Maandelijkse archieven: maart 2020

Corona, zzp’ers en liquiditeit. ONL heeft 12 tips.

De Corona-crisis begint de economie nu hard te raken. Alhoewel zzp’ers waarschijnlijk het meest bedreven zijn in thuiswerken en andere creatieve manieren om door te kunnen werken, zullen ook onder zzp’ers groepen ondernemers zitten die in acute liquiditeitsproblemen kunnen komen. Stichting MKB Financiering heeft samen met ONL een whitepaper gemaakt met 12 tips aan ondernemers op het gebied van liquiditeit. We lichten er een paar uit.

  1. Aangepaste cashflow forecasting

Hoewel de impact nog steeds moeilijk is in te schatten is het belangrijk om een realistische inschatting te maken. Zet voor de komende twaalf maanden de verwachte inkomsten en uitgaven op een rij. Een degelijke blik in de toekomst maakt eventuele knelpunten snel inzichtelijk en stelt u in staat daarop te anticiperen.

  1. Korting voor vroeg betalen

Bent u afhankelijk van enkele grote, vaste klanten, dan kan het lonen ze een korting te geven bij snelle betaling. Spreek met uw klanten af dat zij een korting krijgen op facturen die binnen een voor u gunstige termijn worden betaald. Dit is een dure oplossing, maar kan zorgen voor meer voorspelbaarheid en eerdere betaling.

  1. Debiteurenbeheer

Wacht niet met het nabellen van uw facturen totdat zij vervallen zijn. Als er een probleem is met een factuur dan wilt u daar niet pas achter komen als de betaling al verlaat is. Bel vóór vervaldatum om te controleren of de factuur is aangekomen en of deze correct is volgens de klant. Eventuele problemen kunt u dan nog voordat de factuur vervalt oplossen en zo alle bezwaren die tijdige betaling in de weg staan wegnemen.

  1. Maak gebruik van de Bijstand voor zelfstandigen (BBZ) regeling

Zzp’ers kunnen geen beroep doen op de regeling voor werktijdverkorting. De BBZ-regeling biedt een uitkomst voor de verloren inkomsten van zzp’ers. Deze is aan te vragen bij de gemeente waar een zzp’ers is ingeschreven. Ondersteuning hiervoor wordt geleverd door Stichting 155 Help een bedrijf (https://www.155.nl/).

  1. Bel met het opgerichte adviesteam van de KvK

De overheid heeft een speciaal adviesteam opgericht bij de KvK om alle vragen van ondernemers omtrent het coronavirus te beantwoorden. Hier kun je als ondernemer worden doorverwezen naar andere organisaties om geholpen te worden bij de economische gevolgen van het coronavirus. Zij zijn bereikbaar via 0800-2117.

  1. Werk met voorwaartse financiering (factoring)

Kan uw bedrijf het zich niet veroorloven om lang te wachten op geld, bijvoorbeeld omdat u vanwege de corona-crisis acuut minder inkomsten heeft en wel personeelslasten heeft die elke maand moeten worden betaald? Dan is voorfinanciering ofwel factoring een verstandige keuze. Bij voorfinanciering worden al uw facturen binnen 24 uur na te zijn verstuurd, voor een deel of geheel voorgeschoten. Is de factuur uiteindelijk door uw klant voldaan, dan volgt het resterende deel. Zo heeft u te allen tijde beschikking over cash.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , | Laat een reactie achter

‘Polderen verkleint het probleem maar lost het niet op’

Waarom dit boek?
Karel van Berkel: ‘Er zijn zoveel smeulende problemen die maar niet opgelost worden. Dan heb ik het over de stikstofregels in Europa, maar ook over de Zwarte Piet discussie. Er zijn allerlei problemen waarvoor mensen veel te gemakkelijk – vaak vanuit hun onderbuik – een oplossing voor denken te hebben terwijl je het beter van alle kanten kunt bekijken.’

