Maandelijkse archieven: november 2017

Nieuwe banen dankzij AI

Robots nemen ons werk over. Technologie heeft altijd meer banen gecreeerd dan dat het heeft vernietigd. We gaan naar een wereld zonder werk. Wie had ooit gedacht dat miljoenen mensen konden leven van het maken van applicaties voor telefoons?

Allemaal uitspraken die je vaak hoort in het debat waarbij iedereen het zeker weet, maar we in werkelijkheid geen idee hebben of er meer banen vernietigd worden of dat er meer bij gaan komen. De ‘wetenschappelijke experts’ op dit gebied zijn 50-50 verdeeld over de kwestie.

Een ding weten we wel zeker: het soort werk dat mensen doen zal over 10 tot 20 jaar radicaal anders zijn dan nu.

(meer…)

Geplaatst in Toekomst visie | Laat een reactie achter

Column: Werkplatforms als Bermuda-driehoek?

De stormachtige groei van online werkplatforms houdt de gemoederen van iedereen behoorlijk bezig. Biedt de opkomst van platformwerk nieuwe kansen of wordt de markt van arbeidsbemiddeling overhoop gegooid, zoals Airbnb heeft gedaan met de hotelmarkt? Gisteren stond dat onderwerp op de agenda tijdens een rondetafelgesprek van de Vaste Commissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de Tweede Kamer.

Aan de ene kant leveren platforms een positieve bijdrage aan de economie en de arbeidsmarkt. Ze brengen nieuwe bedrijvigheid en innovatie, zorgen voor meer werk, maken verborgen werk loonvormend en zorgen voor een laagdrempelige toegang tot werk.

Maar platformwerk roept ook vragen op over de juridische positie van platforms en platformwerkers.

Lijkt een beetje op uitzendbureau-discussie

Een deel van de platforms lijkt op uitzendbureaus in de zin dat ze zich bezighouden met het ter beschikking stellen van arbeid en het bij elkaar brengen van vraag en aanbod. Ze vallen echter niet onder de WAADI, die bijvoorbeeld het vragen van een tegenprestatie van de werkende verbiedt en eisen oplegt aan de gelijke arbeidsvoorwaarden en arbeidstijden.

Platformwerkers werken veelal ten onrechte als ‘zelfstandige’ aan de ‘onderkant’ van de arbeidsmarkt. Ze moeten vaak (in)direct betalen voor de dienstverlening van platforms en zijn vaak onverzekerd.

Een (zelf)regulerend kader is gewenst.

Ik ben ervan overtuigd dat platformwerk verbieden geen zin heeft. Het is er en zal verder groeien. Maar platformwerk mag geen Bermuda-driehoek zijn, waarin rechten en plichten van werkenden en werkgevers verdwijnen.

Een kader is gewenst

Een kader is daarom dringend gewenst. Een kader dat ruimte biedt om de dienstverlening van platforms verder te ontwikkelen en tegelijk erop toeziet dat essentiële spelregels worden vastgelegd. Bijvoorbeeld over een gelijk speelveld voor intermediairs en platformwerk en het voorkomen van schijnzelfstandigheid en concurrentie op loonkosten van platformwerkers. Maar ook over de eigendomsrechten van individuele data en de betrouwbaarheid en meeneembaarheid van de reputatiedata.

De opkomst van platformwerk versterkt wat mij betreft de behoefte aan het loskoppelen van sociale zekerheden en contractvorm. In die zin is regulering van platformwerk onderdeel van een grotere discussie over de noodzakelijke hervormingen op de arbeidsmarkt.

De ABU heeft over dit onderwerp onderstaande whitepaper geschreven: 

Wat zijn de gevolgen  van de platformwerk

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | Laat een reactie achter

Vrijdagondernemerstip: In je eentje is kansloos. 4 redenen om op zoek te gaan naar partners

Als je iets wilt ondernemen, is het van belang om relaties aan te gaan. Ondernemen doe je niet alleen. Het is in gesprek zijn met anderen: partners en publiek. Met jouw idee ontsteek je als het ware een motor. Er liggen echter ook een aantal gevaren op de loer, wanneer we alleen maar denken vanuit individuen, en vooral vanuit onszelf. Er zijn vier belangrijke redenen om in jouw onderneming, binnen of buiten een grotere organisatie, op zoek te gaan naar partners.

