FNV: Onderzoek Belastingdienst noopt tot acuut handelen van het kabinet Geplaatst 6 maart 2019 door FNV Zelfstandigen De belastingdienst heeft bij 104 bedrijven uit verschillende branches onderzocht of de regels rondom het werken als zelfstandige goed worden toegepast. Dat blijkt in de meeste gevallen niet zo te zijn. Bij 59 van de 104 bedrijven blijken de regels niet goed toegepast te worden. In 12 gevallen wordt verder onderzoek gedaan door de belastingdienst om te bezien of er sprake is van kwaadwillendheid. Er zijn (nog) geen boetes opgelegd. Opdrachtgevers geven aan dat zij de huidige wet- en regelgeving inzake de kwalificatie van de arbeidsrelatie “als complex en tijdrovend ervaren”. Wel zouden de meeste opdrachtgevers gemotiveerd zijn om de wet- en regelgeving goed toe te passen, maar daarbij voor het dilemma staan om hun concurrentiepositie te behouden. Een zelfstandige moet een eerlijk tarief betaald krijgen, waaruit ondernemersrisico’s kunnen worden afgedekt en pensioen kan worden opgebouwd Marjan van Noort, manager expertise centrum zelfstandigen FNV : “dat is juist waar de schoen wringt. Het kan niet zo zijn dat zelfstandigen worden ingehuurd zodát een opdrachtgever een betere concurrentiepositie kan behouden. Dat betekent namelijk dat de zelfstandige voor de opdrachtgever mínder kost dan een werknemer. En dat kan nooit de bedoeling zijn. Een zelfstandige moet een eerlijk tarief betaald krijgen, waaruit ondernemersrisico’s kunnen worden afgedekt en pensioen kan worden opgebouwd. “ Ongewenste effecten niet handhaven Tegelijkertijd constateert de belastingdienst ook een ander fenomeen. Daar waar sommige opdrachtgevers erkénnen dat de arbeidsrelatie wellicht toch een dienstbetrekking moet zijn, lopen zij tegen het probleem aan dat de ingehuurde personen niet in dienst willen. Of dit ook bij de ingehuurde personen is gecheckt, wordt niet erg duidelijk uit de brief. Wel ziet de FNV dit fenomeen steeds meer toenemen, met name in sectoren waar het werk voor het oprapen ligt en de werkdruk hoog is. Voorbeelden uit de zorg laten zien dat helaas ook hier een onwenselijke situatie optreedt. Mensen gaan uit dienst en laten zich weer inhuren als zelfstandige, maar hoeven zich dan niet meer te houden aan roosters, nachtdiensten en administratieve rompslomp. De werkdruk voor de achterblijvers wordt nog hoger. Van Noort: “het kan toch niet zo zijn dat we straks alleen nog maar overdag zorg kunnen krijgen? Zo maakbaar is het leven niet. Handhaving is essentieel om ook deze maatschappelijke neveneffecten tegen te houden.” Meer doen dan advies geven Tussen de regels door verwijst de staatssecretaris ook naar de recente uitspraak in de zaak van Deliveroo: “Overigens is het zo dat als er tegengestelde rechterlijke uitspraken liggen over een concrete casus er sprake kan zijn van een pleitbaar standpunt van partijen. Kwaadwillendheid is dan niet aan de orde.” Van Noort: “we hebben eerder gezien dat het kabinet niet in staat blijkt onderscheid te maken tussen de uitkomsten van twee hele verschillende procedures over één bedrijf. De eerste was een individueel geval, de tweede gaat over alle bezorgers van Deliveroo als groep. Als er sprake is van een dienstbetrekking, hetgeen bij Deliveroo is vastgesteld door de rechter, is er sprake van kwaadwillendheid als je die rechterlijke uitspraak naast je neerlegt. Een beter bewijs is er niet na een oordeel van de rechter.” Niet alleen gesprekken voeren en adviezen geven, maar ook daadwerkelijk een naheffingsaanslag opleggen FNV roept al langer op om