Jullie hebben je verdiept in de manier waarop je een probleem van alle kanten kan bekijken zodat je kan werken aan echte oplossingen.
KvB: ‘We zijn niet bezig met gecompliceerde problemen, maar met complexe problemen. Die eerste zijn bedoeld voor de specialisten en complexe problemen gaan erover dat er heel veel meningen zijn over wat precies het probleem is en wat een oplossing zou kunnen zijn.’

Jullie pleiten op de voorkant van het boek voor ‘systeeminnovatie in een wicked world’. Dat wil, even in mijn woorden, zeggen dat je een probleem van alle kanten gaat bekijken en verschillende partijen laat meedenken over een oplossing. Waarom zien we in de media en politiek nog veel terug dat een lastig probleem wordt gecombineerd met een simpele oplossing?
KvB: ‘Dat is de manier waarop we in het Westen voor onszelf een wereld hebben gecreëerd waarin we alles willen beheersen. Onze scholen zijn er op gericht om mensen te leren om problemen in kleine partjes op te delen en daar oplossingen bij te zoeken. Wat ik interessant vind, is dat Mark Rutte vaak zegt over zaken als de drugsproblematiek of het tekort aan leerkrachten ‘dat is een complex probleem’, maar dat hij nooit eens alle kanten in kaart brengt en mensen uitnodigt om daar over na te denken. Politieke oplossingen hebben altijd te maken met een bepaalde kleur van denken, maar zo kom je niet verder want je definieert het probleem niet goed en komt dus nooit met een oplossing. Als je drugscriminaliteit alleen bestrijdt met strengere straffen heb je het maar over een deel van het probleem.’

Je ziet het ook terug in de media. Er is een probleem zoals weinig vrouwen in topfuncties en er zitten twee mensen aan tafel die voor of tegen een quotum zijn.
KvB: ‘Dat zie je nog meer online gebeuren. Het probleem is dat mensen die zich niet gehoord of bedreigd voelen, terugtrekken in hun eigen wereld en daar krijgen ze alleen nog maar bevestiging van wat ze al vinden. Er zijn zo veel gepolariseerde bubbels dat het steeds lastiger wordt om die complexiteit te omarmen. Het is ook zo makkelijk om nepnieuws te maken en de algoritmen zorgen ervoor dat je alleen nieuws krijgt waar jij steeds naar zoekt.’

Nu maken jullie niet alleen de analyse dat mensen steeds verder weglopen van die complexiteit, maar geven ook een voorzet om die complexiteit te omarmen. Hoe kom je dan bij systeeminnovatie uit?
KvB: ‘Wij zijn van oorsprong al mensen die zaken aan elkaar willen koppelen, ook dingen die niet zo logisch lijken. De westerse wereld heeft geprobeerd om de boeren te helpen in Afghanistan door veel geld te bieden voor de papaverveldjes. Maar het jaar erop gaan die boeren dan meer papaverveldjes inrichten omdat ze er geld voor krijgen. Zo komen er escalerende effecten tot stand binnen systemen die maken dat problemen eerder groter worden dan kleiner.’
Anu Manickam: ‘Het gaat erom hoe je komt op nieuwe oplossingen voor problemen en een van de belangrijkste dingen is zoeken naar verschillen waardoor je meerdere oplossingen kan bedenken voor een probleem. Dat is tegengesteld aan het algoritmeverhaal waar het gaat om overeenkomsten.’

Wat houdt jullie voorgestelde model voor systeeminnovatie precies in want dat is toch de kern van het boek?
KvB: ‘Ik zou het geen model noemen, maar een benadering. Het gaat erom dat je door samen te werken een oplossing kan realiseren en dat werkt beter dan elkaar te bestrijden met allerlei meningen. Wij noemen dat ‘collective sense making’. Samen snappen wat een probleem is.’

En dus is het belangrijk dat je openstaat voor elkaars standpunten.
KvB: ‘Iedereen heeft namelijk gelijk, het is maar net hoe je kijkt naar een probleem. Wat je doet, is dat je het argument zoekt bij hoe jij het probleem ziet. Dus leren snappen hoe anderen denken is belangrijker dan direct het probleem oplossen.’