 

1. Je leert jezelf kennen door je in te zetten voor de ander

Het is een misvatting dat we onszelf beter leren kennen door naar binnen gericht te zijn. De neiging om alles terug te brengen tot onszelf is een extreme vorm van individualisme, vertelt de Deense professor Svend Brinkmann. In zijn boek Standvastig: Onder alle omstandigheden jezelf blijven is zijn vertrekpunt dat liefde naar buiten stroomt, naar een ander toe. En dus niet naar binnen, naar jezelf toe. Zijn pleidooi is dan ook dat je jezelf leert kennen, door je in te zetten voor de ander. Zelfkennis komt niet van binnen uit, maar vanuit een relatie met anderen.

 

2. Het gaat er niet om wie je bent, maar hoe je bent

Uiteindelijk gaat het niet om wie je bent, maar hoe je bent. Pedagoog Gert Biesta waarschuwt voor het infantiele verlangen naar identiteit. Je kunt prachtige beelden hebben over wie je zelf bent. Als het echter niet naar buiten komt, als ik er bij jou niets van zie; wat is het dan waard? Uiteindelijk komt het er op aan ‘hoe je bent’. Dat krijgt gestalte in de mensen met wie jij werkt.

 

3. Mensen zijn op hun best wanneer ze samen iets moois maken

Mensen zijn op hun best, wanneer ze samen iets moois maken. Dat is een uitspraak van de Eindhovense hoogleraar Mathieu Weggeman. De kern van deze uitspraak is dat innovatie ontstaat in gezelschappen. Wanneer we met elkaar ideeën bedenken ontstaat er echte vernieuwing. Kennis zit niet alleen tussen de oren, maar ook tussen de neuzen. Ben jij in staat om productief samen te werken met anderen? Dan bouw je aan sociaal kapitaal. Dat is een duurzame productiefactor voor jouw onderneming.

 

4. Een onderneming waarbij meer mensen betrokken zijn, is minder kwetsbaar

Een onderneming waarbij meer mensen betrokken zijn, is minder kwetsbaar. Draait iets alleen op jouzelf? Sta jij zelf in het middelpunt. Pas op! Dat is een kwetsbare situatie. Als jij uitvalt of wegvalt, betekent dat het einde van jouw idee.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , | Laat een reactie achter

Werken in de platform-economie. Hoe groot is het probleem eigenlijk?

Morgenochtend staat er een hoorzitting op de agenda van de Tweede Kamer over het werken in wat de ‘platform-economie’ wordt genoemd. De economie waarbij de vertrouwde werkgever vervangen is door een app, die vertelt waar en hoe laat er een ‘gig’ te doen is. Iemand die een taxirit nodig heeft, een pizza die bezorgd moet worden, een huis dat schoongemaakt moet worden.

Directe aanleiding is het bericht dat maaltijdbezorger Deliveroo voortaan met zzp’ers wil werken en die vervolgens niet meer per uur wil betalen maar per bezorging. Werknemers vervangen door zzp’ers, dat is de bijl aan de wortel van ons arbeidsbestel, zo stelden de vakbonden. Fietskoeriers die ineens ondernemer zijn, dat was toch niet de bedoeling van het nobele ‘zzp-statuut’, zo was een andere gehoorde opvatting.

Genoeg reden om een halve dag vrij te maken in ons parlement om in drie sessies een reeks aan belanghebbenden en experts aan het woord te laten.

Maar hoe groot is het probleem nu eigenlijk? En dan heb ik het niet over de problemen van die Deliveroo-fietskoeriers die – al dan niet gedwongen – zzp’er worden. Daar heb ik al eens iets over geschreven (zie Deliveroo & zzp’ers: simpelweg boeven of aanleiding voor nuttig debat?). Wat ik hier bedoel: hoe groot is de platform-economie vanuit een macro-perspectief nu werkelijk? En rechtvaardigt dat alle aandacht die ervoor is?

Hoeveel werk gaat er rond in de platform-economie?

