. Is dat simpelweg een proces van de boekhouding afsluiten en afmelden bij de Kamer van Koophandel? Ja, stelt Steringa. “Reken eerst met de fiscus af en schrijf je dan pas uit bij de Kamer van Koophandel. Dat verschilt niet voor een BV of een eenmanszaak.” Dat proces kan lang duren, weet Los. In zijn geval heeft hij pas na drie jaar de bevestiging van opheffing in huis.

Spijt

En mocht je spijt krijgen of nieuwe mogelijkheden zien, inschrijven bij de Kamer van Koophandel is zo weer gebeurd. Op de vraag of Los spijt heeft van zijn beslissing antwoordt hij resoluut nee: “Je moet plezier hebben in de dingen die je doet, dus waarom zou je die keuze niet maken?”

Zijn belangrijkste tip als het aankomt op stoppen als zzp’er is dat je schoon schip maakt. Sluit af met de instanties, anders komen ze als een boemerang terug. Steringa raadt aan om dit doordacht te doen. “Vergaar inzicht en vraag hulp aan financieel planners. Dat kan je helpen om de juiste beslissing te nemen.”

Luister de hele podcast over stoppen (aflevering 10) of een van de andere podcasts voor ‘eigen bazen’ terug via onderstaande links.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , , | Laat een reactie achter

Partij voor de Dieren pleit voor drie arbeidscontracten: vast, tijdelijk en zzp

De Partij voor de Dieren wil dat er een eind komt aan ‘de wildgroei van verschillende arbeidscontracten’. Dat staat in het concept verkiezingsprogramma van de partij. In plaats daarvan pleit de partij voor drie contractvormen:

  • Het vaste en het tijdelijke contract voor het reguliere werk;
  • Het uitzendcontract om ziekte of grote drukte op te vangen. Uitzendkrachten krijgen recht op dezelfde arbeidsvoorwaarden als andere werknemers;
  • Het zelfstandigencontract voor zzp’ers.

Schijnzelfstandigheid tegengaan

Hiermee sluit de partij aan bij het advies van de Commissie Borstlap. Het verschil is dat de Partij voor de Dieren geen duidelijke voorkeur heeft, zoals de Commissie voorstelt. Borstlap wijst ‘vast’ als preferente route aan (werknemer, tenzij…) en werpt voor flex (uitzenden) en zzp tal van blokkades op. De partij van lijsttrekker Esther Ouwehand doet dat niet.

De Partij voor de Dieren wil een samenleving waarin mensen zo veel mogelijk zelf invulling kunnen geven aan hoe ze hun leven inrichten en hun inkomen verdienen, staat in het partijprogramma. Verder pleit de partij ervoor dat ‘schijnzelfstandigheid moet worden tegengegaan’ en ‘medewerkers niet gedwongen mogen worden zzp’ers te worden’. Hoe de partij daarvoor wil zorgen, wordt niet duidelijk.

Over het algemeen pleit de Partij voor de Dieren vooral voor een systeemverandering: niet economische groei en winst moeten centraal staan, maar het welzijn van natuur, dier en mens. De partij wil zelfs een ‘breed om- en herscholingsprogramma voor beroepen waar in de toekomst minder behoefte aan is, bijvoorbeeld in de luchtvaart, fossiele industrie en vleessector’.

Geen verplicht pensioen en aov

Er staat verder weinig over flexibele arbeid in het partijprogramma. In het vorige programma pleitte de partij nog voor een flinke verandering van de zelfstandigenaftrek. Het urencriterium moest vervangen worden door een progressief winstboxenstelsel, waardoor de belasting afhangt van het inkomen en het aantrekkelijker wordt om parttime als zzp’er te werken.

Dit heeft de Partij voor de Dieren niet voor elkaar gekregen. Het komt niet terug in het nieuwe programma.

Wat wel terugkomt, zijn de standpunten over pensioen en arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers. De Partij voor de Dieren wil die voorzieningen niet verplichten, maar het wel eenvoudiger maken voor zzp’ers om zich te verzekeren of te sparen voor hun oude dag. Zzp’ers moeten toegang krijgen tot een (collectieve) arbeidsongeschiktheids- en pensioenverzekering.