Als je zo’n tafel creëert met mensen met een verschillende visie dan moet je bepaalde werkregels in acht houden. Want normaal gesproken hebben sommige mensen meer macht dan anderen, maar dan werkt het systeem niet.
KvB: ‘Zeker, je moet alle stakeholders van een probleem aan tafel hebben en zij moeten allemaal de ruimte hebben om hun gelijk te verdedigen. We hebben in het boek een tekening gemaakt van hoe managers een probleem via de systeemtheorie in kaart brachten en tot een compleet andere oplossing kwamen. Er komt nu bijvoorbeeld een wet waarbij patiënten ook thuis een gedwongen behandeling kunnen krijgen, maar dat probleem is maar vanuit een smal kader bekeken. Er wordt bijvoorbeeld te weinig nagedacht over de extra belasting voor veel partijen in het systeem: rechters, psychiaters, verpleegkundigen, enzovoort.’

Wat is het verschil tussen systeeminnovatie en het poldermodel?
KvB: ‘Het verschil is dat je bij een poldermodel naar compromissen toewerkt, maar hier gaat het erom dat je anders gaat denken met elkaar. Je gaat het probleem herdefiniëren in plaats van dat je in je eigen belang blijft hangen en dan kom je met veel slimmere oplossingen.’
AM: ‘Als je het probleem gaat herdefiniëren dan kom je veel beter oplossingen die je nooit had verwacht. Wanneer je met meer partijen had nagedacht over psychiatrische problemen dan had je ook nagedacht over het capaciteitsprobleem bij de verschillende beroepsgroepen.’

Een belangrijk element is weggelegd voor experimenteren.
KvB: ‘Zeker, ik ben organisatieadviseur van oorsprong en dan weet je dat grote reorganisatietrajecten vaak niet goed lopen. Je moet klein beginnen en dan ga je later wat meer opschalen. Wij laten vaak een filmpje zien van een kruispunt in Hanoi waar je geen verkeerslichten en agenten hebt. Mensen zoeken hun eigen weg en samen hebben ze maar een paar regels zoals niet botsen en op tijd waarschuwen dat er gevaar dreigt. Een oerwoud aan regels werkt averechts. Niet alles hoeft in gedetailleerde protocollen worden vastgelegd.’
AM: ‘Het gaat erom dat je ‘anders denken’ niet in een dag leert. Het werkt veel beter als mensen zelf kleine stapjes maken in plaats van dat je alles oplegt.’

Tekst: Bas Hakker

Geplaatst in Toekomst van Werk | Laat een reactie achter

CNV: “63% zzp’ers voor verplichte aov” Klopt dat? ZiPfactcheck

Vorige week bood de Stichting van de arbeid haar voorstel voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering aan Minister Koolmees aan. Rond die presentatie werd de nodige moeite gedaan om duidelijk te maken dat het voorstel op steun van een meerderheid van de zzp’ers kan rekenen.

  • Het CNV liet onderzoek doen door Maurice de Hond. In De Telegraaf zegt CNV voorzitter Piet Fortuin dat “een ruime meerderheid (63%) van de zzp’ers in ons land voorstander is van een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen.”
  • “Een meerderheid van de zzp’ers staat achter dit plan” stelde Hans de Boer (VNO/NCW) bij de overhandiging van het advies aan Minister Koolmees.
  • Er is “wel degelijk draagvlak bij zzp’ers voor verplichte verzekering” tekende het FD een paar dagen voor de presentatie op uit mond van Bas ter Weel, directeur van het SEO Economisch Onderzoek. Dat draagvlak onder zzp’ers is volgens hem 60%.

Maar klopt dit allemaal wel?

Navraag bij het CNV maakt duidelijk dat Maurice de Hond geen onderzoek naar de mening over dit concrete voorstel heeft gedaan. Hij heeft een heel algemene vraag voorgelegd aan zijn zzp-panel, namelijk “Ik ben voorstander van een arbeidsongeschiktheidsverzekering”.

