Uitspraak in Deliveroo-zaak is slechts een tussenstation Geplaatst 22 januari 2019 door Martijn Arets Volgens de rechtbank Amsterdam zijn de maaltijdbezorgers van Deliveroo geen zzp’ers, maar werknemers. Die uitspraak deed de rechter afgelopen week. Op korte termijn verandert er niets voor Deliveroo. Bezorgers zouden een dienstverband kunnen eisen en aanspraak maken op alles dat in de cao Beroepsvervoer staat. Nadeel is dat zij dan een stuk minder vrij zijn. Ze moeten langer van te voren plannen wanneer ze willen werken en zijn dan verplicht alle opdrachten van de werkgever op te volgen. Volgens Deliveroo weigeren bezorgers 40 procent van de bestellingen zonder dat zij daar op worden afgerekend. Dat is voorbij wanneer zij in dienst zijn. Over wie gaat het? Vakbond FNV was vanzelfsprekend erg blij met de uitspraak. Toch was er ook kritiek, wat ZiPconomy-hoofdredacteur Hugo-Jan Ruts mooi in de volgende tweet samenvatte: “Ik herhaal het nog maar eens. De politiek aandacht voor Deliveroo riders (=minder dan 2000 parttimers, veelal studenten) problematiek staat in geen verhouding tot de stilte over debat goede afspraken voor 1 miljoen echte zzp’ers.” Daar wil ik aan toevoegen dat de veruit de meeste maaltijdbezorgers niet via een platform werken. Van hen hebben we geen idee wat de omstandigheden zijn. Eigenlijk niet over Deliveroo… De zaak tegen Deliveroo gaat eigenlijk niet over Deliveroo en zijn 2000 bezorgers. De zaak gaat over de angst van organisaties als FNV dat door platformisering mensen van een categorie met enkele zekerheid (en bijdrage aan onze welvaartsstaat) naar een status met geen zekerheid en zeggenschap verschuift. Begrijpelijk en belangrijk, maar het is zonde dat ze zoveel óver de platformwerkers praten en niet met hen. Want zij willen graag meer vrijheid: werken wanneer ze willen, klussen accepteren of weigeren als het niet uitkomt. En de flexibiliteit van het platformmodel is lastig te vangen is binnen een werkgever-werknemerrelatie. De discussie gaat voornamelijk over drie punten: De status van de aanbieder en het gegeven dat een werkgever-werknemerrelatie niet de flexibiliteit biedt die deze groep zoekt; De onduidelijkheid rondom algoritmes die bepalen wie welke klus krijgt; De discussie over reputatiedata. Hoe inzichtelijk zijn die? En kun je die data opvragen en overdragen? Status aanbieder Dat de werknemers flexibiliteit willen, is gebaseerd op aannames en eenzijdig onderzoek en bevindingen. We moeten uitzoeken wat deze doelgroep nu echt wil. Is dit een nieuwe doelgroep? Of verschuiven de flexibele werknemers van uitzendbureaus naar apps? Daarnaast moeten we uitzoeken hoe het komt dat een werkgever-werknemermodel (evt. via een payroll- of uitzendconstructie) niet voor platformen bruikbaar is. Dan heb ik het alleen over de flexibiliteit van het werk zelf, niet over het belastingvoordeel waarbij opdrachtgevers onder de streep minder betalen en opdrachtnemers netto meer verdienen. Misschien kunnen we bijvoorbeeld de regeldruk verlagen. Zo moet je als werknemer bijvoorbeeld minimaal drie uur achter elkaar werken. Dat is ooit een keer bedacht met een rede, maar wat zou er gebeuren als je daar één uur van maakt? Misschien is dit een mooie aanleiding om eens te toetsen of de bedachte variabelen uit het verleden nog steeds relevant zijn. Vage algoritmes Bijna alle partijen in het debat hebben wantrouwen over wat er in die black box van het algoritme gebeurt. Krijgt een aanbieder minder opdrachten als hij vaker een opdracht weigert? Krijgt iedereen dezelfde vergoeding? Het is belangrijk om te onderzoeken hoe deze grijze mist kan worden opgelost. Natuurlijk kun je zeggen dat de overheid inzicht moet hebben in deze algoritmes, maar ik denk niet dat dat de oplossing is. Ik denk meer aan een