de handhaving per direct weer op te pakken. Van Noort: “en dan bedoelen we niet alleen gesprekken voeren en adviezen geven, maar ook daadwerkelijk een naheffingsaanslag opheffen. Wij vinden het onacceptabel dat zelfstandigen worden ingehuurd om op arbeidskosten te besparen. Zelfstandigen verdienen een stevige positie op de arbeidsmarkt en moeten worden beloond om hun flexibiliteit en expertise. Dat kan als de Wet DBA wordt gehandhaafd en zelfstandigen en werknemers worden ingezet waar dat logisch is. Dan komt de balans op de arbeidsmarkt weer terug.“ Geplaatst in ZP en Politiek | Laat een reactie achter
Brief Belastingdienst handhaving Wet DBA laat fundamentele vraag onbeantwoord Geplaatst 6 maart 2019 door Magnit In een brief aan de Tweede Kamer staat dat de Belastingdienst een onderzoek naar schijnzelfstandigheid bij 104 opdrachtgevers heeft afgerond. Bij 12 opdrachtgevers heeft de Belastingdienst daarbij de stelling ingenomen dat de onjuiste werkwijze direct al blijkt uit het gesprek ter plaatse. Bij 59 bezoeken leek – in meer of mindere mate – sprake van werken met schijnzelfstandigen. De wettelijke bepalingen werden naar de mening van de Belastingdienst correct toegepast bij slechts 45 bezoeken. Bij het merendeel van de opdrachtgevers zijn aanwijzingen gevonden voor: De aanwezigheid van een gezagsverhouding; Een fictieve dienstbetrekking; en/of Feitelijk niet werken volgens de met de Belastingdienst afgestemde modelovereenkomst. Pas als kwaadwillendheid aangetoond kan worden, kan de Belastingdienst een naheffingsaanslag loonheffingen opleggen Voor het merendeel van de ingehuurde zzp’ers bij de onderzochte opdrachtgevers, vindt de Belastingdienst dat mogelijk verplicht in een dienstbetrekking moet worden gewerkt. De opdrachtgever is dan verplicht om loonheffingen in te houden op het loon. De groep bij wie daadwerkelijk is geconstateerd dat de arbeidsrelatie niet juist is gekwalificeerd, is echter minder groot. Sommige opdrachtgevers erkennen dat, in een aantal gevallen, de arbeidsrelatie wellicht als dienstbetrekking moet worden gekwalificeerd. Soms omdat zij zich gedwongen voelen om met zzp’ers te werken. Zij hebben gezegd dat deze groep niet meer in dienst wil treden. Volgens de opdrachtgevers komt dit doordat de (fiscale) voordelen van het ondernemerschap voor zzp’ers zwaarder wegen dan de zekerheden die een dienstbetrekking hen biedt. Dit geldt met name in sectoren waar toenemende krapte op de arbeidsmarkt bestaat, zoals de ICT, het onderwijs en de zorg. De resultaten van het onderzoek dienen in ieder geval als input voor de nog uit te werken toezicht- en handhavingsstrategie. Nadat is vastgesteld dat de beoordeelde werkrelatie als een dienstbetrekking kwalificeert, gaat de Belastingdienst aanvullend onderzoek doen om eventuele kwaadwillendheid te onderbouwen. Pas als kwaadwillendheid aangetoond kan worden, kan de Belastingdienst een naheffingsaanslag loonheffingen opleggen. Eventueel met een boete. Opdrachtgevers zijn echter niet kwaadwillend als er tegengestelde rechterlijke uitspraken liggen over een concrete casus. Beschouwing Brainnet Uit het onderzoek bij opdrachtgevers komt naar voren dat de huidige wet- en regelgeving inzake de kwalificatie van een arbeidsrelatie als complex en tijdrovend wordt ervaren. Die bevinding roept geen verbazing op. Wat niet iedereen zich realiseert, is dat de Belastingdienst niet heeft beschreven wat ‘schijnzelfstandigheid’, ‘kwaadwillenden’ of ‘ernstige kwaadwillenden’ precies betekent, terwijl deze begrippen wel in de brief worden