Die vraag beantwoorden is nog niet zo heel eenvoudig. Om te beginnen is er de vraag: wat is nu eigenlijk ‘werken in de platform-economie’? Daarover bestaan verschillende opvattingen en definities. Er zijn jobboards en marktplaatsen die de vraag en het aanbod voor opdrachten van zelfstandigen faciliteren, maar dat maakt het mijn inziens nog geen onderdeel van de ‘platform-economie’. Alleen onderdelen van het recruitmentproces verlopen dan digitaal.

Een fors deel van de Nederlanders verkoopt wel eens wat op Marktplaats. Airbnb zorgt in de grote steden voor een aanzienlijke inkomstenbron. Dat zijn voorbeelden van de ‘sharing economy’, maar dat is niet ‘werken via de platform-economie’ (al worden er via Marktplaats ook diensten van aangeboden).

Het iLabour-onderzoeksproject aan de Universiteit van Oxford hanteert een strakke scheidslijn. Zij kijken naar werk dat via een online platform van opdrachtgever naar zelfstandig werkende gaat, zonder dat die zelfstandige ook fysiek bij de opdrachtgever aanwezig is. Werk op afstand dus. Vooral IT en creatieve ‘gigs’ vliegen zo de wereld over. Upwork is daarin de dominante speler. De meeste opdrachtgevers zitten in de VS. De meeste opdrachten worden uitgevoerd in Azië.

‘Human cloud workers’

Staffing Industry Analysts (SIA) in de VS hanteert een soortgelijke definitie. Zij hebben het over ‘human cloud workers’. Het platform zorgt voor het werk (vraag/aanbod bij elkaar brengen), faciliteert zowel de ‘match’ als de ‘gig’ en draagt zorg voor de financiële transactie. In de regel betaalt de opdrachtgever het platform en het platform de freelancers. Het verschil is de marge voor het platform (in die zin niets anders dan traditionele bemiddelaars).

SIA presenteerde op een conferentie over de ‘gig economy’ twee maanden geleden cijfers over hun berekeningen over de omvang van de wereldwijde gig economy, met de ‘platform-economie’ als onderdeel daarvan. Ze kunnen daar wel met enig gezag over praten. Interessant is dat zij niet alleen kijken naar wat ‘gig-workers’ zelf zeggen, maar ook data gebruiken die ze van de platformen zelf krijgen.

De gig-economy is voor SIA een optelsom van zelfstandigen (independent contractors/self employed), tijdelijke werknemers (tijdelijk arbeidscontract), mensen die via een overeenkomst-van-opdracht werken (SoW, niet per uur maar per project/taak), mensen die via bureaus werken (uitzend, detachering) en de ‘human cloud’, de platform-economie.

‘There is no Uber-economy’

De totale omzet van al die vormen van flexibele arbeid is volgens het SIA maar liefst iets meer dan  3.500 miljard dollar. Ongeveer 60% van die omzet gaat naar de zelfstandigen, een kleine 20% heeft te maken met ‘tijdelijke werknemers’. De rest naar de andere categorieën. 1,5% heeft te maken met de ‘platform-economie’. Nog steeds 47 miljard, maar wel een klein deel van de hele wereld van ‘flex’.

En van die 47 miljard gaat een fors deel naar één type platform: taxi’s. In andere woorden: Uber en in toenemende mate Lyft en het Chinese Didi Chuxing.  Of te wel: “There is no Uber economy, there is only Uber”. En juist Uber wordt al aan alle kanten aangepakt. In de UK was deze week wederom een uitspraak dat de chauffeurs daar helemaal geen zelfstandigen zijn.

De Amerikaanse arbeidseconomen Lawrence Katz en Alan Krueger schatten de totale ‘platform-economie’ in op 0,5% van de Amerikaanse arbeidsmarkt en stellen dat Uber daar in zijn eentje de helft tot twee derde van inneemt. De hele platformeconomie is macro-economisch gezien beperkt. Upwork, verreweg het grootste platform voor professionele opdrachten, heeft een totale omzet van ‘maar’ iets boven het miljard. Als je de omzet van Uber (en haar lookalikes) weglaat, blijft er niet veel over. In andere woorden: “Micro-jobs is een micro-probleem”, zoals Paul Verschueren, directeur Research & Economic Affairs van Federgon, eergisteren zei in een debat over de freelance markt bij de SER-Vlaanderen in Brussel.