zogenaamde ‘trusted third party’. Een soort van algoritme- of data-accountant die kan controleren of afgesproken variabelen in het algoritme zijn verwerkt. Reputatiedata Als je als werknemers voor een ander platform wilt werken, dan wil je jouw reputatiedata mee kunnen nemen. In principe geldt in Europa natuurlijk al de AVG/GDPR. Je kunt dus al jouw data opvragen bij een platform. Op het moment dat platformen een standaard voor export van deze data afspreken, dan wordt het ook makkelijker om deze te exporteren en importeren. Dit is overigens ook van groot belang voor de platformen: zij kampen met het ‘newbie dilemma’. Een nieuw platform heeft in het begin moeite om klussen te krijgen, omdat er nog geen gebruikerservaringen zijn. Vragers kiezen vanzelfsprekend voor iemand met veel recensies. Het importeren van reputatiedata kan dat probleem oplossen. Natuurlijk is dat minder eenvoudig dan dat het lijkt. Als jij een goede waardering hebt als huizenverhuurder op Airbnb, betekent dat niet dat je ook een goede chauffeur voor Uber bent. Maar dat jij je afspraken nakomt, op tijd bent en snel reageert zeggen wel iets. Conclusie Hoewel de uitspraak van de rechter duidelijk is, zie ik het als een tussenstation in de discussies rondom de platformeconomie. Er valt nog veel uit te onderzoeken. Hoe kunnen we de flexibiliteit van het platformmodel gebruiken in de huidige modellen? We zijn er nog niet, wordt vervolgd… Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags cooperatie, Platformen, platformwerk | 2s Reacties
Opdrachtgever eist PayOK-certificaat van zijn uitzendbureaus. Check op naleving Wet Aanpak Schijnconstructies. Geplaatst 21 januari 2019 door Claartje Vogel PayOK is een nieuw certificaat voor uitzendbureaus en onderaannemers. Met dit keurmerk laten de bedrijven zien dat ze hun werknemers belonen volgens de cao. Dat is namelijk belangrijk voor opdrachtgevers. De eerste vier uitzenders ontvingen vrijdag hun certificaat. De keurmerken werden uitgereikt op het hoofdkantoor van Brand Energy & Infrastructure Services, de eerste opdrachtgever die het certificaat verplicht stelt voor zijn uitzenders. De eerste gecertificeerde uitzendbureaus zijn Jenz Engineering BV, Oranjeflex BV, Stammes Recruitment BV en Technojobs BV. Chris Slootweg (derde van rechts) van Brand Energy tussen de gecertificeerde uitzendbureaus. Wet Aanpak Schijnconstructies Het keurmerk voor uitzendbureaus is een initiatief van certificeringsbureau Cicero. De aanleiding voor het nieuwe certificaat is de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS). In die wet staat dat ondernemers aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de juiste beloning van werknemers in de hele keten, dus ook werknemers die in dienst zijn bij een onderaannemer of uitzendbureau. Als een uitzender de werknemers niet betaalt conform de cao, kunnen die werknemers het te weinig ontvangen loon opeisen bij de hoofdopdrachtgever. Verantwoordelijkheid nemen “Als ketenpartij is Brand Energy zelf natuurlijk ook geaudit” Zulke situaties wil dienstverlener Brand Energy & Infrastructure Services B.V. voorkomen. “We willen zeker weten dat uitzendbureaus waar we zaken mee doen zich houden aan de cao’s”, zegt Chris Slootweg, manager Flex Labour bij het bedrijf. “We nemen onze verantwoordelijkheid en vinden dat alle opdrachtgevers dit zouden moeten doen. Onderbetaling gaat ten koste van de medewerkers en ondermijnt normale concurrentieverhoudingen. We geven zelf het goede voorbeeld door ook aan het keurmerk te voldoen.” Voor Slootweg past dit keurmerk bij het MVO beleid van Brand Energy en doet de organisatie op deze manier een uiterste inspanning om risico’s in het kader van ketenaansprakelijkheid af te dekken. Meer bedrijven volgen Brand Energy is de eerste