gebruikt. Bij gebrek aan heldere definities, kunnen de conclusies in dit onderzoek slechts gebaseerd zijn op subjectieve aannames. De handleiding loonheffingen verschaft opdrachtgevers slechts ‘indicaties’ van gezag. Van ‘kwaadwillendheid’ weten we tot dusver alleen dat je het niet bent, zolang je de Belastingdienst maar niet tegenspreekt (zie halfjaarrapportage Belastingdienst april 2018). De tegengestelde rechterlijke uitspraken, waarmee kwaadwillendheid nu ook voorkomen kan worden, zijn er inmiddels in overvloed. Dat is wél nieuw beleid: je bent dus niet kwaadwillend bij een pleitbaar standpunt (een contra-indicatie van kwaadwillendheid?). Erkennen dat er wellicht een dienstbetrekking is, is voor opdrachtgevers de veilige weg Een zzp’er kan jarenlang ergens kernactiviteiten verrichten, zonder schijnzelfstandig te zijn. En zelfs bij pakketbezorgers valt niet met zekerheid te zeggen of zij zelfstandig zijn. Onzekerheid en de dreiging van een naheffing loonheffingen en eventuele boete, maakt dat het niet verwonderlijk is dat ‘sommige opdrachtgevers’ er voor kiezen om te erkennen dat ‘sommige arbeidsrelaties’ wellicht als dienstbetrekking moeten worden gekwalificeerd. Dat is de veilige weg. Je krijgt dan alleen een ‘voorwaartse aanwijzingen ’ of ‘suggestie’ om de feitelijke werkzaamheden van zzp’ers aan te passen. Onbeantwoorde vraag De fundamentele vraag –die helaas onbeantwoord blijft- is, wie in deze discussie nu eigenlijk de goeden en de kwaden zijn. De arbeidsmarkt blijft wachten op het antwoord op die vraag. In de brief wordt de suggestie gewekt dat overleg met de Belastingdienst mogelijk is, om vooraf zekerheid te verkrijgen over een arbeidsrelatie of modelovereenkomst. In de praktijk merken wij echter dat de Belastingdienst hierin uiterst terughoudend is. In tegenstelling tot het bericht van de staatssecretaris, geeft de Belastingdienst juist aan dat vooraf geen oordeel wordt gegeven over individuele situaties waarin gevraagd wordt om zekerheid. Op dit punt geeft de staatssecretaris naar onze mening niet het volledige beeld. Een nadere toelichting over de beoordelingen vooraf is wenselijk. Wie zijn nu eigenlijk de goeden en de kwaden? In de huidige handhavingsstrategie, lijkt de Belastingdienst liever achteraf schijnzelfstandigheid aannemelijk te maken. Hier is dat gebeurd door bij 61 van de 104 onderzochte opdrachtgevers een verdachtmaking neer te leggen. In verband met ‘vermoedelijk onjuist handelen’. Is dit nou een valse start van de handhaving van de wet DBA? We zullen zien. De staatssecretaris schrijft dat verdere precisering van de toezicht- en handhavingsstrategie volgt tegen de zomer van 2019. Hopelijk kan het tegen die tijd met gezag gepresenteerd worden. Jasper Commandeur, Fiscalist Geplaatst in ZP en Politiek | Tags Brainnet, wet dba | Laat een reactie achter
Belastingdienst: 6 van de 10 bedrijven handelt onjuist bij inhuur zzp. Geplaatst 5 maart 2019 door Hugo-Jan Ruts De fiscus heeft 104 bedrijven uit verschillende branches gecontroleerd op naleving van de Wet DBA. Bij 12 bedrijven stelt de Belastingdienst een vervolgonderzoek in, omdat de inspecteurs hen ervan verdenken dat ze bewust zzp’ers inhuren via een schijnconstructie. Er zijn tot op heden geen boetes uitgedeeld of naheffing opgelegd, schrijft staatssecretaris Menno Snel dinsdag aan de Kamer (zie hier) De Belastingdienst kondigde vorig jaar zomer aan dat de inspecteurs een steekproef zouden houden onder 104 bedrijven uit diverse branches en sectoren. Dit deden de inspecteurs in het kader van het “Toezichtsplan Arbeidsrelaties”, de controle op de naleving van de Wet DBA. Wel onderzoek, geen boetes De handhaving van de Wet DBA is opgeschort tot in ieder geval 1 januari 2020. De fiscus legt tot die tijd geen boetes op, behalve dan aan ‘kwaadwillende’ bedrijven. Maar voordat een bedrijf zo’n boete op de mat krijgt, vindt eerst een onderzoek plaats. En dat kan volgens de fiscus ‘enkele jaren’ duren. Dat er nog geen boetes zijn opgelegd tijdens de steekproef, is dus niet verrassend. Bij twaalf bedrijven wordt nu vervolgonderzoek ingesteld. “Het vermoeden van kwaadwillendheid wordt onderzocht”, schrijft de staatssecretaris. “Dit komt bovenop het onderzoek dat bij 8 opdrachtgevers al plaatsvindt naar kwaadwillendheid.” Staatssecretaris Snel wijst op de zware bewijslast voor de Belastingdienst als argument waarom er geen boetes zijn uitgedeeld. Zijn voorganger Wiebes had het ook met regelmaat over de ‘coachende rol’ van de Belastingdienst in dit dossier. Minder dan de helft doet het goed Uit de 102 bedijfsbezoeken kwam de Belastingdienst bij 45 bedrijven tot de conclusie dat er ‘voldoende kennis en ervaring met de huidige zzp-wetgeving (is) en de wet op de juiste manier wordt toegepast’. Dat is dus iets minder dan de helft. Bij de overige 59 bedrijven trekt de Belastingdienst “de conclusie dat bij het merendeel van de opdrachtgevers sprake lijkt van in meer of mindere mate onjuist handelen.” De staatssecretaris geeft een opsomming van wat er onder andere mis was: De werkzaamheden van de zzp’er zijn een wezenlijk onderdeel (kernactiviteit) van de bedrijfsvoering, wat een aanwijzing kan zijn voor werken in dienstbetrekking. Er is geen vervanging van de zzp’er mogelijk of wenselijk, en er lijkt tevens sprake te zijn van gezag. De zzp’er heeft geen mogelijkheid om zelfstandig zijn werk in te delen. De duur van arbeidsrelatie is dermate lang dat het werk van de zzp’er lijkt te zijn ingebed in de organisatie. Er lijkt sprake van een fictieve dienstbetrekking. Er wordt niet conform de modelovereenkomst gewerkt. Dit zijn punten die ook in het nieuwe Handboek Loonheffingen 2019 zijn opgenomen. Daarin is nog sprake van ‘indicaties’, uit de brief wordt niet duidelijk hoe zwaar de Belastingdienst deze punten nu weegt. Dat is wel relevant. lees ook: Reacties belangenorganisaties op brief Snel : bewijs noodzaak nieuwe regels rond inhuur zzp. Brief Belastingdienst handhaving Wet DBA laat fundamentele vraag onbeantwoord FNV: Onderzoek Belastingdienst noopt tot acuut handelen van het kabinet Waarom houden zij zich niet aan de wet? De Belastingdienst vroeg de bedrijven waarom zij zich niet aan de regels houden. Opdrachtgevers vinden de huidige wet- en regelgeving inzake de kwalificatie van een arbeidsrelatie complex en tijdrovend; De meeste opdrachtgevers zijn gemotiveerd om de wet- en regelgeving goed toe te passen, maar staan daarbij voor het dilemma om hun concurrentiepositie te behouden; Op de krappe arbeidsmarkt is niet altijd voldoende personeel voorhanden dat bereid is om de werkzaamheden in loondienst te verrichten; De (fiscale) voordelen van het ondernemerschap voor opdrachtnemers kunnen zwaarder wegen dan de zekerheden die een dienstbetrekking hen biedt; Ingehuurde personen willen per se werken als zzp’er. Dit geldt vooral in sectoren waar toenemende krapte op de arbeidsmarkt bestaat, zoals de ICT, het onderwijs en de zorg. Een interessante opsomming die duidelijk maakt hoe opdrachtgevers momenteel afwegingen maken, ook bij het ontbreken van scherpe regels over wanneer je nu wel of niet zzp’ers