Op 17 maart 2021 zijn de Tweede Kamerverkiezingen. In aanloop naar de verkiezingen besteedt ZiPconomy aandacht aan de visies van de verschillende politieke partijen en de beloftes in hun verkiezingsprogramma’s op het gebied van de arbeidsmarkt en zelfstandigen. Klik hier voor een overzicht.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , | Laat een reactie achter

Overtuig de CFO als flexleverancier: van ‘stoelenvuller’ naar strategisch partner

Het overtuig je jouw CFO? ToTalent ondervroeg acht CFO’s en één CEO van Nederlandse bedrijven en de publieke sector. Op basis van die interviews presenteren zij een whitepaper met tips voor recruitment leaders om hun financieel directeur te overtuigen van hun plannen voor 2021.

Flexleveranciers kunnen hier veel van leren, vertelt Geert-Jan Waasdorp, een van de initiatiefnemers van ToTalent en daarnaast eigenaar van de Intelligence Group. In de meeste organisaties speelt de CFO namelijk een hoofdrol als het gaat om recruitment en inhuur. Hij is niet alleen de baas over de begroting, maar ook medeverantwoordelijk voor de strategie van zijn bedrijf.

Strategisch gesprekspartner

“Of een organisatie erin slaagt talent aan te trekken en de juiste competenties binnen te halen, bepaalt voor een groot deel of het lukt om de strategische doelen te halen”, vertelt Waasdorp. “Uit de interviews blijkt dat CFO’s op zoek zijn naar een strategische tegenhanger op dit gebied, een talent acquisition leader. Zo’n kundige partner kan de recruitment leader zijn, maar ook de flexpartner.”

Wie de CFO kan vertellen welke skills hij nodig heeft en hoe hij die in zijn organisatie kan krijgen, mag bij hem aan tafel, vertelt Waasdorp. “Als je meer wilt verkopen, is het de kunst om strategisch gesprekspartner te worden. Praat je niet mee, dan blijft het bij mensen leveren tegen een bepaald tarief. Wie meepraat en adviseert, kan meer verdienen.”

Van korte naar lange termijn

Praat dus niet over de prijs, maar deel je kennis over de arbeidsmarkt. “Een CFO vindt dat leuk, die wil extra kennis. Sterker nog: hij is soms meer bereid om iets van jou aan te nemen als externe partij, dan van zijn eigen recruitmentafdeling”, zegt Waasdorp. “Maar dan moet je wel aan de slag. Consultative selling is een verkooptechniek waarbij de verkoper in eerste plaats optreedt als adviseur. Daar zouden flexleveranciers veel meer gebruik van kunnen maken.”

Met flex kun je een organisatie van de toekomst inkleden

Het gaat erom dat je de CFO op een andere manier laat nadenken over flex. “Een financieel directeur denkt bij flex op dit moment vooral aan de kosten”, legt hij uit. “Inhuur staat gelijk aan korte termijn, terwijl recruitment voor hem gaat over strategie, concurrentievoordeel en langetermijnplanning.”

Aan de flexleverancier de taak dat beeld te veranderen. “Met flex kun je een organisatie van de toekomst inkleden. Dat doe je niet door alleen maar lege stoelen op te vullen met flexibele arbeidskrachten, maar door juist de kennis en vaardigheden die nog niet aanwezig zijn in de organisatie naar binnen te halen. Dat kan alleen als je strategisch nadenkt over inhuur.”

Onderbouwing

Daar kan de CFO zijn voordeel mee doen, want het is zonde om alleen maar na te denken over flex op korte termijn, vindt Waasdorp. “De directie zou zijn flexleveranciers dezelfde vragen moeten stellen als zijn recruitmentafdeling: wat zijn in jullie ogen de skills van de toekomst? Welke vaardigheden missen nog in onze organisatie?”

Deel relevante kennis over de vaardigheden van de toekomst met de CFO

Dat betekent dat je als flexleverancier moet investeren in data, kennis en kunde. “Ontwikkel jezelf als marktkenner”, adviseert de oprichter van Intelligence Group. “En deel relevante kennis over de vaardigheden van de toekomst met de CFO. ‘Wij zien dat anderen hierop inzetten’, ‘over twee jaar heb je hier teams voor’, ‘dit gaat je helpen de concurrentiestrijd te winnen’. Vervolgens zal de CFO jou vragen hoe je hem daarbij kunt helpen.”