opdrachtgever die het keurmerk eist van uitzenders en onderaannemers. Volgens directeur Gerlof Roubos van stichting PayOK volgen er gauw meer. “De belangstelling voor PayOK is groot”, zegt hij. “Vooral vanuit bedrijven die werken met veel uitzendbureaus en onderaannemers krijgen we vragen. Deze bedrijven willen het risico op loonclaims voorkomen.” Daar is hij blij mee. “Dit is een zeer goede ontwikkeling en past precies bij het oogmerk van de Wet Aanpak Schijnconstructies.” De uitzendbureaus aanwezig bij de uitreiking noemde de audits pittig, maar ook zeer welkom. “Een onafhankelijk certificaat is voor onderscheid in de markt. Voor ons is het ook veel efficiënter wanneer je een keer goed geaudit wordt in plaats van losse audits van opdrachtgevers” Onafhankelijke toetsing Meer opdrachtgevers vragen om een keurmerk en uitzendbureaus komen aan die wens tegemoet. Volgens Van Leeuwen is de inspectie bij tientallen andere bedrijven in volle gang. “De afgelopen elf jaar heb ik de uitzendbranche steeds professioneler zien worden”, vertelt hij. Uitzendbureaus willen laten zien dat ze betrouwbaar zijn en vakkundig werken. Een keurmerk helpt daarbij. Opdrachtgevers en uitzenders vinden het soms nog lastig om te voldoen aan de wet. Hoe komt dat? Directeur Theo van Leeuwen van inspectiebureau Cicero: “Je moet echt transparante afspraken maken als opdrachtgever en uitzender. Als het mis gaat, komt dat vaak door gebrek aan informatie. Als een uitzendbureau niet weet onder welke cao iemand gaat werken, kan hij ook niet zorgen voor de juiste beloning.” Voordat je zo’n certificaat krijgt, moet je dus heldere afspraken maken. Verder is goede voorbereiding belangrijk, vertelt Van Leeuwen. “We toetsen niet alleen op procedures, maar ook op de werking van die procedures.” Echt anders Van Leeuwen benadrukt dat het echt een andere methode is dan bijvoorbeeld de SNA-controle. De inspecteurs kijken naar de procedures en systemen die een uitzendbureau gebruikt, vervolgens beoordelen ze de risico’s per sector. Die controle per sector is veelal nieuw voor uitzenders. Slootweg van Brand Energy bevestigt de noodzaak daartoe: “FNV heeft de branche op dat vlak goed de spiegel voorgehouden. De NEN-normen die gelden voor de uitzendbureaus voldoen niet voor een echte controle op naleving van de CAO’s.” De toetsing wordt uitgevoerd door onafhankelijke, geaccrediteerde inspectie-instellingen. Bureau Cicero heeft de PayOK-norm ontwikkeld, maar je kunt dus als uitzendbureau bij meer partijen terecht. Om te zorgen dat de certificering objectief is, heeft Cicero namelijk een stichting opgericht. Stichting PayOK beheert de norm en het register. De toetsing en inspectie omvatten de cao-regelingen van alle Nederlandse bedrijfstakken. Zie hieronder de video: Wat is ketenaansprakelijkheid? (ABU) Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Certificering, Cicero, keurmerk, PayOK, uitzendbureaus, WAS, Wet Aanpak Schijnconstructies | Laat een reactie achter
“Nieuwe gezagscriteria zzp’ers hebben forse ongewenste gevolgen.” Brancheorganisatie Bovib stuurt brandbrief aan Tweede Kamer. Geplaatst 21 januari 2019 door Claartje Vogel “Een weloverwogen besluitvormingstraject met inspraak van de Tweede Kamer was op zijn plaats geweest”, zegt Boris Emmerig, belastingadviseur bij Holla Advocaten en specialist op dit dossier. Het gaat om een notitie waarin de minister een aantal criteria opsomt waarmee de Belastingdienst kan bepalen of er een gezagsverhouding bestaat tussen een werknemer en een werkgever. Als een zzp’er voldoet aan die criteria, betekent dit dat de Belastingdienst hem niet ziet als zelfstandige maar als werknemer. Met alle gevolgen van dien. Scherp blijven “Nederland is murw geslagen door de slepende discussie over zzp’ers en de wet