Dat is de vraag die – zonder enige toelichting of verwijzing naar het akkoord – is gesteld en waar  63% ‘ja’ op heeft gezegd. Dat is wel iets heel anders dan wat in het akkoord staat. Het cruciale woordje ‘verplicht’ ontbreekt in de vraagstelling. Ook wordt de vraag gesteld zonder vermelding van de hoogte van de premie, de wachttijdperiode of het feit dat het een uitkering op basisniveau is. Zaken die veel invloed hebben op de vraag of zzp’ers het nu wel of niet eens zijn met dit plan.

Een woordvoerder van Hans de Boer zegt dat De Boer zijn uitspraak baseert op onder meer dit CNV onderzoek, dat dus niet over zijn voorstel gaat.

Op twitter zegt Bas ter Weel dat hij zijn uitspraken in het FD deed op basis van een lager premieniveau dan in de plannen staat. Zijn eigen onderzoek ‘Keuzes in sociale zekerheid‘ laat zien dat het draagvlak bij een premie van 8% en een uitkering op WML niveau, het voorstel, niet 60% maar 40% is. Dat geeft een heel ander beeld.

Leden van het FNV stemden in meerderheid voor het akkoord. Van de zzp’ers aangesloten bij FNV Zelfstandigen was 57% positief over het akkoord. Bij de Kunstenbond van het FNV stemde 25% voor het voorstel. Bij andere FNV bonden met veel zzp’ers, de NVJ en FNV Mooi, lag het percentage voorstemmers onder de zzp’ers op resp. 41% en 31%. Tegenstemmers vinden vooral de premie te hoog en/of denken de kostprijsverhoging niet te kunnen doorberekenen in het tarief. Argumenten en percentages die aardig aansluiten bij eerder onderzoek van het FNV onder meer dan 6.000 zzp’ers in 2015 (zie hier). In dat onderzoek was 34% voor een verplicht aov voor zzp’ers.

ZZP Nederland noemt het akkoord ‘een stap’ maar verbindt een definitief ‘ja’ wel aan voorwaarden over belangrijke details.

Verder hebben tal van andere zzp vertegenwoordigers (Werkvereniging, Zelfstandigen Bouw, Solopartners, ONL) zich tegen het akkoord gekeerd. Al moet hierbij vermeld worden dat zij veel deze organisaties geen ledenraadpleging over dit concrete voorstel gehouden hebben. Een live peiling (zie hier) van de Werkvereniging staat momenteel op bijna 80% ‘tegen’. De argumenten van deze organisaties is een mix van ‘geen aparte zzp-regeling’, ‘bij ondernemerschap hoort keuzevrijheid’ en zorgen over de kosten in relatie tot de lage uitkeringskans.

Conclusie factcheck

Kortom: de uitspraak van Fortuin van het CNV is misleidend. Het wordt wel de wereld in geslingerd op de dag van de presentatie van het akkoord, maar de onderzoeker bevraagt zzp’ers niet over dat voorstel. De uitspraak van Hans de Boer is dus ook gebaseerd op onjuiste cijfers. De uitspraken van Ter Weel waren voorbarig. FNV leden stemden inderdaad in meerderheid voor, dat geldt niet voor een aantal losse bonden.

De poging duidelijk te maken dat het akkoord op steun van een meerderheid van de zzp’ers kan rekenen is op zijn zachts gezegd niet gebaseerd op feiten.

Wees eerlijk over het magere draagvlak

Het is altijd belangrijk draagvlak te creëren bij een groep die het onderwerp van nieuw beleid is. Dus ook bij zzp’ers. Maar dat draagvlak is niet per definitie doorslaggevend. Automobilisten wordt ook niet gevraagd naar hun mening over de verlaging van de maximum snelheid.