kan inzetten. Snel schrijft tot slot: “Bij de Belastingdienst melden zich ook steeds meer bedrijven die willen voldoen aan wet- en regelgeving maar zich ‘gedwongen voelen’ met opdrachtnemers te werken omdat opdrachtnemers niet meer in dienst willen treden en liever zzp-er zijn. De Belastingdienst is echter niet in staat om bij alle bedrijven tegelijkertijd onderzoek te doen. De Belastingdienst staat dan ook voor de uitdaging een toezicht- en handhavingsstrategie uit te werken die niet leidt tot marktverstoring en een gelijk speelveld creëert.” Zoals aangekondigd wordt het handhavingsmoratorium afgebouwd na invoering van nieuwe wetgeving. Gezien het hoge percentage opdrachtgevers dat niet werkt conform wat de Belastingdienst verwacht, valt er nog wel wat te doen in het geven van helderheid over die regels en in de voorlichting daarover. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags wet dba | 7s Reacties
Britse interimmers: hogere tarieven, somber over toekomst door Brexit en nieuwe inhuurregels Geplaatst 5 maart 2019 door TCP De ‘vertrouwensindex’ van Britse zelfstandig interim-professionals staat op een dieptepunt, namelijk op 48. Dat is het laagste punt sinds 2014, toen belangenbehartiger IPSE begon met de indexatie van het vertrouwen van Britse zelfstandig consultants, interim-managers en interim-professionals. Belastingregels Volgens de onderzoekers daalt het vertrouwen in de freelance-economie flink door brexit en de aangescherpte belastingregels, bekend onder de naam IR 35. Die regels zijn bedoeld om beter onderscheid te maken tussen werknemers en zelfstandigen. Ze gelden nu al in de publieke sector en worden waarschijnlijk uitgebreid naar het bedrijfsleven. Volgens onderzoek van IPSE kunnen de nieuwe regels kunnen vooral ongunstig uitpakken voor zelfstandig professionals die werk dat vergelijkbaar is met dat van personeel in dienst van de opdrachtgever. In de publieke sector zorgde IR 35 al voor omzetdaling van 13% (zie hier). Tarief stijgt Ondanks deze onzekerheid over de toekomst stijgen de tarieven voor freelancers wel fors. Het gemiddelde dagtarief is met 21% gestegen. De 600 respondenten uit het onderzoek rapporteren een omzet van bijna 29.000 euro per kwartaal. Meer dan de helft (54%) van alle freelancers verwacht dat zijn tarief in 2019 verder zal stijgen. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags Brexit, interim, interim management, internationaal, IR 35, management, tarieven, vertrouwen | Laat een reactie achter
Politieke discussie over Deliveroo is belangrijk. Maar niet urgent. Geplaatst 5 maart 2019 door Hugo-Jan Ruts Woensdagmiddag wordt het debat tussen minister Koolmees en de Tweede Kamer over het arbeidsmarktbeleid voortgezet. Het betreft een breed onderwerp: het gaat over iedereen die werkt (schaarste), wil werken (afstand tot de arbeidsmarkt), gaat werken (scholing) of heeft gewerkt (pensioen). Binnen dat brede onderwerp gaat er nogal wat aandacht naar Deliveroo, het maaltijdbezorgplatform dat bezorgers nu als zzp’er inhuurt in plaats van ze in loondienst te houden. Nu ben ik de laatste die beweert dat het niet zinvol is vanuit de politiek aandacht te hebben voor wet- en regelgeving rond het inhuren van zzp’ers. De vraag is wel of al die aandacht voor de Deliveroo-casus in overeenstemming is met de urgentie van deze case. Fundamenteler debat nodig dan het willen blussen van Deliveroo brandje Werknemers vervangen door zzp’ers, zoals Deliveroo doet, raakt natuurlijk een aantal fundamentele issues. Het gaat over keuzevrijheid (van