Ook in Nederland is de platformeconomie klein

En Nederland dan? TNO kwam vorig jaar met een eerste onderzoek naar de situatie in Nederland. Uitkomst: 12% van de Nederlanders vindt werk in de platformeconomie. Dat zijn 1,4 miljoen Nederlanders. Ik durf wel wat vraagtekens bij die uitkomsten te zetten. Ten eerste gaat het om 12% van de ondervraagden die zegt ‘wel eens inkomen uit werk verworven te hebben via een platform’. ‘Wel eens’ maakt je nog geen platform-werker. Ik geef wel eens een trap tegen een voetbal, dat maakt me nog geen voetballer.

Als je wat inzoomt dan komt TNO met het cijfer dat ongeveer 600.000 mensen minimaal eens per maand een inkomen verwerven via werken via een platform. Dat blijft een flink aantal. Waar halen ze dat werk dan vandaan?

TNO noemt voorbeelden als Werkspot, Upwork, Villamedia, Croqqer en Uurtjeover. Dan hebben we Uber. En natuurlijk Deliveroo, Thuisbezorgd en vergelijkbare bezorgapp’s.

Werkspot is marktleider. Er staan daar 8.100 klussers ingeschreven. Ik heb data van Upwork gezien (we staan op nummer 12 qua land met het aantal gegeven opdrachten, maar niet in de top 20 van uitgevoerde opdrachten): hooguit een paar duizend Nederlanders die daar maandelijks werk uit halen. Villamedia: 3.600 ingeschreven media-zzp’ers. Uber: er zijn 7.450 zzp-taxichauffeurs volgens de KvK (privé rijden via Uber, of te wel UberPop, is verboden in Nederland), van wie vast en zeker een flink deel (soms) via Uber werkt. Deliveroo: 1.750 koeriers (bijna allemaal een paar uur per week). Thuisbezorgd: waarschijnlijk een vergelijkbaar aantal (die zijn trouwens in loondienst en blijven dat). En dan zijn er nog een paar kleinere in die sector.

Bij elkaar opgeteld kunnen het er mijn inziens nooit meer zijn dan enkele tienduizenden.

Wat bij het TNO-onderzoek mogelijk misgaat, is dat respondenten bijvoorbeeld het vinden van een opdracht op freelance.nl of via LinkedIn ook als ‘platformeconomie’ zien. Terwijl dat natuurlijk in feite ‘normale’ freelance opdrachten blijven.

Platformeconomie wel beetje in perspectief blijven zien

Hooguit enkele tienduizenden platformwerkers (en dat is misschien nog aan de hoge kant). Waarvan er zeer velen dat parttime doen, naast de studie of als aanvullend inkomen. Op een totale werkende beroepsbevolking van 8,5 miljoen mensen.

Werkspot en Uber zijn verreweg de grootsten. Via Werkspot loopt per jaar naar eigen zeggen 350  miljoen euro aan opdrachten (niet zelden is dat inclusief materialen). Uber zou in Nederland wel eens een vergelijkbare omzet kunnen hebben. Natuurlijk, dat zijn indrukwekkende bedragen. Maar ook dat valt in het niet met de 65 miljard per jaar (zeer ruwe schatting) aan flexwerk dat wordt ingevuld door zelfstandigen, tijdelijke werknemers, uitzendkrachten en gedetacheerden.  Waarbij opgemerkt dat je nog wel kunt afvragen over een klussenwebsite als Werkspot nu wel echt het karakter van platform heeft, omdat Werkspot hier niet in de plaats komt van een werkgever. Het is meer een moderne versie van de Gouden Gids.

Laten we dus de ‘hele platformeconomie’ een beetje in het juiste perspectief blijven zien.

Een tijdige discussie is goed, maar geen paniekvoetbal

Dergelijke marginale aantallen willen overigens nog niet per se zeggen dat er geen reden is voor discussie. De  ‘online labour index’ van het iLabour project van de Universiteit van Oxford (ze monitoren de grootste online platformen als Upwork) laat een flinke groei zien. Dat platformen een steeds grotere rol spelen in het (her)verdelen van werk is evident.  In die zin is een tijdige discussie goed.