De politiek in nu aan zet en die moet breder kijken dan sec naar de mening van zelfstandigen. Maar dat ontslaat de politiek er niet van om eerlijk te zijn over het feit dat dat draagvlak lijkt te ontbreken. En goed te kijken naar waarom dat zo is.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , | 4s Reacties

FNV Zelfstandigen: wees ruimhartig met BBZ voor zzp’ers die in problemen komen door coronavirus

Het coronavirus laat zijn sporen na in de economie en zzp-ers voelen de gevolgen, zo stelt FNV Zelfstandigen. “Door maatregelen die worden getroffen voor de volksgezondheid worden opdrachten soms opgeschort of geannuleerd. Dat slaat een gat in de inkomsten van de zzp’er die daarmee te maken heeft.”

Besluit bijstandsverlening zelfstandigen

FNV Zelfstandigen wijst er op dat gemeenten een instrument in handen hebben om zelfstandigen bij te staan bij tijdelijke liquiditeitsproblemen. Dat is het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz). “Juist tijdens de uitbraak van het coronavirus is meer dan ooit nodig dat gemeenten meer bekend maken dat de regeling bestaat en dat zzp’ers bij de gemeenten kunnen aankloppen als het financieel niet meer gaat” zo vindt FNV Zelfstandigen.

Flitsbeoordeling

Het Bbz is onder meer ingericht voor gevestigde ondernemers met tijdelijke liquiditeitsproblemen. Kortom, liquiditeitsproblemen in verband met het coronavirus doen dus ook mee bij de beoordeling daarvan. Een zzp’er moet volgens de Bbz-regeling wel laten zien dat zijn/haar bedrijf levensvatbaar is. De toets van levensvatbaarheid moet dan wat ons betreft gaan over het perspectief dat het bedrijf had voordat de zzp’er werd getroffen door de gevolgen van het coronavirus.

“Wij roepen staatssecretaris Van Ark van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op om een extra editie uit te geven van het periodiek Gemeentenieuws. Dat is een brief van het ministerie aan gemeenten. Daarin wordt als het aan ons ligt gemeenten gevraagd meer aandacht te geven en meer bekendheid te geven aan het Bbz juist in deze tijd van het coronavirus. Laat ook zien dat gemeenten ruimhartig zijn voor de zzp’er. Betrek daarbij ook de VNG.” zo stelt FNV Zelfstandigen voor.

De bond vindt dat er een flitsbeoordeling moet komen van de levensvatbaarheid van bedrijven die de aanvraag doen. “Zzp’ers kunnen nu geen weken/maanden wachten tot er een advies of besluit ligt over de levensvatbaarheid en de aanvraag voor ondersteuning. En verleen voorschotten bij acute zaken. Een extra financiële injectie van de Rijksoverheid in het Bbz is een aanvullende factor die nodig kan zijn voor levensvatbare zzp-ondernemingen die getroffen zijn.”

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , | 1 Reactie

‘Ok, drie rijbanen, maar hoe houd je de arbeidsmarkt filevrij’ ?

In wat voor land wil AWVN werkgeven? is de tegenvraag die de nieuwe AWVN-directeur Raymond Puts (ex-USG People) in zijn vlog stelt als reactie op het eindrapport In wat voor land willen wij werken? van de commissie Borstlap dat eind januari is gepresenteerd.

Borstlap stelt drie ‘rijbanen’ voor: loondienst, flex (uitsluitend via uitzenden) en ondernemen. Maar volgens Puts is er veel meer nodig die ‘rijbanen goed begaanbaar te houden en de arbeidsmarkt filevrij’ te maken.

Want de commissie Borstlap wil dat flex wordt beperkt tot uitzenden, dat bovendien alleen voor tijdelijk werk mag worden ingezet. Uitzenden moet dus (net als vroeger) worden beperkt tot ‘ziek en piek’. Maar daarmee houdt Borstlap te weinig rekening met de bedrijfsdynamiek, stelt Puts. Flex is niet alleen nodig voor seizoenswerk of vervanging van een zieke of zwangere, met de flexschil wapenen bedrijven zich ook tegen onzekerheid door snelle marktveranderingen en de noodzakelijke aanpassingen daardoor in het personeelsbestand. Of zoals Puts het verwoordt: ‘Heb ik over een jaar nog wel net zoveel personeel nodig als nu?’