DBA”, zegt Tjebbe van Oostenbruggen namens de Bovib. “De minister schuift het dossier maar vooruit. Maar we moeten scherp blijven. De regels zijn namelijk enorm belangrijk en impactvol voor zzp’ers, opdrachtgevers en intermediairs.” Woensdag 26 november hebben Koolmees (Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid) en Snel (Staatssecretaris van Financiën) in een Kamerbrief laten weten dat de verduidelijking van het begrip gezag versneld wordt ingevoerd per 1 januari 2019. De notitie is opgenomen in het Handboek Loonheffingen en geldt nu als beleid voor de Belastingdienst. ‘Meer onzekerheid’ In de notitie beschrijft de minister in acht pagina’s hoe de belastinginspecteur kan beoordelen of er sprake is van een gezagsverhouding. Als dat zo is, mag iemand niet werken als zzp’er. Dan moet de werkgever dus loonheffing inhouden en afdragen. Dit leidt juist tot nog meer onzekerheid “Bovib wil graag meer duidelijkheid, maar dit leidt juist tot nog meer onzekerheid”, zegt Van Oostenbruggen. “De beoordeling aan de hand van meer dan veertig indicatoren is te complex en dubbelzinnig. Bij hoeveel indicatoren gaat het om een dienstverband? Hoe zwaar tellen de indicatoren? Er blijft veel interpretatieruimte voor de belastinginspecteur.” Bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering “En er staan hele vreemde dingen in de notitie,” vindt hij. Als voorbeeld noemt hij de bedrijfs- of beroepsaansprakelijkheidsverzekering als indicator voor een gezagsverhouding. Als een opdrachtgever zzp’ers verplicht zich te verzekeren, dan wijst dat volgens het Handboek op een gezagsverhouding. “Een beroepsaansprakelijkheidsverzekering als indicator voor een dienstverband, daar klopt toch niets van?” zegt Van Oostenbruggen. “Het is logisch dat sommige bedrijven dit van zzp’ers eisen, ze willen niet in de problemen komen als er iets mis gaat.” Tegenstrijdige criteria “Bovendien spreekt het bepaalde modelovereenkomsten tegen”, zegt belastingadviseur Emmerig. “Daarin staat dat een beroeps- of bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering juist het ondernemerschap bevestigt. Dit leidt dus tot verwarring in de praktijk.” Een andere indicator die zij vreemd vinden, is het aansturen van werknemers. Als een zelfstandige leiding geeft, wijst dat op een dienstverband. “Dat komt niet overeen met huidige jurisprudentie”, zegt Emmerig. “En het zou kunnen betekenen dat een interim-manager niet meer als zelfstandige kan werken. Dat kan niet de bedoeling zijn.” Wettelijke basis De belastingadviseur mist ook de wettelijke grondslag van veel indicatoren. “Waar halen ze het vandaan?” vraagt Emmerig zich af. “Dat de minister probeert duidelijkheid te scheppen, dat is vooruitgang. Maar we zijn er nog niet. Sommige elementen zijn zo dubbelzinnig dat alleen rechters en arbeidsrechtelijke specialisten ze kunnen begrijpen. En dan nog valt over de uitkomst te discussiëren.” De Kamer moet aansturen op een zorgvuldig, weloverwogen beleid Behalve dat bepaalde punten tegenstrijdig zijn, is de lijst indicatoren niet volledig. Emmerig: “Daar begint dus al de onduidelijkheid: wat ontbreekt er dan?” Oproep aan de Tweede Kamer Van Oostenbruggen merkt nu al dat bedrijven hun inhuurbeleid aanpassen op basis van het nieuwe handboek voor de fiscus. “Daardoor komt een groep zzp’ers onterecht niet meer aan het werk”, zegt hij. “Daarom roepen we de Tweede Kamer op om vragen te stellen aan minister Koolmees en staatssecretaris Snel. De Kamer moet aansturen op een zorgvuldig, weloverwogen beleid. Een beleid dat echt zorgt voor meer duidelijkheid op de arbeidsmarkt.” Branchevereniging Bovib heeft donderdag een brief gestuurd aan de vertegenwoordigers van de politieke partijen. De brief is hier te lezen. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags bovib, Koolmees, wet dba | 5s Reacties