Maar niet te veel paniekvoetbal graag. Het door het nieuwe kabinet aangekondigde de facto verbod op het inhuren van zzp’ers onder een bepaald tarief haalt straks wel de scherpste randjes uit de ‘kwetsbare zzp’-discussie. Een debat over hoe dat te implementeren, ook ten aanzien van het ‘stukloon’, lijkt me op dit moment relevanter.

In het Britse Taylor Report: ‘Good Work’ and platform technology benefits staat te lezen: “Platform based working offers welcome opportunities for genuine two way flexibility and can provide opportunities for those who may not be able to work in more conventional ways. These should be protected while ensuring fairness for those who work through these platforms and those who compete with them.” Niet bestrijden dus, maar kanaliseren.

Paul Oyer van Stanford University, tot slot, doet veel onderzoek naar de platform-economie (hij was daarvoor onder andere zelf een tijdje Uber-chauffeur). Op de genoemde conferentie over de gig-economy in Dallas waarschuwde hij ook voor te snelle aanpassingen van wetgeving. Er zijn ‘downsides’ maar de hele platformeconomie evolueert razendsnel en is nog lang niet uitgekristalliseerd. Daarbij had hij de wijze opmerking dat aanpassing van wetgeving noch het vaste contract noch het gig-werken moet stimuleren. Het zou daarvan moeten losstaan. Het wel of niet willen en kunnen werken in de platform-economie, of andere delen van de gig-economy, moet afhangen van keuzes die je zelf wilt maken, niet van dwingende regelgeving.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | 3s Reacties

De vele gezichten van zelfstandigen in Europa.

Zelfstandig ondernemerschap wordt op Europees niveau actief gestimuleerd en gezien als een manier om waardevolle werkgelegenheid te creëren. Tegelijkertijd zoeken overheden, zowel op nationaal als op Europees Niveau, naar een manier om voor die ondernemers een betere sociale bescherming in te richten. Die schijnbare tegenstelling kan alleen verklaard worden door de diversiteit van de groep zelfstandigen te erkennen.

Mathijn Wilkens deed voor Eurofound, een agentschap van de EU, onderzoek naar zelfstandig ondernemers. Hij maakte een nuttige categorisatie. In het onderstaand artikel legt hij meer uit over dat onderzoek. En de conclusie dat er naast de succesvolle, zelfredzame, zelfstandig ondernemers ook een flinke groep ‘kwetsbare zelfstandigen’ is.  

While the Europe 2020 strategy actively promotes entrepreneurial self-employment as a means to create good jobs, policy makers at national and EU level are actively looking at better social protection for self-employed workers. Understanding this paradox requires looking beyond the ‘self-employed’ label and acknowledging it as an umbrella term covering a widely differing group of workers.

A new study by Eurofound shows that while some self-employed live up to the image of the entrepreneurial, independent workers who decide for themselves when and how to work, others are less fortunate and are stuck in precarious and dependent work situations.

Despite the growing debates, self-employment in the EU has in fact not increased in decades, remaining stable at around 15% of the EU labour force. This is largely the result of the shrinking agricultural sector – which traditionally has a high proportion of self-employed – counterbalancing the rise in services. Also, the trend for Europe as a whole masks significant country differences: in places like the Netherlands, the share of self-employment is rising more than in others. And the composition is changing: the share of self-employed with employees is declining, whereas the share of self-employed without employees is on the rise, especially those working part-time.

Eurofound’s European Working Conditions Survey (EWCS) shows that for one in five self-employed workers, self-employment was the only viable option as there were no other work alternatives. This is important because, as a recent study commissioned by the European Parliament shows, the likelihood of ending up in precarious employment is higher for those who did not choose to become self-employed. The biggest concern for these workers is lack of social protection, as acknowledged by the European Pillar of Social Rights which advocates the right to fair and equal treatment regarding working conditions, access to social protection and training, regardless of the type of employment relationship.