Ook voor werknemers in loondienst moet er veel veranderen. Volgens Puts schrikt het dienstverband in de huidige vorm werkgevers af. ‘Als we de lasten en verplichtingen die het vaste dienstverband met zich meebrengt niet verminderen, komt er geen betere balans op de arbeidsmarkt (ook een verwijzing naar de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB)).

5 aanwijzingen

Daarom komt de AWVN als reactie op het eindrapport van Borstlap met een eigen advies: 5 aanwijzingen voor een beter werkend Nederland.

Een samenvatting:

1. maak werkgeverschap aantrekkelijk; ja, ‘de flexbalans helt over naar één kant’, maar realiseer je dat dit ook komt doordat elke werkgever in de praktijk moet opereren in een context van een snel veranderende markt (door technologie en internationalisering) en dat brengt veel onzekerheid met zich mee. Dat maakt invulling geven aan goed werkgeverschap er niet gemakkelijker op. Zeker niet omdat de lasten op arbeid in Nederland tot de hoogste van Europa behoren. Een betere balans tussen vast en flex kan niet worden gerealiseerd zonder werkgeverschap aantrekkelijker te maken (lees: minder zware verplichtingen), zo waarschuwt AWVN.

2. toets de maatregelen; hebben de maatregelen echt effect, dragen zij bij aan de wendbaarheid van werkgevers en werknemers (ontwikkeling) en op welk niveau zijn de maatregelen het meest effectief (wettelijk of in een cao)? Opvallend is dat de AWVN hierbij ook verwijst naar de fiscale beperkingen die Borstlap voorstelt voor zzp’ers (afschaffen zelfstandigenaftrek en MKB-vrijstelling); ‘Als het wegnemen van fiscale voordelen zonder enige compensatie leidt tot minder ondernemerschap, inkomensachteruitgang voor een aanzienlijk deel van de beroepsbevolking en zo tot minder groei en werkgelegenheid, dan is dat offer wellicht te groot.’

Lees ook: Voorstellen commissie Borstlap betekenen einde van huidige ZP-model

3. maak rijbanen voor contracten gelijkwaardig; de kosten- en risicoverschillen tussen de rijbanen moeten kleiner worden gemaakt om de weg vrij te maken voor een arbeidsmarkt waarin de aard van het werk doorslaggevend is in de keuze voor een contractvorm, zo stelt de AWVN. Maar de werkgeversorganisatie ziet dat Borstlap werken in vast dienstverband als preferente route aanwijst (werknemer, tenzij..) en voor uitzenden en zzp tal van blokkades opwerpt. Terwijl er geoorloofde redenen zijn voor werkgevers om die vormen van flex in te zetten en ook veel werkenden zelf de behoefte hebben aan die flexibiliteit. De AWVN ziet liever dat de drie rijbanen gelijkwaardig zijn.

4. maak het contract minder bepalend; door sociale zekerheid en ontwikkeling (leven lang ontwikkelen) deel uit te laten maken van het fundament voor alle werkenden, worden de verschillen tussen de verschillende rijbanen kleiner en kunnen werkenden gemakkelijker van baan wisselen. De boodschap van het AWVN: hang zekerheid niet op aan het type contract, maar aan het feit dat iemand werkt en inzetbaar is op de arbeidsmarkt.

Hang zekerheid niet op aan het type contract, maar aan het feit dat iemand werkt en inzetbaar is op de arbeidsmarkt

5. polder én praktijk aan zet; politiek, vergeet de praktijk niet. De AWVN zou graag zien dat ook partijen die minder vanzelfsprekend aan tafel zitten in Den Haag een stem krijgen. Anne Megens (adviseur Beleid en strategie bij AWVN) formuleert dit in een toelichting als volgt: “Wij zouden graag zien dat een brede, maatschappelijke alliantie ontstaat die aan de slag gaat en invulling geeft aan de richting waarin de arbeidsmarkt zich de komende jaren moet ontwikkelen. Dat moet een afspiegeling zijn van de moderne arbeidsmarkt, daar horen dus ook het bedrijfsleven en zzp-organisaties bij.”

