Ook bij onze zuiderburen zijn de freelancers behoorlijk positief Geplaatst 13 juli 2017 door Peter Boerman Nauwelijks pensioen. En al helemaal geen verzekering voor arbeidsongeschiktheid. In het meeste nieuws rondom de recente Zelfstandigen Enquête Arbeid van CBS en TNO ging het met name over de schaduwkanten van het zzp-bestaan. Bijna zouden we daardoor vergeten dat de toon van het hele rapport opvallend positief is. Zo blijkt bijna de helft van alle zelfstandig ondernemers zonder personeel nu optimistisch over hun financiële situatie. Ook zijn ze in 2017 vaker tevreden met hun inkomen en werkzekerheid (het kunnen vertrouwen op voldoende opdrachten). Tel dat op bij eerder onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau, waar zzp’ers ook al als meest gelukkige werkers naar voren kwamen, en de conclusie is simpel: dat zzp’er zijn, dat is zo gek nog niet. Niet zo vreemd dus dat in dat SCP-onderzoek slechts 6 procent van de zzp’ers aangaf het zelfstandigenbestaan best weer te willen ruilen voor een baan in loondienst. De zelfstandige is vaak gelukkig Dit geluk blijkt trouwens ook geen typisch Nederlands verschijnsel. Ondanks dat in Nederland misschien méér zzp’ers actief zijn dan in welk ander land ook, leidt ook elders een zelfstandigenbestaan vaak tot tevredenheid. Zo zeggen bijvoorbeeld ook freelancers in België heel tevreden te zijn met hun bestaan, met een gemiddelde score van 7,9 op 10. En freelancers actief in de IT en in de financiële of administratieve sectoren scoren zelfs nog hoger, zo blijkt uit de Freelance Barometer van juni 2017, een onderzoek dat kennisplatform NextConomy recent uitvoerde bij 250 respondenten. Bijna driekwart van de respondenten zegt te verwachten dat 2017 een beter jaar wordt dan 2016. Dat komt enerzijds omdat het aantal opdrachten stijgt, maar anderzijds ook omdat die opdrachten interessanter worden. Freelancers die actief zijn in de wereld van marketing/communicatie of logistiek/supply chain hebben de meest positieve verwachtingen. Mensen die werken op operationeel niveau zijn op dit moment al het meest tevreden. Van hen verwacht 78% in 2017 een beter jaar, tegenover ‘slechts’ 68% van de freelancers op tactisch niveau. Freelancers die met name actief zijn in Vlaanderen zijn iets positiever ingesteld dan freelancers in Wallonië of Brussel, maar het verschil is verwaarloosbaar. Voor- en nadelen Freelancen is een leven met voor- en nadelen en niet voor iedereen weggelegd. Van alle deelnemers aan het onderzoek zegt minder dan 7% dat ze freelancen uit noodzaak. De rest doet dat uit vrije wil. Gevraagd naar de voor- en nadelen gaven de deelnemers de volgende punten: Top 3 voordelen Ik ben mijn eigen baas (60%) Ik kan mijn eigen projecten kiezen (50%) De kans om nieuwe dingen te leren die me echt boeien (40%) Top 3 nadelen Minder sociale zekerheid dan werknemers (56%) Onzekere inkomsten (50%) Vinden van klanten (43%) Vinden van opdrachten Van alle respondenten zegt 90% vooral opdrachten te vinden via het eigen professionele netwerk. Daarnaast wordt opvallend vaak LinkedIn genoemd als bron van opdrachten. Met 50% is LinkedIn het tweede kanaal voor freelancers om aan opdrachten te komen. Zo’n 30% krijgt projecten via ex-opdrachtgevers, bijna een kwart via intermediairs en 20% vindt opdrachten op gespecialiseerde websites voor freelancers. Freelance Barometer in België De Freelance Barometer bevroeg 250 freelancers uit België. De respondenten komen uit alle beroepsgroepen en regio’s met gelijkmatige verdeling over alle niveau-opdrachten (strategisch, tactisch of operationeel). Het merendeel van de respondenten voert vooral langere opdrachten bij één opdrachtgever uit, een specifieke groep binnen de gehele freelancemarkt. De Freelance Barometer is een initiatief van NextConomy , het Belgische ‘zusje’ van ZiPconomy. Het onderzoek zal regelmatig herhaald worden. NextConomy geeft met de Freelance Barometer een beter inzicht in de stand van zaken in de markt van freelancers, hun motieven en wensen. Geplaatst in Professioneel inhuren | 2s Reacties