“Accountants, let bij controle op naleving Wet late Betalingen” Geplaatst 21 januari 2019 door ZiPredactie ONL voor Ondernemers dringt er krachtig op aan dat accountants bij de controle van de jaarrekening 2018 actief vaststellen of bedrijven zich houden aan de Wet late betalingen. De ondernemersorganisatie ontvangt signalen dat grote afnemers hun mkb- en zzp-toeleveranciers en dienstverleners nog steeds te laat betalen. Dit is in strijd met de Wet late betalingen die sinds 2017 van kracht is. In een open brief roept ONL-voorman Hans Biesheuvel de accountants op om bij de controle van de jaarrekening 2018 goed te kijken of hun grote klanten zich aan de Wet late betalingen houden en alle misstanden te melden. Late betalingen zijn problematisch voor het MKB. Grote afnemers gebruiken hun inkoopmacht om ruime betalingstermijnen af te dwingen. Ondernemers moeten hierdoor tot 120 dagen wachten voordat hun facturen worden betaald. Ondertussen moeten ondernemers salarissen, toeleveranciers en andere rekeningen wel betalen. Dit zorgt voor grote risico’s, onzekerheid en extra (financierings-)kosten bij MKB-bedrijven. Sinds 2017 betalingstermijn beperkt Om de problematiek rondom onredelijk lange betaaltermijnen op te lossen heeft ONL in 2017 samen met Agnes Mulder (CDA) en Mei Li Vos (PvdA) de Wet late betalingen gerealiseerd. De wet beperkt de betaaltermijnen tussen grote ondernemingen en mkb- / zzp-ondernemers. Concreet bepaalt de wet dat afnemers die een factuur pas na 30 dagen betalen van rechtswege de wettelijke handelsrente verschuldigd zijn over de termijn die de 30 dagen overschrijdt. Bedrijven die zich niet aan de wet houden moeten ondernemers rente betalen en daar geld voor reserveren. Bij de controle van de jaarrekening 2018 zal blijken in hoeverre de grote bedrijven dat hebben gedaan. ONL ziet hier een actieve rol voor accountants weggelegd. Het onderzoeken en melden van niet-naleving van wetgeving past binnen de NOCLAR- (Non-Compliance with Laws and Regulations) gedragsregels van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags Wet late betalingen | Laat een reactie achter
Vrijdagondernemerstip: dit zijn de 86 dagen waarop jij in 2019 kan starten met een nieuw plan Geplaatst 18 januari 2019 door ZiPredactie Timing is everything. Bij het maken van nieuwe plannen focussen we ons vaak op het ‘wat’, op het ‘hoe’ en met ‘wie’. En niet te vergeten op het ‘waarom’. Maar te weinig denken we over ‘wanneer’. Althans dat vindt Dan Pink. Zijn laatste boek heet ‘When. The Scientific Secrets of Perfect Timing’. Pink, auteur van zes managementboeken die veelal zeker interessant zijn voor zelfstandigen en freelancers, heeft het in zijn ‘pink-cast’ (zie hieronder) over een onderzoek The Fresh Start Effect: Temporal Landmarks Motivate Aspirational Behavior van Hengchen Dai, Katherine Milkman, and Jason Riis. Sommige dagen blijken beter geschikt om nieuwe dingen op te pakken. Omdat die dagen de mens (onbewust) aanzetten tot iets rustiger werken en denken en anders denken. En, zo zegt Pink, 2019 heeft precies 86 dagen die heel geschikt zijn om te starten met een nieuw plan, idee of voornemen: De eerste dag van een maand Maandagen De eerste dagen van de lente, zomer, herfst of winter Feestdagen De eerste dag dat de scholen weer beginnen De eerste dag van een nieuwe baan of opdracht De eerste dag na een vakantie De dag dat je iets te vieren hebt (je verjaardag, trouwdag, de dag dat je je scheiding viert, zoveel jaar in dienst, etc.) Zoals wel vaker bij de ideeën van Dan Pink neem je het aanvankelijk misschien niet zo serieus, maar hij onderbouwt het toch altijd stevig… Dus wie weet. Pinkcast 2.11: 86 days this year when you can change your behavior | Daniel H. Pink Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags ondernemen | Laat een reactie achter