While there are increasing concerns about social protection and working conditions among self-employed workers, self-employment is also encouraged as a means of promoting entrepreneurship, innovation and job creation within the Europe 2020 strategy. This paradox results from different policy makers talking about different types of self-employed workers. To make sense of the political discourse at work here we need to know who exactly the self-employed are. Also: Who needs social protection and who is sufficiently covered? We explored this diversity of the self-employed in the EU28 and investigated their coverage in social protection systems in a new Eurofound report.

We use data from the EWCS to cluster the self-employed into groups with broadly common characteristics. The results show that in terms of their working conditions, the self-employed can be roughly divided into five distinct groups.

On one side of the spectrum we find the types of self-employed that the Europe 2020 strategy seeks to promote – entrepreneurial independent self-employed, often enjoying higher earnings and more autonomy which is reflected in healthier, happier and longer working lives. Two of the five clusters – labelled ‘employers’ and ‘stable own-account workers’ – represent about half of the self-employed. The ‘employers’ are a group of self-employed with employees, while the ‘stable own-account workers’ do not employ any employees. Both groups are more likely to be self-employed out of choice.

Left Behind

The opposite is the case for one in four self-employed labelled ‘vulnerable’ and ‘concealed’ –representing together roughly the size of Austria’s population. These are the self-employed the European Pillar of Social Rights seeks to protect as they generally are in more precarious situations, with lower levels of income and job security, more dependent and with less working autonomy. They experience, overall, unfavourable working conditions and this seems to correspond to lower levels of health and wellbeing. Both the ‘vulnerable’ and ‘concealed’ in some respects resemble employees as they are more likely to depend on one client only (especially the ‘vulnerable’) and have less autonomy (especially the ‘concealed’).

The picture is more mixed for the cluster labelled ‘small traders and farmers’, combining both favourable and unfavourable working conditions. They tend to be economically independent and work autonomously, but find it hard to do their job. More than 70 percent work six or seven days a week and find it difficult to take time off. Like the ‘vulnerable’ and ‘concealed’ their health, well-being and job satisfaction is lower than for the ‘employers’ and ‘stable own-account workers’.

Despite elevated risks for the self-employed, social protection systems in the EU primarily cater for the standard employment contract. We show in the report that especially coverage for unemployment, sickness and accidents at work is lacking for the self-employed in most member states. The member states provide strongly differing levels of social protection in terms of access, coverage and the extent of coverage for the self-employed. All social protection systems are to some extent hybrids, but some countries (Sweden, Finland, Denmark) are more inclusive and provide largely the same protection for self-employed as for employees since it is largely based on universal schemes. Others have specific, parallel, systems for the self-employed while yet another group of countries mix these options by making certain schemes voluntary for self-employed.

Between The Legal Cracks

Approaches to dealing with the ‘in-between’ category of workers – formally self-employed but in practice employee – vary as well. Some have categorised economic dependence as abuse of the self-employment status and have introduced legal definitions to identify and combat bogus self-employment. In Italy, for example, the self-employment contract is deemed unlawful when the relationship with the client lasts a long time, remuneration covers most of the worker’s income and s/he actually works at the client’s premises.

Others have clarified the criteria for determining employment status in an attempt to reduce ambiguity: Belgium considers subordination and autonomy at work as criteria for distinguishing between the two. Spain uses similar criteria to classify workers in a completely different ‘third’ status called the ‘dependent autonomous workers’ or ‘trabajadores autónomos económicamente dependientes’, with a set of workers’ rights and obligations. Others use a hybrid approach, as in Austria where ‘free service contractors’ or ‘freie Dienstnehmer’ are considered employees for social security purposes and self-employed for tax purposes.

What can we take away from this? Our analysis of the EWCS shows the self-employed in Europe are a very heterogeneous group and no one-size-fits-all solution exists. For some, self-employment is an opportunity to grow a business and create jobs or have a better work-life balance. This should be facilitated. Others may be confronted with the worst of both worlds by risking economic dependency and precariousness while not being covered in social protection systems. These workers deserve a response from policy makers.

Mathijn Wilkens

Mathijn Wilkens is a research officer at Eurofound. He joined in 2015 and works on projects about job quality and its effects on health and well-being, often using the European Working Conditions Survey. He was previously a researcher in the Netherlands focussing on labour, income and social policy.