Internet is niet het antwoord (en dus ook niet voor freelancers) Geplaatst 12 juli 2017 door Mark van Assema In het boek Internet is not the answer gaat Andrew Keen terug naar de redenen van het ontstaan van het internet, nu zo’n 25 jaar geleden. Wat een plaats had moeten zijn vol democratie en vrijheid is volgens hem verworden tot een geldmachine voor de happy few, “de 1%-economie”. Is in dit boek ook de verklaring te vinden van wat de meeste freelancers al weten? Namelijk: dat je een opdracht liever vindt via je netwerk dan via een internetsite of app… Behoorlijke zwartkijker Keen wordt vaak gezien als een behoorlijke zwartkijker. Door zijn ongezouten mening treedt hij ook vaak op als tegenspreker van alle helden die het internet lijkt voort te brengen. Het woord ‘internet’ in de titel van zijn boek is wel enigszins misleidend, want het gaat eigenlijk alleen over sociale netwerken, deelplatforms, Google en Amazon. Er zijn ook andere internettoepassingen waarvan de oprichters niet rijk worden. Maar dat niet alles in het boek uit 2015 overdreven is, blijkt wel als Keen het internet en de industrie erachter een plaats noemt waar blanke, mannelijke ontwikkelaars en start-up-oprichters het niet zo nauw nemen met de waardigheid van vrouwen. Om de waarde van die voorspelling te zien, hoef je alleen maar naar de recente gebeurtenissen bij Uber te kijken. Daar zijn 20 managers – inclusief de CEO – ontslagen of op non-actief gezet wegens vermeende seksuele intimidatie. Gratis werken doen we allemaal! Het boek van Keen gaat ook over gratis arbeid. Het betoog dat hij daar houdt is wel van een andere orde dan de #tegendebakker-beweging, maar raakt er tegelijkertijd wel aan. Keen stelt namelijk dat we in feite allemaal, een paar minuten tot soms uren per dag, gratis werk leveren aan de sociale netwerken. Hoe dan? Neem de fotografiesector. Keen gaat naar het stadje Rochester waar vroeger Kodak gehuisvest was. De wijk met straatnamen als Innovation Way en Creative Drive, waar ooit 47.000 mensen betaald werk verrichtten, is nu uitgestorven. Toch worden er nu meer foto’s gemaakt dan ooit tevoren. Alleen waren er slechts 13 softwareontwikkelaars bij Instagram nodig om te bereiken dat het bedrijf in 2012 voor 1 miljard dollar door Facebook werd gekocht. Ondertussen hebben ze wel 700 miljoen (april 2017) onbetaalde fotografen ‘in dienst’. Hoewel niemand zich ‘in dienst’ zal voelen bij de sociale netwerken die je gebruikt, ben je dat in zekere mate wel. De content die jij op zo’n platform plaatst wordt vaak eigendom van dat platform, lees de kleine lettertjes maar eens. Door content te plaatsen wordt jouw profiel steeds preciezer te benaderen voor adverteerders. Die (verwachte) reclame-inkomsten zijn de oorzaak van de waardestijging van deze ondernemingen. Leidende maatstaf daarin is het aantal actieve gebruikers – jij en ik dus. Online tarieven tonen werkt niet voor flexwerkers Wat is dan de link tussen gratis werken voor de sociale netwerken en betaalde opdrachten voor freelancers? Op freelanceplatformen in Amerika, zoals Upwork en Fiverr, zie je nu al duidelijk een race naar de laagste tarieven zichtbaar worden. Je kunt bij die laatste site bijvoorbeeld al bij meer dan 12.000 schrijvers een artikel bestellen van 400 tot 600 woorden. En dat voor maar 4,38 euro. Door de ultieme transparantie op dit soort platformen móét je wel met je tarief naar beneden om nog maar een béétje kans te maken op een leuke klus. Ondertussen trekken die platformen toch veel freelancers aan en wordt hun marktwaarde hiermee steeds groter. De conclusie kan zijn dat transparantie op internet alleen werkt voor grote partijen. Zodra mensen prijzen zien, gaan ze op zoek naar de goedkoopste. Menig offline detailhandel sector verliest de strijd van de online winkels, omdat de detailhandel niet kan leven bij de lage marges van die grote partijen. Freelancers kunnen de strijd tegen dit soort platformen op eigen houtje dus ook nooit winnen. Specialiseren is beter Op websites waar freelancers worden ‘verkocht’ op een manier zoals dat ook gaat met boodschappen, boeken of kleding, draait het businessmodel om het vergelijken van standaardproducten. Dan kan er altijd wel iemand goedkoper leveren, bijna tot de kostprijs aan toe. Maar freelancers zijn geen standaardproducten. Zakelijk succesvolle freelancers weten dat specialiseren het sleutelwoord is. Een tekstschrijver die net zo makkelijk iets schrijft voor een hondentrimsalon als voor een softwareleverancier levert oppervlakkige artikelen. En kan dus nooit een goed tarief vragen. Websites of apps waar je kunt zoeken op specialismen kunnen wél werken voor freelancers. Prijs is op zo’n platform hooguit een ‘indicatie’. Van zulke platforms zijn helaas echter nog niet veel goede voorbeelden. Daarom kunnen de meeste freelancers op dit moment nog steeds het best hun toevlucht zoeken in waar ze gelukkig altijd al goed in waren: netwerken. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags arbeidsmarkt, freelancers | 1 Reactie
Nieuwe CBS-cijfers over zzp’ers geven ‘onvolledig beeld’: waar zijn de broodfondsen? Geplaatst 11 juli 2017 door Pierre Spaninks De vandaag verschenen Zelfstandigen Enquête Arbeid 2017 (ZEA) van TNO en het CBS laat er geen twijfel over bestaan: voor de oude dag van zzp’ers hoeft minder gevreesd te worden dan vaak gesteld, voor arbeidsongeschiktheid echter wel. Zo zegt 3 op de 4 zelfstandig ondernemers zonder personeel ‘iets’ te hebben geregeld als pensioenvoorziening, variërend van pensioen opbouwen in de eigen woning tot een beleggingsrekening. Daarentegen is de arbeidsongeschiktheidsverzekering is echter nog steeds niet populair. Slechts 1 op de 5 betaalt er premie voor. Waar zijn de broodfondsen? Een opmerkelijk groot verschil? ZZP-expert Pierre Spaninks wil er wel een nuance bij plaatsen. ‘Het zou een vergissing zijn om uit dit onderzoek stellige conclusies te trekken’, zegt hij. ‘Zeker niet beleidsmatig. De cijfers in het onderzoek zijn slechts gemiddelden over een heel diverse groep zzp’ers: zowel fulltimers die veel belang hebben bij inkomensverzekeringen als parttimers voor wie die een stuk minder relevant zijn. Bovendien wordt als het over arbeidsongeschiktheid gaat alleen gekeken naar de gangbare verzekeringsproducten. Oplossingen zoals de snel opkomende broodfondsen blijven buiten beschouwing. Daardoor geven de cijfers een onvolledig beeld van de werkelijkheid.’ Een AOV? Liever niet! Zelfstandigen die geen arbeidsongeschiktheidsverzekering hebben afgesloten, geven daarvoor in het onderzoek verschillende redenen op: Ruim 70% vindt zo’n verzekering te duur, met name in de bouw en recreatie. Bijna een kwart geeft aan het financiële risico zelf te kunnen dragen. Dat zijn vooral 55-plussers die nog maar een beperkte periode tot hun pensioen hoeven te overbruggen. Daarnaast geeft ruim een vijfde als reden aan dat men kan terugvallen op het inkomen van de partner. Dat zijn met name vrouwelijke ondernemers zonder personeel. Tot slot geeft 14% aan verzekeraars niet te vertrouwen. In de bouw speelt dat zelfs bij 25% van de onverzekerden. Net als bij het pensioen hangt ook het afsluiten van een AOV samen met de financiële situatie van de onderneming. Hoe beter ze er financieel voorstaan, hoe vaker zelfstandig ondernemers zonder personeel zijn verzekerd tegen de gevolgen van arbeidsongeschiktheid. Reactie Pierre Spaninks De Zelfstandigen Enquête Arbeid 2017 komt op een politiek gevoelig moment, zegt Spaninks. ‘Er is veel te doen over de verzekeringen en de pensioenen van zzp’ers, en vanuit een somber beeld van de omstandigheden waarin zzp’ers zouden verkeren, dringen verschillende partijen aan op verplichte collectieve regelingen.’ Daarom is het belangrijk om deze (zoveelste) cijfers op hun juiste waarde te schatten, zegt hij. En dan komt hij toch wel een paar opmerkelijke dingen tegen. ‘Zo bevat de ZEA 2017 cijfers over het jaar 2015, voor de groep van bijna 900.000 zzp’ers voor wie het zzp-inkomen het hoofdinkomen was. Voor ongeveer 60% van die groep was dit zzp-inkomen ook het enige inkomen. Voor de overige 40% was het zzp-inkomen dus het voornaamste inkomen, naast neveninkomsten uit bijvoorbeeld loon, een uitkering, of een pensioen. Zelfstandigen met alleen een zzp-inkomen hadden in 2015 een persoonlijk inkomen (omzet minus kosten, voor belastingen) van bijna 36.000 euro. Zelfstandigen met neveninkomsten hadden gemiddeld een zzp-inkomen van 26.000 euro en neveninkomsten van 7.500 euro. Beide groepen zijn zeer heterogeen, met name wat betreft de tijd die ze aan de onderneming besteden. Voor