de werkenden in de contractvorm die hij/zij wil), over ons collectief sociaal stelsel (waar zzp’er maar beperkt aan meedoen), over de reikwijdte van ons arbeidsrecht. In dit specifieke geval spelen de fiscale voorzieningen (zelfstandigenaftrek/MKB vrijstelling) dan weer geen rol in de discussie. Immers, het gros van de Deliveroo-riders zijn werkstudenten, die niet 1225 uur per jaar werken als zzp’er, en dus ook geen fiscaal extraatje krijgen. Dit zijn belangrijke discussiepunten. De werkgeversrol vervangen door een app en het concept loondienst vervangen door het zzp-construct, verdient een debat. Een debat dat wel verder reikt dat het willen blussen van dit Deliveroo brandje. Deliveroo casus mist urgentie Immers, wat is de urgentie van Deliveroo? We hebben het hier over 1.800 zzp’ers op een totaal van meer dan een miljoen. Het gaat hier over bijbaantjes van werkstudenten/scholieren (zie ook dit onderzoek, dat gaat over Belgie, maar de situatie hier is niet anders). Het is nu wel duidelijk (zie ook dit artikel in de Volkskrant) dat de riders van Deliveroo zich niet gedwongen voelen om als zzp’ers te werken; er immers genoeg werk voor hen in loondienst. Ze vervangen geen reguliere banen. Van ge-/misbruik maken van fiscale voorzieningen voor zzp’ers is hier geen sprake. Nee, ze bouwen geen pensioen op, maar dat doet de gemiddelde werkstudent in de horeca ook niet. Snipperbaantjes via platformen zijn vooralsnog een snipperprobleem Kranten in Nederland hebben de afgelopen tijd veel ruimte vrijgemaakt voor nieuwsberichten en columns over het onrecht dat Deliveroo zijn riders aandoet. Diezelfde kranten worden dan weer thuis afgeleverd door bezorgers die ook niet in loondienst zijn. Het fundamentele verschil tussen deze krantenbezorgers en pizzabezorgers is mij in ieder geval nooit duidelijk geworden. Kortom, deze snipperbaantjes via platformen zoals Deliveroo zijn vooralsnog een snipperprobleem. TNO maakt duidelijk dat er (maar) 30.000 zzp’ers werken via platformen. En dat zijn dan ook veelal jongere hoogopgeleide mannen met specialistisch werk. Niet echt een urgentie dus. Piketpaaltjes over nieuwe Wet DBA geslagen zonder debat Ondertussen wachten opdrachtgevers van zzp-end Nederland en die zelfstandigen met smart op regelgeving rondom de vraag wanneer je nu wel veilig als zzp’ers ingehuurd kan worden. Dat wachten duurt – na het verdwijnen van de VAR en het falen van de Wet DBA – nu al enige jaren. Vanuit de Kamer Deliveroo aangrijpen om te klagen dat die wetgeving ontbreekt is wat flauw. Immers, het falen van de Wet DBA mag elke politieke partij zich aanrekenen. Elke partij heeft in de Tweede en/of Eerste Kamer voor die wet gestemd en dus waarschuwingen daarover in de wind geslagen. Een nieuwe Wet die de Wet DBA moet gaan vervangen mag de ‘echte zelfstandigen’ niets in de weg leggen. Dat horen we ook uit de mond van iemand als Gijs van Dijk van de PvdA. Dat is mooi. Echter, in al die debatten en hoorzittingen in de Kamer die ik de afgelopen jaren heb gevolgd heb ik nooit enig richtinggevend debat gehoord over wat nu dan ‘echte zelfstandigen’ zijn. Kamer doet geen enkele pogingen om concreet te maken wanneer nu wel zzp’ers ingehuurd kunnen worden Vervolgens is de Belastingdienst met een lijst indicaties gekomen op basis waarvan iemand wel of niet als werknemer wordt gezien. Een lijst die vanaf 1 januari 2019 van kracht is. Het is een mix geworden van open deuren (zzp niet doorbetalen bij ziekte), verwarrende omschrijvingen (een zzp inzetten in verband met tijdelijke vervanging van