Samenvattend stelt Megens: “Wij delen de richting die de commissie Borstlap op wil, maar wij zijn kritisch over de uitvoering van bepaalde onderdelen.” Zo pleit de AWVN ervoor om niet alle maatregelen in beton te gieten. “Niet alles hoeft te worden vastgelegd in nationale wetgeving, je kunt doelen soms beter (sneller) halen door ze op decentraal niveau te regelen, bijvoorbeeld in CAO’s.” Daarom wil de AWVN de samenwerking aangaan met vakbonden om ‘in het arbeidsvoorwaardenoverleg de richtingen van de commissie Borstlap en de WRR te realiseren’.

Momentum

De AWVN wil met deze 5 aanwijzingen een bijdrage leveren aan de brede maatschappelijke discussie om het ‘werk verder te brengen’ – om ‘de files op de arbeidsmarkt’ op te lossen. Megens: “Wij willen het momentum niet voorbij laten gaan. Arbeidsmarkthervormingen zijn nu nodig. Wij leveren dus geen kritiek om vervolgens in de loopgraven te gaan zitten, maar willen een constructieve bijdrage hieraan leveren.”

Het wachten is nu op de officiële reactie (brief) van het kabinet op de aanbevelingen van de commissie Borstlap. Volgens Megens moet dat de aanzet zijn voor de brede aanpak van politiek, polder en praktijk. “Wij zien de uitnodiging daarvoor graag tegemoet.”

Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags | Laat een reactie achter

Inzicht in externe inhuur? Doe een selfscan!

Waar het zo’n 5 jaar geleden nog trekken aan een dood paard was, pakken nu steeds meer mensen de handschoen op om aan de slag te gaan met de professionaliteit van externe inhuur. Volgens Oldenburg zijn hiervoor genoeg aanleidingen. Denk aan kostenbesparing, wat al jaren een belangrijke drijfveer is, maar anno 2020 zijn ook aangescherpte wet- en regelgeving en natuurlijk schaarste van arbeidskrachten erg belangrijk. Dat maakt dat zowel inkoop, HR als inhurende managers baat hebben bij een professioneel inhuurbeleid. Desondanks bestaat het bij driekwart van de organisaties uit ad hoc ingerichte processen, Excel-bestandjes met freelancers en onvoorspelbare resultaten. Het is dus de hoogste tijd om je organisatie in beweging te krijgen. Het grote vraagstuk blijft alleen: hoe? “Een inhuurscan biedt handvatten om je directie of bestuur te overtuigen dat het anders moet”, aldus Oldenburg.

“Kom niet alleen met financiële argumenten om het inhuurproces te professionaliseren, de kwaliteit is minstens zo belangrijk.”
– Paul Oldenburg, Business development HeadFirst Group

Inhuurvolwassenheid

Om de professionaliteit van inhuur te duiden, noemt Oldenburg vijf verschillende niveaus. De eerste drie worden gevormd door Inkoop gedreven ontwikkelingen, waar Decentraal (niveau 1), Voorkeursleveranciers (niveau 2) en Master Vendor (niveau 3) onderdeel van zijn. “Omdat Inkoop vervolgens is uitgespeeld, komt HR in niveau 4 aan boord om verdere stappen te maken. Het belangrijkste uitgangspunt van de Managed Service Provider (MSP) of Self Managed Program (SMP) is de gehele markt aan Leveranciers en Zelfstandig Professionals de mogelijkheid te bieden om bij de organisatie aan te bieden, maar tegelijkertijd wel in één proces georganiseerd”, legt Oldenburg uit.