Kan een overeenkomst van opdracht geruisloos veranderen in een arbeidsovereenkomst? Geplaatst 17 januari 2019 door Ruby Samad Onlangs vroeg een cliënt aan mij of een overeenkomst van opdracht geruisloos kan veranderen in een arbeidsovereenkomst. Het was een zeer relevante vraag, omdat het gerechtshof Amsterdam kort daarvoor een arrest had gewezen waarin precies dit onderwerp werd behandeld. Het antwoord op de vraag is “nee”, het is namelijk niet zo dat een samenwerking op die manier kan veranderen, zonder dat partijen daarover nadere afspraken hebben gemaakt. En zonder dat er ineens loonbetalingen hebben plaatsgevonden in plaats van dat er facturen worden betaald. Een praktijkvoorbeeld Ik zal het verder uitleggen aan de hand van de casus waarover het gerechtshof moest oordelen. In die casus werkte de opdrachtnemer 2 jaar lang op regelmatige werktijden en bijna fulltime als bedrijfsleider voor een restaurant. Hij had wel zelfstandigheid, maar moest naar eigen zeggen veel verantwoording afleggen aan de opdrachtgever over hoe hij zijn werkzaamheden uitvoerde. Toen het restaurant op enig moment de overeenkomst van opdracht opgezegde, claimde de opdrachtnemer dat er eigenlijk sprake was van een arbeidsovereenkomst. De werknemer voerde daarvoor aan dat sprake zou zijn van een gezagsverhouding. Hoe werd de kwestie beoordeeld? Om de vraag te beantwoorden of de overeenkomst van opdracht was overgegaan in een arbeidsovereenkomst bepaalde het gerechtshof dat van belang is: 1. wat partijen bij het aangaan van de overeenkomst voor ogen stond, en 2. hoe partijen uitvoering hebben gegeven aan de overeenkomst. Duidelijk werd dat partijen bij aanvang en ook daarna altijd voor ogen hadden een overeenkomst van opdracht met elkaar aan te gaan, geen arbeidsovereenkomst. Er waren in de loop van de tijd ook geen andere afspraken gemaakt over hun samenwerking. Verder speelde mee dat de opdrachtnemer zich als eenmanszaak had laten registeren bij de KvK en dat hij gedurende de samenwerking facturen stuurde. De overeenkomst van opdracht bleef in casu dan ook in stand. Van belang is onder meer wat partijen bij het aangaan voor ogen stond Onduidelijkheid door werkwijze Belastingdienst Het bestaan van een gezagsverhouding/ het geven van instructies vormt een punt van extra aandacht. Definitie volgens Belastingdienst De Belastingdienst stelt namelijk dat instructies van de opdrachtgever alleen gericht mogen zijn op het eindresultaat en niet op de uitvoering van de opdracht, dus op de wijze waarop u de opdracht laat uitvoeren (of, uitvoert). Anders zou namelijk een gezagsverhouding kunnen worden aangenomen. Definitie volgens de wet De wet bevat echter een specifiek artikel (art. 7:402 BW) over de instructiebevoegdheid van de opdrachtgever. En in die wettelijke instructiebevoegdheid staat dat een opdrachtgever het recht heeft instructies te geven die toezien op de uitvoering van de opdracht. Het geven van dergelijke instructies past volgens de wetgever kennelijk wel degelijk binnen de kaders van een overeenkomst van opdracht (wat naar mijn mening ook best voor de hand ligt). Gevolg voor de praktijk De Belastingdienst gaat echter voorbij aan de wettelijke instructiebevoegdheid van de opdrachtgever en hanteert een eigen, beperktere, definitie. Dat betekent dat, als u een modelovereenkomst gebruikt waarin u verwijst naar de wettelijke instructiebevoegdheid, de Belastingdienst de overeenkomst toch afkeurt. Onlogisch? Ja. Helaas is het wel iets waar u rekening mee dient te houden bij het (laten) opstellen van uw modelovereenkomsten. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags arbeidsovereenkomst, wetgeving, zzp contract | 1 Reactie