Dit rapport laat zien wat de CFO zoal verwacht van zo’n talent acquisition leader. Waasdorp: “Ten eerste is de CFO geïnteresseerd in de strategische kant van recruitment, verveel hem niet met de tactische en praktische beslommeringen. Zorg dat je aankomt met onderbouwde plannen en meningen en op de hoogte bent van ontwikkelingen. Verdiep je bovendien in de cultuur van de organisatie die je adviseert.”

In het rapport worden de volgende 7 tips uitgewerkt:

  1. Recruitment draait voor CFO om strategie en een winnend competentieprofiel
  2. Val de CFO niet lastig met operationele zaken
  3. Recruitment moet de cultuur ademen
  4. Recruitment moet kennis hebben van trends en ontwikkelingen
  5. Recruitment leader moet zich durven uitspreken
  6. Onderbouw plannen en meningen
  7. Bestrijd de versplintering van recruitment

Het volledige rapport kan hier opgevraagd worden.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Laat een reactie achter

PIXID Group neemt, na ATS’en Carerix en Amris, ook VMS-leverancier Connecting-Expertise over.

PIXID Group, Europese leverancier van diverse recruitment en HR oplossingen, heeft Connecting-Expertise, een Belgische VMS-leverancier, overgenomen van USG People Belgium. Eerder nam het bedrijf al de Nederlandse CRM- en ATS-leverancier Carerix over.

De PIXID Group heeft de ambitie om het eerste Total Talent Acquisition (TTA) ecosysteem in Europa te ontwikkelen. Daarin past de koppeling van een VMS (voor freelancers en flex) en een ATS (voor vast personeel). De technologie van PIXID Group is momenteel verantwoordelijk voor het invullen van bijna één op de drie tijdelijke posities in Frankrijk.

Connecting-Expertise is een VMS-platform voor de Belgische markt met blue chip-klanten. Het bedrijf is opgenomen in de Top 20 VMS-spelers van Staffing Industry Analyst, heeft bijna €1 miljard aan spend onder beheer en bedient meer dan 12.000 gebruikers en 4.500 geregistreerde bedrijven. Als onderdeel van PIXID Group zal Connecting-Expertise onder haar eigen merknaam blijven opereren en de samenwerking met USG People behouden door producten en diensten aan de huidige USG-klanten te leveren. Dit strategische partnership tussen PIXID Group en USG People stelt beide partijen in staat zich volledig te focussen op hun kernactiviteiten en hun klanten en  partners de beste innovatieve oplossingen op het gebied van VMS en ATS technologie te bieden, aldus een persverklaring PIXID.

Peter De Buck en Patrick Verrept, medeoprichters en Managing Partners van Connecting-Expertise: “Deelnemen aan een structuur zo dynamisch en succesvol als PIXID Group is een grote bron van trots voor ons team. We zijn verheugd om onze expertise naar PIXID Group te brengen en verheugd om deel te nemen aan haar toekomstige inspanningen. Connecting-Expertise blijft in een strategisch partnerschap met USG People, met een contractuele overeenkomst voor de lange termijn, die zorgt voor een voortdurende gedeelde visie en voortdurende samenwerking als technologiepartners.”

  • Zie ook : ZiParena voor overzicht van de in Nederland actieve VMS leveranciers
Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , , | Laat een reactie achter

Rekenkamer: ‘Financiële veerkracht onder flexwerkers het laagst.’ Zelfstandigen doen het net even beter dan werknemers.

Een vijfde van de 1,9 miljoen werknemers met flexibele arbeidscontracten heeft geen vermogen of werkende partner om op terug te kunnen vallen bij inkomensverlies. Juist deze werknemers, die op tijdelijke contracten werken of hun geld verdienen als uitzend- of oproepkracht, hebben zo’n buffer het hardst nodig.  Dat blijkt uit onderzoek van de Algemene Rekenkamer (zie hier) dat vandaag naar de Tweede Kamer is gestuurd.

De Algemene Rekenkamer deed vergelijkend onderzoek naar de eigen vangnetten van zelfstandigen en werknemers met flexibele of vaste contracten. Uit analyse van de data blijkt dat de meeste werkenden, namelijk bijna 90%, tijdelijk verlies van inkomen uit eigen middelen kunnen opvangen. Maar 1 miljoen werkenden kunnen dat niet. Dit komt doordat zij geen eigen vermogen hebben (minder dan € 1.000) en evenmin kunnen steunen op het inkomen van een partner als hun werk wegvalt.