Hij vervolgt: “Dit niveau is een mooie voorbereiding op het uiteindelijke Total Talent Management, wat een Business gedreven ontwikkeling is. Tijdens de webinar blijkt uit een poll met het publiek dat een vijfde van de organisaties zich op dit pad bevindt. De daadwerkelijke stap naar niveau 5 hebben zij echter nog niet gemaakt. Het overgrote deel van de organisaties, namelijk 40%, bevindt zich op dit moment in niveau 3.

“Bepaal op voorhand naar welk niveau je toe wil werken. Met het juiste doel voor ogen zijn resultaten voorspelbaar en verbeterbaar.”
– Paul Oldenburg, Business development HeadFirst Group

Inventarisatie huidige situatie

Allereerst is het van belang om een inventarisatie te maken van de huidige situatie op basis van feitelijke informatie. Oldenburg: “De aanpak van de inhuurscan is een drietrapsraket, bestaande uit interviews, contractscan en data-analyse. De interviews geven goed inzicht in de kwaliteit van het inhuurproces. De scan op contracten en data-analyse vullen dit kwantitatief aan, zodat je weet hoe de organisatie ervoor staat op het gebied van compliancy, de inhuurstrategie en – tarieven.”

1. Interview mensen die direct betrokken zijn bij het inhuurproces, zoals van de afdelingen Inkoop, HR en Finance. Tijdens de interviews is het vooral belangrijk om het proces, hun rol, verwachtingen van andere afdelingen en gewenste verbeterpunten te verduidelijken. Volg het volledige inhuurproces – van het vaststellen van de capaciteitsbehoefte tot aan rapportages – bij het opstellen van de interviewvragen. Op deze manier weet je zeker dat je alle facetten onder de loep neemt.

Het inhuurprocesAfbeelding 1: Het inhuurproces

2. Stel vervolgens – in samenwerking met afdeling Legal – een contract scorecard op om de
standaardafspraken met leveranciers en zelfstandig professionals te analyseren. Voorbeelden zijn compliancy van wet- en regelgeving, aansprakelijkheid en marges.

3. Om, anno 2020, de beste kandidaten te kunnen vinden is er meer nodig dan alleen het publiceren van een aanvraag. Daarvoor kun je verschillende sourcing strategieën gebruiken. Voor het vaststellen van de juiste strategie biedt de Kraljic-matrix hulp.

  • Public sourcing: maximaliseren concurrentie doordat de gehele markt de mogelijkheid krijgt om aan te bieden.
  • Single sourcing: wij kenmerken deze stroom als het meest effectief wanneer het gaat om het invullen van een inhuurbehoefte die zich niet kenmerkt als schaars en waarvan de financiële impact laag is.
  • Dynamic tiering: voor kandidaten in het schaarse segment met hoge impact kun je levering verzekeren middels strategische allianties met leveranciers.
  • Dual sourcing: voor kandidaten met een schaars profiel is public sourcing niet toereikend. Daarom wordt hieraan een ‘closed network search’ gekoppeld en spreken we van Dual sourcing.

Afbeelding 2: Sourcing strategieen a.d.h.v. Kraljic-matrix

Verbeteringen categoriseren

Als je de drie stappen van een inhuurscan grondig hebt uitgevoerd, dan heb je inzicht verkregen in waar je als organisatie staat. Deze analyse moet je het antwoord geven op vragen als: ‘Hoe is je huidige inhuur georganiseerd?’, ‘Hoe flexibel moet jouw organisatie zijn?’, ‘Wat is de best passende flexibele schil?’ en ‘Hoe kun je de inzet van tijdelijke krachten en externen goed organiseren?’. Is dat het geval? Dan kun je aan de slag om jouw inhuurproces en -beleid te optimaliseren!

“Categoriseer je acties in korte, middellange en lange termijn. Het grote voordeel van korte termijn acties is dat ze een lage veranderingsimpact hebben, waardoor je snel resultaat kunt boeken. Op deze manier blijft iedereen positief en kun je vrolijk aan de slag met de middellange termijn acties. Hier heb je namelijk sterk draagvlak voor nodig”, besluit Oldenburg.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Laat een reactie achter