iemand mag wel, als hij/zij maar niet op dezelfde manier werkt) tot opvallende teksten (leidinggeven is een contra-indicatie voor het zijn van zzp’er). Omdat deze lijst wel eens de piketplaatjes zou kunnen bevatten waarlangs de nieuwe wetgeving rond het kunnen inhuren van zzp’ers wordt ontwikkeld, zou je mogen verwachten dat ze enige aandacht krijgt van de Kamer. Maar nee. Wel een complete hoorzitting (vorig jaar) over 1.800 parttime Deliveroo riders, geen enkele aandacht voor deze regels die gaan over de vraag of naar schatting 300.000 zzp’ers nu wel of niet meer ingehuurd kunnen worden. Wel moties over het bestrijden van Deliveroo, geen pogingen om concreet te maken wanneer nu wel zzp’ers ingehuurd kunnen worden. Terwijl door het bespreken daarvan, en door het agenderen van de echte fundamentele discussie, het debat over het zzp-dossier eindelijk in beweging gebracht kan worden. Juist het bespreken van die criteria leidt tot kleur bekennen. Wat is anno 2019 passend en wat niet meer? Op die manier zou de Kamer ook vaart kunnen aanbrengen in het duidelijk maken wat er nu wél mag rond het inhuren van zzp. De vaart waar de Kamer zelf zo op hamert. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags deliveroo, Koolmees, Platformen | 1 Reactie
Flexbranche rijp voor verdere consolidaties Geplaatst 4 maart 2019 door Arthur Lubbers Overnames zijn schering en inslag in de flexbranche. Waarom azen investeerders op die flexbedrijven? En wat is een goed moment om als flexondernemer jouw bedrijf te verkopen? “Het momentum is nu. Het gaat nu goed en je weet nooit wanneer de muziek stopt.” Dat stelt Rob de Laat, die onlangs afscheid nam als voorzitter van de Bovib. Hij verkocht vorig jaar zelf zijn bedrijf Staffing MS (MSP) aan HeadFirst Source Group. Bij die deal was IRIS Corporate Finance (IRIS CF) in Capelle aan den IJssel betrokken, een boutique M&A-kantoor dat DGA’s en investeerders begeleidt bij overnames, onder meer in de flexbranche. Die samenwerking heeft ertoe geleid dat Rob de Laat nu als associate partner is toegetreden tot IRIS CF (lees hier). De Laat is een bekend gezicht in de flexbranche waarin hij al jaren als ondernemer en investeerder actief is geweest. Dat is dan ook de reden dat IRIS CF hem in huis heeft gehaald, legt managing partner Duncan Eduard uit. “Wij hadden al een mooi trackrecord qua transacties in flexbranche en met Rob binnen team hebben wij iemand die ook aan de andere kant van de tafel heeft gezeten, die veel marktkennis heeft en een echte adviseur van flexondernemers kan zijn.” Met de komst van De Laat wil IRIS CF haar pijlen nog meer richten op de flexbranche. Want het is een interessante markt, stelt. Eduard: “Wij zien veel gebeuren in de flexmarkt en er staat nog veel meer te gebeuren.” Consolidaties Want in de flexmarkt is een consolidatieslag gaande. Die wordt gedeeltelijk ingegeven door de marktvraag, legt De Laat uit. “De markt wordt transparanter; waar voorheen concurrenten überhaupt niet met elkaar spraken, zoeken steeds meer flexbedrijven nu de samenwerking. Dat is ook nodig, want de klantvraag wordt steeds lastiger, denk aan tenders en aanbestedingsprocedures. Om die deals binnen te halen moeten verschillende marktpartijen allianties smeden. Daarnaast eisen opdrachtgevers van flexbedrijven dat zij de regie over de inhuur op zich nemen. Niet voor niets zie je nu dat ook traditionele uitzenders met MSP-achtige oplossingen komen.” Volgens De Laat sta je als leverancier van flexkrachten voor de keuze om die regierol op je te nemen, te kiezen voor