De groepen werkenden zonder financiële buffer:

  • 9% van de zelfstandigen (100.000 mensen)
  • 10% van de werknemers in vaste dienst (469.000 mensen) en
  • 20% van de flexwerkers (379.000 mensen).

Bepaalde groepen werknemers met tijdelijke contracten hebben nog minder vaak middelen om verlies van inkomen op te vangen. Dat geldt voor 33% van de laagopgeleiden, 32% van de werknemers met een niet-westerse migratieachtergrond en 30% van de uitzendkrachten.

Het gros van de ‘flexwerkers’, 1,3 miljoen van het totaal van 1,6 miljoen, heeft een contract van bepaalde tijd. De Rekenmaker neemt alle zelfstandigen mee in de groep ‘werkenden met een flexibel arbeidsverband’, de winkeliers en andere zelfstandigen zonder personeel die producten verkopen. Dat blijft wat merkwaardig.

Buffer: vermogen en partner

Voor de Rekenkamer kan de financiële buffer dus bestaan uit eigen vermogen of die van een partner met minimaal een redelijk inkomen.

Zelfstandigen hebben duidelijk een betere financiële buffer dan de andere groepen werkenden:

bron: Algemene Rekenkamer ( Sociale zekerheid en flexibele arbeidsmarkt), berekend op basis van gegevens CBS, 2020

Anders dan bij zelfstandigen zit het eigen vermogen bij mensen met een vast contract vaker in een eigen woning. Hun vermogen is dus vaker direct beschikbaar.

55% van de werknemers met een vast contract kan qua buffer terugvallen op een partner met inkomen. Bij zelfstandigen ligt dat percentage net wat lager. Ze zijn blijkbaar ook op dat vlak ‘zelfstandiger’ dan werknemers… Overigens heeft 37% van de zelfstandigen een partner die ook zelfstandige is, een veel hoger percentage dan bij werknemers.

bron: Algemene Rekenkamer ( Sociale zekerheid en flexibele arbeidsmarkt), berekend op basis van gegevens CBS, 2020

Het ligt voor de hand: het rapport laat zien dat hoe ouder de werkende is, hoe groter de financiële buffer. Dat geldt voor alle type werkenden.

bron: Algemene Rekenkamer ( Sociale zekerheid en flexibele arbeidsmarkt), berekend op basis van gegevens CBS, 2020

Zelfstandigen oververtegenwoordigd in groep laag inkomen

bron: Algemene Rekenkamer ( Sociale zekerheid en flexibele arbeidsmarkt), berekend op basis van gegevens CBS, 2020

Bijna een miljoen werkenden in Nederland heeft een zeer laag inkomen. Hiermee bedoelt de Rekenkamer een bruto maandinkomen beneden bijstandsniveau.

Het aantal zelfstandigen in deze groep is duidelijk oververtegenwoordigd. Zoals de groep zelfstandigen in de groep ‘groot verdieners’ trouwens ook oververtegenwoordigd is.

De groep laag verdienende zelfstandigen heeft overigens wel vaak een buffer. Bijvoorbeeld via de partner of ze kunnen rentenieren.

Grootste zorg: jongeren met tijdelijke contacten

bron: Algemene Rekenkamer ( Sociale zekerheid en flexibele arbeidsmarkt), berekend op basis van gegevens CBS, 2020

De Rekenkamer zegt met dit onderzoek meer inzicht te willen geven in de samenstelling van de groep van 1,9 miljoen werknemers met flexibele contracten. Het rapport legt daarmee duidelijk de vinger op de zere plek: het merendeel van de werknemers met een flexibel contract is jonger dan 35 jaar.  Studenten en scholieren zijn overigens niet in het onderzoek meegenomen.

Zelfstandigen zijn juist net iets ouder dan werknemers met een vast contract.

Toch is het niet zo dat jongeren hun carrière nu eenmaal vaak beginnen met een flexibel contract en zonder buffers en vanzelf het verschil met vaste werknemers en zelfstandigen inhalen. De Algemene Rekenkamer wijst erop dat 2 van de 5 werknemers met flexibele contracten tussen de 35 en 65 jaar oud zijn. Deze 800.000 werknemers verdienen structureel hun inkomen met tijdelijke contracten. Zij bouwen ook consequent minder buffers op dan hun leeftijdsgenoten met een vast contract of een eigen onderneming. Van hen hebben er 135.000 geen eigen middelen om inkomensverlies op te vangen en ook geen werkende partner.

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , | Laat een reactie achter