 

Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags , , , | Laat een reactie achter

Zzp’ers en de pleistertjes van de arbeidsmarkt

En ja hoor, er is weer een onderzoek gedaan naar ‘de flexibele schil’. Dit keer door TNO, zo meldt NRC. En ook hier wordt het ‘probleem’ grotendeels teruggebracht tot de al dan niet onverantwoorde gang van zaken aan de onderkant van de arbeidsmarkt en waarin geconcludeerd wordt dat veel bedrijven ‘geen strategie’ hebben voor de inzet van hun flexibele schil. Blijkbaar is iedereen gewoon een beetje in het wilde weg bezig met uitzendkrachten inhuren. Omdat ze goedkoper zijn. Of omdat concurrenten dat ook doen. TNO-onderzoeker Verbiest noemt het ‘even snel een pleistertje plakken’.

Onzekerheidsreductie

Nu is strategie één van de meest misbruikte woorden en ik denk dat TNO hier niet helemaal op het juiste spoor zit. In 1996 – ja, vorige eeuw – schreef ik mijn scriptie over ‘mobiliteit’ en wijdde een hoofdstuk aan flexibiliteit. Over interne, externe, structurele en operationele flexibiliteit.

Over de toenemende rol van de dienstverlening en andere ontwikkelingen die nog niet worden gevolgd door een nieuwe inrichting van de arbeidsmarkt. Mijn conclusie toen: werkgevers hanteren wel degelijk een strategie, te weten een onzekerheidsreducerende. Ik zag ongeveer dezelfde problemen als TNO nu: flexibele werkers zijn minder betrokken en ze verlaten de organisatie snel, waardoor steeds weer nieuwe mensen moeten worden ingewerkt en vanuit carrièreperspectief is dit bovendien totaal niet aanlokkelijk. Nogmaals: dit was in 1996.

Onontwarbaar

Die nieuwe inrichting van de arbeidsmarkt is er nog steeds niet, er is geen reden om de huidige, blijkbaar goed werkende strategie te vervangen, dus voorlopig gaan we nog even door met pleistertjes plakken. Sinds de eeuwwisseling is er echter wel iets bijgekomen: de zzzp’er (de zelfverzekerde zzp’er), óók een gevolg van ontwikkelingen (waaronder overigens diezelfde onzekerheidsreducerende werkgevers – als jij niet voor mij wilt zorgen, doe ik het zelf wel).

Maar daardoor is de groep ‘flexibele werkers’ blijkbaar een dusdanig onontwarbaar geheel geworden, dat zelfs TNO de zaak niet meer helemaal op een rij krijgt en alles op één hoop gooit, gevolgd door de conclusie dat een te grote flexibele schil onwenselijk is en dat daar iets aan gedaan moet worden. Bijvoorbeeld door hem kleiner te maken en te investeren in flexwerkers. Hier ben ik het helemaal mee eens. Tenminste, als het gaat om uitzendkrachten, payrollers, nulurencontractanten en andere los-vaste verbanden voor mensen die daar zelf niet de voorkeur aan geven.

Vrijheid of bescherming

Dat is bij (de honderdduizenden) zzp’ers niet aan de orde. Niet alleen zijn ze tevredener dan mensen met een vast dienstverband (en al helemaal tevredener dan mensen met een flexibel dienstverband), hun rol en functie is ook een andere en in het TNO-onderzoek komt dat niet goed tot z’n recht.

Een beter advies zou zijn: maak nou eindelijk eens vaart met de herinrichting van de arbeidsmarkt. En laat daarbij niet alleen de – al dan niet onzekerheidsreducerende – strategie van organisaties of de moeizaam uitonderhandelde politieke compromissen een rol spelen, maar ook de vraag wat mensen nodig hebben. Vastigheid of vrije ruimte. Structuur of autonomie. Met andere woorden: een arbeidsmarkt met vrijheid voor wie dat wil en bescherming voor wie dat nodig heeft. Dat was in 1996 een goed idee en dat is het nog steeds.

(het rapport van TNO is hier te vinden) 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags | 2s Reacties