operational excellence – efficiency halen uit schaalvoordelen – of te kiezen voor specialisatie in een lucratieve nichemarkt. Die keuze dwingt tot consolidatie, stelt Tobias Taminiau, partner en fusie en overname-expert bij IRIS CF. Taminiau ziet dan ook twee type kopers van flexbedrijven. “Partijen die een niche willen toevoegen aan hun portfolio en partijen die gaan voor ‘groot en generiek’, die zijn geïnteresseerd in volume en willen door schaalgrootte succesvol worden.” En vooral door dat laatste zullen nog veel consolidaties in de flexbranche volgen, denkt Eduard. “Er zijn nog heel veel kleinere bureaus, die nog veel stappen kunnen maken qua efficiency en groei. Daar is daar nog veel winst te behalen.” De signalen staan op groen op de M&A-markt. Gunstige markt Dat maakt flexmarkt een heel interessante markt voor professionele investeerders. Tobias Taminiau ziet nog meer positieve kanten voor investeerders. “De flexibilisering van de arbeidsmarkt is een trend die doorzet. Dus de markt blijft groeien. En het is geen kapitaalintensieve markt, er zijn dus geen heel grote investeringen nodig. Het is relatief eenvoudig om door overnames verder te groeien en die schaalvoordelen te benutten.” En de signalen staan op groen op de M&A-markt. “De economie groeit, er is veel geld in de markt en door de lage rente is geld relatief goedkoop. De financiële markt is nu heel gunstig.” “Voor flexondernemers is dit hét moment om te overwegen om hun bedrijf te verkopen”, stelt De Laat. “Het momentum is nu. Het gaat nu goed, over een tijdje kan de markt op slot zitten. Je weet nooit wanneer de muziek stopt.” Dat steeds meer flexondernemers nadenken over verkoop van hun bedrijf is goed te verklaren volgens Eduard. “Veel ondernemers hebben de afgelopen jaren hun bureau opgebouwd, zijn sterk gegroeid en zitten nu aan hun plafond. Hoe groei je door van een bedrijf met 20 miljoen euro omzet, naar 60 miljoen? Dat is moeilijk. En die ondernemer is ooit begonnen om te ondernemen, niet om een grotere organisatie met meerdere managementlagen te leiden. Wil je toch doorgroeien, dan is de tijd misschien rijp voor verkoop van je bedrijf.” Exit-strategie? Kiest een flexondernemer voor verkoop van zijn bedrijf, dan is het aan een M&A-kantoor als IRIS CF om een juiste strategische partij of investeerder te zoeken. “Wij gaan voor een goede match, zo’n investeringspartij bijvoorbeeld moet wel bij het bedrijf passen”, zegt Taminiau. “En daar gaat altijd eerst de vraag aan vooraf ‘waarom wil je groeien en ben je op zoek naar investeerder?’” “Want wij zijn niet puur gericht op de deal”, benadrukt Eduard. “Daarin onderscheiden wij ons. Wij willen een partner zijn voor die DGA.” En juist daarbij kan De Laat als kenner en ervaringsdeskundige die flexondernemer bijstaan. “Ik ken de markt en de mensen kennen mij, dus de drempel is laag. Ik kan met hen sparren. Wij zijn er om hen inzicht geven en ondersteunen bij het maken van de beste volgende stap. Strategisch en uitvoerend. Ons advies zal dan ook niet per se een exit-strategie zijn. Misschien is het beter om eerst op een andere manier verder te groeien.” Eén tip wil De Laat daarbij wel alvast geven. “Veel bedrijven breiden uit in een richting omdat iets toevallig voorbij komt of omdat hun klant daarom vraagt. Dan kun je in een steeg terecht komen waar je misschien nooit in terecht had willen komen. Doe niet zomaar iets, maar denk vooral goed na over je groeistrategie.” Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags flexmarkt, overnames | Laat een reactie achter