de zuiverheid van de discussie was het beter geweest om het onderzoek nadrukkelijk te richten op de groep zzp’ers die fulltime werkt en voor wie het zzp-inkomen het enige inkomen is. Voor andere groepen zijn maatregelen om zzp-inkomen te beschermen immers minder relevant. Door die andere groepen wel mee te nemen, wordt het gemiddelde beeld van ongunstiger’, stelt hij. ‘Jezelf verzekeren kan op meerdere manieren’ En dan is er nog een belangrijke omissie aan het rapport, concludeert Spaninks. ‘De ZEA 2017 laat voor wat betreft de pensioenen van zzp’ers een positiever beeld zien dan andere onderzoeken. Dat beeld is in lijn met de bevindingen van de WRR in het recente rapport Voor de zekerheid. Interessant aan de cijfers die TNO en CBS presenteren over voorzieningen voor de oude dag, is dat ze niet alleen betrekking hebben op de gangbare pensioenproducten van financiële instellingen, maar ook op typische ondernemers-oplossingen zoals het opbouwen van waarde in de onderneming en het opbouwen van vermogen door aflossingen van de hypotheek op de eigen woning. Des te meer valt op dat, als het gaat over maatregelen tegen de financiële gevolgen van arbeidsongeschiktheid, TNO en CBS alleen kijken naar één specifieke oplossing: de AOV. Maar net als bij voorzieningen voor de oude dag, zijn ook daar meerdere mogelijkheden voor. Denk alleen al aan de broodfondsen, die sterk in opkomst zijn. Dat de situatie van zzp’ers qua arbeidsongeschiktheid zoveel slechter lijkt dan die qua pensioenen, zal mede komen doordat daaraan geen aandacht is besteed. Juist nu in de politiek weer wordt aangedrongen op een verplichte AOV voor zzp’ers, was het verstandig geweest als de onderzoekers zich ook op dat terrein breder hadden georiënteerd. Nu geven de cijfers helaas een onvolledig beeld van de werkelijkheid.’ Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags aov, arbeidsongeschiktheid, pensioen, verplichte verzekeringen, verzekeringen | 5s Reacties
āOverheid, pak je rol en verbeter de digitale marktplaatsenā Geplaatst 11 juli 2017 door Peter Boerman ‘Democratie is de slechtste regeringsvorm ooit, met uitzondering van al die andere vormen die van tijd tot tijd zijn uitgeprobeerd’, schijnt Sir Winston Churchill ooit te hebben gezegd. Misschien gaat de analogie wat ver, maar min of meer hetzelfde zou je kunnen zeggen van de dynamische aankoopsystemen, kortweg: ‘dassen’, die de afgelopen jaren op tal van plekken bij de overheid zijn ontstaan. ‘Ik denk serieus dat een DAS de allerbeste systematiek is om de belangen van de leverancier te dienen’, zegt bijvoorbeeld een optimistische Paul Oldenburg, specialist externe inhuur bij Staffing Management Services, en een van de auteurs van het handboek Professioneel Inhuren van Flexibele Arbeid. Maar voor iemand als Mark Bassie van het Comité voor Marktplaatsgebruikers is het glas nu nog hooguit halfvol. ‘Er gaat nog veel niet goed’, zegt hij. Waarna hij in sneltreinvaart een paar van de in zijn ogen belangrijkste tekortkomingen opsomt: versnippering, intransparantie, onduidelijke communicatie, ouderwets eenrichtingsverkeer. En, ook niet onbelangrijk: voor zzp’ers is het sinds de introductie van de dassen steeds moeilijker, soms vrijwel onmogelijk, geworden om nog (direct) een klus voor de (semi-)overheid uit te voeren. Of het nou om een ministerie, een gemeente, een ziekenhuis of bijvoorbeeld het UWV gaat; zzp’ers vissen vrijwel steeds achter het net. Klachten op waarde schatten Om die klachten op waarde te kunnen schatten, eerst nog maar even een stukje uitleg. De DAS is een direct gevolg van de nieuwe Aanbestedingswet, die 1 juli vorig jaar is ingegaan. Daarvoor bestonden ze ook al wel, als online ‘marktplaats’, maar sinds vorig jaar hebben ze dus een legale, Europese status. Een DAS is een plek waar een overheidsdienst opdrachten openbaar kan maken, waarna in principe iedereen (nadat die daarvoor gekwalificeerd is) kenbaar kan maken de opdracht te willen uitvoeren. Op basis van vooraf gemaakte criteria wordt vervolgens besloten wie de klus krijgt. So far, so good. De nieuwe Aanbestedingswet heeft bovendien ervoor gezorgd dat de regels strenger geworden zijn. Zo moeten afwijzingen nu gemotiveerd worden, net als de uiteindelijke gunning. Ook mogen kosten niet in rekening gebracht worden bij de leveranciers die meedingen naar een opdracht. En de eisen moeten ‘proportioneel’ zijn. Nog niet overal enthousiasme Allemaal regels die zouden moeten helpen de leveranciers te beschermen. Maar in de praktijk hebben ze nog niet overal geleid tot enthousiasme. Integendeel zelfs, zegt Bassie. ‘Ik hoor heel veel leveranciers zeggen: zoek het maar uit, ik doe niet meer mee.’ Ze vinden het te complex, te veel geregel, te ondoorzichtig. ‘Ik hoor heel veel leveranciers zeggen: zoek het maar uit, ik doe niet meer mee.’ Eén van de problemen is dat elke aanbestedende dienst zijn eigen DAS heeft, waarvoor de leverancier zich moet kwalificeren. Dat leidt tot inmiddels meer dan honderd verschillende dassen in Nederland, met allemaal net even andere regeltjes. ‘En als je bijvoorbeeld verhuist, moet je dat overal zelf aanpassen’, zegt Bassie. ‘Er is geen centraal systeem.’ Al die verschillende systemen, dat zorgt er mede voor dat opdrachten slecht vindbaar zijn. ‘Het is moeilijk allemaal bij te houden.’ Een punt dat Oldenburg beaamt. ‘Die versnippering, daar hebben wij als DAS-aanbieder ook last van. Het is namelijk in ons belang dat die match tot stand komt. Anders hebben wij als onafhankelijke partij geen rol meer.’ Maar dassen van meerdere aanbestedende diensten gecombineerd? Dat ziet hij er toch niet van komen. ‘De wet zegt dat je een eigen systeem moet instellen waarin je je eigen spelregels duidelijk maakt. Ik zie dus in de wet geen ruimte om dat te clusteren.’ TenderNed kan wél Alhoewel, zegt hij er ook bij, de centrale overheid kan daar natuurlijk wel ‘heel makkelijk’ een rol in spelen. Bijvoorbeeld door op TenderNed alle aanbestedingen van de dassen te publiceren. Ook Bassie ziet daar wel iets in. ‘En zet dan niet alleen alle dassen in een lijstje onder elkaar. Ik wil ook het liefst zien wat voor opdrachten daar dan opstaan, en dat makkelijk door kunnen zoeken. Per regio bijvoorbeeld, maar ook per vak. Stel: ik wil alleen HR-opdrachten doen. Dan is het toch fijn als ik daarop kan zoeken?’ ‘Bij de Rijksoverheid is totaal geen interesse voor dit onderwerp’ Maar, zeggen beiden ook: dat zien ze er nog niet zo snel van komen. Waarom eigenlijk niet? ‘Bij de Rijksoverheid is totaal geen interesse voor dit onderwerp’, zegt Bassie. ‘Toen ik 3 jaar geleden bij Economische Zaken ging praten over het toenemende aantal marktplaatsen, keken ze me glazig aan: Waar heb je het over? En toen ik uitlegde wat probleem was, zeiden ze: dan ga je maar naar de aanbestedende dienst, daar gaan we niet over. En eigenlijk is er in die houding 3 jaar lang helemaal niets veranderd. De voorlichting over de DAS richt zich uitsluitend op aanbestedende diensten, niet op leveranciers en zzp’ers.’ Een soort ANVR-voorwaarden Bassie heeft bijvoorbeeld gevraagd om uniforme registratie en inhuurvoorwaarden, die voor alle dassen gelden. ‘Vergelijk het met de ANVR-voorwaarden. Die zijn ook in samenspraak met de markt tot stand gekomen. Niemand weet precies wat erin staat, maar je weet wel: dan zit het goed. Het zou het voor leveranciers wel veel makkelijker maken als we zoiets ook voor dassen hebben. Maar ook voor de aanbestedende diensten, denk ik.’ Oké. Maar waarom moet de centrale overheid dat doen? Bassie: ‘Omdat de overheid het nu laat liggen. En er bestaat toch zoiets als overheidsvoorlichting? EZ werkt toch ook voor het bedrijfsleven? Als je zelf procedures verzint, moet je ze toch ook uitleggen? Bij de Belastingdienst zegt de overheid ook niet: ga maar naar een accountant. Nee, dan hebben we de belastingtelefoon. Waarom zou zoiets niet ook kunnen als het gaat om aanbestedingen? Dat ze uitleggen: hoe werkt zo’n systeem? Hoe werkt de gunning? Waar moet ik als leverancier rekening mee houden?’ Primeur: een leveranciers-dag Oldenburg is het hierin met Bassie eens. Zijn bedrijf levert de systemen aan aanbestedende diensten om een DAS mogelijk te maken. En is daarin naar eigen zeggen zelfs marktleider. Maar dat wil nog niet zeggen dat het de hele markt kan sturen, benadrukt hij. De klachten van leveranciers trekt hij zich wel aan, zegt hij. ‘Daarom organiseren wij 19 juli ook voor het eerst een leveranciersdag. Gewoon, om die dialoog goed op gang te krijgen. Dat wordt voor ons ook best spannend. Het is een dag van leveranciers in de zorg, die zijn ingeschreven op een DAS. We zijn ook van plan daarvoor een paar inlenende organisaties uit te nodigen. Enerzijds omdat het dan voor leveranciers aantrekkelijker wordt om ook te komen, anderzijds om met elkaar de discussie te kunnen voeren.’ ‘Zoals het vroeger ging, met een voorkeurskandidaatje hier en daar, dat gaat nu niet meer’ Want ja, zegt hij: ‘Ik denk serieus dat een DAS de allerbeste systematiek is om de belangen van de leverancier te dienen. Zoals het vroeger ging, met een voorkeurskandidaatje hier en daar, dat gaat nu niet meer.’ Maar, geeft hij meteen toe, ‘dan moet je inderdaad nog wel een hoop verbeterslagen maken.’ En als de overheid het niet doet, dan wil hij de uitdaging als marktleider inderdaad zelf wel aan. Om nog maar eens met een citaat van Churchill te besluiten: ‘If you’re going to hell, keep going’. Dit is de eerste in een serie van 3 verhalen over dynamische aankoopsystemen. Lees ook: Marktplaats voor inhuur moet gewoon mogelijk blijven Zelfstandigen winnen slechts 1 op de 8 opdrachten op marktplaatsen Marktplaats inhuur personeel: in hoeverre is dat een Dynamisch Aankoop Systeem? Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags DAS, dynamisch aankoopsysteem, dynamisch aankoopsystemen, marktplaats, marktplaatsen, StaffingMS | 1 Reactie
Helft ZZP’ers heeft nog niets geregeld voor pensioen (en velen zijn dat ook niet van plan) Geplaatst 10 juli 2017 door Peter Boerman De oude dag staat vaak helemaal onderaan de to-do-list bij startende ondernemers, zo concludeert onderzoek dat Motivaction begin dit jaar uitvoerde in opdracht van Stichting Pensioenregister (Mijnpensioenoverzicht.nl), onder 424 zzp’ers die al minstens 5 jaar zelfstandig zijn. Van de helft van de respondenten die zegt nog niets te hebben geregeld voor het pensioen, zegt het grootste deel dit voorlopig ook niet van plan te zijn. Te weinig inkomsten Pensioen? Dat komt later wel, zo lijkt de heersende gedachte in het onderzoek. Dat heeft trouwens ook direct met geld te maken. Bijna de helft van degenen die voorlopig niet van plan zijn iets voor hun pensioen te regelen, noemt hiervoor ‘nu te weinig inkomsten’ als belangrijkste reden. Ook speelt al dan niet bewuste onwetendheid een rol. Een substantiële groep (41%) zegt zelfs nog helemaal niet gezocht te hebben naar informatie over het pensioen. Dit blijken relatief vaak vrouwen te zijn, aldus het onderzoek. Wel is er één positieve kanttekening: bijna drie kwart van de ondervraagden blijkt al wel pensioen te hebben opgebouwd bij eerdere werkgevers, dus voordat ze zelfstandig werden. Weinig homogene groep (Het gebrek aan) pensioen is een belangrijk onderwerp in de actuele discussie rond zzp’ers, net als (het gebrek aan) arbeidsongeschiktheidsverzekeringen en opleidingen. Het is al langer bekend dat veel zzp’ers (te) weinig opzij leggen voor hun oude dag. Opvallend genoeg kwam vermogensbeheerder BlackRock deze week met soortgelijk nieuws. Uit hun onderzoek blijkt dat inmiddels maar liefst 52 procent van de Nederlanders zelf zegt geen pensioen op te bouwen (boven de AOW). Onder hen zeer veel zelfstandigen, aldus de onderzoekers. In januari bleek uit Aegon-onderzoek al dat slechts 8 procent van de Nederlandse zelfstandig ondernemers een pensioenregeling op schrift heeft vastgelegd, dat wil zeggen: een exitplan, waarin verkoop of beëindiging van de activiteiten wordt geregeld. Niet gek dus dat in dit onderzoek liefst 73 procent zegt te verwachten pas na zijn 65ste, of zelfs nooit met pensioen te gaan. Lager opgeleide steekt eerder ‘de kop in het zand’ In het Motivaction-onderzoek blijkt dat het met name jongeren en lager opgeleiden zijn die minder over hun pensioen hebben nagedacht. Ook hebben lager opgeleiden en minder verdienenden er beduidend minder voor geregeld. De hoger opgeleide en boven modaal verdienende zelfstandige heeft het daarentegen meestal beter voor elkaar. Ook vindt deze laatste groep vaker dat ook andere ‘zzp’ers beter geïnformeerd moeten worden over hun pensioen’. Lager opgeleide en minder verdienende zzp’ers hebben meer de neiging ‘de kop in het zand te steken’, aldus de onderzoekers. Campagne, gericht op influencers De Stichting Pensioenregister, opgericht om meer pensioenbewustzijn aan te wakkeren, spreekt dan ook grote zorgen uit over de resultaten van het onderzoek. Voorzitter Josine Westerbeek-Huitink: ‘Alleen als je als zzp’er inzicht en overzicht hebt, weet je wanneer je kunt starten met stoppen.’ Bijna 60 procent van de zzp’ers geeft ook toe dat ze graag beter geïnformeerd hadden willen worden over de pensioengevolgen van het zelfstandigenbestaan. Het liefst hadden ze zulke informatie gehad van hun financieel adviseur, accountant of boekhouder. Ook zien veel ondervraagden (44%) een rol voor de Kamer van Koophandel in voorlichting voor de oude dag. De Stichting Pensioenregister zegt zelf de resultaten aan te grijpen om een nieuwe campagne te beginnen. Die wordt in eerste instantie gericht op zogeheten ‘influencers’ van zzp’ers, zoals financieel adviseurs. Moet het ook verplicht worden? Het veruit heetste hangijzer in het pensioendossier is de vraag of er voor zzp’ers een verplichte regeling moet komen. Hier hebben de onderzoekers niet specifiek naar gevraagd, en ze erkennen ook zelf meteen dat de groep zelfstandigen bepaald niet homogeen genoeg is om makkelijk eenduidige conclusies aan te verbinden. Maar ‘met name uit de open vragen’ blijkt volgens hen wel dat veel zzp’ers best zijn te porren voor verplichte collectieve voorzieningen voor arbeidsongeschiktheid en pensioen. Al voegt Motivaction hier dan wel weer snel de klassieke aanbeveling aan toe dat hiervoor nog ‘meer onderzoek nodig is’… Lees ook: Nederlandse zelfstandige slechter voorbereid op pensioen dan buitenlandse collega Geplaatst in ZP en Politiek | Tags pensioen, zelfstandigen, zzp'er | Laat een reactie achter
āMarktplaats voor inhuur moet gewoon mogelijk blijvenā Geplaatst 7 juli 2017 door Peter Boerman Overheden moeten gewoon een marktplaats kunnen blijven gebruiken voor de inhuur van hun flexibel personeel. De argumenten van de rijksaccountant om zo’n DAS te verbieden ‘slaan feitelijk nergens op’. Dat stelt Paul Oldenburg van Staffing Management Services, in reactie op het oordeel van de Rijksauditdienst dat zo’n Dynamisch Aankoop Systeem eigenlijk niet geschikt zou zijn voor inhuur. PIANOo, het aanbestedingen-expertisecentrum van de overheid, nam in juni dat oordeel meteen over in een nieuwe handreiking. Althans: er werd in die handreiking behoorlijke twijfel gezaaid over de rechtmatigheid van de inzet van een DAS. Ten onrechte, stelt Oldenburg, die het bekende juristenkantoor Van Benthem & Keulen ernaar heeft laten kijken. ‘Inhuur van personeel is volgens ons een gangbaar proces’, zegt hij. ‘Zo gangbaar als het maar zijn kan. Zo kijkt de hele wereld er volgens mij tegenaan. Behalve dan de rijksaccountant. Maar wij willen nu PIANOo vragen die handreiking als niet verzonden te beschouwen en snel met een versie 3.0 te komen.’ ‘Inhuur van personeel is volgens ons een gangbaar proces. Zo gangbaar als het maar zijn kan. ‘De wetgever promoot een DAS juist!’ Sinds de nieuwe Aanbestedingswet een jaar geleden in werking is getreden, gebruiken steeds meer overheidsorganisaties Dynamische Aankoop Systemen. Hiermee willen zij de inhuur van hun personeel openbaar aan te besteden. De Rijksauditdienst kwam daar in mei echter tegen in het geweer. Het hele dossier draait eigenlijk om twee punten. Aan de ene kant is er de vraag of je inhuur van mensen kan scharen onder ‘gangbaar en standaard’ diensten. Aan de andere kant is er de vraag of je bij een aanbesteding volgens de nieuwe wet een ‘mondeling interview’ mag houden met een kandidaat. Volgens Van Benthem & Keulen zijn beide vragen duidelijk met een ‘ja’ te beantwoorden. Over de eerste vraag stellen ze bijvoorbeeld: ‘Voorafgaand aan de wetswijziging van 1 juli 2016 werden voor de inhuur van personeel elektronische marktplaatsen gebruikt. In de memorie van toelichting bij deze wetswijziging heeft de wetgever expliciet gezegd dat (die) elektronische marktplaatsen kunnen gaan worden ingericht als een DAS. Wij menen dat uit de wetsgeschiedenis van de gewijzigde Aanbestedingswet volgt dat de wetgever het gebruik van een DAS juist promoot.’ Is een interview toegestaan? De tweede vraag, of een interview is toegestaan, komt voort uit de opmerking van PIANOo dat als men een interview onderdeel wil laten uitmaken van de procedure dat dat een DAS ‘niet voor de hand ligt’. Dit omdat een interview ‘niet logisch past bij gangbare aankopen’. Maar, stelt Van Benthem & Keulen: ‘Een interview lijkt ons juist bij een procedure die ziet op de inhuur van personeel wel logisch.’ Dat een aanbestedingsprocedure volledig concreet, transparant en controleerbaar moet zijn? Dat staat een interview bepaald niet in de weg, zeggen de juristen. ‘Wij menen dat een interview zodanig kan worden ingericht dat het aan deze eisen voldoet.’ PIANOo stelt dat mondelinge interviews sowieso verboden zouden zijn in een aanbestedingsprocedure, omdat de nieuwe wet voorschrijft dat aanbestedingen elektronisch moeten verlopen. Maar ook die vlieger gaat niet op, aldus Van Benthem & Keulen. ‘Zoals de memorie van toelichting bij de (gewijzigde) Aanbestedingswet stelt, is het niet goed denkbaar dat bij het instellen van een DAS en het plaatsen van opdrachten in het DAS géén gebruik van elektronische hulpmiddelen wordt gemaakt. Maar dit wil nog niet zeggen dat een interview niet is toegestaan.’ ‘DAS kan gewoon worden toegepast’ Voor de goede orde, stellen de advocaten: ‘Een DAS bestaat uit twee fasen, enerzijds de instelling van het systeem en anderzijds de fase van opdrachtverlening daarbinnen. Bij de instelling kunnen marktpartijen verzoeken om deel te nemen. Ook tijdens de looptijd kunnen zij dat nog doen. Doel is dat het laagdrempelig en kosteloos is om in te stappen. Een interview bij instappen is wat ons betreft daarom niet gerechtigd.’ Maar als het gaat om een concrete opdracht, die wordt weggezet onder de deelnemers van de DAS? Dat is een ander verhaal. ‘Dan is een interview wat ons betreft wel logisch en gerechtvaardigd.’ En dus, samenvattend, aldus Van Benthem & Keulen, ‘concluderen wij dat een DAS nog steeds kan worden gebruikt voor het inhuren van personeel.’ Een DAS is heus niet altijd ‘de meest ideale procedure’, stellen zij ook. Maar waar de PIANOo-handreiking de indruk wekt dat een DAS niet toepasbaar is voor de inhuur van personeel? ‘Dat vinden wij niet terecht. In zijn algemeenheid geldt (nog steeds) dat voor het inhuren van personeel een DAS kan worden toegepast. Verder menen wij dat een interview onderdeel kan uitmaken van een DAS, mits dus goed toegepast. De wetgever sluit een interview niet uit en ons is geen jurisprudentie bekend die dat wel doet.’ In zijn algemeenheid geldt (nog steeds) dat voor het inhuren van personeel een DAS kan worden toegepast. ‘Verwarring zeer kwalijk’ Oldenburg zegt ondertussen blij te zijn met het stuk van Van Benthem & Keulen. ‘De verwarring die PIANOo schept in de markt, vind ik zeer kwalijk. De wetgever heeft letterlijk gezegd dat een DAS een goede manier is om diensten aan te besteden. Ook als het gaat om de inhuur van personeel. Waarom zou de accountantsdienst dan ineens op de stoel van de wetgever gaan zitten?’ Oldenburg wil nu naar PIANOo stappen ‘om hen te vragen waarom zij in hun handreiking zoveel twijfel en verwarring zaaien over de toepassingsmogelijkheden van het DAS. Wij vragen ons af welk belang daarmee wordt gediend.’ Het oordeel van Van Benthem & Keulen noemt hij ‘een steun in de rug om verder te bouwen aan de verdere ontwikkeling van onze DAS-dienstverlening. Want een DAS blijft voor ons hét mechanisme voor aanbestedingsplichtige organisaties om voor hun inhuurbehoefte zaken te kunnen doen met lokale ondernemers.’ En Oldenburg is de enige niet die graag meer helderheid wil. Ook Mark Bassie (van Flex-Beheer) en de ABU hebben contact opgenomen met PIANOo. Zij vragen gezamenlijk om zo snel mogelijk een sessie te organiseren met een brede samenstelling van betrokken organisaties vanuit overheid en bedrijfsleven, om te praten over de ontstane onzekere situatie over alle DAS’en. Lees ook: Zelfstandigen winnen slechts 1 op de 8 opdrachten op marktplaatsen Marktplaats inhuur personeel: in hoeverre is dat een Dynamisch Aankoop Systeem? Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags DAS, dynamisch aankoopsysteem, marktplaats | 7s Reacties